maandag 2 juli 2018

Moeder de Vrouw, ja ja

Columniste Nynke de Jong is terug van weggeweest, om precies te zijn van zwangerschapsverlof. In de kranten van De Persgroep NL doet ze kond van haar geluk met haar zoontje Abe. Ze zat de afgelopen maanden ‘in een verrukkelijke babybubbel’, schrijft ze en ‘het leven met een baby geeft een bijzondere kijk op alles (…)  Ik zou al die opiniemakers en politici die denken dat de ondergang van ons land aanstaande is, eens ‘n wandelwagen in de hand willen drukken’.

Moeder de Vrouw, ja ja. Het typisch Nederlandse rumoer dat is ontstaan rond dit thema van Boekenweek 2019 afdoende de kop ingedrukt, dunkt mij. Als dat laatste eigenlijk al niet  lang en breed ook door de schrijver van het op dit thema te baseren essay, Murat Isik, is bewerkstelligd.

?

Isik won, zoals bekend, de Libris Literatuurprijs met zijn roman  Wees onzichtbaar. Ik heb dat vuistdikke boek bijna uit en kan verklaren dat ik zelden een verhaal heb gelezen, waaruit een moeder de vrouw zo monumentaal oprijst. De moeder van de ik-figuur Metin, die opgroeit in de Bijlmer tegen de verdrukking van zijn vader in. Laatstgenoemde is een dominante, je kunt wel zeggen  gestoorde macho die vrouwen naar de oosterse traditie neerbuigend bejegent, zijn echtgenote corrigerend pleegt aan te spreken met ‘vrouw’ en haar constant ‘een vogelbrein’ toeschrijft.

Maar de moeder weerstaat hem en gaat, ook als het om de opvoeding van haar twee kinderen gaat, haar eigen weg. Met succes. Als Metin, die als zoon van een Turkse immigrant heel wat problemen te overwinnen heeft, slaagt in het leven dan zal hij dat niet in de laatste plaats aan zijn moeder te danken hebben.

donderdag 28 juni 2018

Het grapje van Tommy

Tommy Wieringa maakte een grapje. Dat doet hij wel eens vaker. Sterker: hij wordt er nogal eens voor ingehuurd.

Op het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zei hij ad rem op een vraag van Twan Huys over de aanslag op het gebouw van De Telegraaf: ‘Het werd tijd.’ De zaal bulderde.

En nou valt iedereen over hem heen, nadat media het fragment smikkelend lieten zien. Want met de bedreiging van Het Vrije Woord, daar mag je niet mee spotten. Trouwcolumnist Sylvain Ephimenco verwijst zelfs naar Charlie Hebdo.

Wat ‘n flauwekul. De Telegraaf is als sinds WO2 (toen ze na een verschijningsverbod wegens collaboratie weer mocht verschijnen) een populistische, rechtse krant, volgens haar-zelf de enige met gezond verstand. Iedereen, oud of nieuw links, die denkt zelf over een gezond verstand te beschikken, is natuurlijk tegen haar. In de hoogtijdagen, de jaren zeventig van de vorige eeuw, moest je niet met de Tellie onder je arm worden gezien, maar met haar tegenpool de Volkskrant, of nog beter Vrij Nederland.

Je suis Telegraaf? Mensen, zeur me niet opnieuw aan m’n kop over de vrijheden van meningsuiting en drukpers. Laat me niet..eh..wel lachen.

woensdag 27 juni 2018

Zondag

Zonder waardering voor de 7/7-economie – niet om geloofsredenen, maar vanwege de verloren zegen van één dag onderbreking van het gejaag en gejakker – liet ik me op zondag meetronen naar de stad, omdat Levensmaatje wilde zoeken naar een nieuw kleedje, in verband met een naderend familiefeest.
Met de trein. Veertig procent korting, samen retour voor € 6,40. Daar kun je niet eens voor parkeren.

In De Bijenkorf  liet ik me voldaan in een kuipstoeltje zakken, naast een meneer die het te druk had met zijn laptop om op mijn groet te reageren.
Bladeren in een stukgelezen Quote, dat deels met de natte vinger (Doutzen Kroes 13 miljoen?) jonge Nederlandse miljonairs de revue liet passeren. Me vermaakt met het turbotaaltje van dat blad in de trant van ‘twee ton per neus’. Een en ander tastte de tevredenheid met mijn pensioen niet aan.

Nougatine-ijstaartje gegeten in een etablissement, dat daar al 27 jaar zit en al die tijd nougatine-ijstaart heeft geserveerd. De joviale eigenaar toonde zich terecht trots op zijn specialiteit; bleek toeleverancier van heel wat restaurants en maakte zich dan ook niet druk over verwachte stedebouwkundige veranderingen, die hem waarschijnlijk zullen nopen, de tent te sluiten en zich terug te trekken op zijn ‘bakkerij’.

Even verderop zit een piepklein winkeltje van een Turkse Nederlander, gespecialiseerd in hoofddoeken en sjaals. L. wilde daar ook even kijken, vanwege de enorme keus en de uiterst billijke prijzen. Het was er afgeladen vol met moslimdames, van wie er één continu het schermpje van haar goudomrande mobieltje bij wijze van zoethouder in het zicht hield van haar peuter in z’n wagentje.

Opeens realiseerde ik me dat ik, afgezien van de verkoper, de enige man was in het gezelschap.  Iets om je ongemakkelijk bij te voelen? Nee hoor. Ik voelde me gezellig multicultureel. En dat gevoel werd nog versterkt op de terugweg in de trein, waar wij de enige witten in het volle compartiment waren.

vrijdag 22 juni 2018

Medische zorg in Frankrijk

Bij alle ellende en fricties die de (medische) zorg in ons land met zich meebrengt, wil men in discussies nogal eens beweren dat die in kwaliteit ver uitsteekt boven de zorg in ons omringende landen. Ik stond daar tot nu toe tamelijk sceptisch tegenover, al is het alleen maar door (niet persoonlijke) ervaringen met medische hulp in België. Ik heb begrepen dat er nogal wat Nederlanders zijn, die daar hun toevlucht nemen, in het midden gelaten of de verzekering dat accepteert.

Inmiddels heeft mij informatie bereikt over de situatie in Frankrijk, die schreeuwt om nader onderzoek en niet alleen daar: hier ligt een terrein braak voor buitenlandse correspondenten.

Die info komt van mijn dochter Mariken, woonachtig in Vernusse, departement Allier, Midden-Frankrijk, die op mijn verzoek haar ervaringen met dokter en ziekenhuis heeft opgeschreven:

‘Ik ben gevallen met de fiets en na een paar dagen gaat de bloedblaar open en direct ontsteken. De volgende dag bel ik de dokter maar er is geen plek, ook niet de volgende dag en ook niet daarna: ga maar naar de eerste hulp in Montluçon.

Ik ga daarheen en wacht ongeveer twee uur, Wanneer ik aan de beurt ben krijg ik een stagiaire die vraagt of ze een foto mag nemen van mijn been. Ik dacht even een röntgenfoto maar nee ze bedoelde met haar telefoon. Dan hoefde de dokter niet helemaal naar mij te komen. Ze gaat weg om de foto aan de dokter te laten zien en laat mij ongeveer een half uur wachten. Ze komt terug drukt me haastig het recept in de handen en wil me wegsturen. Ik vraag of het misschien nog even opnieuw verbonden kan worden. Ja er zou een verpleegster komen.

Ik ben vandaag klaar met de antibioticakuur en gisteren belde ik de dokter omdat het er nog niet mooi uitziet. Misschien moet ik nog een kuurtje. Ik mag een afspraak maken voor begin juli… Eerder kan niet. Op zaterdagochtend is er een inloopspreekuur vanaf half negen kom dan maar…

Onze dokter is met pensioen en op het platteland in Frankrijk is een grote schaarste aan huisartsen en specialisten. Ik weet van twee Nederlandse kno-artsen die via headhunters naar Moulins sur Allier zijn gelokt en daar in het ziekenhuis werken.

Van mijn hulp Anja, die veel Franse kranten leest, heb ik gehoord dat er mensen in het ziekenhuis aankomen en op de gang sterven omdat er geen personeel beschikbaar is. Iedereen spreekt er schande van maar ondertussen verandert er niks.’

Mariken heeft een blog

dinsdag 19 juni 2018

De wet van Murphy in de praktijk

Zaterdag hadden we een pechdag. De wet van Murphy, door oud-collega Niels Swinkels ooit ‘de wet van de eeuwig durende ellende’ genoemd, in praktijk.
De opsomming zal ik de lezer/luisteraar besparen, behalve dan dat ons voor
€ 48,50 op een pretentieus terras aan een namaakven in Oisterwijk een smakeloze lunch werd geserveerd.

De climax kwam op weg naar huis. Op de 60 km-weg die Scheibaan heet, mondt een verhard fietspad uit, Met verkeersbord en haaientanden is, aangegeven – zo bleek acheraf - dat dit een voorrangssituatie is. Bij het passeren zag Levensmaatje een wielrenner op sprintsnelheid op ons afkomen; ik had als autobestuurder mijn blik uiteraard vooruit gericht. Een klap. De fietser raakte de auto nog net rechtsachter, viel en bleef liggen. Ik zag dat in mijn spiegel en manoeuvreerde de auto naar de berm. De man stond al weer snel overeind en was omringd door mensen die, naar ze zeiden, wel wat hadden gehoord maar niets gezien.

Verwarring. De wielrenner, die licht gewond was, sprak een onverstaanbare taal en geen Engels. Zijn fiets had wat averij opgelopen. Uit zijn houding bleek onbegrip, ook over de schuldvraag. Ik heb het zadel van zijn fiets ‘n tijdje vastgehouden, totdat duidelijk was dat ook hij de zaak netjes afgehandeld wilde hebben. De omstanders stelden zich opvallend hulpvaardig op; een hunner haalde een EHBO-doos op en behandelde de enkel van het slachtoffer met een spray.

Toch 112 gebeld en doorverbonden naar de politie, die ‘probeerde zo snel mogelijk te komen’. Intussen toch maar het Europees Schadeformulier erbij gehaald. ‘Blijf kalm, word vooral niet boos’ etc. Niet aan de orde. De fietser bleek een Roemeen te zijn, die – vingen we op – bij een vleesbedrijf in Boxtel werkt en met zijn gezin op een camping in OIsterwijk verblijft. Die familie verscheen na verloop van tijd op het toneel. Het zoontje zit op de basisschool en bleek in staat, fier als tolk op te treden. De wederpartij is alleen tegen ziektekosten verzekerd, heeft auto noch rijbewijs.. Maar het kwam voor 80 procent goed.

Wel vroeg de wielrenner nog zichtbaar ongerust of hij moest betalen. Dat hoeft hij niet. Mijn vaste monteur keek maandag naar de schade aan de zeven jaar oude auto  en adviseerde een  cosmetisch doe-het-zelf-herstel. Twee lichte deuken zullen aan het ongeval herinneren.

Valt er nog iets van een moraal aan deze gebeurtenis te ontlenen? Dat denk ik wel. Als Europeaan hoeft deze Roemeen geen inburgeringscursus (overigens hier te lande geen daverend succes)  te volgen. Maar enige scholing in deelname als fietser aan het Nederlandse verkeer zou niet onwelkom zijn. En Oisterwijk zou ter plaatse iets ter waarschuwing van het autoverkeer op de Scheibaan kunnen doen; het barst daar immers van de recreanten.

En de politie? Die moest uit Tilburg komen en had het te druk. We kregen achteraf wel keurig een telefoontje. Wellicht zouden we in dit geval een beroep kunnen doen op het Waarborgfonds, opperde de agent. Niet dus. Dat fonds treedt volgens mijn verzekering niet op bij een fietsongeluk.

woensdag 13 juni 2018

Knipperen

Bij dit bericht in het Eindhovens Dagblad van heden knipperde ik even met de ogen:

‘Twee leerlingen van het Van Maerlantlyceum hebben de prestigieuze KNAW-onderwijsprijs in de categorie Natuur & Techniek gewonnen. Ze kregen de prijs (…) voor hun ontwerp van een knipperlichtinstallatie voor racefietsen, zodat wielrenners veiliger aan het verkeer kunnen deelnemen.’

Het is half juni, anders zou ik direct aan een 1 april-grap hebben gedacht. Of komt dat knipperlicht niet in de plaats van het ho-ho-hop-hop of erger (wat ik eens meemaakte) van-de-weg-af-geroep door renners, die wat meer bedaagde fietsers achterop rijden, zo niet achter op die fietsers rijden. Gaat het in de actualiteit vooral om de veiligheid van wielrenners of om die van andere weggebruikers, inclusief voetgangers? Of, dat kan ook, gaat deze ‘prestigieuze’ onderscheiding mijn verstand te boven?

KNAW staat voor genootschap van topwetenschappers, adviseur van de regering over wetenschapsbeoefening, en verantwoordelijk voor 17 onderzoeksinstituten, zo lees ik op haar website. Zoek een andere adviseur.

Niettemin, gefeliciteerd jongens, met het bij de neus nemen van topwetenschappers en kritiekloos volgende journalisten.

vrijdag 8 juni 2018

Onrechtmatig verkregen bewijs?

Zou de rechter geconfronteerd worden met een of meer verdachten van het lekken van vertrouwelijks gegevens over de kandidaturen voor het burgemeesterschap van Den Bosch, dan hoop ik dat hij/zij het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zal verklaren wegens ‘onrechtmatig verkregen bewijs’.

Dat ‘bewijs’ zou immers ontleend zijn aan het onderzoek van de telefoon van een redacteur van het Brabants Dagblad.

Met andere woorden: als het tot een veroordeling zou komen, dan zal voortaan iedere klokkenluider of tipgever die iets kan aandragen dat leidt tot een op zichzelf rechtmatige publicatie, zich wel tweemaal bedenken alvorens in actie te komen.

Waarmee ik gezegd wil hebben dat het OM een scheve schaats rijdt, ten nadele van wat van oudsher ‘de vrijheid van drukpers’ heet.