'De taal is gans het volk', zei een negentiende-eeuwse dichter. Nou, om wat preciezer te zijn: ‘De tael is gantsch het Volk’. Je komt ook tegen: 'De taal is gans een volk' en een staatssecretaris van cultuur, oud-literatuurcriticus, maakte er zelfs 'van gans een volk' van. Mijn vader, in zijn vrije tijd geneigd tot absurdismen, spotte 'een ganzenvolk'.
De spreuk zou opgang hebben gemaakt in de periode dat België nog deel uit maakte van het Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I, een vorst die veel meer voor het zuidelijke landsdeel heeft betekend, dan de afscheidingsbeweging rond 1830 wilde doen geloven. 'De taal is gans het volk' werd toen ingezet ter emancipatie van de Nederlandse taal in Vlaanderen. Over de uitvinder ervan zijn de geleerden het niet eens; iemand die vaak wordt genoemd is de priester-dichter Guido Gezelle. Overigens denk ik, dat de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience met zijn nationalistische De Leeuw van Vlaanderen ('Hij leerde zijn volk lezen') heel wat meer invloed op het taalgebruik in het zuiden heeft gehad.
Meer dan ooit ben ik voor 'van het volk'; er zijn er teveel die zich – al dan niet goed bedoeld - de totale zeggenschap over onze taal aanmeten. In een recent verschenen boekje met zogenaamde vergeetwoorden (ik zou voor zoiets van mijn hoofdredacteur op m'n donder hebben gekregen, in de tijd dat taalpuristen nog volop oorlog voerden tegen germanismen) onderstreept Van Dale Uitgevers – ik zei het al eerder: een geldmachine – haar hegemonie met de volgende mededeling: 'In deze uitgave zijn enkele kenmerken aangebracht die het ongeoorloofd kopiëren van (een deel van) deze uitgave kunnen aantonen.' Kom op zeg.
Dat boekje (160 blz.) '1000 vergeetwoorden om te koesteren', kwam tot stand dankzij de radiorubriek De Taalstaat van Frits Spits, waarin Nederlanders en Vlamingen 'vergeten' woorden konden (en nog kunnen) aandragen, om vervolgens door Nelleke Noordervliet tot 'adoptieouder' van dat woord te worden benoemd. Wij zeggen wel eens tegen elkaar: 'Teveel Nelleke', vanwege de mate waarin de beroemde schrijfster als bijzitter (vergeten woord) in allerlei radio- en t.v.-programma's wordt gesignaleerd. Zij is dan meestal aangeschoven, een presentatoren-cliché dat zo gauw mogelijk vergeten moet worden.
Dat Nelleke, respectievelijk Van Dale, niet het laatste woord hebben als het over taal gaat, blijkt uit sommige eigenaardigheden als de veelvuldig terugkerende vermelding: Belgisch-Nederlands, terwijl er qua taal geen Belgen zijn, hooguit Vlamingen en Walen. Standaard Nederlands en Zuid-Nederlands zou meer voor de hand hebben gelegen. (Mijn Eindhovense schoonvader zaliger dronk altijd een tasse koffie en geen kop.) Het woord binst (terwijl) wordt opeens 'gewestelijk' gemerkt, terwijl het puur Vlaams is. En dan de doodzonde: Het woord schaften, waarvan ook de eerste betekenis is vergeten, de pauze-boterham van de arbeider, voordat die medewerker ging heten. De Friezen hebben het bij het rechte eind met hun tegeltjeswijsheid De tiid hâldt gjin skoft (De tijd staat niet stil).
Ach, muggenzifterij. Ik voel me nu net een voetbalsupporter die de nationale coach de les leest. Maar de taal is 'van ons', dus ook van mij hè? En het is natuurlijk een leuk boekske, vol ´vergeetwoorden´ waarvan ik er nog heel wat met veel plezier gebruik… Wie ze niet meer snapt, gaat maar Kuifje lezen of what's appen.
woensdag 11 november 2015
maandag 2 november 2015
De Automens
De automens is een belangrijk wezen. Voelt zich althans zo. Soms kom ik, min of meer bij toeval – zelf ben ik geen automens, ik word uitgelachen als ik het nalaat, af en toe ‘een linker bocht af te snijden’ – terecht bij de Nationale Autoshow op BNR. Het programma, waarin kenners over elkaar heen buitelen met hun macho-geleuter over alles wat met het vierwielig fenomeen te maken heeft. Het is vaste prik op vrijdagmiddag en wordt tijdens het weekeinde, dag en nacht herhaald.
Dit weekeinde was er Groot Nieuws. Dealer Kroymans in Hilversum mocht de James Bond Aston Martin DB10 zaterdag gedurende 6 uren in zijn showroom aan de liefhebbers laten zien; men verwachtte duizenden. Of dat in de praktijk zo ook is uitgepakt is mij niet bekend. Vind ik eerlijk gezegd ook niet zo interessant. Wel de in de autoshow ietwat besmuikt geventileerde raadgeving, in verband met die verwachting, met het openbaar vervoer (OV) naar Hilversum te komen!
De zelfbenoemde belangrijke automens was nog anderszins dit weekeinde in het nieuws. Dat kwam door een persbericht van ANWB autoverzekering over de manier waarop echtelieden c.q. levenspartners op elkaar reageren als een hunner in het belangrijkste bezit (afgezien van het huis) beschadigt. Dat schijnt zo erg te zijn, dat sommige kranten daaraan de pakkende kop ontleenden: Autoschade levert vaak ook deuk in relatie op.
Pakkend maar nagenoeg bezijden de waarheid want wat is er dan helemaal aan de hand? Van de vrouwen is 9 procent ‘boos of geïrriteerd’ als manlief brokken maakt; Bij de mannen is dat 6 procent. En dan komt er, althans in de krant, ‘n soort nuancering waarvan ik in dit verband geen chocola kan maken: Mannen zijn vaker teleurgesteld in hun wederhelft (12%) dan vrouwen (8%). Vanwege dat deukje? Of is het een soort druppel die een emmer doet overlopen?
Boeiend wezen, de mens, al dan niet in bezit van auto.
Dit weekeinde was er Groot Nieuws. Dealer Kroymans in Hilversum mocht de James Bond Aston Martin DB10 zaterdag gedurende 6 uren in zijn showroom aan de liefhebbers laten zien; men verwachtte duizenden. Of dat in de praktijk zo ook is uitgepakt is mij niet bekend. Vind ik eerlijk gezegd ook niet zo interessant. Wel de in de autoshow ietwat besmuikt geventileerde raadgeving, in verband met die verwachting, met het openbaar vervoer (OV) naar Hilversum te komen!
De zelfbenoemde belangrijke automens was nog anderszins dit weekeinde in het nieuws. Dat kwam door een persbericht van ANWB autoverzekering over de manier waarop echtelieden c.q. levenspartners op elkaar reageren als een hunner in het belangrijkste bezit (afgezien van het huis) beschadigt. Dat schijnt zo erg te zijn, dat sommige kranten daaraan de pakkende kop ontleenden: Autoschade levert vaak ook deuk in relatie op.
Pakkend maar nagenoeg bezijden de waarheid want wat is er dan helemaal aan de hand? Van de vrouwen is 9 procent ‘boos of geïrriteerd’ als manlief brokken maakt; Bij de mannen is dat 6 procent. En dan komt er, althans in de krant, ‘n soort nuancering waarvan ik in dit verband geen chocola kan maken: Mannen zijn vaker teleurgesteld in hun wederhelft (12%) dan vrouwen (8%). Vanwege dat deukje? Of is het een soort druppel die een emmer doet overlopen?
Boeiend wezen, de mens, al dan niet in bezit van auto.
dinsdag 20 oktober 2015
Anonimiteit op internet ziekmakend
Er was ‘weer eens’ een incident tussen asielzoekers en,
laat ik zeggen, hoog en droog gevestigde Nederlanders. Heel kort, maar volledig
als ik een bericht op de website van Omroep Brabant goed interpreteer:
Buurtbusje rijdt van Rijen naar het azc in Gilze. Vader, moeder en kind willen
instappen. De bus zit vol en de vader mag niet meer mee. Boos slaat hij met zijn
hand tegen de bus; een andere man schopt tegen de wielen. Aanvankelijk baseerde
OB haar bericht blijkbaar op mededelingen van de gezond-verstand-krant:
‘dronken asielzoekers belagen vrouwelijke buschauffeur’. Daar moest de
omroep op terug komen, zeker ook nadat de politie had verklaard dat ‘de kwestie
enorm was opgeblazen.’ Kun je wel zeggen.
Maar het kwaad was al geschied. Een stroom reacties in de geest van ‘Het is niet voor niets oorlog daar, het zijn achterlijke idioten’ (Het lijkt wel de stem uit een graf in Italië.) Allemaal anoniem natuurlijk. Gelukkig bestaat er ook zoiets als een zelf corrigerend vermogen onder de Nederlanders. Opa Bokma was de eerste die iedereen weer met de voeten op de grond zette. Anderen veegden de omroep de mantel uit, omdat die in eerste instantie doodleuk De Telegraaf had overgeschreven.
Ik vind het de moeite waard om het betoog van Bokma over te nemen: Ik lees net de gewijzigde versie van het gebeuren. Volgens dit artikel is iemand boos dat hij niet mee kan in de bus ( waar zijn vrouw en kind al in zitten ) omdat de bus vol is. Uit boosheid geeft hij een klap tegen de bus. Ik zie geen afwijkende reactie. Gebeurt in uitgaanscentra wekelijks.
Wat ik wel zie is een grote opgefokte reactiemachine van mensen die reageren op een onvolledig en daardoor foutief artikel dat OB (alweer) overgenomen heeft van de grootste roddelkrant van Nederland.
Ik laat iedereen in zijn waarde wat betreft zijn of haar gedachtes en uitspraken, maar laten we elkaar niet gek maken en meegaan in deze beperkte vorm van massahysterie.
Een hysterische wolkbreuk als deze zou overigens voorkomen kunnen worden, als media op internet het voorbeeld van de kranten zouden volgen en de mogelijkheid tot het anoniem (onder schuilnaam) reageren zouden afschaffen. Dat zou het ‘eerst denken en dan pas doen’ bevorderen. Hoe zit het trouwens met de moderatie van de inzendingen bij OB? De omroep blijft verantwoordelijk.
Maar het kwaad was al geschied. Een stroom reacties in de geest van ‘Het is niet voor niets oorlog daar, het zijn achterlijke idioten’ (Het lijkt wel de stem uit een graf in Italië.) Allemaal anoniem natuurlijk. Gelukkig bestaat er ook zoiets als een zelf corrigerend vermogen onder de Nederlanders. Opa Bokma was de eerste die iedereen weer met de voeten op de grond zette. Anderen veegden de omroep de mantel uit, omdat die in eerste instantie doodleuk De Telegraaf had overgeschreven.
Ik vind het de moeite waard om het betoog van Bokma over te nemen: Ik lees net de gewijzigde versie van het gebeuren. Volgens dit artikel is iemand boos dat hij niet mee kan in de bus ( waar zijn vrouw en kind al in zitten ) omdat de bus vol is. Uit boosheid geeft hij een klap tegen de bus. Ik zie geen afwijkende reactie. Gebeurt in uitgaanscentra wekelijks.
Wat ik wel zie is een grote opgefokte reactiemachine van mensen die reageren op een onvolledig en daardoor foutief artikel dat OB (alweer) overgenomen heeft van de grootste roddelkrant van Nederland.
Ik laat iedereen in zijn waarde wat betreft zijn of haar gedachtes en uitspraken, maar laten we elkaar niet gek maken en meegaan in deze beperkte vorm van massahysterie.
Een hysterische wolkbreuk als deze zou overigens voorkomen kunnen worden, als media op internet het voorbeeld van de kranten zouden volgen en de mogelijkheid tot het anoniem (onder schuilnaam) reageren zouden afschaffen. Dat zou het ‘eerst denken en dan pas doen’ bevorderen. Hoe zit het trouwens met de moderatie van de inzendingen bij OB? De omroep blijft verantwoordelijk.
dinsdag 13 oktober 2015
De mening van een ouwe zeur
Een van de aardigste programma's van NPO Radio 1 vind ik De Taalstaat van Frits Spits, in lunchtijd op zaterdag. Het wordt in de gids aangekondigd als een 'vrolijk en informatief programma over onze taal'. Laat dat maar aan Frits over; hij is van 1948, dus weet waar hij het over heeft. Onderdeel van het programma is de uitnodiging aan de luisteraar, een ten onrechte vergeten woord aan te dragen. Afgelopen zaterdag was dat een psycholoog die verklaarde het woord pruilen met veel succes in zijn praktijk toe te passen. (Man met kort lontje draait helemaal bij, als de psycholoog hem voorhoudt dat hij 'dus pruilt'.) Mijn suggestie voor het vervolg: pruillip.
Vanwaar mijn waardering voor de oudere mens die van wanten weet? Laat ik maar eens opscheppen: ik pretendeer er zelf een te zijn. En hoe voelt dat? Nou, tamelijk bizar. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel een mening mag hebben. Begin nu niet over de vrijheid van meningsuiting want dat begrip is de laatste weken weer te vaak misbruikt en niet alleen door Geert Wilders, als hij weer eens iets walgelijk vindt.
Afgezien van de taal (het Groene Boekje is een Groen Boek geworden) verandert er in wereld en maatschappij in korte tijd zoveel, dat je niet eens erg oud hoeft te zijn om het niet allemaal meer bij te benen. En toch, nieuwsfreak en bemoeial die ik ben, probeer ik het. Alleen realiseer ik me voortdurend mijn gevorderde leeftijd, waarbij ik mezelf – en mijn Levensmaatje doet dat ook – afvraag: ben ik 'een ouwe zeur' aan het worden? Let wel, dit soort kwalificaties kan de beste overkomen. Zo werd de kampioen van de columnisten in de vorige eeuw, Jan Blokker, in de laatste fase van zijn leven voor 'ouwe brombeer' uitgemaakt en na 35 jaar door de Volkskrant bij het grof vuil gezet.
En? Hoewel mij onlangs werd toegevoegd dat ik de lat hoger moet leggen, ben ik een fervent gebruiker van het sociaal medium Twitter. Vooral om 'n hoop interessante mensen (meestal geen BN-ers) en instanties, waaronder vooral buitenlandse kranten, te volgen. Maar af en toe moet ik natuurlijk ook m'n ei kwijt. Zo maakte ik eens 'n kritische opmerking over een columniste die haar ontboezemingen vergezeld laat gaan van een mijns inziens laf portret met over de ogen getrokken pet. Wat er dan mis was aan die foto. Ik zei: ga zo maar eens brandstof tanken, dan merk je het wel. De conclusie van mijn opponente was dat mijn opvatting een leeftijdsdingetje was. Kijk, dat bedoel ik nou.
(Gesproken column, Omroep Best o.m. 14.10.15, 18:10 uur)
Vanwaar mijn waardering voor de oudere mens die van wanten weet? Laat ik maar eens opscheppen: ik pretendeer er zelf een te zijn. En hoe voelt dat? Nou, tamelijk bizar. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel een mening mag hebben. Begin nu niet over de vrijheid van meningsuiting want dat begrip is de laatste weken weer te vaak misbruikt en niet alleen door Geert Wilders, als hij weer eens iets walgelijk vindt.
Afgezien van de taal (het Groene Boekje is een Groen Boek geworden) verandert er in wereld en maatschappij in korte tijd zoveel, dat je niet eens erg oud hoeft te zijn om het niet allemaal meer bij te benen. En toch, nieuwsfreak en bemoeial die ik ben, probeer ik het. Alleen realiseer ik me voortdurend mijn gevorderde leeftijd, waarbij ik mezelf – en mijn Levensmaatje doet dat ook – afvraag: ben ik 'een ouwe zeur' aan het worden? Let wel, dit soort kwalificaties kan de beste overkomen. Zo werd de kampioen van de columnisten in de vorige eeuw, Jan Blokker, in de laatste fase van zijn leven voor 'ouwe brombeer' uitgemaakt en na 35 jaar door de Volkskrant bij het grof vuil gezet.
En? Hoewel mij onlangs werd toegevoegd dat ik de lat hoger moet leggen, ben ik een fervent gebruiker van het sociaal medium Twitter. Vooral om 'n hoop interessante mensen (meestal geen BN-ers) en instanties, waaronder vooral buitenlandse kranten, te volgen. Maar af en toe moet ik natuurlijk ook m'n ei kwijt. Zo maakte ik eens 'n kritische opmerking over een columniste die haar ontboezemingen vergezeld laat gaan van een mijns inziens laf portret met over de ogen getrokken pet. Wat er dan mis was aan die foto. Ik zei: ga zo maar eens brandstof tanken, dan merk je het wel. De conclusie van mijn opponente was dat mijn opvatting een leeftijdsdingetje was. Kijk, dat bedoel ik nou.
(Gesproken column, Omroep Best o.m. 14.10.15, 18:10 uur)
dinsdag 29 september 2015
Nooit, echt nooit, moet boom wijken voor verkeer
Nooit, maar dan ook echt nooit moet een boom wijken voor
het verkeer. Ook niet als iemand tegen zo’n boom is gebotst en dat niet heeft
overleefd. Het is namelijk nooit de schuld van welke boom dan ook.
Om de haverklap duiken er berichten op over plannen tot het rooien van bomen ‘omdat ze een vlotte afwerking van het verkeer in de weg staan’ – of argumenten van gelijke strekking. Vaak gaat het om secundaire (provinciale of gemeentelijke wegen) waar een maximum snelheid geldt, eenvoudig omdat de omstandigheden geen hoge snelheden toestaan.
Het zijn niet zelden wegen die een bestanddeel vormen van een fraai natuurhistorisch landschap. Een bekend voorbeeld in mijn buurt is de kronkelende weg Best-Sint-Oedenrode door het populierenlandschap van de Meijerij. Die is onlangs door Best fiks onderhanden genomen en momenteel is het Rooise deel aan de beurt. Bomen zijn en worden daar zoveel mogelijk ontzien; zonodig vindt herplanting plaats. Terecht is het ook de bedoeling, daar straks een maximum snelheid van 60 km/u in te voeren. Bevalt dat de automobilist niet? Dan maar de omweg over de A-wegen; die zijn er genoeg.
In het Brabants Dagblad lees ik nu weer een bericht over een bomengevecht in Goirle. Daar staat een eik op de oprit van een particulier en daar is een jongeman uit het Belgische Poppel tegen aangebotst met voor hem fatale gevolgen. ‘Op advies van de politie’ zou die boom moeten wijken. Leiden…eh.. Goirle in last. Er is een handtekeningactie tot behoud van de eik opgezet en de kwestie is intussen tot op het niveau van de Raad van State geraakt.
Weg met die kettingzaag dus. Of ter plaatse een maximum snelheid geldt, is mij niet bekend, maar mijn advies richting politie luidt hoe dan ook: handhaven. Bomen kappen is nooit een oplossing. Nooit nie, zeggen ze in Brabant.
Om de haverklap duiken er berichten op over plannen tot het rooien van bomen ‘omdat ze een vlotte afwerking van het verkeer in de weg staan’ – of argumenten van gelijke strekking. Vaak gaat het om secundaire (provinciale of gemeentelijke wegen) waar een maximum snelheid geldt, eenvoudig omdat de omstandigheden geen hoge snelheden toestaan.
Het zijn niet zelden wegen die een bestanddeel vormen van een fraai natuurhistorisch landschap. Een bekend voorbeeld in mijn buurt is de kronkelende weg Best-Sint-Oedenrode door het populierenlandschap van de Meijerij. Die is onlangs door Best fiks onderhanden genomen en momenteel is het Rooise deel aan de beurt. Bomen zijn en worden daar zoveel mogelijk ontzien; zonodig vindt herplanting plaats. Terecht is het ook de bedoeling, daar straks een maximum snelheid van 60 km/u in te voeren. Bevalt dat de automobilist niet? Dan maar de omweg over de A-wegen; die zijn er genoeg.
In het Brabants Dagblad lees ik nu weer een bericht over een bomengevecht in Goirle. Daar staat een eik op de oprit van een particulier en daar is een jongeman uit het Belgische Poppel tegen aangebotst met voor hem fatale gevolgen. ‘Op advies van de politie’ zou die boom moeten wijken. Leiden…eh.. Goirle in last. Er is een handtekeningactie tot behoud van de eik opgezet en de kwestie is intussen tot op het niveau van de Raad van State geraakt.
Weg met die kettingzaag dus. Of ter plaatse een maximum snelheid geldt, is mij niet bekend, maar mijn advies richting politie luidt hoe dan ook: handhaven. Bomen kappen is nooit een oplossing. Nooit nie, zeggen ze in Brabant.
dinsdag 15 september 2015
Glazenwasser
'n
Paar weken geleden, overleed op gezegende leeftijd, Leo de
Bever, vooraanstaand architect te Eindhoven. De bouwkundige sporen
die De Bever heeft nagelaten zijn niet mis. Het Evoluon, icoon
van de stad, bij voorbeeld. En in Best de Lidwinakerk,
aanvankelijk om haar originele ronde vorm vaak aangeduid als 'de
circuskerk'. Eerder ontwierp hij op uitnodiging van burgemeester Guido Notermans het nieuwe gemeentehuis. Dat raadhuis stond met het
front naar d'Ekker. Het had daar een balkon. Dat was in die tijd
wettelijk verplicht, voor het afkondigen van belangrijke
mededelingen. De burgemeester ging daar op staan bij gelegenheden als
de kinderaubade op koninginnedag en bij de ontvangst van Sinterklaas.
Er
was ook een lage, langwerpige vleugel aan de Hoofdstraat, waarin Cees
van Helvoort met zijn Gemeentewerken en Bedrijven was
gevestigd. Intussen is het gemeentehuis (wederom onder architectuur
van De Bever) niet alleen drastisch verbouwd en uitgebreid, maar als
het ware ook omgedraaid. Het balkonnetje is er nog steeds, 'n beetje
verstopt tussen de bouwblokken en dient nu als rookplaats voor
raadsleden tijdens schorsing van vergaderingen.
Het
overlijden van architect De Bever maken bij mij weer flink wat Bestse
herinneringen los. Zo was daar het mysterie van de bouwmaquette van
de Lidwinakerk, waarvan onverhoeds een foto in het Eindhovens
Dagblad verscheen, tot
ontsteltenis van onder anderen de redactie van het dagblad
Oost-Brabant, dat met
het ED in een felle concurrentiestrijd was verwikkeld. De foto was
onscherp, maar toch… Het mysterie is, na de fusie van beide
kranten, in geuren en kleuren uit de doeken gedaan door de
legendarische ED-verslaggever Piet de Bont.
In
die prehistorische tijd werkten de regionale kranten nog met
plaatselijke fotografen, tevens fotohandelaren. Ik hoor nog een
collega 'n foto van een duivenmelker bestellen met de woorden: 'Zet
'm maar 'n duif op z'n kop.' De streekredactie van het ED (Piet de
Bont dus) had een melkboer in Nuenen ontdekt, die handig was
met de camera: Toon van de Wildenberg. Die had trouwens een
charmante, van origine Russische echtgenote als assistente:
Anouschka, die met haar Zizi Jeanmaire-kapsel overal gemakkelijk
toegang had. Dit even terzijde.
De
Bont was er achter gekomen dat de maquette van de te bouwen
Lidwinakerk voor een slaapkamerraam van de eerder gerealiseerde
pastorie stond. Hij kwam met Toon van de Wildenberg overeen dat die
als glazenwasser een ladder
naar dat raam zou beklimmen. Zo gezegd zo gedaan, alleen...het
regende dat het goot. Niet direct het geijkte moment om ruiten te
poetsen. Dat dachten enkele mensen van de rijkspolitie, die toevallig
in hun surveillance-auto passeerden, ook. Dialoogje:
'Is
het niet te nat voor dat werk?'
'Sterker
nog, 't is gekkenwerk dus ik schei er maar mee uit,' repliceerde
Toon.
Maar
de foto was al gemaakt en de politie reed door.
(Gesproken
Column Omroep Best, 16.09.15)
woensdag 9 september 2015
Bedrijfsleider
‘Bedrijfsleider van het kabinet’, zo betitelde Felix
Rottenberg PvdA-leider Diederik Samsom. Is dat nou een compliment of een
diskwalificatie? Bedoeld is natuurlijk het laatste, maar de zichtbaar
zenuwachtige fractievoorzitter in de Tweede Kamer had zijn opponent in de
partijtop makkelijk kunnen piepelen door er een eigen draai aan te geven.
Immers, een bedrijfsleider, tegenwoordig ook wel vestigingsmanager of filiaalhouder/-beheerder genoemd, is de man van het totale overzicht, de onmisbare alleskunner die ervoor zorgt dat de boven hem gestelde directeuren en bestuurders, achteroverleunend hun bonussen tegemoet kunnen zien. De ziel van het bedrijf.
Is er iets mis aan die m/v? Niet per definitie en in de vergelijking met de aanvoerder van een regeringsfractie valt de bedrijfsleider ook niets te verwijten, tenzij Rotopberg wil dat de bedrijfsleider oprot. Dat laatste is natuurlijk zijn bedoeling. Samsom krijgt de schuld van alles, op gezag van Rottenberg, die vervolgens erkent dat hij een stomme vent is. Behoort hij trouwens wel tot de partijtop? Wat is zijn functie meer dan die van mede-uitvlooier van de nieuwe kandidatenlijst voor de vroeg of laat te houden kamerverkiezingen?
Wat bepaalt Rottenbergs gezag, behalve dat hij op gezette tijden zittende PvdA-politici ‘een kunstje flikt’? Als hij de partij-ideoloog wil uithangen, moet-ie toch meer in huis hebben, respectievelijk van stal kunnen halen Ik zie hem toch eerder als kletsmajoor dan als redder van de Nederlandse sociaal-democratische waarden, ooit ideologische veren genoemd.
Immers, een bedrijfsleider, tegenwoordig ook wel vestigingsmanager of filiaalhouder/-beheerder genoemd, is de man van het totale overzicht, de onmisbare alleskunner die ervoor zorgt dat de boven hem gestelde directeuren en bestuurders, achteroverleunend hun bonussen tegemoet kunnen zien. De ziel van het bedrijf.
Is er iets mis aan die m/v? Niet per definitie en in de vergelijking met de aanvoerder van een regeringsfractie valt de bedrijfsleider ook niets te verwijten, tenzij Rotopberg wil dat de bedrijfsleider oprot. Dat laatste is natuurlijk zijn bedoeling. Samsom krijgt de schuld van alles, op gezag van Rottenberg, die vervolgens erkent dat hij een stomme vent is. Behoort hij trouwens wel tot de partijtop? Wat is zijn functie meer dan die van mede-uitvlooier van de nieuwe kandidatenlijst voor de vroeg of laat te houden kamerverkiezingen?
Wat bepaalt Rottenbergs gezag, behalve dat hij op gezette tijden zittende PvdA-politici ‘een kunstje flikt’? Als hij de partij-ideoloog wil uithangen, moet-ie toch meer in huis hebben, respectievelijk van stal kunnen halen Ik zie hem toch eerder als kletsmajoor dan als redder van de Nederlandse sociaal-democratische waarden, ooit ideologische veren genoemd.
donderdag 3 september 2015
Spuit Elluf
Het PvdA-kamerlid Mei Li Vos vindt dat de Goede
Doelen volledige openheid van hun boekhouding moeten geven, zodat de
donateurs (u en ik) weten, hoe hun geld wordt besteed. Daar hadden we vroeger een uitdrukking voor: spuit elf geeft ook nog modder.
Ik schreef ‘u en ik’ maar eigenlijk klopt dat niet. Ik doneer al jaren niet meer vanwege het ontbreken van die openheid, de strijkstok, de exorbitante salarissen en – dat gegeven komt er nu weer bij – de tonnen die door een aantal instanties als het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Aidsfonds en Plan Nederland worden uitgegeven aan de huur van riante grachtenpanden in Amsterdam. Sommigen motiveren dat met drogredeneri als ‘zitten we lekker dicht bij elkaar; goed voor de onderlinge contacten’. Alsof afstand in dit digitale tijdperk nog enige rol speelt.
Ik neem het kamerlid Vos niet kwalijk dat ze deze understatement plaatste. Ze werd tenslotte door de krant om haar mening gevraagd.
De Kamer debatteert deze week, op instigatie van Arie Slob (Christen Unie) naar aanleiding van de uitlatingen van MP Mark Rutte over Dikke Ikke. Over de uitkomsten van dit debat, dat volgens mij een zinnige discussie over dringender vraagstukken als dat van de vluchtelingenstroom in de weg zit, maak ik mij geen enkele illusie. Verdubbel als regering tzt maar weer lekker het opgehaalde bedrag bij een of andere selfkick tv-actie voor een nader te bepalen goed doel, zonder te weten waar het geld blijft.
Ik schreef ‘u en ik’ maar eigenlijk klopt dat niet. Ik doneer al jaren niet meer vanwege het ontbreken van die openheid, de strijkstok, de exorbitante salarissen en – dat gegeven komt er nu weer bij – de tonnen die door een aantal instanties als het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Aidsfonds en Plan Nederland worden uitgegeven aan de huur van riante grachtenpanden in Amsterdam. Sommigen motiveren dat met drogredeneri als ‘zitten we lekker dicht bij elkaar; goed voor de onderlinge contacten’. Alsof afstand in dit digitale tijdperk nog enige rol speelt.
Ik neem het kamerlid Vos niet kwalijk dat ze deze understatement plaatste. Ze werd tenslotte door de krant om haar mening gevraagd.
De Kamer debatteert deze week, op instigatie van Arie Slob (Christen Unie) naar aanleiding van de uitlatingen van MP Mark Rutte over Dikke Ikke. Over de uitkomsten van dit debat, dat volgens mij een zinnige discussie over dringender vraagstukken als dat van de vluchtelingenstroom in de weg zit, maak ik mij geen enkele illusie. Verdubbel als regering tzt maar weer lekker het opgehaalde bedrag bij een of andere selfkick tv-actie voor een nader te bepalen goed doel, zonder te weten waar het geld blijft.
woensdag 2 september 2015
Kinderen en klimaatverandering
In het onderzoek naar ‘de staat van het onderwijs’ dat
momenteel door 14 regionale kranten wordt uitgevoerd, mis ik vragen over de
actuele milieuproblematiek, in het bijzonder de CO2-uitstoot en de
klimaatverandering, waarvan wij deze zomer vrijwel dagelijks de nare gevolgen
ondervinden.
Heeft het schoolgaande kind daar niets mee te maken? Is het daar niet in geïnteresseerd?
In de brievenrubriek Achterwerk van de vpro gids, die ik altijd even doorkijk, om me ervan te vergewissen of er voor de jongeren nog meer is dan eerste liefdes, seksualiteit, coma zuipen en pesterij op school, is momenteel een discussie gaande over de manier waarop wij met onze planeet aarde omgaan. De toon is behoorlijk cynisch, kan ik wel zeggen. Zo lees ik: ‘Als het buiten regent, zullen veel kinderen (…) vragen of hun ouders ze met de auto naar school wil brengen. Dat soort dingen kun je niet veranderen met een brief in de vpro gids.’
Toevallig regende het even flink, toen ouders vanmorgen met hun kinderen naar school fietsten. Hoorde ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: ‘Gossie wat ‘n regen. Als dat straks ook zo is, zal ik je dan met de auto ophalen?’ Met als klap op de vuurpijl: ‘Vind je dat goed?’
De reactie van het meisje heb ik niet meer opgevangen. Jammer want ik had graag gehoord: ‘Ach nee, laat maar, die paar druppeltjes.’
Kinderen zijn soms slimmer dan hun ouders. Een kleinzoon van me spreekt zijn vader (employé) af en toe aan op de ‘wandaden’ van Shell.
Heeft het schoolgaande kind daar niets mee te maken? Is het daar niet in geïnteresseerd?
In de brievenrubriek Achterwerk van de vpro gids, die ik altijd even doorkijk, om me ervan te vergewissen of er voor de jongeren nog meer is dan eerste liefdes, seksualiteit, coma zuipen en pesterij op school, is momenteel een discussie gaande over de manier waarop wij met onze planeet aarde omgaan. De toon is behoorlijk cynisch, kan ik wel zeggen. Zo lees ik: ‘Als het buiten regent, zullen veel kinderen (…) vragen of hun ouders ze met de auto naar school wil brengen. Dat soort dingen kun je niet veranderen met een brief in de vpro gids.’
Toevallig regende het even flink, toen ouders vanmorgen met hun kinderen naar school fietsten. Hoorde ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: ‘Gossie wat ‘n regen. Als dat straks ook zo is, zal ik je dan met de auto ophalen?’ Met als klap op de vuurpijl: ‘Vind je dat goed?’
De reactie van het meisje heb ik niet meer opgevangen. Jammer want ik had graag gehoord: ‘Ach nee, laat maar, die paar druppeltjes.’
Kinderen zijn soms slimmer dan hun ouders. Een kleinzoon van me spreekt zijn vader (employé) af en toe aan op de ‘wandaden’ van Shell.
dinsdag 1 september 2015
Rotonde
Eigenlijk houd ik wel van rotondes. Officieel, voor de
wet, heten ze verkeersplein, maar niemand zegt dat, zoals ook niemand, behalve
de ambtenarij, zegt dat een rotonde gereed is. De nieuwe rotonde in de
halve Bestse Ringweg bij MAKRO en Philips Healthcare is klaar.
Het eerste verkeersplein in Nederland was halverwege de vorige eeuw een rotonde in Venlo. Om de situatie te illustreren: Utrecht-Den Bosch (nu A2) had toen nog talloze gelijkvloerse kruisingen zonder verkeerslichten. De Venlose rotonde was een tegemoetkoming aan de winkelende Duitsers die al met het verschijnsel vertrouwd waren (voorrang!). Duitsland liep voorop.
De rotonde is de ideale beveiliging van gevaarlijke wegkruisingen en verdient dan ook veruit de voorkeur boven verkeerslichten. Bij handig gebruik (het ‘nieuwe rijden’ waaraan het rempedaal nauwelijks te pas komt) heeft ze een ‘mild temperende’ werking op het autoverkeer. Belangrijk voor de doorstroming is wel het gebruik van de clignoteur: alleen bij het verlaten van de rotonde.
Een rotonde vergt veel ruimte, waardoor ze niet altijd toepasbaar is. Hoewel, in Engeland hebben ze virtuele rotondes: niet meer dan een flinke stip midden op de kruising en dat werkt zo goed dat het verbazingwekkend is dat men daar op het continent nog steeds niet aan wil.
Over de noodzaak van de nieuwe rotonde in Best heb ik trouwens mijn twijfels, tenzij men vindt dat op de Ringweg zoveel mogelijk kruisingen hiermee moeten worden beveiligd. De kruising bij MAKRO/Philips (nieuwe uitrit) was best overzichtelijk en er gebeurde bij mijn weten nooit wat.
Het eerste verkeersplein in Nederland was halverwege de vorige eeuw een rotonde in Venlo. Om de situatie te illustreren: Utrecht-Den Bosch (nu A2) had toen nog talloze gelijkvloerse kruisingen zonder verkeerslichten. De Venlose rotonde was een tegemoetkoming aan de winkelende Duitsers die al met het verschijnsel vertrouwd waren (voorrang!). Duitsland liep voorop.
De rotonde is de ideale beveiliging van gevaarlijke wegkruisingen en verdient dan ook veruit de voorkeur boven verkeerslichten. Bij handig gebruik (het ‘nieuwe rijden’ waaraan het rempedaal nauwelijks te pas komt) heeft ze een ‘mild temperende’ werking op het autoverkeer. Belangrijk voor de doorstroming is wel het gebruik van de clignoteur: alleen bij het verlaten van de rotonde.
Een rotonde vergt veel ruimte, waardoor ze niet altijd toepasbaar is. Hoewel, in Engeland hebben ze virtuele rotondes: niet meer dan een flinke stip midden op de kruising en dat werkt zo goed dat het verbazingwekkend is dat men daar op het continent nog steeds niet aan wil.
Over de noodzaak van de nieuwe rotonde in Best heb ik trouwens mijn twijfels, tenzij men vindt dat op de Ringweg zoveel mogelijk kruisingen hiermee moeten worden beveiligd. De kruising bij MAKRO/Philips (nieuwe uitrit) was best overzichtelijk en er gebeurde bij mijn weten nooit wat.
maandag 31 augustus 2015
Frans van der Mespel
Stilletjes is hij weggegaan, 79 jaar oud. Frans van der
Mespel, bij actief leven sportredacteur van de toenmalige Brabant Pers (onder
meer ED) en bij de lezer vooral bekend van zijn verslagen van de Tour de
France, jaren achtereen. Ik kwam hem nog wel eens tegen, bij onze
wandelingen door de Bestse wijk Heuveleind of in de Bibliotheek, waarvan hij trouwens 'n tijdje bestuurslid was. ‘n Vluchtig
praatje, eigenlijk wel passend bij de tamelijk oppervlakkige relatie die we
beroepsmatig hadden. En mijn Levensmaatje kende hem van de Bridgeclub.
Frans was een rustige man, bij het laconieke af. Soms kon hij je op het werk in de kantoortuin aan de Erica in Best (waar toen de vitale delen van de redacties zetelden) iets toeroepen want dan had hij weer een leuke mop. Het mooiste was dan, als hij teruggreep naar zijn ‘moedertaal’, het Rotterdams. Overigens was Frans volledig in Brabant geïntegreerd; in zijn overlijdensadvertentie wordt hij ons pap genoemd.
Meermalen heb ik overwogen, hem voor te stellen samen nog eens naar de live-verslagen van de Tour te kijken. Ik wilde wel eens weten hoe hij daar nu tegenaan keek. Het is er niet van gekomen. Ik had de indruk dat hij daar niet meer voor in was.
Stilletjes. Op de redactionele pagina’s van het ED mis ik een bericht over zijn overlijden. Verbazingwekkend is dat niet. Journalistiek is naar mijn mening een nederig vak. Je bent iemand, zolang je het uitoefent, daarna niet meer. Of je moet gespecialiseerd zijn in aandachttrekkerij. Zo iemand was Frans nu juist niet.
Frans was een rustige man, bij het laconieke af. Soms kon hij je op het werk in de kantoortuin aan de Erica in Best (waar toen de vitale delen van de redacties zetelden) iets toeroepen want dan had hij weer een leuke mop. Het mooiste was dan, als hij teruggreep naar zijn ‘moedertaal’, het Rotterdams. Overigens was Frans volledig in Brabant geïntegreerd; in zijn overlijdensadvertentie wordt hij ons pap genoemd.
Meermalen heb ik overwogen, hem voor te stellen samen nog eens naar de live-verslagen van de Tour te kijken. Ik wilde wel eens weten hoe hij daar nu tegenaan keek. Het is er niet van gekomen. Ik had de indruk dat hij daar niet meer voor in was.
Stilletjes. Op de redactionele pagina’s van het ED mis ik een bericht over zijn overlijden. Verbazingwekkend is dat niet. Journalistiek is naar mijn mening een nederig vak. Je bent iemand, zolang je het uitoefent, daarna niet meer. Of je moet gespecialiseerd zijn in aandachttrekkerij. Zo iemand was Frans nu juist niet.
woensdag 12 augustus 2015
Word liever geen proefkonijjn
De
Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) is volgens een radiobericht van
plan, autobezitters niet langer per post te waarschuwen dat ze naar
de APK-keuring moeten. Ook dit zal worden gedigitaliseerd, met andere
woorden – begrijp ik – dat je op de website van die dienst een
account moet aanmaken, zodat je die waarschuwing elektronisch kunt
ontvangen. De Belastingdienst ging haar voor, met dit verschil dat je
van de fiscus nog steeds papier in huis krijgt gestuurd, als je dat
wil.
Allemaal goed en wel, negentig procent van de Nederlanders heeft wel een computer, in welke vorm dan ook, maar waar blijft de vrijheid dat ding te gebruiken voor zover men dat wil? En er blijft nog een flink aantal ingezetenen over dat geen computer, tablet of smartphone heeft en er ook nooit aan zal toekomen. Daar hoef je niet verstandelijk beperkt voor te zijn. Dus, RDW, bezint eer ge begint.
Zelf behoor ik, in weerwil van mijn vergevorderde leeftijd, niet tot de digibeten. Al in de jaren zeventig werd op de krant waar ik werkte het zogenaamd Geïntegreerd Informatieverwerkend Systeem ingevoerd. We werden allemaal aan een terminal gezet, een beeldscherm met toetsenbord, dat verbonden was met een gigantische computer; zichtbaar draaiende schijven in een stofvrije ruimte. Als een groen lampje aan het plafond brandde, dan was alles in orde; werd dat lampje rood dan moest je de tekst waarmee je bezig was als de wiedeweerga opslaan, anders was je wellicht uren werk kwijt. Dat rode lampje wilde nogal eens in de middagpauze aangaan en dan klonk door de redactiezaal: quick fit!
Die vroege introductie van de computer op de werkvloer heeft mij in zoverre geen windeieren gelegd, dat ik meer dan 25 jaar geleden helemaal in the mood was voor een eigen thuiscomputer. Al gauw maakte ik ook kennis met het internet, nog voordat er kant-en- klaar-vensters bestonden waarop je maar hoefde te klikken om te komen waar je in de wereld ook maar wezen moest. Laat staan dat er al sprake was van plaatjes of filmpjes op de computer. In een zwart venster moest je iets intikken, wat dan in witte of groene lettertjes zichtbaar werd. Nou ja, de stoomtrein in plaats van de hoge-snelheidstrein. Al doende leert men en zo heb ik me met hulp van vrienden en computerbladen door alle Windowsversies heen een redelijke vaardigheid op computergebied eigen gemaakt.
Er is nu aanleiding, iets van die vaardigheid en ervaring aan u mee te delen, namelijk de met veel bombarie door softwaregigant Microsoft aangekondigde mogelijkheid om je computer met Windows 7 of Windows 8.1 gratis op te waarderen naar de nieuwste versie, Windows 10. Begerig naar alles wat nieuw én gratis is, ben ik daar vrijwel direct op in gegaan. Eerste reden: ik vond mijn Windows 7 namelijk wat aan de trage kant en aangezien wij thuis een netwerkje met twee computers en nog wat andere draadloze apparaten hebben, leek het me verstandig, ook de tweede laptop, draaiend op Windows 8.1, te upgraden zoals dat heet. In dat laatste geval verliep alles, voor zover ik nu kan overzien, vlekkeloos. Maar de voormalige Windows 7-computer zit nu met van alles in de knoop.
Laat ik u niet met allerlei details vervelen. De voornaamste klacht is dat software waaraan ik sterk gehecht ben, zoals Adobe Photoshop Elements, niet meer functioneert, terwijl de laatste versie van dat programma zich in Mijn Windows 10 verslikt. Voor zover ik kan nagaan is Virusscanner Kapsersky de enige die tijdig op het nieuwe besturingssysteem van Microsoft is ingehaakt en nòg heeft Kaspersky 2015 problemen met het dagelijks updaten van de database met de virusdefinities. Tussen haakjes: Elke kloojo die een nieuwe aanval op computers bedenkt, wordt door Kaspersky zo gauw mogelijk in de nek gesprongen. Vandaar die dagelijkse update.
Kort en goed, Windows 10 is nog niet voldragen en de meeste software-ontwikkelaars zijn er nog niet genoeg op ingespeeld. Dus hebt u een goed draaiend toestel, laat dat dan voorlopig zo. Wordt liever geen proefkonijn. Gratis overstappen kan nog tot 29 juli 2016. Tegen die tijd zijn heel wat kinderziektes overwonnen.
(Radiocolumn Omroep Best, 12 augustus 2015)
Allemaal goed en wel, negentig procent van de Nederlanders heeft wel een computer, in welke vorm dan ook, maar waar blijft de vrijheid dat ding te gebruiken voor zover men dat wil? En er blijft nog een flink aantal ingezetenen over dat geen computer, tablet of smartphone heeft en er ook nooit aan zal toekomen. Daar hoef je niet verstandelijk beperkt voor te zijn. Dus, RDW, bezint eer ge begint.
Zelf behoor ik, in weerwil van mijn vergevorderde leeftijd, niet tot de digibeten. Al in de jaren zeventig werd op de krant waar ik werkte het zogenaamd Geïntegreerd Informatieverwerkend Systeem ingevoerd. We werden allemaal aan een terminal gezet, een beeldscherm met toetsenbord, dat verbonden was met een gigantische computer; zichtbaar draaiende schijven in een stofvrije ruimte. Als een groen lampje aan het plafond brandde, dan was alles in orde; werd dat lampje rood dan moest je de tekst waarmee je bezig was als de wiedeweerga opslaan, anders was je wellicht uren werk kwijt. Dat rode lampje wilde nogal eens in de middagpauze aangaan en dan klonk door de redactiezaal: quick fit!
Die vroege introductie van de computer op de werkvloer heeft mij in zoverre geen windeieren gelegd, dat ik meer dan 25 jaar geleden helemaal in the mood was voor een eigen thuiscomputer. Al gauw maakte ik ook kennis met het internet, nog voordat er kant-en- klaar-vensters bestonden waarop je maar hoefde te klikken om te komen waar je in de wereld ook maar wezen moest. Laat staan dat er al sprake was van plaatjes of filmpjes op de computer. In een zwart venster moest je iets intikken, wat dan in witte of groene lettertjes zichtbaar werd. Nou ja, de stoomtrein in plaats van de hoge-snelheidstrein. Al doende leert men en zo heb ik me met hulp van vrienden en computerbladen door alle Windowsversies heen een redelijke vaardigheid op computergebied eigen gemaakt.
Er is nu aanleiding, iets van die vaardigheid en ervaring aan u mee te delen, namelijk de met veel bombarie door softwaregigant Microsoft aangekondigde mogelijkheid om je computer met Windows 7 of Windows 8.1 gratis op te waarderen naar de nieuwste versie, Windows 10. Begerig naar alles wat nieuw én gratis is, ben ik daar vrijwel direct op in gegaan. Eerste reden: ik vond mijn Windows 7 namelijk wat aan de trage kant en aangezien wij thuis een netwerkje met twee computers en nog wat andere draadloze apparaten hebben, leek het me verstandig, ook de tweede laptop, draaiend op Windows 8.1, te upgraden zoals dat heet. In dat laatste geval verliep alles, voor zover ik nu kan overzien, vlekkeloos. Maar de voormalige Windows 7-computer zit nu met van alles in de knoop.
Laat ik u niet met allerlei details vervelen. De voornaamste klacht is dat software waaraan ik sterk gehecht ben, zoals Adobe Photoshop Elements, niet meer functioneert, terwijl de laatste versie van dat programma zich in Mijn Windows 10 verslikt. Voor zover ik kan nagaan is Virusscanner Kapsersky de enige die tijdig op het nieuwe besturingssysteem van Microsoft is ingehaakt en nòg heeft Kaspersky 2015 problemen met het dagelijks updaten van de database met de virusdefinities. Tussen haakjes: Elke kloojo die een nieuwe aanval op computers bedenkt, wordt door Kaspersky zo gauw mogelijk in de nek gesprongen. Vandaar die dagelijkse update.
Kort en goed, Windows 10 is nog niet voldragen en de meeste software-ontwikkelaars zijn er nog niet genoeg op ingespeeld. Dus hebt u een goed draaiend toestel, laat dat dan voorlopig zo. Wordt liever geen proefkonijn. Gratis overstappen kan nog tot 29 juli 2016. Tegen die tijd zijn heel wat kinderziektes overwonnen.
(Radiocolumn Omroep Best, 12 augustus 2015)
dinsdag 28 juli 2015
Lisa, blijf ons volgen, het smullen gaat verder
Als je de tv opbelt of mailt dat je regelmatig grote
onderbroeken wast en die dan buiten te drogen hangt, komt de tv om dat te
filmen. Bijkomend voordeel: de heer des huizes deelt in, wat heet, sappig
Peellands, gaandeweg mee dat hij nóóit de was doet. Ja ophangen doet-ie nog
wel. Geen kunst aan, met die knijpertjes. Einde item.
Soms gaat er ‘n hoop sociale-media-geweld aan vooraf, zoals in het geval Lisa, het meisje van dertien met het uiterlijk van een 20-jarige, dat heimelijk de ‘ouderlijke’ camping verliet en dagen later in min of meer verholen gezelschap van een 41-jarige (!) man in een streekbus werd aangetroffen. ‘Ben jij Lisa?’ - ‘Nee.’ - ‘Ga toch maar mee.’
Eind goed al goed? Dat zou ik toch maar eens even afwachten.
De reguliere media krijgen het via de asociale media voornoemd, in het bijzonder Facebook, allemaal op een presenteerblaadje aangeboden. Daar gooit iedereen zijn – elders zo fel geclaimde en verdedigde – privacy voor de wolven.
Zo kan het gebeuren dat je in de journaals – op één avond naar het lijkt eindeloos herhaald – de ouders van Lisa gezellig op de bank ziet zitten, vrolijk het land in blikkend met de woorden: ‘Een pak van ons hart. Ze is terecht. Iedereen hartelijk bedankt.’
Ik denk dus dat die vrolijkheid niet terecht is, althans op z’n minst voorbarig. Want het belangrijkste weten de ouders noch wij: wat is er de afgelopen dagen met Lisa gebeurd? De politie probeert daar achter te komen en ik vind het ronduit verbazingwekkend dat de ouders daar kennelijk niet over in spanning zitten.
De media nemen alvast een voorproefje op wat volgt, door nogal hypocriet het geijkte verhaal te brengen over ‘ouders die hun kinderen met media moeten leren omgaan’. Zo van: ‘morgen meer. Blijf ons volgen, het smullen gaat verder’.
Soms gaat er ‘n hoop sociale-media-geweld aan vooraf, zoals in het geval Lisa, het meisje van dertien met het uiterlijk van een 20-jarige, dat heimelijk de ‘ouderlijke’ camping verliet en dagen later in min of meer verholen gezelschap van een 41-jarige (!) man in een streekbus werd aangetroffen. ‘Ben jij Lisa?’ - ‘Nee.’ - ‘Ga toch maar mee.’
Eind goed al goed? Dat zou ik toch maar eens even afwachten.
De reguliere media krijgen het via de asociale media voornoemd, in het bijzonder Facebook, allemaal op een presenteerblaadje aangeboden. Daar gooit iedereen zijn – elders zo fel geclaimde en verdedigde – privacy voor de wolven.
Zo kan het gebeuren dat je in de journaals – op één avond naar het lijkt eindeloos herhaald – de ouders van Lisa gezellig op de bank ziet zitten, vrolijk het land in blikkend met de woorden: ‘Een pak van ons hart. Ze is terecht. Iedereen hartelijk bedankt.’
Ik denk dus dat die vrolijkheid niet terecht is, althans op z’n minst voorbarig. Want het belangrijkste weten de ouders noch wij: wat is er de afgelopen dagen met Lisa gebeurd? De politie probeert daar achter te komen en ik vind het ronduit verbazingwekkend dat de ouders daar kennelijk niet over in spanning zitten.
De media nemen alvast een voorproefje op wat volgt, door nogal hypocriet het geijkte verhaal te brengen over ‘ouders die hun kinderen met media moeten leren omgaan’. Zo van: ‘morgen meer. Blijf ons volgen, het smullen gaat verder’.
dinsdag 21 juli 2015
Muggen, het moes nie magge
Vele jaren geleden was ik tijdens een vakantie aan de
Neusiedlersee, in Neder Oostenrijk. Drie kenmerken (wie er meer over
wil weten, raadplege bij voorbeeld neusiedlersee.nl): het meer is een geliefd weekenduitje voor
de inwoners van Wenen, die zich bijzonder hoffelijk gedragen ten opzichte van
anderen. Toen ik onder de stranddouche ging staan, was een hunner zo
vriendelijk, die spontaan met de daarvoor bestemde trekker in werking te stellen
en te houden. Ze maken er verrukkelijke wijn, die helaas niet geschikt is voor
export (kan niet tegen vervoer) en, ten derde, het stikt er van de muggen.
Wat dus het meest in mijn herinnering is blijven hangen, is de avond met Wein, Weib und Gesang, gevolgd door een nachtelijke jacht op het muggengespuis. Men kan zich voorstellen dat het een tamelijk ingewikkelde combinatie is.
Muggen, het moes nie magge. Maar ze gedijen het best bij de combinatie van zomerwarmte en stilstaand water. In het Peeldorp Griendtsveen weten ze daar alles van sinds men in die omgeving bezig is met zogenaamd natuurherstel, inclusief het verhogen van de grondwaterstand. Men wil het oorspronkelijke hoogveen terug, meldt het Eindhovens Dagblad, dat bijkans een halve voorpagina wijdt aan het muggenprobleem dat hiervan het gevolg zou zijn. De dorpsraad is zodoende in het geweer gekomen, acht de overheid aansprakelijk voor de muggenplaag en sluit zelfs ‘een gang naar de rechter’ niet uit. Maar of het zal lukken, de magistraat te overtuigen van oorzaak en gevolg, daar twijfelt de dorpsraad zelf ook wel ‘n beetje aan, evenals de boswachter ter plaatse: ‘Het is nu eenmaal een goed jaar voor de muggen.’
Ik denk dat de rechter zal zeggen: koop maar een goeie vliegenmepper. Pats!
Wat dus het meest in mijn herinnering is blijven hangen, is de avond met Wein, Weib und Gesang, gevolgd door een nachtelijke jacht op het muggengespuis. Men kan zich voorstellen dat het een tamelijk ingewikkelde combinatie is.
Muggen, het moes nie magge. Maar ze gedijen het best bij de combinatie van zomerwarmte en stilstaand water. In het Peeldorp Griendtsveen weten ze daar alles van sinds men in die omgeving bezig is met zogenaamd natuurherstel, inclusief het verhogen van de grondwaterstand. Men wil het oorspronkelijke hoogveen terug, meldt het Eindhovens Dagblad, dat bijkans een halve voorpagina wijdt aan het muggenprobleem dat hiervan het gevolg zou zijn. De dorpsraad is zodoende in het geweer gekomen, acht de overheid aansprakelijk voor de muggenplaag en sluit zelfs ‘een gang naar de rechter’ niet uit. Maar of het zal lukken, de magistraat te overtuigen van oorzaak en gevolg, daar twijfelt de dorpsraad zelf ook wel ‘n beetje aan, evenals de boswachter ter plaatse: ‘Het is nu eenmaal een goed jaar voor de muggen.’
Ik denk dat de rechter zal zeggen: koop maar een goeie vliegenmepper. Pats!
dinsdag 14 juli 2015
De truc is: blijven lachen
Ik geef toe, het kan soms moeilijk zijn, maar probeer bij
het nieuws dat over je heen wordt gestort te blijven lachen. Anders is het niet vol te houden, toch?
Neem nou zo’n geval als dat van de rekenfout van 12 miljoen bij de exploitatie van de Internationale School in Eindhoven. Aan negatieve bedragen werd een rente-opbrengst toegekend. ‘Hoe verder in de min hoe hoger het rentebedrag dat geplust werd,’ schrijft het ED vandaag op de voorpagina. De lach die aan de kop valt te ontlenen, mag gerust sardonisch genoemd worden. Ik citeer: Financieel adviesbureau rekent niet goed; accountant ziet fout niet.
Hou op, ik houd het niet meer.
Het volgende is niet om te lachen, dus ik meld het vrijblijvend. Via via verneem ik namelijk dat de oudste inwoonster van Best (99) noodgedwongen in het ziekenhuis ligt, omdat er geen plaats voor haar is in de zorgsector. Wee het gebeente van de bestuurder die straks, al dan niet behangen met een ambtsketting, met een taart met honderd kaarsjes op haar verjaardag verschijnt.
Blijf lachen. Ook bij de leegstand van een fraai, nog geen tien jaar oud schoolgebouw in de wijk Heivelden, waarop als een schone belofte het reclamebord van een particuliere kinderopvang is aangebracht. Hoeveel rekenfouten zijn, respectievelijk worden hier gemaakt en door wie? Niet door de ouders in Heuveleind en Heivelden in elk geval, want die zijn wat de vrouwelijke helft betreft zo langzamerhand in de menopauze (schreef ik daat bijna memopauze) beland.
Laat ik het hier maar bij laten, het is tenslotte komkommertijd, al kun je dat aan de gezichten van de Grieken niet zien. De enige in dit circus die nog reden heeft tot lachen is Jeroen Dijsselbloem over zijn verlengde baantje.
Neem nou zo’n geval als dat van de rekenfout van 12 miljoen bij de exploitatie van de Internationale School in Eindhoven. Aan negatieve bedragen werd een rente-opbrengst toegekend. ‘Hoe verder in de min hoe hoger het rentebedrag dat geplust werd,’ schrijft het ED vandaag op de voorpagina. De lach die aan de kop valt te ontlenen, mag gerust sardonisch genoemd worden. Ik citeer: Financieel adviesbureau rekent niet goed; accountant ziet fout niet.
Hou op, ik houd het niet meer.
Het volgende is niet om te lachen, dus ik meld het vrijblijvend. Via via verneem ik namelijk dat de oudste inwoonster van Best (99) noodgedwongen in het ziekenhuis ligt, omdat er geen plaats voor haar is in de zorgsector. Wee het gebeente van de bestuurder die straks, al dan niet behangen met een ambtsketting, met een taart met honderd kaarsjes op haar verjaardag verschijnt.
Blijf lachen. Ook bij de leegstand van een fraai, nog geen tien jaar oud schoolgebouw in de wijk Heivelden, waarop als een schone belofte het reclamebord van een particuliere kinderopvang is aangebracht. Hoeveel rekenfouten zijn, respectievelijk worden hier gemaakt en door wie? Niet door de ouders in Heuveleind en Heivelden in elk geval, want die zijn wat de vrouwelijke helft betreft zo langzamerhand in de menopauze (schreef ik daat bijna memopauze) beland.
Laat ik het hier maar bij laten, het is tenslotte komkommertijd, al kun je dat aan de gezichten van de Grieken niet zien. De enige in dit circus die nog reden heeft tot lachen is Jeroen Dijsselbloem over zijn verlengde baantje.
zaterdag 27 juni 2015
Tunesië: dit kon niet goed gaan
Jaren geleden, ik zat nog in het arbeidsproces, maakte ik
een veertiendaagse groepsreis naar Tunesië. De eerste en de laatste keer dat ik
een Noord-Afrikaans land bezocht. Ver voor de daar begonnen Arabische Lente en
de, naar men zegt, redelijk geslaagde democratisering.
Tunesië is een klein, mooi, afwisselend land, ooit een Franse kolonie, wat je vooral in de hoofdstad Tunis nog goed aan de gebouwen kunt zien. De reis was onderverdeeld in een week sightseeing en een week luieren, desgewenst aan het strand. Qua cultuur is er heel wat te beleven. Om te beginnen, voor ons was dat letterlijk zo, de resten van het door de Romeinen veroverde Carthago, vlakbij Tunis.
Ook de ruïnes van een door de Romeinen zelf gestichte stad zijn de moeite van een bezoek meer dan waard. Zó goed geconserveerd dat je denkt: dit is dus het beeld dat is overgebleven van de klassieke oudheid. Ik hoef nu niet meer de halve wereld af te reizen om daar kennis van te nemen. En ja, zelfs bij een bezoek aan het Forum Romanum in Rome en aan Pompeï kreeg ik een gevoel van herkenning, waarmee ik niet wil zeggen dat je de kans moet laten glippen om daar te gaan kijken.
Het toerisme is de levensader van Tunesië. De IS richt daarop zijn kalashnikovs, eerst in het nationaal museum, nu op het strand. Toch is er sprake van een geweldige paradox. Het toerisme is namelijk geen toereikende bron van werkgelegenheid bij de enorme aanwas van de bevolking. Een bezoek aan het land geeft je – net als het me later overkwam in Indonesië – een dubbel gevoel. Het verschil tussen arm en rijk is er zo zichtbaar. Al die jonge mannen in hun pijen die de ganse dag op de stoepen en trappen in steden en dorpen zitten te kijken; die – tot ergernis van de toeristen – op muurtjes langs het strand loeren naar de zo goed als blote zonaanbidders.
Dit kon niet lang meer goed gaan en dit ging ook mis. Tunesië is, met die tot op het bod gefrustreerden, dé leverancier van IS-strijders geworden en het stelsel wordt dus ook van binnenuit aangevallen. Betekent dit het einde van het toerisme, waardoor het probleem alleen maar wordt vergroot? In de westerse landen heerst hierover heel wat twijfel: België geeft een negatief reisadvies voor Tunesië, onze minister van BuZa, Koenders, kwam nog niet verder dan: ‘kijk uit als je daar bent.’ Honderden vakantiegangers nemen terecht het zekere voor het onzekere, ze gaan voortijdig naar huis.
Tunesië is een klein, mooi, afwisselend land, ooit een Franse kolonie, wat je vooral in de hoofdstad Tunis nog goed aan de gebouwen kunt zien. De reis was onderverdeeld in een week sightseeing en een week luieren, desgewenst aan het strand. Qua cultuur is er heel wat te beleven. Om te beginnen, voor ons was dat letterlijk zo, de resten van het door de Romeinen veroverde Carthago, vlakbij Tunis.
Ook de ruïnes van een door de Romeinen zelf gestichte stad zijn de moeite van een bezoek meer dan waard. Zó goed geconserveerd dat je denkt: dit is dus het beeld dat is overgebleven van de klassieke oudheid. Ik hoef nu niet meer de halve wereld af te reizen om daar kennis van te nemen. En ja, zelfs bij een bezoek aan het Forum Romanum in Rome en aan Pompeï kreeg ik een gevoel van herkenning, waarmee ik niet wil zeggen dat je de kans moet laten glippen om daar te gaan kijken.
Het toerisme is de levensader van Tunesië. De IS richt daarop zijn kalashnikovs, eerst in het nationaal museum, nu op het strand. Toch is er sprake van een geweldige paradox. Het toerisme is namelijk geen toereikende bron van werkgelegenheid bij de enorme aanwas van de bevolking. Een bezoek aan het land geeft je – net als het me later overkwam in Indonesië – een dubbel gevoel. Het verschil tussen arm en rijk is er zo zichtbaar. Al die jonge mannen in hun pijen die de ganse dag op de stoepen en trappen in steden en dorpen zitten te kijken; die – tot ergernis van de toeristen – op muurtjes langs het strand loeren naar de zo goed als blote zonaanbidders.
Dit kon niet lang meer goed gaan en dit ging ook mis. Tunesië is, met die tot op het bod gefrustreerden, dé leverancier van IS-strijders geworden en het stelsel wordt dus ook van binnenuit aangevallen. Betekent dit het einde van het toerisme, waardoor het probleem alleen maar wordt vergroot? In de westerse landen heerst hierover heel wat twijfel: België geeft een negatief reisadvies voor Tunesië, onze minister van BuZa, Koenders, kwam nog niet verder dan: ‘kijk uit als je daar bent.’ Honderden vakantiegangers nemen terecht het zekere voor het onzekere, ze gaan voortijdig naar huis.
vrijdag 19 juni 2015
Jongmensch
In een, althans op Blendle, niet ondertekende column in
BN-DeStem van heden, staat een anecdode over Drs. P. De columnist vermeldt een
ontmoeting met de taalvirtuoos en dat gaat ongeveer zo: ‘Ik vertelde dat ik
eveneens het Nederlandstalige lied trachtte te propageren door af en toe op het
biljart van mijn stamcafé in Breda een smartlap te zingen. Polzer draaide zijn
markante hoofd zijwaarts, keek me secondenlang met priemende ogen aan, zei: ‘Dat
is een loflijk streven, jongmens’.
Het woord is al zo lang in onbruik dat ik het jongmensch zou hebben gespeld. Het herinnert mij aan het vaak vertelde verhaal van de eerste ontmoeting van de mensen die mijn ouders zouden worden. Mijn vader was een poosje, niet bepaald tot zijn voldoening, ‘reiziger in suikerwaren’. Het was tegen het einde van de negentiende eeuw. In de trein kwam hij tegenover een meisje te zitten dat onderweg was naar een pensionaat in Zaventhem en het klikte. Nadien werd hij ten huize van mijn toekomstige moeder aangeduid als ‘het jongmensch uit de trein’.
Dat jongmensch kon overigens niet de goedkeuring wegdragen van de pa van het meisje, als haar eventuele huwelijkspartner. Dus moest hij van alles verzinnen, om haar ‘in het geheim’ te ontmoeten. Daarbij moet men in aanmerking nemen dat ‘nette burgermeisjes’ in die tijd niet met goed fatsoen onbegeleid over straat konden. Op zekere dag heeft mijn vader daar het volgende op gevonden.
Weer eens op terugreis naar zijn woonplaats Breda, zei hij tegen zijn collega’s handelsreizigers: ‘Straks wordt ik op het station afgehaald door twee knappe meiden.’ Het werd, geloof ik, zelfs een weddenschap. Bij een tussenstop, verstuurde hij snel een telegram naar het huisadres van zijn geliefde met de mededeling: ‘Arriveer om 3 uur op station. Tante Marie.’ Zodoende werd zijn meisje, vergezeld door een vriendin, met de paardentram naar het Bredase station gestuurd en daar zagen zij, uiteraard tot hun verrassing, niet tante Marie, maar het jongmensch uit de trein stappen.
Het woord is al zo lang in onbruik dat ik het jongmensch zou hebben gespeld. Het herinnert mij aan het vaak vertelde verhaal van de eerste ontmoeting van de mensen die mijn ouders zouden worden. Mijn vader was een poosje, niet bepaald tot zijn voldoening, ‘reiziger in suikerwaren’. Het was tegen het einde van de negentiende eeuw. In de trein kwam hij tegenover een meisje te zitten dat onderweg was naar een pensionaat in Zaventhem en het klikte. Nadien werd hij ten huize van mijn toekomstige moeder aangeduid als ‘het jongmensch uit de trein’.
Dat jongmensch kon overigens niet de goedkeuring wegdragen van de pa van het meisje, als haar eventuele huwelijkspartner. Dus moest hij van alles verzinnen, om haar ‘in het geheim’ te ontmoeten. Daarbij moet men in aanmerking nemen dat ‘nette burgermeisjes’ in die tijd niet met goed fatsoen onbegeleid over straat konden. Op zekere dag heeft mijn vader daar het volgende op gevonden.
Weer eens op terugreis naar zijn woonplaats Breda, zei hij tegen zijn collega’s handelsreizigers: ‘Straks wordt ik op het station afgehaald door twee knappe meiden.’ Het werd, geloof ik, zelfs een weddenschap. Bij een tussenstop, verstuurde hij snel een telegram naar het huisadres van zijn geliefde met de mededeling: ‘Arriveer om 3 uur op station. Tante Marie.’ Zodoende werd zijn meisje, vergezeld door een vriendin, met de paardentram naar het Bredase station gestuurd en daar zagen zij, uiteraard tot hun verrassing, niet tante Marie, maar het jongmensch uit de trein stappen.
woensdag 17 juni 2015
Een gezegend putdeksel
Het vernieuwde centrum van Best is voorzien van ‘unieke’
putdeksels in het wegdek, waarop volgens het plaatselijke h.a.h.-blad
Groeiend Best de heilige Odulphus is afgebeeld. Terwijl ik dacht, wat
is dat nu weer voor gekkigheid, plaatste het blad de toevoeging dat het er net
zo uit zag als de afbeelding op de stoep van het gemeentehuis.
Het gaat dus heel simpel om het nauwelijks meer voor publiciteitsdoeleinden gebruikte gemeentewapen uit de negentiende eeuw, waarin inderdaad de plaatselijke heilige is afgebeeld. Tot zover niks aan de hand.
De putdeksels in Best dragen overal elders de letters tbs, wat bij mij stelselmatig de gedachte oproept aan ‘afvalputje van de maatschappij’, maar dat terzijde. En het verhaal zou hiermee over en uit zijn, ware het niet dat het ‘eerste’ nieuwe putdeksel in de Hoofdstraat afgelopen zondag is gezegend door de pastoor in vol ceremonieel gewaad (cappa), in aanwezigheid van de burgemeester en een wethouder, met zo te zien als enige getuigen drie diakenen of acolieten in superplie. En de fotograaf, natuurlijk.
De pastoor profaniseerde het gezegende symbool door het een ‘teken van verbondenheid in ons dorp’ enz. te noemen en burgemeester Anton van Aert voegde eraan toe ‘dat het Best toch anders maakt dan veel andere gemeenten’.
Tja. Hiermee is het religieuze karakter van deze intieme bijeenkomst in de openlucht wel enigszins gerelativeerd, maar het zal duidelijk zijn dat de annexatie van het beeldmerk-initiatief door het r.-k. volksdeel mij toch niet echt lekker zit. Zware woorden als ‘scheiding van kerk en staat’, wil ik niet gebruiken, maar als men het over onderlinge verbondenheid heeft, dient men zich toch te realiseren dat we ook in Best te maken hebben met een multiculturele samenleving, die noopt tot voorzichtigheid met het oppeppen van autochtone religieuze tradities.
Het gaat dus heel simpel om het nauwelijks meer voor publiciteitsdoeleinden gebruikte gemeentewapen uit de negentiende eeuw, waarin inderdaad de plaatselijke heilige is afgebeeld. Tot zover niks aan de hand.
De putdeksels in Best dragen overal elders de letters tbs, wat bij mij stelselmatig de gedachte oproept aan ‘afvalputje van de maatschappij’, maar dat terzijde. En het verhaal zou hiermee over en uit zijn, ware het niet dat het ‘eerste’ nieuwe putdeksel in de Hoofdstraat afgelopen zondag is gezegend door de pastoor in vol ceremonieel gewaad (cappa), in aanwezigheid van de burgemeester en een wethouder, met zo te zien als enige getuigen drie diakenen of acolieten in superplie. En de fotograaf, natuurlijk.
De pastoor profaniseerde het gezegende symbool door het een ‘teken van verbondenheid in ons dorp’ enz. te noemen en burgemeester Anton van Aert voegde eraan toe ‘dat het Best toch anders maakt dan veel andere gemeenten’.
Tja. Hiermee is het religieuze karakter van deze intieme bijeenkomst in de openlucht wel enigszins gerelativeerd, maar het zal duidelijk zijn dat de annexatie van het beeldmerk-initiatief door het r.-k. volksdeel mij toch niet echt lekker zit. Zware woorden als ‘scheiding van kerk en staat’, wil ik niet gebruiken, maar als men het over onderlinge verbondenheid heeft, dient men zich toch te realiseren dat we ook in Best te maken hebben met een multiculturele samenleving, die noopt tot voorzichtigheid met het oppeppen van autochtone religieuze tradities.
maandag 15 juni 2015
Losse flodders
Ik begin een beetje genoeg te krijgen van de losse
flodders van wethouder Marc van Schuppen. Voor de duidelijkheid: een losse
flodder lanceren is schieten, maar niet met scherp.
Vorige week meende Van Schuppen ter versterking van zijn imago de krant weer eens een scoop te bezorgen met de onverhoedse mededeling dat er ruimte is voor een extra supermarkt in Best. En waar had de bestuurder die winkel dan wel gerealiseerd willen zien? In de nog te bouwen woonwijk Aarle, ten noorden van de Oirschotseweg.
Nu moet ik zeggen dat als het over bebouwing in Aarle gaat, bij mij de stekels altijd recht overeind gaan staan. Het gaat hier om een van de nog redelijk gave buurtschappen in Best, uiteraard van agrarische oorsprong, waar elke ruimtelijke ingreep al gauw een aantasting betekent van het cultuur-historische landschap.
En ja, er is voor Aarle een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding. Op de gemeentelijke website valt daarover te lezen: ‘Het doel is om in Aarle een ontspannen groenstedelijke woonomgeving te creëren, die gebaseerd is op de huidige kwaliteiten van het gebied (‘rijk wonen’). Het moet een locatie worden waarin bewoners elke dag kunnen kiezen voor de rust van het buitengebied of de dynamiek van de stedelijke voorzieningen.’ De bekende snorkende taal van wie iets te verkopen heeft.
De door de gemeente aangegeven globale grenzen van het plan zijn: de Ringweg, Sint Antoniusweg, Kapelweg, Aarleseweg, Mosselaarweg en Broekstraat. Let goed op: globale grenzen, dus de hemel weet hoe dicht de nieuwe woonwijk op het historisch hart met brink en kapel van Aarle komt te liggen. Volgens mij nu al te dicht, waardoor de beloofde ‘rust van het buitengebied’ wel heel erg betrekkelijk wordt. Over losse flodders gesproken.
En daar moet dan volgens de heer Van Schuppen ook een super komen, ‘want veel bewoners van Best West doen nu hun boodschappen in Oirschot’. Waar haalt de wethouder deze wijsheid vandaan? Volgens een onderzoek Brabantse Netwerken uit oktober 2014, geëntameerd door de provincie Noord-Brabant, is juist het omgekeerde het geval! En waar zouden die Oirschottenaren dan nu winkelen? Ik doe een gooi: in winkelcentrum Heivelden, pal tegenover Aarle.
Zondag twitterde Bests burgemeester Anton van Aert op grond van mededelingen op de website Compendium van de Leefomgeving, waarin onder meer het CBS participeert: ‘Leegstand winkels 2005 – 2015, leegstand in Best valt mee: zo'n 4 %. Buurgemeenten hoger.’ Mooi, maar is het niet verstandiger naar de trend te kijken, bij voorbeeld de verwachting over tien jaar? Daarover zeiden de adviesbureaus Roots en Analyzus onlangs: in Best 17,4 % minder winkels.
Het wordt tijd dat bestuurders leren, zich niet zo snel rijk te rekenen.
(Gesproken column Omroep Best, 17.06.15)
Vorige week meende Van Schuppen ter versterking van zijn imago de krant weer eens een scoop te bezorgen met de onverhoedse mededeling dat er ruimte is voor een extra supermarkt in Best. En waar had de bestuurder die winkel dan wel gerealiseerd willen zien? In de nog te bouwen woonwijk Aarle, ten noorden van de Oirschotseweg.
Nu moet ik zeggen dat als het over bebouwing in Aarle gaat, bij mij de stekels altijd recht overeind gaan staan. Het gaat hier om een van de nog redelijk gave buurtschappen in Best, uiteraard van agrarische oorsprong, waar elke ruimtelijke ingreep al gauw een aantasting betekent van het cultuur-historische landschap.
En ja, er is voor Aarle een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding. Op de gemeentelijke website valt daarover te lezen: ‘Het doel is om in Aarle een ontspannen groenstedelijke woonomgeving te creëren, die gebaseerd is op de huidige kwaliteiten van het gebied (‘rijk wonen’). Het moet een locatie worden waarin bewoners elke dag kunnen kiezen voor de rust van het buitengebied of de dynamiek van de stedelijke voorzieningen.’ De bekende snorkende taal van wie iets te verkopen heeft.
De door de gemeente aangegeven globale grenzen van het plan zijn: de Ringweg, Sint Antoniusweg, Kapelweg, Aarleseweg, Mosselaarweg en Broekstraat. Let goed op: globale grenzen, dus de hemel weet hoe dicht de nieuwe woonwijk op het historisch hart met brink en kapel van Aarle komt te liggen. Volgens mij nu al te dicht, waardoor de beloofde ‘rust van het buitengebied’ wel heel erg betrekkelijk wordt. Over losse flodders gesproken.
En daar moet dan volgens de heer Van Schuppen ook een super komen, ‘want veel bewoners van Best West doen nu hun boodschappen in Oirschot’. Waar haalt de wethouder deze wijsheid vandaan? Volgens een onderzoek Brabantse Netwerken uit oktober 2014, geëntameerd door de provincie Noord-Brabant, is juist het omgekeerde het geval! En waar zouden die Oirschottenaren dan nu winkelen? Ik doe een gooi: in winkelcentrum Heivelden, pal tegenover Aarle.
Zondag twitterde Bests burgemeester Anton van Aert op grond van mededelingen op de website Compendium van de Leefomgeving, waarin onder meer het CBS participeert: ‘Leegstand winkels 2005 – 2015, leegstand in Best valt mee: zo'n 4 %. Buurgemeenten hoger.’ Mooi, maar is het niet verstandiger naar de trend te kijken, bij voorbeeld de verwachting over tien jaar? Daarover zeiden de adviesbureaus Roots en Analyzus onlangs: in Best 17,4 % minder winkels.
Het wordt tijd dat bestuurders leren, zich niet zo snel rijk te rekenen.
(Gesproken column Omroep Best, 17.06.15)
donderdag 11 juni 2015
Overheid goed in dwarszitten kleine zelfstandige
Dat de overheid zich specialiseert in het dwarszitten van de kleine zelfstandige, weten we intussen wel, al was het alleen maar door het gehakketak over de positie van de ZZP-ers. Is dat laatste een kwestie van rijksbeleid, ook de plaatselijke overheid kan het de kleine man – zelfs als je bij voorbeeld een huisarts zo kunt noemen – knap lastig maken.
Zo meldt het Brabants Dagblad de moeilijkheden die dokter Broeders aan de Ringbaan Noord in Tilburg ondervindt, omdat een bordje met vermelding van zijn praktijk 'van de openbare weg zichtbaar is en als een reclame-uiting moet worden beschouwd'. Dat bordje hangt er al 30 jaar, maar nu vindt de gemeente opeens dat daar 500 euro voor moet worden betaald. De dokter natuurlijk kwaad en de Landelijke Huisartsenvereniging kan hem helemaal volgen. De belastingrechter heeft zich inmiddels over de kwestie uitgesproken, maar zoals dat gaat in het gerechtswezen, er worden nauwgezet juridische regels toegepast, dus vindt de rechter dat dokter Broeders moet dokken.
Toch makkelijk die telefoontjes, waarmee ambtelijke dienstkloppers zo'n gevalletje vanuit hun auto op de openbare weg kunnen spotten. Zo krijgen ze hun salaris wel bij mekaar.
In de binnenstad van Leeuwarden signaleert de Leeuwarder Courant een nog veel krasser geval. Daar zit een slager, die zijn hele winkel in canvas heeft verpakt, omdat-ie te laat was met het aanvragen van een vergunning om 'reclame op zijn gevel, zijn raam en op straat' te mogen voeren. Daardoor hing hem een dwangsom van 2500 euro boven het hoofd. Die vergunning is nu alsnog aangevraagd en de slager is uiteraard benieuwd hoe lang hij zijn klanten nog in een ingepakte winkel moet ontvangen.
Zo meldt het Brabants Dagblad de moeilijkheden die dokter Broeders aan de Ringbaan Noord in Tilburg ondervindt, omdat een bordje met vermelding van zijn praktijk 'van de openbare weg zichtbaar is en als een reclame-uiting moet worden beschouwd'. Dat bordje hangt er al 30 jaar, maar nu vindt de gemeente opeens dat daar 500 euro voor moet worden betaald. De dokter natuurlijk kwaad en de Landelijke Huisartsenvereniging kan hem helemaal volgen. De belastingrechter heeft zich inmiddels over de kwestie uitgesproken, maar zoals dat gaat in het gerechtswezen, er worden nauwgezet juridische regels toegepast, dus vindt de rechter dat dokter Broeders moet dokken.
Toch makkelijk die telefoontjes, waarmee ambtelijke dienstkloppers zo'n gevalletje vanuit hun auto op de openbare weg kunnen spotten. Zo krijgen ze hun salaris wel bij mekaar.
In de binnenstad van Leeuwarden signaleert de Leeuwarder Courant een nog veel krasser geval. Daar zit een slager, die zijn hele winkel in canvas heeft verpakt, omdat-ie te laat was met het aanvragen van een vergunning om 'reclame op zijn gevel, zijn raam en op straat' te mogen voeren. Daardoor hing hem een dwangsom van 2500 euro boven het hoofd. Die vergunning is nu alsnog aangevraagd en de slager is uiteraard benieuwd hoe lang hij zijn klanten nog in een ingepakte winkel moet ontvangen.
donderdag 21 mei 2015
Verkeersellende meestal gevolg woest rijgedrag
Ze krijgen het er bij mij niet in, dat al die
verkeersellende – infarct is daarbij een ‘geliefd’ woord – altijd te wijten is aan de
kwaliteit, de breedte, het profiel van de weg.
Onlangs ging het over de bomen langs de 80 km-wegen, waar meer dan 80 procent van de verkeersongevallen gebeuren. Zijn zij de oorzaak? Natuurlijk niet, het is de weggebruiker die geen rekening met die bomen houdt.
De A67 tussen Venlo en Eindhoven, moet natuurlijk onmiddellijk van extra rijstroken worden voorzien, want de breedte van die weg staat in geen enkele verhouding tot de vrachtwagenfiles die zich daar op voortbewegen. De fratsen waartoe de ‘burger’ autobestuurder hierdoor wordt geprikkeld even terzijde latend, bij het rijgedrag van de gemiddelde (buitenlandse?) vrachtautochauffeur valt op z’n zachtst gezegd wel een vraagteken te zetten. Inclusief de factor leuk elektronisch speelgoed.
Op de Antwerpse Ring van hetzelfde laken een pak en dat geldt ook voor de aanloop daar naartoe, de E19, ofwel de A16 tussen Breda en de Belgische grens. Chaotische toestanden.
De rotzooi op de A67 is nog even gebruikt om de noodzaak van voltooiing van de Eindhovense wegenruit ‘aan te tonen’, maar het zal duidelijk zijn dat de tegenstanders van nieuw asfalt in het Dommeldal daar niet zijn ingetrapt. En gelukkig ook niet de politiek, zodat de hiervoor gereserveerde miljoenen kunnen worden aangewend voor de verbetering van de A67.
En verder denk ik, het kan lastig zijn maar doe vooral normaal.
Onlangs ging het over de bomen langs de 80 km-wegen, waar meer dan 80 procent van de verkeersongevallen gebeuren. Zijn zij de oorzaak? Natuurlijk niet, het is de weggebruiker die geen rekening met die bomen houdt.
De A67 tussen Venlo en Eindhoven, moet natuurlijk onmiddellijk van extra rijstroken worden voorzien, want de breedte van die weg staat in geen enkele verhouding tot de vrachtwagenfiles die zich daar op voortbewegen. De fratsen waartoe de ‘burger’ autobestuurder hierdoor wordt geprikkeld even terzijde latend, bij het rijgedrag van de gemiddelde (buitenlandse?) vrachtautochauffeur valt op z’n zachtst gezegd wel een vraagteken te zetten. Inclusief de factor leuk elektronisch speelgoed.
Op de Antwerpse Ring van hetzelfde laken een pak en dat geldt ook voor de aanloop daar naartoe, de E19, ofwel de A16 tussen Breda en de Belgische grens. Chaotische toestanden.
De rotzooi op de A67 is nog even gebruikt om de noodzaak van voltooiing van de Eindhovense wegenruit ‘aan te tonen’, maar het zal duidelijk zijn dat de tegenstanders van nieuw asfalt in het Dommeldal daar niet zijn ingetrapt. En gelukkig ook niet de politiek, zodat de hiervoor gereserveerde miljoenen kunnen worden aangewend voor de verbetering van de A67.
En verder denk ik, het kan lastig zijn maar doe vooral normaal.
woensdag 20 mei 2015
Mietje Bel
Iedereen mag rustig blijven bellen, whatsappen
en z’n favoriete muziekjes (met koptelefoon op) beluisteren op de fiets,
vindt verkeersminister Melanie Schultz. Mietje Bel. Want het is ‘toch niet
te handhaven’. Wat een k*targument.
Het wachten is op een rechter die bij ernstige accidenten (een omaatje wordt in d’r kruis gefietst, een automobilist, in conflict met een fietser altijd nat, botst in een 30 km-zone) vast stelt dat de bellende knul of meid ‘het verkeer ernstig in gevaar heeft gebracht’ Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994, juridische taal, die die iedere Nederlander geacht wordt te begrijpen: Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt (kan worden) veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt (kan worden) gehinderd.
Schaf nu meteen ook maar de verplichting tot het voeren van een deugdelijke verlichting af. Immers, is niet te handhaven…eh…wordt toch niet aangepakt. En blijf maar lekker door rood fietsen. Is toch niet te handhaven, lees: politieduo in blauwgestreept autootje kijkt ‘toevallig’ de andere kant uit.
Het ‘liberale’ standpunt van Mietje Bel is de kroon op het populisme.
Het wachten is op een rechter die bij ernstige accidenten (een omaatje wordt in d’r kruis gefietst, een automobilist, in conflict met een fietser altijd nat, botst in een 30 km-zone) vast stelt dat de bellende knul of meid ‘het verkeer ernstig in gevaar heeft gebracht’ Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994, juridische taal, die die iedere Nederlander geacht wordt te begrijpen: Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt (kan worden) veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt (kan worden) gehinderd.
Schaf nu meteen ook maar de verplichting tot het voeren van een deugdelijke verlichting af. Immers, is niet te handhaven…eh…wordt toch niet aangepakt. En blijf maar lekker door rood fietsen. Is toch niet te handhaven, lees: politieduo in blauwgestreept autootje kijkt ‘toevallig’ de andere kant uit.
Het ‘liberale’ standpunt van Mietje Bel is de kroon op het populisme.
vrijdag 15 mei 2015
Garen op de klos
Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), overwegen de
leden – de gemeenten dus – BOA’s (Bijzondere Opsporingsambtenaren) in te zetten,
teneinde boetes te incasseren voor kleine verkeersovertredingen, zoals het
rijden door rood licht (wat je maar klein noemt) en het zonder licht fietsen in
het donker. De politie zou daar niet aan toekomen.
Het mes snijdt natuurlijk aan twee kanten: de gemeenten kunnen in de huidige omstandigheden wel wat extra inkomsten gebruiken. Garen op de klos.
Laat ik nou al ‘n tijdje rondlopen met het voornemen, de plaatselijke afdeling van Veilig Verkeer te benaderen met de vraag of ze nog wel wat meer doet dan flauwekul-spandoeken ophangen met teksten als ‘De scholen zijn weer begonnen’. Drijfveer: het zonder meer tekort schieten van de politie, die desgevraagd flauwekul-argumenten aanvoert voor het niet-controleren of helemaal niet reageert op de melding van wantoestanden.
Benieuwd wat Best doet, want daar is het fietsgedrag van scholieren geheid een probleem.
Het mes snijdt natuurlijk aan twee kanten: de gemeenten kunnen in de huidige omstandigheden wel wat extra inkomsten gebruiken. Garen op de klos.
Laat ik nou al ‘n tijdje rondlopen met het voornemen, de plaatselijke afdeling van Veilig Verkeer te benaderen met de vraag of ze nog wel wat meer doet dan flauwekul-spandoeken ophangen met teksten als ‘De scholen zijn weer begonnen’. Drijfveer: het zonder meer tekort schieten van de politie, die desgevraagd flauwekul-argumenten aanvoert voor het niet-controleren of helemaal niet reageert op de melding van wantoestanden.
Benieuwd wat Best doet, want daar is het fietsgedrag van scholieren geheid een probleem.
dinsdag 12 mei 2015
Busvervoer op de helling
Op de opiniepagina van het Eindhovens Dagblad van dinsdag 12 mei staat een in meer dan één opzicht behartenswaardig stuk. Interessant in de eerste plaats omdat het mogelijk is gebleken dat de raadsfracties in de regio Eindhoven-Helmond van een landelijke politieke partij – D66 – in staat zijn gebleken, elkaar te vinden in het toekomstgericht denken over een belangrijk onderwerp, namelijk het busvervoer.
De buslijnen in de regio staan momenteel, althans behoren dat te zijn, in het middelpunt van de belangstelling, nu de provincie binnenkort dit onderdeel van het openbaar vervoer in Zuidoost Brabant opnieuw gaat aanbesteden, aan de hand van een door haar samengesteld eisenpakket. De nieuwe dienstregelingen zullen pas in december 2016 van kracht worden, dus er is nog tijd, aan die eisen te sleutelen.
Gestuurd door de actuele situatie – lege bussen, mede als gevolg van dienstregelingen die slecht aansluiten op de behoeften van de inwoners, veranderingen in (lees: bezuinigingen op) het vervoer van scholieren, vernieuwing van de wegenstructuur en bedrijfseconomische ontwikkelingen – zijn de dames en heren politici eindelijk eens gaan nadenken. En het resultaat van dit brainstormen mag er best wezen.
'Busvervoer in de regio moet 'n stuk innovatiever' staat boven het artikel. Daarvoor moet de aanbesteding van dat vervoer worden aangegrepen om een reeks proeven – hier duikt het blijkbaar onvermijdelijke woord pilot op – te nemen met zogenaamd vraaggestuurd vervoer. Ik citeer de
D66-ers: 'Slimme opties moeten voor een optimale invulling zorgen voor bij voorbeeld woon-werkverkeer, ziekenhuisbezoek en recreatie.'
De raadsfracties denken bij voorbeeld voor de westkant van Eindhoven aan een buslijn Best-Eindhoven Airport – Veldhoven. Volgens hen een ideale lijn om samen met bedrijven als ASML, Philips Healthcare, Eindhoven Airport, de nieuwe bedrijven op Brainport Innovatie Campus, Máxima Medisch Centrum en Legerplaats Oirschot naar behoeftes aan openbaar vervoer te kijken.
Andere suggesties zijn ontleend aan de praktijk in regio's als Boston en Helsinki, waar men gebruik maakt van kleinere bussen, functionerend naar via smartphones aangegeven reizigersbehoeften. De nieuwe zorgtaken van de gemeenten zouden ook uitgangspunt kunnen zijn voor het in het leven roepen van doelgroepenvervoer. Het staat of valt allemaal met het al dan niet bereid zijn van de nieuwe vervoerder samen te werken met het bedrijfsleven en met diverse instellingen, teneinde nieuwe vormen te ontwikkelen. Hier liggen dan de maatstaven die volgens D66 bij de aanbesteding van het nieuwe busvervoer een rol zouden moeten spelen.
Een goed doordacht discussiestuk, lijkt mij, dat poogt een einde te maken aan het ondoorzichtige gewinkel van busmaatschappijen, ook in de loop van de concessieperiode, met lijnen in stad en buitengebied. Ik mis maar één, volgens mij onverbrekelijk, verband: dat met het opereren van het spoor. Ik denk dat men bij innovaties van het busvervoer niet om de NS en haar visie op de toekomst heen kan. Moet er echt, naast Best, een voorstadstation Acht komen voor een snellere reizigersverbinding met Airport? Is het, zeker als je het idee van D66 volgt voor een 'westlijn' van Best via de luchthaven naar Veldhoven, niet voor de hand liggend dat dan ook de intercity's weer in Best stoppen?
Als het over de bediening door de NS van Brabant gaat, is er voor de regionale overheden nog heel wat werk aan de winkel.
(Gesproken column, Omroep Best, 13.05.2015, 18:10 uur)
De buslijnen in de regio staan momenteel, althans behoren dat te zijn, in het middelpunt van de belangstelling, nu de provincie binnenkort dit onderdeel van het openbaar vervoer in Zuidoost Brabant opnieuw gaat aanbesteden, aan de hand van een door haar samengesteld eisenpakket. De nieuwe dienstregelingen zullen pas in december 2016 van kracht worden, dus er is nog tijd, aan die eisen te sleutelen.
Gestuurd door de actuele situatie – lege bussen, mede als gevolg van dienstregelingen die slecht aansluiten op de behoeften van de inwoners, veranderingen in (lees: bezuinigingen op) het vervoer van scholieren, vernieuwing van de wegenstructuur en bedrijfseconomische ontwikkelingen – zijn de dames en heren politici eindelijk eens gaan nadenken. En het resultaat van dit brainstormen mag er best wezen.
'Busvervoer in de regio moet 'n stuk innovatiever' staat boven het artikel. Daarvoor moet de aanbesteding van dat vervoer worden aangegrepen om een reeks proeven – hier duikt het blijkbaar onvermijdelijke woord pilot op – te nemen met zogenaamd vraaggestuurd vervoer. Ik citeer de
D66-ers: 'Slimme opties moeten voor een optimale invulling zorgen voor bij voorbeeld woon-werkverkeer, ziekenhuisbezoek en recreatie.'
De raadsfracties denken bij voorbeeld voor de westkant van Eindhoven aan een buslijn Best-Eindhoven Airport – Veldhoven. Volgens hen een ideale lijn om samen met bedrijven als ASML, Philips Healthcare, Eindhoven Airport, de nieuwe bedrijven op Brainport Innovatie Campus, Máxima Medisch Centrum en Legerplaats Oirschot naar behoeftes aan openbaar vervoer te kijken.
Andere suggesties zijn ontleend aan de praktijk in regio's als Boston en Helsinki, waar men gebruik maakt van kleinere bussen, functionerend naar via smartphones aangegeven reizigersbehoeften. De nieuwe zorgtaken van de gemeenten zouden ook uitgangspunt kunnen zijn voor het in het leven roepen van doelgroepenvervoer. Het staat of valt allemaal met het al dan niet bereid zijn van de nieuwe vervoerder samen te werken met het bedrijfsleven en met diverse instellingen, teneinde nieuwe vormen te ontwikkelen. Hier liggen dan de maatstaven die volgens D66 bij de aanbesteding van het nieuwe busvervoer een rol zouden moeten spelen.
Een goed doordacht discussiestuk, lijkt mij, dat poogt een einde te maken aan het ondoorzichtige gewinkel van busmaatschappijen, ook in de loop van de concessieperiode, met lijnen in stad en buitengebied. Ik mis maar één, volgens mij onverbrekelijk, verband: dat met het opereren van het spoor. Ik denk dat men bij innovaties van het busvervoer niet om de NS en haar visie op de toekomst heen kan. Moet er echt, naast Best, een voorstadstation Acht komen voor een snellere reizigersverbinding met Airport? Is het, zeker als je het idee van D66 volgt voor een 'westlijn' van Best via de luchthaven naar Veldhoven, niet voor de hand liggend dat dan ook de intercity's weer in Best stoppen?
Als het over de bediening door de NS van Brabant gaat, is er voor de regionale overheden nog heel wat werk aan de winkel.
(Gesproken column, Omroep Best, 13.05.2015, 18:10 uur)
donderdag 7 mei 2015
Fuck wie dan ook
Met de kreet Fuck de koning, die momenteel trendy is onder meer in de sociale media, ben ik gauw klaar. Het is een variant op een grof statement, overgewaaid uit de VS en niet alleen aldaar te pas en te onpas in gebruik. Straattaal. Net als Kutmarokkanen.
Maar goed, of niet, het is een ten onzent weer eens opgedoken politieke verklaring van republikeins gezinden die niet gericht is tegen de persoon van Willem Alexander en/of koningin Máxima, maar tegen het systeem van de monarchie. Mag dus. Vrije meningsuiting, desgevraagd volmondig erkend in de zin van ‘ze doen maar’ door W.A. himself. Vervolging is derhalve ongrondwettig, behalve natuurlijk als het gaat om zoiets als het bekladden van het Paleis op de Dam.
Fuck. Zo weet ik er nog wel ´n paar. Als deze trend doorzet dan krijgen we vroeg of laat fuck de gemeenteraad. Hoe kom ik erop? Nou, er zijn bij voorbeeld best wel redenen te bedenken, de Bestse volksvertegenwoordiging de oren te wassen. Al is het alleen maar om haar kennelijke onvermogen naar de burger te luisteren.
Een nieuwe correspondent van het Eindhovens Dagblad wandelde dezer dagen door de in reconstructie verkerende Hoofdstraat, zag dat het tot dusver goed gaat, maar stelde een tegenstrijdigheid vast tussen het nieuwe, vooral voetgangersvriendelijke profiel van die straat en het autoverkeer. Onrustig en zelfs gevaarlijk. De krant peilde ook wat meningen. Dat veel publiek voorstander is van het verwijderen van de auto, is eigenlijk geen nieuws. Maar ik was toch wel verrast dat ook aan de Hoofdstraat gevestigde ondernemers die mening zijn toegedaan.
De krant kreeg van de gemeente te horen dat handhaving van het autoverkeer in dit deel van het centrum overeenkomstig de wens van de raad is. Als dit waar is, dan zou die raad slecht naar de burger luisteren. Maar het is slechts gedeeltelijk waar. Snuffelen op de website van de gemeente levert weinig meer op dan dat de gemeente vooralsnog in heeft gekozen voor een ‘autoluwe’ Hoofdstraat. Ik kan dat nuanceren door vast te stellen dat een meerderheid van die raad er zo over denkt, maar dat er wel degelijk leden zijn die de auto daar helemaal weg willen hebben.
De tijd zal leren, of de raad uiteindelijk tot de conclusie zal komen dat de keuze voor een ‘autoluwe’ Hoofdstraat een farce is, omdat hiermee de bereidheid van de automobilist, een straatje om te rijden, wordt overschat.
In een interview met wethouder Marc van Schuppen over de herontwikkeling van het Bestse centrum in Groeiend Best, dat zich vooral onderscheidde door een overmatige hoeveelheid gebakken lucht, las ik iets over bebouwing van het Raadhuisplein aan de kant van de Hoofdstraat, waarbij voorzien is in een….ondergrondse parkeergarage. Als die maar geen publieke functie krijgt, want daarmee zou – fuck - het paard al helemaal achter de wagen worden gespannen.
Maar goed, of niet, het is een ten onzent weer eens opgedoken politieke verklaring van republikeins gezinden die niet gericht is tegen de persoon van Willem Alexander en/of koningin Máxima, maar tegen het systeem van de monarchie. Mag dus. Vrije meningsuiting, desgevraagd volmondig erkend in de zin van ‘ze doen maar’ door W.A. himself. Vervolging is derhalve ongrondwettig, behalve natuurlijk als het gaat om zoiets als het bekladden van het Paleis op de Dam.
Fuck. Zo weet ik er nog wel ´n paar. Als deze trend doorzet dan krijgen we vroeg of laat fuck de gemeenteraad. Hoe kom ik erop? Nou, er zijn bij voorbeeld best wel redenen te bedenken, de Bestse volksvertegenwoordiging de oren te wassen. Al is het alleen maar om haar kennelijke onvermogen naar de burger te luisteren.
Een nieuwe correspondent van het Eindhovens Dagblad wandelde dezer dagen door de in reconstructie verkerende Hoofdstraat, zag dat het tot dusver goed gaat, maar stelde een tegenstrijdigheid vast tussen het nieuwe, vooral voetgangersvriendelijke profiel van die straat en het autoverkeer. Onrustig en zelfs gevaarlijk. De krant peilde ook wat meningen. Dat veel publiek voorstander is van het verwijderen van de auto, is eigenlijk geen nieuws. Maar ik was toch wel verrast dat ook aan de Hoofdstraat gevestigde ondernemers die mening zijn toegedaan.
De krant kreeg van de gemeente te horen dat handhaving van het autoverkeer in dit deel van het centrum overeenkomstig de wens van de raad is. Als dit waar is, dan zou die raad slecht naar de burger luisteren. Maar het is slechts gedeeltelijk waar. Snuffelen op de website van de gemeente levert weinig meer op dan dat de gemeente vooralsnog in heeft gekozen voor een ‘autoluwe’ Hoofdstraat. Ik kan dat nuanceren door vast te stellen dat een meerderheid van die raad er zo over denkt, maar dat er wel degelijk leden zijn die de auto daar helemaal weg willen hebben.
De tijd zal leren, of de raad uiteindelijk tot de conclusie zal komen dat de keuze voor een ‘autoluwe’ Hoofdstraat een farce is, omdat hiermee de bereidheid van de automobilist, een straatje om te rijden, wordt overschat.
In een interview met wethouder Marc van Schuppen over de herontwikkeling van het Bestse centrum in Groeiend Best, dat zich vooral onderscheidde door een overmatige hoeveelheid gebakken lucht, las ik iets over bebouwing van het Raadhuisplein aan de kant van de Hoofdstraat, waarbij voorzien is in een….ondergrondse parkeergarage. Als die maar geen publieke functie krijgt, want daarmee zou – fuck - het paard al helemaal achter de wagen worden gespannen.
dinsdag 5 mei 2015
Mediaoverzicht en gemakzucht van de radio
Waar ik eigenlijk een bloedhekel aan heb, is het
zogenaamde mediaoverzicht van Radio 1. Makkelijk, zo mis je als nieuwsmedium
nooit iets, suggereer je compleetheid. De kranten vinden het wel mooi. Het zijn
immers aandachttrekkers. Maar als luisteraar voel ik me gepiepeld.
Degene die de kranten doorneemt, online denk ik zo (kan ik intussen ook) lijkt wel het meisje voor halve dagen, om het maar eens ouwerwets uit te drukken; het gebeurt op een nogal slordige onprofessionele manier. De interesse lijkt ver weg.
Soms is er sprake van regelrechte uitglijers, als van een nogal opzienbarend bericht, dat schreeuwt om uitdieping, rats boem even de inleiding de ether in wordt geslingerd, waarbij de luisteraar aan zijn lot wordt overgelaten.
Een sterk voorbeeld lijkt mij de opening van De Telegraaf van 4 mei: ‘Dodelijk gif in vliegtuig’. Volgens dat bericht is er nu hard bewijs dat de luchtverversing in vliegtuigen de gezondheid van personeel bedreigt en zelfs een dodelijke uitwerking kan hebben. Een en ander blijkt uit onderzoeken van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.
Let wel, het is in de krant een redelijk compleet bericht, maar het wordt op de radio zo maar even luchtig geciteerd, met als afsluiting ‘risico van doodziek te worden en zelfs te sterven’. Ik vind dat dat niet kan, dat je de luisteraar niet op zo’n manier het bos instuurt onder het motto ‘léés die krant maar’.
Degene die de kranten doorneemt, online denk ik zo (kan ik intussen ook) lijkt wel het meisje voor halve dagen, om het maar eens ouwerwets uit te drukken; het gebeurt op een nogal slordige onprofessionele manier. De interesse lijkt ver weg.
Soms is er sprake van regelrechte uitglijers, als van een nogal opzienbarend bericht, dat schreeuwt om uitdieping, rats boem even de inleiding de ether in wordt geslingerd, waarbij de luisteraar aan zijn lot wordt overgelaten.
Een sterk voorbeeld lijkt mij de opening van De Telegraaf van 4 mei: ‘Dodelijk gif in vliegtuig’. Volgens dat bericht is er nu hard bewijs dat de luchtverversing in vliegtuigen de gezondheid van personeel bedreigt en zelfs een dodelijke uitwerking kan hebben. Een en ander blijkt uit onderzoeken van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.
Let wel, het is in de krant een redelijk compleet bericht, maar het wordt op de radio zo maar even luchtig geciteerd, met als afsluiting ‘risico van doodziek te worden en zelfs te sterven’. Ik vind dat dat niet kan, dat je de luisteraar niet op zo’n manier het bos instuurt onder het motto ‘léés die krant maar’.
zaterdag 2 mei 2015
Fopspeen voor Groningen
Hans Alders is baas geworden van een nieuwe rijksdienst: Nationaal Coördinator Groningen. Max van den Berg – commissaris van de koning – blij. Peter den Oudsten, – burgemeester van de stad Groningen – blij. De laatste liet zelfs enthousiast weten, dat er met de aanstelling van Alders wat betreft de aanpak van het gasbevingsprobleem ‘nu écht iets op gang komt’. Wat een naïviteit.
Ze zouden daar in het noorden toch eigenlijk beter moeten weten. Banenverzamelaar Alders was immers eerder CdK in het Groningse en heeft zich verder ontwikkeld tot specialist in het zoet houden van ongeruste burgers aan vergadertafels die naar hem zijn genoemd: de Alderstafels, waaraan wordt gebrainstormd over onder meer het zogenaamd in toom houden van Eindhoven Airport en andere vliegvelden. Ook heeft hij sinds vorig jaar een vinger in de pap bij ProRail, de afsplitsing van de NS die ons de afgelopen tien jaar alleen maar ellende heeft gebracht. Daar is sinds zijn aantreden niks in veranderd en dat valt van zijn toedoen ook niet te verwachten.
Alders heeft zich gespecialiseerd in de o zo vlotte, vooral nietszeggende babbel, waarmee inderdaad critici van het overheidsbeleid worden zoet gehouden en vervolgens het bos in gestuurd.
Hans Alders is een fopspeen, niet uitgevonden maar wel uit het schap gehaald door gasminister Henk Kamp.
Ze zouden daar in het noorden toch eigenlijk beter moeten weten. Banenverzamelaar Alders was immers eerder CdK in het Groningse en heeft zich verder ontwikkeld tot specialist in het zoet houden van ongeruste burgers aan vergadertafels die naar hem zijn genoemd: de Alderstafels, waaraan wordt gebrainstormd over onder meer het zogenaamd in toom houden van Eindhoven Airport en andere vliegvelden. Ook heeft hij sinds vorig jaar een vinger in de pap bij ProRail, de afsplitsing van de NS die ons de afgelopen tien jaar alleen maar ellende heeft gebracht. Daar is sinds zijn aantreden niks in veranderd en dat valt van zijn toedoen ook niet te verwachten.
Alders heeft zich gespecialiseerd in de o zo vlotte, vooral nietszeggende babbel, waarmee inderdaad critici van het overheidsbeleid worden zoet gehouden en vervolgens het bos in gestuurd.
Hans Alders is een fopspeen, niet uitgevonden maar wel uit het schap gehaald door gasminister Henk Kamp.
dinsdag 28 april 2015
Gebroken Ruit
Een liberaal-sociale coalitie, kan dat? Je zou zeggen, ja, kijk maar naar het kabinet Rutte 2. Alleen, het is algemeen bekend dat je het woord sociaal maar beter tussen aanhalingstekens kunt zetten; 'n soort eufemisme voor 'socialistisch'. Het blijft sowieso ook taalkundig een rare constructie want het suggereert terecht of niet dat liberaal gelijk staat met asociaal.
In Noord-Brabant dreigt nu, godbetert, ook al zo'n combinatie, namelijk van VVD en D66 (liberaal), SP en PvdA (in elk geval niet asociaal).
En het CDA, sinds 's mensenheugenis de leverancier van de Brabantse bestuurders? Wegwezen!
Met dit gegeven worstelt informateur en VVD-er Gerrit Jan Swinkels, in zijn woonplaats Best vooral bekend als ex-wethouder (16 jaar!), ondernemer en 'paardenman'.
Het CDA had voor de statenverkiezingen nog wel zo handig vermeden zijn eigen glazen in te gooien door de omstreden promotor van de wegenruit om Eindhoven, zijn gedeputeerde Ruud van Heugten, uit de wind te houden en een vrijwel onbekende mevrouw tot lijsttrekker te benoemen. Overigens zonder uitsluiting van de mogelijkheid tot terugkeer van immer voor de Ruit voort lobbyende Van Heugten in het dagelijks bestuur van de provincie. Om de beeldspraak af te maken: de nieuwe politieke constellatie leidt, als ze doorgaat, tot een Gebroken Ruit. Het Eindhovens Dagblad heeft de naakte waarheid boven tafel gehaald, nadat de provincie de netjes geklede feiten in een persbericht op Koningsdag had verspreid.
De VVD, met 10 zetels, net even groter dan het CDA (9), was tot dusver medestander van deze coalitiegenoot als het gaat over de aanleg van een autoweg door het rustieke Dommeldal. Maar de derde partij in het oude college, SP (nu even groot als het CDA), wil op deze voet niet verder samenwerken. Vandaar.
De christen democraten meesmuilen dat de VVD 'over links' gaat, maar ik denk dat het bij deze liberalen vooral duidelijk is dat je er iets niet door kunt drukken, als je daar geen meerderheid in Provinciale Staten voor hebt. Want ook de andere beoogde partners, D66 (7) en PvdA (4) zijn tegen de Ruit.
In Noord-Brabant dreigt nu, godbetert, ook al zo'n combinatie, namelijk van VVD en D66 (liberaal), SP en PvdA (in elk geval niet asociaal).
En het CDA, sinds 's mensenheugenis de leverancier van de Brabantse bestuurders? Wegwezen!
Met dit gegeven worstelt informateur en VVD-er Gerrit Jan Swinkels, in zijn woonplaats Best vooral bekend als ex-wethouder (16 jaar!), ondernemer en 'paardenman'.
Het CDA had voor de statenverkiezingen nog wel zo handig vermeden zijn eigen glazen in te gooien door de omstreden promotor van de wegenruit om Eindhoven, zijn gedeputeerde Ruud van Heugten, uit de wind te houden en een vrijwel onbekende mevrouw tot lijsttrekker te benoemen. Overigens zonder uitsluiting van de mogelijkheid tot terugkeer van immer voor de Ruit voort lobbyende Van Heugten in het dagelijks bestuur van de provincie. Om de beeldspraak af te maken: de nieuwe politieke constellatie leidt, als ze doorgaat, tot een Gebroken Ruit. Het Eindhovens Dagblad heeft de naakte waarheid boven tafel gehaald, nadat de provincie de netjes geklede feiten in een persbericht op Koningsdag had verspreid.
De VVD, met 10 zetels, net even groter dan het CDA (9), was tot dusver medestander van deze coalitiegenoot als het gaat over de aanleg van een autoweg door het rustieke Dommeldal. Maar de derde partij in het oude college, SP (nu even groot als het CDA), wil op deze voet niet verder samenwerken. Vandaar.
De christen democraten meesmuilen dat de VVD 'over links' gaat, maar ik denk dat het bij deze liberalen vooral duidelijk is dat je er iets niet door kunt drukken, als je daar geen meerderheid in Provinciale Staten voor hebt. Want ook de andere beoogde partners, D66 (7) en PvdA (4) zijn tegen de Ruit.
zaterdag 25 april 2015
Vaagtaal en belabberde inspraak-planning
Een woord dat al enkele jaren rondzweeft is vaagtaal.
Er is inmiddels zelfs een website die de strijd heeft aangebonden tegen dit fenomeen,
dat je trouwens op verschillende manieren kunt interpreteren. In het bijzonder
de overheid (lees ambtenarij) en de politiek krijgt het verwijt, zich regelmatig
van vaagtaal te bedienen, aldus de burger het bos insturend. Helaas blijft het
niet alleen bij vaagtaal, maar in Best blijkt de gemeente er ook geen been in te
zien, inspraakavonden (in dit geval over het OV) drie dagen tevoren aan
te kondigen.
Sorry, maar ik moest aan vaagtaal denken toen ik in de krant een stukje las, waarin stond dat de gemeente Best afstand neemt van een idee van buurgemeente Oirschot tot het opzetten van wat heet ‘een gezamenllijke backoffice’. Gelukkig wordt het nog ‘n beetje uitgelegd: ‘Best sluit de deur als het gaat om vergaande samenwerking.’ En dan blijkt het vooral te gaan om de overwegende oriëntatie van Oirschot op de Kempen, in plaats van op wat heet Eindhoven Brainport. Alsof het een het ander uitsluit.
Kijk trouwens eens naar het nieuwe, nog lege Oirschotse bedrijventerrein Westfields, dat tegen het Beatrixkanaal aan ligt. Dat kun je rustig als gelieerd beschouwen aan Brainport. Zo is er ‘n hoop gedoe (geweest?) over parkeren aldaar voor gebruikers van Eindhoven Airport. Overigens bevindt dat gebied zich in een verre uithoek van de gemeente Oirschot en ligt het aanzienlijk dichter bij de bebouwde kom van Best. Die dorpskommen – ik wees er al meermalen op – liggen trouwens ‘netto’ slechts 4 kilometer van elkaar.
Om historisch enigszins verklaarbare redenen, die deels kunnen worden verklaard uit dorps chauvinisme (Best was ooit een onderdeel van OIrschot) staan deze gemeenten met de ruggen naar elkaar toe. En dat, terwijl hun sociaal-economische binding ook al niet valt te verwaarlozen, zo bleek vorige herfst uit een onderzoek.
Kortom, ik koop niks voor dit soort draaierige vaagtaal, deze gezochte stok om ‘n hond te slaan. Overdreven? Nee, denk als gemeentebestuur (=raad) gewoon eens beter na, met voorbijgaan aan antiquarische gevoeligheden en meer oog voor de realiteit van 2015.
Nu ik toch weer eens over Best bezig ben: ik mag blijkbaar niet eens ‘n midweekje elders vertoeven of er gebeurt iets dat ik niet had willen missen. Op haar informatiepagina van dinsdag 21 april nodigt de gemeente haar inwoners uit, mee te denken over het openbaar busvervoer vanaf 2017, tijdens een bijeenkomst, drie dagen later, vrijdag 24 april dus, wordt gehouden. Graag uiterlijk donderdag laten weten of je komt! Dit kan toch niet? Alsof dat busvervoer geen zorgvuldig inspraak-planning waard is. Terwijl er sinds december 2013 van alles mis is met bij voorbeeld lijn 145, waarvan de bussen leeg rijden tussen Station NS Best en Airport. Een zinloze routing, sinds de NS definitief heeft afgezien van het hier laten stoppen van intercity’s.
Eveneens sinds 2013 heeft Hermes/Connexxion de dienst van 144/145 rond het middaguur drastisch ingekrompen, zodat het geen zin meer heeft in de late ochtend busreizen vanuit Best naar het Catharinaziekenhuis te plannen. Denk niet dat ik dit voor ‘t eerst signaleer, maar de enige reactie die ik van gemeentelijke zijde tot dusver heb vernomen is: ‘ja die bussen zijn wel altijd leeg.’
Sorry, maar ik moest aan vaagtaal denken toen ik in de krant een stukje las, waarin stond dat de gemeente Best afstand neemt van een idee van buurgemeente Oirschot tot het opzetten van wat heet ‘een gezamenllijke backoffice’. Gelukkig wordt het nog ‘n beetje uitgelegd: ‘Best sluit de deur als het gaat om vergaande samenwerking.’ En dan blijkt het vooral te gaan om de overwegende oriëntatie van Oirschot op de Kempen, in plaats van op wat heet Eindhoven Brainport. Alsof het een het ander uitsluit.
Kijk trouwens eens naar het nieuwe, nog lege Oirschotse bedrijventerrein Westfields, dat tegen het Beatrixkanaal aan ligt. Dat kun je rustig als gelieerd beschouwen aan Brainport. Zo is er ‘n hoop gedoe (geweest?) over parkeren aldaar voor gebruikers van Eindhoven Airport. Overigens bevindt dat gebied zich in een verre uithoek van de gemeente Oirschot en ligt het aanzienlijk dichter bij de bebouwde kom van Best. Die dorpskommen – ik wees er al meermalen op – liggen trouwens ‘netto’ slechts 4 kilometer van elkaar.
Om historisch enigszins verklaarbare redenen, die deels kunnen worden verklaard uit dorps chauvinisme (Best was ooit een onderdeel van OIrschot) staan deze gemeenten met de ruggen naar elkaar toe. En dat, terwijl hun sociaal-economische binding ook al niet valt te verwaarlozen, zo bleek vorige herfst uit een onderzoek.
Kortom, ik koop niks voor dit soort draaierige vaagtaal, deze gezochte stok om ‘n hond te slaan. Overdreven? Nee, denk als gemeentebestuur (=raad) gewoon eens beter na, met voorbijgaan aan antiquarische gevoeligheden en meer oog voor de realiteit van 2015.
Nu ik toch weer eens over Best bezig ben: ik mag blijkbaar niet eens ‘n midweekje elders vertoeven of er gebeurt iets dat ik niet had willen missen. Op haar informatiepagina van dinsdag 21 april nodigt de gemeente haar inwoners uit, mee te denken over het openbaar busvervoer vanaf 2017, tijdens een bijeenkomst, drie dagen later, vrijdag 24 april dus, wordt gehouden. Graag uiterlijk donderdag laten weten of je komt! Dit kan toch niet? Alsof dat busvervoer geen zorgvuldig inspraak-planning waard is. Terwijl er sinds december 2013 van alles mis is met bij voorbeeld lijn 145, waarvan de bussen leeg rijden tussen Station NS Best en Airport. Een zinloze routing, sinds de NS definitief heeft afgezien van het hier laten stoppen van intercity’s.
Eveneens sinds 2013 heeft Hermes/Connexxion de dienst van 144/145 rond het middaguur drastisch ingekrompen, zodat het geen zin meer heeft in de late ochtend busreizen vanuit Best naar het Catharinaziekenhuis te plannen. Denk niet dat ik dit voor ‘t eerst signaleer, maar de enige reactie die ik van gemeentelijke zijde tot dusver heb vernomen is: ‘ja die bussen zijn wel altijd leeg.’
zaterdag 18 april 2015
Cultus
‘Nog negentig minuten billen knijpen’, kopt het ED
vanmorgen. Hou dat maar eens vol. Het hoort bij de door de krant hevig
aangestuurde PSV-cultuur. Hoewel, cultuur? Het is eerder een cultus,
want dat woord staat immers voor verering van een godheid, voorwerp of
idool. Ja, ‘t Hearrenfean krijgt er, uit spelend, ‘n zware dobber
aan. Hoewel het blijft voor Eindhovuh niet iets om zomaar cadeau te
krijgen. Vandaar die billen. Wat ‘n taalcultuur trouwens. Nou ja, wie verwacht
iets anders?
Voor mij persoonlijk is het weekeinde niet de favoriete periode om, zonder noodzaak, Eindhoven te bezoeken, laat staan op een dag als deze, waarover tevoren al flink ruzie is gemaakt en geflikflooid over het al dan niet weergeven van het kampioensduel op grote beeldschermen. De gemeenteraad zette daarbij zijn beste beentje voor en de burgemeester is de kwaaie pier.
In Best zijn PSV-fans op het idee gekomen, van het onderstel van een afgedankte SRV-wagen net zo’n platte kar te maken als die waarop de gedroomde helden straks door de stad zullen worden gevoerd. Eén minpuntje. Die Bestenaren mogen niet op de route komen. Alweer burgemeester Rob, door Jos Kessels consequent aangeduid als ‘de sheriff van Eindhoven’? Uit ‘n oogpunt van openbare orde, net als bij die schermen? Nee hoor, Rob gaat deze keer vrijuit. Dat is door PSV-zelve beslist, want zover strekken zich de armen van de cultus. Het gaat om veel meer dan balbezit.
Voor mij persoonlijk is het weekeinde niet de favoriete periode om, zonder noodzaak, Eindhoven te bezoeken, laat staan op een dag als deze, waarover tevoren al flink ruzie is gemaakt en geflikflooid over het al dan niet weergeven van het kampioensduel op grote beeldschermen. De gemeenteraad zette daarbij zijn beste beentje voor en de burgemeester is de kwaaie pier.
In Best zijn PSV-fans op het idee gekomen, van het onderstel van een afgedankte SRV-wagen net zo’n platte kar te maken als die waarop de gedroomde helden straks door de stad zullen worden gevoerd. Eén minpuntje. Die Bestenaren mogen niet op de route komen. Alweer burgemeester Rob, door Jos Kessels consequent aangeduid als ‘de sheriff van Eindhoven’? Uit ‘n oogpunt van openbare orde, net als bij die schermen? Nee hoor, Rob gaat deze keer vrijuit. Dat is door PSV-zelve beslist, want zover strekken zich de armen van de cultus. Het gaat om veel meer dan balbezit.
donderdag 9 april 2015
Geld en status
Wekelijks staat hier in het dorp een bus van een onderneming die uit is op je
goud. Onder het motto: uw goud is geld waard. Prima, als mijn geld ook maar goud
waard is. Daarover heb ik tegenwoordig zo m'n twijfels.
Bent u intussen ook al verliefd op Evi van Lanschot? Die slanke animatiedame, die door een kantoor of op het strand loopt, zonder dat iemand opkijkt, en die u aanspreekt over uw geld. Je moet eigenwijs zijn én slim, dan kom je in aanmerking om bij wijze van instap 10.000 euro naar die van oudsher zeer elitaire bank te brengen. Zoiets moet werken want natuurlijk wil je graag eigenwijs en slim genoemd worden. Denkt Van Lanschot.
Ja, het gaat hier over geld en status. Geen nieuw onderwerp, geef ik toe, maar de manier waarmee de mensen hiermee omgaan gaat met z'n tijd mee.
In een Westbrabantse stad staat een rijtje luxe villa's (zo werd de bouw ervan ooit aangekondigd in onvervalste makelaarstaal) aan een zogeheten ecologische zone. Vanuit die huizen heb je een onbelemmerd uitzicht op ongerepte natuur. Er loopt daar wel een, wat de Vlamingen 'n wegelke noemen, maar het is niet de bedoeling dat daar iemand komt. Behalve de bewoners van die villa's natuurlijk. Sommigen hebben, om optimaal van dat uitzicht te genieten, hun woonkamer van een volledig glazen pui voorzien, wat natuurlijk ook betekent dat eventuele passanten (maar nogmaals die behoren er niet te zijn) vrij inzicht hebben.
Een mij bekend relatief jong echtpaar, dat twijfelt tussen verbouw van zijn huis of verkassen naar een andere stulp, ging daar op z'n vrije dag eens kijken. Dat moet je veel doen, kijken, voordat je je goeie geld in een nieuw huis steekt.
Dat leidde tot de volgende dialoog:
'Evert-Jan, daar lopen er weer 'n paar!'
'O, ik kom er aan..... Sorry, maar wat doet u hier?
'Nou, we kijken hier wat rond, of er wellicht een huis bij is dat van onze gading is.'
'U mag hier niet komen.'
'Pardon, meneer, ik zie nergens een toegangsverbod.'
'Ja, de gemeente is wat dat betreft in gebreke, maar er is ons hier privacy gegarandeerd.'
'Aha, privacy. Maar wees gerust, wij zien af van het idee, hier tussen te gaan zitten. Goejemiddag.'
Hoed u voor ecologische zones. En voor eigenwijze en slimme mensen.
(Gesproken column Omroep Best, 15.04.15)
Bent u intussen ook al verliefd op Evi van Lanschot? Die slanke animatiedame, die door een kantoor of op het strand loopt, zonder dat iemand opkijkt, en die u aanspreekt over uw geld. Je moet eigenwijs zijn én slim, dan kom je in aanmerking om bij wijze van instap 10.000 euro naar die van oudsher zeer elitaire bank te brengen. Zoiets moet werken want natuurlijk wil je graag eigenwijs en slim genoemd worden. Denkt Van Lanschot.
Ja, het gaat hier over geld en status. Geen nieuw onderwerp, geef ik toe, maar de manier waarmee de mensen hiermee omgaan gaat met z'n tijd mee.
In een Westbrabantse stad staat een rijtje luxe villa's (zo werd de bouw ervan ooit aangekondigd in onvervalste makelaarstaal) aan een zogeheten ecologische zone. Vanuit die huizen heb je een onbelemmerd uitzicht op ongerepte natuur. Er loopt daar wel een, wat de Vlamingen 'n wegelke noemen, maar het is niet de bedoeling dat daar iemand komt. Behalve de bewoners van die villa's natuurlijk. Sommigen hebben, om optimaal van dat uitzicht te genieten, hun woonkamer van een volledig glazen pui voorzien, wat natuurlijk ook betekent dat eventuele passanten (maar nogmaals die behoren er niet te zijn) vrij inzicht hebben.
Een mij bekend relatief jong echtpaar, dat twijfelt tussen verbouw van zijn huis of verkassen naar een andere stulp, ging daar op z'n vrije dag eens kijken. Dat moet je veel doen, kijken, voordat je je goeie geld in een nieuw huis steekt.
Dat leidde tot de volgende dialoog:
'Evert-Jan, daar lopen er weer 'n paar!'
'O, ik kom er aan..... Sorry, maar wat doet u hier?
'Nou, we kijken hier wat rond, of er wellicht een huis bij is dat van onze gading is.'
'U mag hier niet komen.'
'Pardon, meneer, ik zie nergens een toegangsverbod.'
'Ja, de gemeente is wat dat betreft in gebreke, maar er is ons hier privacy gegarandeerd.'
'Aha, privacy. Maar wees gerust, wij zien af van het idee, hier tussen te gaan zitten. Goejemiddag.'
Hoed u voor ecologische zones. En voor eigenwijze en slimme mensen.
(Gesproken column Omroep Best, 15.04.15)
vrijdag 3 april 2015
Goede, Stille, nee gewone Vrijdag
Er wordt weer flink gefilosofeerd over Goede Vrijdag. De mensen zijn
het helemaal kwijt. Hoewel, sommige vragen, zoals eentje die werd gesteld in een
nachtelijk praatprogramma, zijn echt wel begrijpelijk: waarom eigenlijk
Goede Vrijdag? Het was toch een zwarte dag toen Jezus aan het kruis
stierf? Inderdaad, goeie vraag. Ik durf te stellen dat het goede aan die
vrijdag was dat het in de ogen van de christenen de dag van de verlossing was.
Er zit ook iets in van het typisch rooms-katholieke optimisme. Dat vind je niet
terug in de protestants-christelijke aanduiding: Stille Vrijdag.
In de krant zag ik een met tulpen en eieren versierd verhaal over Goede Vrijdag. Daarin beweerde iemand, dat ‘vroeger op Goede Vrijdag het hele leven stil lag’. Zal ik dat ‘n beetje nuanceren? Stille Vrijdag werd toen door de protestanten beschouwd als een zondag. Niet door de katholieken. Die gingen ‘s middags om 3 uur (het stervensmoment), waar ze ook waren, op de knieën. Nog in de jaren zestig heb ik dat op de redactie van de katholieke krant meegemaakt. Of er werd in de kerk op dat uur de kruisweg gebeden. De lagere scholen gingen daar allemaal naar toe. ‘s Avonds volgde dan nog een kruisverering, voor wie overdag niet kon. Want verder ging het leven gewoon door.
In Leeuwarden, waar de katholieken in de minderheid waren (en zijn), waren veel winkels gesloten, maar niet de ‘roomse’ bedrijven als Vroom en Dreesmann, tegenwoordig de V&D genoemd, en Brenninkmeijer (meer ondernemingen dan C&A). Aangezien dat grote ondernemingen zijn, was het voor de roomsen in hun vuistje lachen. Want er waren nogal wat ‘protestanten’ die uit concurrentie-overwegingen de ‘zondagse vrijdag’ lieten voor wat-ie was.
In de krant zag ik een met tulpen en eieren versierd verhaal over Goede Vrijdag. Daarin beweerde iemand, dat ‘vroeger op Goede Vrijdag het hele leven stil lag’. Zal ik dat ‘n beetje nuanceren? Stille Vrijdag werd toen door de protestanten beschouwd als een zondag. Niet door de katholieken. Die gingen ‘s middags om 3 uur (het stervensmoment), waar ze ook waren, op de knieën. Nog in de jaren zestig heb ik dat op de redactie van de katholieke krant meegemaakt. Of er werd in de kerk op dat uur de kruisweg gebeden. De lagere scholen gingen daar allemaal naar toe. ‘s Avonds volgde dan nog een kruisverering, voor wie overdag niet kon. Want verder ging het leven gewoon door.
In Leeuwarden, waar de katholieken in de minderheid waren (en zijn), waren veel winkels gesloten, maar niet de ‘roomse’ bedrijven als Vroom en Dreesmann, tegenwoordig de V&D genoemd, en Brenninkmeijer (meer ondernemingen dan C&A). Aangezien dat grote ondernemingen zijn, was het voor de roomsen in hun vuistje lachen. Want er waren nogal wat ‘protestanten’ die uit concurrentie-overwegingen de ‘zondagse vrijdag’ lieten voor wat-ie was.
maandag 23 maart 2015
Nu durft de VVD opeens
En opeens durft de VVD de core business van de PVV over te nemen en daarmee coalitiepartner PvdA tegen zich in het harnas te jagen. Met het pleidooi voor het dichtgooien van de Europese buitengrenzen voor immigranten en asielzoekers.
'Laat de boel maar barsten, wij komen versterkt terug.' En de PVV wordt hiermee ook 'n beetje de wind uit de zeilen genomen. Hoewel... Wilders cs kan het dan vorige week dan wel niet zo goed hebben gedaan, dat kan heel goed hebben gelegen aan de lamlendigheid van de PVV-kiezer-zelf ten aanzien van dit ratjetoe van verkiezingen. Gaat het vroeg of later over de Tweede Kamer, dan zouden de kaarten wel eens heel anders kunnen komen te liggen.
Niet dat ik de peilingen van het afgelopen half jaar erg serieus heb genomen. Ik heb de voorspellingen op Twitter gerelativeerd met: 'Die soep wordt waarschijnlijk minder heet gegeten, want de kiezer is niet gek.' En daarbij doelde ik natuurlijk niet op de PVV-stemmer, maar op de kiezer in het algemeen.
Eens kijken, hoe de PvdA uiteindelijk reageert. Ze heeft al zoveel van de VVD geslikt dat mijn verwachtingen van die partij bij mij zo ongeveer op nul staan.
'Laat de boel maar barsten, wij komen versterkt terug.' En de PVV wordt hiermee ook 'n beetje de wind uit de zeilen genomen. Hoewel... Wilders cs kan het dan vorige week dan wel niet zo goed hebben gedaan, dat kan heel goed hebben gelegen aan de lamlendigheid van de PVV-kiezer-zelf ten aanzien van dit ratjetoe van verkiezingen. Gaat het vroeg of later over de Tweede Kamer, dan zouden de kaarten wel eens heel anders kunnen komen te liggen.
Niet dat ik de peilingen van het afgelopen half jaar erg serieus heb genomen. Ik heb de voorspellingen op Twitter gerelativeerd met: 'Die soep wordt waarschijnlijk minder heet gegeten, want de kiezer is niet gek.' En daarbij doelde ik natuurlijk niet op de PVV-stemmer, maar op de kiezer in het algemeen.
Eens kijken, hoe de PvdA uiteindelijk reageert. Ze heeft al zoveel van de VVD geslikt dat mijn verwachtingen van die partij bij mij zo ongeveer op nul staan.
vrijdag 20 maart 2015
Ruit Eindhoven geen verkiezingonderwerp
Anders dan sommigen suggereren, speelde het omstreden plan voor de voltooiing van de wegenruit rond Eindhoven geen of nauwelijks een rol bij de statenverkiezingen van afgelopen woensdag.
In de eerste plaats werd het stemgedrag hoofdzakelijk bepaald door de landelijke politiek. Vandaar dat de uitslagen in Brabant nagenoeg overeenkomen met het landelijke beeld. En de Ruit is natuurlijk geen landelijk onderwerp.
De conclusie dat de kiezer in de regio Eindhoven/Helmond 'de Ruit niet afkeurt' slaat dan ook nergens op.
Natuurlijk is de Ruit een provinciaal item, zij het in beperkte zin, want in West- en Middenbrabant zal het ze een worst wezen wat bestuurders en politiekers in Zuidoostbrabant uitspoken. Het kiezerspotentieel in deze regio is uiteraard getalsmatig niet onbelangrijk, maar het CDA had zich prima ingedekt tegen een bestraffing van 'ruitgedeputeerde' Ruud van Heugten door hem niet op de lijst te zetten, met een slag om de arm over de vraag, of hij al dan niet als dagelijks bestuurder van de provincie zal terugkeren.
Van Heugten hield zich uit de wind, zij het dat hij ook in de aanloop naar de verkiezingen volijverig doorging met het ontwikkelen van 'alternatieven' die het mogelijk zouden maken zijn corebusiness er alsnog door te drukken. Tegenstanders van de Ruit hebben dat natuurlijk doorzien, maar of dit allemaal hun stem mede heeft bepaald is onwaarschijnlijk.
In de eerste plaats werd het stemgedrag hoofdzakelijk bepaald door de landelijke politiek. Vandaar dat de uitslagen in Brabant nagenoeg overeenkomen met het landelijke beeld. En de Ruit is natuurlijk geen landelijk onderwerp.
De conclusie dat de kiezer in de regio Eindhoven/Helmond 'de Ruit niet afkeurt' slaat dan ook nergens op.
Natuurlijk is de Ruit een provinciaal item, zij het in beperkte zin, want in West- en Middenbrabant zal het ze een worst wezen wat bestuurders en politiekers in Zuidoostbrabant uitspoken. Het kiezerspotentieel in deze regio is uiteraard getalsmatig niet onbelangrijk, maar het CDA had zich prima ingedekt tegen een bestraffing van 'ruitgedeputeerde' Ruud van Heugten door hem niet op de lijst te zetten, met een slag om de arm over de vraag, of hij al dan niet als dagelijks bestuurder van de provincie zal terugkeren.
Van Heugten hield zich uit de wind, zij het dat hij ook in de aanloop naar de verkiezingen volijverig doorging met het ontwikkelen van 'alternatieven' die het mogelijk zouden maken zijn corebusiness er alsnog door te drukken. Tegenstanders van de Ruit hebben dat natuurlijk doorzien, maar of dit allemaal hun stem mede heeft bepaald is onwaarschijnlijk.
dinsdag 17 maart 2015
Hertogsbos
De Overijsselsestraatweg lijkt nog wel te bestaan, ten zuiden van Leeuwarden,
maar de aanloop erheen, een nieuwe uitvalsweg, heet Overijsselselaan.
Geheel in de geest van de tijd. Ik heb meegemaakt dat een gemeenteraadslid
in Geldrop zijn misprijzen over een nieuwe wijk uitte met de betiteling
‘monument van liefdeloosheid’. De eigenaren van huizen in die buurt kwaad. Ze
trokken naar het gemeentehuis om genoegdoening: hun straten zouden qua naam
lanen moeten worden. De diskwalificatie van het raadslid had hun huizen in
waarde doen dalen, meenden zij. That's in a name.
Straatweg is een ouderwets begrip. Cultureel erfgoed zou ik bijna zeggen. Het kan nog mooier. Mijn vader placht de Oosterhoutseweg in Breda aan te duiden met ‘Oosterhoutse steenweg’. Dit ter onderscheid van het karrespoor dat die weg in zijn jeugd wellicht nog was.
In Vlaanderen houden ze nog altijd vast aan die rustieke namen. Ik had een tante die in Lovenjoel woonde aan de Steenweg op Tienen. Met de plaatsnamen zijn die Belgen trouwens barbaars omgesprongen. Historische benamingen als Meir, Hoogstraeten en Herenthals werden rond 1960 ‘gemoderniseerd’ (Meer, Hoogstraten, Herentals.) Maar de Meir, de belangrijkste winkelstraat van Antwerpen, bleef dus gewoon Meir heten. Hertogsbos, je moet er toch niet aan denken.
Een plaatsnaam met na de klinker een i moet je uitspreken als een verlenging van die klinker. Dus: Oirschot = Oorschot en de treinconducteur die ik ‘n tijdje geleden Ojsterwijk hoorde roepen, zat er derhalve flink naast. Het is overigens geen ‘Hollandse’ fout, want in Rotterdam weten ze heel goed dat Charlois niet op z’n frans moet worden uitgesproken.
Straatweg is een ouderwets begrip. Cultureel erfgoed zou ik bijna zeggen. Het kan nog mooier. Mijn vader placht de Oosterhoutseweg in Breda aan te duiden met ‘Oosterhoutse steenweg’. Dit ter onderscheid van het karrespoor dat die weg in zijn jeugd wellicht nog was.
In Vlaanderen houden ze nog altijd vast aan die rustieke namen. Ik had een tante die in Lovenjoel woonde aan de Steenweg op Tienen. Met de plaatsnamen zijn die Belgen trouwens barbaars omgesprongen. Historische benamingen als Meir, Hoogstraeten en Herenthals werden rond 1960 ‘gemoderniseerd’ (Meer, Hoogstraten, Herentals.) Maar de Meir, de belangrijkste winkelstraat van Antwerpen, bleef dus gewoon Meir heten. Hertogsbos, je moet er toch niet aan denken.
Een plaatsnaam met na de klinker een i moet je uitspreken als een verlenging van die klinker. Dus: Oirschot = Oorschot en de treinconducteur die ik ‘n tijdje geleden Ojsterwijk hoorde roepen, zat er derhalve flink naast. Het is overigens geen ‘Hollandse’ fout, want in Rotterdam weten ze heel goed dat Charlois niet op z’n frans moet worden uitgesproken.
maandag 16 maart 2015
Pietjes
Er heerst een hoofdluizenplaag onder de scholieren. Vooral
moeilijk te bestrijden omdat er min of meer een taboe op rust. Wie heeft er nou
luizen? Ik heb een nonnenschool gekend met de naam Luciaschool, die dan ook
prompt luusjesschool werd genoemd. Heerste er een luizenplaag, dan kon het niet
aan de nonnen liggen, want die waren immers kaal onder hun kap (althans
behoorden dat te zijn).
Wie hebben er het meeste last van, van die luizen? Precies, de meiden met hun lange haar. Ik zie ze dagelijks naar school fietsen, kaarsrecht, allemaal met hetzelfde lange haar. Dat moet zo. Net als die groentebak boven het voorwiel. Ooit was er iemand origineel, namelijk degene die voor het eerst zo’n kist monteerde. Werd even gepest, hield vol en werd vervolgens geïmiteerd. Balen. Dus verzon ze weer wat: de kist versieren met kunstbloemetjes. Bleef ook maar even origineel.
Maar nu die luizen. Mijn broertje en ik hadden ze ook. In de oorlog. We noemden ze pietjes. Moet u nog eten, of zit u net aan tafel, u kunt nu ook afhaken, want al te smakelijk is deze geschiedenis nou ook weer niet.
Het was natuurlijk een gevecht tegen die plaag. En maar kammen, met een tweezijdige pietenkam boven een krant. Tikkeldetik. Vervolgens met je nagel het beessie doodrukken. Knak! Toen dat niet hielp, werden we kaal geschoren ver voordat dat ‘leuk’ werd gevonden. Dertig Plus en Veertig Plus (ikke met mijn dikke kop) werden we thuis genoemd. En dan was er het haarwater, waarmee die bollekes werden ingewreven.
In een onbewaakt ogenblik heeft mijn broertje – hij zal ‘n jaar of zes zijn geweest – een slokkie van dat bijtende goedje genomen. Paniek! Mijn 12 jaar oudere zus, die een verpleegstersopleiding volgde, goot bij hem een liter melk naar binnen, redde daarmee zijn maag en kreeg een compliment van de huisarts, die haar trouwens het liefst ook nog had gezoend, heb ik later begrepen.
Hoofdluis. vertel mij wat.
(Gesproken column Omroep Best, o.m. 18.03.15, 18:10 uur)
Wie hebben er het meeste last van, van die luizen? Precies, de meiden met hun lange haar. Ik zie ze dagelijks naar school fietsen, kaarsrecht, allemaal met hetzelfde lange haar. Dat moet zo. Net als die groentebak boven het voorwiel. Ooit was er iemand origineel, namelijk degene die voor het eerst zo’n kist monteerde. Werd even gepest, hield vol en werd vervolgens geïmiteerd. Balen. Dus verzon ze weer wat: de kist versieren met kunstbloemetjes. Bleef ook maar even origineel.
Maar nu die luizen. Mijn broertje en ik hadden ze ook. In de oorlog. We noemden ze pietjes. Moet u nog eten, of zit u net aan tafel, u kunt nu ook afhaken, want al te smakelijk is deze geschiedenis nou ook weer niet.
Het was natuurlijk een gevecht tegen die plaag. En maar kammen, met een tweezijdige pietenkam boven een krant. Tikkeldetik. Vervolgens met je nagel het beessie doodrukken. Knak! Toen dat niet hielp, werden we kaal geschoren ver voordat dat ‘leuk’ werd gevonden. Dertig Plus en Veertig Plus (ikke met mijn dikke kop) werden we thuis genoemd. En dan was er het haarwater, waarmee die bollekes werden ingewreven.
In een onbewaakt ogenblik heeft mijn broertje – hij zal ‘n jaar of zes zijn geweest – een slokkie van dat bijtende goedje genomen. Paniek! Mijn 12 jaar oudere zus, die een verpleegstersopleiding volgde, goot bij hem een liter melk naar binnen, redde daarmee zijn maag en kreeg een compliment van de huisarts, die haar trouwens het liefst ook nog had gezoend, heb ik later begrepen.
Hoofdluis. vertel mij wat.
(Gesproken column Omroep Best, o.m. 18.03.15, 18:10 uur)
donderdag 12 maart 2015
Zorg pept rekeningen op met rare posten
Onlangs schreef ik over een rare post op een
tandartsrekening waarvan door de telefoniste van de praktijk
werd gezegd dat de verzekeraar dit goed vond. De tandarts voegde eraan toe, dat
hij zich door de verzekeraars in een hoek gedreven voelde, maar de patiënt (in
dit geval niet voor tandartskosten verzekerd) moest betalen en voelde
zich dus op zijn beurt ook in de hoek gedrukt.
Ik heb nu nóg meer aanleiding om vast te stellen dat de Zorg
rekeningen oppept met rare posten en dat de verzekeraar dit slikt.
Je kunt tegenwoordig via een account op de website van de verzekeraar (het gaat nu over CZ) precies zien wat er allemaal gebeurt. ‘n Hele vooruitgang, want tot voor kort kreeg de verzekerde de nota’s niet te zien, dus liet de verzekeraar de best denkbare controleur voor wat hij was. Ideaal is de situatie nog steeds niet, want hoeveel verzekerden zijn vertrouwd genoeg met computer en internet om regelmatig in te loggen en hun zorgverbruik na te kijken?
Wij doen dat dus wel, al was het alleen maar om vast te stellen, waaraan de 350 euro eigen risico, zo aan het begin van het jaar, wordt besteed.
Welnu, de vaststelling lijkt gerechtvaardigd dat de Zorg de rekeningen oppept met rare posten en dat de verzekeraar dit slikt. Want op 4 februari 2015 declareert de Apotheek voor druppeltjes en een zalfje tweemaal wegens ‘begeleidingsgesprek nieuw geneesmiddel’ 6,36 euro.
Begeleidingsgesprek? Ammehoela. De dokter had over het zalfje
gezegd: ‘Dun smeren.’ Dus de patiënt vroeg bij het ontvangst nemen van het
medicijn: dun smeren? ‘Ja, dun smeren.’ Begeleidingsgesprek.
De druppels werden met niet meer dan ‘asjeblief’ overhandigd. Geen begeleidingsgesprek dus. Toch gefactureerd.
Potverdorie, wat moet er rond de financiering van de zorg nog veel
gebeuren.
woensdag 11 maart 2015
Dan maar zwartrijden
Op de flank van de Amsterdamse trams staat in groene
letters Deze tram rijdt op groene stroom. Ik keek eens naar de
bovenleiding. Geen groen te zien, zelfs geen groen vlammetje. Mijn buurman in
het wachthuisje aan ‘t Spui en ik keken elkaar eens aan: En gy geleuft da.
Er wordt ons weer eens wat op de mouw gespeld.
Daar zat trouwens een zwartrijder. Ikke. Onder het motief van ‘eigen schuld dikke bult.’ Dat zit zo. Ter hoogte van het Museumplein deelt de elektronisch vastgelegde stem mee dat we de halte Rijksmuseum naderen. Passagiers staan massaal op en bewegen zich vast richting achteruitgang. Ik maak ook aanstalten, de OV-chipkaart voor het uitchecken in de hand. Dan neemt de tram een scherpe bocht veel te snel. De menselijke inhoud wordt naar één kant door elkaar gehusseld en valt over mij heen. (Ik heb het later gecontroleerd en het kan echt wel wat langzamer, zonder dit soort calamiteiten.) Als ik vervolgens wil uitchecken, reageert het apparaat niet. Er is een hoekje van de kaart afgebroken. In het kielzog van mijn partner raak ik natuurlijk toch wel buiten.
Je bent in zo’n geval tijdens een lang weekeinde Amsterdam wel onthand, maar zwartrijden is niet zó moeilijk. Er is wel permanente controle. In het midden van de tram zit iemand in een glazen hokje die het inchecken – piep, piep – in de gaten houdt, maar als het druk is en er veel mensen tegelijk instappen kun je er met een schijngebaar makkelijk tussendoor glippen. Dat heb ik dus nog ‘n paar keer gedaan. Voor straf! Straks nog maar eens op mijn chipkaart-account kijken, wat het de eerste keer niet uitchecken voor financiële gevolgen heeft. Hooguit de ritprijs tot het eindpunt (CS)?
De schade bestaat verder uit het tarief voor de vervanging van de kaart bij de NS, zijnde 11 euro. Daarover ga ik maar niet zeiken bij het GVB. Mijn zwartrij-wraak volstaat.
‘s Nachts had ik trouwens een pijnlijke heup. ‘t Was dus best een dreun daar in die Amsterdamse tram.
Daar zat trouwens een zwartrijder. Ikke. Onder het motief van ‘eigen schuld dikke bult.’ Dat zit zo. Ter hoogte van het Museumplein deelt de elektronisch vastgelegde stem mee dat we de halte Rijksmuseum naderen. Passagiers staan massaal op en bewegen zich vast richting achteruitgang. Ik maak ook aanstalten, de OV-chipkaart voor het uitchecken in de hand. Dan neemt de tram een scherpe bocht veel te snel. De menselijke inhoud wordt naar één kant door elkaar gehusseld en valt over mij heen. (Ik heb het later gecontroleerd en het kan echt wel wat langzamer, zonder dit soort calamiteiten.) Als ik vervolgens wil uitchecken, reageert het apparaat niet. Er is een hoekje van de kaart afgebroken. In het kielzog van mijn partner raak ik natuurlijk toch wel buiten.
Je bent in zo’n geval tijdens een lang weekeinde Amsterdam wel onthand, maar zwartrijden is niet zó moeilijk. Er is wel permanente controle. In het midden van de tram zit iemand in een glazen hokje die het inchecken – piep, piep – in de gaten houdt, maar als het druk is en er veel mensen tegelijk instappen kun je er met een schijngebaar makkelijk tussendoor glippen. Dat heb ik dus nog ‘n paar keer gedaan. Voor straf! Straks nog maar eens op mijn chipkaart-account kijken, wat het de eerste keer niet uitchecken voor financiële gevolgen heeft. Hooguit de ritprijs tot het eindpunt (CS)?
De schade bestaat verder uit het tarief voor de vervanging van de kaart bij de NS, zijnde 11 euro. Daarover ga ik maar niet zeiken bij het GVB. Mijn zwartrij-wraak volstaat.
‘s Nachts had ik trouwens een pijnlijke heup. ‘t Was dus best een dreun daar in die Amsterdamse tram.
zondag 1 maart 2015
Blaffen en bijten
Hans Lubachs, de burgemeester die in het Brabantse Laarbeek hier en daar een scheve schaats heeft gereden, heeft het Eindhovens Dagblad (ED) een 'afscheidsgesprek' geweigerd. Rancune. Dat gesprek wilde Lubachs wel voeren met nrc.next. Terloops gaf de man daarin te kennen, dat hij ondanks alles niet vies is van een nieuwe burgemeesterspost. Wie zou hem willen hebben?
Het is niet voor het eerst dat een bestuurder de regionale krant 'afstraft' voor hem onwelgevallige publicaties; althans probeert dat te doen. In alle gevallen die ik in mijn journalistieke loopbaan heb meegemaakt, trok zo iemand aan het kortste eind. En in al die kwesties was het medium naar mijn beste weten integer.
Er is de laatste tijd veel te doen over de achteruitgang van de regionale journalistiek, met name haar waakhondfunctie jegens de lagere overheid. Een professionele verslaggever aan de perstafel in de raadszaal is - landelijk beschouwd - een witte raaf.
Landelijk bezien, want er zijn natuurlijk uitzonderingen. Zo speelt het ED het in de regio Zuidoost Brabant nog steeds klaar (zie het geval Laarbeek) het doen en laten van de plaatselijke besturen en publieke organisaties kritisch te volgen. Dit ondanks eigendomswisselingen en de daaruit voortvloeiende bezuinigingsronden. Die zijn trouwens nog niet ten einde, nu de Wegener kranten, waartoe het ED behoort, door de Persgroep zijn overgenomen. Verdere inkrimping van de redacties is niet ondenkbaar.
De krant laat zich door deze onheilspellende ontwikkeling niet uit het veld slaan. In plaats van zich over de bestaande niet onsuccesvolle praktijk op de borst te slaan, kondigde zij zaterdg via de hoofdredactionele rubriek Beste Lezer moedig aan: 'Wij blijven blaffen en zo nodig bijten.'
In aanmerking genomen dat regionale journalistiek het bestaansrecht vormt van een krant als het ED, mag je hopen dat de nieuwe uitgever zich dat realiseert, de voorwaarden tot de uitoefening van deze taak handhaaft en liever nog versterkt. Want ook in de bestaande situatie is het allesbehalve botertje tot de boom. Om maar eens 'n actueel detail te noemen: hoe lang zal het nog duren dat je een talentvolle plaatselijke correspondent (vrijwilliger) kunt vinden die vele uren steekt in een raadsverslag en dan genoegen moet nemen met een fooi van 25 euro? Ze bestáán nog en ze troosten zich met de gedachte: ach, het is mijn hobby.
Het is niet voor het eerst dat een bestuurder de regionale krant 'afstraft' voor hem onwelgevallige publicaties; althans probeert dat te doen. In alle gevallen die ik in mijn journalistieke loopbaan heb meegemaakt, trok zo iemand aan het kortste eind. En in al die kwesties was het medium naar mijn beste weten integer.
Er is de laatste tijd veel te doen over de achteruitgang van de regionale journalistiek, met name haar waakhondfunctie jegens de lagere overheid. Een professionele verslaggever aan de perstafel in de raadszaal is - landelijk beschouwd - een witte raaf.
Landelijk bezien, want er zijn natuurlijk uitzonderingen. Zo speelt het ED het in de regio Zuidoost Brabant nog steeds klaar (zie het geval Laarbeek) het doen en laten van de plaatselijke besturen en publieke organisaties kritisch te volgen. Dit ondanks eigendomswisselingen en de daaruit voortvloeiende bezuinigingsronden. Die zijn trouwens nog niet ten einde, nu de Wegener kranten, waartoe het ED behoort, door de Persgroep zijn overgenomen. Verdere inkrimping van de redacties is niet ondenkbaar.
De krant laat zich door deze onheilspellende ontwikkeling niet uit het veld slaan. In plaats van zich over de bestaande niet onsuccesvolle praktijk op de borst te slaan, kondigde zij zaterdg via de hoofdredactionele rubriek Beste Lezer moedig aan: 'Wij blijven blaffen en zo nodig bijten.'
In aanmerking genomen dat regionale journalistiek het bestaansrecht vormt van een krant als het ED, mag je hopen dat de nieuwe uitgever zich dat realiseert, de voorwaarden tot de uitoefening van deze taak handhaaft en liever nog versterkt. Want ook in de bestaande situatie is het allesbehalve botertje tot de boom. Om maar eens 'n actueel detail te noemen: hoe lang zal het nog duren dat je een talentvolle plaatselijke correspondent (vrijwilliger) kunt vinden die vele uren steekt in een raadsverslag en dan genoegen moet nemen met een fooi van 25 euro? Ze bestáán nog en ze troosten zich met de gedachte: ach, het is mijn hobby.
woensdag 25 februari 2015
Toch meeëten bij V&D
V&D heeft na de uitspraak van de rechter, dat het gedwongen inleveren van loon door de medewerkers niet aanvaardbaar is, toch maar eieren voor haar geld gekozen. Zeker terecht, gezien het gegeven dat - zo las ik ergens - de topman van het concern in de VS onlangs een nieuw onderkomen voor zichzelf ten bedrage van 20 miljoen (dollars of euri, houd me dat even ten goede) heeft aangeschaft. Dat is twee keer de door V&D met de salariskorting beoogde 'levensreddende' bezuiniging.
De rechter zei dat de 'bescherming van het loon' alleen geldt voor de leden van de vakbond die het geding tegen het warenhuis had aangespannen. Maar de directie van V&D heeft in haar ruimhartigheid eigener beweging besloten de uitspraak voor het volledige personeel te laten gelden.
Op basis van mijn persoonlijk arbeidsverleden, respectievelijk mijn meer dan 40-jarig lidmaatschap van de journalistenvakbond concludeer ik dat er weer naar hartenlust meegegeten kan worden. Ik zal mij nader verklaren.
Het is dat ik bij mijn aantreden als leerling-journalist destijds van idealen zwanger was, want anders had ik een lucratiever beroep gekozen. Het vak stond niet alleen in de onderste regionen van de maatschappelijke ladder, we werden ook nog eens zwaar onderbetaald. Niet voor werkdagen van 9 tot 5 hoor en ook zonder weekend-compensatie. Het was immers in de tijd dat ik een krantendirecteur hoorde zeggen: 'Wil ik een journalist? Dan tik ik even tegen de ruit en ik heb er een.'
Niet dat het ons ontbrak aan gevoel voor eigenwaarde. Weliswaar hadden we, zuilsgewijs, onze vakbonden, maar noemden die niet zo: de Nederlandse Journalisten Kring, de Katholieke Nederlandse Journalisten Kring en de Protestants Christelijke Journalisten Kring. Het heeft tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw geduurd, voordat die kringen werden samengevoegd tot de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). De kringen onderhandelden jaarlijks in federatief verband met de krantendirecteuren, verenigd in de Nederlandse Dagbladpers (NDP), over de cao en ik moet zeggen dat heeft geleidelijk aan spectaculaire resultaten opgeleverd. Ten faveure van de hele journalistiek. Inclusief de niet-vakbondsleden dus, collega's die door ons, wel aangeslotenen, misprijzend meeëters werden genoemd.
Want reken maar dat hier af en toe stevig over werd gediscussieerd. Voor zover je van een discussie kon spreken, want steekhoudende argumenten voor het niet meedoen aan de beroepsorganisatie heb ik nimmer kunnen bespeuren. Zodat alleen de vermoedelijke reden - de contributie - overeind bleef. Een hoofdredacteur volstond met: 'Ik ben geen lid. Daar hebben we het nog wel eens over.' Ja, dag!
Sans rancune, hoor. Al die lui, ook al zijn ze inmiddels gepensioneerd, eten nog steeds smakelijk mee.
De rechter zei dat de 'bescherming van het loon' alleen geldt voor de leden van de vakbond die het geding tegen het warenhuis had aangespannen. Maar de directie van V&D heeft in haar ruimhartigheid eigener beweging besloten de uitspraak voor het volledige personeel te laten gelden.
Op basis van mijn persoonlijk arbeidsverleden, respectievelijk mijn meer dan 40-jarig lidmaatschap van de journalistenvakbond concludeer ik dat er weer naar hartenlust meegegeten kan worden. Ik zal mij nader verklaren.
Het is dat ik bij mijn aantreden als leerling-journalist destijds van idealen zwanger was, want anders had ik een lucratiever beroep gekozen. Het vak stond niet alleen in de onderste regionen van de maatschappelijke ladder, we werden ook nog eens zwaar onderbetaald. Niet voor werkdagen van 9 tot 5 hoor en ook zonder weekend-compensatie. Het was immers in de tijd dat ik een krantendirecteur hoorde zeggen: 'Wil ik een journalist? Dan tik ik even tegen de ruit en ik heb er een.'
Niet dat het ons ontbrak aan gevoel voor eigenwaarde. Weliswaar hadden we, zuilsgewijs, onze vakbonden, maar noemden die niet zo: de Nederlandse Journalisten Kring, de Katholieke Nederlandse Journalisten Kring en de Protestants Christelijke Journalisten Kring. Het heeft tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw geduurd, voordat die kringen werden samengevoegd tot de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). De kringen onderhandelden jaarlijks in federatief verband met de krantendirecteuren, verenigd in de Nederlandse Dagbladpers (NDP), over de cao en ik moet zeggen dat heeft geleidelijk aan spectaculaire resultaten opgeleverd. Ten faveure van de hele journalistiek. Inclusief de niet-vakbondsleden dus, collega's die door ons, wel aangeslotenen, misprijzend meeëters werden genoemd.
Want reken maar dat hier af en toe stevig over werd gediscussieerd. Voor zover je van een discussie kon spreken, want steekhoudende argumenten voor het niet meedoen aan de beroepsorganisatie heb ik nimmer kunnen bespeuren. Zodat alleen de vermoedelijke reden - de contributie - overeind bleef. Een hoofdredacteur volstond met: 'Ik ben geen lid. Daar hebben we het nog wel eens over.' Ja, dag!
Sans rancune, hoor. Al die lui, ook al zijn ze inmiddels gepensioneerd, eten nog steeds smakelijk mee.
dinsdag 24 februari 2015
Onzakelijkheid rond Mol neemt alleen maar toe
De onzakelijkheid van de gemeente Best rond de problematiek
van het beeld De Mol neemt alleen maar toe, wat wel eens tot gevolg zou kunnen
hebben dat dit dossier ons nog heel lang hoofdpijn gaat bezorgen.
De gemeenteraad nam deze week een van de opties, voorgehouden door het college van B en W, over, namelijk De Mol op kosten van de gemeente repareren, mits het beeld daarna nog een flink aantal jaren meegaat. Wat ik in een eerder stadium met de natte vinger veronderstelde, dat ongeveer de helft van de Bestse bevolking De Mol kan missen als kiespijn, wordt min of meer bevestigd door de uitkomst van een door de PvdA gehouden online-enquete, waarop binnen een week honderd mensen reageerden, maar laten we daar niet te lang bij stilstaan. En ook niet bij de 'armlastige' kunstenaar, die bereid is de reparatiekosten in natura te vergoeden. (wellicht mondt dat uit in een nieuw beeldje van een kale kip). Het gaat om die kosten zelf.
Beeldenmaker Tom Claassen schatte die op 40.000 à 50.000 euro, wat betekent dat de gemeente straks, inclusief de initiële kosten van het beeld, anderhalve ton op het hele kunstavontuur zal moeten afschrijven. Als het daarbij blijft, want de raad houdt zelfs al rekening met een kostenpost van 60.000, terwijl de wethouder hierop mag terugkomen, als het iets meer wordt.
Met afgrijzen heb ik van deze redeneertrant kennis genomen. Immers, als je iets aan te besteden hebt dan is het noemen van een budget een (niet alleen politieke) doodzonde. Terwijl iedereen er al rekening mee houdt dat het wel eens meer zou kunnen worden dan 50.000, zegt de Bestse raad: zie maar of het lukt met 60.000 en, zo niet, trek dan maar weer aan de bel. Als ik reparateur was, zou ik het wel weten. Dit soort onzakelijkheid vraagt gewoon om een afstraffing.
Het komt bij de overheid nogal eens voor dat over onderwerpen, waarbij financiële belangen op het spel staan, in beslotenheid wordt vergaderd. In het algemeen ben ik natuurlijk voor zo groot mogelijke openbaarheid, maar als er ooit sprake is van een kwetsbare opstelling, dan is dat nu het geval.
De gemeenteraad nam deze week een van de opties, voorgehouden door het college van B en W, over, namelijk De Mol op kosten van de gemeente repareren, mits het beeld daarna nog een flink aantal jaren meegaat. Wat ik in een eerder stadium met de natte vinger veronderstelde, dat ongeveer de helft van de Bestse bevolking De Mol kan missen als kiespijn, wordt min of meer bevestigd door de uitkomst van een door de PvdA gehouden online-enquete, waarop binnen een week honderd mensen reageerden, maar laten we daar niet te lang bij stilstaan. En ook niet bij de 'armlastige' kunstenaar, die bereid is de reparatiekosten in natura te vergoeden. (wellicht mondt dat uit in een nieuw beeldje van een kale kip). Het gaat om die kosten zelf.
Beeldenmaker Tom Claassen schatte die op 40.000 à 50.000 euro, wat betekent dat de gemeente straks, inclusief de initiële kosten van het beeld, anderhalve ton op het hele kunstavontuur zal moeten afschrijven. Als het daarbij blijft, want de raad houdt zelfs al rekening met een kostenpost van 60.000, terwijl de wethouder hierop mag terugkomen, als het iets meer wordt.
Met afgrijzen heb ik van deze redeneertrant kennis genomen. Immers, als je iets aan te besteden hebt dan is het noemen van een budget een (niet alleen politieke) doodzonde. Terwijl iedereen er al rekening mee houdt dat het wel eens meer zou kunnen worden dan 50.000, zegt de Bestse raad: zie maar of het lukt met 60.000 en, zo niet, trek dan maar weer aan de bel. Als ik reparateur was, zou ik het wel weten. Dit soort onzakelijkheid vraagt gewoon om een afstraffing.
Het komt bij de overheid nogal eens voor dat over onderwerpen, waarbij financiële belangen op het spel staan, in beslotenheid wordt vergaderd. In het algemeen ben ik natuurlijk voor zo groot mogelijke openbaarheid, maar als er ooit sprake is van een kwetsbare opstelling, dan is dat nu het geval.
maandag 23 februari 2015
Een discutabele tandartsrekening
De tandarts die onze gebitten in de loop van pakweg 40 jaar uitstekend heeft bijgehouden, stuurt ons via de BV waarin hij tegenwoordig met confrères samenwerkt een rekening voor periodieke controle die op z'n zachtst gezegd vragen oproept.
De controle staat genoteerd voor 21,09 euro en daarboven staat een post van gelijke hoogte wegens 'schriftelijke medische anamnese'. De tandarts rekent dus het dubbele van wat we gewend zijn, terwijl de omschrijving van post 2 natuurlijk voor de gemiddelde patiënt abracadabra is.
Toch maar eens naar de praktijk gebeld. De receptioniste/secretaresse zegt dat je onder schriftelijke medische anamnese het werk moet worden verstaan dat de arts op zijn computer verricht, teneinde de gebitssituatie van de patiënt bij te houden. De mevrouw zal de tandarts vragen hierover alsnog contact op te nemen, aangezien wij te kennen geven dat het bijhouden van zijn administratie naar ons oordeel 'bij het vak hoort'. Wij zien weinig gespecificeerde rekeningen van de gezondheidszorg, omdat die meestal rechtstreeks naar de verzekering gaan, maar kunnen ons niet voorstellen dat bij voorbeeld ook de huisarts dit soort 'kosten' factureert; de tandarts deed het ook niet eerder
Het duurt weken voordat de arts iets van zich laat horen. Mogelijk werd hij aan het geval herinnerd doordat wij via de website van de collectieve factureringsinstantie ons beklag deden.
En?
De dokter legt uit dat de aangegeven administratieve werkzaamheden hem nogal wat tijd kosten en, ja, tijd is geld. Onderwijl brengt hij ons onder ogen dat de zorgverlener zich in het huidige klimaat door de verzekeraars nogal 'in de hoek gedrukt' voelt. Hij zegt ook dat hij de 'anamnese' niet altijd in zijn rekeningen opneemt. Ondanks begrip voor de situatie van de zorgverleners, zijn wij niet geneigd, de op ons toegepaste declaratiemethode van de tandarts te accepteren. Maar wat doe je als de langdurige goede relatie met een tandarts op het spel staat? Toch maar betalen. Al voel je je dan, als patiënt op jouw beurt in een hoek gedrukt.
De controle staat genoteerd voor 21,09 euro en daarboven staat een post van gelijke hoogte wegens 'schriftelijke medische anamnese'. De tandarts rekent dus het dubbele van wat we gewend zijn, terwijl de omschrijving van post 2 natuurlijk voor de gemiddelde patiënt abracadabra is.
Toch maar eens naar de praktijk gebeld. De receptioniste/secretaresse zegt dat je onder schriftelijke medische anamnese het werk moet worden verstaan dat de arts op zijn computer verricht, teneinde de gebitssituatie van de patiënt bij te houden. De mevrouw zal de tandarts vragen hierover alsnog contact op te nemen, aangezien wij te kennen geven dat het bijhouden van zijn administratie naar ons oordeel 'bij het vak hoort'. Wij zien weinig gespecificeerde rekeningen van de gezondheidszorg, omdat die meestal rechtstreeks naar de verzekering gaan, maar kunnen ons niet voorstellen dat bij voorbeeld ook de huisarts dit soort 'kosten' factureert; de tandarts deed het ook niet eerder
Het duurt weken voordat de arts iets van zich laat horen. Mogelijk werd hij aan het geval herinnerd doordat wij via de website van de collectieve factureringsinstantie ons beklag deden.
En?
De dokter legt uit dat de aangegeven administratieve werkzaamheden hem nogal wat tijd kosten en, ja, tijd is geld. Onderwijl brengt hij ons onder ogen dat de zorgverlener zich in het huidige klimaat door de verzekeraars nogal 'in de hoek gedrukt' voelt. Hij zegt ook dat hij de 'anamnese' niet altijd in zijn rekeningen opneemt. Ondanks begrip voor de situatie van de zorgverleners, zijn wij niet geneigd, de op ons toegepaste declaratiemethode van de tandarts te accepteren. Maar wat doe je als de langdurige goede relatie met een tandarts op het spel staat? Toch maar betalen. Al voel je je dan, als patiënt op jouw beurt in een hoek gedrukt.
maandag 16 februari 2015
En de boer, hij ploegde voort
Over een maand zijn er verkiezingen. Het gaat over Provinciale Staten en ook weer niet. De politieke situatie in dit land heeft tot gevolg dat meer dan ooit de verkiezingen van een lagere overheid een testcase zijn voor de zittende landelijke regering. Dat komt doordat de samenstelling van de Eerste Kamer komende zomer wordt bepaald door de dan aangetreden nieuwe staten in de provincies. Getrapte verkiezingen heet zoiets. Dit wordt al jaren als negentiende-eeuws en weinig democratisch ervaren, maar de Senaat, zoals de Eerste Kamer ook wel wordt genoemd, is op zichzelf ook al omstreden.
Die Senaat, vergaderend in ouderwetse groene bankjes tegenover de Tweede Kamer aan het Binnenhof, is – zo ziet men dat – een Raad van Wijzen die de taak heeft, de wetsvoorstellen die door de overkant zijn aangenomen te toetsen; hij mag er niets aan veranderen, kan er alleen ja of nee tegen zeggen. Dat laatste is onlangs nog gebeurd met de 'zorgwet' van minister Schippers. De Eerste Kamer zet zichzelf steeds vaker op de kaart.
De nieuwe Provinciale Staten kunnen dus straks gaan uitmaken, of er al dan niet een Eerste Kamer ontstaat, waarin de regering voldoende steun vindt voor zijn plannen. Dit is voor de landelijke politieke partijen aanleiding, de statenverkiezingen compleet in de landelijke sfeer te trekken. En het ziet er naar uit dat de kiezers dat ook hebben begrepen. Het feit dat 'de provincie' een weinig aansprekende bestuurslaag is, speelt daarbij natuurlijk ook een rol.
Voordat ik het over Brabant ga hebben – want deze provincie heeft wel degelijk haar specifieke politieke hangijzers – wil ik u, al is dat ten overvloede, attenderen op wat er aan de hand is in het noorden des lands en dan vooral in de provincie Groningen. Uit onderzoeken is nu al gebleken dat de mensen daar hun vertrouwen in de landelijke overheid volledig kwijt zijn en van plan zijn dat in hun stem tot uitdrukking te brengen. Het gas, de bodemdaling en de bevingen, die miljarden aan schade veroorzaken en de bewoners slapeloze nachten bezorgen. En minister Kamp, die zich doof houdt voor de vrijwel algemene opvatting dat aan het oppompen van aardgas onmiddellijk beperkingen moeten worden opgelegd. Diezelfde minister denkt ook nog steeds dat het winnen van schaliegas, ook in Brabant, een reële optie is. Komt dit allemaal voor rekening van regeringspartij VVD, het is ook nog steeds niet tot coalitiepartner PvdA doorgedrongen dat zij met haar handjeklap bezig is haar graf steeds dieper te maken.
Het CDA gaat bij deze gang van zaken garen spinnen. Zou dat in Brabant ook het geval zijn? Ervaringen in het verleden bevestigen dat. De landelijke trend is altijd bepalend. Jammer, want er zijn in het provinciaal beleid wel degelijk punten aan te wijzen, die 'de stemming' zouden kunnen beïnvloeden. Neem het gedram van het CDA en met name van zijn gedeputeerde Ruud van Heugten als het gaat om de zwaar omstreden plannen voor voltooiing van de wegenruit om Eindhoven. Terwijl de Tweede Kamer, gezien het gebrek aan draagvlak in de regio, het budget voor de Ruit heeft teruggetrokken, gaat Van Heugten onverdroten verder met zijn pogingen, de Ruit, eventueel in aangepaste vorm, nieuw leven in te blazen. En de boer hij ploegde voort.
En ja, het is niet voor het eerst dat aan het CDA een zekere boerenslimheid kan worden toegeschreven. In dit geval uit die zich in het niet eens op de kieslijst plaatsen van Ruud van Heugten en het benoemen van een onbekende mevrouw uit Den Bosch tot lijsttrekker. Dat is geen afstraffing of zo. Dat is tactiek! Want betekent het ook dat Van Heugten niet terugkeert als provinciaal bestuurder? Ik houd het op het befaamde duveltje dat straks uit het doosje zal springen. De nodige politieke macht komt er toch wel, dankzij...de landelijke politiek.
Die Senaat, vergaderend in ouderwetse groene bankjes tegenover de Tweede Kamer aan het Binnenhof, is – zo ziet men dat – een Raad van Wijzen die de taak heeft, de wetsvoorstellen die door de overkant zijn aangenomen te toetsen; hij mag er niets aan veranderen, kan er alleen ja of nee tegen zeggen. Dat laatste is onlangs nog gebeurd met de 'zorgwet' van minister Schippers. De Eerste Kamer zet zichzelf steeds vaker op de kaart.
De nieuwe Provinciale Staten kunnen dus straks gaan uitmaken, of er al dan niet een Eerste Kamer ontstaat, waarin de regering voldoende steun vindt voor zijn plannen. Dit is voor de landelijke politieke partijen aanleiding, de statenverkiezingen compleet in de landelijke sfeer te trekken. En het ziet er naar uit dat de kiezers dat ook hebben begrepen. Het feit dat 'de provincie' een weinig aansprekende bestuurslaag is, speelt daarbij natuurlijk ook een rol.
Voordat ik het over Brabant ga hebben – want deze provincie heeft wel degelijk haar specifieke politieke hangijzers – wil ik u, al is dat ten overvloede, attenderen op wat er aan de hand is in het noorden des lands en dan vooral in de provincie Groningen. Uit onderzoeken is nu al gebleken dat de mensen daar hun vertrouwen in de landelijke overheid volledig kwijt zijn en van plan zijn dat in hun stem tot uitdrukking te brengen. Het gas, de bodemdaling en de bevingen, die miljarden aan schade veroorzaken en de bewoners slapeloze nachten bezorgen. En minister Kamp, die zich doof houdt voor de vrijwel algemene opvatting dat aan het oppompen van aardgas onmiddellijk beperkingen moeten worden opgelegd. Diezelfde minister denkt ook nog steeds dat het winnen van schaliegas, ook in Brabant, een reële optie is. Komt dit allemaal voor rekening van regeringspartij VVD, het is ook nog steeds niet tot coalitiepartner PvdA doorgedrongen dat zij met haar handjeklap bezig is haar graf steeds dieper te maken.
Het CDA gaat bij deze gang van zaken garen spinnen. Zou dat in Brabant ook het geval zijn? Ervaringen in het verleden bevestigen dat. De landelijke trend is altijd bepalend. Jammer, want er zijn in het provinciaal beleid wel degelijk punten aan te wijzen, die 'de stemming' zouden kunnen beïnvloeden. Neem het gedram van het CDA en met name van zijn gedeputeerde Ruud van Heugten als het gaat om de zwaar omstreden plannen voor voltooiing van de wegenruit om Eindhoven. Terwijl de Tweede Kamer, gezien het gebrek aan draagvlak in de regio, het budget voor de Ruit heeft teruggetrokken, gaat Van Heugten onverdroten verder met zijn pogingen, de Ruit, eventueel in aangepaste vorm, nieuw leven in te blazen. En de boer hij ploegde voort.
En ja, het is niet voor het eerst dat aan het CDA een zekere boerenslimheid kan worden toegeschreven. In dit geval uit die zich in het niet eens op de kieslijst plaatsen van Ruud van Heugten en het benoemen van een onbekende mevrouw uit Den Bosch tot lijsttrekker. Dat is geen afstraffing of zo. Dat is tactiek! Want betekent het ook dat Van Heugten niet terugkeert als provinciaal bestuurder? Ik houd het op het befaamde duveltje dat straks uit het doosje zal springen. De nodige politieke macht komt er toch wel, dankzij...de landelijke politiek.
Abonneren op:
Posts (Atom)
