dinsdag 16 april 2019

Notre Dame

Notre Dame de Paris, heet ze officieel, die kathedraal. Er zijn immers meer Notre Dame's, zoals die van Lourdes, om er maar eentje te noemen. Onze Vrouwe, zonder Lieve ertussen, zoals bij de middeleeuwse hoofdkerken van Antwerpen en Breda. Wellicht niet eens de mooiste kathedraal van Frankrijk, die van onder meer Chartres, Reims en Amiens in aanmerking genomen. Maar meer dan welke kerk ook wereldberoemd. Parijs dat is de Eiffeltoren op nummer een en de Notre Dame op twee. De algoritmes van de sociale media verslikten zich dan ook in de tragische brand en legden 'automatisch' een verband met de Twin Towers in New York.

Toen ik in 1954 voor het eerst al liftend in Parijs belandde, was de Notre Dame op het Ile de la Cité, het eiland in de Seine waar beroemdheden als Greta Garbo woonden en dat gisteren geheel is ontruimd, het eerste doel. Het massa toerisme van vandaag kiest daar ook voor. Het is daar door de dag voortdurend een geroezemoes. Bij een volgend bezoek hoorde ik een Hollandse vrouw zeggen: 'Straks komt er een paus, een pater of een priester, wat ik je brom.'

Le Notre Dame de Paris is synoniem met de Franse, wat zeg ik, de Europese geschiedenis. Napoleon zette er zich in 1804 eigenhandig de keizerskroon op het hoofd. Dat is door de schilder Jean Louis David treffend in beeld gebracht. De koningen werden er niet gekroond, dat gebeurde in Reims, waar ze ook begraven liggen. Begin vorige eeuw bij de scheiding van kerk en staat, werd de kathedraal staatseigendom. Logisch dat president Macron onmiddellijk riep: 'we gaan haar herbouwen'. Als dat goed, wat wil zeggen ambachtelijk, gebeurt dan kan dat wel twintig jaar duren.

De Notre Dame is niet altijd een rooms-katholieke kerk geweest. Tijdens de Franse Revolutie was het even een tempel, waar de Godin van de Rede werd vereerd. De twee stompe torens van de kathedraal zijn gelukkig gespaard. Onvergetelijk is het door heel de wereld gevolgde luiden van de klokken, ter herdenking van de terroristische aanslagen in 2015.

Geschiedenis zei ik toch al?

donderdag 11 april 2019

Jongeren

Over mijn relatie tot (oordeel over) jongeren durf ik haast niet te schrijven. Ouwe zeur en bang om te generaliseren – ik heb immers ook goeie ervaringen met pubers. Maar het wordt je soms wel moeilijk gemaakt, te zwijgen. Zoals toen twee meiden me bijna omver liepen, op jacht naar snoep in een supermarkt. Nu zie ik in één exemplaar van de krant zoveel aanwijzingen dat mijn gedachten over (de omgang met) jongeren minstens ‘n beetje kloppen, dat ik zeg: dan gaat het maar eens los.

Het meest recente uitstel van Brexit krijgt een plekje onder de ‘gemengde berichten’ op pagina 2, want de voorpagina is gereserveerd voor ja, de jongeren. Ze zijn te dik en ‘snacken liever even bij de Appie’, dan dat ze in de pauze een boterham van thuis verorberen.
Nou ja, we wisten het eigenlijk al, maar het is toch goed, de eigen mening van die kinderen te weten, dacht de verslaggever en nam in de inleiding hun weerwoord  op: ‘Gezond eten is duur.’ Maar zie ik hier een symptoom van ‘hersens nog in staat van ontwikkeling’, hopelijk niet verpest door drank, drugs of allebei?

Ik vind in het algemeen dat de ‘opvattingen’ van pubers, ook die lacherig geuit op tv, veel te serieus worden genomen. Weliswaar geldt als vanouds het adagium ‘wie de jeugd heeft, heeft de toekomst,’, maar het lijkt steeds meer op een wedstrijdje wie aait ze het effectiefst over de bol. Laat ze zich eerst maar eens waar maken.

Twee columnisten zitten op hetzelfde spoor. De een: ‘Mijn broer en zijn vrouw mochten weliswaar mee met hun dochters op vakantie in Spanje, maar in het hotel moesten ze net doen of ze elkaar niet kenden en mochten ’s avonds ook niet mee uit. Dus wist ik wel hoe het zat met puberende meisjes.’ De andere: ‘Mijn naar huis gaan van de beginnende stapavond had iets van een vlucht. Weg van de plek waar volgespoten lippen het ideaal zijn en oppervlakkigheid de norm.’

Laatst zag ik een jongetje spelen met de automatische deuren van een winkelcentrum. Toen ik probeerde hem te corrigeren, zei z’n moeder: ‘hij heeft ‘n achterstand’.

Dat zal ‘t wezen.

dinsdag 9 april 2019

Drank

Niets is meer zoals het was. Dat wist u natuurlijk al. Maar een recente publicatie in het gezaghebbende artsentijdschrift The Lancet doet wat dat betreft de deur dicht: drink geen alcohol, geen druppel. En je blijft leven. Weg met de genotsmiddelen, de tabaksrook incluis.

‘Een matig mens is zijn vrijheid waard.’ Was dat niet een slagzin van de VVD in haar kleuterjaren? Om snel te vergeten? Gy geleuft dat. Je mag niks meer. Laatst zag ik een mevrouw op tv, die een veganistisch dieet voor honden propageerde. Grrrrr.

Nu even serieus – en ik beloof héél even: het drankgebruik onder de jongeren in Zuid-Oost Brabant, door de krant nader aangeduid als de Kempische kids, loopt de spuigaten uit. Moeten we zeker wat aan doen, hoewel…proost zal menigeen zeggen.

Laat ik nu uit de bijbel hebben geleerd, dat Jezus Christus de zon best in het water kon zien schijnen: hij veranderde dat water immers in wijn. En reken maar dat daar op die bruiloft in Kana fors werd ingenomen. Immers het commentaar luidde: wie bewaart er nu de beste wijn voor het laatst, als niemand het verschil meer proeft.

Onlangs werd ons, alweer via de krant, het levensrecept van een 98-jarige toegeschoven: elke dag een borreltje en een sigaar. Dit verhaal is niet nieuw, want ik vernam destijds ook zoiets van mijn vader, al gold het toen een eeuweling. De honderdjarige kreeg als weerwoord: ‘Mijn oom deed dat ook, maar die is maar zeventig geworden.’ Waarop het feestvarken, nog lang niet van gisteren, reageerde: ‘Dan heeft-ie het niet lang genoeg volgehouden.’

vrijdag 29 maart 2019

Beierse bierpul

‘n Tikkeltje potsierlijk vond ik het wel, die paginabrede foto met Máxima drinkend uit  een Beierse bierpul, waarvan het deksel conflicteerde met haar kolossale hoed. Zie ik naast haar de glimmende pretoogjes van Bavariabrouwer Swinkels?

Het geluk kan de eigenaren van het 300-jarige  Brabantse familiebedrijf niet op want het jubileum heeft hun het predicaat ‘koninklijk’ opgeleverd. Royal Swinkels Family Brewers, dat wel, vanwege de internationale handel. Was er niet ooit een juridisch conflict met Beieren over de Latijnse naam Bavaria? Dat is dan keurig opgelost, zonder aantasting van de oernaam.

Ooit was de Lieshoutse brouwer een bescheiden speler (zoals dat tegenwoordig heet) op de Brabantse biermarkt. In het midden van de vorige eeuw vond ik zijn gerstenat zelfs – sorry – op z’n zachtst gezegd niet lekker. Uiensmaak? Beiers hoedje af dus voor wat de Swinkelsen hebben bereikt.

Maar om op het oude Bavaria nog even terug te komen: ik heb een slijtersvrouw gekend, die tegen een klant zei: ‘haal dat maar bij de kruidenier’.

Die vrouw was sowieso niet voor een kleintje vervaard. Stapte naar de auto van een kerel, die zonder te betalen een dure fles cognac had meegenomen, met de woorden: ‘Geef hier, da’s van mij.’ Ja, gebrek aan kennis over het verschil tussen mijn en dijn is er altijd geweest. Maar destijds lagen er nog geen revolvers in handschoenenkastjes.

De slijterij bestaat niet meer (dankzij de kruideniers, respectievelijk supers en webwinkels) maar blijft wereldberoemd in Nederland, want vermeld in de romancyclus De Tandeloze Tijd van A.F.Th. van der Heijden.

woensdag 27 maart 2019

Demoniseren?

Nog vóór de verkiezingen zei de schrijver Guus Kuijer op Twitter: ‘Dat de kiezer altijd gelijk heeft, is een bewezen misverstand.’ Een fraai doordenkertje. Nu het stof is neergedaald, is het in de media Thierry Baudet voor en na. Alsof Pim Fortuyn uit zijn Italiaanse graf is opgestaan. Zoek de verschillen.
De kranten, verlucht met grote portretten van de meest besproken man van het jaar, breken zich het hoofd over de vraag wat bij de bejegening van Baudet kan en wat niet. ‘Doodschieten Paf’ in elk geval niet.
De nachtradio van BNN/Vara kwam van een koude kermis thuis, toen ze aan de luisteraars vroeg of het demoniseren (een woord dat bestaat sinds Fortuyn) al dan niet aanvaardbaar is. De presentator moeten de zweetpareltjes op het voorhoofd hebben gestaan, toen enkele reaguurders betoogden: als Baudet dingen zegt die onaanvaardbaar zijn, dan mag je daar best met vol geschut (ai, da’s mijn weergave, maar het is overdrachtelijk bedoeld) tegenin gaan. ‘Dank voor uw reactie.’
Discussieer maar lekker door, maar houd je fatsoen. Het ebt wel weer weg. Woorden zijn nog geen daden, vraag maar aan Wilders.

maandag 25 maart 2019

Brabants

Ooit werkte ik voor Brabant Pers, ‘n soort journalistiek toeleveringsbedrijf. In die functie ging ik als verslaggever naar de ledenvergadering van de afdeling Brabant van de vpro in Breda. Mijn stukje kwam niet in het Eindhovens Dagblad. ‘Afgelegd,’ zoals dat heet, door een eindredacteur onder het motief: ‘Te Bredaas.’ Van die man kan ik me geen zelfgeschreven letter herinneren, wel dat zijn carrière zo ongeveer eindigde als prins carnaval.

Ik moest hieraan terugdenken, toen ik vernam dat Ronald Goedemondt, vooral bekend als cabaretier, na enkele maanden prima columns te hebben geschreven voor de weekendbijlage van het ED, aan de kant is gezet wegens ‘niet Brabants genoeg’. Goedemondt sloeg terug met een afscheidsstuk, waarin hij ‘de vuile was buiten hing’. Het pleit dan wel weer voor de krant dat zoiets mag.

Brabants, wat is dat? Guus Meeuwis? De Brabantse nachten die volgens het lied lang heten te zijn? Massale dumping van drugsafval in de bossen? Het standbeeld van Michael Jackson bij de McDonalds? Brainport? Het fouilleren op wapens van het winkelend publiek in Helmond? De entree van FvD als op één na grootste partij in Provinciale Staten? De Tilburgse autobranden? Hou toch op.

Ronald Goedemondt bleek (ook al) iets te kunnen, wat voor de doorsnee journalist niet is weggelegd, namelijk columns schrijven. Voor zoiets moet je namelijk ‘n beetje kunnen doordenken, respectievelijk wat achtergrondkennis hebben.

In dezelfde zaterdagkrant waar G. zijn vertrek aankondigde stond een historische foto van een neomist. Dat is (was) een pas gewijde priester, die geflankeerd door zijn ouders en voorafgegaan door bruidjes (maagdekens zeiden ze ooit) op weg was naar de kerk van zijn doop voor het opdragen van wat heette zijn ‘eerste heilige mis’. Brabantser kan bijna niet, maar de journalist die het bijschrift maakte wist van toeten noch blazen, terwijl hij één muisklik verwijderd was van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven waar alles haarfijn staat opgeschreven.

maandag 18 maart 2019

Waterschap, geen echt stemadvies maar…

Met stemadviezen houd ik mij in de regel niet bezig. Ik geef toe, dat ik vorig jaar de verkiezingsprogramma’s van de raadskandidaten in Best heb vergeleken, wat natuurlijk tot een uitkomst leidde, maar meer ook niet. Het waterschap – in ons geval De Dommel – da’s natuurlijk andere koek, al was het alleen maar omdat het nog verder van ons afstaat dan provinciale staten. Terwijl het belang, zeker gezien de discussie over het klimaat, toch niet onderschat mag worden.

U weet natuurlijk dat de statenverkiezing van komende woensdag meer dan ooit ‘gestuurd’ wordt door de landelijke politiek. Helaas, maar dan had de negentiende-eeuwse wetgever de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer, maar niet moeten toebedelen aan de (nieuwe) provinciale staten. Zogenaamde getrapte verkiezing.

Met de waterschapsverkiezing is de situatie in democratische zin nog ‘n graadje erger. De meerderheid wordt weliswaar rechtstreeks gekozen, maar enkele belangengroepen, waaronder de landbouw en het zakenleven,  hebben het recht zonder tussenkomst van wie dan ook leden aan te wijzen. Zogenaamde geborgde zetels. Verder hebben gevestigde partijen als het CDA en de VVD lijsten ingediend.

Al bijeen zijn er in oostelijk Brabant negen deelnemende groeperingen, waarvan de achtergrond – lees: hun bedoelingen – niet alle even duidelijk zijn. Wat moet ik bij voorbeeld met een toevoeging als ‘niet politiek, wel deskundig’ of met een naam zonder meer als ‘Werken aan water’?

Zo ben ik dan toch ongewild bezig onderscheid te maken. Laat ik er dan maar een tip aan toevoegen. Kijk in elk geval in het immers vooraf bezorgde overzicht naar eventuele bekenden, van wie u weet waar ze voor staan. Ik heb er enkelen gevonden en mijn keuze gemaakt.