donderdag 9 september 2010

Hé HEMA

De HEMA staat weer te koop. Het investeringsfonds, dat de oer-Hollandse tent enkele jaren geleden overmeesterde en tot dusver alleen maar voor ‘n hoop onrust heeft gezorgd, vooral onder het personeel, wil – mede gezien de florissante gang van zaken bij het bedrijf – nu wel eens z’n winst nemen, dus dat gaat een slordige duit kosten.

images[1] Als we nu eens met z’n allen hutje bij mutje zouden leggen? Want wie, vooral in Nederland (over de vestigingen elders in Europa, wil ik het even niet hebben) heeft er nou helemaal niets met de HEMA?

Ja, er was ooit een tijd dat je drie keer om je heen keek, voordat je die winkel binnen ging. Kwestie van niet gezien willen worden. Ik weet nog dat ik pas voor mezelf moest zorgen en nieuw ondergoed nodig had. Hoe zeg je nou zoiets, tegen zo’n winkelmeisje? ‘Hebbie ook ‘n onderbroekie voor me?’

Het was nog in de tijd dat die meiden, zomin als de winkel, erg hoog aangeschreven stonden. Een heel verschil met vandaag, nu we worden geholpen door deeltijdwerkende moeders, die, het viel me onlangs weer op, je uiterst vriendelijk en correct tegemoet treden.  Terwijl de HEMA allang van dat worstimago af is en er een origineel en vooruitstrevend inkoopbeleid op na houdt. Dat was trouwens al ver voor die buitenlandse investeerder toesloeg.

In de tijd waarover ik het heb, hadden we bij de voortrekkers een leider – oûbaas werd-ie genoemd, zoals veel termen bij de oudste verkenners toen nog verwezen naar de Suid-Afrikaanse Grote Trek – die de functie op verzoek van de kapelaan van het jeugdwerk op zich had genomen op één voorwaarde: ‘Ik ga niet in zo’n korte laaibroek lopen en zet ook niet zo’n gedeukte hoed op m’n kop. Laat staan dat ik kniekousen aantrek met van die rare kwastjes eraan.’

Als er ideale schoonzoons bestaan, dan was hij de ideale vader. Bij oûbaas Henk kon je met je puberale problemen terecht. Hij had z’n ogen niet in z’n zak. Ik kon de mijne haast niet afhouden van zijn bloedmooie, maar tamelijk ongenaakbare dochter, die voor ons het echte ideaal vertegenwoordigde: een madonna. De kuise, wel te verstaan. Als je het geluk had, met zo’n meisje verkering te krijgen, dan hield dat wel in: Zoenen mag, maar de rest is voor na de huwelijksplechtigheid. Vandaar dat ik destijds een ‘gevleugeld woord’ uitdroeg, dat luidde: ‘Het leven bestaat uit wachten.’

Maar Henk was een vent die gewoon met beide benen op de grond stond. Hij zei: ‘Als je het niet meer kunt uithouden, doe het dan niet met een verkoopstertje van de HEMA, maar ga naar een gecontroleerde prostituée. (Daar wist de kapelaan natuurlijk niks van.)

Klopt helemaal, reageerde dezer dagen een leeftijdgenoot, die vergelijkbare ervaringen zei te hebben, al waren we het er ook over eens dat wij als nette roomse jongens misschien iets aan de te brave kant zijn geweest.

Spijt? Echt niet, ik vind nog steeds dat wachten een kunst is en dat het doel, als het dan eindelijk bereikt is, daardoor zoeter smaakt.

(Column uitgesproken voor Omroep Best, 15.09.10)

woensdag 8 september 2010

Het mankeert de Oranjes aan feeling

De lakeien  van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) weten het weer goed over te brengen: Op de exploitatie van het landgoed De Horsten in Wassenaar, eigendom van de Oranjes en bewoond door kroonprins Willem Alexander c.s., wordt jaarlijks verlies geleden. Niet dat het de bedoeling is, er winst op te maken, maar het kan financieel gezonder.

De de Volkskrant (om compleet te zijn, tenslotte heeft die krant het ook over de familie Van Oranje) heeft uit de Wassenaarse politiek opgedoken, dat het Koninklijk Huis, plannen heeft, enkele op het landgoed staande, 'naoorlogse wederopbouwboerderijen' te vervangen door riante villa's.

Bij monumentenbeschermers als de Bond Heemschut is het huis natuurlijk te klein. Daarbij gaat het nog niet eens om de boerderijen-zelf, over de monumentale waarde waarvan je zou kunnen kibbelen, als wel over het 'slechte voorbeeld' dat van een dergelijke ingreep uit zou gaan richting andere landgoedeigenaren in den lande, die zich in allerlei bochten moeten wringen om hun cultuurhistorisch bezit in stand te houden. Hierbij valt aan te tekenen, dat die eigenaren daarbij soms een grote vindingrijkheid aan de dag leggen. Ik denk dan aan onder anderen Jan Hein van de Mortel en zijn fraai historisch domein Baest in Oostelbeers.

Ach het is in de mode, het doen en laten van het koningshuis en in het bijzonder dat van het kroonprinselijk gezin, uiterst kritisch te volgen. Ik zou zeggen, ga daar vooral mee door. Tenslotte heeft de Koninklijke Familie zelf voor dat glazen huis gekozen. En tot dusver is uit van alles gebleken (vakanties Mozambique, Argentinië), dat de toekomstige koning allesbehalve is uitgerust met een portie feeling voor wat je in een turbulente, om niet te zeggen rampzalige tijd als deze doet en nalaat.

maandag 6 september 2010

Saint Riquier bij voorbeeld

Over belforts (zie ‘De monding van de Somme) gesproken, Saint Riquier, 9 km ten oosten van Abbeville, heeft ‘n heel fraaie en nog veel meer, zoals een middeleeuwse, gotische abdijkerk, met reliekschrijn van de heilige. Beeldje en doodskoppie.reliekschrijn_saint_r

In die kerk ook een groot orgel. Verder onder meer een café (plat du jour), een boulangerie en zowaar ook een boucherie wat op het Franse platteland steeds meer een zeldzaamheid wordt, aangezien de dagelijkse levensbenodigdheden worden gehaald bij de steeds groter wordende supermarché’s.  boulangerie Op het parkeerterrein bij de Carrefour had ik bijna een botsing, als gevolg van de chaos die daar in het weekeinde heerst. En stapvoets rijden, daar hebben Fransen nog nooit van gehoord.

Een oude man op het terrasje, hand aan het oor vanwege de langsroffelende zondagsrijders,  bevestigt: Over 10 jaar zijn ze weg. die kleine, gezellige winkeltjes. Maken wij niet meer mee, gelukkig.

De monding van de Somme

pier

Als je zo dichtbij de Franse kanaalkust zit en het is mooi weer, ben je wel gek als je daar niet af en toe gaat kijken. Le Tréport, met z'n krijtrotsen (als) losgescheurd van die van Engeland. Aardige badplaats met jachthaven, niet verknoeid door reusachtige appartementscomplexen, zoals de Belgische kust - Visrestaurants bij de vleet. Eén ervan, waar wij toevallig op het terras zaten, bekwam een 96-jarige bezoekster minder goed. Ze werd onwel en door de sapeurs-pompiers van het departement Seine-Maritime afgevoerd. Ze werden door de serveerster enigszins besmuikt ( ‘ ‘t Is me toch wat.’) bij de eters op het terras aangekondigd. Vlaamse invloeden zijn hier trouwens evident. Stadjes met belforts, zoals het rustieke St. Valerie sur Somme, dat een goed bewaard middeleeuws centrum achter de wallen heeft.  valery_medieval Hier en daar in de streek ook een beiaard, toch een specialiteit van de Lage Landen. St. Valery ligt aan de monding van de Somme, een schitterende delta met slikken en schorren, ongetwijfeld bevolkt door ontelbare vogels, al zagen er er alleen maar meeuwen. Vlaams: een royale pan mosselen met frieten gegeten. De Fransen om ons heen, die zich de fraaie nazomerdag ook niet lieten ontgaan, toonden een opmerkelijke voorkeur voor Leffe. St.Valery heeft nog karakteristieke villa's uit de belle époque; in tegenstelling tot soortgelijke bouwsels langs de Normandische en Bretonse kust goed geconserveerd. Hoewel het is alweer 'n jaar of tien geleden dat we dáár het verval aanschouwden.

woensdag 1 september 2010

Picardië

Picardië, gelegen ten zuidoosten van Calais, met als hoofdstad Amiens, is een streek waar de meeste toeristen snel doorheen karren, op weg  naar het zonnige zuiden. Je moet francofiel zijn en/of geboeid door de Franse geschiedenis (die overigens wel onze westerse cultuur heeft bepaald!) om daar voor ‘nader onderzoek’ domicilie te kiezen.
Zij die de  kasteelcamping van Bertangles, ca. 10 km ten noorden van Amiens, niet als doorgangsgelegenheid gebruiken, komen voor minstens een van de zes kathedralen, waarvan die van A. tot de hoogste (middenschip 43 meter) en mooiste van het land behoort. Boordevol middeleeuwse kunst en met sculpturen van heiligen en deugnieten volgestouwde portalen. gotisch_reliëf

Maar Picardië is vooral schuldige grond - denk alleen maar eens aan de slag bij de Somme tijdens de Grote Oorlog. Eerder was het samen met (inmiddels Frans) Vlaanderen en Calais veelvuldig gebied dat Fransen en Engelsen (100-jarige oorlog!) elkaar betwistten. Jeanne d'Arc werd in 1430 bij Compiegne gevangen genomen. De streek grenst aan het Ile de France, de kern van het koninkrijk, zodat er nog volop sporen zijn te vinden van de feodale heerschappij en van (ongescheiden daarvan) Kerkelijke bemoeizucht. Kastelen en abdijen dus.

Een bijzonder souvenir aan de riddermacht is de ruïne van het château fort (versterkt kasteel) van Coucy, ongeveer 90 km ten oosten van Amiëns, tussen Noyons en Soissons (kathedralen!). De Amerikaanse historica en begenadigde schrijfster Barbara Tuchman geeft in haar boek A distant mirror, over de veertiende eeuw, een gedetailleerde beschrijving van deze vesting, waaruit valt af te leiden dat Coucy hooguit zijn weerga had in hét symbool van feodale macht en onderdrukking, met de bestorming waarvan de Franse Revolutie begon: de Parijse Bastille. eglise_XII-XV Tuchman maakt de vergelijking met een 'wereldwonder' als de pyramiden van Egypte. Opvallend detail: Coucy had latrines, in het vier eeuwen later gebouwde paleis van Versailles poepten ze in de vensternissen. Soms is arrogantie terecht, zoals de arrogantie die spreekt uit deze lijfspreuk: 'Ik ben koning noch prins, hertog noch graaf, ik ben de heer van Coucy.'

Op een herfstige zondag zijn we er naar toe gereden. Van de burcht is nog heel wat bewaard gebleven, zoals de bijna tegen de vestingmuur aangeplakte kerk (XII-XVe eeuw) en twee stadspoorten, de Porte de Soissons en de Porte de Laon.

Straalde ooit de grandeur van de Heer af op de directe omgeving, vandaag de dag is Coucy een armzalig stadje. En de bar-tabac tegenover de Porte de Laon met aanpalend museum, mag z'n wc wel eens grondig poetsen.

dinsdag 17 augustus 2010

Statuur

Volgens Gerrit Braks, die ik altijd heb gemogen
omdat-ie als Minister van Landbouw duidelijk toegaf ‘boer met de boeren’ te zijn, moet je binnen het CDA over enige statuur kunnen  beschikken, om kritisch te staan tegenover de onderhandelingen met de privépartij van Geert Wilders. Tegen de Wegener kranten zei hij: ‘Van Agt heeft een bijzonder statuur. We kennen hem als iemand die graag zijn stem laat horen. Ik begrijp zijn zorgen. Meer moeite heb ik met critici die zich nu heel voornaam voordoen, maar in werkelijkheid weinig hebben betekend voor de partij.’

Een koei van een denkfout. Braks verliest uit het oog dat in een situatie als deze, als het over ‘statuur’ gaat, het al dan niet prominente lidmaatschap van het CDA het moet afleggen tegen n’importe welke CDA-kiezer. Het CDA doet er trouwens na de dramatische verkiezingsnederlaag in juni goed aan, ook ernstig rekening te houden met de potentiële kiezer.

zondag 15 augustus 2010

‘Niks aangenaam’

Er is dit weekeinde ‘n hoop herrie over vermeende misdragingen van cadetten op wat tegenwoordig heet de Nederlandse Defensie Academie, uiteraard in de wandeling NLDA. Welke gek is trouwens op het idee gekomen, de naam van deze al meer dan 125 jaar in het kasteel van Breda gevestigde  instelling van hoger onderwijs te veranderen? Was Koninklijke Militaire Academie bezijden de waarheid of zoiets? Nou, ik – en daarin ben ik niet de enige, zo begrijp ik uit BN-De Stem – blijf gewoon KMA zeggen, in Breda houden ze het, neem ik aan, in de straat op  ‘t Akkedemie. 
Ik herinner me een verhaal van mijn vader over ‘n volkstype, wiens zoontje van z’n moeder horrelvoeten had geërfd. De man, Janus Jongbloed geheten, verklaarde met dodelijke ernst: ´ ‘t Is dat-ie zulke ongelukkige voetjes eet, maar anders was-ie allang kerdet op ‘t akkedemie geweest!´ Dat jong zat trouwens nog op de toenmalige lagere school.

Terzake: De Telegraaf meldt onder de pet gehouden seksuele misdragingen op de KMA en BN-De Stem gaat daar op haar website, bij voorlopig ontbreken van de papieren krant, op in.  Voorzitter Jan Kleian van de militaire vakbond ACOM laat in eigentijdse taal weten dat hij het wangedrag aan de grote klok hangt, omdat hij ‘het beu is om mensen naar de klote te zien gaan.’

Nou ja. Onderzoek! Ook al omdat een, weer eens niet bij naam genoemde, woordvoerster van de KMA op het verhaal heel wat heeft af te dingen. Ze bevestigt tegenover BN-DS een geval van aanranding van een cadet door medecadetten maar dat zou ruim negen jaar geleden zijn gebeurd. Een ander incident dateert van bijna vijf jaar geleden. Daarnaast zou er inderdaad recent sprake zijn van racistische bejegeningen van een Turkse cadet. Maar ‘wangedrag wordt niet getolereerd. Daar zijn binnen de academie strenge afspraken over.’

Terug naar het verleden. In de jaren vijftig had ik een neef op de KMA, die thuis kwam met voor die tijd ‘schokkende’ verhalen over daar toegepaste ontgroeningspraktijken. Zo was er een nieuwkomer, die ertoe werd gedwongen, in z’n nakie op een tafel ‘n dansje te maken. Neef: ‘Stond-ie daar met z’n handen voor z’n piemel te dribbelen, al roepende Niks aangenaam, niks aangenaam’.

Nooit meer iets over gehoord. Van een militaire vakbond was toen nog geen sprake, geloof ik. En wellicht zijn toen die ‘strenge afspraken’ wel gemaakt.

woensdag 11 augustus 2010

Computerfabrikant doet of klant imbeciel is

Sommige computerfabrikanten denken, dat de klant-koper imbeciel is. Deze stelling durf ik wel aan en wel hierom:

Hoe lang is het geleden dat ik m'n eerste pc kocht? Vijf en twintig jaar? Zou best kunnen. Met een Windows-cd erbij, want dat besturingssysteempje moest je zelf installeren. Heeft mijn zoon toen gedaan. 'Ik hoef alleen maar te kunnen tekstverwerken', had ik gezegd en daar herinnert-ie me nog wel eens aan. (Intussen ben ik 'm in computerologie wel zo ongeveer de baas, hij heeft andere prioriteiten.) Internet was nog niet aan de orde.

In de loop der jaren zijn, zogezegd, heel wat pc's en laptops door m'n handen gegaan en heb ik ook menigeen het web op geholpen. Met informatie uit computerbladen en de laatste jaren steeds vaker van gespecialiseerde websites en forums.

Om de vier of vijf jaar moest er wel weer vervangen worden; de laatste jaren gaat dat – afgezien van de opeenvolging van besturingssystemen – ietsje trager. Het meest spectaculair vind ik de toename van de opslagmogelijkheden, plaatselijk en op het web. Van megabytes naar gigabytes naar terabytes. En vergeet de processoren en werkgeheugens niet: snel, sneller snelst.

De computer zoals je die je tegenwoordig uit de winkel meekrijgt, is in die zin ook een ander ding dan die van pakweg twintig jaar geleden, dat het besturingssysteem is voorgeïnstalleerd. Je krijgt geen 'Windows-cd/dvd' meer mee. Daar heeft Microsoft een einde aan gemaakt, want dat leidde natuurlijk te gemakkelijk tot illegale copieën. Er wordt van je verwacht, dat je bij ingebruikneming van je nieuwe machine zelf 'n stuk of drie opstartbare, zogenaamde recovery-dvd's maakt, waarmee je de pc in de oorspronkelijke staat kunt terugbrengen. Het wordt je als het ware aangeboden na voor het eerst starten en het enige wat je hoeft te doen is de onbeschreven dvd's klaar leggen en na uitvoering met een speciale schrijfstift van aanduidingen voorzien. Goed opbergen bij de papieren en klaar is kees.

Wat de onnozele koper niet direct ziet, is dat de fabrikant de harde schijf in twee delen geeft gepartitioneerd. Op de eerste partitie (C:) staan Windows en de programma's. Op de tweede (bv F:), die voor de gebruiker is verborgen (!) staat alvast een complete backup, als het goed is dezelfde als die op de recovery-dvd's wordt gezet.

acer_aspire Arme gebruiker, als-ie onervaren is. Dat zeg ik, na 'n weekje aanklooien met een <- Acer Aspire-laptop, voorzien van een 64 bits versie (op zich heel goed) van Windows 7.

Om te beginnen, vind ik het – en ik sta hierin niet alleen, gezien de programmaatjes die op het internet te krijgen zijn om daar iets tegen te doen – onaanvaardbaar dat de fabrikant, in dit geval Acer dus, allerlei applicaties toevoegt waarop de koper helemaal niet zit te wachten. Probeerversies van virusscanners, waarvoor na een maand uiteraard betaald moet worden en allerlei opdringerige programmaatjes, waarvan het nut onduidelijk is. Het zijn vaak evenzeer fuiken, die elders een kassa moeten doen rinkelen en kunnen dus zonder pardon als malware worden bestempeld. Als de leverancier van de computer dat al niet vindt, dan mag de klant dat toch zeker wel denken? Gelukkig zijn er gereedschappen als het gratis, onovertroffen Ccleaner van Piriform, dat tegenwoordig ook de mogelijkheid biedt programma's grondig te verwijderen, inclusief aanpassing van het Windows-register (een centraal onderdeel van het besturingssysteem).

In mijn situatie was er echter één applicatie, MyWinlocker, dat zich niet met Ccleaner en ook niet met een ander daarin gespecialiseerd programma liet verwijderen. Er bleef een restje staan, met als gevolg dat de computer bij het opstarten bleef melden: 'Ik kan dit onderdeel niet uitvoeren vanwege het ontbreken van een bestand'. Het bleek met geen mogelijkheid uit te schakelen. Dat kun je natuurlijk niet hebben, zodat ik maar besloot de fabrieksbackup terug te zetten, hoewel ik dan ook weer helemaal terug bij Af zou zijn. Dat betekende dus starten vanaf de nieuw gemaakte dvd ('s). Het venster dat ik toen kreeg (de zogenaamde interface van de firma Acer) bevatte evenwel niet de optie om de backup op de dvd aan te spreken. Het gevolg was, dat de backup op de harde schijf (die op de 'verborgen' partitie) werd teruggezet. Resultaat: de Engelse versie van Windows 7, terwijl ik natuurlijk een computer met de Nederlandse versie had gekocht. Op de website van Acer gezocht naar de manier om de gemaakte dvd's toch te benaderen. Die was er. Ik moest bij het starten twee knoppen tegelijkertijd indrukken en dan zou ik een venster krijgen, waarin ik voor de dvd's kon kiezen. Niet dus.

Acer benaderd via de Benelux-website. Een onmogelijk karwei, omdat bepaalde functies van die site, zoals het aangeven van de aankoopdatum, niet functioneerden en er allerlei boodschappen kwamen die, kort gezegd, nergens op sloegen. Toch lukte het me uiteindelijk, een webmail naar Acer te versturen. Daarop kwam een antwoord, waaruit bleek dat de helpdesk die mail niet goed had gelezen en waaraan ik dus helemaal niks had. Op de website zag ik vervolgens dat men de case als 'gesloten' beschouwde. Zo, daar zijn we weer van af. In een later stadium heb ik Acer nog telefonisch, à 40 cent per minuut, benaderd met als resultaat dat mij hopelijk binnen veertien (!) dagen goede aanspreekbare (?) dvd's worden toegestuurd.

Een splinternieuwe laptop en die dan twee weken niet kunnen gebruiken. Dat vond Levensmaatje voor wie het apparaat bestemd was, niet om te pruimen. Er is ook nog zo iemand als de leverancier van deze Acer en dat is de computerwinkel Paradigit in Eindhoven. Daar hebben ze, evenals trouwens bij andere computerketens, de policy, dat je voor garantie en reparaties bij de fabrikant moet zijn. Echter, ze zijn niet te beroerd om eens even 'naar een probleem te kijken', zeker als ik ze uitdaag met de opmerking dat ze toch geen 'dozenschuiver' zijn. Trouwens de leverancier kan zich volgens het Burgerlijk Wetboek ook niet helemáál aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken. We kwamen tot de volgende afspraak: Ze zullen de fabrieksinstellingen, waarvan zij-zelf ook een schijf hebben, terugzetten en de zaak testen. Als ik gelijk heb met die ongewenste Engelse versie, dan hoef ik niks te betalen. Anders kost het mij 36 euro.

Binnen enkele uren kreeg ik een telefoontje: 'U hebt gelijk. Kom 'm maar halen. Maar wat de backup betreft bent u aangewezen op de door Acer beloofde nieuwe dvd's.'

Als ik terug ben in de winkel zeg ik: 'Jullie snappen natuurlijk wel, dat ik mooi een image van de beginsituatie op dvd laat maken door Acronis' True Image. Dan weet ik wat ik heb.

Het antwoord was: 'Zeker, zo doen wij het ook!'

Het grappige is, dat ik gisteren de oude Windows XP-laptop van Levensmaatje gereed heb gemaakt voor een nieuwe gebruiker, met zo'n image van maart 2005. Het aan-uit-knopje is wat wankel (reparatie zou te duur zijn), maar wellicht houdt-ie het nog wel even uit. Loopt althans weer als een tierelier.

En die Acer Apire? Daar is op zich verder niks mis mee.

maandag 2 augustus 2010

Bijbelvast maar ongelovig

Of de riante erfenis naar neef Klaas ‘t Hart zou gaan, wilde JelleBC weten. Nee, nee, eerder naar de zonen van m’n zuster, reageerde de kinderloze Maarten, die het onderwerp zelf maar matig interessant leek te vinden. Liever houdt hij een lofzang op de bijbel (‘Het mooiste boek’) en legt hij uit, hoe het komt dat hij desondanks van z’n gereformeerde geloof af is en Klaas - nagenoeg zelfde bouwjaar, ook en nog steeds Maassluis - niet. ‘Ik heb van jongsaf veel gelezen.’

We kregen zondagavond tijdens de tweede aflevering de bevestiging dat Jelle Brandt Corstius in zekere zin de ideale zomergastheer is. Er zijn er die vinden, dat daar scherpte, alertheid en dossierkennis voor nodig is. Waarom? Ik denk juist dat zijn kracht schuilt in de onbevangenheid, waarmee JBC zichzelf min of meer op de achtergrond plaatst en zijn gast in de schijnwerpers,

Niet het idee, iets van de mens Maarten ‘t Hart gemist te hebben. Hij heeft absoluut niet de neiging welk onderwerp dan ook uit de weg te gaan. Menigmaal is hij zelfs onstuitbaar. En opmerkelijk, hoe de door hem aangedragen, vaak zeer oude film- en tvbeelden, aansluiten bij zijn leven.  Niet in het minst dat van de gedragsbioloog. Onder meer twintig jaar lang de voortplantingsactiviteiten van het stekelbaarsje bestudeerd. Saai? Allerminst, zoals blijkt uit een in het Leidense lab van ‘t Hart opgenomen filmfragment van Bert Haanstra. En wellicht nog meer door het hilarische BBC-filmpje over drie honden als kroegtijgers.

Voor Maarten is muziek een onoplosbaar mysterie, maar hij wist, met onder meer een meesterlijke analyse door Bernstein van de Symphonie Fantastique van Berlioz aan te tonen, hoe muziek, naast lezen en schrijven, zijn tweede hartstocht kon worden.

Niets gemist. Dus ook niet de oprechte woede en vooral de ongerustheid die de schrijver verwoordde over de gerechtelijke dwalingen in de zaak Lucia de B. Hij mag best trots zijn op het gegeven dat een artikel van zijn hand in NRC mede aanleiding is geweest tot herziening van het proces. Mevrouw de Berk heeft hem althans te kennen gegeven dat zij in de gevangenis van Nieuwersluis na verschijnen van dat artikel anders  werd behandeld.

Ik heb het gevoel tot Zomergasten bekeerd te zijn.

Zie ook: Het klikte tussen vader en zoon

zaterdag 31 juli 2010

Uit de hand eten

Als ik de Volkskrant van heden mag geloven, heeft de Haagse Journalistiek zich afgelopen week behoorlijk laten schofferen.

Door de woordvoerders, die zich tegenwoordig kunnen koesteren in anonimiteit, omdat ze door de journalisten niet met naam en toenaam worden genoemd.

Journalisten, die wachten - en wat hébben ze moeten wachten, deze week - in de zitjes voor de werkkamers van de fractieleiders krijgen van 'Ruttes woordvoerder' te horen: 'Jongens, het is hier geen hangplek.' Let vooral op dat 'jongens'. En dan de woordvoerder van Maxime Verhagen, die herhaaldelijk zou heben opgeroepen 'iets nuttigers te gaan doen'.

Haagse mores, geleerd van de politici-zelf, zoals Balkenende die zich maar al te vaak al waggelend over het Binnenhof liet interviewen. Zo van, wees blij dat ik wat wil terugzeggen.

Dit is nou iets, wat ik altijd heb geweigerd: uit de hand eten, van wie dan ook. En helemaal niet het gevoel, daardoor iets gemist te hebben. Integendeel.

vrijdag 30 juli 2010

Valse tanden

Nauwelijks een voorwerp te vinden, dat sterker onderhevig is aan een eufemistische sequentie dan het kunstgebit. Het voorlopige stadium is gebitsprothese. Daarvoor hadden we valse tanden, kunstgebit en – besmuikt uitgesproken - klappergebitje

‘Tante Koosje, haal uw tanden nog eens uit uw mond.’ Groter sensatie was onder ons kinderen niet denkbaar. Valse tanden! Opeens duikt die aanduiding weer op in de media nu het gaat over de prothese van Winston Churchill. Heeft trouwens bij een veiling wel eventjes 21.500 euro opgebracht.

Zijn ze wel echt? Immers te koop gezet door de zoon van de tandtechnicus die ze maakte. Heeft Churchill het ding voor z’n dood uit gedaan en aan die technieker teruggegeven? Of had die nog de mal en maakte hij een replica? Helemaal vertrouwen doe ik het niet. Het ziet er ook te schoon en te nieuw uit. Waarom wel een sigarenpeuk van Churchill bewaren en de door die sigaar veroorzaakte aanslag niet? Vies, ja, maar ook authentieker.

De Britse staatsman en oorlogsheld zou indertijd met het gebitje zijn uitgerust om een einde te maken aan het geslis tijdens zijn toespraken voor de radio. Heeft-ie dan ‘n tijd zonder tanden rondgelopen? Nooit iets van gemerkt, eerlijk gezegd. Integendeel, Winston liet in die tijd Hitler regelmatig zijn tanden zien. De tanden van een bulldog. Maar als meest kenmerkend zitten toch nog in het geheugen de reusachtige havana (fallussymbool) en het V-teken.

Die tanden zouden wel eens valser dan vals kunnen zijn.

woensdag 28 juli 2010

JubJam

Volgens de NRC dankt Scouting Nederland zijn 100-jarig voortbestaan aan ‘het met de tijd meegaan’. Klopt, op JubJam100 in Roermond slingerden vanmorgen bij het ontwaken zonder appèl, laat staan vlaggenparade, nog wat bierflesjes rond (‘alleen voor boven de zestien’). Niettemin was er – terug naar NRC – nog ‘een enkele gleufhoed te zien’. Gleufhoed? Werd volgens mij nog gedragen door Monsieur Hulot en daarna niet meer. En niet door de stichter van de Boyscouts, <- lord Baden Powell en zijn volgers, onder wie trouwens ondergetekende.

Met de tijd mee. Ja, het militaristische imago is er ‘n jaar of vijftig geleden haastig uitgegumd. Vlak na de bevrijding, toen we oorlogje speelden met gevonden Duitse helmen (soms met een kogelgat erin!), waren dat kaki uniform en die uit het bos gesneden verkennersstok nog een verwijzing naar het heldendom van de geallieerden. Op Sint-Jorisdag keken wij met mateloos ontzag naar die stoere voortrekker, die het metershoge kampvuur onstak, een jongen van wie eerbiedig werd gefluisterd dat-ie intussen ook bij de Commandotroepen in Roosendaal zat.

Niet iedereen zag het zo. Mijn onderwijzer van de zesde klas: ‘Jij, stomme sufferd in je nazihemd. Weet je wat jullie kunnen? Gekke liedjes zingen en dansen rond het kampvuur, net als de negers.’ Andere tijden. Op de website Geschiedenis laten ze een filmpje zien van een bezoek van chief scout Baden Powell aan Nederland, in 1933. Griezelig, met marsmuziek en dito getrommel, op het fascisitische af. Wordt daar heil geroepen?

De padvinderij (in r.-k. kringen verkennerij) was behoorlijk elitair, in die zin dat voornamelijk goed-burgerlijke jongens en meisjes (gidsen) er zich toe voelden aangetrokken. De afkeer van jonge boeren en arbeiders is te herleiden tot ‘n soort klassenstrijd: ‘Hé, padschijter!’. Mijn vader had ook zo z’n bedenkingen. Het parool Weest paraat, werd mij te pas en te onpas onder de neus gewreven.

Valt er wel iets goeds te zeggen over scouting? Nou, en of: je leerde er sociale vaardigheden, waaraan het nu jonge mensen vaak ontbreekt. In hoeverre dat geschiedenis is of nog hedendaagse realiteit kan ik op grond van de verhalen en beweringen rond YabYum, sorry JubJam, niet beoordelen.

Zie ook: Kampeertrektocht anno 1955

Laura en zo

Laura heeft er heel erg veel zin in. Een nogal voorspelbare kop boven een al even voor de hand liggende, flink opgeblazen foto van het zeilmeisje op haar jacht in Brouwershaven. Volgens Radio 1 is de champagne daar alvast ontkurkt. Geef dat kind toch ook ‘n slokje.

Het gemis van Jan Blokker is evident. Al was het alleen maar om de manier waarop hij kon sneren over de nieuwsfokkende media, die daarvoor niet eens ‘n komkommertijd nodig hebben.

Hebben we geen professioneel opgediept en gecheckt nieuws, dan schakelen we toch de burgerjournalistiek in? Je kunt er zelfs de krant mee openen. ‘Timco hield zich niet aan de regels’, aldus het ED, voortbordurend op de kolossale bedrijfsbrand in Valkenswaard. De pallets met plastic rommel zouden te dicht bij de erfscheiding en/of een brandscherm hebben gestaan. Volgens getuigen. En volgens de bij de brand veelal met telefoontjes gemaakte foto’s.

Bedrijfseigenaar: ‘Geen commentaar.’ Vergunningverlener (gemeente Valkenswaard): ‘Geen commentaar.’

Als gevolg van die verkeerd opgeslagen pallets, kon de brandweer er mogelijk niet goed bij, zeggen de uiteraard anonieme getuigen en ‘bewijzen’ de foto’s. Brandweer: ‘De gemeente is woordvoerder.’

Laat ik maar gewoon meedoen: Naar verluidt worden de kades van de Amsterdamse grachten alvast verstevigd voor de te verwachten zegetocht van Laura. Als er maar met nationale saamhorigheid gefeest kan worden. Met publieksmassa’s kunnen wij veel beter omgaan dan die Duitsers. En de overbelaste politie? Die moet niet zeuren.

maandag 26 juli 2010

Het klikte tussen vader en zoon

Hoe vaak zou ik niet bij Zomergasten, met de beste bedoelingen gemaakt en met de beste bedoelingen aangezet, hebben afgehaakt?

Gaap gaap. Wat een geouwehoer, wat een ijdeltuiterij, wat een snobistisch geleuter en wat een zelfpromotie van presentatoren (Ischa M., Margriet van der L., de anderen ben ik vergeten) . En dat drie uren lang als afsluiting van de zondag.

Maar deze avond heb ik ‘m dus uitgekeken. Wat? Drie uren op ‘t puntje van m’n stoel  gezeten. Dat kwam niet alleen door de gast, de 57 jaar geleden r.-k. gedoopte Brabander (zoals bekend, is er geen middel tot ontdoping) Jan Marijnissen, maar zeker ook door beroepsnaïeveling Jelle Brandt Corstius.

Ze hadden méér gemeen, dan dat ze beiden op hun eigen wijze door de rug waren gegaan. Nou nee, ze hadden helemaal niks gemeen, maar laten we zeggen dat er sprake was van chemie tussen de oude en de jonge man. Tussen vader en zoon. Ouwe Jan gaf jonge Jelle, wat hijzelf, sinds zijn tiende vaderloos, zo node had gemist.

Het ligt in de natuur van Jan, het initiatief over te nemen, en jellebc (twitternaam, waarmee hij z’n boekjes en cd’s promoot) slaagde erin daar begrip voor te tonen.

- ‘Hoe oud ben je?’
- ‘Zes en vijftig.’
- ‘Dan schelen we maar een jaar’, reageerde Marijnissen  zonder met z’n ogen te knipperen. Brandt Corstius is 32 en heeft de achtergrond van een niet-gelovige dertiger.

Dus dan kijk je wel even op, als je de begrafenisstoet van bisschop Bekkers, sonoor becommentarieerd door KRO’s Brandpuntpaus Ad Langebent,  in 1966 door de Rooise dreven ziet trekken (‘Rooi, is dat een carnavalsnaam? – Nee,  zo noemen wij in de Meierij Sint-Oedenrode.) En van moeder Bekkers in een volgauto, als een van de laatsten met de Brabantse poffer op.

Dan staar je verbijsterd naar Don Camillo met een ‘sprekende kruislievenheer’ en naar de Moeder van Smarten, gespeeld door de moeder van Passolini, aan de voet van het kruis.

Aan de hand van ontluisterende beelden van de ‘onafhankelijkheidsceremonie’ in Congo (1960), waarbij Patrice Lumumba een schaamteloze en domme toespraak van koning Boudewijn afstrafte, een bekentenisscène van Alan Greenspan die toegeeft dat hij de vrije markt ten onrechte heeft gesteund en gepropageerd en het uitzichtloze leven van een Afrikaans jongetje, geïnterviewd door Adriaan van Dis, slaagde Marijnissen erin zijn politieke gelijk aan te tonen. En of je nou voor of tegen hem bent, dat was uitermate boeiend.

Zomergasten is geen serie interviews, maar een programma over de televisie-voorkeuren van bekende mensen. In dit geval kwam dat nu eens uitstekend uit de verf.

Ik kijk de volgende keer zeker, al is het maar even om ‘n hoekje.

Zie ook: Jan Marijnissen hield stand

TV-recensenten (audio)

De Britse kunstenaar Howard Hodgkin, ter sprake gebracht door Jan Marijnissen, exposeert vanaf 2 oktober in Museum De Pont, Tilburg.

zaterdag 24 juli 2010

Zorgontzorging

Je schrikt je als consument op leeftijd toch het laplazerus, als je van je zorgverzekering, in dit geval CZ, een brief krijgt, dat er een verzoek is binnengekomen, jou uit een collectieve verzekering te verwijderen.

Gauw gebeld, natuurlijk. De boosdoener is waarschijnlijk een of andere minkukel bij VNU Media B.V, die kennelijk denkt, hiermee een eind op scheut te raken met het verdienen van een eindejaarsbonus. Wat dat nou scheelt, zo’n collectiviteit en een ‘normale’ polis? Niet misselijk: 8% op de basispremie en 15% op de aanvullende verzekering. Bij te betalen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010: euro 271,50.

De bonusjager heeft er even niet aan gedacht, het ‘slachtoffer’ in te lichten, laat staan dat die enig idee heeft wat de reden kan zijn van dit gedoe.

Heeft u ook een telefoonnummer van die lui, vraagt gedupeerde aan de Klantenservice van CZ. Sorry, maar dat zult u even in de Telefoongids moeten opzoeken. Gelukkig is er Google.

Met de vriendelijke VNU-mevrouw, die hem uiteindelijk te woord staat, gaat hij niet in discussie, zeker niet, omdat zij onmiddellijk concludeert dat hij als pensioentrekker van de VNU (hij viel nog net in dat pensioenfonds, toen Wegener de dagbladen in 2000 van die uitgever kocht) gewoon recht heeft en behoudt op die collectieve verzekering. Ze bevestigt dat nog even per email en laat daarin namens CZ weten, dat hij de in de aanhef dezes genoemde brief als niet geschreven kan beschouwen.

Maar, wat hij verwacht gebeurt: CZ stuurt toch nog een nieuwe polis en geeft daarbij als reden op: ‘Einde collectiviteit.’ Die polis ligt nu naast zijn toetsenbord met de aantekening: Ontzorgen!

woensdag 21 juli 2010

Waar deden ze het van?

parkeren_grote_markt

Belgen in de rij voor een ondergrondse parkeergarage in Mechelen.

Heb nog even geen genoeg van de Belgen en hun auto’s. Heeft met mijn roots te maken, denk ik: geboren in het grensdorp, nou ja de grensgemeente Ginneken, thans onderdeel van Breda. Bréda (met accent op de e) zeggen ze in Antwerpen. Die steden liggen 50 km van elkaar, maar er was altijd een gevoel van nabuurschap. Eerder dan met Rotterdam, dat op dezelfde afstand ligt.

In de jaren vijftig had ik een Vlaamse vriend, die vlak over de grens  in Meersel Dreef woonde en in mijn klas op het Bredase lyceum zat. Die kwam opeens met de geweldige chevy van zijn vader aanrijden. Want als je in die tijd, als Belg, 18 jaar werd, dan kon je zomaar achter het stuur van een auto kruipen.

Destijds waren wij Nederlanders voor de Antwerpenaren goedkoop van eten en drinken, dus kwam die Sinjoren op zondag massaal naar ons toe gereden. Allemaal, zonder uitzondering, in grote Amerikanen. Van achter het tuinhek stonds ik ze na te gapen. Let wel, in die naoorlogse opbouwperiode, toen wij nog geen nagel hadden om onze kont te krabben, laat staan een auto. Waar deden die Belgen dat toch van? Daar deden de meest fantastische verhalen over de ronde. Zoals: er zat in die auto’s een muntautomaat, waar je af en toe ‘n paar franken is moest gooien en dan kon je weer vooruit. Of –meer prozaisch – ze zijn nu eenmaal luchthartiger bij het kopen op krediet dan wij krenterige Hollanders.

Onlangs stond ik in het Zuid-Franse Sisteron met een hoogbejaarde Antwerpenaar naar de beroemde rotspartij aan de Durance te kijken. Hij zei – leunend op zijn stok – dat hij bezig was er afscheid van te nemen. We hebben het toen nog even over ‘vroeger’ gehad en ik had bij hem veel succes met de volgende anecdote. Na de oorlog richtte Breda, als bijna alle zichzelf respecterende steden, een bevrijdingsmonument op. “Judith met het hoofd van Holofernes’, een hardstenen beeld op een dito zuil, gemaakt door Niels Steenbergen en geplaatst op de Grote Markt. Over de vorm van dat beeld liepen de meningen nogal uiteen. De Antwerpenaren, weer eens op zondagsbezoek, deden ook een duit in het zakje door aan het monument een briefje te hangen: ‘Is ‘t geen schone veldfles?’

Zie ook: Rood-wit blijft rood-wit

Rood-wit blijft rood-wit

Rood-wit blijft rood-wit. Nee, het gaat niet over de naam van een voetbal- of hockeyclub. De Belgische regering – is er nog een regering in België? – heeft besloten, de kentekens van de auto’s rood-wit te laten. Rode letters op witte achtergrond. De politie ziet het liever zwart op geel of zwrat op wit, want de bestaande kentekenplaten zijn moeilijk leesbaar, laat staan goed te fotograferen.

vlaamse_leeuw Het eerste wat je geneigd bent te denken is, laat Europa maar weer eens de knoop doorhakken, maar dat is hoogst onkuis, uitgerekend op de Belgische Nationale Feestdag, aan de vooravond waarvan koning Albert zei: Het komt allemaal goed met ons. De koning loopt het, excusez le mot,  dun door de broek, nu de grootste politieke partij te lande het liefst zou zien dat België barstte en het Huis van Saksen Coburg en Gotha na 180 jaar eindelijk eens ging doppen, de ww inging.

coq_rouge De kentekenkwestie heeft alweer te maken met de onverenigbaarheid van karakters in België. De demissionaire Minister van Mobiliteit gaf de voorkeur aan zwart op geel, maar dat zien de Walen helemaal niet zitten, omdat dat de kleuren van de Vlaamse vlag zijn. Hoe kom je er op? Terwijl er ook zoiets bestaat als le coq rouge, ja wel, rood op wit. Het symbool van de Franstaligen. Het llijkt of de Walen zich vastklampen aan het laatste restje van hun negentiende-eeuwse hegemonie.

Zit dat geel en zwart ook niet samen met rood in de nationale vlag? Ik heb de oplossing: kentekenplaten, zwart op geel met een rood randje!

Zie ook: Waar deden ze het van?

dinsdag 20 juli 2010

Gezag

In een afscheidsstuk over zijn vriend Jan Blokker in Vrij Nederland, schrijft Rinus Ferdinadusse over de gezagsgetrouwheid van de Nederlander in de jaren zestig van de vorige eeuw.
Als er een bordje stond, 'verboden op het gras te lopen', dan liep men niet over het gras, vermeldt hij.

Ferdinandusse vergist zich. Er stond geen bordje 'op het gras te lopen', maar 'verboden zich op het gras te bevinden'. Het gezag had namelijk vastgesteld dat de Nederlander eerder slim is dan gezagsgetrouw en lekker op  het gras ging liggen of zitten picknicken. De surveillerende politieagent had het nakijken, zolang hij niet kon vaststellen dat iemand over dat gras liep. De logica dat je je niet op het gras kon bevinden, zonder er eerst over te lopen was kennelijk in de zin der wet niet houdbaar gebleken.

zaterdag 17 juli 2010

Laat ontwaken

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft de Koninklijke Wegener, uitgever van onder meer Brabants Dagblad, ED en een reeks titels in Zuid- en Oost-Nederland, een boete van 19 miljoen euro opgelegd. Vijf ‘leidinggevenden’ moeten bovendien samen nog eens 1,3 miljoen betalen. Over het lot van laatstgenoemden hoeft men zich, neem ik aan, geen zorgen te maken. Een kwestie van vestzak-broekzak waarbij het concern dokt.

Toen Wegener in 2000 de dagbladen van de VNU, waaronder het Bredase BN/De Stem (met Zeeuwse editie) opkocht - voor veel te veel geld is achteraf gebleken want direct daarna begon de afkalving van de kranten als gevolg van internet-concurrentie en economische crisis - zijn bepaalde afspraken gemaakt over de ‘redactionele zelfstandigheid’ van BN/De Stem respectievelijk de Provinciale Zeeuwse Courant, die al eerder in handen van Wegener was.  Die afspraken zouden onvoldoende zijn nagekomen. Zo is de drukkerij in Breda ontmanteld en worden beide kranten nu bij Wegener Nieuwsdruk Zuid in Best gedrukt.

De realiteit is inmiddels, dat de PZC en De Stem, samen met ED en al die andere regionale kranten, in belangrijke mate centraal in Apeldoorn worden gemaakt en onder verantwoordelijkheid van ‘eigen’ hoofdredacties verder regionaal worden ingevuld. De kranten mogen onder meer een eigen voorpagina maken en de nodige regionale katernen. De weekendbijlage is een met ‘n paar eigen pagina’s doorregen eenheidsworst. Een columnist als Derk Bolt kom  je zodoende van Zoutelande tot Zwolle tegen.

De samenwerking uit pure economische noodzaak, heeft bij de kranten tot de ‘overbodigheid’ van tientallen redacteuren en technici geleid. De ene bezuinigingsoperatie is de afgelopen jaren de andere opgevolgd. Inmiddels probeert Wegener, onder druk van haar nieuwe eigenaar, het Britse Mecom, zich te onwikkelen tot een crossmediaal bedrijf, waarbij de hoop is gevestigd op het internet als middel om inkomsten te genereren.

De gang van zaken lijkt als twee druppels water op wat er in de Randstad rond het AD is gebeurd, concentraties en reorganisaties waarbij Wegener ook ten nauwste betrokken was. Van eerbiedwaardige kranten als de Haagsche Courant en het Utrechts Nieuwsblad zijn ook maar nauwelijks van elkaar verschillende tabloids overgebleven, die het naar het oordeel van veel abonnees nauwelijks waard zijn hun gerenommeerde titels te dragen.

Wat is eigenlijk redactionele zelfstandigheid? De journalistenvakbond NVJ hanteerde daarvoor sinds de persconcentraties in de jaren zeventig van de vorige eeuw het principe ‘een eigen hoofdredacteur’. Houd je dat criterium aan, dan zijn ook BN/De Stem en de PZC nog steeds zelfstandig. Maar de hoofdredactie van nu is niet meer die van 30 jaar geleden. De strenge scheiding van journalistiek en commercie is allang verlaten en van de hoofdredacteur wordt verwacht dat hij economisch meedenkt en daar ook naar handelt. Een vanuit journalistiek oogpunt bezien allesbehalve benijdenswaardige positie. Het feit dat de directie niet meer borg staat voor de journalistieke onafhankelijkheid, heeft dit voorjaar bij NRC Handelsblad geleid tot het opstappen van de hoofdredacteur.

In tien jaar tijd is er op mediagebied zoveel gebeurd en zoveel veranderd, dat terugvallen op in 2000 gemaakte afspraken,zoals de NMa nu doet, kan worden gezien als een te laat wakker worden. Trouwens, wat doet de NMa met die 20 miljoen? In het steunfonds voor de pers stoppen? Dat zou wel eens hard nodig kunnen zijn, al was het maar om…Wegener te helpen.

Reacties: 17 juli 2010 om 14-04

               17 juli 2010 om 14-41

hhBest.nl

woensdag 14 juli 2010

Kleurstelling

Tot genoegen van sommigen en tot afgrijzen van anderen (hier ligt een mini-enquete aan ten grondslag) heb ik de kleurstelling van dit blog in overeenstemming gebracht met die van de hoofdsite  hhBest.

Mijn opvatting: De idee dat tekst in de regel zwart moet zijn op een witte achtergrond, is conservatief. Op een beeldscherm vind ik dat hinderlijk voor de ogen. Door kranten en tijdschriften toegepaste kleurcombinaties kunnen trouwens tot ronduit onleesbare resultaten leiden. Voor mijn part houden die media het in doorsnee bij het vertrouwde zwart-wit.

Ik blijf openstaan voor kritische opmerkingen.

Best lekker bekt best

Als ik de regels tik die tot deze maandelijkse radiocolumn moeten leiden, is het op ons balkon – ooit door een makelaar wervend aangeduid als loggia – 23 graden. Er strijkt een verfrissend briesje langs de platanen aan de vrije busbaan en niets wijst op naderend onheil. Even naar de buienradar kijken. De komende twee uren nog geen vuiltje aan de lucht.

De journalist in mij, zegt dat ik het eigenlijk over de structuurvisie van de gemeente Best, het centrumplan, inloop-inspraak en klankbordgroepen zou moeten hebben, maar zaterdag begint ook in het zuiden de schoolvakantie en ik geef er nu vast de brui aan.

Het valt mij op, dat nu het zoet en het zuur van de WK achter de rug zijn en we toe zijn aan de flauwe komkommers, de hondachtigen  een nogal dominante rol spelen. Nadat in Roosendaal een vos in een hangmat was gesignaleerd, kwam uit Australië – altijd is het een ver land – het bericht dat een hond zijn baas in diens bil had geschoten. Nauwelijks bekomen van de schrik hoorde ik op Radio 1 vertellen dat een hond, die bij 40 graden in een auto zat opgesloten, de omgeving alarmeerde met de claxon. Blijkbaar zijn honden tot alles in staat. Is het verhaal dat mijn vader me ooit vertelde dan toch waar? Weet je waarom honden aan elkaars achterste ruiken? Ze zijn op zoek naar de soortgenoot, die tijdens een algemene hondenvergadering het ontwerp voor een nieuwe hondengrondwet aan zijn gat afveegde.

dijkpadOm het toch nog even over Best te hebben: Van een ondernemer hoorde ik eens, dat men bij de Kamer van Koophandel, als het over het kiezen van een bedrijfsnaam of slogan gaat, waarschuwt tegen een te frivool en al te voor de hand liggend gebruik van de dorpsnaam Best. Het risico van het opnieuw uitvinden van het wiel ligt op de loer. Woordspelen met Best is aan slijtage onderhevig. Vraag maar aan waarnemend burgemeester Kortmann.

Het kan allemaal wel zijn, maar de horecajongens die voor een culinair festijn het motto Best Lekker lanceerden, hadden natuurlijk groot gelijk. Best lekker bekt best. En de Koetshuistuin als locatie is een regelrechte vondst gebleken, al moesten sommigen daar natuurlijk woorspelig weer Kotshuistuin van maken. Ons dorp kon wel eens ‘n oppepper gebruiken, dus daar zijn we de plaatselijke cuisiniers en supermarketeers  dankbaar voor.

Waar ik heel erg hard om moest lachen, dat was een verzoek van een keurige inwoner aan de gemeente, om het Dijkpad (dat is het enkele jaren geleden royaal verbrede fietspad langs het kanaal naar Oirschot) open te stellen voor snorfietsen. Dat zijn van die brave rijwielen met hulpmotor, die niet harder dan 25 km mogen. Het tragi-komische zit ‘m hierin, dat bedoeld fietspad nu al illegaal volop wordt gebruikt door snelle brommers en scooters. Zoals bekend, maken wij tegenwoordig zelf onze regels. De gemeente sondeert intussen de opvatting van omwonenden over dit verzoek. Maar neemt Best hierover ook contact op met Oirschot? Ik vraag dit, want enkele jaren geleden werd dat fietspad ongecoördineerd in etappes verbreed.  Och mensen, breek me de bek niet open. En wacht daar zeker mee tot na de vakantie.

(Column Omroep Best, 14 juli 2010, 18:10 uur.)

PS Voor wie het allemaal niet gelooft, het kan nog fantastischer. Zie hier een NOSfilmpje van een eland in in een Noorse supermarkt.

dinsdag 13 juli 2010

Afkoelen

Had ik net een afkoelingsperiode willen voorstellen tussen sommige kranten en sommige kritische webloggers, gooit het ED roet in het eten. Uitgerekend de krant, wier hoofdredacteur onlangs nog zijn lezers lastig viel met een klaagzang over die vervelende webloggers.
afkoelen Over de kritiekloze waanzin, die het ED dezer dagen over ons uit heeft gestort aangaande het op kickboksen lijkende voebele van Oranje (gelukkig is er columnist Jos Kessels, dat wel), wil ik het niet hebben. Ook niet over de dociele manier waarop de nieuwe Philipsbaas Frans van Houten (ook gevolgd door een correctie door JK) is binnengehaald. Zelfs niet al te uitvoerig over de onprofessionaliteit (gevolg van de ontslagen van ervaren redacteuren) waarop we door deze Wegenerkrant voortdurend worden getracteerd: Aankondiging van een videofilmpje, ‘want we zijn crossmediaal’: Noodweer niet hevig in deze regio. Begeleid door een fotootje van O.L. Vrouw van Lourdes, alsof die dat noodweer bij de Pyreneeën heeft tegengehouden. Was er nou noodweer of niet? Zo ja, bestáát er dan noodweer dat niet heftig is?

Nee, dan het absolute dieptepunt dat heden in de krant kan worden aangetroffen. Een zorgcentrum in Bladel is op het mallotige idee gekomen, de aan hem toevertrouwde oudjes als middel ter afkoeling, afwasteiltjes met water voor te zetten. Een ‘vondst’, waarvan je anno 2010 toch zegt: hoe halen ze het in hun hoofd. Tweede stommiteit, waarbij de privacy van de bewoners totaal over het hoofd is gezien, het ED toestemming geven daar een mooie foto van te maken.

Nou, ik vertel jullie, als mijn moeder daar bij had gezeten (aangenomen dat zij aan dit vernederende afkoelingsexperiment had deelgenomen), dan zou ik de instelling én de krant hebben aangepakt.

maandag 12 juli 2010

Liempde

Voor rijbewijskeuring (Zit ik niet dement achter het stuur?) moest ik bij dokter Van Laere in Liempde zijn. Moest? Nou nee, ik kon volgens de bejaardenbond  kiezen tussen een arts in Eindhoven en een in Liempde. Natuurlijk Liempde! Natuurlijk (9 km) op de fiets. Kon misschien nog net, chatte vriend die buienradar nauwkeurig in de gaten houdt en weer een reeks ontploffingen vanuit België zag aankomen. Vriend vroeg zich trouwens af, of dokter niet zou denken dat ik niet durfde te autorijden.

Ik houd dus van Liempde. Mooie herinnering aan gesprek met inmiddels allang wijlen burgemeester P.A. (‘Pa’) Smits, in het oude raadhuisje. Vanuit de burgemeesterskamer kon die het hele dorp overzien, terwijl de dorpelingen hem konden zien zitten. Dat was dus, tijdens dat gesprek, voortdurend de hand opsteken.

Toen in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor het eerst sprake was van annexatie van Liempde door Boxtel, schreef ik een pinnig stukje, iets té pinnig vond de toenmalige staatssecretaris, Marius van Amelsvoort, omdat ik het woord endlosing had gebruikt. Dat hebben we toen uitgepraat tijdens een lunch in  Le Bistroquet, ja hetzelfde Haagse restaurant, waarin ooit Van Agt en Wiegel samenzweerderig in het schijnsel van een hanglampje werden gefotografeerd, terwijl ze plannen voor hun kabinet zaten te smeden. Ik geloof trouwens dat Liempde daar tijdens die ‘werklunch’ met Van Amelsvoort nauwelijks ter sprake is gekomen.

‘Pa Smits? Goeie vrind van me’, zei dokter Van Laere, die meer dan 40 jaar huisarts in Liempd (altijd uitgesproken zonder e) is geweest. Aha, het klassieke bondgenootschap van notabelen.

In de bloei van zijn burgemeesterschap heeft Smits nog eens ‘n skon gedicht gemaakt over de functie van het Liempdse gemeentehuis. Ik moet van de steen waarin dat is gebeiteld nog een foto hebben, maar dan moet ik in mijn analoge archief duiken en daar is het nu eventjes te warm voor. De ingemetselde steen is inmiddels afgedekt door het logo van een zorgverzekeraar die momenteel in een deel van het raadhuis zit. Maar het ‘doodsprentje’ van Liempde mag er ook wezen. Het werd, gemeentewapen met bijschrift, onthuld op 31 december 1995, dus straks al 15 jaar geleden:

1420 – 1995
Het schild, van al zijn macht ontdaan,
Blijft in de geest slechts voortbestaan.

zaterdag 10 juli 2010

Botten

Arnon Grunberg geeft in zijn Voetnoot in de Volkskrant vanmorgen een dialoogje tussen hem en zijn petekind weer.

Jongetje: ‘Ik zou dood willen zijn.’

G.:  ‘Dan kunnen we niet meer spelen.’

Jongetje: ‘Dan speel je maar met mijn botten.’

Doet me denken aan m’n eigen zoon, die ooit vroeg: ‘Pap, als je dood bent, krijg ik dan je doodshoofd?’

Makaber idee in een voetbalweekend.

vrijdag 9 juli 2010

Vrije marktwerking

Twee keer per week moeten we om medische redenen in het centrum van Eindhoven zijn. Telkens voor minder dan een uur. Betekent 2 euro voor een goor parkeerterrein aan de Fuutlaan. Ja. de gemeente weet daar wel te incasseren, zoals uiteraard ook op andere plekken in de stad. En maar uitbreiden die zones van betaald parkeren. Ja de studiereis van Rob van Gijzel dezer dagen naar Zuid-Afrika moet toch ergens van betaald worden?

Als het op parkeren aan komt, weten ze op Eindhoven Airport, waar de gemeente een dikke vinger in de pap heeft, ook waar Abraham de mosterd haalt. Volgens het ED kost het daar tussen de 18 en 28 euro per dag. Sinds ‘n maand of drie geldt betaald parkeren ook op het aangrenzende bedrijventerrein. Ze hebben daar in Eindhoven flink de smaak te pakken.

Maar op deze manier creëer je als gemeente natuurlijk wel een niche. Je hoeft als vrije ondernemer in de periferie van de luchthaven, die als gevolg van een Brabants minderwaardigheidscomplex geen Welschap meer mocht heten, niet zo héél slim te zijn om te bedenken, dat er enige winst te halen valt met ongebruikte ruimte op je terrein. Zo’n ondernemer is onder anderen een garagehouder, die aan de Luchthavenweg parkeerplaatsen aanbiedt voor 5 euro per dag. Daarnaast is er een parkeerbedrijf (!), dat een kleine 400 auto’s kwijt kan op ongebruikte parkeerruimte bij leegstaande kantoorgebouwen.

Je voelt het al aankomen. Airport en de gemeente hebben beide ondernemers de oorlog verklaard, waarbij – altijd makkelijk –  met de bepalingen in bestemmingsplannen wordt gewapperd. Dwangsommen die oplopen tot 180.000 euro. Het woord is binnenkort aan de bestuursrechter in Den Bosch, aan wie beide ‘vrije ondernemers’  het geval hebben voorgelegd.

In het algemeen moet ik er niet zoveel van hebben, maar voor één keer geloof ik dat privatisering in het belang van de consument kan zijn.

donderdag 8 juli 2010

Goede Doelen

‘n Week of wat geleden stonder er een man op leeftijd bij de MAKRO, met zo’n enorme collectebus van het Rode Kruis. Ik passeerde hem, mijn weigering motiverend: ‘Blijft teveel aan de strijkstok hangen.’

Intussen is er een politieke actie gaande, het salaris van de RK-directeur te normaliseren.

Voldoende uitgelegd, denk ik, waarom ik de Goede Doelen, tegenwoordig met de nodige reserve tegemoet treed (om niet te zeggen, geneigd ben, m’n rug te laten zien). En dan heb ik het nog even niet over de enorme bedragen die door ons naar de zorg worden gedragen, los van de tegenwoordig onaftrekbare ziektekostenpremie. Om die reden raad ik degenen die het wel aftrekbare eigen aandeel in de kosten kunnen betalen, het te houden op de basisverzekering.

Lees ik heden in de Volkskrant: ‘Goede doelen zijn niet immuun voor de economische crisis. Na vijf vette jaren is de totale opbrengst uit eigen fondsenwerving van de twintig grootste goede doelen in het crisisjaar 2009 licht gedaald.’ Enzovoorts.

Aan het verband met het gegroeide wantrouwen jegens de bestemming van de gelden, heeft de krant deze keer kennelijk niet gedacht.

woensdag 7 juli 2010

De geest uit de fles

‘Mijn enige hoop is dat hij nu ook weer doorgaat met schrijven. Ik zie hem ervoor aan,’ schrijft Aaf Brandt Corstius vandaag op de Achterkant van de Volkskrant over Jan Blokker zaliger. En dat hij haar held is. Nooit persoonlijk ontmoet trouwens, terwijl beiden toch voor nrc.next schreven.

De meeste generatiegenoten van Aaf vonden Blokker maar een ouwe brombeer, maar dat zal hij ongetwijfeld als een geuzennaam hebben beschouwd, zoals BN-ers dat deden met vernietigende Blokkeriaanse kwalificaties als Kereltje Pechtold en Meisje May.

Benieuwd of er nog een biografie komt. Jan Blokker jr kan daar wellicht iets over vertellen: dat pa een idee in die richting al jaren geleden heeft weggehoond? Zou me niet verwonderen.

Anecdotes bij de vleet trouwens. Persoonlijk heb ik eens de vrijheid genomen, hem, in prime time nog wel, want het is bekend dat hij om half elf  ‘s avonds vaak nog aan zijn column werkte, op te bellen. Maar hij had daar zelf aanleiding toe gegeven door in een boekje of bundeltje te schrijven: ‘Mijn telefoonnummer is (…)’

Toch ‘n tikkeltje zenuwachtig, hoorde ik aan de andere kant van de lijn: ‘Blokker!’  Een vertederende soort barsheid. Zijn stijl nabootsend, zei ik: ‘Godallemachtig, het nummer klopt ook nog’. Het leek of hij erop had zitten wachten. Het werd een geanimeerd gesprekje, waarin ik opperde, dat hij met de openbaarmaking van zijn telefoonnummer de mogelijkheid had geopend, de verkoop van zijn boek te controleren. ‘Nou, stel je daar maar niet teveel van voor’, reageerde hij met cynische ondertoon.

Een en andermaal horen en lezen we dezer dagen dat Blokkers schrijfproces – perfectionist als hij was – vaak tobberig verliep. Zijn stukken schreven zich bepaald niet vanzelf. Henk Hofland vermeldt dat al over de periode dat B. filmrecensies schreef voor Algemeen Handelsblad. Drie regels tikken op zijn schrijfmachien, roetsj het papier eruit, in de prullenbak en opnieuw.

Was deze Hollander (geen ‘echte Nederlander’, zoals Harry Mulisch hem bij zijn dood typeerde) een jeneverdrinker, gelijk  collega Han Lammers, die ik eens de combinatie snert–oude genever hoorde aanprijzen? Hoe het zij, bij een krantenoverzicht van de radiorubriek Met het oog op morgen, vernam men van de Volkskrant dat bij Jan Blokker ‘de geest nog niet uit de fles’ was.

maandag 5 juli 2010

Collina

Pierluigi Collina, de inmiddels vijftigjarige Italiaanse ex-topscheidsrechter die van nature  onophoudelijk zó boos kijkt, dat hij  vertedert, krijgt bij de UEFA  een vinger in de pap als het gaat om de vraag, in hoeverre zijn voormalige collega’s de beschikking krijgen over technische hulpmiddelen die aan alle geharrewar rond de arbitrage een eind moeten maken.

Sinds wanneer interesseer jij je daarvoor, hoor ik Passant vragen, de man die het als zijn dagtaak beschouwt, op het internetforum Plein568X iedereen voor gek te verklaren, die van voetbal en pop houdt en niet van klassieke muziek. Laat ik duidelijk zijn: ik ben geen liefhebber van het foebele. Maar ik vind het wel leuk, tijdens een WK of EK Oranje te controleren, bijgestaan door Levensmaatje dat,  kennelijk genetisch bepaald, over een opmerkelijk  inzicht beschikt. (Met weemoed herinnert zij zich  van thuis het geroep  Skieten Willy, ten tijde van de gebr. Van de Kerkhof bij PSV, een periode die mij trouwens geheel is ontgaan.)

Maar tijdens dat kijken, zitten we regelmatig met de handen in het haar, voor zover dat laatste nog voorhanden is (nauwelijks meer dan Collina). Want zomin als de 16 miljoen andere kenners van de natie, snappen wij enige bal van een verschijnsel als buitenspel, om maar eens ‘n probleempje te noemen. Met de nagels in de handpalmen plegen wij naar de scheidsrechter en zijn vlaggende assistenten te kijken, over de beslissing die zij nu weer uit hun tovenaarshoeden vissen, soms een kwestie van leven of dood zoals men weet.

Zoveel weet ik wel van dat internasionale foebele dat het als het meest conservatieve wereldje ter aarde moet worden beschouwd. Overal in de sport, bij het schaatsen, het tennissen, het zwemmen, het hardlopen het discuswerpen en noem maar op, bepalen uiteindelijk de camera’s en meetinstrumenten of het duim op of duim neer is. Terwijl het voetbal het in principe nog steeds bij dat antieke keizerlijke gebaar, om niet te zeggen de natte vinger, houdt.

De scheidsrechters verkeren daardoor in een onhoudbare positie, zo leerde ik vorige week van een tv-documentaire. Elke beslissing is er een ten nadele van één van de partijen en de agressie die dat genereert richt zich dan natuurlijk tegen hém.

Ik zou zeggen, meneer Collina, kijk in die UEFA-vergaderingen nog eens extra boos.  Ik vertrouw er op dat het dan helemaal goed komt met die technologisch aangestuurde arbitrage.

zaterdag 3 juli 2010

Rolleiflex

Na lange tijd weer eens oog-in-oog met een Rolleiflex. Prominent in handen - nou ja, niet helemaal want op statief - bij fotograaf Martien Coppens (1908-1986). De Rolleiflex is niet de eerste de beste, maar wel de eerste èn de beste twee-ogige spiegelreflexcamera ter wereld. Uiteraard Duits fabrikaat. Tot op zekere hoogte nagemaakt. Door de Japanners. Ik denk dat de Rolleiflex nog, zoals in de film Blow Up, in ateliers wordt gebruikt, hoewel… de digitalisering gaat nu wel heel erg hard.
In mijn tijd (hoor mij) was niet de Leica of een andere kleinbeeldcamera hét toestel van de persfotograaf. Dat was de Rollei zoals-ie liefkozend werd genoemd. Vanwege z’n universele inzetbaarheid en gemakkelijke hanteerbaarheid. Hier en daar zag je in de jaren vijftig van de vorige eeuw, bij onder anderen de fotografen van het ANP, de Linhof opduiken, maar de Rollei heeft het toch nog heel lang volgehouden.
rolleiflex Martien Coppens dus, met een Rollei op de eerste pagina van een weekendkatern van het Eindhovens Dagblad. <- De schacht aan de bovenkant opengeklapt, het 6 x 6 matglas dat exact het te fotograferen beeld weergeeft, door de turende fotograaf tegen ‘vals licht’ afgeschermd. De rechterhand afdrukkensgereed aan de draadontspanner (evenals het statief ter voorkoming van bewegingsonscherpte). Rechterhand? Jazeker, want de foto is kennelijk een via de spiegel gemaakt zelfportret.
Met een Rollei kan je ‘om ‘n hoekje’ fotograferen. Gewoon een kwartslag draaien, om ongemerkt bij voorbeeld een persoon te verschalken. Het lijkt immers, of je met een hoek van 90 graden een andere kant uitkijkt. Je kunt de camera ook ver boven je hoofd ten onderste boven houden en zo bij voorbeeld over een rij publiek heen fotograferen. Allemaal kunstjes, waaraan de camera niet in de eerste plaats haar roem heeft te danken. Die vloeit namelijk voort uit de fabelachtige kwaliteit van het tot in het oneindige uitvergrootbare beeld. Ik denk nog steeds niet geëvenaard door welke digitale camera dan ook.
De Rollei heeft aan de rechterkant een uitklapbare slinger voor snel filmtransport. Draaien tot-ie stuit, knip, draaien…Uiteraard rolfilm, in schutpapier. Rechts zit een dikke, ronde knop voor het scherpstellen.
Ik heb als 20-jarige ‘n tijdje op de tweesprong gestaan: schrijvend journalist of fotojournalist. In die tijd had ik een Rollei. Gelegenheitskauf in Koblenz. In die tijd was het nog smokkelwaar. Als ik snel ‘n paar foto’s maakte en ontwikkelde, knipte ik in de doka het eerstvolgende nog onbelichte ‘beeldje’ op het gevoel doormidden en het eerste (belichte) beeldje langs de plakstrook. Als ik dan de met cellotape aan het schutpapier geplakte rest van de film er weer in zette, ging de teller bij de oude plakstrook weer werken. Ik transporteerde dan door tot de plek waar de filmrest begon. Zo kon ik met een film voor 12 opnamen wel drie sessies doen. Had ook nog een adapter, waarmee je kleinbeeldfilm in de Rollei kon gebruiken. Geen succes, want je kreeg een ‘uitsnede’ van het 6 x 6-formaat.
Mijn Rollei is nooit helemaal meer de oude geweest, sinds ik met een vriend-collega in een speedboat op een Leeuwarder gracht zat en ik met mijn camera bij een zwenking een golf water over me heen kreeg. Hoewel… hij is nu in het bezit van mijn oudste zoon en die heeft hem toch maar weer eens laten opknappen. Intussen zoek ik al jaren naar een scanner die mijn historisch 6 x 6-archief aan kan.

Zie ook Sante Brun: Een doos vol negatieven

donderdag 1 juli 2010

Zandweg

Dankzij Twitter kwam ik een opmerkelijk bericht in het Eindhovens Dagblad op het spoor. De gemeenteraad van Someren heeft een motie van de VVD verworpen tot herverharding van een zandweg tussen het  dorp Someren en Sterksel, een kerkdorp van de gemeente Heeze-Leende.

Motief van de VVD was: goede ontsluiting.

Maar verharding druist in tegen de opvatting dat er in Nederland uit cultuur-historische en milieuwelgevallige overwegingen nog enkele zandwegen moeten overblijven. Zeker daar, waar verharding niet echt nodig is. Je hoeft niet álles te verharden of, zoals in Frankrijk in toenemende mate gebeurt, met asfalt dicht te plakken.

Het  grappige van het bericht vind ik, dat de zandweg in kwestie tot voor kort verhard was, maar weer in de oorspronkelijke staat was teruggebracht.  Terug naar de natuur!

In Someren en omstreken is men dus van een dwaling teruggekeerd, dankzij politieke partijen die wat minder automatisme (en automobilisme) in hun beleid doen.

ED.nl

woensdag 30 juni 2010

Mores

Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere, heeft geweigerd, de raad van die gemeente te vertellen, waarom ze altijd heeft ontkend, kandidaat voor het burgemeesterschap van Amsterdam te zijn, terwijl ze door de Amsterdamse vertrouwenscommissie als eerste op de lijst werd gezet.

In een brief aan de fractievoorzitters in Almere schrijft Jorritsma: 'Ik kan noch wil op deze vraag reageren omdat de mores in ons bestel mij dat niet toelaat en ik niet van plan ben in strijd met die mores te gaan handelen via lekpraktijken'.

Wat 'n flauwekul.

Blijkbaar is het tijd dat de raad van Almere zijn burgemeester de broodnodige mores bijbrengt.

dinsdag 29 juni 2010

De postbode en andere dorpsfiguren

De postbode verdwijnt. De meteropnemer en de doodbidder achterna. Eerder moesten we – nou ja onze overgrootouders – het water- en vuurvrouwke al missen.

De postbode, de meteropnemer en de doodbidder, zijn onverbrekelijk verbonden met mijn dorpse jeugd. Daaraan moet ik nog regelmatig denken als ik op het Franse platteland, zo’n geel autootje van La Poste langs les Routes de Dieu zie snellen, stoppen, rijden, stoppen met de knipperende alarmlichten aan. Wie de clignoteurs laat knipperen doet vaak iets wat niet mag, zeg ik altijd. Aan de linkerkant van de weg stoppen en de auto met draaiende motor laten staan bij voorbeeld. La Poste. Let op: vrouwelijk – bij ons was het vroeger ook Tante Pos zonder t. Let op 2: de kleur geel, erfenis van de postkoetsen. Niks rood, niks oranje. Geel is de kleur van de post. Wie daar als postbedrijf tegen zondigt tekent z’n eigen doodvonnis.

Onze postbode, die van het dorp, heette Rops.  Hij had er een sigarenwinkel bij, maar ik kan me niet herinneren dat hij ook postzegels verkocht. Daarvoor had je immers het postkantoor. Punt uit. Ook moet ik betwijfelen of Rops z’n ronde deed met een bolknak in z’n mond – dat zou door de PTT als ondisciplinair zijn beschouwd, denk ik. Hoe zo’n man was uitgerust, met een enorme zwart-lederen tas en, in weer en wind gehuld in wijde cape, waarmee hij die half geopende tas tegen de regen beschermde.

De meteropnemer was Veltman. Een reusachtige vent, die bij Harmonie Concordia op de grote trom sloeg. Naast hem liep een klein ventje dat de bekkens hanteerde, maar dat geen gevoel voor maat of ritme had. Daar had Veltman het volgende op gevonden: ‘Ik roep Leve de meid van Vos en direct daarop doede gij Tsjing! Dus: Leven de meid van Vos Tsjing!’  Veltman was, eerder dan Rops de postbode, een wandelend nieuwsblad. Maar aan nieuws checken deed hij niet. Ooit stond hij, temidden van het publiek, naar een brand te kijken en zei: ‘Ze zeggen dat het mee ‘n heel klein vlammeke aangekomen is’.

De doodbidder. Dat was iemand, die een reeks adressen afwerkte om kond te doen van een overlijden. Gekleed in lange zwarte jas en met hoge hoed. In plaats van, of in aanvulling op rouwkaarten en advertenties. Bij ons was dat een nevenbaantje van koster Van der Heijden, die trouwens ook een garen- en bandwinkeltje dreef tegenover de kerk. Hij belde aan en draaide zijn riedel af, ongeacht wie open deed, dus ook al was dat een kind van ‘n jaar of zes. Stond-ie daar, met moeite zichzelf serieus nemend – bespeurde ik niet een scheef lachje? ‘De familie Dinges deelt u met droefenis mee….’ Zoiets.

Van der Heijden was sowieso een bijzondere figuur. Als-ie ‘s zondags in de kerk de centen ophaalde, kon-ie het niet laten geintjes te smiespelen. Zodat mijn vader ‘n keer quasi bestraffend zei: Van der Heijden, als je nog eens flauwekul maakt, geef ik een klap onder die dikke portemonnee van je, dat de centen door de kerk vliegen. Van der Heijden, de volgende zondag, zich naar mijn vader toe buigend: ‘Ge zijt er toe in staat, smeerlap!’

Allemaal voorbij.

zaterdag 26 juni 2010

Lawaai

Vanmorgen vonden wij in onze brievenbus een strookje met de volgende print:

Lieve mensen,

Ik woon op Xxxxx xx en geef vanavond een feest omdat ik vandaag 16 ben geworden.
Het feest duurt tot 3 uur maar om 1 uur gaat de muziek zachter.
Ik hoop dat u genoeg aan deze informatie heeft.
Groetjes Xxxxx van Xxxxx

Gefeliciteerd, Xxxxx en veel plezier. Wij plannen het naar bed gaan vanavond wel ‘n uurtje later.

Hein van Dooren heeft vandaag in het regiokatern van het ED een column, waarin hij de spot drijft met een spoorwegbeambte die hem en een vriend in een stiltecoupé tot stilte maant. Tja. Wanneer is iets goed en wanneer niet als het over lawaaibeperking gaat?

De ZZP-er, die met een gehuurde hoogwerker de zoveelste opknap- annex repatiebeurt uitvoert aan de gevel van het appartementenblok aan de overkant, is al met slijptollen en aanverwante lawaaimakers sinds maandag bezig en – tijd is geld – was vanmorgen (zaterdag) vóór 10 uur alweer aan de gang. In zijn schafttijd wordt z’n bouwvakkersradio even niet overstemd door zijn machines. Ik vraag me wel eens af, wat er allemaal in het begrip tolerantie kan worden ondergebracht.

Trouwens, dezer dagen komt de plansoenendienst wel weer voorbij met haar kolossale maaimachines – soms twee tegelijk.

We hebben tegenwoordig een Dag van Dit en een Dag van Dat, elke dag wel wat. Alleen… een Dag van de Stilte ontbreekt nog. Zal ik die ooit nog eens meemaken?

vrijdag 25 juni 2010

Kassazegels

Als ik B met kroontje was, zou ik, gebruikmakend van het portretrecht, mijn hoofd op de nieuwe ‘postzegels’ van TNT Post weigeren.

Onlangs betoogde ik al in een stukje over ‘die verdomde privatisering’ dat de kwaliteit van de postzegels tot die van 'n soort kassazegels van de supermarkt is gedegradeerd.

postz_nw Nu laat TNT Post de waardeaanduiding op de postzegels vallen. (Zie afbeelding, ontleend aan de website van het postbedrijf.)  Er wordt met simpele cijfers gewerkt: 1, 2 enz. waarmee dan de relatieve waarde wordt aangeduid.

Voor het besluit, dat natuurlijk een regelrechte bezuinigingsmaatregel is, worden drogredenen aangevoerd als:  je hoeft nooit meer bij te plakken als je oude postzegel te weinig waard is. Maar het komt er natuurlijk op neer, dat TNT geruisloos haar tarieven kan verhogen en dan geen nieuwe zegels hoeft te produceren.

woensdag 23 juni 2010

Erg, erger, ergst

Vanmorgen het Eindhovens Dagblad doorbladerend, twijfel ik over het antwoord op de vraag, wat er erger is, het doordrukken van de groei van Eindhoven Airport, of de kneuterigheid, waarin de nieuwe bestemming van Weverij De Ploeg in Bergeijk dreigt te ontaarden.

Appels en peren. Qua importantie natuurlijk ook niet vergelijkbaar.

Waarom moet ik bij het zien van ex-minister Hans Alders, naar wie een gesprekstafel over Airport is genoemd, altijd aan Jan Klaassen denken? Komt het door de poppenkast, die deze gesprekken van belanghebbenden en omwonenden (lees slachtoffers) hebben opgeleverd?

Ik ben teugen. Deze sluipenderwijs toegepaste ‘opwaardering’ van het vliegveld Welschap, veertig jaar geleden al voorzien en door het toenmalige ED fel bestreden, kán gewoon niet in dit kleine land. Het verhaal van Alders c.s. is een advies. Het nieuwe kabinet moet er over beslissen, dat wil zeggen verantwoordelijken wier partijen in hun verkiezingsprogramma nauwelijks aandacht hebben besteed aan de overdonderende milieuproblematiek, inclusief het CO2-vraagstuk.  Een bekeken zaak.

Poppenkast. Laat ik es wat citeren: ‘Lawaaibakken worden geweerd, manoeuvres zoveel mogelijk op een stillere manier uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door glijvluchtlandingen en minder gebruik van motor en vleugelkleppen.’ Zien jullie het al gebeuren? Vooral die glijvluchtlandingen. Wie gaat dat straks allemaal in de gaten houden? Jan Klaassen?

De aankoop van de voormalige, door Rietveld ontworpen weverij in Bergeijk door de woningcorporatie Wooninc gaf in 2007 al aanleiding tot hoog opgetrokken wenkbrauwen, al zou een (gedeeltelijke) woonbestemming niet absoluut ondenkbaar zijn. Maar Wooninc had ambitieuzere, zij het ver van haar roots verwijderde plannen: een sociaal-culturele of maatschappelijke functie en/of huisvesting van jonge ontwerpers van de Design Academy in Eindhoven. Het ketste allemaal af, waarbij de perifere ligging van de Kempische grensplaats Bergeijk ten opzichte van de zelfbenoemde designstad een overwegende rol speelde.

Onder het motto ‘eindelijk perspectief’, signaleert het ED nu wat nieuwe ideetjes, die me de haren te berge doen rijzen – plannetjes die, als ze ook mislukken, tot gevolg zullen hebben dat Wooninc de fabriek weer in de etalage zal zetten. Als dat maar niet uitdraait op een strop à la zeeschip in Rotterdam. Met ideeën als het ‘onder de aandacht brengen van specifieke kanten’ van oude ambachten - klompenmaker, ouderwetse bakker, rietdekker - stevent men nu af op wat moet gaan heten Smaakfabriek De Ploeg, waarbij  het pruuven zal worden gestimuleerd door de Gulpener Brouwerij.

Wat dit met ‘smaak’ te maken heeft, blijft in nevelen gehuld. ‘Toeristische trekpleister’ dan? Waar horen we dat vaker? Gelukkig ligt België in de buurt, al zijn ze daar al rijkelijk gezegend met het Domein Bokrijk.  Laten we vooral hopen dat die van over de grens dat Gulpener bier lusten.

dinsdag 22 juni 2010

Factuurfraude

Minstens zestien bedrijven in Zuid-Oost Brabant zijn het slachtoffer van factuurfraude bij TNT Post. Er zijn duizenden euro’s mee gemoeid.

De criminelen passen de volgende trucs toe:  1. Ze voorzien de facturen van een sticker met een tekst als ‘Let op, ons banknummer is veranderd’. Volgt het rekeningnummer van de potentiële dief. 2. Ze maken een kleurencopie van de rekening en veranderen daarop de gegevens.

Sorry, maar ik zit hierom te grinniken, want voor het eerst blijkt dat internetbankieren veiliger kan zijn dan werken met analoge accept-girokaarten. Wie wel eens langs digitale weg geld heeft overgemaakt, weet dat de bank de referentie tussen het opgegeven banknummer en de naam van de begunstigde controleert. Als dat banknummer nog niet in je ‘contacten’ staat, bevestigt de bank de juistheid van de combinatie, of…niet. Het kan ook zijn dat de bank meedeelt: Dit nummer is van die en die. De fraudeur?

Heeft TNT, waarvan ik me kan voorstellen dat ze intussen van haar postdivisie af wil (opnieuw nationaliseren die handel!) dit laatste controlemiddel al eens uitgeprobeerd?

Werken met over de post verstuurde facturen plus accept-girokaarten is trouwens aan het verdwijnen. Goedkoper en sneller is het systeem van digitale nota’s waarop onder anderen gemeenten en zorginstellingen al geheel of gedeeltelijk zijn overgeschakeld. 

maandag 21 juni 2010

Christelijke beschaving

Soms vang ik nog wel eens wat op van het radioprogramma Nachtvluchten, zaterdags van 02.00 tot 07.00 uur. Herhaling van interviews en een verse gast die daarvoor vroeg uit de veren moet. Frank van Dijl sprak deze keer met een medisch ethicus. Terloops passeerde een fragment van een reportage door de legendarische KRO-man Paul de Waard van de viering van Honderd Jaar Kromstaf: het feit dat het in 1953 een eeuw geleden was dat in Nederland de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld. De katholieken mochten toen weer uit de kast.

‘Honderd jaar kromstaf, geen idee wat dat betekent’, zei Van Dijl en dat vond ik een blunder voor een interviewer, die daar tevoren met drie muisklikken achter had kunnen komen.

Wij leerden op de lagere school: ‘Onder de kromstaf is het goed leven’. Dat was geen verheerlijking van het roomse geloof of zoiets, maar een verwijzing naar de abdijen in de middeleeuwen, die letterlijk beschutting boden aan het gewone volk. Abdijen waren als ommuurde stadjes in de woestenij, die schielijk hun poorten konden sluiten als er weer een of andere roversbende in aantocht was. Deze beschuttingsfunctie is nog goed te zien aan de Norbertijnerabdij van Postel, in de Vlaamse Kempen. En, voor de volledigheid, abten lijken qua outfit op bisschoppen, inclusief mijter en kromstaf.

Het is dit soort informatie, die ook tot ons komt in de zesdelige documentaireserie God in de Lage Landen van de EO, waarvan zondagavond het tweede deel was te zien. Gezien het soort onwetendheid als aangetroffen bij zelfs een radiopresentator, een bijzonder nuttig programma: het drukt ons met de neus op het feit dat onze westerse beschaving is afgeleid van het christendom (of we dat nou leuk vinden of niet). Presentator Ernst Daniël Smid maakt er een onderhoudende show van, die stellig veel ‘leerlingen’ in de ban houdt, al is het wel wat potsierlijk, ter afsluiting van een aflevering met een bokaal trappistenbier van Westfleeteren op de Domtoren van Utrecht te gaan staan.

Laat ik het verder nog even hebben over die zondagavond-televisie, al was het alleen maar omdat het karakter daarvan vanaf 9 september drastisch zal zijn veranderd: nieuwe dames en heren (zendgemachtigden) nieuwe wetten. Reden om ons hart vast te houden.

Want je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt. En we hebben nu: Van Dis in Afrika, een enigszins ironisch ingestelde, maar hoffelijke oude heer met een opschrijfboekje en een vulpen, die zichtbaar bijna verzuipt (zijn woord) in de Atlantische Oceaan, die met zijn koffer op wieltjes een hut in een toeristisch Zuludorp betrekt om er te overnachten, die met jonge Zulumeiden openhartig praat over maagdelijkheid als bescherming tegen Aids. Kortom een uiterst onderhoudende serie, maar dat wisten we eigenlijk al van een vorige keer.

En we hebben Kruispunt van de RKK, dat in september dus naar een doordeweekse avond om half zeven verhuist. Altijd de moeite waard geweest, even te kijken, zeker als het om actuele vraagstukken ging. Deze zondagavond bood ze voornamelijk ontroering met een reportage over de manier waarop de Katholieke Bond van Ouderen (KBO) in Brabant al 60 jaar het summum van collectieve mantelzorg en solidariteit weet te bereiken.

Minder, want wat in elkaar geflanst en nauwelijks iets toevoegend was het item over abdis Theresia Brenninkmeijer van het kloostertje van ‘de lachende zusters’ aan de kust van Denemarken, die ervan wordt beschuldigd, de dood te hebben veroorzaakt van een demente non. ‘De politie heeft de zaak in onderzoek’.

Een facet van ‘de christelijke beschaving’, dat wel, maar als het daarover gaat, heb ik liever met de KBO van Brabant te doen.

En dan ben ik bijna nog iets belangrijks vergeten: Zembla! Deze aflevering ging over de 35 (!) hangjongeren in Veldhoven, die zijn aangehouden in verband met een veelheid aan vormen van criminaliteit, van inbraak tot brandstichting, drugshandel en –gebruik. Het volstrekte deficit van de opvoeding, de zorg en de handhaving in deze satallietstad van Eindhoven. Wat in Veldhoven resteert is  onzekerheid over de toekomst van de jongeren, die worden geregisseerd door een 23-jarige, wegens gebrek aan bewijs niet aangehouden man. Van hem is de volgende uitspraak  blijven hangen: ‘Wie praat zal boeten.’

Wat ‘n wonder dat die jongeren de Zembla-camera liever kwijt waren dan rijk.

vrijdag 18 juni 2010

Extremisten?

Wat de gemiddelde kiezer dus absoluut niet snapt is, waarom D66 en GroenLinks met elk 10 zetels wèl, en de SP, in grootte, met 15 zetels, direct volgend op het CDA, nu niet betrokken wordt bij de informatiefase. Ik maakte daar vanmorgen chattenderwijs een opmerking over richting Sante Brun - in politicologie 'n stuk geleerder dan ik - die reageerde met: 'De SP wordt nog altijd geacht extremistisch te zijn en geen partij die de verantwoordelijkheid kan dragen. Of zoiets.'

Een onbevredigende verklaring. Extremer dan de PVV soms?

Ik vind dat Emile Roemer, maar eens iets moet zeggen.

donderdag 17 juni 2010

Op z’n Frans?

catastrophe Enkele honderden Nederlanders zijn betrokken bij de overstromingsramp in het zuidelijke Franse departement Var (Provence). Niet misselijk wat daar is gebeurd, al lijkt de ellende, althans wat de vakantiegangers betreft, beperkt tot – meestal door verzekering gedekte – schade.

Van dit vanuit de lucht gemaakt filmpje op de website van de krant La Provence krijg je een indruk van de omvang van de catastrophe. Reddingshelikopters hebben meer dan 450 vluchten uitgevoerd, onder meer om enkele duizenden mensen te evacueren. Er zijn volgens de persbureaus ongeveer 1850 hulpverleners ingezet. Toch hoor je weer het typisch Nederlandse gemopper, in de geest van ‘Het is weer op z’n Frans geregeld’. (Een Friese mevrouw volgens de krant Sp!ts – nieuws en entertainment.)  Hoe had u het anders gehad willen hebben, op z’n Hollands? Weinig piëteitsvol jegens de gastvrije Fransen, die zelf 25 doden hebben te betreuren.

En een ding is zeker: Er is nauwelijks een Franse camping te vinden, waar niet aan vrij recente overheidsregels is voldaan tot het vooraf waarschuwen van de gasten voor mogelijke calamiteiten en wat in zulke gevallen te doen. Wat kun je nog meer?

dinsdag 15 juni 2010

Wegdromen bij een ladder

Aarle, buurtschap in de gemeente Best, is als bewoningsgebied veel ouder dan 700 jaar. De naam wordt voor het eerst vermeld in 1312, maar onlangs is in toekomstige bouwgrond aan de Broekstraat een stuk van een trap gevonden (zo wordt het ding in het Eindhovens Dagblad genoemd), waarvan de ouderdom tot diep in de romeinse tijd zou kunnen teruggaan. De foto die bij het artikel in de krant stond toont iets wat eigenlijk meer op een ladder lijkt. Een meter 25 lang en 55 centimeter breed. Het laddertje zou zijn gebruikt om te kunnen afdalen in een waterput.

Bij zoiets kan ik aardig wegdromen. Zoals Vader Jacob deed toen hij zich, volgens het bijbelboek Genesis in Betel te rusten legde, met een steen als hoofdkussen. Hij zag vervolgens een ladder die op aarde stond en helemaal tot in de hemel reikte. En langs die ladder zag hij engelen omhoog gaan en afdalen. Ik bedoel maar: waarom met beide benen op de grond blijven staan, als er een ladder in de buurt is.

Na de vondst, binnenkort 100 jaar geleden, van een verguld-zilveren romeinse helm (sindsdien steevast 'goud' genoemd) in de Peel heeft ook menigeen zich aan dromerij overgegeven. Zo was er een man die beweerde langs paranormale wegen contact te hebben gehad met de drager van die helm. Weer anderen denken dat de helm van een in het veen omgekomen dolende ridder was.

Maar het kostbare en in elk geval bijzonder fraaie voorwerp berust sinds vele decennia in het Museum van Oudheden in Leiden en daar staat men gegarandeerd met beide benen op de grond. Men weet de helm vrij nauwkeurig te dateren (rond 320 na Christus) en geeft er op de website een nauwkeurige beschrijving van. Inscripties vermelden niet alleen de naam van de maker, maar ook het legeronderdeel waartoe de officier die de helm droeg, behoorde: de zesde cavalerieafdelingf!

Misschien hoeft het laddertje van Aarle niet naar dat Leidense museum, maar kan het straks in de Burgerzaal van het Bestse gemeentehuis een plaatsje krijgen. Al was het alleen maar om bestuurders eraan te herinneren, bij het uit de grond stampen van woonwijken voorzichtig te zijn met de authenticiteit van deze oude buurtschap. Opdat we kunnen blijven dromen.

(Gesproken column Omroep Best, 16 juni 2010)

maandag 7 juni 2010

Lezersbinding staat bij Franse krant voorop

Bij het Bredase Dagblad De Stem (tegenwoordig, sinds de samenvoeging met de Roosendaalse krant Brabants Nieuwsblad, BN De Stem) hadden ze 'n jaar of veertig geleden intern het motto: iedere abonné heeft het recht, eens in z'n leven z'n foto in de krant te zien. Wat daar in de praktijk van terecht is gekomen, weet ik niet, maar voor een regionale krant lijkt me dit een uitstekend uitgangspunt. Nog steeds.

Lezersbinding. Dat is onmiskenbaar ook het principe van de meeste regionale Franse kranten die ik onder ogen krijg. Neem La Provence, uitgegeven en geredigeerd in Marseille. Ik kocht bij de bakker voor 95 eurocent de zondagseditie, die qua inhoud wel niet erg verschillend zal zijn geweest van die van zaterdag. Een weekendkrant met de onvermijdelijke porties entertainment en cultuur plus een cahier sports. 'Vanaf vandaag hebben we een speciale verslaggever in Zuid-Afrika,' kondigt de krant trots op de voorpagina aan. Een pagina 1, die trouwens voornamelijk als zogenaamde trailer fungeert voor de inhoud verderop, waarbij geen plaatselijk onderwerp te min is. Zo staat er bóven de titel van de editie Alpes, dat de eerste zwemmers een duik hebben genomen in het zwembad (plan d'eau) van Digne-Les-Bains.
De echte openingkop verwijst naar de laatste ontwikkelingen rond de Gazastrook. Ik hoorde gepensioneerd journaliste Wouke van Scherrenburg, die tegenwooridg in Frankrijk woont, voor de Wereldomroep verklaren dat de Franse media veel gemakkelijker over de grenzen kijken dan de onze. La Provence heeft in elk geval ook een interessant dossier over de toekomst van Turkije, uiteraard in relatie tot Europa. Voor ik 't vergeet: In de WK-bijlage ontbreekt de foto van Reuters niet, waarop je drie oranjespelers zich ziet buigen over de geblesseerde Arjen Robben: Het is niet zeker dat-ie meedoet in Zuid-Afrika.

Blikvanger, nog steeds op pagina 1: de ex-vrachtautochauffeur Philippe Leurquin, die een kaart-bordspel heeft ontworpen, waarmee je de WK min of meer kunt simuleren. En op pagina 2 en 3 gaat het over de Facebookparty's, die volgens een geschiedenisprofessor aan de universiteit van de Provence wel eens het totale 'feestlandschap' zouden kunnen gaan veranderen: Dag traditonele dorpsfeesten?

En dan, jawel, de lezersbindertjes: foto's van de (vrouwelijke) badmeesters van Sainte-Tulle met de armen over elkaars schouders, muzikanten én publiek bij een concert van de Harmonie du Verdon, het koor Atomne d'Azur in het kerkje van Pierrerue, de complete hulpdienst (sapeurs, pompiers) van Sisteron in donkerblauw werktenue, plus vijf voertuigen, na een oefening. Er zijn ook foto's die 'Zoom sur' (ingezoomd op) worden genoemd, zoals die van een groep potsierlijk op z'n romeins uitgedoste mannen. En een foto van de dag: zomaar een bruidspaar. Alles gaat ook nog eens vergezeld van in superlatieven gestelde verslagen.

In Frankrijk lijkt nog steeds te gelden: de krant kun je niet missen. Geen dag.




(Terug)naar hhBest.nl