dinsdag 2 november 2010

Verkeersbeheer kwestie van lef

Vorige week op het terras van De Kroon in Oirschot, dat trouwens tegenwoordig La Couronne heet, een van dit etablissement vermaarde appelbol gegeten. Als de zon schijnt, is het daar al gauw lekker zitten. Ze hebben er trouwens van die vliegtuigdekentjes voor – desgewenst – over je benen. Wat ‘n service.

Minder aangenaam op dat terras is het verkeer dat er, je kunt gerust zeggen massaal, voorbij komt. Ja, ik weet dat er mensen zijn die dat gezellig vinden, maar ik hoor daar niet bij. Oirschot, zich noemende Monument in ‘t Groen, heeft ter plaatse de kinderkopjes gehandhaafd. Leuk, maar dat versterkt natuurlijk het geratel van de autobanden.

Verkeersbeheer, denk ik wel eens, is een kwestie van lef hebben. Je kiest voor de rust, de sfeer, eventueel het monumentale (als je dat hebt), of je blijft geknield voor de autobezitter en de hem/haar bedienende middenstand. Wat dat betreft heeft Oirschot niet het lef, zoals de Vesting Naarden (auto aan de rand) en Den Bosch (Parade bij de Sint-Jan autovrij).

hoofdstraatIn Best speelt het ook. Daar heeft de gemeenteraad maandagavond een basisplan voor reconstructie van het centrum vastgesteld, dat onder druk van de oppositie is geamendeerd op het onderdeel verkeerscirculatie. Maar, afgaande op de berichtgeving in het Eindhovens Dagblad hierover, ben ik niet geneigd, een gat in de lucht te springen. Het enige wat er uit is gekomen, is het voornemen de Hoofdstraat ‘op vaste tijden’ autovrij te maken. Geen woord over het voornemen, een parkeergarage pal tegen het winkelcentrum De Boterhoek te realiseren en het centrum verder te ontsluiten met een weg langs het monumentale en nu nog betrekkelijk rustige kerkhof.

Een rigoureuze afrekening met het heilloze idee van een ‘centrumring’ met tweerichtingsverkeer zat er duidelijk niet in. De oppositie heeft de coalitie gemakkelijk mee gekregen en dat tekent de halfslachtigheid van de correctie: vis noch vlees.

maandag 1 november 2010

Vertrouw niet meer exclusief de klassieke media

Er is geen enkele reden meer, als het over het nieuws gaat, exclusief de, al dan niet betaalde klassieke media te vertrouwen. Die houden soms ‘op wens van de familie’ een overlijdensbericht van een publiek persoon 15 uur tegen. Dat is ons dus overkomen bij de dood van Harry Mulisch. Plaatsvervangend hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff gaf daarvan zondag verantwoording op Weblog Hoofdredactie:

‘Wij wisten als redactie gisteravond vrijwel onmiddellijk dat Harry Mulisch was overleden, doordat één van onze redacteuren heel goed contact heeft met de familie. Voor ons is het dan logisch dat wij met de familie afstemmen wanneer wij tot publiceren overgaan. Wij doen dat uit respect voor de familie en om de familie de gelegenheid te geven op zijn eigen manier eerst alle verdere familie en bekenden te informeren.’

Intussen was al een bericht op Teletekst verschenen en onder het mom van ‘misverstand’ weer ingetrokken. Al dagenlang gonsde het, ook op commerciële tv-zenders als SBS6 rond over een fatale ziekte van de beroemde schrijver. Zijn doodsbericht verscheen ook in sociale media op internet, maar de NOS bleef zwijgen.

Waar al te close zijn van journalisten met persoonlijkheden al niet toe kan leiden. Het vervolg van de hoofdredactionele verklaring belooft een discussie die volgens mij zal leiden tot de conclusie ‘eens maar nooit meer’.  Tenzij  het journalistieke establishment  integriteit voortaan aan haar laars lapt.

Gelauff  ‘Dit alles roept natuurlijk wel de vraag op wat dit voor de toekomst betekent. Daar zullen we op de redactie de komende tijd zeker verder over discussiëren. Onmiskenbaar is dat de sociale media ervoor zorgen dat nieuws zo snel rond kan gaan, dat het steeds lastiger wordt om dit soort afspraken te maken over het moment van publicatie. In dit geval vind ik het niet meer dan logisch de wens van de familie te volgen maar in een ander geval (bijvoorbeeld: er gebeurt iets met de premier of een andere belangrijke politicus) dan zal toch heel snel de afweging zijn, dat de nieuwswaarde en het maatschappelijk belang van het nieuwsfeit doorslaggevend moeten zijn.’

Waarom in dit geval logisch en in een willekeurig ander geval niet? Maak dat nou eens hard, meneer de hoofdredacteur.

vrijdag 29 oktober 2010

To be or not to be?

‘Voor het geheel uit de regering verwijderen van de koningin is een Grondwetswijziging nodig en dus een tweederde meerderheid. Dat lijkt nog ver weg, maar als de sfeer van onvrede niet verdwijnt, kan de steun hiervoor doorgroeien.’ Zo schrijft Jan Hoedeman vandaag in de Volkskrant over de status quo rond de positie van de Koning (formulering Grondwet) in het Nederlandse staatsbestel.

Persoonlijk zou ik het niet hebben over ‘verwijderen’. Dat zie ik in een verhaal als dit als een schoonheidsfoutje, na alles wat de Oranjes in de loop van twee eeuwen voor dit land hebben betekend. Je hoeft geen royalist te zijn om zo te denken. Het gaat hier even niet over democratie – democratie is altijd onderhevig geweest aan een ontwikkelingsproces. De constitutionele positie van de vorst maakt deel uit van een fase daarin – een fase die mogelijk wat lang heeft geduurd, maar toch.

Wat mij eigenlijk verbaast is, dat in de discussie de koningin, Beatrix dus, het onderwerp is. Aan de ene kant logisch, want de meningen worden momenteel goeddeels bepaald door haar rol bij de recente kabinetsformatie. Aan de andere kant, de majesteit hoeft maar twee woorden te spreken om de situatie volledig om te schoffelen: ‘Ik abdiceer.’  Dat kan vandaag zijn, morgen, volgende week of met Kerstmis, maar lang zal het niet meer duren. En zal zij dan worden opgevolgd? Zo ja, door een Koning, die akkoord gaat met een louter ceremoniële rol, naar Zweeds model?

Alvorens verder te praten, zou het wel eens bijzonder nuttig kunnen zijn, de potentiële opvolger te vragen, hoe hij er over denkt. Het zou best kunnen zijn dat hij het ziet als een kwestie van to be or not to be, maar het omgekeerde is ook denkbaar: gezien de veranderde tijd het ceremoniële koningschap aanvaarden. Misschien vindt hij het wel zo makkelijk.

Naijver

Naijver is een woord dat je bijna niet meer tegenkomt. Het behoort tot de helaasheid der dingen dat de taal verarmt. Woorden worden dan zogenaamd archaïsch. Vooral jammer, omdat ze zo goed waren voor de nuance.

Naijver, kinnesinne, concurrentie. ‘Ik ben beter dan jij. Ik heb meer.’ Chroestsjov die in de VN met zijn schoen op tafel timmerde en de VS toeriep: ‘Onze kernbom is zoveel meer TNT.’ We snapten nauwelijks wat het betekende maar tijdens de koude oorlog klonk het onheilspellend.

Het schaakbord is totaal veranderd, dus nu is het China, dat roept: ‘Wij hebben de snelste supercomputer ter wereld. Ze maakt 2507 biljoen berekeningen per seconde.’ Daarmee is het Amerikaanse record van 1750 biljoen gebroken. Je vraagt je af, wat het verschil er nog toe doet, maar dat gold voor die bommen destijds ook. Kapot is kapot, verbrand is verbrand.

Naijver, kinnesinne. Ik herinner me nog het gevecht tussen Limburg en Brabant om een medische faculteit, die door Maastricht werd gewonnen. Het werd daar een universiteit, lang voordat de Economische Hogeschool in Tilburg en de Technische Hogeschool in Eindhoven, zich dat predicaat mochten aanmeten. Sindsdien is het rustig aan het front. Maar nu lees ik toch weer een krantenkop: ‘TU/e boos op collega’s Maastricht’.

Wat zijn die Limburgers nu weer aan het doen, wat de naijver en de kinnesinne van Brabant voedt? Wel, de Maastrichtse Universiteit, een typisch alpha-instituut, wil een Science College starten, bedoeld voor betastudenten die nog niet precies weten wat ze willen. Dat druist volgens ‘Eindhoven’ in tegen de landelijke afspraken en daarmee ‘schoffeert Maastricht alle universiteiten in het land’. Krachtige taal, die niet voor niets reminiscenties oproept met het met de schoen op tafel slaan.

Technisch Eindhoven vreest dat hem door die Limburgse alphagosers de kaas van het brood wordt gegeten en blaast de oude concurrentie nieuw leven in. Maar van enige afstand toekijkend, heb ik de neiging, te denken aan gezonde naijver. Zeker in een economisch zware tijd, verdient het aanbeveling, ver reikende ambities te koesteren op een in principe natuurlijk ook vrije wetenschappelijke markt. Toch benieuwd wie er deze keer wint.

maandag 25 oktober 2010

Wie zet wie nu eigenlijk onder druk?

Er zijn van die korpsbeheerders (de burgemeester van de  dichtstbijzijnde grotere stad bestiert doorgaans de politie op het platteland) die super-intelligent op de actualiteit kunnen reageren.

Neem de heer Bruls te Venlo. Die zei tegen de correspondent van NRC Handelsblad: ‘Dat mensen zo reageren als ze nu gedaan hebben, heeft misschien wel te maken met het gevoel dat ze onder druk gezet worden.’

Waar gaat het over? Twee cafébezoekers die in Nederweert de fractievoorzitter van het CDA in de raad in elkaar hebben geslagen vanwege diens afwijzend standpunt over het telen van hennep. Het ziet er volgens de krant naar uit dat hij daarbij een hersenschudding heeft opgelopen.

Och, wat sneu nou toch, de daders ‘hebben het gevoel, dat ze onder druk worden gezet’. Nou en? Geeft dat gevoel hun soms het recht, iemand lens te slaan?

Was het nou maar een incidentje, daar in de Limburgse Peel, maar daar is geen sprake van. Want in Weert zijn de laatste tijd ettelijke auto’s in brand gestoken en het huis van minstens een wethouder werd beschoten. Omdat ook de auto’s van medewerkers van energiebedrijven in de fik gingen, wijst alles in de richting van ‘hennepterreur’. Nochtans vindt de politiechef de aanpak van het probleem al hard genoeg. Keihard zelfs.

Wie zet wie hier nu eigenlijk onder druk?

Zonnestreken

Nee dit is geen tikfout, maar het zou best kunnen dat die zich nazaat van Lodewijk XIV noemende prins Sixte-Henri de Bourbon Parme een zonnesteek heeft opgelopen, gezien zijn actie tegen een tentoonstelling van moderne kunst in het ‘voorvaderlijk’ paleis te Versailles.

Niet alle Bourbons zijn van hetzelfde kaliber en ik zou best wel eens willen weten, of Sixte-Henri zijn afstamming van de Zonnekoning al heeft bewezen. Die sequentie van Franse koningen van voor en na de revolutie ziet er bar ingewikkeld uit en dan laat ik verder maar buiten beschouwing met wie allemaal de Bourbons binnen- en buitenshuis in bed hebben gelegen. De later onthoofde Lodewijk XVI had trouwens meer interesse in het knutselen aan hang- en deursloten dan in zijn vrouw Marie Antoinette, alias Madame Deficit. 

Over het Paleis van Versailles hebben de levende Bourbons natuurlijk niks te zeggen. Blijkbaar zijn ze vergeten dat, behalve de Bastille vele Franse kastelen kort na 1789 in naam van het volk zijn gesloopt als symbolen van de onderdrukking, het gehate ancien regime in het bijzonder. Dat ‘Versailles’ nog bestaat is in niet geringe mate te danken aan de familie De Rotschild, die in de negentiende eeuw ingreep toen het paleis al in vergaande staat van ontbinding verkeerde. Sindsdien is het meer ‘van het volk’ dan ooit.

Allemaal verlate zonnestreken dus, van die Bourbons.

woensdag 20 oktober 2010

Volksgericht

assisen_thumb1

Dat het Belgische rechtssysteem op de schop moet is lijkt mij – en mij niet alleen – zonneklaar. Het proces tegen de van  ‘parachutemoord’ verdachte onderwijzeres Els (‘Babs’) Clottemans dreigt vandaag, dankzij de aldaar nog steeds gehanteerde juryrechtspraak uit te draaien op een regelrecht volksgericht. Rechtspraak op basis van louter sentimenten, wellustig aangewakkerd door de ‘reguliuere’ media.

Bewijzen, ho maar… Aanwijzingen zeker. Verder heb je dan als aanklager alleen maar ‘een van de beste strafpleiters’ van het land nodig, een Jef Vermassen, ‘die alles uit de kast haalt’.

De vooraanstaande weblogger Luc van Braekel (die heb je ook in België) twitterde gisteren een citaat: Jef Vermassen: "Er zijn geen bewijzen voor haar schuld, maar juist dàt bewijst hoe doortrapt deze moordenares is"

Ja, op de sociale netwerken wordt niet uitsluitend flauwekul gedebiteerd. In een zogenaamde hashtag kwalificeerde Van Braekel de gang van zaken in het Tongerense assisenhof kort maar krachtig als een ‘heksenproces’.

Niets aan toe te voegen.

maandag 18 oktober 2010

Italiaanse worst en Frans stokbrood

italiaanse_worstBij Sante Brun, althans in zijn beschouwingen over landen, dorpen en steden op SanteLOGie, duiken regelmatig verslagen op van wat hij heeft gegeten en gedronken en waar. Maakt niet uit, of het Venetië of Vollenhove, Genua of Giethoorn is. Eten en koken is nu eenmaal zijn lust en zijn leven. Heb ik vragen over voedsel, vreemd voedsel dan klop ik in het informele idioom van onze collegiale verhouding bij hem aan. Zoals vandaag:

- Zeg halve Italiaan met kokkerel-deskundigheid, wat moet ik eigenlijk met door mijn kleinzoon uit Italië meegebrachte (on)redelijk vette worst die, als je het vel eraf stroopt, totaal desintregeert. Je zult zeggen, dat moet je aan je kleinzoon vragen, maar ik weet zeker dat die dat ook niet weet en misschien is het wel 'normaal' en moet je hem met huid en haar opeten.

- Zeg, hele Brabander, er zijn diverse mogelijkheden, het ligt er maar wat dat voor worst is. Zo te horen is het trouwens Musetto, die geheel bestaat uit slachtafval en die langdurig gekookt moet worden - inclusief het gesloten vel, natuurlijk. De kleur van de inhoud is, zeg maar, hersenachtig. Mogelijk is het ooki cotechino, ongeveer hetzelfde.
Is de kleur daarentegen duidelijk rood (vleeskleur) met vet, dan dichtmaken die worst en hierheen brengen, dan is het namelijk versche salami, die hier in huis in hoge mate gewaardeerd wordt.

Ik heb Sante beloofd, hem verder op de hoogte te houden.

Maar kun je vandaag de dag ook nog vragen hebben over zoiets simpels als Frans stokbrood? (Ik bedoel natuurlijk het originele, van de ambachtelijke bakker, die trouwens even goed aan de broodafdeling van de supermarché kan leveren.)

Met het dédain van de geroutineerde Frankrijkreiziger las ik in Trouw een ontboezeming van Rob Schouten, die sinds vorig jaar ginds een huisje heeft en ons regelmatig deelgenoot maakt van de ups and downs. Zoals het probleem, hoe de flacons in de douche (met uiteraard voor hem te laag gemonteerde sproeier) van elkaar te onderscheiden. En dan dat brood. ‘Het stokbrood van gisteren, schrijft hij op zondagmorgen, is al aardig oud en taai aan het worden. Dat is een chronisch nadeel van Frankrijk, dat heerlijke stokbrood begint na ‘n paar uur reeds te verstenen. Ik weet niet hoe Fransen zelf daarmee omgaan.’

Nou Rob, ten eerste kopen de Fransen het brood voor hun ontbijt, bij voorkeur een kwartier tevoren bij de warme bakker. Daar staan ze desnoods (zeker op zondag als ook de patisserie wordt ingeslagen) voor in de rij. Dus brood van gisteren, alleen als het beslist niet anders kan. Hoe lang dat brood knapperig blijft, hangt mede af van de klimatologische omstandigheden. Zit er veel vocht in de lucht, dan gaat het krokante er gauw af. Het begint met taai worden, ‘verstenen’ doet het meestal dagen later. En ja, ten overvloede, de ene boulanger is de andere niet. Soms vinden wij de baguettes van de Intermarché lekkerder dan die van de bakker om de hoek.

Hoe de Fransen met het ‘probleem’ omgaan? Voorbeeldje: De gloeiend hete uiensoep, waarin de met kaas gegratineerde stukjes stokbrood van gisteren drijven. Milieubewuste campinghouders zamelen trouwens ‘oud’ brood in, voor herbestemming, ik denk als voer voor de dieren of zo.

Slotmededeling, die wellicht door Rob Schouten en lotgenoten (beginnende Frankrijkreizigers) als goeie tip zal worden opgepakt. Wij zijn sinds enkele jaren dolgelukkig met een goedkoop (Lidl of zo) elektrisch oventje. Daarmee kan stokbrood van één, soms zelfs twee dagen oud in ‘n paar minuten ‘als nieuw’ worden gemaakt.

OV Chipkaart

In Zuid-Oost-Brabant is nu over de hele linie de OV-chipkaart ingevoerd, meldt het Eindhovens Dagblad.

Klopt. In de Hermesbus  klinkt al geruime tijd regelmatig door een luidsprekertje: ‘Reist u met de OV-chipkaart, vergeet dan niet uit te checken.’

Dat was vanmorgen bij de halte Brem in Best (waarom heet die trouwens niet MAKRO Best, zou meer voor de hand liggen) niet aan dovemansoren gezegd. Daar stonden vier passagiers in de rij om de voornoemde handeling te verrichten.

Geen van de apparaten deed het.

De chauffeur rommelde even aan wat knopjes en ditjes en datjes maar nikskenie. De reizigers kregen van hem alle vier een roze-rode kaart, waarop hij een stempel zette.

Kunnen ze daarmee geld terugvorderen? Ja, bevestigde de chauffeur. Wat ‘n gedoe.

Enkele haltes verder stapte weer iemand in met een chipkaart. Doet ‘t niet, zei de chauffeur en liet hem plaats nemen.

Op deze bus van lijn 145 is het verder vandaag gratis, tenminste als je de kaart bij je hebt. En de waarschuwing om uit te checken is ook voor de vaak.

vrijdag 15 oktober 2010

Dooie mus

‘Met een dode mus zou ik niet blij zijn,’ zei Geert Wilders na de totstandkoming van het door hem gedoogde kabinet tegen de Volkskrant, die de uitspraak meteen maar als citaat boven het interview zette.

Wie is er ooit blij geweest met een dode, laat staan met een dooie mus? Wat heb je trouwens aan een levende mus?

Van Dale: ‘Iem. blij maken met een dode mus, met iets zonder waarde, dat niet bestaat, dat niet gebeuren zal’

Deze uitlating van Wilders, zegt dus, zonder context, helemaal niks. Het is op zich een dooie mus, waar je niks aan hebt en waar je dus niet blij mee kunt zijn.

Concreter was daarentegen Emile Roemer van de SP, donderdagavond bij Pauw en Witteman. Hij zei: ‘De PVV zal met dit kabinet niets oogsten.’

Het ziet er toch naar uit dat de PVV-kiezers straks zullen moeten vaststellen dat ze zijn blij gemaakt met – precies – ‘n dooie mus.

woensdag 13 oktober 2010

Bruisend Best

Bruisend Best, bruisend dorpshart. Ik hoop dat men mij het niet kwalijk neemt, maar ik gebruik deze term nu voor het eerst en voor het laatst.

Want dat woord bruisend duikt nu al jaren op in elk document, in elke beschouwing en in elk ingezonden stuk over het Bestse centrumplan, dat nu eindelijk het stadium van de processie van Echternach (twee stappen vooruit, een achteruit) voorbij lijkt te zijn.

Dus eerst even afrekenen met dat bruisen; dat doet me ook teveel denken aan het ergerlijke geknoei met champagne, vooral door sportlieden die denken de ultieme prestatie te hebben geleverd. Een fles champagne is al eeuwenlang om op te drinken en niet om, toppunt van verspilling en decadentie, als brandweerslang te gebruiken.

Maar wat zégt dat bruisen nou eigenlijk over de eigenschappen die men aan het nieuwe centrum van Best wenst toe te kennen? In een van de zogenaamde klankbordgroepen meent men het te weten. Er staat letterlijk: ‘Zo mogelijk 24 uur beweging’. Hou me effe vast zeg. Ik moet er niet aan denken. Zomin als aan het “opwaarderen” van het voetpad langs het kerkhof tot ontsluitingsweg van het centrum. Hadden we al niet in een vroeger stadium vastgesteld dat het maatschappelijk draagvlak in Best daarvoor ontbreekt? Toch duikt het idee nu weer op, alsof men in panische angst verkeert, de auto ook maar ‘n strobreed in de weg te leggen. Het enige alternatief dat ik daar zou kunnen bedenken is een vrije busbaan met fietsstroken, nu in de wijk Heivelden gebleken is dat de rust bij een maximum van 30 km nog redelijk gegarandeerd is.

De verkeerscirculatie, die grotendeels neerkomt op handhaving van de bestaande situatie en waarvoor het begrip “centrumring” als schaamlap wordt gebruikt, is de achilleshiel van het hele plan, zodat ik eigenlijk hier zou kunnen stoppen met de woorden: naar de prullenbak ermee.

Die centrumring met tweerichtingsverkeer, ook op de Hoofdstraat, ligt daar als een wurgslang rond het winkelgebied. Dit illustreert overduidelijk dat het nieuwe centrum onmogelijk kan worden ontwikkeld, zonder de spoorzone daarin onmiddellijk te betrekken.  Dáár horen -- wie lacht daar? -- net als in Eindhoven, de haltes van het Openbaar Vervoer. Dáár zou een deel van de parkeerbehoefte moeten worden opgevangen, met als aanvulling eventueel een ondergrondse garage met parkeerdek voor de Prinsenhof. Het gaat hier om loopafstanden van 100 tot 200 meter tot de winkels, terwijl de verkeershectiek daar ons voortaan zou worden bespaard.

Natuurlijk is hiermee niet alles opgelost en moet ook verder worden nagedacht over de ontsluiting aan de kant van de Nieuwstraat en d’Ekker. Maar dat lijkt mij niet echt ‘n gordiaanse knoop.

In het basisplan wordt de beeldspraak gebruikt van een Hoofdstraat als lint met pleinen en pleintjes die als bedeltjes eraan hangen. Inderdaad, ik voel me met dit basisplan bedeeld. Ik vrees met een kat in de zak. Zonde van – alweer  - al die moeite, maar helaas.

dinsdag 12 oktober 2010

De positieve discriminatie voorbij

Eigenlijk is er geen beginnen aan, op de meest recente nationale kwestie te reageren, namelijk het tekort aan vrouwen in het kabinet Rutte-Verhagen, na de ultieme opmerking hierover van Jos Kessels vandaag in het ED Ik citeer: ‘Ik zou in de politiek en in het bedrijfsleven graag meer vrouwen aan de top zien, al was het alleen al om van die baasjes af te zijn.’

klompé_zijlstra
De eerste vrouwelijke minister in Nederland, dr. Marga Klompé (KVP), in 1956 in gesprek met haar AR-collega Jelle Zijlstra.

Trouwens, ik dreig sowieso in een writersblock te belanden, aangemoedigd door Kaj Elhorst, op Twitter opererend onder de naam Politicus1. Hij schreef: ‘Volgens mij is het een psychische aandoening als je bij voortduring denkt dat jouw mening congruent is met de waarheid…’ Ja het gaat op Twitter echt niet alleen over het zetten van koffie en het naar zwemles brengen van de kinderen. Trouwens, Elhorst, over waarheid gesproken, is het taalkundig nu ´congruent met´ of ´congruent aan´? Vooruit, je moet tegen de waarheid kunnen.

Maar, dit alles terzijde latend, is het nu waar dat vrouwen aan de top het beter doen dan mannen en heeft Neelie Kroes gelijk, dat er bij een regeerakkoord een quotum vrouwelijke ministers moet worden afgesproken?

Ik twijfel en niet zozeer omdat ik bang ben voor een psychische stoornis, maar omdat ik meen dat, om me maar eens tot de politiek te beperken, al zoveel vrouwen kansen hebben gekregen, dat we het stadium van positieve discriminatie lang en breed voorbij zijn. En hebben die vrouwelijke ministers, staatssecretarissen, burgemeesters, gouverneurs, gedeputeerden en wethouders zich nu zodanig onderscheiden, dat ik er meer van zou willen zien? Daarom liever een bazinnetje dan een baasje? Ik zou zeggen, vraag het de hond. Maar om het serieus te houden: Ga het overzienbare rijtje eens af en veracht of bewonder: Van Kroes, Maij-Weggen en Jorritsma via Netelenbos, Dijksma, Van Bijsterveldt, Verburg en Vogelaar tot Peijs.

Ik denk dat Mark Rutte de waarheid spreekt als hij de feministische klacht naast zich neerlegt met de verklaring: ‘We hebben gezocht naar de mannen en vrouwen die het best zouden passen op de te verrichten taken.’

Het is alleen maar jammer, dat er geen vrouwen zijn uitverkoren, naar wier eventuele opereren aan de top je het nieuwsgierigst bent. Vrouwen met een grote mond als Femke Halsema, van wie je eindelijk wel eens zou willen weten of ze zouden gloriëren of – pardon – op hun bek zouden gaan.

zaterdag 9 oktober 2010

Veilig Amsterdam

Het volgende is de reconstructie van een recent voorval in Amsterdam, waaruit blijkt dat de politie pal staat voor onze veiligheid.

Ze is 63, sinds vorig jaar weduwe, woont in de Bijlmer, al ‘n jaar of dertig. ‘n Tenger vrouwtje, waar je bijna overheen kijkt.

schaartjeMaar pas op, kan gevaarlijk zijn, misschien wel staatsgevaarlijk.

Uitgang metro. Politie.

- Wij zijn genoodzaakt u te fouilleren

- ?

- Heeft u het niet begrepen? Laten we maar eens beginnen met die tas van u.

- Maar…

- Doen we moeilijk? Nee toch! Geef die tas nou maar.

Tas wordt omgekieperd en wat zien wij? Een schaartje met stompe puntjes. Zo een, waarmee je veilig gezichtshaartjes kunt verwijderen.

- Dit kan gebruikt worden als steekwapen.

- Maar…

- U mag zoiets niet met u meevoeren.

- Maar ik heb dit al veertig jaar in m’n tas…

- Niks mee te maken. U geeft dit af, of u krijgt een bekeuring.

- Ongelofelijk. Neem dan maar mee en steek het in je reet.

- Wees blij dat je geen bekeuring krijgt wegens belediging van een ambtenaar in functie.

donderdag 7 oktober 2010

Schoolboeken

Ik lees vandaag in de Volkskrant dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa weer eens een onderzoek instelt naar de situatie op de schoolboekenmarkt. Er blijkt nog van alles aan de hand sinds het vorige kabinet besloot, de scholen 321 euro per leerling te geven om de ouders van de kosten te vrijwaren. Te weinig, blijkt nu.

Volgens een schoolboekenuitgever zijn veel kleinere  distributeurs doordat de marges als gevolg van verplichte Europese aanbesteding (daar hebben we Europa weer) te sterk verkleind en de risico’s toegenomen. ‘Het is nog meer een vechtmarkt geworden,’ zei hij tegen de Vk.

Vechtmarkt? Daar kan de consument alleen maar voordeel bij hebben, zou je zeggen. Gooi het maar in m’n pet.

Onvermijdelijk denk ik terug aan mijn tijd op het Bredase lyceum. Je kreeg jaarlijks een boekenlijst en daarmee ging je naar een bekende boekhandel in de stad – of je keek op de dan georganiseerde ruilbeurs, wat meestal niet veel opleverde. Want het schrijven van schoolboeken was een bijverdienste van de leraren. Verberne (geschiedenis), Van Tol (wiskunde), De Bont (Nederlands), allemaal hadden ze hun eigen ‘methode’ en allemaal zorgden ze tijdig voor een nieuwe, ‘geheel bijgewerkte druk’.

Dat was nog eens vrije-markt-economie. En pa maar dokken. In die tijd kwam dat al gauw neer op drie, vierhonderd gulden (zeg maar ‘n kleine 250 euro) per jaar. Geen haan die er naar kraaide, laat staan zoiets als een NMa.

maandag 4 oktober 2010

Alweer een onchristelijke pastoor

De pastoor van de Sint-Jansparochie in Kaatsheuvel verbiedt de Brabantse zanger <-Gerard van Maasakkers, een concert te geven in zijn kerk, ook al zou dat ten bate gaan van de restauratie van dat bedehuis.

Reden: Van Maasakkers is niet katholiek meer. Bovendien voelt de pastoor niet voor wereldse muziek in de kerk.

Kleintjes en niet in de geest van Jezus Christus. De Kaatsheuvelse parochieherder, miskent hiermee de integriteit van de kunstenaar, wiens muziek eerder 'vragend en zoekend' is dan 'werelds'.

Van Maasakkers is allerminst een godloochenaar - hij heeft alleen zijn redenen om het instituut van de kerk niet langer te vertrouwen.

Ik geef als ex-katholiek de pastoor nog even de volgende uitspraken van zijn heer in overweging:

'Komt allen tot Mij, die belast en beladen is' en 'Wie zonder zonde  is, werpe de eerste steen'.

zondag 3 oktober 2010

Wereldklasse

Kop in de Volkskrant: ‘Sluiting Concertgebouw dreigt.’ Het lijkt wel een 1 april-grap. Lees je het verhaaltje, dan blijkt het te gaan over de plannen van het Bruine Kabinet, korte metten te maken  met de muzikale infrastructuur van de omroepen, die voor 20% van de inkomsten van de Amsterdamse muziektempel zorgt.

Zover zal toch niet komen? Tegen dat de nood aan de man komt – d.w.z. het Concertgebouw z’n begroting niet meer sluitend krijgt - is Bruin allang weer op stal gezet. Opperhoofd Mark Rutte heeft zich al gedwongen gezien, aan te kondigen dat hij de oppositie beleefd zal bejegenen. Ik dank je de koekoek. Je zult maar op basis van zo´n wankele meerderheid aan de slag moeten. Laat Markske maar eens beginnen met zorgvuldig te vermijden, van linkse hobbies of speeltjes te spreken, als het gaat over culturele voorzieningen als, jawel, de omroeporkesten.

Gisteravond was ik in het ‘totaal vernieuwde' muziekcentrum Frits Philips te Eindhoven, dat de  metamorfose meteen maar heeft aangegrepen om zichzelf om te dopen tot Muziekgebouw, met ‘Frits Philips’ in kleine lettertjes eronder. (Meneer Frits is immers alweer enkele jaren dood en de vergetelheid, mede bevorderd door de manier waarop de Firma haar Eindhovense roots verloochent,  komt eraan).

Terwijl we vanuit de file op de binnenring de parkeergarage onder  de Heuvelgalerie binnen sukkelden, had ik al niet het idee, een linkse liefhebberij te beoefenen laat staan dat het publiek in de vernieuwde design-foyers van het Muziekgebouw die indruk maakte. Wèl is evident dat deze riante culturele voorziening nog net aan de crisis en het aanhalen van de buikriemen is ontsnapt.

De directie van het Muziekgebouw wenste ons in het programma geluk, want we zouden gaan genieten van ‘de allereerste uitvoering’ sinds de verbouwing. Ik moet zeggen, gaandeweg het kamermuziekconcert in de kleine zaal, bekroop mij een gevoel van ‘bevoorrecht zijn’. Maar dat kwam niet in de laatste plaats door het formaat van het gebodene. Wereldklasse!

Een pianokwartet, gevormd door de 87-jarige(!) pianist Menahem Pressler, Alexander Kerr (viool) Lawrence Power (altviool) en Paul Watkins (cello), speelde onder meer Mozart en Dvorák op een manier, die ons nog lang zal heugen. Van kwartet spelen wordt vaak gezegd, dat het ‘een gesprek tussen vier’ is; althans hoort te zijn. Welnu, dit was een uiting van volmaakte, niet alleen muzikale vriendschap. En het meest was ik nog onder de indruk van de charme van de hoogbejaarde pianist, die door zijn strijkende vrienden bijna letterlijk op handen werd gedragen.

Hè, daar kikkert ‘n mens na wekenlang politiek geharrewar van op.

woensdag 29 september 2010

Burgemeester

De burgemeester van Cranendonck (Budel en Maarheeze) staat er gekleurd op. Het Eindhovens Dagblad heeft gemeend, uitvoerig – al te uitvoerig naar mijn smaak – te moeten aantonen dat hij een probleemdrinker annex drankrijder is. Nooit eerder heb ik een Fries als Bourgondiër horen kwalificeren, laat staan van een (kop) ‘iets te Bourgondische levenswijze’ zien beschuldigen. Maar het lijkt inderdaad tamelijk ernstig als je regelmatig naast in plaats van in je stoel gaat zitten.

Evenwel, de burgemeester ontkent. En hij is terzake nimmer bekeurd of veroordeeld.

Punt.

En nu?

Wat kennelijk eerder met de mantel der liefde is bedekt (herbenoeming voor vier jaar, waarbij ook de toenmalige Commissaris der Koningin, Maij-Weggen, de andere kant uit keek) geeft ook nu nog geen aanleiding tot maatregelen. Het komt me voor dat er door de krant nog heel wat valt te followuppen, voordat de politiek in Cranendonck, respectievelijk de verantwoordelijke  minister conclusies trekken en over het al dan niet handhaven van de burgemeester beslissen.

Is er iets nieuws onder de zon? Eigenlijk niet. In de contreien van Cranendonck is het naar verluidt eerder voorgekomen dat een monnik door de burgemeester in een kruiwagen van het café naar zijn klooster werd vervoerd. Dat noem ik nog eens drankrijden.

In het diepst van de Kempen kon nauwelijks ‘n halve eeuw geleden een burgemeester  zich straffeloos midden in de week aan de jacht en alles wat daar bij hoorde overgeven, om vervolgens zijn roes in een hooiberg uit te slapen.

Maar dat waren toch andere tijden?  Zeker, met déze overeenkomst: het bleef bij smiespelen achter de hand. Het verschil met toen is, dat de raadsverslaggever nu in zijn krant signaleert dat de burgemeester af en toe met een dubbele tong aan de bar zit en vervolgens in de auto stapt.

donderdag 23 september 2010

Friemelende kamerleden

Het toppunt van hypocrisie is natuurlijk, als kamerlid schande spreken van de tweet van een collega, waarin deze een sneer uitdeelt richting Nationale Ombudsman. Wie nooit een ‘schandalige’ tweet intikt, werpe de eerste steen. Kenmerk van Twitter is immers het spontane, niet altijd even doordachte zinnetje van (maximaal) 141 tekens. Ik ben de afgelopen jaren als twitteraar wat dat betreft al heel wat tegen gekomen, ook van politici.

Straks krijgt betrokkene – PVV-er Hero Brinkman - er ook nog de schuld van dat Kamervoorzitter Verbeet de goêgemeente heeft verzocht, tijdens de debatten niet meer te twitteren. Hoewel Twitter voor de journalist uiteraard een, laat ik zeggen, aardige bron kan zijn, ben ik geneigd de praeses gelijk te geven. Telefoneren in het openbaar (Ik hoorde gisteren nog op een terras een of andere patser tijdens zijn te declareren lunch met secretaresse of minnares even een ‘representatieve auto’ bestellen) is ergerlijk, het gefriemel met het mobieltje door inmiddels 100 van de 150 kamerleden ministers en zelfs de MP, is dat des te meer. Van Balkie heb ik trouwens, geloof ik, ooit één tweet gelezen en die luidde: ‘Goede morgen, Nederland!’. Jos Kessels merkte deze week nog op over zo’n friemelaar: ‘Eerst dacht ik dat-ie met zichzelf zat te spelen’. Dat was Geert Wilders niet, want die doet alleen close als-ie met z’n balpen z’n neus omhoog duwt en twittert kippig met gestrekte arm.

De Kamer staat er vandaag in de Wegener kranten gekleurd op, doordat de Haagse redactie op het idee was gekomen, foto’s van ‘n  stuk of zeven twitterende kamerleden aan te bieden. Ontluisterend, voor zover dat nog mogelijk is.

De Kamervoorzitter voere een plas-, rook- en twitterpauze in. Want nieuwsgierig naar de uitglijders van de leden blijf ik natuurlijk.

dinsdag 21 september 2010

Als dat

Jan Blokker draait zich in z'n graf om. De de Volkskrant laat vandaag op haar pagina Opinie en Debat 'projectontwikkelaar en Oranjekenner' Bas Romeyn (Wie zegt u?) aan het woord over de kwestie De Horsten; de plannen van de familie Van Oranje, enkele na-oorlogse boerderijen op het landgoed te slopen, om plaats te krijgen voor de bouw van riante villa's.

Zinnen als de volgende, worden door de redactie doorgelaten: 'In 1903 had koningin Wilhelmina vernomen als dat prinses Marie, die al een aantal percelen grond verkocht had aan projectontwikkelaars, de plannen opgevat had om ook de domeinen Raaphorst, Eikenhorst en Ter Horst (juist: de Horsten) wilde verkopen.'

Wat een wonder dat die Romeyn 'niets begrijpt van het verzet tegen de mogelijke sloop van boerderijen op het door Willem-Alexander bewoonde landgoed'.

En ik begrijp zomin als destijds Blokker iets van de maatstaven die de Volkskrant aanlegt bij zijn plaatsingsbeleid rond opiniestukken.

Zie ook: Nieuwslawaai

Mastodonten

mastodont_kreon_by_leon_obadic_2003._2[1] Mastodont, volgens Wikipedia:

De mastodonten behoorden tot de slurfdieren.
'Mastodon' is de naam die deze dieren in het Engels hebben. (…) De schouderhoogte van een mastodont kon wel 3 meter bedragen. De groep kende verscheidene soorten, zo waren er soorten met 2 slagtanden maar ook soorten met 4 slagtanden. (…)
In het taalgebruik wordt "mastodont" ook overdrachtelijk gebruikt voor een groot gevaarte of een groot persoon. Hiermee wordt verwezen naar de grootte van de dieren.

Tot zover Wikipedia.

Voorbeeld: Een  vuilniswagen van de firma Ganzewinkel, zou je dus kunnen aanduiden met mastodont.

Maar sinds enkele weken behoeft dit lemma enige aanvulling. Er worden namelijk sinds de kamerverkiezingen op 9 juni 2010 in het Nederlandse taalgebied geestelijke, en met name – hoe is het mogelijk – politieke zwaargewichten mee aangeduid.

Dat moet niet te vaak meer gebeuren, want begint heel vervelend te worden.

maandag 20 september 2010

De bijstand voor de kunstenaar

De overheid is bezig, zich van de bulk schilderijen te ontdoen, die ze in de tweede helft van de vorige eeuw heeft ‘gekocht’ van kunstenaars, die hun werk anderszins aan de straatstenen niet kwijt konden. Dat gebeurde in het kader van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR), die je gerust een specifieke vorm van bijstand kon noemen.

image002[1]Religieuze kunst van Hugo Brouwer

Het heeft tientallen jaren geduurd alvorens men tot de conclusie kwam dat men met deze categorale behandeling op de verkeerde weg was. Intussen zaten de kelders van het ministerie van OK en W en andere instanties boordevol beschilderde doeken en andere creaties, waarvan de waarde door de bank genomen op z’n zachtst twijfelachtig was.

Veel jonge mensen begaven zich in het kunstenaarsvak, aangespoord door het succes van de Amsterdamse kapperszoon Karel Appel, die zijn beginperiode eens typeerde met ‘Ik rotzooi maar wat an’. En door de betrekkelijke zekerheid dat als het niet zou verkopen, de gemeente het wel zou afnemen. Van Appel hangt trouwens in de kantine van het Brabantse provinciehuis een kleurrijk reliëf, voorstellende een lunch van taartjes, waarvoor natuurlijk heel wat meer is betaald dan een BKR-uitkering.

De gemeente Nuenen hield dit weekeinde een veiling van tijdens de BKR-regeling verworven kunst. Tot mijn niet geringe verbazing, kwam daar ook een werk onder de hamer van de ‘meer dan plaatselijke’ schilder en glazenier Hugo Brouwer (1913-1986), waarvoor – nog verbazingwekkender - volgens het verslag in het Eindhovens Dagblad nauwelijks of geen belangstelling bestond. Zodat de veilingmeester het niet nader omschreven kunstwerk maar zelf kocht. Voor 300 euro.

Uit het krantenverslag blijkt trouwens ook dat er in Nuenen en omstreken wel degelijk gerichte belangstelling bestaat voor het werk van Brouwer. Hij was ook geen slecht portretschilder. Ik heb hem eens geïnterviewd, toen hij – ik meen in opdracht van de gemeente Son en Breugel – een portret maakte van koningin Juliana. Daarvoor was de majesteit in die tijd bereid, op Soestdijk ‘n uurtje voor de schilder te poseren.

Vandaag de dag kom je in gemeentehuizen en rechtszalen (en dus ook op tv!) tot vervelens toe, overal dezelfde repro tegen van Beatrix met hoed tegen een rood-wit-blauwe achtergrond.

zaterdag 18 september 2010

Nieuwslawaai

De discussie over de waarde van verschillende vormen van journalistiek gaat onverminderd door. Er zijn mensen die pleiten voor gecertificeerde journalistiek – nog net niet voor een of andere vorm van ballotage, die natuurlijk de vrijheid van het beroep zou elimineren.

Het heeft allemaal te maken met het einde van de monopolistische positie van de reguliere media, steeds vaker aangeduid met dode bomen, naar de grondstof voor het krantenpapier – alsof dat productiehout per definitie dood is.

Als men het mij zou vragen, dat doet men natuurlijk niet, daarom schrijf ik het hier toch maar op, dan dienen de oude media zich van de zogenaamde door amateurs geproduceerde bagger te onderscheiden door kwaliteit en vooral aantoonbare betrouwbaarheid. Dat moet voorop staan, niet het geëxperimenteer met multimedia, wat in de praktijk neerkomt op het pogen te eten van verschillende walletjes en het zich indekken tegen het mogelijke deficit van het traditionele medium. Ik zeg niet dat dat laatste niet zou mogen, ik beweer dat de prioriteit ergens anders ligt.

Wat bij voorbeeld veel dagbladredacties nog steeds niet snappen, is dat het volstrekt zinloos is, allerlei verhalen en berichten op te nemen, die eerder – in de praktijk daags tevoren – al op het internet te vinden waren. Daarmee geven zij er blijk van, niet te erkennen dat hun primaat voorbij is. Natuurlijk is er nieuws dat je als krant niet kunt laten liggen, maar zorg dan in elk geval dat je er iets aan hebt toe te voegen. Nog erger is het, als die berichten kunnen worden afgedaan als nieuwslawaai.

Op een willekeurige binnenlandpagina van een van de Wegener kranten, waartoe alle drie Brabantse dagbladen behoren, lees ik bij voorbeeld: ‘Wesley en Yolanthe klagen AVRO aan’. Met fotootje van het stel. Voetballer Sneijder en de presentatrice Cabau van Kasbergen, zijn door een of ander satirisch programma bij de neus genomen en de aanklager van het paar vindt dat daarbij grenzen zijn overschreden. Een onnozel, incompleet en rellerig berichtje dat ik overgeslagen zou hebben als het niet zo’n duidelijk voorbeeld was van nieuwslawaai, waarmee de kranten geen blijk geven van enige kwaliteit, hoogstens van de alomtegenwoordige hijgerigheid.

Het aanduiden van de stakker, die vorig jaar haar kind in de Amsterdamse Bijenkorf van vier hoog naar beneden gooide als Bijenkorfmoeder leidt bij mij tot een zekere onpasselijkheid. Zeilmeisje, ook zoiets. Uitgerekend op Twitter schreef iemand onlangs: ‘Als ik dat nog eens lees, ga ik gillen.’

Diskwaliteit. Op dezelfde pagina zie ik een bericht staan over een plan van de VVD-fractie in Provinciale Staten van Noord-Brabant, een nieuwe kandidaat aan te wijzen voor het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten, in plaats van de tot burgemeester te benoemen Onno Hoes. Hoewel het maar voor een half jaar zou zijn (op 2 maart 2011 moeten we een nieuw provinciaal bestuur kiezen), vindt de fractievoorzitter van de VVD ‘het door Hoes bestreken beleidsterrein van milieu en ecologie te belangrijk om door te schuiven naar een zittende gedeputeerde’.

Of welke lezer dan ook het nu eens of oneens is met deze VVD-redenering, hij mag zich bekocht voelen met dit flodderige krantenbericht. Waarom niet de opvattingen van andere fracties in de Staten gepeild? Uiteindelijk zal het al dan niet benoemen van een nieuwe gedeputeerde voor deze korte termijn afhangen van wat de meerderheid ervan denkt.

Dit is dus geen nieuws, maar nieuwslawaai.

Zie ook: Als dat

woensdag 15 september 2010

Wat ik niet wil weten

Van zorgverzekeraar CZ heb ik wel eens een brief ontvangen, waarin de bestuursvoorzitter als was het een geboorteaankondiging, mij meedeelde dat men tot zijn grote vreugde een nieuw logo hadden. Waarom moest ik dat weten? Waarom ging men er niet van uit dat ik dat vanzelf wel eens zou zien? Waarom daar dure administratieve handelingen voor verricht, papier voor gebruikt en porto betaald?

Het Heerbeeck College, een instelling voor voortgezet onderwijs ter plaatse, heeft haar gebouwen recentelijk drastisch uitgebreid en gemoderniseerd. Dat heeft iedereen op de voet kunnen volgen. Op de Ringweg in Best heeft daarvoor, in verband met de uitrit van het werkverkeer, gedurende meer dan een jaar zelfs een maximum snelheid van 30 km gegolden, waaraan trouwens geen hond zich hield,  terwijl er natuurlijk niet werd gehandhaafd. Die school heeft nu een enorm, in een frame gespannen ‘doek’ op haar zijgevel waarop de mededeling: Het Heerbeeck is klaar voor de toekomst. Wist ik dat dan nog niet? En, hoe dan ook, wat kost zo’n ding wel niet? Volstrekt overbodig. Geef les en vorm de jongeren. Basta!

Tijdens een bezoek aan een specialist in het Máxima Medisch Centrum viel aan de balie mijn oog op een document, waarop vertikaal in de marge in koeien van letters was gedrukt: ‘Gewoon goed.’ Die specialist hebben wij na een eerste bezoek afgezegd, aangezien zijn manier van doen ons niet beviel – hij kon in elk geval niet naar zijn patiënt luisteren en meende te moeten aangeven dat het consult ten einde was, door woordeloos naar de deur te lopen en die open te zetten.

Kortom: Doe gewoon je werk goed en laat de beoordeling van de kwaliteit aan de cliënt over.

Gaatje

Kan iemand mij vertellen, wat dat betekent respectievelijk waar het vandaan komt. Je hoort/leest het overal: ‘Tot het gaatje gaan’. In de STER-reclame, in de krant, op straat…  Ronald Giphart citeert vandaag in de Volkskrant VVD’er Jeanine Hennis-Plasschaert: ‘Als ik ergens aan begin, dan ga ik tot het gaatje.’

Wat voor gaatje? Heeft het iets met een broekriem te maken, soms? Alles best, als het – dirty mind - maar geen onzedelijke handeling is. Want daar zie ik geen gat in.

dinsdag 14 september 2010

Buigen maar niet naar links of rechts

Zie het Van Agt nog declameren met zijn houding van acoliet in de katholieke kerk: ‘Wij buigen niet naar links en buigen niet naar rechts.’ Visch nog vleesch.

Nu zegt Maxime Verhagen, die vandaag 54 wordt: ‘Het CDA is een middenpartij en daar ben ik ook trots op. Een kabinet waarin het CDA zit, kan dus geen rechts kabinet heten.’

We buigen weer vroom naar het midden dus? Deze CDA-voorman is even ongeloofwaardig als zijn voorganger in de jaren zeventig.

Ik heb deze gegevens van het ANP, overgenomen door de website van de Volkskrant. Maar is het ANP tegenwoordig ook al commentariërend in zijn berichtgeving of is het volgende een dichterlijke vrijheid van de krant? ‘Op de vraag aan Rutte wat die voor verjaarscadeautje bij zich had, sprak de VVD-voorman vroom “onze intentie om hier een succes van te maken”.’

Op wiens vraag trouwens?

maandag 13 september 2010

Uitsluiting

Op de Universiteit van Utrecht zijn – laat ik me voorzichtig uitdrukken – stemmen opgegaan, om mensen met dyslexie en/of  psychische stoornissen (depressies) uit te sluiten van de opleiding tot arts.

Het winkelcentrum Heuvelgalerie in Eindhoven laat juristen uitzoeken, of het mogelijk is, lieden al na een eerste winkeldiefstal voor een jaar de toegang te verbieden.

Veiligheid voor alles.

Met een vriend heb ik eens een discussie gehad over het door hem geopperde idee adspirant vrachtautochauffeurs een verplichte psychologische test te laten ondergaan. Dat gesprek was zó voorbij, toen ik zei dat die test dan op z’n minst ook voor gewone automobilisten zou moeten worden ingevoerd.

UItsluiting, op grond van geestelijke of lichamelijke beperkingen is in dit land bij wet verboden en dat is maar goed ook. Het eind zou zoek zijn. Want wie beoordeelt bij voorbeeld geestelijke gesteldheid van de beoordelaars? Dyslexie is in elk geval geen psychische stoornis en kan geheel of gedeeltelijk door training verholpen worden. Bovendien is door mensen die het weten kunnen aangevoerd dat dyslectici ‘extra op hun hoede zijn’ zodat er zelfs kans bestaat dat ze minder fouten maken dan laten we zeggen ‘normale’ functionarissen.

Wel eens een handgeschreven recept van een huisarts gezien? De gemiddelde onleesbaarheid van die briefjes is legendarisch. Om niet te zeggen dat die tot ‘n soort cultuur in de medische wereld is verworden. Gezellig geheimtaaltje onder amices.

zondag 12 september 2010

Daar stond-ie dan…voor lul

Vanmorgen om tien uur zaten zo’n 1900 mensen op de website van de PVV te kijken. Wilden Wilders zeker nog eens (kan ik me niet voorstellen) of voor het eerst horen spreken op Ground Zero.

Daar stond-ie dan, in New York, als – eufemistisch gezegd – Jan met de korte achternaam. Zelf zou-ie dus in normale doen zeggen: Voor Jan Lul.

Trouwens, was het niet zo dat vooral de schreeuwende, aan islamafobie lijdende Amerikanen zich op z’n zachtst gezegd bij de neus genomen voelden? De stotterende commentator van Nieuwsuur (Willem Lust is als tv-presentator echt niet om aan te zien en te horen) kwam zelfs niet op het idee. In Nederland waren er ‘n paar mensen die in hun vuistje lachten. Verhagen en – voor iedereen zichtbaar – CDA-senator Hans Hillen. Wilders had zich gelukkig niet uit zijn (toekomstige) gedoogpositie gekletst.

Is dit nu wat zijn kiezers wilden? Ach die denken er niet eens over na. Je hoefde geen VVD-er te zijn om de speech te laten voor wat-ie was en intussen  ‘met vrienden te gaan eten’ (Rutte) of in Friesland te gaan zeilen (Pechtold). Van de laatste kan ik me het nog voorstellen, maar onze ‘veelbelovende’ minister-presidentskandidaat drukt gewoon z’n snor.

Hoogst merkwaardig eigenlijk, dat Amerikanen in een zekere dienstbaarheid werden gedrongen aan de politieke constellatie in Nederland. Er zijn geen grenzen meer.

Het zompige toespraakje stond natuurlijk in de kortste keren op het web. Wat ik niet kon vinden, is de Uitzending Politieke Partijen van de PVV afgelopen week, waarin De Leider niet alleen de  eeuwig thee drinkende Job Cohen beschimpte maar ook als vanouds planken zaagde van het dikke islamitische hout. Zoals gewoonlijk zonder enige nuance alle moslims als extremistische monsters op een hoop gooiend.

Hoogst merkwaardig dus dat die uitzending, nota bene gericht tot het binnenland, geen factor is als het gaat om de fähigkeit van Wilders als gedoger van een zich democratisch noemend liberaal-christelijk kabinet.

vrijdag 10 september 2010

Verkeerslawaai

Het ervaren (al dan niet hinder hebben) van verkeerslawaai is een subjectieve aangelegenheid. Dat zei een man van Rijkswaterstaat dezer dagen tegen de bewoners van enkele wijken in Best, die waren komen luisteren naar  elektronisch gereproduceerde ‘lawaai-effecten’. Er stond een verslag van in het Eindhovens Dagblad. De bijeenkomst in buurthuis De Voeg kan dus letterlijk een hoorzitting worden genoemd. Ze hield verband met snel te realiseren plannen tot verbreding van de A2 tussen Den Bosch en Eindhoven en de onvermijdelijke geluidswerende maatregelen die daar ook bij nodig zijn.

Subjectieve lawaaibeleving. Praat me er niet van. Over Best wordt wel eens op wervende toon gezegd, dat het ‘gunstig, in een oksel van autowegen’ is gelegen… Tot voor ‘n jaar of tien woonde ik in de wijk Speelheide, gesitueerd ongeveer ter hoogte van het punt waar de zogenaamde tunnelbak van de A2 in de richting Eindhoven weer boven het maaiveld gaat. Eigenlijk te vroeg, maar dat kon niet anders omdat de autoweg even verderop over het Wilhelminakanaal moest. Bij oostenwind had je in je slaapkamer met twee verschijnselen te maken: je rook de varkens in het aan de andere kant van de autoweg gelegen agrarische gebied De Vleut en je hoorde het verkeer.

Bij een mooie zomer en een koude winter kon het dus wel eens knap vervelend worden, nog afgezien van het feit dat de in de richting knooppunt Batadorp afbuigende weg bij zuid-westelijke wind ook te horen was. In die tijd heb ik de gemeente Best wel eens benaderd, of zij Rijkswaterstaat wellicht zo ver zou kunnen krijgen, de aanwezige geluidswerende schermen uit te breiden. Ik kreeg ten antwoord, dat ik dan eerst maar eens moest onderzoeken, of er genoeg mensen in de wijk waren die last van het lawaai hadden.

Niet dus! Ik maakte een rondschrijven met antwoordcoupon. Resultaat: 1 (een) reactie, van de buurman, die mijn klacht deelde. Bewoners van Speelheide die ik erover aansprak, hadden ‘nergens last van’. Nu is dat een bekend verschijnsel: Het is niet prettig, toe te geven dat je wellicht je huis op een minder goede locatie hebt gekocht. Maar een adviserende makelaar stak, tijdens  de bezichtiging van ons te koop staande huis in Speelheide, in de tuin, tegenover de adspirant-kopers veelbetekenend z’n wijsvinger in de lucht…

Vandaag zit ik op het balkon van ons appartement in de wijk Heivelden. Dat gebouw staat, dwars op de zuidelijk daarvan lopende A58, dus we horen die weg zelden. Nu, bij een flinke bries uit het zuiden wel maar elk nadeel heb z’n voordeel: die zuidenwind brengt warmer weer mee. Over subjectiviteit gesproken.

donderdag 9 september 2010

Hé HEMA

De HEMA staat weer te koop. Het investeringsfonds, dat de oer-Hollandse tent enkele jaren geleden overmeesterde en tot dusver alleen maar voor ‘n hoop onrust heeft gezorgd, vooral onder het personeel, wil – mede gezien de florissante gang van zaken bij het bedrijf – nu wel eens z’n winst nemen, dus dat gaat een slordige duit kosten.

images[1] Als we nu eens met z’n allen hutje bij mutje zouden leggen? Want wie, vooral in Nederland (over de vestigingen elders in Europa, wil ik het even niet hebben) heeft er nou helemaal niets met de HEMA?

Ja, er was ooit een tijd dat je drie keer om je heen keek, voordat je die winkel binnen ging. Kwestie van niet gezien willen worden. Ik weet nog dat ik pas voor mezelf moest zorgen en nieuw ondergoed nodig had. Hoe zeg je nou zoiets, tegen zo’n winkelmeisje? ‘Hebbie ook ‘n onderbroekie voor me?’

Het was nog in de tijd dat die meiden, zomin als de winkel, erg hoog aangeschreven stonden. Een heel verschil met vandaag, nu we worden geholpen door deeltijdwerkende moeders, die, het viel me onlangs weer op, je uiterst vriendelijk en correct tegemoet treden.  Terwijl de HEMA allang van dat worstimago af is en er een origineel en vooruitstrevend inkoopbeleid op na houdt. Dat was trouwens al ver voor die buitenlandse investeerder toesloeg.

In de tijd waarover ik het heb, hadden we bij de voortrekkers een leider – oûbaas werd-ie genoemd, zoals veel termen bij de oudste verkenners toen nog verwezen naar de Suid-Afrikaanse Grote Trek – die de functie op verzoek van de kapelaan van het jeugdwerk op zich had genomen op één voorwaarde: ‘Ik ga niet in zo’n korte laaibroek lopen en zet ook niet zo’n gedeukte hoed op m’n kop. Laat staan dat ik kniekousen aantrek met van die rare kwastjes eraan.’

Als er ideale schoonzoons bestaan, dan was hij de ideale vader. Bij oûbaas Henk kon je met je puberale problemen terecht. Hij had z’n ogen niet in z’n zak. Ik kon de mijne haast niet afhouden van zijn bloedmooie, maar tamelijk ongenaakbare dochter, die voor ons het echte ideaal vertegenwoordigde: een madonna. De kuise, wel te verstaan. Als je het geluk had, met zo’n meisje verkering te krijgen, dan hield dat wel in: Zoenen mag, maar de rest is voor na de huwelijksplechtigheid. Vandaar dat ik destijds een ‘gevleugeld woord’ uitdroeg, dat luidde: ‘Het leven bestaat uit wachten.’

Maar Henk was een vent die gewoon met beide benen op de grond stond. Hij zei: ‘Als je het niet meer kunt uithouden, doe het dan niet met een verkoopstertje van de HEMA, maar ga naar een gecontroleerde prostituée. (Daar wist de kapelaan natuurlijk niks van.)

Klopt helemaal, reageerde dezer dagen een leeftijdgenoot, die vergelijkbare ervaringen zei te hebben, al waren we het er ook over eens dat wij als nette roomse jongens misschien iets aan de te brave kant zijn geweest.

Spijt? Echt niet, ik vind nog steeds dat wachten een kunst is en dat het doel, als het dan eindelijk bereikt is, daardoor zoeter smaakt.

(Column uitgesproken voor Omroep Best, 15.09.10)

woensdag 8 september 2010

Het mankeert de Oranjes aan feeling

De lakeien  van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) weten het weer goed over te brengen: Op de exploitatie van het landgoed De Horsten in Wassenaar, eigendom van de Oranjes en bewoond door kroonprins Willem Alexander c.s., wordt jaarlijks verlies geleden. Niet dat het de bedoeling is, er winst op te maken, maar het kan financieel gezonder.

De de Volkskrant (om compleet te zijn, tenslotte heeft die krant het ook over de familie Van Oranje) heeft uit de Wassenaarse politiek opgedoken, dat het Koninklijk Huis, plannen heeft, enkele op het landgoed staande, 'naoorlogse wederopbouwboerderijen' te vervangen door riante villa's.

Bij monumentenbeschermers als de Bond Heemschut is het huis natuurlijk te klein. Daarbij gaat het nog niet eens om de boerderijen-zelf, over de monumentale waarde waarvan je zou kunnen kibbelen, als wel over het 'slechte voorbeeld' dat van een dergelijke ingreep uit zou gaan richting andere landgoedeigenaren in den lande, die zich in allerlei bochten moeten wringen om hun cultuurhistorisch bezit in stand te houden. Hierbij valt aan te tekenen, dat die eigenaren daarbij soms een grote vindingrijkheid aan de dag leggen. Ik denk dan aan onder anderen Jan Hein van de Mortel en zijn fraai historisch domein Baest in Oostelbeers.

Ach het is in de mode, het doen en laten van het koningshuis en in het bijzonder dat van het kroonprinselijk gezin, uiterst kritisch te volgen. Ik zou zeggen, ga daar vooral mee door. Tenslotte heeft de Koninklijke Familie zelf voor dat glazen huis gekozen. En tot dusver is uit van alles gebleken (vakanties Mozambique, Argentinië), dat de toekomstige koning allesbehalve is uitgerust met een portie feeling voor wat je in een turbulente, om niet te zeggen rampzalige tijd als deze doet en nalaat.

maandag 6 september 2010

Saint Riquier bij voorbeeld

Over belforts (zie ‘De monding van de Somme) gesproken, Saint Riquier, 9 km ten oosten van Abbeville, heeft ‘n heel fraaie en nog veel meer, zoals een middeleeuwse, gotische abdijkerk, met reliekschrijn van de heilige. Beeldje en doodskoppie.reliekschrijn_saint_r

In die kerk ook een groot orgel. Verder onder meer een café (plat du jour), een boulangerie en zowaar ook een boucherie wat op het Franse platteland steeds meer een zeldzaamheid wordt, aangezien de dagelijkse levensbenodigdheden worden gehaald bij de steeds groter wordende supermarché’s.  boulangerie Op het parkeerterrein bij de Carrefour had ik bijna een botsing, als gevolg van de chaos die daar in het weekeinde heerst. En stapvoets rijden, daar hebben Fransen nog nooit van gehoord.

Een oude man op het terrasje, hand aan het oor vanwege de langsroffelende zondagsrijders,  bevestigt: Over 10 jaar zijn ze weg. die kleine, gezellige winkeltjes. Maken wij niet meer mee, gelukkig.

De monding van de Somme

pier

Als je zo dichtbij de Franse kanaalkust zit en het is mooi weer, ben je wel gek als je daar niet af en toe gaat kijken. Le Tréport, met z'n krijtrotsen (als) losgescheurd van die van Engeland. Aardige badplaats met jachthaven, niet verknoeid door reusachtige appartementscomplexen, zoals de Belgische kust - Visrestaurants bij de vleet. Eén ervan, waar wij toevallig op het terras zaten, bekwam een 96-jarige bezoekster minder goed. Ze werd onwel en door de sapeurs-pompiers van het departement Seine-Maritime afgevoerd. Ze werden door de serveerster enigszins besmuikt ( ‘ ‘t Is me toch wat.’) bij de eters op het terras aangekondigd. Vlaamse invloeden zijn hier trouwens evident. Stadjes met belforts, zoals het rustieke St. Valerie sur Somme, dat een goed bewaard middeleeuws centrum achter de wallen heeft.  valery_medieval Hier en daar in de streek ook een beiaard, toch een specialiteit van de Lage Landen. St. Valery ligt aan de monding van de Somme, een schitterende delta met slikken en schorren, ongetwijfeld bevolkt door ontelbare vogels, al zagen er er alleen maar meeuwen. Vlaams: een royale pan mosselen met frieten gegeten. De Fransen om ons heen, die zich de fraaie nazomerdag ook niet lieten ontgaan, toonden een opmerkelijke voorkeur voor Leffe. St.Valery heeft nog karakteristieke villa's uit de belle époque; in tegenstelling tot soortgelijke bouwsels langs de Normandische en Bretonse kust goed geconserveerd. Hoewel het is alweer 'n jaar of tien geleden dat we dáár het verval aanschouwden.

woensdag 1 september 2010

Picardië

Picardië, gelegen ten zuidoosten van Calais, met als hoofdstad Amiens, is een streek waar de meeste toeristen snel doorheen karren, op weg  naar het zonnige zuiden. Je moet francofiel zijn en/of geboeid door de Franse geschiedenis (die overigens wel onze westerse cultuur heeft bepaald!) om daar voor ‘nader onderzoek’ domicilie te kiezen.
Zij die de  kasteelcamping van Bertangles, ca. 10 km ten noorden van Amiens, niet als doorgangsgelegenheid gebruiken, komen voor minstens een van de zes kathedralen, waarvan die van A. tot de hoogste (middenschip 43 meter) en mooiste van het land behoort. Boordevol middeleeuwse kunst en met sculpturen van heiligen en deugnieten volgestouwde portalen. gotisch_reliëf

Maar Picardië is vooral schuldige grond - denk alleen maar eens aan de slag bij de Somme tijdens de Grote Oorlog. Eerder was het samen met (inmiddels Frans) Vlaanderen en Calais veelvuldig gebied dat Fransen en Engelsen (100-jarige oorlog!) elkaar betwistten. Jeanne d'Arc werd in 1430 bij Compiegne gevangen genomen. De streek grenst aan het Ile de France, de kern van het koninkrijk, zodat er nog volop sporen zijn te vinden van de feodale heerschappij en van (ongescheiden daarvan) Kerkelijke bemoeizucht. Kastelen en abdijen dus.

Een bijzonder souvenir aan de riddermacht is de ruïne van het château fort (versterkt kasteel) van Coucy, ongeveer 90 km ten oosten van Amiëns, tussen Noyons en Soissons (kathedralen!). De Amerikaanse historica en begenadigde schrijfster Barbara Tuchman geeft in haar boek A distant mirror, over de veertiende eeuw, een gedetailleerde beschrijving van deze vesting, waaruit valt af te leiden dat Coucy hooguit zijn weerga had in hét symbool van feodale macht en onderdrukking, met de bestorming waarvan de Franse Revolutie begon: de Parijse Bastille. eglise_XII-XV Tuchman maakt de vergelijking met een 'wereldwonder' als de pyramiden van Egypte. Opvallend detail: Coucy had latrines, in het vier eeuwen later gebouwde paleis van Versailles poepten ze in de vensternissen. Soms is arrogantie terecht, zoals de arrogantie die spreekt uit deze lijfspreuk: 'Ik ben koning noch prins, hertog noch graaf, ik ben de heer van Coucy.'

Op een herfstige zondag zijn we er naar toe gereden. Van de burcht is nog heel wat bewaard gebleven, zoals de bijna tegen de vestingmuur aangeplakte kerk (XII-XVe eeuw) en twee stadspoorten, de Porte de Soissons en de Porte de Laon.

Straalde ooit de grandeur van de Heer af op de directe omgeving, vandaag de dag is Coucy een armzalig stadje. En de bar-tabac tegenover de Porte de Laon met aanpalend museum, mag z'n wc wel eens grondig poetsen.

dinsdag 17 augustus 2010

Statuur

Volgens Gerrit Braks, die ik altijd heb gemogen
omdat-ie als Minister van Landbouw duidelijk toegaf ‘boer met de boeren’ te zijn, moet je binnen het CDA over enige statuur kunnen  beschikken, om kritisch te staan tegenover de onderhandelingen met de privépartij van Geert Wilders. Tegen de Wegener kranten zei hij: ‘Van Agt heeft een bijzonder statuur. We kennen hem als iemand die graag zijn stem laat horen. Ik begrijp zijn zorgen. Meer moeite heb ik met critici die zich nu heel voornaam voordoen, maar in werkelijkheid weinig hebben betekend voor de partij.’

Een koei van een denkfout. Braks verliest uit het oog dat in een situatie als deze, als het over ‘statuur’ gaat, het al dan niet prominente lidmaatschap van het CDA het moet afleggen tegen n’importe welke CDA-kiezer. Het CDA doet er trouwens na de dramatische verkiezingsnederlaag in juni goed aan, ook ernstig rekening te houden met de potentiële kiezer.

zondag 15 augustus 2010

‘Niks aangenaam’

Er is dit weekeinde ‘n hoop herrie over vermeende misdragingen van cadetten op wat tegenwoordig heet de Nederlandse Defensie Academie, uiteraard in de wandeling NLDA. Welke gek is trouwens op het idee gekomen, de naam van deze al meer dan 125 jaar in het kasteel van Breda gevestigde  instelling van hoger onderwijs te veranderen? Was Koninklijke Militaire Academie bezijden de waarheid of zoiets? Nou, ik – en daarin ben ik niet de enige, zo begrijp ik uit BN-De Stem – blijf gewoon KMA zeggen, in Breda houden ze het, neem ik aan, in de straat op  ‘t Akkedemie. 
Ik herinner me een verhaal van mijn vader over ‘n volkstype, wiens zoontje van z’n moeder horrelvoeten had geërfd. De man, Janus Jongbloed geheten, verklaarde met dodelijke ernst: ´ ‘t Is dat-ie zulke ongelukkige voetjes eet, maar anders was-ie allang kerdet op ‘t akkedemie geweest!´ Dat jong zat trouwens nog op de toenmalige lagere school.

Terzake: De Telegraaf meldt onder de pet gehouden seksuele misdragingen op de KMA en BN-De Stem gaat daar op haar website, bij voorlopig ontbreken van de papieren krant, op in.  Voorzitter Jan Kleian van de militaire vakbond ACOM laat in eigentijdse taal weten dat hij het wangedrag aan de grote klok hangt, omdat hij ‘het beu is om mensen naar de klote te zien gaan.’

Nou ja. Onderzoek! Ook al omdat een, weer eens niet bij naam genoemde, woordvoerster van de KMA op het verhaal heel wat heeft af te dingen. Ze bevestigt tegenover BN-DS een geval van aanranding van een cadet door medecadetten maar dat zou ruim negen jaar geleden zijn gebeurd. Een ander incident dateert van bijna vijf jaar geleden. Daarnaast zou er inderdaad recent sprake zijn van racistische bejegeningen van een Turkse cadet. Maar ‘wangedrag wordt niet getolereerd. Daar zijn binnen de academie strenge afspraken over.’

Terug naar het verleden. In de jaren vijftig had ik een neef op de KMA, die thuis kwam met voor die tijd ‘schokkende’ verhalen over daar toegepaste ontgroeningspraktijken. Zo was er een nieuwkomer, die ertoe werd gedwongen, in z’n nakie op een tafel ‘n dansje te maken. Neef: ‘Stond-ie daar met z’n handen voor z’n piemel te dribbelen, al roepende Niks aangenaam, niks aangenaam’.

Nooit meer iets over gehoord. Van een militaire vakbond was toen nog geen sprake, geloof ik. En wellicht zijn toen die ‘strenge afspraken’ wel gemaakt.

woensdag 11 augustus 2010

Computerfabrikant doet of klant imbeciel is

Sommige computerfabrikanten denken, dat de klant-koper imbeciel is. Deze stelling durf ik wel aan en wel hierom:

Hoe lang is het geleden dat ik m'n eerste pc kocht? Vijf en twintig jaar? Zou best kunnen. Met een Windows-cd erbij, want dat besturingssysteempje moest je zelf installeren. Heeft mijn zoon toen gedaan. 'Ik hoef alleen maar te kunnen tekstverwerken', had ik gezegd en daar herinnert-ie me nog wel eens aan. (Intussen ben ik 'm in computerologie wel zo ongeveer de baas, hij heeft andere prioriteiten.) Internet was nog niet aan de orde.

In de loop der jaren zijn, zogezegd, heel wat pc's en laptops door m'n handen gegaan en heb ik ook menigeen het web op geholpen. Met informatie uit computerbladen en de laatste jaren steeds vaker van gespecialiseerde websites en forums.

Om de vier of vijf jaar moest er wel weer vervangen worden; de laatste jaren gaat dat – afgezien van de opeenvolging van besturingssystemen – ietsje trager. Het meest spectaculair vind ik de toename van de opslagmogelijkheden, plaatselijk en op het web. Van megabytes naar gigabytes naar terabytes. En vergeet de processoren en werkgeheugens niet: snel, sneller snelst.

De computer zoals je die je tegenwoordig uit de winkel meekrijgt, is in die zin ook een ander ding dan die van pakweg twintig jaar geleden, dat het besturingssysteem is voorgeïnstalleerd. Je krijgt geen 'Windows-cd/dvd' meer mee. Daar heeft Microsoft een einde aan gemaakt, want dat leidde natuurlijk te gemakkelijk tot illegale copieën. Er wordt van je verwacht, dat je bij ingebruikneming van je nieuwe machine zelf 'n stuk of drie opstartbare, zogenaamde recovery-dvd's maakt, waarmee je de pc in de oorspronkelijke staat kunt terugbrengen. Het wordt je als het ware aangeboden na voor het eerst starten en het enige wat je hoeft te doen is de onbeschreven dvd's klaar leggen en na uitvoering met een speciale schrijfstift van aanduidingen voorzien. Goed opbergen bij de papieren en klaar is kees.

Wat de onnozele koper niet direct ziet, is dat de fabrikant de harde schijf in twee delen geeft gepartitioneerd. Op de eerste partitie (C:) staan Windows en de programma's. Op de tweede (bv F:), die voor de gebruiker is verborgen (!) staat alvast een complete backup, als het goed is dezelfde als die op de recovery-dvd's wordt gezet.

acer_aspire Arme gebruiker, als-ie onervaren is. Dat zeg ik, na 'n weekje aanklooien met een <- Acer Aspire-laptop, voorzien van een 64 bits versie (op zich heel goed) van Windows 7.

Om te beginnen, vind ik het – en ik sta hierin niet alleen, gezien de programmaatjes die op het internet te krijgen zijn om daar iets tegen te doen – onaanvaardbaar dat de fabrikant, in dit geval Acer dus, allerlei applicaties toevoegt waarop de koper helemaal niet zit te wachten. Probeerversies van virusscanners, waarvoor na een maand uiteraard betaald moet worden en allerlei opdringerige programmaatjes, waarvan het nut onduidelijk is. Het zijn vaak evenzeer fuiken, die elders een kassa moeten doen rinkelen en kunnen dus zonder pardon als malware worden bestempeld. Als de leverancier van de computer dat al niet vindt, dan mag de klant dat toch zeker wel denken? Gelukkig zijn er gereedschappen als het gratis, onovertroffen Ccleaner van Piriform, dat tegenwoordig ook de mogelijkheid biedt programma's grondig te verwijderen, inclusief aanpassing van het Windows-register (een centraal onderdeel van het besturingssysteem).

In mijn situatie was er echter één applicatie, MyWinlocker, dat zich niet met Ccleaner en ook niet met een ander daarin gespecialiseerd programma liet verwijderen. Er bleef een restje staan, met als gevolg dat de computer bij het opstarten bleef melden: 'Ik kan dit onderdeel niet uitvoeren vanwege het ontbreken van een bestand'. Het bleek met geen mogelijkheid uit te schakelen. Dat kun je natuurlijk niet hebben, zodat ik maar besloot de fabrieksbackup terug te zetten, hoewel ik dan ook weer helemaal terug bij Af zou zijn. Dat betekende dus starten vanaf de nieuw gemaakte dvd ('s). Het venster dat ik toen kreeg (de zogenaamde interface van de firma Acer) bevatte evenwel niet de optie om de backup op de dvd aan te spreken. Het gevolg was, dat de backup op de harde schijf (die op de 'verborgen' partitie) werd teruggezet. Resultaat: de Engelse versie van Windows 7, terwijl ik natuurlijk een computer met de Nederlandse versie had gekocht. Op de website van Acer gezocht naar de manier om de gemaakte dvd's toch te benaderen. Die was er. Ik moest bij het starten twee knoppen tegelijkertijd indrukken en dan zou ik een venster krijgen, waarin ik voor de dvd's kon kiezen. Niet dus.

Acer benaderd via de Benelux-website. Een onmogelijk karwei, omdat bepaalde functies van die site, zoals het aangeven van de aankoopdatum, niet functioneerden en er allerlei boodschappen kwamen die, kort gezegd, nergens op sloegen. Toch lukte het me uiteindelijk, een webmail naar Acer te versturen. Daarop kwam een antwoord, waaruit bleek dat de helpdesk die mail niet goed had gelezen en waaraan ik dus helemaal niks had. Op de website zag ik vervolgens dat men de case als 'gesloten' beschouwde. Zo, daar zijn we weer van af. In een later stadium heb ik Acer nog telefonisch, à 40 cent per minuut, benaderd met als resultaat dat mij hopelijk binnen veertien (!) dagen goede aanspreekbare (?) dvd's worden toegestuurd.

Een splinternieuwe laptop en die dan twee weken niet kunnen gebruiken. Dat vond Levensmaatje voor wie het apparaat bestemd was, niet om te pruimen. Er is ook nog zo iemand als de leverancier van deze Acer en dat is de computerwinkel Paradigit in Eindhoven. Daar hebben ze, evenals trouwens bij andere computerketens, de policy, dat je voor garantie en reparaties bij de fabrikant moet zijn. Echter, ze zijn niet te beroerd om eens even 'naar een probleem te kijken', zeker als ik ze uitdaag met de opmerking dat ze toch geen 'dozenschuiver' zijn. Trouwens de leverancier kan zich volgens het Burgerlijk Wetboek ook niet helemáál aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken. We kwamen tot de volgende afspraak: Ze zullen de fabrieksinstellingen, waarvan zij-zelf ook een schijf hebben, terugzetten en de zaak testen. Als ik gelijk heb met die ongewenste Engelse versie, dan hoef ik niks te betalen. Anders kost het mij 36 euro.

Binnen enkele uren kreeg ik een telefoontje: 'U hebt gelijk. Kom 'm maar halen. Maar wat de backup betreft bent u aangewezen op de door Acer beloofde nieuwe dvd's.'

Als ik terug ben in de winkel zeg ik: 'Jullie snappen natuurlijk wel, dat ik mooi een image van de beginsituatie op dvd laat maken door Acronis' True Image. Dan weet ik wat ik heb.

Het antwoord was: 'Zeker, zo doen wij het ook!'

Het grappige is, dat ik gisteren de oude Windows XP-laptop van Levensmaatje gereed heb gemaakt voor een nieuwe gebruiker, met zo'n image van maart 2005. Het aan-uit-knopje is wat wankel (reparatie zou te duur zijn), maar wellicht houdt-ie het nog wel even uit. Loopt althans weer als een tierelier.

En die Acer Apire? Daar is op zich verder niks mis mee.

maandag 2 augustus 2010

Bijbelvast maar ongelovig

Of de riante erfenis naar neef Klaas ‘t Hart zou gaan, wilde JelleBC weten. Nee, nee, eerder naar de zonen van m’n zuster, reageerde de kinderloze Maarten, die het onderwerp zelf maar matig interessant leek te vinden. Liever houdt hij een lofzang op de bijbel (‘Het mooiste boek’) en legt hij uit, hoe het komt dat hij desondanks van z’n gereformeerde geloof af is en Klaas - nagenoeg zelfde bouwjaar, ook en nog steeds Maassluis - niet. ‘Ik heb van jongsaf veel gelezen.’

We kregen zondagavond tijdens de tweede aflevering de bevestiging dat Jelle Brandt Corstius in zekere zin de ideale zomergastheer is. Er zijn er die vinden, dat daar scherpte, alertheid en dossierkennis voor nodig is. Waarom? Ik denk juist dat zijn kracht schuilt in de onbevangenheid, waarmee JBC zichzelf min of meer op de achtergrond plaatst en zijn gast in de schijnwerpers,

Niet het idee, iets van de mens Maarten ‘t Hart gemist te hebben. Hij heeft absoluut niet de neiging welk onderwerp dan ook uit de weg te gaan. Menigmaal is hij zelfs onstuitbaar. En opmerkelijk, hoe de door hem aangedragen, vaak zeer oude film- en tvbeelden, aansluiten bij zijn leven.  Niet in het minst dat van de gedragsbioloog. Onder meer twintig jaar lang de voortplantingsactiviteiten van het stekelbaarsje bestudeerd. Saai? Allerminst, zoals blijkt uit een in het Leidense lab van ‘t Hart opgenomen filmfragment van Bert Haanstra. En wellicht nog meer door het hilarische BBC-filmpje over drie honden als kroegtijgers.

Voor Maarten is muziek een onoplosbaar mysterie, maar hij wist, met onder meer een meesterlijke analyse door Bernstein van de Symphonie Fantastique van Berlioz aan te tonen, hoe muziek, naast lezen en schrijven, zijn tweede hartstocht kon worden.

Niets gemist. Dus ook niet de oprechte woede en vooral de ongerustheid die de schrijver verwoordde over de gerechtelijke dwalingen in de zaak Lucia de B. Hij mag best trots zijn op het gegeven dat een artikel van zijn hand in NRC mede aanleiding is geweest tot herziening van het proces. Mevrouw de Berk heeft hem althans te kennen gegeven dat zij in de gevangenis van Nieuwersluis na verschijnen van dat artikel anders  werd behandeld.

Ik heb het gevoel tot Zomergasten bekeerd te zijn.

Zie ook: Het klikte tussen vader en zoon

zaterdag 31 juli 2010

Uit de hand eten

Als ik de Volkskrant van heden mag geloven, heeft de Haagse Journalistiek zich afgelopen week behoorlijk laten schofferen.

Door de woordvoerders, die zich tegenwoordig kunnen koesteren in anonimiteit, omdat ze door de journalisten niet met naam en toenaam worden genoemd.

Journalisten, die wachten - en wat hébben ze moeten wachten, deze week - in de zitjes voor de werkkamers van de fractieleiders krijgen van 'Ruttes woordvoerder' te horen: 'Jongens, het is hier geen hangplek.' Let vooral op dat 'jongens'. En dan de woordvoerder van Maxime Verhagen, die herhaaldelijk zou heben opgeroepen 'iets nuttigers te gaan doen'.

Haagse mores, geleerd van de politici-zelf, zoals Balkenende die zich maar al te vaak al waggelend over het Binnenhof liet interviewen. Zo van, wees blij dat ik wat wil terugzeggen.

Dit is nou iets, wat ik altijd heb geweigerd: uit de hand eten, van wie dan ook. En helemaal niet het gevoel, daardoor iets gemist te hebben. Integendeel.

vrijdag 30 juli 2010

Valse tanden

Nauwelijks een voorwerp te vinden, dat sterker onderhevig is aan een eufemistische sequentie dan het kunstgebit. Het voorlopige stadium is gebitsprothese. Daarvoor hadden we valse tanden, kunstgebit en – besmuikt uitgesproken - klappergebitje

‘Tante Koosje, haal uw tanden nog eens uit uw mond.’ Groter sensatie was onder ons kinderen niet denkbaar. Valse tanden! Opeens duikt die aanduiding weer op in de media nu het gaat over de prothese van Winston Churchill. Heeft trouwens bij een veiling wel eventjes 21.500 euro opgebracht.

Zijn ze wel echt? Immers te koop gezet door de zoon van de tandtechnicus die ze maakte. Heeft Churchill het ding voor z’n dood uit gedaan en aan die technieker teruggegeven? Of had die nog de mal en maakte hij een replica? Helemaal vertrouwen doe ik het niet. Het ziet er ook te schoon en te nieuw uit. Waarom wel een sigarenpeuk van Churchill bewaren en de door die sigaar veroorzaakte aanslag niet? Vies, ja, maar ook authentieker.

De Britse staatsman en oorlogsheld zou indertijd met het gebitje zijn uitgerust om een einde te maken aan het geslis tijdens zijn toespraken voor de radio. Heeft-ie dan ‘n tijd zonder tanden rondgelopen? Nooit iets van gemerkt, eerlijk gezegd. Integendeel, Winston liet in die tijd Hitler regelmatig zijn tanden zien. De tanden van een bulldog. Maar als meest kenmerkend zitten toch nog in het geheugen de reusachtige havana (fallussymbool) en het V-teken.

Die tanden zouden wel eens valser dan vals kunnen zijn.

woensdag 28 juli 2010

JubJam

Volgens de NRC dankt Scouting Nederland zijn 100-jarig voortbestaan aan ‘het met de tijd meegaan’. Klopt, op JubJam100 in Roermond slingerden vanmorgen bij het ontwaken zonder appèl, laat staan vlaggenparade, nog wat bierflesjes rond (‘alleen voor boven de zestien’). Niettemin was er – terug naar NRC – nog ‘een enkele gleufhoed te zien’. Gleufhoed? Werd volgens mij nog gedragen door Monsieur Hulot en daarna niet meer. En niet door de stichter van de Boyscouts, <- lord Baden Powell en zijn volgers, onder wie trouwens ondergetekende.

Met de tijd mee. Ja, het militaristische imago is er ‘n jaar of vijftig geleden haastig uitgegumd. Vlak na de bevrijding, toen we oorlogje speelden met gevonden Duitse helmen (soms met een kogelgat erin!), waren dat kaki uniform en die uit het bos gesneden verkennersstok nog een verwijzing naar het heldendom van de geallieerden. Op Sint-Jorisdag keken wij met mateloos ontzag naar die stoere voortrekker, die het metershoge kampvuur onstak, een jongen van wie eerbiedig werd gefluisterd dat-ie intussen ook bij de Commandotroepen in Roosendaal zat.

Niet iedereen zag het zo. Mijn onderwijzer van de zesde klas: ‘Jij, stomme sufferd in je nazihemd. Weet je wat jullie kunnen? Gekke liedjes zingen en dansen rond het kampvuur, net als de negers.’ Andere tijden. Op de website Geschiedenis laten ze een filmpje zien van een bezoek van chief scout Baden Powell aan Nederland, in 1933. Griezelig, met marsmuziek en dito getrommel, op het fascisitische af. Wordt daar heil geroepen?

De padvinderij (in r.-k. kringen verkennerij) was behoorlijk elitair, in die zin dat voornamelijk goed-burgerlijke jongens en meisjes (gidsen) er zich toe voelden aangetrokken. De afkeer van jonge boeren en arbeiders is te herleiden tot ‘n soort klassenstrijd: ‘Hé, padschijter!’. Mijn vader had ook zo z’n bedenkingen. Het parool Weest paraat, werd mij te pas en te onpas onder de neus gewreven.

Valt er wel iets goeds te zeggen over scouting? Nou, en of: je leerde er sociale vaardigheden, waaraan het nu jonge mensen vaak ontbreekt. In hoeverre dat geschiedenis is of nog hedendaagse realiteit kan ik op grond van de verhalen en beweringen rond YabYum, sorry JubJam, niet beoordelen.

Zie ook: Kampeertrektocht anno 1955

Laura en zo

Laura heeft er heel erg veel zin in. Een nogal voorspelbare kop boven een al even voor de hand liggende, flink opgeblazen foto van het zeilmeisje op haar jacht in Brouwershaven. Volgens Radio 1 is de champagne daar alvast ontkurkt. Geef dat kind toch ook ‘n slokje.

Het gemis van Jan Blokker is evident. Al was het alleen maar om de manier waarop hij kon sneren over de nieuwsfokkende media, die daarvoor niet eens ‘n komkommertijd nodig hebben.

Hebben we geen professioneel opgediept en gecheckt nieuws, dan schakelen we toch de burgerjournalistiek in? Je kunt er zelfs de krant mee openen. ‘Timco hield zich niet aan de regels’, aldus het ED, voortbordurend op de kolossale bedrijfsbrand in Valkenswaard. De pallets met plastic rommel zouden te dicht bij de erfscheiding en/of een brandscherm hebben gestaan. Volgens getuigen. En volgens de bij de brand veelal met telefoontjes gemaakte foto’s.

Bedrijfseigenaar: ‘Geen commentaar.’ Vergunningverlener (gemeente Valkenswaard): ‘Geen commentaar.’

Als gevolg van die verkeerd opgeslagen pallets, kon de brandweer er mogelijk niet goed bij, zeggen de uiteraard anonieme getuigen en ‘bewijzen’ de foto’s. Brandweer: ‘De gemeente is woordvoerder.’

Laat ik maar gewoon meedoen: Naar verluidt worden de kades van de Amsterdamse grachten alvast verstevigd voor de te verwachten zegetocht van Laura. Als er maar met nationale saamhorigheid gefeest kan worden. Met publieksmassa’s kunnen wij veel beter omgaan dan die Duitsers. En de overbelaste politie? Die moet niet zeuren.

maandag 26 juli 2010

Het klikte tussen vader en zoon

Hoe vaak zou ik niet bij Zomergasten, met de beste bedoelingen gemaakt en met de beste bedoelingen aangezet, hebben afgehaakt?

Gaap gaap. Wat een geouwehoer, wat een ijdeltuiterij, wat een snobistisch geleuter en wat een zelfpromotie van presentatoren (Ischa M., Margriet van der L., de anderen ben ik vergeten) . En dat drie uren lang als afsluiting van de zondag.

Maar deze avond heb ik ‘m dus uitgekeken. Wat? Drie uren op ‘t puntje van m’n stoel  gezeten. Dat kwam niet alleen door de gast, de 57 jaar geleden r.-k. gedoopte Brabander (zoals bekend, is er geen middel tot ontdoping) Jan Marijnissen, maar zeker ook door beroepsnaïeveling Jelle Brandt Corstius.

Ze hadden méér gemeen, dan dat ze beiden op hun eigen wijze door de rug waren gegaan. Nou nee, ze hadden helemaal niks gemeen, maar laten we zeggen dat er sprake was van chemie tussen de oude en de jonge man. Tussen vader en zoon. Ouwe Jan gaf jonge Jelle, wat hijzelf, sinds zijn tiende vaderloos, zo node had gemist.

Het ligt in de natuur van Jan, het initiatief over te nemen, en jellebc (twitternaam, waarmee hij z’n boekjes en cd’s promoot) slaagde erin daar begrip voor te tonen.

- ‘Hoe oud ben je?’
- ‘Zes en vijftig.’
- ‘Dan schelen we maar een jaar’, reageerde Marijnissen  zonder met z’n ogen te knipperen. Brandt Corstius is 32 en heeft de achtergrond van een niet-gelovige dertiger.

Dus dan kijk je wel even op, als je de begrafenisstoet van bisschop Bekkers, sonoor becommentarieerd door KRO’s Brandpuntpaus Ad Langebent,  in 1966 door de Rooise dreven ziet trekken (‘Rooi, is dat een carnavalsnaam? – Nee,  zo noemen wij in de Meierij Sint-Oedenrode.) En van moeder Bekkers in een volgauto, als een van de laatsten met de Brabantse poffer op.

Dan staar je verbijsterd naar Don Camillo met een ‘sprekende kruislievenheer’ en naar de Moeder van Smarten, gespeeld door de moeder van Passolini, aan de voet van het kruis.

Aan de hand van ontluisterende beelden van de ‘onafhankelijkheidsceremonie’ in Congo (1960), waarbij Patrice Lumumba een schaamteloze en domme toespraak van koning Boudewijn afstrafte, een bekentenisscène van Alan Greenspan die toegeeft dat hij de vrije markt ten onrechte heeft gesteund en gepropageerd en het uitzichtloze leven van een Afrikaans jongetje, geïnterviewd door Adriaan van Dis, slaagde Marijnissen erin zijn politieke gelijk aan te tonen. En of je nou voor of tegen hem bent, dat was uitermate boeiend.

Zomergasten is geen serie interviews, maar een programma over de televisie-voorkeuren van bekende mensen. In dit geval kwam dat nu eens uitstekend uit de verf.

Ik kijk de volgende keer zeker, al is het maar even om ‘n hoekje.

Zie ook: Jan Marijnissen hield stand

TV-recensenten (audio)

De Britse kunstenaar Howard Hodgkin, ter sprake gebracht door Jan Marijnissen, exposeert vanaf 2 oktober in Museum De Pont, Tilburg.

zaterdag 24 juli 2010

Zorgontzorging

Je schrikt je als consument op leeftijd toch het laplazerus, als je van je zorgverzekering, in dit geval CZ, een brief krijgt, dat er een verzoek is binnengekomen, jou uit een collectieve verzekering te verwijderen.

Gauw gebeld, natuurlijk. De boosdoener is waarschijnlijk een of andere minkukel bij VNU Media B.V, die kennelijk denkt, hiermee een eind op scheut te raken met het verdienen van een eindejaarsbonus. Wat dat nou scheelt, zo’n collectiviteit en een ‘normale’ polis? Niet misselijk: 8% op de basispremie en 15% op de aanvullende verzekering. Bij te betalen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010: euro 271,50.

De bonusjager heeft er even niet aan gedacht, het ‘slachtoffer’ in te lichten, laat staan dat die enig idee heeft wat de reden kan zijn van dit gedoe.

Heeft u ook een telefoonnummer van die lui, vraagt gedupeerde aan de Klantenservice van CZ. Sorry, maar dat zult u even in de Telefoongids moeten opzoeken. Gelukkig is er Google.

Met de vriendelijke VNU-mevrouw, die hem uiteindelijk te woord staat, gaat hij niet in discussie, zeker niet, omdat zij onmiddellijk concludeert dat hij als pensioentrekker van de VNU (hij viel nog net in dat pensioenfonds, toen Wegener de dagbladen in 2000 van die uitgever kocht) gewoon recht heeft en behoudt op die collectieve verzekering. Ze bevestigt dat nog even per email en laat daarin namens CZ weten, dat hij de in de aanhef dezes genoemde brief als niet geschreven kan beschouwen.

Maar, wat hij verwacht gebeurt: CZ stuurt toch nog een nieuwe polis en geeft daarbij als reden op: ‘Einde collectiviteit.’ Die polis ligt nu naast zijn toetsenbord met de aantekening: Ontzorgen!

woensdag 21 juli 2010

Waar deden ze het van?

parkeren_grote_markt

Belgen in de rij voor een ondergrondse parkeergarage in Mechelen.

Heb nog even geen genoeg van de Belgen en hun auto’s. Heeft met mijn roots te maken, denk ik: geboren in het grensdorp, nou ja de grensgemeente Ginneken, thans onderdeel van Breda. Bréda (met accent op de e) zeggen ze in Antwerpen. Die steden liggen 50 km van elkaar, maar er was altijd een gevoel van nabuurschap. Eerder dan met Rotterdam, dat op dezelfde afstand ligt.

In de jaren vijftig had ik een Vlaamse vriend, die vlak over de grens  in Meersel Dreef woonde en in mijn klas op het Bredase lyceum zat. Die kwam opeens met de geweldige chevy van zijn vader aanrijden. Want als je in die tijd, als Belg, 18 jaar werd, dan kon je zomaar achter het stuur van een auto kruipen.

Destijds waren wij Nederlanders voor de Antwerpenaren goedkoop van eten en drinken, dus kwam die Sinjoren op zondag massaal naar ons toe gereden. Allemaal, zonder uitzondering, in grote Amerikanen. Van achter het tuinhek stonds ik ze na te gapen. Let wel, in die naoorlogse opbouwperiode, toen wij nog geen nagel hadden om onze kont te krabben, laat staan een auto. Waar deden die Belgen dat toch van? Daar deden de meest fantastische verhalen over de ronde. Zoals: er zat in die auto’s een muntautomaat, waar je af en toe ‘n paar franken is moest gooien en dan kon je weer vooruit. Of –meer prozaisch – ze zijn nu eenmaal luchthartiger bij het kopen op krediet dan wij krenterige Hollanders.

Onlangs stond ik in het Zuid-Franse Sisteron met een hoogbejaarde Antwerpenaar naar de beroemde rotspartij aan de Durance te kijken. Hij zei – leunend op zijn stok – dat hij bezig was er afscheid van te nemen. We hebben het toen nog even over ‘vroeger’ gehad en ik had bij hem veel succes met de volgende anecdote. Na de oorlog richtte Breda, als bijna alle zichzelf respecterende steden, een bevrijdingsmonument op. “Judith met het hoofd van Holofernes’, een hardstenen beeld op een dito zuil, gemaakt door Niels Steenbergen en geplaatst op de Grote Markt. Over de vorm van dat beeld liepen de meningen nogal uiteen. De Antwerpenaren, weer eens op zondagsbezoek, deden ook een duit in het zakje door aan het monument een briefje te hangen: ‘Is ‘t geen schone veldfles?’

Zie ook: Rood-wit blijft rood-wit