Onze taalgoeroe Wim Daniëls – zelden zag ik iemands ster
zo snel rijzen – maakte zich in de Nieuws BV op NPO1 behoorlijk kwaad over een
initiatief van het Vlaamse dagblad De Standaard, dat het Vlaams wil
aanpassen, zodat het beter harmonieert met Noord-Nederlands. Ongezien de door
DeS toegepaste methode (er is sprake van 'Het Gele Boekje') voel ik
voor honderd procent met Daniëls mee. Hij zegt: ‘De Vlamingen moeten hun
identiteit niet verloochenen’ en zo is dat.
Er is op taalgebied in Vlaanderen in de afgelopen halve eeuw al veel
veranderd. De toenmalige BRT (tegenwoordig VRT) heeft daaraan ook z’n steentje
bijgedragen, in de zin van: ‘Iets is niet goe, maar goed.’
Ooit kondigde een sportpresentator aan: De doiven zaan hedenmorgen te
Sint-Etiënne gelost met de wiend in ‘t ol.’ En op de streekpagina van de
Gazet van Antwerpen kon je in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog
lezen: Geilaard gevat te Rijckevorsel.
Ook de Vlaamse journalistiek
heeft ‘n soort emancipatieproces doorgemaakt, waarbij het evenwaardig willen
zijn aan de Franstaligen natuurlijk meespeelde. De gewone burger volgde haar
spoor min of meer. Dus geen kleine advertenties meer in de krant als ‘Gevraagd,
deftige meid. Moet inslapen.’
Maar waarom zou het woord kuisen niet meer mogen, omdat in het
noorden daarvoor schoonmaken wordt gebruikt? En deftig moeten
worden vervangen door het Hollandse net(jes)? Echt deftige
mensen in de Noord-Nederlandse betekenis kom je toch al bijna niet meer tegen.
Als die Hollander de Vlaming minder goed verstaat dan is het niet door
onbekende woorden en begrippen, maar door de uitspraak. Het kan aan mijn
leeftijd liggen, maar ik versta ‘n hoop mensen op de Nederlandse radio en tv
tegenwoordig ook slecht en wijt dat aan onzorgvuldig spreken. Sommige
nieuwslezers van RTL maken er een gewoonte van, hun stem aan het eind van elke
zin te laten afdalen tot ‘n soort gemompel. Liplezen wordt onderhand een
verplicht schoolvak.
Dus, beste Vlamingen, behoud asteblief uw eigen kleur. Groen of geel, het maakt niet uit. Er is niets mis mee.
vrijdag 30 januari 2015
woensdag 28 januari 2015
Trouwboekje
Toen ik in 1957 trouwde, was het nog gebruikelijk dat bij
overnachting in een hotel naar je trouwboekje werd gevraagd. Gemeenten wilden
precies weten wat voor vlees ze in de kuip hadden en hoe legitiem het eventueel
consumeren van de vleselijke lusten was. En nóg is het heel gewoon in binnen- en
buitenland dat er aan de receptie formuliertjes worden ingevuld, ook al in
verband met de toeristenbelasting. De politie kan trouwens aanleiding vinden om
eens in een hotelregister te snuffelen.
Hoe het ‘achtenswaardige’ familiehotel in Valkenburg in deze te werk is gegaan, is mij tot dusver niet duidelijk. De suggestie dat het van het uitgebreide seksuele misbruik in een van zijn appartementen heeft moeten weten, is door de eigenaren ver van zich afgeworpen; men overweegt zelfs claims wegens het toebrengen van reputatieschade.
Maar dat trouwboekje had destijds vooral te maken met de zedelijkheid, al vermeldde het paspoort van een vrouw het toen wel degelijk als ze ‘echtgenote van’ was. Nochtans, op de dag dat mijn vader tegen mij zei: ‘En nu begint je elektriciteitsmeter te draaien’ ontstond enige paniek toen we ons trouwboekje kwijt waren. Voor de huwelijksnacht – we waren nog maagd hoor, dat hoorde bij het ordentelijk r.-k. zijn – was dat geen probleem, want ik had een bruidssuite in Drachten gereserveerd. Maar de huwelijksreis ging naar Raalte. Nou ja, het hotelletje daar deed niet moeilijker dan dat in Valkenburg.
Voor dat reisje mochten we de auto van mijn schoonvader gebruiken: een Hudson 1947, die ‘s winters op blokken in een garage stond (dan geen motorrijtuigenbelasting) en ‘s zomers voor weekendritjes werd gebruikt. Een prachtige Amerikaan, die bij voorbeeld een rolgordijntje had, dat je van binnen uit bij koud weer voor de radiator kon laten zakken. Hij had nog wel een nadeel: verbruikte een liter olie per dag. Geen nood, er stond een doos vol blikken in de kofferbak.
Op de terugweg naar onze vers ingericht bovenwoninkje aan een Leeuwarder gracht, deden we Zwolle aan. Dikke pech: lekke band. Maar we waren zondagskinderen, dus botsten we in de stad zo ongeveer tegen een zwager op, die op handelsreis was en die de Hudson kende als z’n broekzak. Hij sloeg dus aan het rommelen in de kofferbak teneinde het wiel te wisselen. En: ‘Kijk es wat ik heb?’ Het trouwboekje. Was op de Grote Dag tussen de zitting en de rugleuning van de achterbank gegleden.
Wellicht ben je nog geïnteresseerd in het uiteindelijke lot van die Hudson? Trekker van een woonwagen.
Hoe het ‘achtenswaardige’ familiehotel in Valkenburg in deze te werk is gegaan, is mij tot dusver niet duidelijk. De suggestie dat het van het uitgebreide seksuele misbruik in een van zijn appartementen heeft moeten weten, is door de eigenaren ver van zich afgeworpen; men overweegt zelfs claims wegens het toebrengen van reputatieschade.
Maar dat trouwboekje had destijds vooral te maken met de zedelijkheid, al vermeldde het paspoort van een vrouw het toen wel degelijk als ze ‘echtgenote van’ was. Nochtans, op de dag dat mijn vader tegen mij zei: ‘En nu begint je elektriciteitsmeter te draaien’ ontstond enige paniek toen we ons trouwboekje kwijt waren. Voor de huwelijksnacht – we waren nog maagd hoor, dat hoorde bij het ordentelijk r.-k. zijn – was dat geen probleem, want ik had een bruidssuite in Drachten gereserveerd. Maar de huwelijksreis ging naar Raalte. Nou ja, het hotelletje daar deed niet moeilijker dan dat in Valkenburg.
Voor dat reisje mochten we de auto van mijn schoonvader gebruiken: een Hudson 1947, die ‘s winters op blokken in een garage stond (dan geen motorrijtuigenbelasting) en ‘s zomers voor weekendritjes werd gebruikt. Een prachtige Amerikaan, die bij voorbeeld een rolgordijntje had, dat je van binnen uit bij koud weer voor de radiator kon laten zakken. Hij had nog wel een nadeel: verbruikte een liter olie per dag. Geen nood, er stond een doos vol blikken in de kofferbak.
Op de terugweg naar onze vers ingericht bovenwoninkje aan een Leeuwarder gracht, deden we Zwolle aan. Dikke pech: lekke band. Maar we waren zondagskinderen, dus botsten we in de stad zo ongeveer tegen een zwager op, die op handelsreis was en die de Hudson kende als z’n broekzak. Hij sloeg dus aan het rommelen in de kofferbak teneinde het wiel te wisselen. En: ‘Kijk es wat ik heb?’ Het trouwboekje. Was op de Grote Dag tussen de zitting en de rugleuning van de achterbank gegleden.
Wellicht ben je nog geïnteresseerd in het uiteindelijke lot van die Hudson? Trekker van een woonwagen.
dinsdag 27 januari 2015
Makkelijker kan niet, dan maar moeilijker
De Bestse gemeenteraad ging maandagavond om 11 uur op
huis aan, een beslissing over de subsidiëring van het muziek- en dansonderwijs
uitstellend tot maandag 2 februari.
De behandeling van een ander agendapunt, namelijk de bebouwing van een stukje buitengebied aan de Klaverhoekseweg in het kader van de Brabantse regeling Ruimte voor ruimte (kippenfarm verdwijnt, zes huizen komen) nam zóveel tijd in beslag, dat je je als bijzitter afvraagt: waarom dat allemaal op één avond?
Misschien kwam het belangrijkste nieuws, voorafgaand aan het MDO-debat (de afkorting werd gebruikt door het CDA) wel van de ‘insprekende’ voorzitter van de Raad van Toezicht van CultuurSpoor Best, Jan van Beerendonk: CS en Harmonie Sint Cecilia zijn al meer dan on speaking terms. Dat is nog eens wat anders dan die heetgebakerde email-discussie op kerstavond.
Het debat tot zover kreeg toch wel ‘n beetje het karakter van ‘makkelijker kan niet, dan maar moeilijker.’ Onafhankelijk raadslid Leo Bisschops kan dan wel met een verwijzing naar eerder ingenomen standpunten (Culturele Hotspot ja! en CultuurSpoor ja!) geroepen hebben, ‘Niet lullen maar doorpakken’, zo zitten (neo)liberalen blijkbaar niet in elkaar. D66 en VVD, samen een derde van de raad uitmakend, hadden in het weekeinde een vierde optie voor de subsidiëring van het MDO uit de hoge hoed getoverd: Culturele Hotspot in het centrum, ja, maar niet alleen gedreven door CultuurSpoor.
Eerlijk delen, leuk om te horen, al werd het niet met zoveel woorden gezegd, zoals ook veel van het standpunt van D66 en VVD niet in de raadszaal duidelijk werd, maar op papier werd uitgedeeld, niet aan het publiek trouwens. Rare gang van zaken.
En de huisvesting? Mooi hoor, dat Rabobankgebouw, maar mogelijk komen we met de onderste bouwlaag van het gemeentehuis in onze maag te zitten, dus laten we ook die mogelijkheid onderzoeken.
Dit gaat nog even duren. Het los van elkaar bekijken van subsidiëring en huisvesting, iets waaraan de verantwoordelijke wethouder John Verheijen (VVD) tot dusver strikt heeft vastgehouden, maakt het er ook al niet makkelijker op. Vandaar waarschijnlijk dat het college van b en w ook nog geen kik gegeven heeft sinds de nieuwe eigenaren van het bankgebouw te kennen hebben gegeven, een aantrekkelijk perspectief te kunnen bieden op huisvesting tegen een redelijke prijs. Het zou al ‘n stuk makkelijker zijn geweest als de wethouder vorige week al eens even met die eigenaren in conclaaf was gegaan. Met de benen op tafel zoals zij suggereerden, had ook gekund. Als dat intussen wel is gebeurd, dan is het zorgvuldig geheim gehouden.
Moeten we nu wachten op alweer een onderzoek, nu naar de geschiktheid en haalbaarheid van het gemeentehuis? Het is nauwelijks voor te stellen dat de mogelijkheden daar, die van het bankgebouw zouden overtreffen, de kosten nog buiten beschouwing gelaten.
Moeilijk, moeilijk.
De behandeling van een ander agendapunt, namelijk de bebouwing van een stukje buitengebied aan de Klaverhoekseweg in het kader van de Brabantse regeling Ruimte voor ruimte (kippenfarm verdwijnt, zes huizen komen) nam zóveel tijd in beslag, dat je je als bijzitter afvraagt: waarom dat allemaal op één avond?
Misschien kwam het belangrijkste nieuws, voorafgaand aan het MDO-debat (de afkorting werd gebruikt door het CDA) wel van de ‘insprekende’ voorzitter van de Raad van Toezicht van CultuurSpoor Best, Jan van Beerendonk: CS en Harmonie Sint Cecilia zijn al meer dan on speaking terms. Dat is nog eens wat anders dan die heetgebakerde email-discussie op kerstavond.
Het debat tot zover kreeg toch wel ‘n beetje het karakter van ‘makkelijker kan niet, dan maar moeilijker.’ Onafhankelijk raadslid Leo Bisschops kan dan wel met een verwijzing naar eerder ingenomen standpunten (Culturele Hotspot ja! en CultuurSpoor ja!) geroepen hebben, ‘Niet lullen maar doorpakken’, zo zitten (neo)liberalen blijkbaar niet in elkaar. D66 en VVD, samen een derde van de raad uitmakend, hadden in het weekeinde een vierde optie voor de subsidiëring van het MDO uit de hoge hoed getoverd: Culturele Hotspot in het centrum, ja, maar niet alleen gedreven door CultuurSpoor.
Eerlijk delen, leuk om te horen, al werd het niet met zoveel woorden gezegd, zoals ook veel van het standpunt van D66 en VVD niet in de raadszaal duidelijk werd, maar op papier werd uitgedeeld, niet aan het publiek trouwens. Rare gang van zaken.
En de huisvesting? Mooi hoor, dat Rabobankgebouw, maar mogelijk komen we met de onderste bouwlaag van het gemeentehuis in onze maag te zitten, dus laten we ook die mogelijkheid onderzoeken.
Dit gaat nog even duren. Het los van elkaar bekijken van subsidiëring en huisvesting, iets waaraan de verantwoordelijke wethouder John Verheijen (VVD) tot dusver strikt heeft vastgehouden, maakt het er ook al niet makkelijker op. Vandaar waarschijnlijk dat het college van b en w ook nog geen kik gegeven heeft sinds de nieuwe eigenaren van het bankgebouw te kennen hebben gegeven, een aantrekkelijk perspectief te kunnen bieden op huisvesting tegen een redelijke prijs. Het zou al ‘n stuk makkelijker zijn geweest als de wethouder vorige week al eens even met die eigenaren in conclaaf was gegaan. Met de benen op tafel zoals zij suggereerden, had ook gekund. Als dat intussen wel is gebeurd, dan is het zorgvuldig geheim gehouden.
Moeten we nu wachten op alweer een onderzoek, nu naar de geschiktheid en haalbaarheid van het gemeentehuis? Het is nauwelijks voor te stellen dat de mogelijkheden daar, die van het bankgebouw zouden overtreffen, de kosten nog buiten beschouwing gelaten.
Moeilijk, moeilijk.
maandag 26 januari 2015
Michiel de Zwarte Piet
Het kon niet missen, bij het lanceren van de film
Michiel de Ruyter duiken weer de criticasters op die onze
zeeheld-door-de-eeuwen-heen de zwarte piet toespelen, wat betreft ons
slavernij-verleden.
Niks nationalisme of chauvinisme dat de weinige haren op m’n hoofd prikkelden tot een poging rechtop te gaan staan. En wat sien ik vanmorgen in nrc.next? Een interview met de biograaf van De Ruyter, die snel afrekent met de beschuldiging: zwaar overdreven.
Volgens de biograaf, Ronald Prud’homme van Reine, heeft De Ruyter in West-Afrika ‘n paar forten veroverd op de Engelsen, die door de Nederlandse West-Indische Compagnie voor slavenhandel werden gebruikt.
De Ruyter was wat dat laatste betreft dus gewoon een kind van zijn tijd. Je kunt eindeloos doorzeuren over onze mensenrechten-schendingen, maar het is nu eenmaal verleden. En de film die nu gaat draaien is allesbehalve geschiedenisles. De makers persen het leven van de held in twee uur sentiment en spektakel. Je houdt daarvan of je leest liever dat boek van Prud’homme als je per se de waarheid wilt.
In mijn lagereschooltijd waren onderwijzers, zoals ze toen nog werden genoemd, ware duizendpoten en wij hadden in meneer Schellekens, bijgenaamd d’n Ouwe, een groot verteltalent waar het geschiedenis betrof. Zo van: ‘Jacoba van Beieren, dát was pas ‘n vrouw! Die had haar op d’r tanden.’ Onvergetelijk is zijn versie van De Ruyter’s Tocht naar Chatham. Het gewoon even op diens bevel met de schepen doorbreken van de ketting die de Engelsen over de Theems hadden gespannen. Het trauma is daar aan de overkant nog steeds aanwezig.
Intussen is het natuurlijk ook nog eens Hollands-Zeeuwse geschiedenis en kunnen wij Zuid-Nederlandse zandhazen onze handen blijven wassen in onschuld.
Niks nationalisme of chauvinisme dat de weinige haren op m’n hoofd prikkelden tot een poging rechtop te gaan staan. En wat sien ik vanmorgen in nrc.next? Een interview met de biograaf van De Ruyter, die snel afrekent met de beschuldiging: zwaar overdreven.
Volgens de biograaf, Ronald Prud’homme van Reine, heeft De Ruyter in West-Afrika ‘n paar forten veroverd op de Engelsen, die door de Nederlandse West-Indische Compagnie voor slavenhandel werden gebruikt.
De Ruyter was wat dat laatste betreft dus gewoon een kind van zijn tijd. Je kunt eindeloos doorzeuren over onze mensenrechten-schendingen, maar het is nu eenmaal verleden. En de film die nu gaat draaien is allesbehalve geschiedenisles. De makers persen het leven van de held in twee uur sentiment en spektakel. Je houdt daarvan of je leest liever dat boek van Prud’homme als je per se de waarheid wilt.
In mijn lagereschooltijd waren onderwijzers, zoals ze toen nog werden genoemd, ware duizendpoten en wij hadden in meneer Schellekens, bijgenaamd d’n Ouwe, een groot verteltalent waar het geschiedenis betrof. Zo van: ‘Jacoba van Beieren, dát was pas ‘n vrouw! Die had haar op d’r tanden.’ Onvergetelijk is zijn versie van De Ruyter’s Tocht naar Chatham. Het gewoon even op diens bevel met de schepen doorbreken van de ketting die de Engelsen over de Theems hadden gespannen. Het trauma is daar aan de overkant nog steeds aanwezig.
Intussen is het natuurlijk ook nog eens Hollands-Zeeuwse geschiedenis en kunnen wij Zuid-Nederlandse zandhazen onze handen blijven wassen in onschuld.
vrijdag 23 januari 2015
Appels en peren
Bij Nachtzuster, 'een programma van Max', hoor je nog eens wat. Zoals deze van presentator Astrid de Jong: 'Eventueel kunnen we appels met peren vergelijken, maar ik vind dat we dit allemaal hier niet moeten doen.'
Deze populaire vorm van nachtradio, stelt mensen in de gelegenheid, vragen te stellen, waarvan het de bedoeling is dat ze ergens tussen 02.00 en 06.00 uur door luisteraars zelf worden beantwoord.
Een intrigrerend verhaal van een vrachtautochauffeur - een categorie die kind aan huis is bij Astrid: 'Bij de ingang van een grote supermarkt zitten securitymensen, die in mijn cabine komen snuffelen en dan zaken in beslag nemen als een gastankje waarmee ik mijn soep opwarm of een naar hun mening iets te groot mes, volgens de veiligheidsmannen "een steekwapen".'
'Is dat wel wetmatig? Misschien kan Ruben daar iets over zeggen,' zei de man, doelend op een vaste, juridisch onderlegde beller die als het er op aankomt, overal wel raad op weet.
Aangezien ik Nachtzuster ook gebruik om opnieuw in slaap te vallen (sorry, maar Astrid weet dat ik daarmee niet de enige ben), heb ik een eventueel optreden van Ruben in dit geval gemist. En het is niet de bedoeling dat vragen alsnog in een volgende uitzending aan de orde komen. U zult het dus moeten doen met mijn oordeel van de kouwe grond. Me dunkt dat de cabine van een vrachtauto een privédomein is en het onbevoegd binnendringen van deze ruimte gerekend moet worden tot zoiets als huisvredebreuk, Niks appels en peren. En het inpikken van voorwerpen uit een vrachtauto door particulieren is naar mijn idee zonder meer strafbaar.
Wat mij betreft is de zaak hiermee niet afgedaan, want we kunnen over deze affaire dan wel een beetje lacherig doen, maar het lijkt mij toch een uitwas van de beveiligingsmanie die ons land - wat zeg ik? Europa - momenteel in de greep houdt. Dus zal ik dit stukje beleefd voorleggen aan mijn gestudeerde neef, die rustend advocaat is. Want het zou me verbazen als hierover niet ergens jurisprudentie zou zijn te vinden.
Deze populaire vorm van nachtradio, stelt mensen in de gelegenheid, vragen te stellen, waarvan het de bedoeling is dat ze ergens tussen 02.00 en 06.00 uur door luisteraars zelf worden beantwoord.
Een intrigrerend verhaal van een vrachtautochauffeur - een categorie die kind aan huis is bij Astrid: 'Bij de ingang van een grote supermarkt zitten securitymensen, die in mijn cabine komen snuffelen en dan zaken in beslag nemen als een gastankje waarmee ik mijn soep opwarm of een naar hun mening iets te groot mes, volgens de veiligheidsmannen "een steekwapen".'
'Is dat wel wetmatig? Misschien kan Ruben daar iets over zeggen,' zei de man, doelend op een vaste, juridisch onderlegde beller die als het er op aankomt, overal wel raad op weet.
Aangezien ik Nachtzuster ook gebruik om opnieuw in slaap te vallen (sorry, maar Astrid weet dat ik daarmee niet de enige ben), heb ik een eventueel optreden van Ruben in dit geval gemist. En het is niet de bedoeling dat vragen alsnog in een volgende uitzending aan de orde komen. U zult het dus moeten doen met mijn oordeel van de kouwe grond. Me dunkt dat de cabine van een vrachtauto een privédomein is en het onbevoegd binnendringen van deze ruimte gerekend moet worden tot zoiets als huisvredebreuk, Niks appels en peren. En het inpikken van voorwerpen uit een vrachtauto door particulieren is naar mijn idee zonder meer strafbaar.
Wat mij betreft is de zaak hiermee niet afgedaan, want we kunnen over deze affaire dan wel een beetje lacherig doen, maar het lijkt mij toch een uitwas van de beveiligingsmanie die ons land - wat zeg ik? Europa - momenteel in de greep houdt. Dus zal ik dit stukje beleefd voorleggen aan mijn gestudeerde neef, die rustend advocaat is. Want het zou me verbazen als hierover niet ergens jurisprudentie zou zijn te vinden.
donderdag 22 januari 2015
Pastoor heeft lak aan mensenrechten
Als ik in de krant - het ED - lees wat er allemaal in de parochie Reusel-De Mierden aan de hand is, dan heeft de pastoor daar lak aan de mensenrechten. Wat dat betreft is-ie eerder een kind van de middeleeuwen dan iemand die met de eigentijdse paus Franciscus door een deur kan.
Het is niet voor het eerst dat pastoor Karel van Roosmalen in negatieve zin van zich doet spreken. Hij lijkt gespecialiseerd in het van zich afstoten van goedwillende mensen die hun geloof zeker niet naar hun hand willen zetten, maar het toch willen praktiseren op een manier die in hun ogen meer bij deze tijd past. Mensen trouwens, die zich vaak vrijwillig inzetten.
Bewoners van een woonzorgcentrum in Lage Mierde hadden tot nu toe elke zondag een gebedsdienst, verzorgd door drie vrijwilligers en een koor, maar dat was tegen het zere been van de zielenherder die wekelijks op vrijdagmiddag voorgaat in een eucharistieviering (mis met communie) in het tehuis. Zijn redenering was: weg met die eigen gebedsdienst, of ik kom niet meer. De gelovigen hadden geen keus. 'De eucharistie als dwangmiddel', schreef het ED.
Als ooit de uitdrukking godgeklaagd van toepassing was, dan is het hier. Pastoor van Roosmalen toont lak te hebben aan de mensenrechten, die ook de vrijheid van vereniging en vergadering bepalen. Dat staat niet alleen letterlijk in de Nederlandse grondwet, maar is zelfs een internationaal grondrecht.
Trouwens, de pastoor moet zijn schriftkennis maar eens wat opfrissen. Want heeft zijn Grote Voorbeeld Jezus Christus niet gezegd: 'Waar twee mensen in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden.'?
De herdenking van het Laatste Avondmaal als pressiemiddel gebruiken is, denk ik, wel het laatste wat een priester past.
Het is niet voor het eerst dat pastoor Karel van Roosmalen in negatieve zin van zich doet spreken. Hij lijkt gespecialiseerd in het van zich afstoten van goedwillende mensen die hun geloof zeker niet naar hun hand willen zetten, maar het toch willen praktiseren op een manier die in hun ogen meer bij deze tijd past. Mensen trouwens, die zich vaak vrijwillig inzetten.
Bewoners van een woonzorgcentrum in Lage Mierde hadden tot nu toe elke zondag een gebedsdienst, verzorgd door drie vrijwilligers en een koor, maar dat was tegen het zere been van de zielenherder die wekelijks op vrijdagmiddag voorgaat in een eucharistieviering (mis met communie) in het tehuis. Zijn redenering was: weg met die eigen gebedsdienst, of ik kom niet meer. De gelovigen hadden geen keus. 'De eucharistie als dwangmiddel', schreef het ED.
Als ooit de uitdrukking godgeklaagd van toepassing was, dan is het hier. Pastoor van Roosmalen toont lak te hebben aan de mensenrechten, die ook de vrijheid van vereniging en vergadering bepalen. Dat staat niet alleen letterlijk in de Nederlandse grondwet, maar is zelfs een internationaal grondrecht.
Trouwens, de pastoor moet zijn schriftkennis maar eens wat opfrissen. Want heeft zijn Grote Voorbeeld Jezus Christus niet gezegd: 'Waar twee mensen in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden.'?
De herdenking van het Laatste Avondmaal als pressiemiddel gebruiken is, denk ik, wel het laatste wat een priester past.
woensdag 21 januari 2015
'Follow the money en afknijpen die boel'
's Morgens om tien over zes switch ik altijd van Radio 1 naar BNR want, om met een nachtluisteraar te spreken, dan heb ik het wel gehad met de muziek op die nieuwszender. Nu waren die tien minuten wel interessant, want het ging natuurlijk over de State of The Union van Obama, die zich door niets, ook niet door de absolute meerderheid van de Republikeinen in het Amerikaanse parlement, uit het veld laat slaan. In dit geval liet hij - wat VS-presidenten in hun jaarlijkse troonrede zelden of nooit doen - het woord veto vallen.
Op BNR hoorde ik vervolgens iemand zeggen: 'Wat was die man kwaad.' Bleek het te gaan over Philip Cocu, zeg maar bloemkolen. Maar gelukkig is daar om kwart voor zeven een columnist te horen en vanmorgen was dat niemand minder dan Bernard Hammelburg, de ouwe rot met veertig jaar ervaring in buitenlandse politiek. Ik heb eens een hoofdredacteur gehad, die placht te zeggen, 'niemand is onvervangbaar'. Nou, wat mij betreft geldt dat niet voor Hammelburg.
Bij hem ging het helemaal niet over de speech van Obama, maar over de financiering van IS. Bernard weet het zeker. Het geld komt van de Arabische sjeiks en emirs. Zijn conclusie was dan ook: 'Follow the money en afknijpen die boel.'
Los van de deuntjes, blijf nooit te lang bij Radio 1 hangen.
Naar de column van Bernard Hammelburg
Op BNR hoorde ik vervolgens iemand zeggen: 'Wat was die man kwaad.' Bleek het te gaan over Philip Cocu, zeg maar bloemkolen. Maar gelukkig is daar om kwart voor zeven een columnist te horen en vanmorgen was dat niemand minder dan Bernard Hammelburg, de ouwe rot met veertig jaar ervaring in buitenlandse politiek. Ik heb eens een hoofdredacteur gehad, die placht te zeggen, 'niemand is onvervangbaar'. Nou, wat mij betreft geldt dat niet voor Hammelburg.
Bij hem ging het helemaal niet over de speech van Obama, maar over de financiering van IS. Bernard weet het zeker. Het geld komt van de Arabische sjeiks en emirs. Zijn conclusie was dan ook: 'Follow the money en afknijpen die boel.'
Los van de deuntjes, blijf nooit te lang bij Radio 1 hangen.
Naar de column van Bernard Hammelburg
dinsdag 13 januari 2015
Spoorzoeken
Eigenlijk wil ik het over twee Bestse dossiers hebben, eens kijken of dat lukt. In het voetspoor van burgemeester Van Aert, die de straat was overgestoken om op de publieke tribune de raadsavond over cultuur- en dansonderwijs te volgen, heb ik dat debat maandagavond om 'n uur of tien verlaten, tegen mijn buurvrouw zeggend: 'Ik zie morgen wel wat de krant hier van bakt.'
De verslaggever van het ED moet intussen hebben zitten gniffelen, want die had voor de dinsdagkrant een bijzonder aardige scoop: vijf ondernemers hebben het gebouw van de Rabobank in het centrum voor acht ton gekocht en zijn bereid dat te verbouwen voor huisvesting van de culturele hotspot en aan de gemeente 'voor een redelijke prijs' te verhuren.
Dit zet de hele raadsavond, waarop de raadsleden toch al als katten rond de hete brei leken te draaien met vragen als 'wel of geen subsidiëring volgens het rugzakjesmodel' op losse schroeven. Ik citeer onafhankelijk raadslid Leo Bisschops aan het begin: 'Ik probeer 'n beetje het spoor te vinden in dit geheel.' Nou, de raad zij succes gewenst bij het verder spoorzoeken tegen de beslissende vergadering eind deze maand. Of het ballonnetje van het CDA, cultuur en dans onderwerp te maken van een referendum, dan alsnog zal opgaan, valt te betwijfelen. Feit is dat de nieuwe eigenaren van de Rabobank wel 'met de benen op tafel' met de gemeente over de huisvesting van bij voorbbeeld Cultuurspoor willen praten en dat ze zelfs denken er dan binnen een uur uit te zijn.
Dan toch maar dossier nummer twee: de Mol. In september heb ik me al in een stukje over het kapotte beeld op het spoortunneldek afgevraagd, of de gemeente Best nog tanden heeft. Ze heeft de maker, de kunstenaar Tom Claassen voor dit werk een ton betaald, waarna het is gaan scheuren en de ene vergeefse reparatie op de andere volgde. De definitieve (?) oplossing – opnieuw reparatie – zou minstens 40.000 euro kosten, maar Claassen zegt dat-ie dat niet kan betalen. Burgemeester en Wethouders willen nu dat de raad kiest: de reparatie zelf betalen of het beeld uit elkaar laten vallen. Er zijn trouwens inwoners die dat laatste helemaal niet zouden betreuren. Met de natte vinger durf ik zelfs te beweren dan van meet af aan de helft van de bevolking voor en de andere helft tegen die Mol is.
Voor eens en voor altijd: Tom Claassen is gewoon een ondernemer, misschien wel een multinational. Hij heeft zaken gedaan met de gemeente Best en dat is verkeerd uitgepakt, zodanig dat hij, als ik het goed heb, zelfs formeel door de gemeente in gebreke is gesteld. De afhandeling van deze zaak dient dus op dezelfde wijze te gebeuren, als elke andere transactie waarbij partijen het met elkaar oneens zijn. Met andere woorden, als Claassen zegt dat-ie 'het niet kan betalen', dan dient dat te worden geverifieerd en moeten de maatregelen worden genomen die iedere schuldenaar geniet, om het maar eens eufemistisch te zeggen.
Stiekem hoop ik dat dit het laatste woord is dat ik aan die vermaledijde Mol heb gewijd.
Het is me, alles bij mekaar, wat met de cultuur in Best.
(Dit stukje lees ik woensdagavond 14 januari om 18:10 uur voor op Omroep Best.)
De verslaggever van het ED moet intussen hebben zitten gniffelen, want die had voor de dinsdagkrant een bijzonder aardige scoop: vijf ondernemers hebben het gebouw van de Rabobank in het centrum voor acht ton gekocht en zijn bereid dat te verbouwen voor huisvesting van de culturele hotspot en aan de gemeente 'voor een redelijke prijs' te verhuren.
Dit zet de hele raadsavond, waarop de raadsleden toch al als katten rond de hete brei leken te draaien met vragen als 'wel of geen subsidiëring volgens het rugzakjesmodel' op losse schroeven. Ik citeer onafhankelijk raadslid Leo Bisschops aan het begin: 'Ik probeer 'n beetje het spoor te vinden in dit geheel.' Nou, de raad zij succes gewenst bij het verder spoorzoeken tegen de beslissende vergadering eind deze maand. Of het ballonnetje van het CDA, cultuur en dans onderwerp te maken van een referendum, dan alsnog zal opgaan, valt te betwijfelen. Feit is dat de nieuwe eigenaren van de Rabobank wel 'met de benen op tafel' met de gemeente over de huisvesting van bij voorbbeeld Cultuurspoor willen praten en dat ze zelfs denken er dan binnen een uur uit te zijn.
Dan toch maar dossier nummer twee: de Mol. In september heb ik me al in een stukje over het kapotte beeld op het spoortunneldek afgevraagd, of de gemeente Best nog tanden heeft. Ze heeft de maker, de kunstenaar Tom Claassen voor dit werk een ton betaald, waarna het is gaan scheuren en de ene vergeefse reparatie op de andere volgde. De definitieve (?) oplossing – opnieuw reparatie – zou minstens 40.000 euro kosten, maar Claassen zegt dat-ie dat niet kan betalen. Burgemeester en Wethouders willen nu dat de raad kiest: de reparatie zelf betalen of het beeld uit elkaar laten vallen. Er zijn trouwens inwoners die dat laatste helemaal niet zouden betreuren. Met de natte vinger durf ik zelfs te beweren dan van meet af aan de helft van de bevolking voor en de andere helft tegen die Mol is.
Voor eens en voor altijd: Tom Claassen is gewoon een ondernemer, misschien wel een multinational. Hij heeft zaken gedaan met de gemeente Best en dat is verkeerd uitgepakt, zodanig dat hij, als ik het goed heb, zelfs formeel door de gemeente in gebreke is gesteld. De afhandeling van deze zaak dient dus op dezelfde wijze te gebeuren, als elke andere transactie waarbij partijen het met elkaar oneens zijn. Met andere woorden, als Claassen zegt dat-ie 'het niet kan betalen', dan dient dat te worden geverifieerd en moeten de maatregelen worden genomen die iedere schuldenaar geniet, om het maar eens eufemistisch te zeggen.
Stiekem hoop ik dat dit het laatste woord is dat ik aan die vermaledijde Mol heb gewijd.
Het is me, alles bij mekaar, wat met de cultuur in Best.
(Dit stukje lees ik woensdagavond 14 januari om 18:10 uur voor op Omroep Best.)
zondag 4 januari 2015
Een onverteerbaar Diner
Van Het Diner is momenteel
alleen de grote letter-uitgave voorhanden, zegt de hulpvaardige mevrouw in de
bieb.
Da’s goed.
We hebben ook een makkelijk lezen-editie.
???
Dat is voor mensen die moeite hebben met boeken lezen.
Nee, dank u ik houd het maar op het origineel.
Maar dat moet ik toch eens even uitzoeken, denk ik terwijl ik tot over m’n oren in de inmiddels internationaal beroemde roman (al twee filmversies) van Herman Koch zit. Want het leest lekker weg. Page turner is bij mij nooit van toepassing, want ik lees bedachtzaam en analyserend.
Bij ‘makkelijk leesbare boeken’ denk ik aan Readers Digest (bestaat dat nog?) dat je in staat stelt, wat heet, de wereldliteratuur tot je te nemen en zo je algemene ontwikkeling rap op peil te brengen en te houden. Ooit had je ook zoiets als Illustrated Classics, dat hetzelfde beoogde. Hucleberry Finn van Mark Twain (1835-1910). In zijn tijd werden de boeken trouwens ook voorzien van plaatjes, net als die van tijdgenoot Dickens. Erfgoed!
Ach, gewoon handel. Ik weet nog dat ik me nogal kwaad maakte over Illustrated Classics, maar van een schending van het auteursrecht was natuurlijk geen sprake en verder was het gewoon de vrijheid van drukpers hè?
Over de ‘makkelijke boeken’ in de bieb heb ik mij verstaan met een bevriende bibliothecaris. Hij schreef: ‘Dat heb ik even nagevraagd. Klopt inderdaad. De uitgeverij Eenvoudig communiceren herschrijft literatuur in eenvoudige taal in de serie Leeslicht. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Lezen en Schrijven. Kijk voor meer informatie op www.leeslicht.nl.’
En: ‘Herman Koch is een van de meest gelezen schrijvers in ons land. Van zijn boeken Het diner (2009) en Zomerhuis met zwembad (2011) werden er heel veel verkocht. Beide boeken zijn herschreven in eenvoudig Nederlands voor de serie Leeslicht. Andere literatuur: Kluun, Komt een vrouw bij de dokter; Mulisch, Twee vrouwen.'
Mooi. Nu hoef ik dat allemaal niet zelf op te schrijven. Natuurlijk ben ik op leeslicht.nl gaan kijken, maar het leek me relevanter die makkelijk lezen-versie op te halen. Hoewel, is iemand makkelijker te lezen dan de originele Koch?
Jeeeeezus! In de colofon van vertaalde boeken zie je doorgaans: geautoriseerde vertaling. In dit geval zou je verwachten, dat ook bij een herschrijving van een roman de schepper van het boek daaraan zijn goedkeuring heeft gehecht en dat zulks uit de colofon zou blijken. Niks daarvan. Moet ik ervan uit gaan dat de auteur heeft gedacht, geld stinkt niet? Onvoorstelbaar gezien ‘s mans reputatie al was het alleen maar wegens zijn aandeel in de onovertroffen satirische VPR0-serie Jiskefet.
Wat ik van zo’n ‘makkelijke versie’ vind? Niet veel meer dan van Readers Digest en Illustrated Classics. Bocht. Een onaanvaardbare samenvatting van het ‘verhaaltje’. Waar gaat het over? Over dit.
Leeslicht wil blijkbaar het vacuüm opvullen dat is ontstaan door het
wegvallen/reduceren tot bijna nul van het taal- en literatuuronderwijs. Ik voorspel dat het tot niets leidt. Tot nul komma nul. Dus ook aan de zogenaamde ontlezing geen einde zal maken.
Da’s goed.
We hebben ook een makkelijk lezen-editie.
???
Dat is voor mensen die moeite hebben met boeken lezen.
Nee, dank u ik houd het maar op het origineel.
Maar dat moet ik toch eens even uitzoeken, denk ik terwijl ik tot over m’n oren in de inmiddels internationaal beroemde roman (al twee filmversies) van Herman Koch zit. Want het leest lekker weg. Page turner is bij mij nooit van toepassing, want ik lees bedachtzaam en analyserend.
Bij ‘makkelijk leesbare boeken’ denk ik aan Readers Digest (bestaat dat nog?) dat je in staat stelt, wat heet, de wereldliteratuur tot je te nemen en zo je algemene ontwikkeling rap op peil te brengen en te houden. Ooit had je ook zoiets als Illustrated Classics, dat hetzelfde beoogde. Hucleberry Finn van Mark Twain (1835-1910). In zijn tijd werden de boeken trouwens ook voorzien van plaatjes, net als die van tijdgenoot Dickens. Erfgoed!
Ach, gewoon handel. Ik weet nog dat ik me nogal kwaad maakte over Illustrated Classics, maar van een schending van het auteursrecht was natuurlijk geen sprake en verder was het gewoon de vrijheid van drukpers hè?
Over de ‘makkelijke boeken’ in de bieb heb ik mij verstaan met een bevriende bibliothecaris. Hij schreef: ‘Dat heb ik even nagevraagd. Klopt inderdaad. De uitgeverij Eenvoudig communiceren herschrijft literatuur in eenvoudige taal in de serie Leeslicht. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Lezen en Schrijven. Kijk voor meer informatie op www.leeslicht.nl.’
En: ‘Herman Koch is een van de meest gelezen schrijvers in ons land. Van zijn boeken Het diner (2009) en Zomerhuis met zwembad (2011) werden er heel veel verkocht. Beide boeken zijn herschreven in eenvoudig Nederlands voor de serie Leeslicht. Andere literatuur: Kluun, Komt een vrouw bij de dokter; Mulisch, Twee vrouwen.'
Mooi. Nu hoef ik dat allemaal niet zelf op te schrijven. Natuurlijk ben ik op leeslicht.nl gaan kijken, maar het leek me relevanter die makkelijk lezen-versie op te halen. Hoewel, is iemand makkelijker te lezen dan de originele Koch?
Jeeeeezus! In de colofon van vertaalde boeken zie je doorgaans: geautoriseerde vertaling. In dit geval zou je verwachten, dat ook bij een herschrijving van een roman de schepper van het boek daaraan zijn goedkeuring heeft gehecht en dat zulks uit de colofon zou blijken. Niks daarvan. Moet ik ervan uit gaan dat de auteur heeft gedacht, geld stinkt niet? Onvoorstelbaar gezien ‘s mans reputatie al was het alleen maar wegens zijn aandeel in de onovertroffen satirische VPR0-serie Jiskefet.
Wat ik van zo’n ‘makkelijke versie’ vind? Niet veel meer dan van Readers Digest en Illustrated Classics. Bocht. Een onaanvaardbare samenvatting van het ‘verhaaltje’. Waar gaat het over? Over dit.
De roman is getransponeerd naar de tegenwoordige tijd en er is op
een schandalige manier geschrapt. De schrijfkunst van Koch is geëlimineerd; van
de ironie die zo kenmerkend is voor zijn stijl is weinig meer over. De omslag
van het origineel, vergeleken met die van ‘makkelijk lezen’, is dan ook als die
van het meesterlijk gekarikaturiseerde **-restaurant en die van het geliefkoosde
eetcafé.
Leeslicht wil blijkbaar het vacuüm opvullen dat is ontstaan door het
wegvallen/reduceren tot bijna nul van het taal- en literatuuronderwijs. Ik voorspel dat het tot niets leidt. Tot nul komma nul. Dus ook aan de zogenaamde ontlezing geen einde zal maken.
Leeslicht dient overbodig te worden verklaard en schrijvers, mits
nog in leven, dienen zich tegen deze vorm van verkrachting van hun werk teweer
te stellen.
donderdag 1 januari 2015
Traditie? Geen traditie
Voorstanders van het handhaven van de vuurwerkvrijheid in
dit land, zeggen dat het een traditie is, waar je niet aan mag komen.
Zoals Zwarte Piet een typische Nederlandse traditie is. Nog sterker: cultureel
erfgoed.
Hoe lang zou die vuurwerktraditie bestaan – nee ik bedoel niet het afsteken van rotjes, gillende keukenmeiden en de kinderen op de stoep zetten om ‘kerststerretjes’
(zogenaamd koud vuur) in de rondte te draaien. Dat was jaren vijftig; de ‘vuurwerkbranche’ bestond toen nog niet eens.
Dus het moet in de seventies zijn geweest dat het grote geld voor het eerst in vuurwerk werd gestoken en dat de ‘traditie’ steeds meer miljoenen ging opslokken. Maar die traditie wilde, dat je op oudejaarsdag wel wat geknal hoorde, maar dat het grote werk, de kleurige fonteinen hoog boven de daken zich pas na 00.00 uur manifesteerden. Zo niet op 31 december 2014. De van overheidswege bepaalde grenzen lagen bij 18 en 02.00 uur. Natuurlijk weerhield dat de liefhebber er niet van er om 2 uur ‘s middags al lustig op los te knallen. En, inderdaad, om zes uur ‘s avonds brandde het echt los, inclusief siervuurwerk.
Youp van ‘t Hek begon zijn oudejaarsconference om half elf. Daarvan was dus door het geknal pakweg een-derde onverstaanbaar. De ene traditie door de andere gedwarsboomd, met dien verstande dat het knallen vóór 12 uur natuurlijk niet overeenkomstig de traditie was. Ik wil maar zeggen, we zijn er nog niet uit met dat vuurwerk. Het is trouwens toch te dol dat hondeneigenaars gedwongen zijn, hun huisdier al op oudejaarsmorgen naar een asiel in het buitengebied te brengen. Zo financiert de een de ‘hobby’ van de ander.
Gelukkig zijn er steeds meer hondenbezitters die de drollen van hun viervoeter met een plastic zakje verwijderen en ook steeds meer vuurwerkliefhebbers die op nieuwjaarsmorgen de rommel opruimen.
Hoe lang zou die vuurwerktraditie bestaan – nee ik bedoel niet het afsteken van rotjes, gillende keukenmeiden en de kinderen op de stoep zetten om ‘kerststerretjes’
(zogenaamd koud vuur) in de rondte te draaien. Dat was jaren vijftig; de ‘vuurwerkbranche’ bestond toen nog niet eens.
Dus het moet in de seventies zijn geweest dat het grote geld voor het eerst in vuurwerk werd gestoken en dat de ‘traditie’ steeds meer miljoenen ging opslokken. Maar die traditie wilde, dat je op oudejaarsdag wel wat geknal hoorde, maar dat het grote werk, de kleurige fonteinen hoog boven de daken zich pas na 00.00 uur manifesteerden. Zo niet op 31 december 2014. De van overheidswege bepaalde grenzen lagen bij 18 en 02.00 uur. Natuurlijk weerhield dat de liefhebber er niet van er om 2 uur ‘s middags al lustig op los te knallen. En, inderdaad, om zes uur ‘s avonds brandde het echt los, inclusief siervuurwerk.
Youp van ‘t Hek begon zijn oudejaarsconference om half elf. Daarvan was dus door het geknal pakweg een-derde onverstaanbaar. De ene traditie door de andere gedwarsboomd, met dien verstande dat het knallen vóór 12 uur natuurlijk niet overeenkomstig de traditie was. Ik wil maar zeggen, we zijn er nog niet uit met dat vuurwerk. Het is trouwens toch te dol dat hondeneigenaars gedwongen zijn, hun huisdier al op oudejaarsmorgen naar een asiel in het buitengebied te brengen. Zo financiert de een de ‘hobby’ van de ander.
Gelukkig zijn er steeds meer hondenbezitters die de drollen van hun viervoeter met een plastic zakje verwijderen en ook steeds meer vuurwerkliefhebbers die op nieuwjaarsmorgen de rommel opruimen.
woensdag 24 december 2014
In de mensen een onbehagen
De roep om afschaffing van Kerstmis als algemeen christelijke feestdag wordt
steeds heviger. Ken de vrije dagen aan de werkers toe als vrije keuzedag, dan
zijn we meteen ook goed multicultureel bezig en het is gezonder. Niks
vreetdrang.
Vrede op Aarde. Jaja, In de mensen een onbehagen.
Een aantal supermarkten is op eerste kerstdag ‘gewoon’ open, voor degenen die de afgelopen dagen ‘geen tijd’ hadden om boodschappen te doen. Heel wat mensen, vooral ouderen, vinden dat we de weg helemaal kwijt zijn. Ik las in de krant een bozig ingezonden stukje, waarin iemand dat verwoordde. Hij klaagde dat zijn omgeving een verwijzing naar de oorsprong van het kerstfeest – de geboorte van Jezus – niet duldde: ‘Wij vieren Kerst zoals wij dat willen.’
Heel wat milder en vooral een uiting van nostalgie is het verhaal van een inwoner van een Kempisch dorpje in de rubriek Mijn ED over zijn rol van misdienaar in de kerstnacht in de jaren vijftig. Op een uiterst herkenbare manier (voor die ouderen) schetst hij zijn gang – door de sneeuw! – naar het dorpskerkje, waarvan hij de klokken mag luiden en waarin hij vervolgens met een tiental leeftijdgenoten in toog en superplie als levend decor in de nachtmis mag fungeren. De kaarsen, de warmte, de wierook, de onderlinge verbondenheid. Het ontbijt thuis daarna: met worst- en kerstbrood (eens in het jaar hoor), daarna het bekijken van de kerststallen bij de buren en in andere kerken. Dat was het.
In het nachtelijk radioprogramma Nooit meer slapen hoorde ik een interview met een Vlaamse psychiater die twee boeken heeft geschreven over de vergeefse jacht op Geluk en het gegeven dat het nu draait om louter het leuk hebben en leuk zijn. Je hoeft niet eens de tv aan te zetten om te begrijpen wat hij bedoelt.
O ja, nog behoefte aan kerstsfeer? In de Grote Kerk in Breda (ooit toegewijd aan O.L. Vrouw, vervolgens protestants en nu alleen nog cultureel erfgoed) zingt het Breda’s Mannenkoor vannacht vanaf 12 uur. In plaats van de nachtmis.
Vrede op Aarde. Jaja, In de mensen een onbehagen.
Een aantal supermarkten is op eerste kerstdag ‘gewoon’ open, voor degenen die de afgelopen dagen ‘geen tijd’ hadden om boodschappen te doen. Heel wat mensen, vooral ouderen, vinden dat we de weg helemaal kwijt zijn. Ik las in de krant een bozig ingezonden stukje, waarin iemand dat verwoordde. Hij klaagde dat zijn omgeving een verwijzing naar de oorsprong van het kerstfeest – de geboorte van Jezus – niet duldde: ‘Wij vieren Kerst zoals wij dat willen.’
Heel wat milder en vooral een uiting van nostalgie is het verhaal van een inwoner van een Kempisch dorpje in de rubriek Mijn ED over zijn rol van misdienaar in de kerstnacht in de jaren vijftig. Op een uiterst herkenbare manier (voor die ouderen) schetst hij zijn gang – door de sneeuw! – naar het dorpskerkje, waarvan hij de klokken mag luiden en waarin hij vervolgens met een tiental leeftijdgenoten in toog en superplie als levend decor in de nachtmis mag fungeren. De kaarsen, de warmte, de wierook, de onderlinge verbondenheid. Het ontbijt thuis daarna: met worst- en kerstbrood (eens in het jaar hoor), daarna het bekijken van de kerststallen bij de buren en in andere kerken. Dat was het.
In het nachtelijk radioprogramma Nooit meer slapen hoorde ik een interview met een Vlaamse psychiater die twee boeken heeft geschreven over de vergeefse jacht op Geluk en het gegeven dat het nu draait om louter het leuk hebben en leuk zijn. Je hoeft niet eens de tv aan te zetten om te begrijpen wat hij bedoelt.
O ja, nog behoefte aan kerstsfeer? In de Grote Kerk in Breda (ooit toegewijd aan O.L. Vrouw, vervolgens protestants en nu alleen nog cultureel erfgoed) zingt het Breda’s Mannenkoor vannacht vanaf 12 uur. In plaats van de nachtmis.
donderdag 18 december 2014
Schrijf alles voortaan maar aan mekaar
Alleen thuis zijnde, voor het eerst sinds jaren weer eens
meegeschreven bij het Groot Dictee. Wanneer gaat nu eens een Vlaming dat voor
ons opstellen? Ze mogen dan deze keer hebben verloren, om het zo maar te
noemen, maar het woord van Godfried Bomans, dat zij de hoeders van onze cultuur
zijn, blijft voor mij volledig overeind.
Vond je de inmiddels bijna 83-jarige taalvirtuoos Dries van Agt als voorzitter ook zo knuffelwaardig? Ik vond hem een attractie op zich, tijdens dit vijfentwintigste dictee, geformuleerd door Bart Chabot, aan de uitspraak van wiens naam (Sjabot) ik nooit zal wennen, omdat ik een gelijknamige familie heb gekend die op z’n Frans werd aangeduid, dus met Sjaboo.
Hoe het zij, Chabot heeft ons voor eens en altijd geleerd dat je woorden zoveel mogelijk aan elkaar moet schrijven, dus: gillendekeukenmeidenvertoon. Ik zat met 34 fouten 11 boven het gemiddelde en dat is voor een belangrijk deel te wijten aan die vermaledijde koppeltekenmanie, die er in mijn jonge jaren is ingepompt, omdat het aan elkaar schrijven van woorden germanistisch werd gevonden. Een hoofdredacteur viel in dit kader bij voorbeeld over het woord betonbrug. (Nu is dat natuurlijk een lelijk woord.)
Dus schrijf alles voortaan maar naar hartenlust alles aan elkaar. Dan hoef je echt nog niet zo ver te gaan als de Duitsers, die overigens vorig jaar Rindfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz als zijnde te gek, uit een wettekst hebben geschrapt.
Vond je de inmiddels bijna 83-jarige taalvirtuoos Dries van Agt als voorzitter ook zo knuffelwaardig? Ik vond hem een attractie op zich, tijdens dit vijfentwintigste dictee, geformuleerd door Bart Chabot, aan de uitspraak van wiens naam (Sjabot) ik nooit zal wennen, omdat ik een gelijknamige familie heb gekend die op z’n Frans werd aangeduid, dus met Sjaboo.
Hoe het zij, Chabot heeft ons voor eens en altijd geleerd dat je woorden zoveel mogelijk aan elkaar moet schrijven, dus: gillendekeukenmeidenvertoon. Ik zat met 34 fouten 11 boven het gemiddelde en dat is voor een belangrijk deel te wijten aan die vermaledijde koppeltekenmanie, die er in mijn jonge jaren is ingepompt, omdat het aan elkaar schrijven van woorden germanistisch werd gevonden. Een hoofdredacteur viel in dit kader bij voorbeeld over het woord betonbrug. (Nu is dat natuurlijk een lelijk woord.)
Dus schrijf alles voortaan maar naar hartenlust alles aan elkaar. Dan hoef je echt nog niet zo ver te gaan als de Duitsers, die overigens vorig jaar Rindfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz als zijnde te gek, uit een wettekst hebben geschrapt.
dinsdag 16 december 2014
Dagobertducktaks
Het woord oudjes is uit de bus gekomen als het lelijkste en meest ongewenste woord van 2014. Wie dat uiteindelijk heeft bepaald, moet men maar van mij te goed houden. Er zijn zoveel mensen en instanties die aan dit soort dingen hun tijd vergooien, dat je er, zelfs met behulp van Google niet meer uit komt. Zelf oud zijnde, zie ik niets laatdunkends of neerbuigends in het verguisde woord. Het vervangen van zo'n woord – in dit geval door 'ouderen' – is trouwens in de taalontwikkeling niks bijzonders. Men spreekt in zo'n geval van een eufemisme.
Eerder zijn 'ouden van dagen' al vervangen door 'bejaarden', wat ik eigenlijk een even lelijk woord vind als nabestaanden. En zo was het ooit, om wat voor reden dan ook, minder gewenst over 'de jeugd' te spreken (en al helemaal niet van 'die jeugd van tegenwoordig'), vandaar het eufemisme 'jongeren'. Van Kooten en De Bie zijn daar indertijd leuk satirisch mee omgesprongen, toen ze de 'oudere jongere' ten tonele voerden.
Van Dale (dat weet ik nou weer wel) heeft 'het woord van het jaar 2014' aangewezen. Hou je vast: Dagobertducktaks. Heel wat lucratiever bij het scrabbelen dan het selfie van 2013. Het woord is uitgevonden en stevig gepromoot door de FNV, slaat op de schatrijke vrekkige oom van Donald Duck en betekent dus 'extra belasting voor de rijken'. Houden wij Nederlanders het bij grote woorden, de Belgen gaan daarvoor de straat op – en werpen onder het motto wij pikken het niet langer, barricades op. Altijd gedacht dat 'iets niet pikken' een typisch Hollandse eigenschap was.
Het moet niet nog gekker worden in dit land. Hoe zo? Ook in Noord-Holland hebben ze hier en daar een dennenbosje. Geloof het of niet, maar iemand is daar op het idee gekomen, een kerstboom in de natuur van slingers en ballen te voorzien. Trouwens, je hoeft niet zo ver van huis te gaan om te stuiten op merkwaardige ingrepen. Zo weet ik in het buitengebied van Best een huis, waarvan de bewoners 's morgens vroeg een muziekspelertje met vogelgeluiden aanzetten. De hanen in de omgeving kraaien niet langer om de zon op te roepen, maar uit pure verontwaardiging.
Eerder zijn 'ouden van dagen' al vervangen door 'bejaarden', wat ik eigenlijk een even lelijk woord vind als nabestaanden. En zo was het ooit, om wat voor reden dan ook, minder gewenst over 'de jeugd' te spreken (en al helemaal niet van 'die jeugd van tegenwoordig'), vandaar het eufemisme 'jongeren'. Van Kooten en De Bie zijn daar indertijd leuk satirisch mee omgesprongen, toen ze de 'oudere jongere' ten tonele voerden.
Van Dale (dat weet ik nou weer wel) heeft 'het woord van het jaar 2014' aangewezen. Hou je vast: Dagobertducktaks. Heel wat lucratiever bij het scrabbelen dan het selfie van 2013. Het woord is uitgevonden en stevig gepromoot door de FNV, slaat op de schatrijke vrekkige oom van Donald Duck en betekent dus 'extra belasting voor de rijken'. Houden wij Nederlanders het bij grote woorden, de Belgen gaan daarvoor de straat op – en werpen onder het motto wij pikken het niet langer, barricades op. Altijd gedacht dat 'iets niet pikken' een typisch Hollandse eigenschap was.
Het moet niet nog gekker worden in dit land. Hoe zo? Ook in Noord-Holland hebben ze hier en daar een dennenbosje. Geloof het of niet, maar iemand is daar op het idee gekomen, een kerstboom in de natuur van slingers en ballen te voorzien. Trouwens, je hoeft niet zo ver van huis te gaan om te stuiten op merkwaardige ingrepen. Zo weet ik in het buitengebied van Best een huis, waarvan de bewoners 's morgens vroeg een muziekspelertje met vogelgeluiden aanzetten. De hanen in de omgeving kraaien niet langer om de zon op te roepen, maar uit pure verontwaardiging.
donderdag 11 december 2014
Van het Ruitfront geen nieuws
Je kon het allemaal op je vingers natellen.
Er botsen en kantelen vrachtwagens op de A2, Randweg Eindhoven. Gevolg: 100 kilometers file in het hele spinneweb.
‘Dus moet die wegenruit er komen. Vindt u niet? Ja, potverdomme, ik zit me hier kapot te ergeren.’
Op naar het Provinciehuis, bestuurder Ruit – © Jos Kessels – van Heugten voor de camera. Triomf. ‘Ja, het stoom komt de Brabantse ondernemers uit de oren.’
Op de website van Omroep Brabant barst naar aanleiding van dit interview de discussie los. Opnieuw uiterst voorspelbaar:
Erik Dings: ‘Gewoon beginnen met de aanleg van de Ruit voor het over een paar jaar elke maand opstopt.’
Hans99: ‘Dus een of twee keer per jaar zo n ongeluk, en zo n verkeersopstopping is voldoende rechtvaardiging voor een "ruit" die € 900 miljoen euro kost, nog los van de maatschappelijke kosten, zoals de hoeveelheid groen die moet wijken, de extra overlast voor vele mensen etc.????’
Veel reaguurders hebben zelden genoeg aan één ! of ?
Marius de Klein: ‘Het is wel duidelijk dat jouw kleur niet groen is.’
Hier wordt overduidelijk het groen van Van Heugten’s CDA bedoeld.
Het is niet moeilijk, de rest er zelf bij te bedenken.
Het Eindhovens Dagblad opent met een foto van een halve pagina, waarin een zogenaamde tagwolk is verwerkt. Dat is een afbeelding van woorden die als zoekterm op het internet zijn ingetikt en de lettergrootte van die woorden geeft aan welke term de hoofdrol speelt. In dit geval zijn dat A2 en RUIT. Dat laatste woord is wel ‘onnatuurlijk’ groot. Maar enige manipulatie ten behoeve van een sprekende vormgeving mag wat mij betreft. Het ED besluit trouwens zijn artikel op pagina 1 met de opmerking dat de roep om de Ruit ‘een simpele en al te snelle conclusie lijkt’. (Het vermengen van nieuws en commentaar is allang geen taboe meer.)
Maar waar ik me, ook op internet en ook bij de politie, rot naar heb gezocht: wat is er nou eigenlijk gebeurd, dat deze verkeerscongestie heeft veroorzaakt? Vrachtwagens botsten. Wie? Wat en Waar op de A2? Eén van de wagens is gekanteld. Er zou ook een lantaarnpaal op de tegengestelde rijbaan zijn gevallen. Is er (weer eens) te hard gereden en door wie? Buitenlanders of inlanders? Wat heb ik aan berichten die beginnen met ‘Het was al zo donker, koud, nat en winderig,’ zeker als de essentie ontbreekt?
Conclusie: Van het verkeersfront verder geen nieuws, laat staan van de Ruit.
Er botsen en kantelen vrachtwagens op de A2, Randweg Eindhoven. Gevolg: 100 kilometers file in het hele spinneweb.
‘Dus moet die wegenruit er komen. Vindt u niet? Ja, potverdomme, ik zit me hier kapot te ergeren.’
Op naar het Provinciehuis, bestuurder Ruit – © Jos Kessels – van Heugten voor de camera. Triomf. ‘Ja, het stoom komt de Brabantse ondernemers uit de oren.’
Op de website van Omroep Brabant barst naar aanleiding van dit interview de discussie los. Opnieuw uiterst voorspelbaar:
Erik Dings: ‘Gewoon beginnen met de aanleg van de Ruit voor het over een paar jaar elke maand opstopt.’
Hans99: ‘Dus een of twee keer per jaar zo n ongeluk, en zo n verkeersopstopping is voldoende rechtvaardiging voor een "ruit" die € 900 miljoen euro kost, nog los van de maatschappelijke kosten, zoals de hoeveelheid groen die moet wijken, de extra overlast voor vele mensen etc.????’
Veel reaguurders hebben zelden genoeg aan één ! of ?
Marius de Klein: ‘Het is wel duidelijk dat jouw kleur niet groen is.’
Hier wordt overduidelijk het groen van Van Heugten’s CDA bedoeld.
Het is niet moeilijk, de rest er zelf bij te bedenken.
Het Eindhovens Dagblad opent met een foto van een halve pagina, waarin een zogenaamde tagwolk is verwerkt. Dat is een afbeelding van woorden die als zoekterm op het internet zijn ingetikt en de lettergrootte van die woorden geeft aan welke term de hoofdrol speelt. In dit geval zijn dat A2 en RUIT. Dat laatste woord is wel ‘onnatuurlijk’ groot. Maar enige manipulatie ten behoeve van een sprekende vormgeving mag wat mij betreft. Het ED besluit trouwens zijn artikel op pagina 1 met de opmerking dat de roep om de Ruit ‘een simpele en al te snelle conclusie lijkt’. (Het vermengen van nieuws en commentaar is allang geen taboe meer.)
Maar waar ik me, ook op internet en ook bij de politie, rot naar heb gezocht: wat is er nou eigenlijk gebeurd, dat deze verkeerscongestie heeft veroorzaakt? Vrachtwagens botsten. Wie? Wat en Waar op de A2? Eén van de wagens is gekanteld. Er zou ook een lantaarnpaal op de tegengestelde rijbaan zijn gevallen. Is er (weer eens) te hard gereden en door wie? Buitenlanders of inlanders? Wat heb ik aan berichten die beginnen met ‘Het was al zo donker, koud, nat en winderig,’ zeker als de essentie ontbreekt?
Conclusie: Van het verkeersfront verder geen nieuws, laat staan van de Ruit.
zondag 7 december 2014
'We worden belazerd'
Hans Aarsman, de ex-fotograaf (kan dat hier eigenlijk,
‘ex’?) die al jaren voor de Volkskrant foto’s analyseert en
interpreteert, de ‘Aarsman Collectie’, zweert bij tellen meten en rekenen. Aldus
heeft hij een expertise ontwikkeld, hoewel in een interview in de regionale
bladen, zegt hij ‘Er worden de hele tijd experts opgevoerd. Maar wat is een
expert eigenlijk?’
Aarsman produceert nu grafieken van het vrachtverkeer dat de Piet Heintunnel in Amsterdam passeert, aan de hand van persoonlijke tellingen en concludeert daaruit dat de economie aantrekt.
De vraag is natuurlijk of je daarvoor in weer en wind moet gaan staan turven. Aarsman kan dat wel vinden onder het bekende adagium meten = weten, maar – al mag dat kennelijk niet van hem – je kunt het ook met je klompen aanvoelen.
In de jaren zeventig hadden we ook een crisis. Niet zo lang en als ik het me goed herinner ook niet zo ingrijpend mondiaal. Maar in die tijd had ik collega’s die regelmatig vanuit West-Brabant naar Den Bosch reden en op een gegeven dag constateerden: ‘We worden belazerd.’ Die vaststelling ontleenden ze aan het feit dat het vrachtverkeer opeens drastisch was toegenomen.
Ik wil maar zeggen, wat kan het mij schelen waar je je expertise vandaan haalt. Als je maar goed om je heen kijkt en nadenkt.
Aarsman produceert nu grafieken van het vrachtverkeer dat de Piet Heintunnel in Amsterdam passeert, aan de hand van persoonlijke tellingen en concludeert daaruit dat de economie aantrekt.
De vraag is natuurlijk of je daarvoor in weer en wind moet gaan staan turven. Aarsman kan dat wel vinden onder het bekende adagium meten = weten, maar – al mag dat kennelijk niet van hem – je kunt het ook met je klompen aanvoelen.
In de jaren zeventig hadden we ook een crisis. Niet zo lang en als ik het me goed herinner ook niet zo ingrijpend mondiaal. Maar in die tijd had ik collega’s die regelmatig vanuit West-Brabant naar Den Bosch reden en op een gegeven dag constateerden: ‘We worden belazerd.’ Die vaststelling ontleenden ze aan het feit dat het vrachtverkeer opeens drastisch was toegenomen.
Ik wil maar zeggen, wat kan het mij schelen waar je je expertise vandaan haalt. Als je maar goed om je heen kijkt en nadenkt.
donderdag 4 december 2014
Duveltje uit een doosje
Diederik Samsom heeft zich namens zijn PvdA tegen het
schaliegas gekeerd. Duveltje uit een doosje, zo’n ding op een veer dat
tegen je neus springt als je niet uitkijkt. Coalitiegenoot VVD, in de persoon
van Mark Rutte, trok op tijd z’n gezicht terug en werd verder niet warm of koud
van wat zich niet lijkt te verdragen met het kabinetsbeleid: het volslagen
overbodige voor- en tegens onderzoeken van boren naar dat gas in Nederlandse
bodem.
Even overbodig als het gewichtig confereren met voor- en tegenstanders plus hele en halve sceptici over het al dan niet uitbreiden van de burgerluchtvaart op vliegvelden als dat van Eindhoven. Praatjes voor de vaak.
Dezer dagen berichtte de Leeuwarder Courant over de zorgen die Schiermonnikoog en Ameland zich maken over industriële ontwikkelingen rond de Waddenzee (werelderfgoed, met dezelfde status als de Grand Canyon). Een oliemaatschappij wil ten noorden van Schier, zoals het eiland in de wandeling wordt genoemd, proefboringen gaan doen naar aardgas en de gemeente vreest dat dit op een permanent boorplatform uitdraait; ja ondanks de lessen van de aardbevingen in Groningen. ‘Toeristen komen hier voor de rust en de duisternis. Dat komt dan allemaal in het geding,’ zegt Schier.
Het verontrustende is natuurlijk, dat niet de politiek bepaalt wat er in dit overvolle land gebeurt, maar – allerkortst samengevat – de economie. Of, anders gezegd, het verrassende verhaal van Samsom is verkiezingsretoriek van het zuiverste boorwater. En Rutte houdt de boel echt wel bij mekaar. Voorlopig.
Even overbodig als het gewichtig confereren met voor- en tegenstanders plus hele en halve sceptici over het al dan niet uitbreiden van de burgerluchtvaart op vliegvelden als dat van Eindhoven. Praatjes voor de vaak.
Dezer dagen berichtte de Leeuwarder Courant over de zorgen die Schiermonnikoog en Ameland zich maken over industriële ontwikkelingen rond de Waddenzee (werelderfgoed, met dezelfde status als de Grand Canyon). Een oliemaatschappij wil ten noorden van Schier, zoals het eiland in de wandeling wordt genoemd, proefboringen gaan doen naar aardgas en de gemeente vreest dat dit op een permanent boorplatform uitdraait; ja ondanks de lessen van de aardbevingen in Groningen. ‘Toeristen komen hier voor de rust en de duisternis. Dat komt dan allemaal in het geding,’ zegt Schier.
Het verontrustende is natuurlijk, dat niet de politiek bepaalt wat er in dit overvolle land gebeurt, maar – allerkortst samengevat – de economie. Of, anders gezegd, het verrassende verhaal van Samsom is verkiezingsretoriek van het zuiverste boorwater. En Rutte houdt de boel echt wel bij mekaar. Voorlopig.
donderdag 27 november 2014
Edelachtbare majesteit
Een rechter, twitterend als @JudgeJoyce_ , signaleert een
verdachte die een ambtgenoot antwoordde met ja majesteit. Dat doet mij
denken aan de nagenoeg verdwenen cultuur van de ‘kleine’ rechtbankverslaggeving
– het volgen van de zittingen van de kanton- of de politierechter, waarbij het
eerder om de sfeer ging dan om de behandeling van de pekelzonden die daar aan de
orde waren. Dat soort misgrijpen wordt tegenwoordig trouwens geseponeerd dan wel
afgedaan met een waarschuwing of boete, waaraan geen rechter meer te pas
komt.
Bestaat de kantonrechter nog? Ik geloof het niet. En worden rechters tegenwoordig nog wel eens aangesproken met ‘edelachtbare’? JudgeJoyce kan daarover wellicht ooit opheldering verschaffen.
Mijn vader heeft zich nog met dit soort rechtbankverslaggeving bezig gehouden. Hij kon er smakelijk over vertellen. Zo had je in Breda ene mr. Smits, die uitmuntte in laconieke opmerkingen. Had hij op zekere dag een volksvrouw (ook alweer een incourante betiteling) voor zich die, met haar paraplu in de hand, haar hoogst dringende zaak bepleitte.
Smits: ‘Legt u dat wapen even terzijde.’
Ja, dat werden zo wel amusante krantenstukjes.
De verslaggevers waren niet te beroerd, onderling de nodige anecdotes uit te wisselen. Zo vertelde de ook al legendarische journalist Diedericus Anton de Stoppelaar, hoe hij op de rechtbank, in hoge nood verkerend, de deur van de wc opentrok en ‘Wat zag ik daar? Meester Smits, met zijn toga als een kloek op haar eieren.'
Of het waar was, deed er eigenlijk niet zoveel toe. De Stoppelaar kwam wel vaker aanzetten met fantastische verhalen. Zo vertelde hij mijn moeder, met zijn karakteristieke nasale geluid: ‘Ik was op de Oude Vest en daar was een demonstratie van de Teolin (verffabriek, G.). Daarbij staken ze een huis in brand. En mevrouw, ik zweer het, het huis brandde af en de verf bleef staan!’
Bestaat de kantonrechter nog? Ik geloof het niet. En worden rechters tegenwoordig nog wel eens aangesproken met ‘edelachtbare’? JudgeJoyce kan daarover wellicht ooit opheldering verschaffen.
Mijn vader heeft zich nog met dit soort rechtbankverslaggeving bezig gehouden. Hij kon er smakelijk over vertellen. Zo had je in Breda ene mr. Smits, die uitmuntte in laconieke opmerkingen. Had hij op zekere dag een volksvrouw (ook alweer een incourante betiteling) voor zich die, met haar paraplu in de hand, haar hoogst dringende zaak bepleitte.
Smits: ‘Legt u dat wapen even terzijde.’
Ja, dat werden zo wel amusante krantenstukjes.
De verslaggevers waren niet te beroerd, onderling de nodige anecdotes uit te wisselen. Zo vertelde de ook al legendarische journalist Diedericus Anton de Stoppelaar, hoe hij op de rechtbank, in hoge nood verkerend, de deur van de wc opentrok en ‘Wat zag ik daar? Meester Smits, met zijn toga als een kloek op haar eieren.'
Of het waar was, deed er eigenlijk niet zoveel toe. De Stoppelaar kwam wel vaker aanzetten met fantastische verhalen. Zo vertelde hij mijn moeder, met zijn karakteristieke nasale geluid: ‘Ik was op de Oude Vest en daar was een demonstratie van de Teolin (verffabriek, G.). Daarbij staken ze een huis in brand. En mevrouw, ik zweer het, het huis brandde af en de verf bleef staan!’
zaterdag 22 november 2014
Handschrift
Tommy Wieringa schrijft vandaag in zijn wekelijkse column
voor de regionale kranten over het teloorgaan van het handschrijven, in relatie
tot het Ipad-onderwijs, dat mede uitgaat van het principe ‘straks doe
je toch alles tikkend’.
‘Schoonschrijven’ is er niet meer bij, de kinderen op zo’n Ipad-school krijgen hooguit les in blokschrift, meldt Wieringa.
Over dat schoonschrijven maakte ik vorig jaar al eens ‘n stukje. Ik ga dat natuurlijk niet herhalen, wel zie ik nu dat ik het zogenaamde blokschrift toen buiten beschouwing heb gelaten. Dat is beslist geen nieuwigheid. Leerden wij op de katholieke lagere school liggend schrift, kinderen in mijn omgeving van niet-roomse snit gingen naar de Nutsschool en kregen daar blokschrift-onderwijs.
Het is natuurlijk niet zo dat je uit dat aangeleerde ‘rechtop-schrift’ geen fraai volwassen handschrift zou kunnen ontwikkelen – wat dat betreft is het niet minderwaardig aan het liggend schrift, waarvan de meeste beoefenaren overigens inmiddels dood of dement zijn. Maar om dat karaktervolle handschrift te bereiken moet je natuurlijk wel (brieven) schrijven. En van dat laatste komt het niet meer.
Dit maakt Tommy Wieringa bedroefd en ik deel zijn treurnis.
‘Schoonschrijven’ is er niet meer bij, de kinderen op zo’n Ipad-school krijgen hooguit les in blokschrift, meldt Wieringa.
Over dat schoonschrijven maakte ik vorig jaar al eens ‘n stukje. Ik ga dat natuurlijk niet herhalen, wel zie ik nu dat ik het zogenaamde blokschrift toen buiten beschouwing heb gelaten. Dat is beslist geen nieuwigheid. Leerden wij op de katholieke lagere school liggend schrift, kinderen in mijn omgeving van niet-roomse snit gingen naar de Nutsschool en kregen daar blokschrift-onderwijs.
Het is natuurlijk niet zo dat je uit dat aangeleerde ‘rechtop-schrift’ geen fraai volwassen handschrift zou kunnen ontwikkelen – wat dat betreft is het niet minderwaardig aan het liggend schrift, waarvan de meeste beoefenaren overigens inmiddels dood of dement zijn. Maar om dat karaktervolle handschrift te bereiken moet je natuurlijk wel (brieven) schrijven. En van dat laatste komt het niet meer.
Dit maakt Tommy Wieringa bedroefd en ik deel zijn treurnis.
donderdag 20 november 2014
BN-ers even niet thuis
De TV-actie ter bestrijding van van de ebola (555) is in
gevaar, omdat BN-ers niet naar Afrika durven, respectievelijk hun verzekeraars
het ook niet zien zitten. Dat maakt zo’n uitzending ‘n stuk minder spannend.
Je zou dan best willen weten, wie het allemaal laat afweten. Erika Terpstra, anders steeds bereid naar verre, warme landen af te reizen, mits er aaibare zwartjes (dit is natuurlijk een neerbuigende, kolonialistische aanduiding uit de tijd van de missiepaters en het ten bate van hun werk op school verzamelde zilverpapier) in de buurt zijn. En uiteraard de inzoomende camera’s. Paul de Leeuw, ook niet vies van nóg meer aandacht? Gordon, wiens succes bij schofferende opmerkingen tegen wie dan ook hem altijd van succes verzekeren? Ach je kent ze natuurlijk allemaal, want ze teren voor zolang het duurt eerder op hun BN-erschap dan op enig talent.
Nee, dan de Karel Doorman. Die heeft toch maar mooi de nodige spulletjes afgeleverd in de haven van Sierra Leone. Het ministerie van Buitenlandse Zaken twitterde een op veilige afstand genomen foto van het lossen van die hulpgoederen; met zo’n beeld kan je de nationale hysterie op de beeldbuis natuurlijk niet opvoeren. Ik bedoel maar, het beoogde ‘succes’ van zo’n tv-uitzending is ook een kwestie van volksmentaliteit. Altijd zo geweest. 'Een volk krijgt de krant die het verdient.'
Ik hoor intussen dat ook journalisten met de veiligheid in de ebolanden zouden worstelen. Dat verbaast me enigszins, in aanmerking genomen, dat we vrijwel dagelijks zien hoe verslaggevers als Jan Eikelboom en Sander van Hoorn, in het Midden-Oosten in buitengewoon riskante situaties hun werk doen. Maar ja, niet iedere journalist heeft een organisatie achter zich.
Je zou dan best willen weten, wie het allemaal laat afweten. Erika Terpstra, anders steeds bereid naar verre, warme landen af te reizen, mits er aaibare zwartjes (dit is natuurlijk een neerbuigende, kolonialistische aanduiding uit de tijd van de missiepaters en het ten bate van hun werk op school verzamelde zilverpapier) in de buurt zijn. En uiteraard de inzoomende camera’s. Paul de Leeuw, ook niet vies van nóg meer aandacht? Gordon, wiens succes bij schofferende opmerkingen tegen wie dan ook hem altijd van succes verzekeren? Ach je kent ze natuurlijk allemaal, want ze teren voor zolang het duurt eerder op hun BN-erschap dan op enig talent.
Nee, dan de Karel Doorman. Die heeft toch maar mooi de nodige spulletjes afgeleverd in de haven van Sierra Leone. Het ministerie van Buitenlandse Zaken twitterde een op veilige afstand genomen foto van het lossen van die hulpgoederen; met zo’n beeld kan je de nationale hysterie op de beeldbuis natuurlijk niet opvoeren. Ik bedoel maar, het beoogde ‘succes’ van zo’n tv-uitzending is ook een kwestie van volksmentaliteit. Altijd zo geweest. 'Een volk krijgt de krant die het verdient.'
Ik hoor intussen dat ook journalisten met de veiligheid in de ebolanden zouden worstelen. Dat verbaast me enigszins, in aanmerking genomen, dat we vrijwel dagelijks zien hoe verslaggevers als Jan Eikelboom en Sander van Hoorn, in het Midden-Oosten in buitengewoon riskante situaties hun werk doen. Maar ja, niet iedere journalist heeft een organisatie achter zich.
zaterdag 15 november 2014
Van een rode clownsneus en het kruis op de mijter
De Leeuwarder Courant heeft, misschien al wel een
halve eeuw, linksonder op pagina 3 elke dag een minicolumn onder een * , die
kennelijk door verschillende redacteuren wordt gemaakt en die misschien het best
kan worden getypeerd met ‘flauwekul met een kern van waarheid’. Zo stond er deze
week: ‘De rode neus die clowns opzetten, moet verdwijnen, vindt de
Vereniging van Anonieme Jeneverdrinkers.’
Dit is onmiskenbaar een variant op de Zwarte-Piet-discussie; de AJ’s wensen immers niet voor gek te worden gezet, c.q. aan hun ‘kwaal’ te worden herinnerd. Ik moet opeens denken aan een mopje dat mijn vader al vertelde over de man die een advertentie zette ‘Wij helpen u van uw rode neus af, plak 2,50 op een briefkaart en wij sturen u de oplossing toe.’ En die luidde? ‘Doorzuipen tot-ie paars wordt’.
Maar nu even serieus. In het kader van de pietendiscussie, waaraan ik beperkt heb deelgenomen omdat de zin daarvan me voor 90 procent ontgaat, heb ik al opgemerkt dat nu ook de gapers (karikaturaler dan welke afbeelding van negerslaven dan ook) boven de deuren van oude apotheken of drogisterijen, aan de beurt zijn. Met andere woorden, dit leidt tot een totale sanering van onze westerse cultuur.
Laten we het, om weer wat in de Sinterklaassfeer te komen, nog even hebben over de mijter die de goedheiligman draagt. Om die heiligheid te benadrukken, kan men daarop roomse symbolen als het kruis afbeelden. Niet dat dit altijd gebeurde, zo kun je zien aan bij voorbeeld de mijter van de 16e-eeuwse Brabantse bisschop Sonnius. Het ligt voor de hand dat protestants-christelijke broeders niet van deze paepsche symboliek gediend waren (zijn). Dus Sint mag van hen, maar zonder kruis of iets dergelijks. Goddelozen zullen wellicht argumenten aan kunnen dragen om een verbod van het kruis op de mijter te eisen. Ze zouden kunnen wijzen op de vermaledijde inquisitie en andere stoutichheden van de roomse kerk van weleer.
Googlend naar plaatjes van bisschopsmijters, kwam ik op een website over heraldiek, waar het ging over het wapen van de in 1964 opgeheven Zuid-Hollandse gemeente Driebruggen. Dat werd omschreven als ‘in zilver een bisschopsmijter van keel, gesierd van goud’. De bijbehorende afbeelding toont een ‘protestants’ kruis zonder corpus vergezeld van – kennelijk - de Moeder Maria en Maria Magdalena (de laatste recentelijk weer eens aangewezen van de echtgenote van Jezus).
Ingewikkeld? Nou en of, zeker omdat boven de omschrijving, zonder verdere toelichting, staat: Papekop! Het uitroepteken is van mij.
Dit is onmiskenbaar een variant op de Zwarte-Piet-discussie; de AJ’s wensen immers niet voor gek te worden gezet, c.q. aan hun ‘kwaal’ te worden herinnerd. Ik moet opeens denken aan een mopje dat mijn vader al vertelde over de man die een advertentie zette ‘Wij helpen u van uw rode neus af, plak 2,50 op een briefkaart en wij sturen u de oplossing toe.’ En die luidde? ‘Doorzuipen tot-ie paars wordt’.
Maar nu even serieus. In het kader van de pietendiscussie, waaraan ik beperkt heb deelgenomen omdat de zin daarvan me voor 90 procent ontgaat, heb ik al opgemerkt dat nu ook de gapers (karikaturaler dan welke afbeelding van negerslaven dan ook) boven de deuren van oude apotheken of drogisterijen, aan de beurt zijn. Met andere woorden, dit leidt tot een totale sanering van onze westerse cultuur.
Laten we het, om weer wat in de Sinterklaassfeer te komen, nog even hebben over de mijter die de goedheiligman draagt. Om die heiligheid te benadrukken, kan men daarop roomse symbolen als het kruis afbeelden. Niet dat dit altijd gebeurde, zo kun je zien aan bij voorbeeld de mijter van de 16e-eeuwse Brabantse bisschop Sonnius. Het ligt voor de hand dat protestants-christelijke broeders niet van deze paepsche symboliek gediend waren (zijn). Dus Sint mag van hen, maar zonder kruis of iets dergelijks. Goddelozen zullen wellicht argumenten aan kunnen dragen om een verbod van het kruis op de mijter te eisen. Ze zouden kunnen wijzen op de vermaledijde inquisitie en andere stoutichheden van de roomse kerk van weleer.
Googlend naar plaatjes van bisschopsmijters, kwam ik op een website over heraldiek, waar het ging over het wapen van de in 1964 opgeheven Zuid-Hollandse gemeente Driebruggen. Dat werd omschreven als ‘in zilver een bisschopsmijter van keel, gesierd van goud’. De bijbehorende afbeelding toont een ‘protestants’ kruis zonder corpus vergezeld van – kennelijk - de Moeder Maria en Maria Magdalena (de laatste recentelijk weer eens aangewezen van de echtgenote van Jezus).
Ingewikkeld? Nou en of, zeker omdat boven de omschrijving, zonder verdere toelichting, staat: Papekop! Het uitroepteken is van mij.
woensdag 12 november 2014
Borrelpraat over verkeersellende
Maatregelen ter verbetering van de situatie op de A67
(deel Venlo-Eindhoven) zouden uitblijven, zolang men in de regio met elkaar in
de clinch ligt over de voltooiing van de wegenruit rond de stad. Dat tekent het
Eindhovens Dagblad op uit de mond van de heer Ed van de Meerendonk,
woordvoerder van Transport en Logistiek Nederland. Onnozeler cafépraat
is zelden vernomen.
Er gaat onderhand geen dag voorbij, of er kantelt op de A67 wel een vrachtauto, klettert op een voorganger, raakt van de weg. Een tanktransport van brandbaar spul kan het ook zijn, wat dan leidt tot volledige afsluiting van de weg gedurende minstens een dagdeel.
Die weg moet dus verbreed worden naar tweemaal drie rijstroken. Ik denk dat er weinigen zijn die het daar niet mee eens zijn. Het traject maakt deel uit van de verbinding tussen het Ruhrgebiet en de Antwerpse haven en het is evident dat er op nationaal niveau geen sprake kan zijn van enige koehandel met de investeringen die in dit landsdeel moeten worden gedaan voor de verkeersinfrastructuur. Daar begint het steeds meer op te lijken door afspraken tussen de provincie Noord-Brabant en de verkeersminister over het toepassen van lapmiddelen op de A67. Het koppelen van de capaciteitsverbetering van deze autosnelweg aan de ruit slaat als een tang op een varken.
TLN heeft natuurlijk het volste recht, hierover haar deuntje mee te blazen, maar ze zou er wel goed aan doen, ook eens de hand in eigen boezem te steken. Want hoe komt het toch dat wij dag-in-dag-uit in dit land geconfronteerd worden met vrachtauto’s als veroorzakers van verkeerscongesties, niet alleen op de A67? Hoe staat het eigenlijk met de vakbekwaamheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de gemiddelde turbo-chauffeur in zijn met electronica volgestouwde mastodont? In hoeverre voelen zij zich door de werkgever opgejaagd? Wat is het aandeel van de buitenlanders in de ellende?
Wie als ondernemer hoog van de toren blaast als het gaat over de infrastructuur, moet ook bereid zijn tot een gedegen zelfonderzoek. Met borrelpraat als die van Van de Meerendonk raken we alleen maar van de weg.
Er gaat onderhand geen dag voorbij, of er kantelt op de A67 wel een vrachtauto, klettert op een voorganger, raakt van de weg. Een tanktransport van brandbaar spul kan het ook zijn, wat dan leidt tot volledige afsluiting van de weg gedurende minstens een dagdeel.
Die weg moet dus verbreed worden naar tweemaal drie rijstroken. Ik denk dat er weinigen zijn die het daar niet mee eens zijn. Het traject maakt deel uit van de verbinding tussen het Ruhrgebiet en de Antwerpse haven en het is evident dat er op nationaal niveau geen sprake kan zijn van enige koehandel met de investeringen die in dit landsdeel moeten worden gedaan voor de verkeersinfrastructuur. Daar begint het steeds meer op te lijken door afspraken tussen de provincie Noord-Brabant en de verkeersminister over het toepassen van lapmiddelen op de A67. Het koppelen van de capaciteitsverbetering van deze autosnelweg aan de ruit slaat als een tang op een varken.
TLN heeft natuurlijk het volste recht, hierover haar deuntje mee te blazen, maar ze zou er wel goed aan doen, ook eens de hand in eigen boezem te steken. Want hoe komt het toch dat wij dag-in-dag-uit in dit land geconfronteerd worden met vrachtauto’s als veroorzakers van verkeerscongesties, niet alleen op de A67? Hoe staat het eigenlijk met de vakbekwaamheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de gemiddelde turbo-chauffeur in zijn met electronica volgestouwde mastodont? In hoeverre voelen zij zich door de werkgever opgejaagd? Wat is het aandeel van de buitenlanders in de ellende?
Wie als ondernemer hoog van de toren blaast als het gaat over de infrastructuur, moet ook bereid zijn tot een gedegen zelfonderzoek. Met borrelpraat als die van Van de Meerendonk raken we alleen maar van de weg.
maandag 10 november 2014
Een monument ben je niet zomaar
Wat is eigenlijk een monument? Ik ben geneigd te denken: een monument ben je niet zomaar. Nee, zó raar is deze gedachtenkronkel nu ook weer niet. Voor mij is bij voorbeeld Zwarte Piet een monument. Als je die om wat voor reden dan ook het bos in stuurt, dan kun je net zo goed de zwarte gaper, die boven de ingang van oude apotheken en drogisterijen hangt, slopen.
Wees niet bevreesd, dit wordt niet de zoveelste bijdrage aan de discussie over de assistent van Sinterklaas. Daar is immers intussen wel alles over gezegd, vindt ook de goedheiligman zelf, volgens de treffende politieke prent van Mat Rijnders in het ED van zaterdag, waarop hij te zien was, vergezeld van een witte Piet en gezeten op een zwart paard. En ik las ergens dat die hele discussie een randstedelijke aangelegenheid is. In Brabant, Limburg hoor je er nauwelijks iets over en in België al helemaal niet. Het lijdt geen twijfel dat de pakjesboot komende zondag weer in Best komt aanvaren, vol met authentieke ZP-ers.
Een monument kan ook een gedenkteken zijn, maar de Bestse actualiteit plaatst momenteel de historische bebouwing van het dorp in het middelpunt van de belangstelling. En daarbij gaat het in de eerste plaats om de villa Mon Repos aan de Hoofdstraat, tegenover het zalencentrum Prinsenhof. De tegenwoordige eigenaar wil dit pand vervangen door nieuwbouw. Daarover is alarm geslagen.
De naam van de villa alleen al. Mijn Rustpunt. Die lijkt te verwijzen naar iemand in de negentiende eeuw, die zijn schaapjes op het droge had en in dat huis van zijn levensavond wenste te genieten. Zo moet het ongeveer geweest zijn. Best was in die tijd een straatdorp omringd door boerderijen. In het centrum woonden winkeliers, ambachtelijke ondernemers en 'n enkele fabrikant, door de rest van de bevolking aangeduid als 't Hoog. Tot die categorie moesten eertijds de bewoners van Mon Repos worden gerekend – jammer dat we de bewoningsgeschiedenis van het pand niet kennen.
Er bestaat een prentbriefkaart van de villa met op de voorgrond de bewoners, van wie de dames uiteraard, zoals het toen hoorde, hun rokken tot op de enkels droegen. Het huis had twee ingangen (een waarschijnlijk voor personeel en leveranciers) geflankeerd door vijf ramen. De verdieping had maar liefst zeven ramen en op zolder waren zo goed als zeker twee dienstbodekamers, als we afgaan op de koekoeken. En dan zijn we aangeland bij wat er nu nog over is van de monumentale waarde van het pand. Laat ik er maar geen doekjes om winden: nauwelijks iets.
Laten we 'Mon Repos' (die naam is trouwens nergens te bekennen) eens langs de 'archeologische meetlat' leggen die de gemeente Best gebruikt om die monumentale waarde te bepalen. Volgens minstens één van de criteria die daarbij worden vermeld, valt de villa bij wijze van spreken al door de mand: de gaafheid. De deftige bewoning van het huis behoort allang tot het verleden. Bij wisselend gebruik is het zijn vrije ligging kwijt geraakt. De zolderverdieping is ingrijpend verbouwd. De twee koekoeken hebben plaats gemaakt voor één langgerekt geval met maar liefst acht vierkante ramen en tot overmaat van ramp is er 'n soort luchtbrug naar een eveneens leegstaand en totaal verloederd 'modern' kantoorpand gebouwd. Dit lijkt mij in meer dan een opzicht het einde van een verhaal.
Laten we het tot slot nog even over omgeving hebben. Er is in de loop van decennia heel wat aangerommeld met de bebouwing van de Hoofdstraat. De wisselende bouwhoogte van sommige panden strookt allerminst met de de intentie van de gemeente, het dorpskarakter van Best te handhaven. Een kwalijk voorbeeld is de winkel met woonappartementen naast het (nu leegstaande) cafeetje tegenover De Boterhoek. En dan is er het geschuif met de rooilijnen, met als gevolg bij voorbeeld dat het rustieke pandje Boelaars in de diepte kwam te liggen en als het ware vroeg om te worden gesloopt. Ook rond Mon Repos zie je die verspringende rooilijnen. In 1942 is het kapitale neoklassieke, ook al jaren leegstaande huis van de aannemersfamilie Van Heesewijk 'n stuk naar voren gebouwd. Nu we het er toch over hebben, de bouwproducten van Van Heesewijk – meer kapitale huizen en het hotel, nu restaurant, Bastille – zijn om hun vorm en uit cultuur-historisch oogpunt zeker bijzondere aandacht waard.
Maar 'Mon Repos' maakt al 'n jaar of tien deel uit van wat je gerust een schandvlek in het centrum van Best kunt noemen. Dus ik wil maar zeggen: saneren die boel en houd bij nieuwbouw de dorpse schaal goed in de gaten.
(Gesproken column voor Omroep Best, 12.11.14)
Wees niet bevreesd, dit wordt niet de zoveelste bijdrage aan de discussie over de assistent van Sinterklaas. Daar is immers intussen wel alles over gezegd, vindt ook de goedheiligman zelf, volgens de treffende politieke prent van Mat Rijnders in het ED van zaterdag, waarop hij te zien was, vergezeld van een witte Piet en gezeten op een zwart paard. En ik las ergens dat die hele discussie een randstedelijke aangelegenheid is. In Brabant, Limburg hoor je er nauwelijks iets over en in België al helemaal niet. Het lijdt geen twijfel dat de pakjesboot komende zondag weer in Best komt aanvaren, vol met authentieke ZP-ers.
Een monument kan ook een gedenkteken zijn, maar de Bestse actualiteit plaatst momenteel de historische bebouwing van het dorp in het middelpunt van de belangstelling. En daarbij gaat het in de eerste plaats om de villa Mon Repos aan de Hoofdstraat, tegenover het zalencentrum Prinsenhof. De tegenwoordige eigenaar wil dit pand vervangen door nieuwbouw. Daarover is alarm geslagen.
De naam van de villa alleen al. Mijn Rustpunt. Die lijkt te verwijzen naar iemand in de negentiende eeuw, die zijn schaapjes op het droge had en in dat huis van zijn levensavond wenste te genieten. Zo moet het ongeveer geweest zijn. Best was in die tijd een straatdorp omringd door boerderijen. In het centrum woonden winkeliers, ambachtelijke ondernemers en 'n enkele fabrikant, door de rest van de bevolking aangeduid als 't Hoog. Tot die categorie moesten eertijds de bewoners van Mon Repos worden gerekend – jammer dat we de bewoningsgeschiedenis van het pand niet kennen.
Er bestaat een prentbriefkaart van de villa met op de voorgrond de bewoners, van wie de dames uiteraard, zoals het toen hoorde, hun rokken tot op de enkels droegen. Het huis had twee ingangen (een waarschijnlijk voor personeel en leveranciers) geflankeerd door vijf ramen. De verdieping had maar liefst zeven ramen en op zolder waren zo goed als zeker twee dienstbodekamers, als we afgaan op de koekoeken. En dan zijn we aangeland bij wat er nu nog over is van de monumentale waarde van het pand. Laat ik er maar geen doekjes om winden: nauwelijks iets.
Laten we 'Mon Repos' (die naam is trouwens nergens te bekennen) eens langs de 'archeologische meetlat' leggen die de gemeente Best gebruikt om die monumentale waarde te bepalen. Volgens minstens één van de criteria die daarbij worden vermeld, valt de villa bij wijze van spreken al door de mand: de gaafheid. De deftige bewoning van het huis behoort allang tot het verleden. Bij wisselend gebruik is het zijn vrije ligging kwijt geraakt. De zolderverdieping is ingrijpend verbouwd. De twee koekoeken hebben plaats gemaakt voor één langgerekt geval met maar liefst acht vierkante ramen en tot overmaat van ramp is er 'n soort luchtbrug naar een eveneens leegstaand en totaal verloederd 'modern' kantoorpand gebouwd. Dit lijkt mij in meer dan een opzicht het einde van een verhaal.
Laten we het tot slot nog even over omgeving hebben. Er is in de loop van decennia heel wat aangerommeld met de bebouwing van de Hoofdstraat. De wisselende bouwhoogte van sommige panden strookt allerminst met de de intentie van de gemeente, het dorpskarakter van Best te handhaven. Een kwalijk voorbeeld is de winkel met woonappartementen naast het (nu leegstaande) cafeetje tegenover De Boterhoek. En dan is er het geschuif met de rooilijnen, met als gevolg bij voorbeeld dat het rustieke pandje Boelaars in de diepte kwam te liggen en als het ware vroeg om te worden gesloopt. Ook rond Mon Repos zie je die verspringende rooilijnen. In 1942 is het kapitale neoklassieke, ook al jaren leegstaande huis van de aannemersfamilie Van Heesewijk 'n stuk naar voren gebouwd. Nu we het er toch over hebben, de bouwproducten van Van Heesewijk – meer kapitale huizen en het hotel, nu restaurant, Bastille – zijn om hun vorm en uit cultuur-historisch oogpunt zeker bijzondere aandacht waard.
Maar 'Mon Repos' maakt al 'n jaar of tien deel uit van wat je gerust een schandvlek in het centrum van Best kunt noemen. Dus ik wil maar zeggen: saneren die boel en houd bij nieuwbouw de dorpse schaal goed in de gaten.
(Gesproken column voor Omroep Best, 12.11.14)
woensdag 5 november 2014
Zeeland niet op z'n best
Een vriend had gewaarschuwd: het seizoen is voorbij; het veer naar Veere vaart niet. Ons een zorg, dat seizoen. Zondag was het op de A58 nog een en al file geweest; de thuiskeer van de extra- nazomer-gangers, het meterologisch en klimatologisch wonder van november 2014. Vooral Duitsers natuurlijk. Iedereen blij met de opwarming van de aarde. Ga zo door.
Zeeland is nu dus leeg, de horeca, voor zover ingesteld op de massa, houdt de deuren stijf gesloten. Ons een zorg. Het is comfortabel tuffen op de eenbaans provinciale wegen met dubbele, ononderbroken asstreep; rij gerust 100, het mag en er is toch nauwelijks iemand. We verkennen Zeeland vanuit een eigentijds Roompothuisje, heel comfortabel, zij het dat we twee elektronische apparaten niet aan de praat krijgen. Niks broodjes afbakken. *)
Aan de gevel van het grootste etablissement in Veere zijn ze met een elektrische boor voorbereidingen aan het treffen voor het monteren van een luifel boven het terras. 'We zijn open hoor,' zegt de waardin voor alle zekerheid. Maar we proberen toch maar eerst even 'n soort Italiaans restaurant aan de overkant, waarvan het terras vol zit. Dat zit ons niet glad, want de menukaart is nogal beperkt en we zitten op de tocht, terwijl de serveerder allerlei bezwaren oppert tegen het sluiten van de voordeur. Terug naar de elektrische boor, die gelukkig qua gebruiksfrequentie meevalt.
Ik zeg tegen de waardin: Zeeland zit ons niet mee vandaag, waarop zij gevat: Daar zullen we dan proberen wat aan te doen. In Domburg hadden we op een terras gezeten met een verwarming die zo heet was dat je bijna je kop verbrandde. Die Brusselse wafels, zijn die vers gebakken? Dat moet je namelijk altijd vragen bij dit gerecht, aangezien ze best vanuit een pakje in een magnetron kunnen worden geflikkerd. Ondanks het bevestigend antwoord (gelogen dus) smaken ze naar iets tussen karton en pannenkoek. Zo aantoonbaar dat de baas accepteert dat één van de twee wafels niet wordt afgerekend. Ik vraag de serveerster, komen hier veel Belgen? Ja, roept ze enthousiast. Nou, dan moet je toch iets aan de receptuur van die Brusselse wafels doen, want hiervan lopen ze gillend weg. De praktijk is evenwel, dat veel te veel mensen letterlijk voor zoete koek slikken wat de horeca hun voorzet.
En het woord van die waardin in Veere van wat toch wel een pretentieus restaurant is? Wat is dat in de praktijk waard gebleken? Mwa... een lunch van een stukske zeewolf en twee garnalen, gegarneerd met spinazie, broccoli, kleffe couscous en sausjes door partner getypeerd als babyvoeding. De garnalen hebben een raar nasmaakje. Niet vers? Kortom prijs-kwaliteit ver uit balans.
Zeeland toch.
*) Eerlijkheidshalve: die apparaten zijn op eerste afroep vervangen.
woensdag 29 oktober 2014
Reisheilige
Eindhoven Airport heeft sinds kort een gebedsruimte, een deel voor de moslims
en een deel voor de christenen. Een van de vrijwilligers daar, ‘voor het
schoonhouden en een praatje als daar behoefte aan is’, is de PKN-dominee uit
Heeze. Zij vertelt het Eindhovens Dagblad dat in de christelijke
vleugel een tekst is te vinden van Sint Patricius, ‘beschermheilige van
de reizigers’. Klopt dat? Nee dat klopt niet.
Voor zover ik kan nagaan, heeft de dominee niet goed gegoogled. Ten voordele van de beroemde missionaris van Ierland en ten nadele van de echte patroon van de reizigers, Sint Christophorus, meestal aangeduid met Christoffel.
Nog onlangs is in onze familie gezocht naar een medaille van deze heilige, met het oog op de reis van een kleinzoon naar Nieuw Zeeland. Handelsreizigers, later vertegenwoordigers genoemd, tegenwoordig account managers geloof ik (zo volgt het ene eufemisme het andere op) plachten zo’n medaille naast het fotootje van hun geliefde op het dashboard te plakken. Er zijn nog zat vrachtautochauffeurs die dat doen, al ondervindt Christoffel ook hevige concurrentie van Pater Pio.
Christophorus (ik heb een neef die Chris heet, omdat zijn moeder zwanger van hem was, toen zij vanuit Nigeria terugverhuisde naar Nederland) betekent letterlijk: Christusdrager. Ademloos luisterden wij op de lagere school naar het verhaal over de veerman, die in een stormachtige nacht op zijn verzoek een kind over een onstuimige rivier droeg en gaandeweg bijna bezweek onder het gewicht: Jezus.
Zo zie je maar weer, protestanten moeten zich niet met heiligen bezig houden. Dat is een onderdeel van de kinderlijke roomse blijheid.
Voor zover ik kan nagaan, heeft de dominee niet goed gegoogled. Ten voordele van de beroemde missionaris van Ierland en ten nadele van de echte patroon van de reizigers, Sint Christophorus, meestal aangeduid met Christoffel.
Nog onlangs is in onze familie gezocht naar een medaille van deze heilige, met het oog op de reis van een kleinzoon naar Nieuw Zeeland. Handelsreizigers, later vertegenwoordigers genoemd, tegenwoordig account managers geloof ik (zo volgt het ene eufemisme het andere op) plachten zo’n medaille naast het fotootje van hun geliefde op het dashboard te plakken. Er zijn nog zat vrachtautochauffeurs die dat doen, al ondervindt Christoffel ook hevige concurrentie van Pater Pio.
Christophorus (ik heb een neef die Chris heet, omdat zijn moeder zwanger van hem was, toen zij vanuit Nigeria terugverhuisde naar Nederland) betekent letterlijk: Christusdrager. Ademloos luisterden wij op de lagere school naar het verhaal over de veerman, die in een stormachtige nacht op zijn verzoek een kind over een onstuimige rivier droeg en gaandeweg bijna bezweek onder het gewicht: Jezus.
Zo zie je maar weer, protestanten moeten zich niet met heiligen bezig houden. Dat is een onderdeel van de kinderlijke roomse blijheid.
maandag 27 oktober 2014
Altijd bij de hand
De de Volkskrant adverteert in media die geacht
worden in gebruik te zijn bij haar doelgroep met de slagzin Altijd bij de
hand. Dat slaat op de vergevorderde digitalisering van de krant, waardoor ze over de hele wereld na ‘n paar vingertikken kan worden gelezen.
Om een bepaalde reden, die ik nader zal specificeren komt die reclame oubollig bij me over. Zoiets als Ik verkies Derk de Vries of Abonné stemt tevrêe, beide allang verdwenen sigarenmerken.
‘Altijd bij de hand’ was ooit het tekstje waarmee Hulstkamp Z.O. Genever (let op die G), haar zeer oude jenever aanprees. Dit zit in mijn geheugen gegrift, want in mijn geboortedorp had je een slijterij die in de jaren vijftig van de vorige eeuw al een lichtreclame op z’n pui had: Wed. Adank en daaronder, in iets kleinere letters: Hulstkamp altijd bij de hand! Nu geviel het (ik blijf met mijn woordgebruik in stijl), dat de naam Hulstkamp uitviel. Men begrijpt het al, dit ging als een lopend vuurtje in het rond en het ontbrak er nog maar aan dat Weduwe Adank begon te knipperen.
Over 'Abonné stemt tevrêe' valt ook nog wel iets op te merken. Zoals gezegd, ging het om een sigaar. Merkwaardige coïncidentie, als we denken aan de krantenlezer. Maar het verhaal wordt nog sterker. De aldus genaamde Eindhovense sigarenfabriek legde rond 1960 het loodje, als gevolg van de toegenomen populariteit van de sigaret en het aanzienlijke prijsverschil tussen beide soorten rookwaar. (Intussen is dat verschil in relatieve zin weer zo goed als opgeheven, kan ik als tevreden en matige sigarenroker constateren.)
Voor de directeur-eigenaar van Abonné, Nico van Hussen, was een prima vervangende baan weggelegd: hij werd directeur van het toenmalige dagblad Oost-Brabant, dat door het Bossche Teulingsconcern was overgenomen. Van de Abonné naar de abonnees. De Teulingsen wisten overigens heel goed wat ze deden, want de industrieel Van Hussen, een beminnelijke al wat oudere heer, was een man met een geweldig netwerk in het Eindhovense. Daaraan had ik het bij voorbeeld te danken dat ik, als pas aangenomen redacteurtje van Oost-Brabant, binnen enkele maanden - bij een nog steeds nijpende woningnood - een nieuwbouwflatje kreeg toegewezen in het snelgroeiende stadsdeel Woensel.
Meer dan tevrêe.
Om een bepaalde reden, die ik nader zal specificeren komt die reclame oubollig bij me over. Zoiets als Ik verkies Derk de Vries of Abonné stemt tevrêe, beide allang verdwenen sigarenmerken.
‘Altijd bij de hand’ was ooit het tekstje waarmee Hulstkamp Z.O. Genever (let op die G), haar zeer oude jenever aanprees. Dit zit in mijn geheugen gegrift, want in mijn geboortedorp had je een slijterij die in de jaren vijftig van de vorige eeuw al een lichtreclame op z’n pui had: Wed. Adank en daaronder, in iets kleinere letters: Hulstkamp altijd bij de hand! Nu geviel het (ik blijf met mijn woordgebruik in stijl), dat de naam Hulstkamp uitviel. Men begrijpt het al, dit ging als een lopend vuurtje in het rond en het ontbrak er nog maar aan dat Weduwe Adank begon te knipperen.
Over 'Abonné stemt tevrêe' valt ook nog wel iets op te merken. Zoals gezegd, ging het om een sigaar. Merkwaardige coïncidentie, als we denken aan de krantenlezer. Maar het verhaal wordt nog sterker. De aldus genaamde Eindhovense sigarenfabriek legde rond 1960 het loodje, als gevolg van de toegenomen populariteit van de sigaret en het aanzienlijke prijsverschil tussen beide soorten rookwaar. (Intussen is dat verschil in relatieve zin weer zo goed als opgeheven, kan ik als tevreden en matige sigarenroker constateren.)
Voor de directeur-eigenaar van Abonné, Nico van Hussen, was een prima vervangende baan weggelegd: hij werd directeur van het toenmalige dagblad Oost-Brabant, dat door het Bossche Teulingsconcern was overgenomen. Van de Abonné naar de abonnees. De Teulingsen wisten overigens heel goed wat ze deden, want de industrieel Van Hussen, een beminnelijke al wat oudere heer, was een man met een geweldig netwerk in het Eindhovense. Daaraan had ik het bij voorbeeld te danken dat ik, als pas aangenomen redacteurtje van Oost-Brabant, binnen enkele maanden - bij een nog steeds nijpende woningnood - een nieuwbouwflatje kreeg toegewezen in het snelgroeiende stadsdeel Woensel.
Meer dan tevrêe.
woensdag 15 oktober 2014
Schaterlach uit het graf
Bezoekers van het graf van de Stem van het Volk in Provesano, dienen dezer dagen de oren te spitsen. Horen wij daar een schaterlach? Eindhovense brains weten tenminste, hoe met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de komst van een asielzoekerscentrum (700 bedden) naar het stadsdeel Woensel te verhinderen. En de stad-zelf heeft ook geen enkele moeite, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers ten bedrage van 50.000 euro aan te spreken wegens 'bijkomende kosten'.
Dat zit zo. Een burgercomité heeft van 'juristen' vernomen dat het een goede kans maakt, dat AZC tegen te houden. En om diezelfde (?) juristen straks te betalen voor het kracht bij zetten van zijn bezwaren, doet het een financieel beroep op 'sympathisanten'. Daarvoor is het rekeningnummer van de Eindhovense Lijst Pim Fortuin (LPF) ter beschikking gesteld, wat betekent dat eventuele bijdragen fiscaal aftrekbaar zijn. Mooi meegenomen.
Het gigantische mondiale probleem van de onophoudelijke en steeds verder groeiende stroom vluchtelingen (bijna 22.000 in NL tot 1 september jl.) betekent voor het nog steeds superrijke westen het Uur van de Waarheid, maar blijkbaar zijn hier de brains niet toereikend om dat te bevatten - uitzonderingen daargelaten, zoals het veel kleinere Cranendonck, dat begon met de opvang van 700 mensen en wellicht een verdubbeling van dat aantal tegemoet ziet.
Ik wijd daar niet verder over uit; zie anders vanavond weer de journaals op het reusachtige flatscreen van je smart-tv. Hoe groter de gemeente, des te hoger lopen blijkbaar de bezwaren op: zie ook de protesten van de omwonenden van de voormalige koepelgevangenis in Breda.
Maar het Eindhovense verhaal is hiermee nog niet helemaal verteld. Het gebouw in Woensel, waar de asielzoekers worden verwacht, is bewoond door anti-krakers. Die moeten nu verhuizen naar het al bijna vijf jaar leegstaande gebouw van de Technische Dienst, in dit filmpje van Studio040 getypeerd als 'blok aan het been' van de gemeente. Er zitten al anti-kraak-bewoners in, maar om er nog meer te huisvesten moeten er aanpassingen worden gedaan voor 50.000 euro. Eindhoven vindt dat het COA - lees gerust: de vluchtelingen - daar nu voor moet opdraaien.
Ik had al m'n bedenkingen tegen Eindhoven Brainport, maar nu ik dit allemaal hoor, wil ik er beslist niet bij horen. Al zal dat het Burgercomité een zorg zijn. Dat zorgt immers alleen maar voor zichzelf.
(Gesproken column, Omroep Best, 15.10.2014)
Dat zit zo. Een burgercomité heeft van 'juristen' vernomen dat het een goede kans maakt, dat AZC tegen te houden. En om diezelfde (?) juristen straks te betalen voor het kracht bij zetten van zijn bezwaren, doet het een financieel beroep op 'sympathisanten'. Daarvoor is het rekeningnummer van de Eindhovense Lijst Pim Fortuin (LPF) ter beschikking gesteld, wat betekent dat eventuele bijdragen fiscaal aftrekbaar zijn. Mooi meegenomen.
Het gigantische mondiale probleem van de onophoudelijke en steeds verder groeiende stroom vluchtelingen (bijna 22.000 in NL tot 1 september jl.) betekent voor het nog steeds superrijke westen het Uur van de Waarheid, maar blijkbaar zijn hier de brains niet toereikend om dat te bevatten - uitzonderingen daargelaten, zoals het veel kleinere Cranendonck, dat begon met de opvang van 700 mensen en wellicht een verdubbeling van dat aantal tegemoet ziet.
Ik wijd daar niet verder over uit; zie anders vanavond weer de journaals op het reusachtige flatscreen van je smart-tv. Hoe groter de gemeente, des te hoger lopen blijkbaar de bezwaren op: zie ook de protesten van de omwonenden van de voormalige koepelgevangenis in Breda.
Maar het Eindhovense verhaal is hiermee nog niet helemaal verteld. Het gebouw in Woensel, waar de asielzoekers worden verwacht, is bewoond door anti-krakers. Die moeten nu verhuizen naar het al bijna vijf jaar leegstaande gebouw van de Technische Dienst, in dit filmpje van Studio040 getypeerd als 'blok aan het been' van de gemeente. Er zitten al anti-kraak-bewoners in, maar om er nog meer te huisvesten moeten er aanpassingen worden gedaan voor 50.000 euro. Eindhoven vindt dat het COA - lees gerust: de vluchtelingen - daar nu voor moet opdraaien.
Ik had al m'n bedenkingen tegen Eindhoven Brainport, maar nu ik dit allemaal hoor, wil ik er beslist niet bij horen. Al zal dat het Burgercomité een zorg zijn. Dat zorgt immers alleen maar voor zichzelf.
(Gesproken column, Omroep Best, 15.10.2014)
maandag 13 oktober 2014
Geloof niet alles wat 'de media' ons bericht
Fotomodellen kunnen maar beter niet hun mond open doen, laat staan twitteren.
Ze houden zich bij voorkeur bij het aan- en uittrekken van klederen en het met
gehaakte pasjes voortgaan op de catwalk. Daarbij vooral een pruillip trekken. Dat heeft Kim Feenstra, twitterend
onder het motto 'All over the Universe' (mag het een onsje minder? Nee, want ik
ken ook een mondje latijn: 'Bis vincit,qui se vincit in victoria') ondervonden.
Onder het toeziend oog van - ook niet te missen - De Nieuws BV, Broadcast Magazine, RTL Boulevard, Humberto Tan en 73.000 anderen, schreef ze vanmorgen: "Ebola, toevallige uitbraak of geplande actie? What's going on?"
Reageer je op zoiets? De wet van 'het hangt ervan af wie het zegt' is bij de bizz van ijzer. Dus kwam Feenstra er achter dat het erg moeilijk is op basis van 'wat artikelen' een mening het Universum in te slingeren. Dan moet je, na de nodige kritiek van je volgers, gauw vertellen dat het geen mening is maar 'een stelling'. De toevoeging is al bijna een klassieker: 'Je moet niet alles geloven wat de 'Media' ons bericht.'
Precies, en de tweets van een wandelende etalagepop nog minder.
Onder het toeziend oog van - ook niet te missen - De Nieuws BV, Broadcast Magazine, RTL Boulevard, Humberto Tan en 73.000 anderen, schreef ze vanmorgen: "Ebola, toevallige uitbraak of geplande actie? What's going on?"
Reageer je op zoiets? De wet van 'het hangt ervan af wie het zegt' is bij de bizz van ijzer. Dus kwam Feenstra er achter dat het erg moeilijk is op basis van 'wat artikelen' een mening het Universum in te slingeren. Dan moet je, na de nodige kritiek van je volgers, gauw vertellen dat het geen mening is maar 'een stelling'. De toevoeging is al bijna een klassieker: 'Je moet niet alles geloven wat de 'Media' ons bericht.'
Precies, en de tweets van een wandelende etalagepop nog minder.
vrijdag 10 oktober 2014
Olie en Parma Ham
Best grappig die kop, met bijpassende grafiek in het ED vandaag. Of opzienbarend? Op het eerste gezicht wel: 'DAF levert olie aan Koeweit en Saoedi's.' De tekening, die driekwart van de voorpagina in beslag neemt, mag er ook wezen. Het spoor van de containerschepen door het Suezkanaal en de Middellandse Zee. Het DAF-oliemannetje dat zijn kannetje ledigt boven een Saoedische boortoren.
Maar je moet in dit soort gevallen altijd verder lezen op de binnenpagina, als daartoe de gelegenheid wordt geboden. En wat blijkt nu? DAF verwerkt de al dan niet ruwe olie uit het Midden-Oosten tot een volgens haar 'uniek product' namelijk tot een 15W40 motorolie, 'speciaal voor dieselmotoren met turbo die erg warm worden'.
Einde verhaal? Einde verhaal, want het lijkt als twee druppels water (olie, voor mijn part) op dat van de Nederlandse varkens die tot ergernis van de Partij voor de Dieren als vrachtladingen naar Italië worden getransporteerd, om vervolgens weer naar Nederland te worden vervoerd in de vorm van Parma Ham.
Olie als smeerproduct, ook voor nieuwsmakers.
Maar je moet in dit soort gevallen altijd verder lezen op de binnenpagina, als daartoe de gelegenheid wordt geboden. En wat blijkt nu? DAF verwerkt de al dan niet ruwe olie uit het Midden-Oosten tot een volgens haar 'uniek product' namelijk tot een 15W40 motorolie, 'speciaal voor dieselmotoren met turbo die erg warm worden'.
Einde verhaal? Einde verhaal, want het lijkt als twee druppels water (olie, voor mijn part) op dat van de Nederlandse varkens die tot ergernis van de Partij voor de Dieren als vrachtladingen naar Italië worden getransporteerd, om vervolgens weer naar Nederland te worden vervoerd in de vorm van Parma Ham.
Olie als smeerproduct, ook voor nieuwsmakers.
donderdag 9 oktober 2014
Een beeld zegt alles
Een krant, waaraan ik ooit was verbonden, had in de jaren vijftig een rubriek Foto's liegen niet. Hoe naïef. Toen was immers al bekend dat het sovjetregime er niet voor terugschrok, in ongenade gevallen personen op foto's weg te gummen. Vandaag de dag is photoshoppen in de betekenis van 'manipuleren' een overbekend begrip. Dat manipuleren kan trouwens al beginnen bij de opname. Voorbeeld: Een file, gefotografeerd met een telelens, ziet er heel wat dramatischer uit dan bij gebruik van een standaardlens. Nochtans ga ik nu even uit van integere fotojournalistiek en dan treedt het adagium naar voren: een beeld zegt meer dan welke tekst dan ook. Sommige foto's zijn een uitvoerige analyse waard. De - van origine - fotograaf Hans Aarsman heeft het tot zijn corebusiness gemaakt.
Ik ga nu even Aarsmannetje spelen met een foto die vandaag de voorpagina van het Eindhovens Dagblad siert: burgemeester Ubachs van Laarbeek op weg naar de raadszaal om te verklaren dat hij aanblijft, ondanks dat de gemeenteraad in meerderheid het vertrouwen in hem heeft opgezegd. Geen Gang naar Canossa dus, want dat zou een knieval zijn geweest en veel verder dan de erkenning dat hij fouten heeft gemaakt, wilde Ubachs volgens het verslag niet gaan. Aan de Commissaris van de Koning in Brabant nu de taak, uit te maken of er nog bestuurlijke levenskansen voor deze burgemeester in Laarbeek zijn.
Maar nu de foto van Ton van de Meulenhof in het ED. Wat natuurlijk het eerst opvalt, is de lichaamstaal van Ubachs. Dit is geen zelfbewuste ceo, die zich met forse schreden naar zijn 'Raad van Bestuur' begeeft, in de zekerheid dat hij zegevierend zijn gelijk zal halen. Al heeft hij z'n woordje wel goed voorbereid, met statements als 'Misschien is mijn stijl van besturen niet wat politiek Laarbeek aanspreekt'. (Met andere woorden: het hoeft niet aan mij te liggen.) Ubachs' gang is eerder schoorvoetend. Ik speelde even met het woord 'zombie', maar dat lijkt me wat overdreven. Wat is er verder nog op die foto te zien? Links een brandblusser. Een beetje flauw om daar enige symboliek in te zien. Meer intrigeert mij de glazen vitrine op de voorgrond. Daarin bevinden zich kennelijk attributen die in de geschiedenis van de gemeente of van haar voorgangers (Laarbeek is een fusiegemeente) een rol hebben gespeeld. Zo zie ik een voorzittershamer. En daarachter iets wat op het eerste gezicht een menselijk bot is, maar nader beschouwd wellicht ook een vergaderattribuut is, zij het dat het formaat eerder doet denken aan een voorhamer.
Ik ga er van uit dat de bij de burgemeester in gebruik zijnde voorzittershamer zonder bezwaar door zijn opvolger zal worden gehanteerd. Anders moet er een grotere vitrine komen.
Ik ga nu even Aarsmannetje spelen met een foto die vandaag de voorpagina van het Eindhovens Dagblad siert: burgemeester Ubachs van Laarbeek op weg naar de raadszaal om te verklaren dat hij aanblijft, ondanks dat de gemeenteraad in meerderheid het vertrouwen in hem heeft opgezegd. Geen Gang naar Canossa dus, want dat zou een knieval zijn geweest en veel verder dan de erkenning dat hij fouten heeft gemaakt, wilde Ubachs volgens het verslag niet gaan. Aan de Commissaris van de Koning in Brabant nu de taak, uit te maken of er nog bestuurlijke levenskansen voor deze burgemeester in Laarbeek zijn.
Maar nu de foto van Ton van de Meulenhof in het ED. Wat natuurlijk het eerst opvalt, is de lichaamstaal van Ubachs. Dit is geen zelfbewuste ceo, die zich met forse schreden naar zijn 'Raad van Bestuur' begeeft, in de zekerheid dat hij zegevierend zijn gelijk zal halen. Al heeft hij z'n woordje wel goed voorbereid, met statements als 'Misschien is mijn stijl van besturen niet wat politiek Laarbeek aanspreekt'. (Met andere woorden: het hoeft niet aan mij te liggen.) Ubachs' gang is eerder schoorvoetend. Ik speelde even met het woord 'zombie', maar dat lijkt me wat overdreven. Wat is er verder nog op die foto te zien? Links een brandblusser. Een beetje flauw om daar enige symboliek in te zien. Meer intrigeert mij de glazen vitrine op de voorgrond. Daarin bevinden zich kennelijk attributen die in de geschiedenis van de gemeente of van haar voorgangers (Laarbeek is een fusiegemeente) een rol hebben gespeeld. Zo zie ik een voorzittershamer. En daarachter iets wat op het eerste gezicht een menselijk bot is, maar nader beschouwd wellicht ook een vergaderattribuut is, zij het dat het formaat eerder doet denken aan een voorhamer.
Ik ga er van uit dat de bij de burgemeester in gebruik zijnde voorzittershamer zonder bezwaar door zijn opvolger zal worden gehanteerd. Anders moet er een grotere vitrine komen.
woensdag 8 oktober 2014
Vinexsores
Inbraken komen in Vinexwijken vaker voor dan in traditionele buurten. Dat zeggen de verzekeraars. Ik heb dat bericht vanmorgen al ‘n paar keer voorbij horen komen, eerst op Radio 1 (NPO 1 krijg ik niet uit m’n toetsenbord), waar het heette dat 1. de sociale controle in V-wijken minder is (ja ja, ieder voor zich en god voor ons allen|) en 2. dat daar vooral tweeverdieners wonen, die veel dure spullen zouden hebben.
Wat ze daar in de verklaringen van de verzekeraars over het hoofd zagen pikte de commerciële radiozender BNR wèl als belangrijk op: bewoners van V-wijken, die tweeverdieners dus, zijn vaker niet thuis.
Vervolgens komt de krant. Daarvan lees ik doorgaans alleen nog maar te koppen – nou ja ik zie ze en blader verder. Het stond immers allang op het internet en die radioberichten, die vertellen hoofdzakelijk wat er in de krant staat.
Wat ze daar in de verklaringen van de verzekeraars over het hoofd zagen pikte de commerciële radiozender BNR wèl als belangrijk op: bewoners van V-wijken, die tweeverdieners dus, zijn vaker niet thuis.
Vervolgens komt de krant. Daarvan lees ik doorgaans alleen nog maar te koppen – nou ja ik zie ze en blader verder. Het stond immers allang op het internet en die radioberichten, die vertellen hoofdzakelijk wat er in de krant staat.
dinsdag 7 oktober 2014
De bevrijding die op een andere dag was
Eerst even enigszins vrij Trouw citeren, het dagblad dat immers als verzetskrant begon en zoiets groot op de voorpagina zet:
‘Bevrijdingsdag wordt Dag van de Vrijheid, de Tweede Wereldoorlog staat weer centraal en 5 mei is iedereen vrij, vindt het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Maar dat comité is wel geschrokken van commentaren uit Joodse kring en de Indisch-Nederlandse gemeenschap, waar te horen viel: "de herdenking op de Dam is niet voor ons"'.
Ik heb hierover natuurlijk ook wel een mening, maar geen zin er m’n vingers aan te branden. Kan alleen maar zeggen: wat ‘n typisch Hollands gedoe nou weer en laat Bevrijdingsdag, op welke datum ook, dan maar een echte vrije dag worden voor alle inwoners van Nederland. Als het in de beleving maar niet op Koning Pils-dag lijkt. Wel zou het een mooie kans zijn om een meivakantie aan elkaar te knopen, mits wij ons dat in deze tijd nog kunnen permitteren.
Op welke datum ook? Ja, daar wou ik het wel even over hebben. Want het staat allerminst vast dat de Duitsers op 5 mei 1945 capituleerden met de nodige handtekeningen in Hotel De Wereld in Wageningen. Dat is een zorgvuldig – niet in de laatste plaats door prins Bernhard – overeind gehouden mythe. Wat wil je, de ‘voorbesprekingen’ vonden inderdaad op 5 mei plaats in dat hotel en Bernhard mocht daar bij zijn. Op de beroemde, toen genomen foto, die de laatste tijd weer door de media circuleert, zie je hem met een sigaretje als het ware op het schellinkje zitten. Maar de echte capitulatie vond een dag later, dus op 6 mei, plaats in de aula van de toenmalige Landbouwhogeschool in Wageningen. Daar was Bernhard niet bij. Zodoende.
In wezen was die aparte capitulatie in Nederland ook nog een show, ten faveure van de naar promotie hakende Canadese generaal Foulkes, want de Duitse krijgsmacht in geheel West-Europa gaf zich officieel al op 4 mei op de Lünenburger Heide over aan de geallieerden. Ik herinner me het radiobericht van de BBC hierover nog als de dag van gisteren, want het was ‘s avonds om 8 uur op mijn verjaardag en – tegelijkertijd – die van mijn moeder. Haar verjaardagsvisite ging en masse juichend de straat op en zij bleef alleen achter met de moeizaam bijeen gegaarde taartjes.
Ooit is voor 5 mei gekozen voor het vieren van de nationale bevrijding en het lijkt me absoluut irrelevant daar nu ook nog eens ruzie over te gaan maken.
‘Bevrijdingsdag wordt Dag van de Vrijheid, de Tweede Wereldoorlog staat weer centraal en 5 mei is iedereen vrij, vindt het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Maar dat comité is wel geschrokken van commentaren uit Joodse kring en de Indisch-Nederlandse gemeenschap, waar te horen viel: "de herdenking op de Dam is niet voor ons"'.
Ik heb hierover natuurlijk ook wel een mening, maar geen zin er m’n vingers aan te branden. Kan alleen maar zeggen: wat ‘n typisch Hollands gedoe nou weer en laat Bevrijdingsdag, op welke datum ook, dan maar een echte vrije dag worden voor alle inwoners van Nederland. Als het in de beleving maar niet op Koning Pils-dag lijkt. Wel zou het een mooie kans zijn om een meivakantie aan elkaar te knopen, mits wij ons dat in deze tijd nog kunnen permitteren.
Op welke datum ook? Ja, daar wou ik het wel even over hebben. Want het staat allerminst vast dat de Duitsers op 5 mei 1945 capituleerden met de nodige handtekeningen in Hotel De Wereld in Wageningen. Dat is een zorgvuldig – niet in de laatste plaats door prins Bernhard – overeind gehouden mythe. Wat wil je, de ‘voorbesprekingen’ vonden inderdaad op 5 mei plaats in dat hotel en Bernhard mocht daar bij zijn. Op de beroemde, toen genomen foto, die de laatste tijd weer door de media circuleert, zie je hem met een sigaretje als het ware op het schellinkje zitten. Maar de echte capitulatie vond een dag later, dus op 6 mei, plaats in de aula van de toenmalige Landbouwhogeschool in Wageningen. Daar was Bernhard niet bij. Zodoende.
In wezen was die aparte capitulatie in Nederland ook nog een show, ten faveure van de naar promotie hakende Canadese generaal Foulkes, want de Duitse krijgsmacht in geheel West-Europa gaf zich officieel al op 4 mei op de Lünenburger Heide over aan de geallieerden. Ik herinner me het radiobericht van de BBC hierover nog als de dag van gisteren, want het was ‘s avonds om 8 uur op mijn verjaardag en – tegelijkertijd – die van mijn moeder. Haar verjaardagsvisite ging en masse juichend de straat op en zij bleef alleen achter met de moeizaam bijeen gegaarde taartjes.
Ooit is voor 5 mei gekozen voor het vieren van de nationale bevrijding en het lijkt me absoluut irrelevant daar nu ook nog eens ruzie over te gaan maken.
maandag 6 oktober 2014
Friese snorrebaard
Pieter (is het eigenlijk niet Piter?) Sjoerd Gerbrandy, de oorlogspremier, heeft eindelijk zijn biografie. Van niemand minder dan Cees Fasseur, ook de levensbeschrijver van koningin Wilhelmina. Zijn laatste boek in dit genre, want hij is 75 en wil geen onvoltooid werk achterlaten. Ongetwijfeld was Gerbrandy de enige MP, die het in oorlogstijd in Londen, zonder parlement, zó had kunnen klaren. Ondanks, of liever dankzij z’n gereformeerde rechtlijnigheid en eigengereidheid.
Een eigengereidheid die hem deed botsen met die andere ego: Wilhelmina. Er was overigens uiteindelijk veel onderling respect.
Gerbrandy was trouwens een man, 'waar je best een borrel mee kon drinken', ervoer zijn Britse ambtgenoot Winston Churchille, die hem Sherry Brandy noemde.
De AR-politicus P.S. Gerbrandy (1885-1961) was na de oorlog nog elf jaar lid van de Tweede Kamer, dus nogal wiedes dat ik 'm wel eens tegenkwam, toen ik in Friesland als journalist de boel onveilig maakte (waarover later meer). Altijd leuk. Minder leuk was de wijze waarop de in Holland zetelende eindredactie van de krant waarvoor ik werkte eens een vermeende 'misstap'van het Friese kamerlid op de voorpagina meldde met de kop: Friese snorrebaard zat er naast. Dat kon natuurlijk niet in een Fries dagblad.
In 1956 of daaromtrent kwam Gerbrandy 'n kijkje nemen bij een internationaal schaaktoernooi in het Beursgebouw te Leeuwarden. Gewillig poseerde hij met een Russische schaker voor mijn camera, een Agfa Isolette III, voorzien van een flitsapparaat met losse Philipslampjes. Maar het wilde dat het lampje op het cruciale moment met een harde knal uiteenspatte. Gerbrandy noch de Rus vertrok een spier. En ik werd gearresteerd noch verwijderd.
Dat waren nog eens tijden.
Een eigengereidheid die hem deed botsen met die andere ego: Wilhelmina. Er was overigens uiteindelijk veel onderling respect.
Gerbrandy was trouwens een man, 'waar je best een borrel mee kon drinken', ervoer zijn Britse ambtgenoot Winston Churchille, die hem Sherry Brandy noemde.
De AR-politicus P.S. Gerbrandy (1885-1961) was na de oorlog nog elf jaar lid van de Tweede Kamer, dus nogal wiedes dat ik 'm wel eens tegenkwam, toen ik in Friesland als journalist de boel onveilig maakte (waarover later meer). Altijd leuk. Minder leuk was de wijze waarop de in Holland zetelende eindredactie van de krant waarvoor ik werkte eens een vermeende 'misstap'van het Friese kamerlid op de voorpagina meldde met de kop: Friese snorrebaard zat er naast. Dat kon natuurlijk niet in een Fries dagblad.
In 1956 of daaromtrent kwam Gerbrandy 'n kijkje nemen bij een internationaal schaaktoernooi in het Beursgebouw te Leeuwarden. Gewillig poseerde hij met een Russische schaker voor mijn camera, een Agfa Isolette III, voorzien van een flitsapparaat met losse Philipslampjes. Maar het wilde dat het lampje op het cruciale moment met een harde knal uiteenspatte. Gerbrandy noch de Rus vertrok een spier. En ik werd gearresteerd noch verwijderd.
Dat waren nog eens tijden.
Ordelijk gewriemel in de ochtendspits
Een grijze maandagmorgen. Ochtendspits. Het woon-werkverkeer nadert in rijen de rotonde in de Bestse Ringweg bij het Heerbeeck College van drie kanten, op weg naar de A58. Je kunt het gerust ordelijk gewriemel noemen, al klinkt dat paradoxaal. Jan Kuitenbrouwer twitterde dit weekeinde, dat ‘paradox’ tegenwoordig veel wordt gebruikt voor een echte tegenstelling, terwijl het een schijnbare tegenstelling is. Taalverarming.
Maar met ‘ordelijk gewriemel’ bedoel ik de routineuze handigheid waarmee automobilisten kans zien, de capaciteit van de rotonde zodanig te benutten, dat de doorstroming redelijk is: ze houden zich natuurlijk aan de voorrangsregel, maar weten precies wanneer ze er nog snel even door kunnen glippen.
Zondagmorgen ging de zon om achttien minuten voor acht op boven het Naardermeer, meldde sterrenkundige Govert Schilling in het radioprogramma Vroege Vogels. Nog ‘n week en dan is het rond die tijd donker. Veilig Verkeer Nederland heeft bij deze rotonde alvast een spandoek opgehangen met de vermaning richting fietsers: Licht aan! Ik neem me voor tezijnertijd nog eens ter plekke te gaan kijken, in hoeverre die boodschap tot de leerlingen van ‘t Heerbeeck doordringt. Zo niet, zoals vorige winter, dan is die spandoek even nutteloos als ‘De scholen zijn weer begonnen’ in september.
Fietsers hebben tegenwoordig ook in Best voorrang op rotondes. De scholieren, die er ooit tot in de gemeenteraadsvergadering actie voor voerden, maken daar rücksichtlos gebruik van. Zoals scholieren fietsen. Ouderen houden daarentegen eerder het zekere voor het onzekere. Een man steekt duidelijk zijn arm uit als hij op de rotonde van richting verandert. Toch moet-ie na enkele seconden Kijk uit roepen als hij bijna in botsing komt met drie tegen de draad in fietsende jongens; meisjes giechelen dan, jongens knorren.
In de krant staat een kop: ‘Maatregelen tegen bellende fietsers.’ Dat slaat bij nader inzien niet op de bel van Eddie Christiani (‘Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel’) maar op het fietsend what’s appen door de jongeren. We leven in een interessante tijd, tenminste als je aan de kant staat te kijken.
Maar met ‘ordelijk gewriemel’ bedoel ik de routineuze handigheid waarmee automobilisten kans zien, de capaciteit van de rotonde zodanig te benutten, dat de doorstroming redelijk is: ze houden zich natuurlijk aan de voorrangsregel, maar weten precies wanneer ze er nog snel even door kunnen glippen.
Zondagmorgen ging de zon om achttien minuten voor acht op boven het Naardermeer, meldde sterrenkundige Govert Schilling in het radioprogramma Vroege Vogels. Nog ‘n week en dan is het rond die tijd donker. Veilig Verkeer Nederland heeft bij deze rotonde alvast een spandoek opgehangen met de vermaning richting fietsers: Licht aan! Ik neem me voor tezijnertijd nog eens ter plekke te gaan kijken, in hoeverre die boodschap tot de leerlingen van ‘t Heerbeeck doordringt. Zo niet, zoals vorige winter, dan is die spandoek even nutteloos als ‘De scholen zijn weer begonnen’ in september.
Fietsers hebben tegenwoordig ook in Best voorrang op rotondes. De scholieren, die er ooit tot in de gemeenteraadsvergadering actie voor voerden, maken daar rücksichtlos gebruik van. Zoals scholieren fietsen. Ouderen houden daarentegen eerder het zekere voor het onzekere. Een man steekt duidelijk zijn arm uit als hij op de rotonde van richting verandert. Toch moet-ie na enkele seconden Kijk uit roepen als hij bijna in botsing komt met drie tegen de draad in fietsende jongens; meisjes giechelen dan, jongens knorren.
In de krant staat een kop: ‘Maatregelen tegen bellende fietsers.’ Dat slaat bij nader inzien niet op de bel van Eddie Christiani (‘Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel’) maar op het fietsend what’s appen door de jongeren. We leven in een interessante tijd, tenminste als je aan de kant staat te kijken.
donderdag 25 september 2014
Een zeer professionele robot
Linkedin is een sociaal netwerk als Twitter, maar dan professioneler. Ik denk dat het wel degelijk een rol speelt bij het tot stand brengen van contacten tussen, laat ik zeggen (taalkundig de voorganger van zegmaar) belanghebbenden. Dat kunnen ondernemingen zijn, zzp-ers of gewoon particulieren die iets voorstellen of denken dat ze wat waard zijn. Als blogger ben ik ‘lid’, hoewel ik er de laatste tijd steeds minder mee doe. Berichten of notificaties die ik er plaats worden automatisch doorgegeven aan Twitter en dat is meegenomen. Volg je een persoon of bedrijf op Linkedin, dan kun je verwachten dat je af en toe persoonlijk wordt aangesproken. Althans die suggestie wordt gewekt.
Mogelijk dat het de ijdelheid streelt, men zal wel van mij willen aannemen dat ik er bij in de lach schiet. Neem nou zoiets als de aansporing Guido, blijf op de hoogte en volg Philips. Innovation and you. Veelbetekenende (?) contactpijltjes tussen een wereldconcern (volgens sommigen overigens in staat van ontbinding) en een man die twee keer de leeftijd heeft van ‘onbemiddelbaar’.
Op Linkedin is één van de twee icoontjes aanklikbaar, namelijk het Philipslogo. Toch maar even gekeken wat Philips met mij te schaften heeft (het werkt hoor, meneer Van Houten, het werkt!).
En wat zie ik daar: Marijke Roskam van BNR Nieuwsradio, die enkele dingetjes met en ten faveure van de Firma heeft gedaan. Nu is Marijke Roskam iemand, die dingen zegt als ‘We zagen onze ogen uit,’ dus dan ben ik gauw uitgekeken.
Linkedin is zéér professioneel, maar voorlopig nog op het niveau van een ordinaire robot.
Mogelijk dat het de ijdelheid streelt, men zal wel van mij willen aannemen dat ik er bij in de lach schiet. Neem nou zoiets als de aansporing Guido, blijf op de hoogte en volg Philips. Innovation and you. Veelbetekenende (?) contactpijltjes tussen een wereldconcern (volgens sommigen overigens in staat van ontbinding) en een man die twee keer de leeftijd heeft van ‘onbemiddelbaar’.
Op Linkedin is één van de twee icoontjes aanklikbaar, namelijk het Philipslogo. Toch maar even gekeken wat Philips met mij te schaften heeft (het werkt hoor, meneer Van Houten, het werkt!).
En wat zie ik daar: Marijke Roskam van BNR Nieuwsradio, die enkele dingetjes met en ten faveure van de Firma heeft gedaan. Nu is Marijke Roskam iemand, die dingen zegt als ‘We zagen onze ogen uit,’ dus dan ben ik gauw uitgekeken.
Linkedin is zéér professioneel, maar voorlopig nog op het niveau van een ordinaire robot.
woensdag 24 september 2014
Heeft de gemeente Best nog tanden?
Heeft de gemeente Best nog tanden? Die vraag dringt zich op, bij voorbeeld als je het drama van De Mol 'n beetje volgt.
De Mol is een beeld van Tom Claassen dat in 2009 is geplaatst op het dek van de spoortunnel ter hoogte van de Willem de Zwijgerweg. Of je het nu wilt of niet, je kunt er niet omheen. Het is een gevaarte van bijna zeven meter hoog, dat het 'gegraaf' (van die tunnel) tussen 1998 en 2002, symboliseert. Zijn fysionomie is zodanig, dat je er kleine kinderen mee zou kunnen dreigen, als ooit met de – grim, gram grimmeland – Bietenbouw of Zwarte Piet. De Mol is dan ook in Best niet onomstreden. Ze lijkt blindelings door de gemeente voor de lieve som van 100.000 euro te zijn aangeschaft, op basis van de internationale vermaardheid van de kunstenaar en de hoge kwaliteit van diens werken.
Eigenlijk had ik me voorgenomen, er geen woord meer aan vuil te maken, maar vijf jaar na zijn plaatsing staat De Mol nog steeds in het nieuws. In 2010 bleek namelijk dat ze scheuren vertoonde en sindsdien is er onophoudelijk aan gesleuteld. Ik heb er vergeefs op de website van de gemeente in de besluitenlijsten van B en W naar gezocht, maar ik herinner mij een berichtje dat het college in een bepaald stadium de kunstenaar 'in gebreke' heeft gesteld. Hij moet dus zorgen dat het met zijn beeld piekfijn in orde komt.
Dus? Niet dus. Onlangs stond in het Eindhovens Dagblad een interview met Gerard van Opstal, die per 1 januari als kartrekker van de Bestse cultuur aan de dijk wordt gezet. Een tragedie op zich, vind ik, maar daar kom ik wellicht nog eens op terug. Van Opstal bracht in dat interview De Mol ter sprake en verklaarde: 'De kunstenaar wilde er zoveel mogelijk aan verdienen en daarom werd de constructie in China gemaakt. De gemeente had het geraamte destijds door een deskundige moeten laten inspecteren. Nu is het volgens mij niet meer te repareren en wordt het alleen maar erger.' Tot zover Gerard van Opstal, die in de gang van zaken de reden ziet waarom 'we er niks meer van horen'.
Dat laatste valt nog te bezien, nu het plaatselijke weekblad Groeiend Best weet te melden dat kunstenaar Claassen 'geen geld heeft' om De Mol te repareren. GB citeert wethouder Peet van de Loo (D66). Zij zegt: 'Ik weet dat de kunstenaar in dusdanige financiële positie verkeert dat hij niet in staat is het beeld te repareren. Andere bedrijven zouden het kunnen maar die moeten wel worden betaald.'
Ik bekijk die mededeling over de financiële positie van Claassen met gepast wantrouwen. Wie op de website van de man zijn oeuvre bekijkt en in aanmerking neemt dat, dat je bij hem niet voor een dubbeltje op de eerste rang komt te zitten (zie de prijs van De Mol), zal dat op de reguliere manier willen controleren. Met andere woorden: de reparatie betalen en, zo niet, desnoods een faillissementsaanvraag. Daarvoor hoef je als gedupeerde niet eens tanden te hebben, je dient alleen maar te weten hoe je met ons belastinggeld dient om te gaan.
De Mol is een beeld van Tom Claassen dat in 2009 is geplaatst op het dek van de spoortunnel ter hoogte van de Willem de Zwijgerweg. Of je het nu wilt of niet, je kunt er niet omheen. Het is een gevaarte van bijna zeven meter hoog, dat het 'gegraaf' (van die tunnel) tussen 1998 en 2002, symboliseert. Zijn fysionomie is zodanig, dat je er kleine kinderen mee zou kunnen dreigen, als ooit met de – grim, gram grimmeland – Bietenbouw of Zwarte Piet. De Mol is dan ook in Best niet onomstreden. Ze lijkt blindelings door de gemeente voor de lieve som van 100.000 euro te zijn aangeschaft, op basis van de internationale vermaardheid van de kunstenaar en de hoge kwaliteit van diens werken.
Eigenlijk had ik me voorgenomen, er geen woord meer aan vuil te maken, maar vijf jaar na zijn plaatsing staat De Mol nog steeds in het nieuws. In 2010 bleek namelijk dat ze scheuren vertoonde en sindsdien is er onophoudelijk aan gesleuteld. Ik heb er vergeefs op de website van de gemeente in de besluitenlijsten van B en W naar gezocht, maar ik herinner mij een berichtje dat het college in een bepaald stadium de kunstenaar 'in gebreke' heeft gesteld. Hij moet dus zorgen dat het met zijn beeld piekfijn in orde komt.
Dus? Niet dus. Onlangs stond in het Eindhovens Dagblad een interview met Gerard van Opstal, die per 1 januari als kartrekker van de Bestse cultuur aan de dijk wordt gezet. Een tragedie op zich, vind ik, maar daar kom ik wellicht nog eens op terug. Van Opstal bracht in dat interview De Mol ter sprake en verklaarde: 'De kunstenaar wilde er zoveel mogelijk aan verdienen en daarom werd de constructie in China gemaakt. De gemeente had het geraamte destijds door een deskundige moeten laten inspecteren. Nu is het volgens mij niet meer te repareren en wordt het alleen maar erger.' Tot zover Gerard van Opstal, die in de gang van zaken de reden ziet waarom 'we er niks meer van horen'.
Dat laatste valt nog te bezien, nu het plaatselijke weekblad Groeiend Best weet te melden dat kunstenaar Claassen 'geen geld heeft' om De Mol te repareren. GB citeert wethouder Peet van de Loo (D66). Zij zegt: 'Ik weet dat de kunstenaar in dusdanige financiële positie verkeert dat hij niet in staat is het beeld te repareren. Andere bedrijven zouden het kunnen maar die moeten wel worden betaald.'
Ik bekijk die mededeling over de financiële positie van Claassen met gepast wantrouwen. Wie op de website van de man zijn oeuvre bekijkt en in aanmerking neemt dat, dat je bij hem niet voor een dubbeltje op de eerste rang komt te zitten (zie de prijs van De Mol), zal dat op de reguliere manier willen controleren. Met andere woorden: de reparatie betalen en, zo niet, desnoods een faillissementsaanvraag. Daarvoor hoef je als gedupeerde niet eens tanden te hebben, je dient alleen maar te weten hoe je met ons belastinggeld dient om te gaan.
maandag 15 september 2014
Duitsers
Het zal 1943 zijn geweest. Midden in de oorlog. Een Duitse colonne marcheerde over het marktplein in het dorp waar ik woonde. Ze zongen, zoals Duitsers kunnen zingen: Und wir fahren, und wir fahren, und wir faaaaahren gegen Engeland, Enge...land. Een Feldwebel liep ernaast. Ik kon het niet laten, ik stak, schielijk dat wel, m'n tong uit. De Feldwebel schoot op me af. Wegwezen. Veel meer kon je als negenjarig jongetje niet doen, tegen de gehate vijand. Hoewel, mijn twee jaar jongere broertje durfde pas. Die sloeg op het kruispunt bij Albert Heijn, rats, een richtingbord. van de Duitsers dat naar de Ortskommandantur wees van z'n paaltje. Werd-ie door een soldaat bij z'n oor gepakt en bestraffend toegesproken. Hij moest naar huis gaan, daar een hamer en spijkers halen en het bordje weer bevestigen. Maar toen bewees dat broertje zijn ware heldendom. Hij ging wel naar huis, maar trok daar z'n matrozenpakje aan en wandelde vervolgens, zich onherkenbaar wanend, weer doodleuk naar Albert Heijn. Natuurlijk was die Duitse soldaat in geen velden of wegen meer te bekennen.
Het was vanzelfsprekend dat je de Duitsers haatte. Mijn zus, die de bevallige leeftijd had bereikt, werd in de stadsbus door een officier aangesproken, maar gedroeg zich natuurlijk nuffig en afwijzend tegenover zijn avances. Ze weerstond de reprimande in de geest van Sonst mitkommen, die daarop volgde. Er belde een soldaat aan, omdat het licht van de gang door het bovenlicht van de voordeur scheen. Licht aus! Ze zei: 'Loelen Sie maar raak' en smeet de deur voor zijn neus dicht.
Toch wisten we dat de ene Duitser niet de andere was. Het waren niet allen nazi's. Ook de Wehrmacht is in 1945 in Neurenberg wegens oorlogsmisdaden veroordeeld maar de de fanatici, de echte zware jongens zaten bij de SS en de Gestapo. Vlak ook de indoctrinatietechnieken van Joseph Goebbels, toegepast op onder anderen de Hitlerjugend (Kindsoldaten!) niet uit. In diverse boeken van krijgskundigen over belangrijke fases in WO2 (Normandië, Market Garden) wordt de gang van zaken van twee kanten belicht en daaruit blijkt dat aan beide zijden scheve schaatsen zijn gereden, maar dat ook door de Duitsers in het algemeen de regels van de Conventie van Genève, bij voorbeeld over de behandeling van gewonden en krijgsgevangenen, in acht zijn genomen.
Na de oorlog bleef de anti-sfeer natuurlijk lang hangen, in de geest van 'ik wil mijn fiets terug' en, vergeet niet, de voetballerij. Toen ik als adolescent mijn weerzin tegen de Duitse taal liet blijken, wees mijn romantisch ingestelde vader op Goethe en op des Försters Töchterlein met haar lange vlechten. Toch ontvingen wij als verkenners (tegenwoordig scouts) rond 1950 Duitse leeftijdgenoten, even onnozel als wijzelf. Maar zes jaar later vond ik het nog steeds gek als mensen een busreisje naar Altenahr maakte. Totdat we niet lang daarna zelf ook eens in Duitsland gingen kijken en aardige contacten hadden met Duitsers, van wie het zonneklaar was dat ze niet anders dan 'schoon' konden zijn. Althans zo ervoer je dat.
En nu? Ik ben een bewonderaar van Angela Merkel en haar Tweede Wirtschaftswunder. Want Duitsland doet het toch maar opvallend goed in het Europa van 2014 en tijdens recente reisjes naar Berlijn en, ja ja, naar de Moezel, heb ik de Duitsers ervaren als evenwichtig, gastvrij volk dat in verste verte niet lijkt op de arrogante schreeuwers van de kritieke jaren in de vorige eeuw. Ze hebben hun verleden verwerkt.
Bij de bevrijdingsherdenkingen in Brabant hebben zich nu weer strubbelingen voorgedaan rond 'de aanwezigheid' van Duitsers, al waren het maar acteurs in Duitse uniformen. Onder anderen kleine groeperingen anti-fascisten, is het gelukt die vieringen te frustreren.
Het lijkt erop dat we opnieuw bevrijd moeten worden. Maar nu van achterlijke betweters die van vrijheid geen enkel benul hebben.
Het was vanzelfsprekend dat je de Duitsers haatte. Mijn zus, die de bevallige leeftijd had bereikt, werd in de stadsbus door een officier aangesproken, maar gedroeg zich natuurlijk nuffig en afwijzend tegenover zijn avances. Ze weerstond de reprimande in de geest van Sonst mitkommen, die daarop volgde. Er belde een soldaat aan, omdat het licht van de gang door het bovenlicht van de voordeur scheen. Licht aus! Ze zei: 'Loelen Sie maar raak' en smeet de deur voor zijn neus dicht.
Toch wisten we dat de ene Duitser niet de andere was. Het waren niet allen nazi's. Ook de Wehrmacht is in 1945 in Neurenberg wegens oorlogsmisdaden veroordeeld maar de de fanatici, de echte zware jongens zaten bij de SS en de Gestapo. Vlak ook de indoctrinatietechnieken van Joseph Goebbels, toegepast op onder anderen de Hitlerjugend (Kindsoldaten!) niet uit. In diverse boeken van krijgskundigen over belangrijke fases in WO2 (Normandië, Market Garden) wordt de gang van zaken van twee kanten belicht en daaruit blijkt dat aan beide zijden scheve schaatsen zijn gereden, maar dat ook door de Duitsers in het algemeen de regels van de Conventie van Genève, bij voorbeeld over de behandeling van gewonden en krijgsgevangenen, in acht zijn genomen.
Na de oorlog bleef de anti-sfeer natuurlijk lang hangen, in de geest van 'ik wil mijn fiets terug' en, vergeet niet, de voetballerij. Toen ik als adolescent mijn weerzin tegen de Duitse taal liet blijken, wees mijn romantisch ingestelde vader op Goethe en op des Försters Töchterlein met haar lange vlechten. Toch ontvingen wij als verkenners (tegenwoordig scouts) rond 1950 Duitse leeftijdgenoten, even onnozel als wijzelf. Maar zes jaar later vond ik het nog steeds gek als mensen een busreisje naar Altenahr maakte. Totdat we niet lang daarna zelf ook eens in Duitsland gingen kijken en aardige contacten hadden met Duitsers, van wie het zonneklaar was dat ze niet anders dan 'schoon' konden zijn. Althans zo ervoer je dat.
En nu? Ik ben een bewonderaar van Angela Merkel en haar Tweede Wirtschaftswunder. Want Duitsland doet het toch maar opvallend goed in het Europa van 2014 en tijdens recente reisjes naar Berlijn en, ja ja, naar de Moezel, heb ik de Duitsers ervaren als evenwichtig, gastvrij volk dat in verste verte niet lijkt op de arrogante schreeuwers van de kritieke jaren in de vorige eeuw. Ze hebben hun verleden verwerkt.
Bij de bevrijdingsherdenkingen in Brabant hebben zich nu weer strubbelingen voorgedaan rond 'de aanwezigheid' van Duitsers, al waren het maar acteurs in Duitse uniformen. Onder anderen kleine groeperingen anti-fascisten, is het gelukt die vieringen te frustreren.
Het lijkt erop dat we opnieuw bevrijd moeten worden. Maar nu van achterlijke betweters die van vrijheid geen enkel benul hebben.
donderdag 11 september 2014
Bellen
Volgens actievoerder Marga Bult 'kun je in deze moderne tijd niet verlangen dat mensen via een vaste lijn bellen'. Dit naar aanleiding van het tumult rond de onbereikbaarheid van 112 met mobieltjes in de grensstreek.
't Is maar wat je modern noemt. Eerst maar eens die mobiele telefoon. De onbereikbaarheid van 112 is niet het enige euvel waaraan die dingen lijden. Ze mogen dan mateloos populair zijn, wil je er echt iets aan hebben dan moet je ermee het internet op kunnen, al is het alleen maar voor WhatsApp. Als telefoon zijn ze bras. Hoe vaak heb ik iemand al niet gevraagd, even opnieuw te bellen omdat de verbinding niet deugt en hij daardoor niet is te verstaan. Hoe vaak heb ik een radiopresentator al niet zuchtend horen vaststellen dat het contact met de geïnterviewde is 'weggevalllen': we proberen het straks opnieuw. Volgend onderwerp. Hou nu maar eens vol dat de mobiele telefoon een 'vrucht van de moderne tijd' is.
Weet je wat wèl modern is? Een combi-abonnement bij een internetprovider: internet, tv, radio én vaste telefoon in één. Ik betaal tegenwoordig maandelijks evenveel voor zo'n abonnement als vroeger voor de koperdraad-telefoonaansluiting van KPN. En bel ook nog eens in het binnenland 'gratis' zoveel en zo lang als ik wil. Nou jij.
Ga maar fijn extra steunzenders installeren in Twentse en Zeeuws-Vlaamse kerktorens. De garantie dat het dan feilloos werkt, zoals de vaste telefoon, krijg je nooit voordat de tijd echt modern is geworden.
't Is maar wat je modern noemt. Eerst maar eens die mobiele telefoon. De onbereikbaarheid van 112 is niet het enige euvel waaraan die dingen lijden. Ze mogen dan mateloos populair zijn, wil je er echt iets aan hebben dan moet je ermee het internet op kunnen, al is het alleen maar voor WhatsApp. Als telefoon zijn ze bras. Hoe vaak heb ik iemand al niet gevraagd, even opnieuw te bellen omdat de verbinding niet deugt en hij daardoor niet is te verstaan. Hoe vaak heb ik een radiopresentator al niet zuchtend horen vaststellen dat het contact met de geïnterviewde is 'weggevalllen': we proberen het straks opnieuw. Volgend onderwerp. Hou nu maar eens vol dat de mobiele telefoon een 'vrucht van de moderne tijd' is.
Weet je wat wèl modern is? Een combi-abonnement bij een internetprovider: internet, tv, radio én vaste telefoon in één. Ik betaal tegenwoordig maandelijks evenveel voor zo'n abonnement als vroeger voor de koperdraad-telefoonaansluiting van KPN. En bel ook nog eens in het binnenland 'gratis' zoveel en zo lang als ik wil. Nou jij.
Ga maar fijn extra steunzenders installeren in Twentse en Zeeuws-Vlaamse kerktorens. De garantie dat het dan feilloos werkt, zoals de vaste telefoon, krijg je nooit voordat de tijd echt modern is geworden.
donderdag 4 september 2014
Stofzuiger en luiwagen
Europa heeft weer eens ingegrepen in ons dagelijks leven. Wie mocht denken dat Frans Timmermans daar, met de hem toegedachte spectaculaire macht op dat niveau iets aan kan veranderen, wordt straks alleen maar bevestigd in zijn overschatting van die macht.
Je wilt natuurlijk weten waar het over gaat. De stofzuiger. Die mag, behalve stof, niet meer stroom vreten dan 1600 watt; vanaf 2017 wordt de limiet zelfs 900 watt. Krijg je straks met zo'n slappe zuiger de kattenharen nog wel uit het tapijt, zo klonk een vraag op het internet. Zover zijn we gevorderd met onze welvaart.
Het laatste stofzuigerverbod dateert van 1944 of zoiets, toen een stad als Breda op de stroom moest teren van de Suikerfabriek ter plaatse. Stofzuigers zijn altijd stroomvreters geweest, da's waar.
Alternatieven bij de vleet. Goed om te weten voor een dorpje als het Belgische Ravels, onder Tilburg, dat naar verluidt het eerst zal worden afgekoppeld, als de resterende kerncentrales het in België niet meer aan kunnen.
Allereerst kun je natuurlijk denken aan veger en blik. Voor het reinigen van het karpet werden vroeger ook wel theeblaren gebruikt; niet meer aan denken, je kunt daarvoor toch geen gebruikte theezakjes gaan sparen.
Waar ik wel direct aan dacht, was de luiwagen. Ik heb op het web nergens de bevestiging kunnen vinden dat dit apparaat iets met luiheid te maken heeft. Noch vond ik een afbeelding van de wagen, jazeker, waarmee ooit thuis de vloer van rommel werd ontdaan. Een plat ding met een steel dat, net als een stofzuiger, over het tapijt heen en weer werd gerold, waarbij de wielen tevens een ronde borstel in beweging brachten die het stof als het ware naar binnen slingerde. Stroomloos. Als het nu op de markt zou verschijnen, zou je onmiddellijk geloven dat iemand een grootse het milieu sparende uitvinding had gedaan.
Eens kijken, wat onze stofzuiger, die ik regelmatig hanteer, wanneer ik wordt uitgenodigd, liefst bij afwezigheid van Levensmaatje (wekelijks zangkoortje bij voorbeeld) dat te doen: 1800 à 2300 watt, afhankelijk van de stand.
Dat wordt luiwammesen.
Je wilt natuurlijk weten waar het over gaat. De stofzuiger. Die mag, behalve stof, niet meer stroom vreten dan 1600 watt; vanaf 2017 wordt de limiet zelfs 900 watt. Krijg je straks met zo'n slappe zuiger de kattenharen nog wel uit het tapijt, zo klonk een vraag op het internet. Zover zijn we gevorderd met onze welvaart.
Het laatste stofzuigerverbod dateert van 1944 of zoiets, toen een stad als Breda op de stroom moest teren van de Suikerfabriek ter plaatse. Stofzuigers zijn altijd stroomvreters geweest, da's waar.
Alternatieven bij de vleet. Goed om te weten voor een dorpje als het Belgische Ravels, onder Tilburg, dat naar verluidt het eerst zal worden afgekoppeld, als de resterende kerncentrales het in België niet meer aan kunnen.
Allereerst kun je natuurlijk denken aan veger en blik. Voor het reinigen van het karpet werden vroeger ook wel theeblaren gebruikt; niet meer aan denken, je kunt daarvoor toch geen gebruikte theezakjes gaan sparen.
Waar ik wel direct aan dacht, was de luiwagen. Ik heb op het web nergens de bevestiging kunnen vinden dat dit apparaat iets met luiheid te maken heeft. Noch vond ik een afbeelding van de wagen, jazeker, waarmee ooit thuis de vloer van rommel werd ontdaan. Een plat ding met een steel dat, net als een stofzuiger, over het tapijt heen en weer werd gerold, waarbij de wielen tevens een ronde borstel in beweging brachten die het stof als het ware naar binnen slingerde. Stroomloos. Als het nu op de markt zou verschijnen, zou je onmiddellijk geloven dat iemand een grootse het milieu sparende uitvinding had gedaan.
Eens kijken, wat onze stofzuiger, die ik regelmatig hanteer, wanneer ik wordt uitgenodigd, liefst bij afwezigheid van Levensmaatje (wekelijks zangkoortje bij voorbeeld) dat te doen: 1800 à 2300 watt, afhankelijk van de stand.
Dat wordt luiwammesen.
Breda en Tilburg
Rivaliteit tussen Noord-Brabantse steden (Noord-Brabant presenteert zich dezer dagen in Brussel als Brabant en dat is daar een grote fout) is van alle tijden. Of dat verstandig is, laat ik nu maar even in het midden, behoudens de opmerking dat je als geheel meer bereikt met het erkennen van elkaars specialiteiten. Ik weet niet of het nu nog geldt maar in mijn tijd was Tilburg zoiets als het Utrecht van Noord-Brabant. In het midden van de provincie gelegen, was (is?) het de geëigende plaats voor provinciaal georiënteerde organisaties om te vergaderen. Tilburg was ook heel lang de onderwijsstad bij uitstek, maar nu houd ik daar over op.
Zelf een geboren Ginnekenees zijnde (afkomstig dus uit een dorp dat sinds 1943 noodgedwongen een wijk van Breda is) kan ik niet ontkennen dat mijn hart uitgaat naar deze stad. Ik ben er al zestig jaar weg, maar volg er de gang van zaken op de voet, daartoe de laatste jaren beter dan ooit in staat gesteld door het internet.
De veranderingen. Ach, breek me de bek niet open. De haven van Breda die in de jaren zestig van de vorige eeuw wordt leeggepompt, waarna er een parkeergarage voor in de plaats komt; die in deze eeuw weer wordt opengegraven en gevuld met vers water van de Mark, de afbraak van de Sint-Barbarakathedraal aan diezelfde haven met verplaatsing van de bisschopsstoel naar de nederige Antoniuskerk (waar mijn vader trouwens nog misdienaar was). De vervanging van het station uit de negentiende eeuw, om vergelijkbare nederigheid wel getypeerd als gebouw in barakstijl door een raar verschijnsel met rare betonnen panelen langs de sporen, dat nu op zijn beurt weer een mega-metamorfose ondergaat, die mede te danken is aan een zijtak van de HSL Amsterdam-Brussel, het gaat maar door en zo hoort het. De ranke toren van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk blijft toch wel als een machtig icoon overeind. Wijlen Bredanaar Bert Voeten wijdde er een gedicht aan: 'Weerzien met Breda'. De stad heeft een activiteitenstichting, genaamd Breda Nu. Ooit werd onder die naam een zomerfestival georganiseerd. Omdat 'nu' in het Frans 'naakt' betekent, riepen de Antwerpenaren (Sinjoren): 'Daar gaan we naar toe,' waarop de feestnaam, ijlings werd veranderd in 'Nu Breda.' Het Frans heeft inmiddels afgedaan en de moraal ook.
Voor ik, uit een oogpunt van gelijkberechtiging, weer over Tilburg begin, toch nog heel even Ginneken. Het is toch een aparte gemeenschap met een eigen karakter gebleven. De Bredanaar komt er nog steeds graag voor de kermis of de braderie, of voor een pilsje op de terrassen van de Ginnekenmarkt. Twee dingen zijn mij de laatste tijd opgevallen: iemand opent een restaurant in de buurt van de Zandberglaan en BN-DeStem neemt voetstoots van hem aan, dat ' Het Ginneken weer een etablissement rijker' is. Ten eerste: de Zandberglaan ligt aan de Bredase kant van de voormalige gemeentegrens. Ooit gebeurde het dat je door een Bredase politieagent wegens fietsen zonder achterlicht werd achtervolgd en dan bij het Oranjeplein, op Ginnekens grondgebied kon staan lachen. De opgestoken middelvinger bestond toen nog niet. Verkoopt een restaurant in Ginneken beter dan in Breda? Ten tweede: Het (of 't) Ginneken was tot voor kort pure spreektaal. Vraag van vrouw bij bushalte in Breda: 'Gaat deez naar 't Ginneken'. Maar in geschreven taal is het nog steeds 'Ginneken = Ginneken' (de naam van een vereniging die het werk van de dorpsraad voortzet). Zonder lidwoord dus.
Even ex-Tilburger Ivo de Wijs citeren: 'Dan hebben we nog een viaduct, ge stoot oewen kop as ge nie bukt.' Fraai staaltje van zelfspot, toch?
Vanuit Breda ging je tot in de jaren vijftig naar Tilburg, omdat ze daar een C&A hadden. Breda had wel een Hollenkamp en een Jan van de Ven, maar die verkochten alleen maar Heeren- en Jongenskleeding.
In de stoomtrein naar Tilburg zaten we dan op twee dingen te wachten: een viaduct, inderdaad, dat we 'tunnel' noemden en op de olifanten in de dierentuin in het bos waar nu de gebouwen van Tilburg University zijn te vinden. Tilburg heeft ook een opgeknapte haven en wat er verder allemaal in de loop van decennia gebeurd is, hebben ze te danken aan de burgemeesters Cees Becht (alias Cees de Sloper) en – in iets mindere mate – Gerrit Brokx. Laat ik het zo zeggen: de stad, die oorspronkelijk bestond uit 'n aantal herdgangen, is er daardoor niet op achteruit gegaan. En de Heuvel is, ondanks het kappen van de eeuwenoude linde, verdomd gezellig. Ik kijk elke dag even op TilburgDailyPhoto van Peter van den Besselaar, waaruit diens onuitsprekelijke liefde is af te leiden voor zijn stad. En o ja, Tilburg had tot halverwege de vorige eeuw een 'best wel aardig' klassiek station. Toch kreeg het een nieuw, dat volgens de inwoners onmiddellijk werd gekaraktiseerd met kroepoekdak. Een npo-radiopresentator toonde zich daarover onlangs – echt waar – verbaasd, immers 'er waren toen toch nog geen chinese restaurants?'
Twee Brabantse dagbladen, allebei Wegener en allebei tegenwoordig gedrukt op een bedrijventerrein in Best, BN-DeStem en het Brabants Dagblad, editie Tilburg, hebben hun lezers gevraagd, hun mening te geven over respectievelijk Tilburg en Breda. Steeds vaker worden de kranten door de lezers gevuld. Zou in dit geval best leuk kunnen worden. Of de Bossche editie van BD en het Eindhovens Dagblad dit idee zullen overnemen, staat nog te bezien. Als het aan Brainport Eindhoven ligt, bestaat Den Bosch helemaal niet.
Zelf een geboren Ginnekenees zijnde (afkomstig dus uit een dorp dat sinds 1943 noodgedwongen een wijk van Breda is) kan ik niet ontkennen dat mijn hart uitgaat naar deze stad. Ik ben er al zestig jaar weg, maar volg er de gang van zaken op de voet, daartoe de laatste jaren beter dan ooit in staat gesteld door het internet.
De veranderingen. Ach, breek me de bek niet open. De haven van Breda die in de jaren zestig van de vorige eeuw wordt leeggepompt, waarna er een parkeergarage voor in de plaats komt; die in deze eeuw weer wordt opengegraven en gevuld met vers water van de Mark, de afbraak van de Sint-Barbarakathedraal aan diezelfde haven met verplaatsing van de bisschopsstoel naar de nederige Antoniuskerk (waar mijn vader trouwens nog misdienaar was). De vervanging van het station uit de negentiende eeuw, om vergelijkbare nederigheid wel getypeerd als gebouw in barakstijl door een raar verschijnsel met rare betonnen panelen langs de sporen, dat nu op zijn beurt weer een mega-metamorfose ondergaat, die mede te danken is aan een zijtak van de HSL Amsterdam-Brussel, het gaat maar door en zo hoort het. De ranke toren van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk blijft toch wel als een machtig icoon overeind. Wijlen Bredanaar Bert Voeten wijdde er een gedicht aan: 'Weerzien met Breda'. De stad heeft een activiteitenstichting, genaamd Breda Nu. Ooit werd onder die naam een zomerfestival georganiseerd. Omdat 'nu' in het Frans 'naakt' betekent, riepen de Antwerpenaren (Sinjoren): 'Daar gaan we naar toe,' waarop de feestnaam, ijlings werd veranderd in 'Nu Breda.' Het Frans heeft inmiddels afgedaan en de moraal ook.
Voor ik, uit een oogpunt van gelijkberechtiging, weer over Tilburg begin, toch nog heel even Ginneken. Het is toch een aparte gemeenschap met een eigen karakter gebleven. De Bredanaar komt er nog steeds graag voor de kermis of de braderie, of voor een pilsje op de terrassen van de Ginnekenmarkt. Twee dingen zijn mij de laatste tijd opgevallen: iemand opent een restaurant in de buurt van de Zandberglaan en BN-DeStem neemt voetstoots van hem aan, dat ' Het Ginneken weer een etablissement rijker' is. Ten eerste: de Zandberglaan ligt aan de Bredase kant van de voormalige gemeentegrens. Ooit gebeurde het dat je door een Bredase politieagent wegens fietsen zonder achterlicht werd achtervolgd en dan bij het Oranjeplein, op Ginnekens grondgebied kon staan lachen. De opgestoken middelvinger bestond toen nog niet. Verkoopt een restaurant in Ginneken beter dan in Breda? Ten tweede: Het (of 't) Ginneken was tot voor kort pure spreektaal. Vraag van vrouw bij bushalte in Breda: 'Gaat deez naar 't Ginneken'. Maar in geschreven taal is het nog steeds 'Ginneken = Ginneken' (de naam van een vereniging die het werk van de dorpsraad voortzet). Zonder lidwoord dus.
Even ex-Tilburger Ivo de Wijs citeren: 'Dan hebben we nog een viaduct, ge stoot oewen kop as ge nie bukt.' Fraai staaltje van zelfspot, toch?
Vanuit Breda ging je tot in de jaren vijftig naar Tilburg, omdat ze daar een C&A hadden. Breda had wel een Hollenkamp en een Jan van de Ven, maar die verkochten alleen maar Heeren- en Jongenskleeding.
In de stoomtrein naar Tilburg zaten we dan op twee dingen te wachten: een viaduct, inderdaad, dat we 'tunnel' noemden en op de olifanten in de dierentuin in het bos waar nu de gebouwen van Tilburg University zijn te vinden. Tilburg heeft ook een opgeknapte haven en wat er verder allemaal in de loop van decennia gebeurd is, hebben ze te danken aan de burgemeesters Cees Becht (alias Cees de Sloper) en – in iets mindere mate – Gerrit Brokx. Laat ik het zo zeggen: de stad, die oorspronkelijk bestond uit 'n aantal herdgangen, is er daardoor niet op achteruit gegaan. En de Heuvel is, ondanks het kappen van de eeuwenoude linde, verdomd gezellig. Ik kijk elke dag even op TilburgDailyPhoto van Peter van den Besselaar, waaruit diens onuitsprekelijke liefde is af te leiden voor zijn stad. En o ja, Tilburg had tot halverwege de vorige eeuw een 'best wel aardig' klassiek station. Toch kreeg het een nieuw, dat volgens de inwoners onmiddellijk werd gekaraktiseerd met kroepoekdak. Een npo-radiopresentator toonde zich daarover onlangs – echt waar – verbaasd, immers 'er waren toen toch nog geen chinese restaurants?'
Twee Brabantse dagbladen, allebei Wegener en allebei tegenwoordig gedrukt op een bedrijventerrein in Best, BN-DeStem en het Brabants Dagblad, editie Tilburg, hebben hun lezers gevraagd, hun mening te geven over respectievelijk Tilburg en Breda. Steeds vaker worden de kranten door de lezers gevuld. Zou in dit geval best leuk kunnen worden. Of de Bossche editie van BD en het Eindhovens Dagblad dit idee zullen overnemen, staat nog te bezien. Als het aan Brainport Eindhoven ligt, bestaat Den Bosch helemaal niet.
woensdag 3 september 2014
Tijd voor het ultieme integriteitsdebat
Wie de discussie over de teveel aan Bestse wethouders betaalde onkostenvergoedingen volgt, zal zich er over verbazen dat die zich geheel voltrekt via de media. De verslaggever van het ED, die het geval vorige week aan het licht bracht, verbaasde er zich maandagavond in een tweet over dat de kwestie in de raadsvergadering niet leek te bestaan. Het is tijd voor het ultieme integriteitsdebat. Ik heb nog even overwogen, op de tweet te reageren met de vraag: wel eens gehoord van politiek opportunisme? Want, ja, er zijn weinig groeperingen in de Bestse raad die in deze geen boter op het hoofd hebben. Ze hebben meegedaan aan de achterkamertjespolitiek die sinds mei van dit jaar in dit kader is bedreven. De verontwaardiging van CDA-er Paul Gondrie over wat hij – alweer op Twitter – 'een lek' noemt is dan ook op z'n zachtst gezegd onterecht.
Over opportunisme gesproken, soms kan die ook begrijpelijk zijn. Ik bedoel maar, vind tegenwoordig maar eens een goede wethouder; iemand die een aardige baan, geheel of gedeeltelijk laat schieten om zich voor een periode van vier jaren aan deze moeilijke, zeker niet overbetaalde functie te wijden, met de vraag of continuering daarna wel zeker is. De cijfers over voortijdig terugtredende wethouders in dit land liegen er niet om. Ook de beëindiging van een wethouderschap kost de gemeenten geld, wachtgeld.
Het zittende college van B en W zou zich bij de besluitvorming in deze zaak enigszins hebben laten leiden door een mededeling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) – in samenspraak met het Ministerie van Binnenlandse Zaken – dat terugbetaling 'geen optie' is. Dus zou terugbetaling van de helft volgens burgemeester Van Aert 'netjes' zijn. De VNG deed haar uitspraak, mede naar aanleiding van een soortgelijk geval elders in het land. Maar wat ik node miste was de toelichting: Hoezo, geen optie?
De raad moet, dunkt mij, met de billen bloot. Een halfslachtige oplossing als nu bedacht, is onverteerbaar. Het lid Jo van den Bogaard constateert tegenover de krant terecht: 'Dit kan je niet uitleggen aan de inwoners van Best.' Het woord is aan de fracties die dat wel denken te kunnen.
Over opportunisme gesproken, soms kan die ook begrijpelijk zijn. Ik bedoel maar, vind tegenwoordig maar eens een goede wethouder; iemand die een aardige baan, geheel of gedeeltelijk laat schieten om zich voor een periode van vier jaren aan deze moeilijke, zeker niet overbetaalde functie te wijden, met de vraag of continuering daarna wel zeker is. De cijfers over voortijdig terugtredende wethouders in dit land liegen er niet om. Ook de beëindiging van een wethouderschap kost de gemeenten geld, wachtgeld.
Het zittende college van B en W zou zich bij de besluitvorming in deze zaak enigszins hebben laten leiden door een mededeling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) – in samenspraak met het Ministerie van Binnenlandse Zaken – dat terugbetaling 'geen optie' is. Dus zou terugbetaling van de helft volgens burgemeester Van Aert 'netjes' zijn. De VNG deed haar uitspraak, mede naar aanleiding van een soortgelijk geval elders in het land. Maar wat ik node miste was de toelichting: Hoezo, geen optie?
De raad moet, dunkt mij, met de billen bloot. Een halfslachtige oplossing als nu bedacht, is onverteerbaar. Het lid Jo van den Bogaard constateert tegenover de krant terecht: 'Dit kan je niet uitleggen aan de inwoners van Best.' Het woord is aan de fracties die dat wel denken te kunnen.
dinsdag 2 september 2014
Pauw en Tan onvergelijkbaar
'Warm' zou zijn nieuwe talkshow worden, zei Jeroen Pauw niet eens maar meermalen, toen hem werd gevraagd, hoe het zou zijn zonder Witteman. Dus was het na zijn herdebuut gisteravond weer driftig meten van de kijkcijfers en natuurlijk die vergelijken met de animo voor Humberto Tan's RTL Late Night. De winnaar stond bij voorbaat vast: Tan. De getallen haal je maar van elders, want eigenlijk is vergelijking onzin en gelukkig zijn kijkcijfers, althans bij de NPO, niet allesbepalend.
Warm, warmer warmst. Appels en peren. De programma's duren beide een uur; ze worden op hetzelfde tijdstip uitgezonden en er zijn gasten. Maar warm of niet, Pauw ademt toch, als voorheen P&W, iets meer 'het officiële', legt het accent op het serieuze werk. Je kunt zelfs zeggen dat het nauwelijks streeft naar populariteit. En dat heeft er niet alleen mee te maken, dat onder de gasten – althans gisteravond – de autoriteiten de boventoon voerden. Defensie-minister Jeanine Hennis kreeg nota bene meer dan een derde van de tijd, volgens mij een vergissing. De warmte moest komen van een optreden van Ilja Leonard Pfeiffer, die met de opdracht het poëziecadeau 2015 te maken (primeur!), een compleet gedicht mocht voordragen. En, o ja, Pauw gooide er ook een cabaretier tegenaan. Of de duvel ermee speelde, maar daarover straks. De man toonde zich een bewonderaar van de simpele gedichtjes van Toon Hermans. Helemaal fout, volgens Pfeiffer. Ook voelde Pauw burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag, aan de tand. Kreeg die de kans, zich te wreken op degenen die over hem in de affaire Schilderswijk, onder meer op Twitter 'de grootst mogelijke onzin' hebben uitgekraamd.
Maar Tan had André van Duin. Nee, niet de lolbroek, maar de gouden jubilaris die met open mond zat te luisteren en te kijken naar zijn opvolger, cabaretier Jochem Myjer. En zijn primeur mocht er helemaal wezen: de tweede Grote Natuurfilm die er aan komt en waarvoor Tan de speciaal hiervoor gebouwde, 15 meter hoge toren in de Biesbosch beklom: ter observatie van de ook daar steeds meer voor komende zeearend. Tussendoor confronteert een internetfreak ons met allerlei trivia's, inclusief de internationale rel over de gekraakte naaktfoto's van Amerikaanse celebrities. En dan was er – heel serieus – mr. Peter Plasman, advocaat van de Nederlandse Bonnie, die vandaag voor de rechter zou verschijnen. Plasman kreeg ook uitgebreid de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de aanpak van het jihadisme te formuleren.
Kortom, boks daar maar eens tegen op, meegenomen dat Humberto Tan toch ook een zekere warmte-uitstraling niet kan worden ontzegd. Daartegenover behoudt Jeroen Pauw zijn vileine trekjes. 't Is maar waar je van houdt.
Warm, warmer warmst. Appels en peren. De programma's duren beide een uur; ze worden op hetzelfde tijdstip uitgezonden en er zijn gasten. Maar warm of niet, Pauw ademt toch, als voorheen P&W, iets meer 'het officiële', legt het accent op het serieuze werk. Je kunt zelfs zeggen dat het nauwelijks streeft naar populariteit. En dat heeft er niet alleen mee te maken, dat onder de gasten – althans gisteravond – de autoriteiten de boventoon voerden. Defensie-minister Jeanine Hennis kreeg nota bene meer dan een derde van de tijd, volgens mij een vergissing. De warmte moest komen van een optreden van Ilja Leonard Pfeiffer, die met de opdracht het poëziecadeau 2015 te maken (primeur!), een compleet gedicht mocht voordragen. En, o ja, Pauw gooide er ook een cabaretier tegenaan. Of de duvel ermee speelde, maar daarover straks. De man toonde zich een bewonderaar van de simpele gedichtjes van Toon Hermans. Helemaal fout, volgens Pfeiffer. Ook voelde Pauw burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag, aan de tand. Kreeg die de kans, zich te wreken op degenen die over hem in de affaire Schilderswijk, onder meer op Twitter 'de grootst mogelijke onzin' hebben uitgekraamd.
Maar Tan had André van Duin. Nee, niet de lolbroek, maar de gouden jubilaris die met open mond zat te luisteren en te kijken naar zijn opvolger, cabaretier Jochem Myjer. En zijn primeur mocht er helemaal wezen: de tweede Grote Natuurfilm die er aan komt en waarvoor Tan de speciaal hiervoor gebouwde, 15 meter hoge toren in de Biesbosch beklom: ter observatie van de ook daar steeds meer voor komende zeearend. Tussendoor confronteert een internetfreak ons met allerlei trivia's, inclusief de internationale rel over de gekraakte naaktfoto's van Amerikaanse celebrities. En dan was er – heel serieus – mr. Peter Plasman, advocaat van de Nederlandse Bonnie, die vandaag voor de rechter zou verschijnen. Plasman kreeg ook uitgebreid de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de aanpak van het jihadisme te formuleren.
Kortom, boks daar maar eens tegen op, meegenomen dat Humberto Tan toch ook een zekere warmte-uitstraling niet kan worden ontzegd. Daartegenover behoudt Jeroen Pauw zijn vileine trekjes. 't Is maar waar je van houdt.
maandag 1 september 2014
Goed in dorpsrellen
Gaan ze nu zaterdag bij boekhandel Plantage Vermeer in Emmen de ruiten in gooien? Ik moet uitkijken, want misschien breng ik mensen op een idee en dat mag niet. In Drenthe zijn ze – een week voor het verschijnen van het boek over zijn jeugd – laaiend op Peter Middendorp. Hoe noemen ze dat, bevuilen van het eigen nest.
Het is helemaal niet nieuw, je jeugd van je afschrijven en daarbij niet buiten beschouwing laten dat je maar een vervelende puber was (bijna alle pubers zijn vervelend). Brabander Leon de Winter bij voorbeeld deed het en, niet te vergeten, Jan Wolkers. Die deed het gaandeweg met een kip. Altijd succes, al moet ik toegeven dat de literaire kwaliteiten aanzienlijk kunnen verschillen. Vooral het nageslacht van wat ooit 'de misselijk makende middenstand' heette, heeft patent op dit soort verhalen.
Peter Middendorp kreeg in Volkskrant Magazine vast wat reclame voor zijn nieuwe, Drenthe tot de grond toe afbrandende boek, hij heeft er als columnist van deze krant recht op, moet je maar denken. En voor zo'n Amsterdams blad is het gefundenes fressen.
Het verhaal leidde, volgens de noordelijke dagbladen, al direct tot felle protesten op Twitter. Valt nogal mee, de tweet van een dorpsburgemeester bevatte niet meer dan een droge constatering en het ontbrak aan adhesiebetuigingen of tegenspraak. Zodat ook de verwachting dat voor zaterdag bij de presentatie van het boek in Emmen, de bakstenen klaar liggen, ietwat overdreven lijkt.
Middendorp schrijft en praat heel goed, wat hem volgens hemzelf onderscheidt van de gemiddelde Drenth, maar uit de context van het Vk-interview distilleer ik een nogal pathologisch vermoeide geest, waarmee 'het intussen goed gaat'.
Wat zijn we toch goed in dorpsrellen.
Het is helemaal niet nieuw, je jeugd van je afschrijven en daarbij niet buiten beschouwing laten dat je maar een vervelende puber was (bijna alle pubers zijn vervelend). Brabander Leon de Winter bij voorbeeld deed het en, niet te vergeten, Jan Wolkers. Die deed het gaandeweg met een kip. Altijd succes, al moet ik toegeven dat de literaire kwaliteiten aanzienlijk kunnen verschillen. Vooral het nageslacht van wat ooit 'de misselijk makende middenstand' heette, heeft patent op dit soort verhalen.
Peter Middendorp kreeg in Volkskrant Magazine vast wat reclame voor zijn nieuwe, Drenthe tot de grond toe afbrandende boek, hij heeft er als columnist van deze krant recht op, moet je maar denken. En voor zo'n Amsterdams blad is het gefundenes fressen.
Het verhaal leidde, volgens de noordelijke dagbladen, al direct tot felle protesten op Twitter. Valt nogal mee, de tweet van een dorpsburgemeester bevatte niet meer dan een droge constatering en het ontbrak aan adhesiebetuigingen of tegenspraak. Zodat ook de verwachting dat voor zaterdag bij de presentatie van het boek in Emmen, de bakstenen klaar liggen, ietwat overdreven lijkt.
Middendorp schrijft en praat heel goed, wat hem volgens hemzelf onderscheidt van de gemiddelde Drenth, maar uit de context van het Vk-interview distilleer ik een nogal pathologisch vermoeide geest, waarmee 'het intussen goed gaat'.
Wat zijn we toch goed in dorpsrellen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

