zondag 27 juli 2014

Een randstedelijk talent voor Friesland

Grappig, die benoeming van Ton F. van Dijk tot CEO van KH2018. CEO (Chief Executive Officer). Van wat? Van Culturele (met c) Hoofdstad 2018. Leeuwarden dus. De Leeuwarder Courant meldt dit zonder met de ogen te knipperen. Van Dijk – die toegevoegde F heeft tussen haakjes te maken met het feit dat er nog een andere Ton van Dijk is. Een min of meer bekende journalist.

Grappig, hoezo? Nou, misschien is het eerder verbazingwekkend. Friesland haalt in Hollânner binnen z’n grenzen om dit varkentje te wassen. Tegen een randstedelijk salaris? Nee hoor, niet meer dan dat van een provinciebestuurder: 100.000 euro. Daar kan Frysk om utens Tony van der Meulen tenminste niks van zeggen. De oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, die nog steeds een column heeft in die krant, sputterde onlangs tegen het kwispelgedrag van Brabantse bobo’s tegenover vermeende randstedelijke talenten als Martijn Sanders. 

Ik ben – na een vijfjarig verblijf – al  heel lang weg uit Friesland en natuurlijk is het ook daar ingrijpend veranderd in velerlei opzicht. Maar ik weet het  heel zeker: een import als deze zou pakweg vijftig jaar geleden ondenkbaar zijn geweest.

Toch proef ik een lichte vorm van ironie in de weergave van het gesprek dat de LC met omroepmanager Ton F. – ‘Friesland, de weidsheid, de schoonheid, de zeiltjes’ – had. Eén uitspraak werd tot kop boven het verhaal verheven: ‘Leeuwarden is heel innovatief, heel edgy.’ Dat laatste is een heel trendy woord, dat niet alleen de Friezen even hebben moeten opzoeken. Ik heb dat althans ook gedaan. Volgens Interglot, een vertaler op internet, betekent het stuurs, geïrriteerd. De site Know Your Meme houdt een heel ander verhaal. Zij kwalificeert het woord als slang, in de betekenis van ‘uitdagend’ en ‘vooruitstrevend’.

Me dunkt dat ze in Leeuwarden waar voor hun geld krijgen.

donderdag 24 juli 2014

Een ‘echte militaire missie’?

Fase 1, het thuis brengen van onze mensen, is nog niet voltooid. Vandaag arriveren 74 kisten op de Vliegbasis Eindhoven, die op dezelfde wijze worden ontvangen en begeleid als gisteren, tijdens de nationale herdenkingsdag. En uiteraard is ook dát niet de laatste rouwstoet. De politie die zorgde voor een vlekkeloze verkeersafzetting van de route naar Hilversum, vraagt het verkeer op de tegengestelde rijbaan niet langzaam te gaan rijden, laat staan te stoppen. Dit heeft woensdag tot hachelijjke situaties geleid.

Inmiddels werkt de Nederlandse regering, samen met die van Australië aan fase 2, de beveiliging van het rampgebied in Oost-Oekraïne, opdat de onderzoekers aan hun gigantische taak op een terrein van 35 vierkante kilometer kunnen beginnen. Het gaat er in de eerste plaats om, de Veiligheidsraad unaniem achter de hiervoor benodigde resolutie te krijgen. Me dunkt dat dit de ultieme kans voor de Russen is, hun goede wil te tonen. Want het blijft een hondsmoeilijke situatie met het onvoorspelbare optreden van vaak ongeorganiseerde, zwaar bewapende bendes.

In dit stadium zwijgt het kabinet. Begrijpelijk, want één verkeerd woord en het hele plan valt in duigen. Dat plan voor fase 2 heeft de werktitel ‘Politiemissie VN’. Ik kan er niks aan doen, maar dit roept, ik denk niet alleen bij mij, herinneringen op aan de term politionele acties, in de tweede helft van de jaren veertig en nog lang daarna gebruikt als eufemisme voor de koloniale oorlog tegen de Republiek Indonesia. Een oorlog die ons land tot op het bot verdeelde.

Nederland zou Nederland niet zijn, als ook nu de meningen niet zouden botsen. Zo pleiten de politievakbonden voor het inzetten van  de Koninklijke Marechaussee, die desnoods ‘direct zou kunnen worden opgeschaald naar een hoger geweldsspectrum’. Daartegenover stelt generaal-majoor b.d. Frank van Kappen – in een gesproken column op Radio 1 gisteren ook wel aangeduid als leunstoelgeneraal – voor ‘een echte militaire missie’. Oud-secretaris- generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer stookt het vuur nog wat verder op met de suggestie onmiddellijk te stoppen met het bezuinigen op defensie.

Wapengekletter, zoals al eerder te beluisteren viel in de bijna altijd primaire reacties op Twitter. Zullen we eerst even afwachten, of het op wereldniveau wel lukt met die missie?

dinsdag 22 juli 2014

Rouw

The New York Times, door velen beschouwd als de meest gezaghebbende krant ter wereld, bevatte gisteren een artikel ‘Nederland feest gewoon door’. Verbazing over een ontoereikend geachte rouwverwerking bij ons.

Ik kreeg sterk de indruk dat het verhaal uit Nederlandse koker kwam. Het was ook nogal eenzijdig toegespitst op een of ander dancefeest in Rotterdam. Kortom, generaliserend en mede gevoed door onbegrip van onze cultuur, die ook wat minder pregnante nationalistische trekken heeft dan de Amerikaanse.

Mensen die trouw de vlag hijsen als er iemand van het koningshuis verjaart, ‘vergaten’ in dit geval de rouwvariant van die vlag. Ik weet zeker dat dat niets met onverschilligheid te maken heeft en dat die mensen even goed een brok in de keel kregen, bij het zien van de rouwadvertentie van de regering in alle dagbladen, waarin alle 298 slachtoffers worden genoemd.

Meer dan van dat NYT-artikel was ik onder de indruk van het bericht dat de terreurdaad in de Oekraïne tot een unanieme veroordeling in de Veiligheidsraad – dus inclusief Rusland – heeft geleid.

maandag 21 juli 2014

Dit is nog lang niet afgelopen

Alexander Pleijter, een journalist die ik zeer respecteer, signaleerde dit weekeinde op Twitter een frappant staaltje van incompleetheid in de berichtgeving rond het rampterrein in Oost-Oekraïne. Een foto van een separatist die een knuffel van een omgekomen kind omhoog houdt. Een horde fotografen kreeg ruimschoots de tijd, dit beeld vast te leggen en het ging natuurlijk onmiddellijk de hele wereld over. Schande! Een aansporing, je te verplaatsen in de gevoelens van de nabestaanden lijkt me overbodig.

Maar die foto, waaraan de Minister President refereerde tijdens een van zijn persconferenties, geeft dus niet weer wat er werkelijk gebeurde. Dat bewijst een filmpje op YouTube, waarin is te zien dat dezelfde man het stukje speelgoed behoedzaam terug legt en een kruisteken maakt. Het enige medium dat deze sequentie liet zien was zaterdag het tv-programma Een Vandaaq.

RTL Nieuws, dat naar mijn gevoel het NOS Journaal steeds vaker een lesje geeft, berichtte intussen over de oorlog in de Gazastrook en meldde het voorhanden zijn van foto´s, die men besloot niet te laten zien. Even later toonde het NOS Journaal de trein die nu de gemoederen bezig houdt. Opnieuw was er een gedrang van fotografen, nu voor de geopende schuifdeur, die probeerden opnamen te maken van de zich daar binnen bevindende lijkzakken. Het Journaal meldde ´een kwalijke geur´, wat bij mij de reactie losmaakte: dat zou ik hebben weggelaten. Dit gegeven ligt voor de hand, dus is het een overbodige mededeling, die getuigt van weinig mededogen.

Vandaag staat in de krant een foto van – volgens het bijschrift -  leden van de OVSE, die met zakdoeken voor neus en monden de geopende trein passeren. De inleiding van het bijbehorende verhaal zegt: ‘De wereld kijkt verbijsterd toe hoe respectloos pro-Russische separatisten omgaan met de resten uit vlucht MH17.’

Dit is helaas nog lang niet afgelopen.

woensdag 16 juli 2014

Testosteron in het voetbal-kleedhok

Het zal intussen wel algemeen bekend zijn dat het rijk ten faveure van de nationale schatkist, allerlei taken overhevelt naar de gemeenten met de boodschap ‘los het maar op’.

Ja het gaat over geld, zoals driekwart van de verhalen in de media over geld gaan.

Hoe loopt dit af? Je kunt elke euro maar één keer uitgeven, dus zoeken de gemeenten naar wegen om de begroting sluitend te maken door andere kostenposten te schrappen. De voorbeelden liggen voor het oprapen.

In de gemeente Best gaat het op dit moment om de toekomst van de muziek- en danseducatie. De stichting die dat sinds jaar en dag, met steun van drie gemeenten – waaronder Best – verzorgt is dezer dagen failliet verklaard. Dat komt gewoon doordat die gemeenten hun handen ervan af hebben getrokken. Om ons even tot Best te beperken: daar heeft men opeens bedacht, dat ‘het bevorderen van muziek- en dansonderwijs eigenlijk geen gemeentelijke taak is’. Ik heb dat in een door B en W overgenomen ambtelijk stuk, als ‘n soort stok achter de deur, gelezen. Maar er bestaat ook nog zoiets als ‘gewoonterecht’. Ik bedoel maar, als je 40 jaar of meer muziek en dans hebt bevorderd, kun je niet opeens beweren dat je dat eigenlijk niet had moeten doen.

De gemeenteraad van Best heeft er dan ook terecht in deze zin geen woord aan vuil gemaakt. Hij heeft een oude belofte in zoverre gestand gedaan dat hij verder wil met de vorming van een zogenaamde culturele hotspot, sinds kort bekend als CultuurSpoor Best, waarin de bibliotheek, een educatief centrum en…de muziekschool zouden gaan samenwerken.

Hè? Wie het snapt mag het zeggen. Want de muziek en dans, bekend onder de naam Pulz, is failliet gegaan aan reorganisatiekosten, waarin de gemeenten weigerden bij te dragen. Hoe zo reorganisatie? Waarvoor moest er op twee sporen worden gewerkt? Immers Pulz zou toch in CultuurSpoor worden opgenomen?

Laten we maar niet verder achterom kijken, maar vooruit. Dat doet de Bestse raad immers ook. Zij het met ‘n hoop gewring. Vorige week werd een motie van D66 aangenomen, dankzij inwilliging van de eis van het CDA, dat voor de verdere ontwikkeling van CultuurSpoor een interim-manager wordt aangetrokken, ten koste van 75.000 euro. Nogmaals: Hè? Kan de onvoorwaardelijk enthousiaste directeur van CultuurSpoor, Ingrid van Beek, het alleen niet af? Ik denk dat Best zich in de handen mag knijpen dat Van Beek, die die 75.000 euro natuurlijk weggegooid geld vindt, desondanks met vakantie is gegaan, met de onverminderde animo nadien de koe bij de horens te vatten. Ook ondanks het feit dat zij vorige week na afloop van de raad in de wandelgangen door de verantwoordelijke wethouder (‘O, kan jij dat?’) is geschoffeerd. Mijn betrouwbare bron zei daarover: ‘Testosteron in het voetbal-kleedhok.’

Muziek- en dans lijken voor het nieuwe seizoen gered, zij het dat het er naar uit ziet dat daarvoor ook overeenstemming moet worden bereikt met particuliere ondernemers die sinds jaar en dag ook muziek en dansonderricht aanbieden. Ik hoop dat die ondernemers dan wel een toontje lager zingen dan ze de afgelopen maanden hebben gedaan in de zin van: ‘wel subsidie voor de leerlingen van Pulz en niet voor die van ons, dat pikken de ouders niet’. Dit riekt mij te veel naar ‘ik heb recht op’. Alsof het muziek- en dansonderwijs in Beste de afgelopen halve eeuw helemaal niks heeft betekend.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

maandag 14 juli 2014

Hulde

Iemand is een Facebook-pagina begonnen met de titel Nationale Huldiging Oranje. Je hebt tegenwoordig geen notaris of een deftig comité meer nodig om van alles van de grond te tillen, al is het dan maar virtueel. Facebook wil wel: hoe meer informatie die lui van de internetter kunnen lospeuteren, hoe rijker ze denken te worden. Radio 1, bezig af te kicken van het Oranjegevoel, kreeg de vindingrijke fan aan de lijn en de man wist verheugd te melden, dat hij op één dag al 10.000 adhesiebetuigingen, zogenaamde likes, had binnengehaald. Nee, er had zich nog geen voetballer gemeld, maar dat kwam misschien nog wel. Troostprijs, dus geen triomftocht door de Amsterdamse grachten, maar toch hulde.

Ik moest denken aan een interview dat ik eens had met een burgemeester, voor wie een feestje werd georganiseerd omdat-ie 25 jaar de ambtsketen had gedragen. Van hem hoefde het allemaal niet. Hij zei: ‘Ik ben er toch voor betaald?’ Ik denk dat het ook die voetballers onderhand worst zal wezen en zo niet, dan zullen ze wel door hun vrouwen tot de orde worden geroepen: kom op, vakantie, centen zat. In een Frans café zag ik een tegeltje met de tekst: Je suis le patron, mais c’est ma femme qui me commande.

Zo steekt de wereld in elkaar.

zondag 13 juli 2014

Publiek wordt in Tour groot probleem

Op het internet circuleren soms duidelijk gefakete foto’s en Powerpoint-presentaties van publiek langs de weg dat met zijn gedrag de Tour de France verziekt en de renners tot razernij brengt.

De vraag rijst hoe lang de sportmannen, wier prestaties, onder soms erbarmelijke weersomstandigheden, hopelijk zonder doping, alleen maar respect en aanmoediging zouden moeten afdwingen, dit nog pikken. Het publiek plaatst de Tour-organisatie voor een groot probleem, waarvan de oplossing niet voor de hand ligt. Immers je kunt niet overal dranghekken of schotten plaatsen.

Vast staat dat streaking ook deel uitmaakt de aandachttrekkerij  van jonge meiden. Ik zag verder een foto van een kerel met half-geërecteerde penis, waarbij de ‘presentator’ ten overvloede een pijl plaatste. ‘Ha ha ha’ met de de ‘nodige’ !!!!

Waren het in het verleden vooral de bergetappes die door het publiek (Nederlanders niet in de laatste plaats) werden verziekt, dit jaar waren opdringerige toeschouwers al een probleem op de smalle Britse wegen, waar de Tour opeens een miljoenenpubliek trok. In Noord-Frankrijk deden zich de afgelopen week verschillende botsingen tussen publiek en renners voor. Bij de foto’s die mij werden toegestuurd was er een van een renner, die een hinderlijke man op een vuistslag in het gezicht trakteerde.

Dit loopt nog eens ‘n keer zwaar uit de hand.

dinsdag 8 juli 2014

Ouwe genen

Volgens een ex-student culturele wetenschappen (over de vraag of hij daarin ook afgestudeerd is, laat hij  ons in het ongewisse) in het ED zit Zwarte Piet bij ‘oude’ Nederlanders in de genen. Daarom is Zwarte Piet ‘een cultureel ding’. Gossiemikkie. Vertel me eens wat nieuws, als je überhaupt nog iets zinnigs te berde hebt te brengen in deze eeuwigdurende discussie over een winters verschijnsel in het hartje van de zomer. 

Maar wat mij toch wel interesseert is dat ‘oude’. Het valt namelijk op, dat de kloof tussen oud en jong in dit land zich steeds duidelijker begint te manifesteren. Het lijkt wel oorlog. Ofschoon hij het woord zorgvuldig lijkt te vermijden, is de Consumentenbond volgens reclamegoeroe Eugène Roorda een oubollige organisatie. Hoezo? De Bond heeft AH tot de ‘kletsmajoor’ van het jaar verklaard, vanwege de onzin die de grootgrutter (mag dat woord, Eugene?) op de etiketten van zijn producten zet. De Consumentenbond heeft ook het woord ‘smoesjes’ gebruikt en zoiets hoor je volgens Roorda tegenwoordig alleen nog uit de mummelende mond van gerimpelde boerinnen. Over cultuur gesproken.

Roorda betoogde een en ander in een gesproken column voor BNR, een commerciële radio-omroep, die zich specialiseert in reclame-boodschappen als it’s easy to lease it. Ik ben zeker te oud om dit allemaal te bevatten.

Er zijn meer dingen, de laatste tijd, die mijn bevattingsvermogen te boven gaan. Neem de reparatiewetgeving die door het kabinet, heel strategisch ná het ingaan van het kamer-reces, is aangekondigd ten behoeve van huishoudelijke hulp voor oudjes en andere gebrekkigen. De gemeenten mogen dat stuk toegevoegde bureaucratie praktiseren, dat spreekt.

Om met onze culturele wetenschapper te spreken, voer voor historici in de toekomst.

dinsdag 1 juli 2014

Brugse manieren

Verliefd op Brugge. Wie niet. Al diep in de vorige eeuw gold als bij Napels, maar dan letterlijk, eerst Brugge zien en dan sterven. De handelsstad die in de middeleeuwen door verzanding van Het Zwin de wereldhegemonie van toen moest afstaan aan Antwerpen en vervolgens qua uitstraling bleef zoals het was. Zelfs C&A gaat er nu schuil achter een middeleeuwse pui.

Wie er voor het eerst komt, zal zorgvuldig moeten kiezen. Het Groeningemuseum met zijn topstukken uit zes eeuwen Belgische (schilder)kunst, Jan van Eyck voorop? Het Sint-Janshospitaal, speciaal gewijd aan Hans Memling. Beide zijn natuurlijk monumentale, historische gebouwen. Een ritje met de koets, een vaartocht op de reien. Of toch maar een wandeling op en langs het bolwerk met zijn standaardmolens en uitzicht op het volledig intacte geboortehuis van de priester-dichter Guido Gezelle? Uitrusten aan de voet van het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck (aanvoerders Gulden Sporenslag) en het Belfort.

En dan, lekker eten. Maar pas dan op voor de Brugse manieren, in het bijzonder die van de horeca. Want ze zijn daar zeer bedreven geraakt in het tillen van toeristen. Het makkelijkst te pakken zijn de Engelstaligen, iets minder het eigen volk, want dat kan met je in discussie gaan, hoewel een Vlaming zelden z’n hart lucht, tenzij achter je rug. Maar bij ‘Hollanders’ werkt de truc niet – die laten zich de kaas niet van het brood eten en spreken nagenoeg dezelfde taal.

Let wel, ik heb dit uit de eerste hand. Een Nederlander met geringe trek, maar nog de thuisreis voor de boeg, koos als maaltijd een voorgerecht. Kreeg echter het veel duurdere hoofdgerecht geserveerd en vervolgens diverse grote monden toen hij daar tegen protesteerde. Hij had het toch besteld? Moest de serveerster het dan zelf betalen? Dat laatste was nog waar ook. Want, aldus een andere, al jaren in Brugge wonende Nederlander: ze zijn op dit punt geïnstrueerd!

Houd dit dus even in het achterhoofd, als je door een snorkend stedentrip-verhaaltje van een BN-er in het NS-periodiek Spoor naar Brugge wordt gedirigeerd.

zondag 29 juni 2014

Opzouten

Af en toe lig ik met een dochter in de clinch (vaker omhels ik haar) over het onterechte gebruik van het woord opzouten, waar zij oprotten bedoelt.

Opzouten betekent van oudsher ‘bewaren’; logisch, zo wordt haring geconserveerd. En zuurkool. Methodes, destijds uiterst nuttig gebleken voor de lange reizen met zeilschepen. Zuurkool, goed tegen de berri berri, waarvan wij op de lagere school leerden dat ze voortkwam uit een tekort aan vitamine c. Is het berri berri of berrie berrie? Moet er een streepje tussen of niet? Ik kan het op internet niet vinden.

Opzouten deden wij als journalisten met een verhaal of bericht dat nog niet helemaal ‘rond’ was. Hedendaagse journalisten schrijven doodleuk, dat bij fusie van gemeenten ‘enkele burgemeesters moeten opzouten’.

Zo gaat het nu eenmaal met de taal. Iemand, een radioverslaggever bij voorbeeld, gebruikt het woord opzouten verkeerd, dan gaat het een leven leiden en uiteindelijk komt het ook in die betekenis in Van Dale.

zaterdag 28 juni 2014

Tot in de hemel, God

De onnozelheid ten top is een nieuw format van de EO. Nou ja, onnozelheid van de EO en zeker van deszelfs coryfee Tijs van den Brink, zijn evident.

Ik citeer maar even: ‘In Adieu God? voert Tijs van den Brink gesprekken met kerkverlaters. Hij wil van kerkelijk opgevoede BN’ers weten waarom ze de kerk verlieten en of het afscheid van de kerk ook een afscheid van God betekende.’ 

Ik heb niet zoveel haar meer op m’n hoofd, maar wat daar nog aanwezig is, gaat alleen al bij de titel van dit zomerprogramma recht overeind staan. Dat gebeurt sowieso als er BN-ers van stal worden gehaald, omdat BN-erschap natuurlijk niets zegt over de verstandelijke kwaliteiten van de bezitters.  BN-er wordt je namelijk bij toeval, of door ellebogenwerk.

Zou Tijs of één van de maar al te graag willende genodigden wel eens nagedacht hebben over de oer-betekenis van de Franse uitdrukking adieu? Het kan nu wel het equivalent zijn van vaarwel, maar oorspronkelijk was het natuurlijk een superieure uiting van het geloof in God en het paradijs. Bij een menselijkerwijs gedacht afscheid voor onbepaalde tijd, wenste men elkaar een weerzien toe in de hemel: ‘Tot bij God’.

Bij de EO wordt nu al nagedacht over het volgende programma. Zoiets als Loop naar de Duivel. En reken maar dat Tijs dat ziet zitten, want die gelooft in alles.

maandag 23 juni 2014

Tafelmanieren

In een succesvolle discount, zo eentje die ze vroeger een volkszaak noemden (maar zijn het tegenwoordig niet bijna alle volkszaken?) zag ik een dispenser voor kleine servetjes, met op beide kanten een afbeelding van een renaissance-kasteel plus de tekst: Le table du chateau. Dat noem ik nog eens democratisering.

Le table du chateau. Dat veronderstelt etiquette. Tafelmanieren. In een aflevering van Hoe heurt het eigenlijk, hoorde ik een freule Van Tuyll van Serooskerken vertellen, dat in haar jeugd aan tafel nooit ‘Smakelijk eten’ werd gezegd. Zelfs niet bon appétit. Wat de kok of de cuisinière bereidde, werd geacht altijd van kwaliteit te zijn. Trouwens – maar dat zei de freule er niet bij – het is natuurlijk een oer-burgelijke wens. In de jaren zestig van de vorige eeuw had je een journalist, Meijer Sluijser, die wekelijks rond etenstijd voor de VARA een politiek praatje hield en dat altijd besloot met: ‘Ik dank u voor uw aandacht en wens u smakelijk eten, luisteraars.’ Waar bemoeide hij zich mee.

Tafelmanieren, bestaan ze nog? Beatrijs Ritsema, vertel. Als de manieren in het algemeen zoek zijn, wie houdt zijn wijnglas dan nog bij het steeltje vast? Zelfs Beatrix niet, heb ik me laten vertellen.

Laten we het eenvoudiger houden: Laat de armen aan tafel rusten op de polsen (geen arm onder tafel), snijd nooit aardappelen door met een mes. Gebruik dat gereedschap ook niet voor vis – laat zien dat je weet hoe het hoort en vraag de ober zo nodig om een viscouvert. Niet slurpen, nooit met volle mond praten. Niet wijzen (correctie van mijn moeder in een restaurant).

Mijn ouders kwamen voort uit, zoals dat tot in het midden van de vorige eeuw nog heette, de gezeten burgerij. Dat bracht bij voorbeeld met zich mee dat mijn vader heel lang heeft geweigerd, een gekleurd overhemd aan te trekken. Ordinair. Maar het waren kunstenaars. Als er gasten waren, placht mijn moeder zich voor de lunch te excuseren met ‘Wij zijn maar arme artiesten,’ Er was niets mis met die lunch. Als puber zou ik toen het liefst in de grond zijn gekropen.

Tafelmanieren werden ons, nakomers, bijgebracht door een oudere broer, die zeer aan vormen gehecht was. Ik hoor hem op latere leeftijd na een restaurantbezoek nog zeggen: ‘Eenvoudig hoor, eenvoudig.’ Wij zeggen het hem nog na, als het te pas komt. Als kinderen praten aan tafel? Niet zonder toestemming. Nou ja, gelukkig verleden tijd. Het door een restaurant draven door de kids is natuurlijk een ander uiterste. Om nog maar te zwijgen over de hedendaagse ‘eetcultuur,’ vooral die in zogenaamde vreetschuren, waar wordt gegraaid en geladen. Op een zonnig vakantie-eiland zag ik een dikke vrouw aan de lunch verschijnen in een zwarte slip.  

In Reusel heeft een aantal horecamensen het initiatief genomen, leerlingen van Groep 8 het een en ander bij te brengen op het gebied van netjes tafelen. Er is ook een eetcafé bij, wat bij mij overkomt als een contradictio in terminis. Bij het verhaal in de krant stond een foto van een jongetje dat lekker, met een elleboog op tafel, voorovergebogen zat te spaaien. Ga zo door en gij zult spinazie eten.

maandag 16 juni 2014

Laat je niet pakken door ongevraagde SMS-diensten

Een veel toegepaste truc met mobieltjes is die van ongevraagde SMS-diensten. Ze sturen ze reeksen berichten en die krijg je natuurlijk op de maandelijkse factuur van je telefoonprovider. Dat kan aardig oplopen, zeker als je in het buitenland zit. Ik ken een geval waarin die SMS-jes kwamen van 7778 en dat leidde binnen een maand tot een schadepost van 52 euro.

Natuurlijk is in dit geval op internet gezocht naar medeslachtoffers en jawel. Alleen de klachten waren van weinig recente datum. Daaruit valt te concluderen, dat de meeste telefonandi nonchalant omspringen met de hun toegezonden rekeningen. ‘Het zal allemaal wel.’

Nou, onze gedupeerde ging maar eens naar de winkel van T-Mobile. Daar knipperden ze bepaald niet met de ogen. Het slachtoffer kreeg een formulier mee, waarop hij kon aangeven dat-ie z’n geld terug wilde hebben en waarom: Niet om deze SMS-dienst gevraagd.

Intussen is ook duidelijk, dat de telefoon kan zijn besmet door het argeloos downloaden of onmerkbaar uploaden van een of andere app, die tot de zogenaamde malware moet worden gerekend. De virusscanner op het mobieltje heeft het even niet gezien, blijkbaar.

Eigenlijk vindt ik dit een affaire die het voor de hand liggend maakt, aangifte te doen bij de politie. Internetfraude of iets dergelijks. Maar laat maar even, want er circuleren net berichten in de media dat de verwerking van elektronische aangiften bij de Nationale Politie een puinhoop is.

Toch jammer, want die malafide SMS-diensten gaan mede hierdoor ongehinderd door met hun praktijken – regelrechte oplichting.

zondag 15 juni 2014

Een journalist moet afstand bewaren

Hans Vermeeren, eindredacteur van het Eindhovens Dagblad, schreef in zijn krant op persoonlijke titel een open brief aan provinciebestuurder Ruud van Heugten over diens methodes om het zwaar omstreden plan tot de voltooiing van de wegenruit rond de stad ‘er door te drukken’. Onder verantwoordelijkheid van de gedeputeerde bracht de provincie onlangs een dure glossy brochure uit teneinde de toegenomen onwil van de gemeenten om (financieel) bij te dragen aan het project te bestrijden.

Over de kwaliteit van deze brochure noch over het ‘bestaansrecht’ ervan laat ik mij uit. Daar gaat het hier even niet over. Evenmin wil ik uiteraard het recht van Vermeeren – overigens een voorstander van De Ruit – naar aanleiding van die folder, zich met een open brief tot de provinciebestuurder te richten. Het is zelfs in dit geval saillant dat uitgerekend een aanhanger van het provinciale beleid in deze, in de pen klimt. Terecht zet het ED (dezelfde eindredacteur?) er dan ook de kop boven ‘Brochure werkt averechts’.

Maar wat mij als onafhankelijk journalist steekt, is het amicekarakter van dit verhaal: ‘Beste Ruud.’ Het gejij en gejou is niet van de lucht. Dat riekt naar ouwe jongens krentenbrood en is in strijd met het ethisch gegeven dat de journalist te allen tijde afstand dient te bewaren van het maatschappelijk verband – de stad, de regio, het verspreidingsgebied dat hij geacht wordt te bedienen. Met andere woorden, iedereen, ook redacteuren-zelf, heeft het recht, zeker op de nadrukkelijk als ‘opiniërend’ gepresenteerde pagina’s van de krant, te zeggen wat hij/zij wil. Maar de manier waarop deugt in dit geval niet. De journalist Vermeeren laadt de verdenking op zich van schouderklopjes, al dan niet aan de tap met beste Ruud.

PS: Ik ben natuurlijk ook tegen  radioverslaggevers die een gesprek met een actievoerder besluiten met ‘Succes!’

zaterdag 14 juni 2014

Van Persie mag wel evenveel verdienen als koning

De KRO presenteert op Nederland 2 haar Detectives als tegenwicht voor het foebele op 1. Maar vrijdagavond was die troostprijs aan mij niet besteed. Ik kijk vrijwel nooit naar voetbal, maar de wedstrijden, waarin Oranje het opneemt tegen de rest van de wereld, vormen een uitzondering. En zeker als de tegenstander de kampioen van 2010 is. En nog meer als die topclub Spanje is. Het zal wel aan mijn misvormde geest liggen, maar ik moet daarbij ook een Piet Hein en de Spaanse matten denken. Komt ongetwijfeld doordat ik bezig ben met het lezen van een historische biografie, waarin het conflict met de Koning van Hispanje uitgebreid aan de orde komt.

Gekeken dus. En genoten. Wie niet? Wat mij betreft mag Van Persie na die kopbal in het Spaanse doel evenveel verdienen als de koning. Von Persie. Onnozele opmerking, ik weet het.

Intussen had ik vrijdagavond ook wel even om ‘n hoekje willen kijken in de Bestse Koethuistuin, waar de hele boel (bij Oranje ook na half twaalf ‘s avonds) op een groot scherm kan worden gevolgd. Zie de euforie helemaal voor me. Maar dan had ik toch nog het klapstuk van de regio gemist: Guus Meeuwis, gecombineerd met het ongehoord geluk plus de iets beperktere wijsheid van het Nederlands Elftal.

In een dameskledingzaak stonden twee vliegtuigstoelen. Voor de mannen. Moesten ze meer doen, beaamde het medeslachtoffer naast wie ik plaats nam. En waar spraken zij over? Hij had ook gekeken. Eveneens bij uitzondering. Sterker nog, hij had ‘s nachts ook Australië-Chili gezien, toekomstige tegenpartijen van Oranje. Dát was pas voetbal! Laten Van Gaal en consorten hun borst maar nat maken.

Er luistert trouwens op dit moment geen hond naar mij, als u begrijpt wat ik bedoel. Gelukkig mag ik altijd na afloop zeggen, waar je het stukje nog eens kunt nalezen.

(Gesproken column Omroep Best, 18.06.14)

dinsdag 3 juni 2014

Wat het eiland ook nog heeft

De bewoners van Mallorca, die bijna zonder uitzondering van het toerisme leven, munten uit in vriendelijkheid. Niks stress, terwijl het hier toch al volop hoogseizoen is. Aan de lunch zijn we vanmiddag geënqueteerd. Gauw even geventileerd dat de airco verwarmt in plaats van koelt (wat op  zich niet zo  héél erg is, want L. is daar allergisch voor), dat een zonwering op het balkon ontbreekt en dat de wc-pot los staat. Oeps. Verder alles goed? Alles goed, hoewel. Dezelfde middag zoeken we ons in een loggia van het hotel een plekje om in de halfschaduw, bij een aangenaam briesje wat te lezen. Na vijf minuten verschijnt er een Afrikaanse immigrant (die zijn god op blote knieën mag danken dat hij de kost niet hoeft te verdienen met het venten van kleurige zonnebrillen en andere prullaria langs de strandboulevard) met ‘n soort omgekeerde bladblazer – dezelfde herrie.  I want to clean this. L. verkiest maar weer het kamerterras. Ik ga naar de lounge om dit stukje te tikken.

Alleen in die gemeenschappelijke ruimte, waar de reisorganisaties hun briefingshouden, werkt het internet naar behoren. Ik heb voor 15 euro een acount voor een week, wat in elk geval het voordeel heeft dat we in de avondkoelte naar onze eigen radiozenders kunnen luisteren. In zijn bekroonde boek La Superba,over het leven in Genua, schrijft Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Ik houd van toeristen.’ Die stofzuigeraar blijkbaar niet. Op dat boek kom ik eerdaags terug.

Een subtropisch eiland dat alles heeft

Het is een subtropisch eiland, dat alles heeft. Overweldigende natuur, boerderijtjes met eigen windmolens (bij ons toekomstmuziek), in tamelijk vervallen staat, dat wel. Hoog rotsgebergte, waarvan de hellingen zijn begroeid met olijf- en sinaasappelbomen – aan de boom gerijpt zijn ze het lekkerst, zo blijkt weer. En zelfs aardbeibomen, al lijkt dat een contradictio in terminis. Van de vruchten kun je aangeschoten raken. Het gigantische klooster in de eenzaamheid ontbreekt niet, bewaakt door de laatste vijf monniken. Door die bergen lopen serpetinegewijs smalle wegen, pas halverwege de vorige eeuw geasfalteerd, ideaal voor de fietsclub uit Riethoven. Verder heeft het eiland onder meer twee spoorwegen, op één waarvan een elektrisch houten retrotreintje rijdt, dat weer aansluiting geeft op een dito tram. Die schuift luid toeterend door het badplaatsje met weelderige jachthaven.

De hoofdstad van de eilandengroep, met een omvang van de agglomeratie Eindhoven, wordt gemarkeerd door een kathedraal als onderdeel van een vestingwal aan de westkust. Daaromheen kronkelen de straatjes en raast, op enige afstand het verkeer over de boulevards. De stad is rijk aan groen, parken en fonteinen. Daar zie je zwevende fakirs en andere straatartiesten. De muziekgroepjes doen niet zo maar wat, maar leveren kwaliteit. Een saxofoniste, een klarinettist en een gitaarspeler openen hun concert met een bekende air van Pachabel, waarmeer ze van de volle terrassen een klaterend applaus oogsten. Elders horen we de authentieke Sint Louis Blues, Alweer retro, maar met de vereiste swing.

Zei ik niet ‘alles’? Dus ook de palmenstranden en de ambiance die daar bij hoort. We hebben het ‘s avonds vanaf ons appartementsterras geteld, maar elke drie minuten stijgt of land er een vliegtuig. Lieten ons vertellen dat de frequentie in augustus elke 80 seconden is. Vliegvakanties, met alles wat daar bij hoort. De gasten van sommige ressorts zijn te herkennen aan rode, witte of blauwe polsbandjes. Die geven hun het recht op te scheppen van de buffetten en onbeperkt dranken te halen van een kiosk. Gaat die om half tien dicht, dan is er de boulevard tot diep in de nacht:  ‘Feestcafé De Heeren van Amstel’ bij voorbeeld. Om 6 uur in de morgen is er nóg gelal te horen. Een Lloret de Mar in het kwadraat, met  ‘souvenirshops’, waar lighanddoeken te koop zijn met de veelbelovende tekst: ‘Drinking, Eating, Fucking’. De talloze teksten die de gasten op hun t-shirts meedragen zijn navenant. We zagen een vrouw een restaurant binnen komen met in schreeuwende letters: ‘FINGER WEG’. Duits? Uiteraard. Van de 100.000 immigranten op het eiland, is minstens de helft Duitser. Zij hebben in feite na de oorlog, toen ze elders in Europa nog werden weggekeken, het eiland ontdekt. En dat zullen we voor eens en voor altijd weten. We hebben een min of meer culturele eilandtoer gemaakt met achterin de bus een drietal Duitsers, die om 9 uur  ‘s morgens al blikken bier zaten te hijsen, waarbij de boeren niet van de lucht waren. Regelrecht hooligangedrag, waarbij de duidelijk zichtbare groepsvorming en de daarmee verbonden uitingen van nationalisme griezelig aandoen.
Nou ja, je moet het  ‘n keer meegemaakt hebben. Gezinnen waarvan de kinderen aan de gordijnen gaan hangen, die alles weigeren te eten behalve friet en snoep, het bij het minste of geringste op een krijsen zetten. Groepen in uniforme outfit rond een soundmachine, kennelijk als handbagage meegesmokkeld. Het zoekt elkaar allemaal op, wat het voordeel; heeft dat het lange, lange strand ook z’n oases van betrekkelijke rust kent.

Het eiland heet Mallorca en vangt in de lange zomer een doorsnee van de Europese bevolking op. Dus ook Nederlanders, van wie we nu kunnen vaststellen dat ze niet onfatsoenlijker zijn dan welk ander volk dan ook.

woensdag 21 mei 2014

Horecagezeik

De Bredase horeca – geliefd weekeind-doel van Rotterdammers met veel lawaai – wil het ingaan van de zomertijd voortaan gecompenseerd hebben. Nee, niet met geld, al is het daar natuurlijk wel weer naar te herleiden.

De cafébazen constateren dat ze bij het een uur vooruit zetten van de klok, in de nacht van zaterdag zondag ‘dus’ een uur eerder moeten sluiten. Gederfde inkomsten! Dus vragen zij het gemeentebestuur van Breda de nachtvergunning met een uur te verlengen.

Volgens BN-DeStem zou de gemeente wel oren hebben naar het verzoek van de horeca, ‘mits de bewoners van de binnenstad geen bezwaar hebben’. Uit het nogal cryptische bericht in de Bredase krant valt min of meer af te leiden dat de omwonenden niet staan te trappelen.

Wat in dit verhaal vergeten wordt, is, dat de klok niet voor niks in de nacht van zaterdag op zondag wordt verzet. Daardoor krijgen de mensen één etmaal de gelegenheid aan het een uur eerder opstaan te wennen. Trouwens, wordt het vooruit zetten van de klok in het  najaar niet gecompenseerd door de invoering van de wintertijd en het uur dat dan aan de nachtopening wordt toegevoegd?

Laten we het gewoon houden op horecagezeik.

vrijdag 16 mei 2014

De beste van dit en de beste van dat

De beste van dit en de beste van dat. Dit soort ‘wedstrijden’, vaak een vorm van ‘nieuwsmakerij’, die doorgaans haar hoogtepunt beleeft tegen de jaarwisseling, ik moet er niet veel van hebben. En als steeds dezelfde wint, wordt het al helemaal saai. Of je daarom zo’n wedstrijd moet afschaffen, zoals bij het mondiaal gesputter rond de hegemonie van de Nederlandse hardrijders op schaats, is vers twee. Dan is het natuurlijk even niet aan de orde.

Maar de Michelinsterren-cultuur vind ik bij voorbeeld niet te pruimen – is alleen interessant voor de koks. In het Eindhovens Dagblad trof ik vandaag weer een stukje aan over zo’n culinaire prijs, waarbij terecht werd geconstateerd dat de opvatting van de vakjury en die van het publiek nogal eens uiteenlopen. ‘Dat publiek hecht vooral waarde aan de friet met mayo.’

Makkelijk, dat Blendl, waarmee je vrijblijvend door ‘alle’ kranten van Nederland kunt bladeren. Daarbij zag ik vanmorgen in BN/DeStem het intrigerende kopje ‘Zoektocht naar meest gastvrije stad beëindigd: “Als Den Bosch altijd wint, gaat de lol ervan af”.’ Dus dat stukje maar aangeklikt en voor ‘n dubbeltje gekocht.

De reden is dus dat de initiatiefnemers, VVV Nederland en het adviesbureau Van Spronsen en Partners vinden dat de missie geslaagd is. De algemeen directeur van die VVV zegt dat ‘dankzij het onderzoek duidelijk is geworden dat een gastvrije stad meer tevreden gasten oplevert, die anderen weer inspireren tot een bezoek’. En blablabla. Geweldig.

Breda is helemaal niet rouwig om het verdwijnen van de prijs. De nieuwigheid (altijd weer dat new new!) is er wel zo´n beetje van af, zegt de directeur van de stedelijke VVV. En dan komt de echte aap uit de mouw. Het gaat om de lol van het winnen en die is na vier keer winst door Den Bosch voor Breda volledig uit het zicht geraakt.

Ach, mevrouw de directeur, er komt wel weer eens een  nieuwe prijs, al is het alleen maar vanwege zakenpartners die zich wensen te profileren.

dinsdag 13 mei 2014

Teeven trekt z´n keutel in

Ik heb het altijd ´n nogal gore uitdrukking gevonden, maar wel ´n rake. Teeven trekt z´n keutel in. Want wat moet je anders denken van het achterhoedegevecht rond het kinderpardon, dat Den Haag nu weer van het echte regeren afhoudt?

Altijd gedacht dat een staatssecretaris een onderminister was – zo wordt-ie ook in het buitenland gepresenteerd, anders snappen ze er daar niks van. En maar op z’n strepen staan, dat onderdeurtje, intussen proberend z’n toch al matige figuur te redden met verklaringen als ‘ik zal de regeling ruimhartig toepassen’.

‘t Is hem gerajen. Ooit hadden we meer dan 800 burgemeesters. Dat betekent evenwel dat de 400 die er nog over zijn, evenveel burgers vertegenwoordigen. Veel meer zelfs. Dus als de helft van die club aan de bel trekt, moet je van zeer goede huize zijn om dat naast je neer te leggen.

Maar wat doet ons onderdeurtje? Het schrijft alle burgemeesters een brief met een verzoek om informatie, en wel vóór 20 juni. Zou Teeven nog steeds niet door hebben dat met het schrijven van brieven alle bureaucratie begint? En om welke informatie gaat het nou helemaal? Om afgewezen aanvragen! En wie heeft die afwijzingen op zijn conto? Precies: het ambtenarenapparaat van Teeven. Hij schrijft de burgemeesters: ‘Kennelijk heeft u informatie die bij de Rijksoverheid onbekend is.’ Je moet maar durven.

Ach man, er zijn al veel te veel woorden aan deze kwestie vuil gemaakt. Geef nou eens gewoon toe dat aan dat kinderpardon op z’n zachtst gezegd wat schoonheidsfoutjes kleven en laat verder alle flauwekul achterwege. Je prestige van bewindsman is toch al naar filistijnen.

(Gesproken column, Omroep Best, 14.05.14, 18:10 uur.)

maandag 5 mei 2014

Maastricht, zo internationaal

stokstraat-web
Stokstraat


Toeval bestaat niet, wordt wel eens gezegd. Maar ik vond het toch wel toevallig dat vriend Sante Brun vanuit zijn Zuidlimburgse stek met de Kruidvat Express in een ‘vervuilde’ trein naar Amersfoort reisde (en die stad in een stukje zijdelings vergelijkt met onder meer Maastricht), terwijl wij ons dezelfde zondag in redelijk niet vervuilde treinen met de ‘vrij-reizen-kaart’ naar de Limburgse hoofdstad begaven.

In Amersfoort was het koud, in Maastricht ‘het warmst van Nederland’. Je moest dan wel de zonzij opzoeken, of een terrasje met straalverwarming. Een beschrijving van Maastricht à la Sante van Amersfoort lijkt me tamelijk overbodig, zomin als een aansporing: ga d’r nou eens heen. Ook met fotograferen ben ik terughoudend, want iedereen heeft het toch allemaal allang gezien? Ofschoon het tamelijk uniek (voor ons) was, met de trein aan te komen en de lange ‘stationsstraat’ door Wyck af te lopen.

Het eerste wat opviel, was de ‘Engelse’ rotonde voor het station: een stip in het midden, pijlen eromheen en natuurlijk voorrangsdriehoeken. In GB werkt dat perfect, zodat ik me al vaak afgevraagd heb, waarom zo’n geïmproviseerd verkeersplein in ons land niet vaker wordt toegepast. Hoewel, bij geringe drukte rijden auto’s en fietsers ‘gewoon’ dwars door die stip – Nederlandse wan-discipline, zoals de ‘veiligheidscamera’ van de Maastrichter politie voortdurend kan waarnemen.

Toch onderstreept die ‘rotonde’ het internationale karakter van Maastricht, evenzeer als de Lijnbus naar de oudste stad van België, het Vlaamse Tongeren. (Er  zijn vergevorderde plannen voor een tramverbinding.)

Als ik een foto maak in de Stokstraat, doe ik dat met het oog op een vergelijking met die andere ‘internationale koopstraat’, de PC Hooft in Amsterdam. Mijn voorkeur laat zich gemakkelijk raden.  Hier valt mijn mond bij open, telkens weer. Die luxe winkels, met hun klassieke puien, zoals je ze in oude Europese steden zelfden meer  ziet. Sommige al meer dan een eeuw in dezelfde handen, wat zichtbaar is aan het schild Hofleverancier (een onderscheiding overigens, waaraan de nadrukkelijke voorwaarde is verbonden, niet aan het hof te leveren). Toch ontbreekt ook in de Stokstraat niet de liquidatieverkoop.

Het is koopzondag, dus druk in de Maastrichter binnenstad. Het wemelt er van de Duitsers en vooral Waalse Belgen, Luik is immers ook vlakbij. Vanaf dat verwarmde terras aanschouwen we de pantoffelparade, waarbij het opvalt dat de internationaliteit niet van de elegantie van de vrouwen valt af te lezen. ‘n Enkele uitzondering daargelaten. Maar, zeg nou zelf, wordt die van de dames op de Champs Elysée ook niet wat overdreven?

Verwacht dus van mij verder geen reisfolderachtige aanprijzingen, zeker niet sinds ik de Maastrichter kersenvlaai heb geproefd, verpakt als ze is in een envelop van slecht doorbakken deeg. Het etablissement in kwestie prijst zich aan als Bourgondisch. Daar valt dus best wat op af te dingen. Maar het is overal wat. zie de diepgevroren appeltaart die Sante Brun in Amersfoort op z’n bordje kreeg.

zaterdag 3 mei 2014

De klokkenroof

Op 11 april is bij Petit & Fritsen in Aarle Rixtel de laatste klok gegoten. Het eeuwenoude familiebedrijf hield op te bestaan – werd overgenomen door Eijsbouts in Asten (nu de laatste klokkengieterij in Nederland). Frank Fritsen (1958) tegen Het Parool: ‘Tot ik mijn laatste adem uitblaas zal het pijn blijven doen.’

De naam Petit & Fritsen zegt mij iets sinds ik ‘n jaar of twaalf was. In die tijd kreeg de Laurentiuskerk in Ginneken, mijn geboortedorp, uit deze gieterij haar klokken ‘terug’. Waren het er twee of drie? Ik weet het niet precies meer. Maar de legendarische pastoor Eduard Doens liet het volgende gedicht in de grootste klok gieten:

Heiland heet ik,
Jub’lend treed ik,
in de plaats van een ontvoerde,
toen diep leed ons land beroerde.

De roof door de bezetter, die het vredige brons omsmolt tot kogels en granaten, herinner ik me ook nog, vooral die van de klok uit de toren van de Ned. Hervormde kerk (voormalige, middeleeuwse Laurentiuskerk) tegenover ons huis. Men moest er ‘n galmgat voor vergroten om ‘m er door te krijgen.

De rol van de klok in bij het slaan van de uren werd in de toren van de r.-k. kerk overgenomen door… een zuurstoffles. Idee van de koster. Het klonk ‘n beetje blikkerig, maar iedereen kon toch blijven horen hoe laat het was. Ook toen het  Laatste Uur van de Bezetter was geslagen.

Ja de klokkengieters hadden het druk, na de oorlog. Alleen zogenaamde monumentale klokken, bij voorbeeld die van de gieters Hemony, hadden van de Duitsers mogen blijven hangen.

vrijdag 2 mei 2014

Stoorzender

Een man in Florida heeft jaren lang rondgereden met een apparaat, waarmee hij het mobiele telefoonverkeer van andere automobilisten stoorde. Bellen achter het stuur is in die staat niet verboden. Het politie spelen kan de chauffeur op een boete van 35.000 euro en zelfs een celstraf komen te staan, want hij stoorde natuurlijk ook de hulpdiensten.

Er zijn altijd mensen, ook in het verkeer, die het recht in eigen hand nemen. Zo ben ik eens gepasseerd door een figuur die een enorme schijnwerper, achterwaarts stralend, op de hoedenplank had gemonteerd. Die deed-ie dan aan als hij zich via z’n achteruitkijkspiegel verblind achtte.

Een mij bekende vrouw parkeerde onlangs op een terrein bij ‘n supermarkt aan de Geldropseweg in Eindhoven. Zoals altijd sloeg ze bij het uitstappen haar hand over de zijrand van het portier, om de naast haar geparkeerde auto niet te raken. Toch kwam er een man de super uitgestormd die dacht dat de vrouw zijn heilig koetje had geraakt. Viel niet mee te praten, ondanks dat van enige schade geen sprake was.

Bij terugkomst, ‘n uur later, zat er een flinke kras in het portier van de auto van de vrouw. Geen getuigen, geen bewijs.

woensdag 23 april 2014

‘Moeders! Voor conserven naar de Achelse Kluis’

Er is een actie gaande, om (delen van) de Achelse Kluis een passende bestemming te geven en zo voor het nageslacht te behouden. Er verblijven nog maar weinig, overwegend hoogbejaarde monniken in de Sint-Benedictusabdij, die tegenwoordig een dependance is van de Cisterciënzers (ook wel Trappisten genoemd) van de abdij van Westmalle. ‘Achel’ is trouwens in de negentiende eeuw uit die abdij voortgekomen.

Het klooster heeft een rijke geschiedenis. De naam is terug te voeren tot een echte kluizenaarsgemeenschap, die in 1686 in de eenzaamheid tussen Staats en Vlaams Brabant werd gesticht door de Eindhovenaar Petrus van Eijnatten. Daarvoor stond er ‘n zogenaamde grenskerk, die door de katholieken werd gebruikt in verband met het verbod van ‘het noorden’ om hun godsdienst uit te oefenen.

De hermieten werden tijdens de Franse Revolutie verjaagd en tussen de bedrijven door fungeerde de kluis als herberg en smokkelaarsnest. De geschiedenis en de regels van de kluis zijn uitvoerig beschreven door de trappist Dominicus de Jong, halverwege de vorige eeuw archivaris van de abdij. De Jong is vooral bekend geworden door de enorme collectie (750.000!) bidprentjes, gedachtenisplaatjes bij overlijdens. Die collectie is in 2004 veilig gesteld in een documentatiecentrum van de Vlaamse gemeente Hamont-Achel.

In 1961 interviewde ik Dominicus de Jong (die als ‘heemkundige’ toestemming van de abt had, zich regelmatig  buiten het klooster te begeven en daarbij een borreltje niet versmaadde) over zijn verzameling. Grappig detail: de pater had het steeds over krekelprentjes, waar hij knekelprentjes bedoelde.

De abdij lag toen nog in betrekkelijke eenzaamheid tussen de houtvesterij Leenderbos en Achel. De enige harde weg ging van het café Zomerhof (tegenwoordig populair eetcafé!) bij Borkel en Schaft naar het klooster. Als je die vanaf de bushalte afliep, zag je de broeders op Nederlands grondgebied de akkers bewerken. De grens loopt door de bibliotheek van de abdij. Aan die weg is nu een paardensportcentrum van internationale allure gepland. Met de eenzaamheid is het trouwens al vijftig jaar gedaan, sinds de zandwegen vanuit Budel en Hamont tot aan de abdij zijn verhard. Vader Abt was daar indertijd helemaal niet blij mee.

Bij het behoud van het erfgoed zal het de kunst zijn, de contemplatieve sfeer van de Achelse Kluis nog enigszins te bewaren. Een heksentoer, want nu al is er sprake van een toeristische trekpleister met een brasserie in een van de bijgebouwen, geliefd doelwit in weekeinden en vakanties. Ja, de tijd van Broeder Martinus, die in plaatselijke blaadjes adverteerde met ‘Moeders! Voor uw conserven naar de Achelse Kluis’ ligt alweer ver achter ons. Je kon bij Martinus trouwens voor heel wat meer terecht dan ‘conserven’. Ook voor Hasseltse jenever en voor vlees ‘zonder spuitjes’!

woensdag 16 april 2014

Welja, ‘alle macht aan de burgemeesters’

Die Benjamin Barber, dat is me d’r eentje. De Amerikaanse politicoloog meent het Ei van Columbus te hebben gevonden met zijn betoog ´alle macht aan de burgemeesters´.

Ja, er wordt nagedacht over onze democratieën, in het bijzonder over het regionale bestuur, al járen. Op zichzelf is dat natuurlijk een goed ding, het nadenken bedoel ik. Zo hadden we David van Reybrouck, schrijver van dat geweldige boek Congo. Die poneerde de stelling ‘niet kiezen maar loten’. Ik heb het fijne ervan (nog) niet tot me genomen, dus kan alleen maar zeggen: kom er maar eens op.

Barber was in Amsterdam en liet zich interviewen door De Persdienst, dus staat het of komt het in driekwart van de regionale kranten. Hij heeft wel degelijk gezag hoor, die Barber, want was zelfs ‘adviseur van oud-president Bill Clinton’. Dat oud moet er eigenlijk af, maar niet zeuren.

Genoeg gezag dus, ook om Nederland er fijntjes op te wijzen dat het maar eens moet beginnen met zijn burgemeesters te kiezen. (Loting zit niet in Barbers vocabulaire.) Eigenlijk is dat een beetje ‘n contradictio in terminis, want ooit – nog niet eens zo heel lang geleden - hadden onze burgemeesters het compleet voor het zeggen, van bovenaf gedropt door Den Haag, om die analfalbeten in de gemeenteraad in de gaten te houden, wat? te ringeloren. Ik heb een burgemeester van Eersel eens horen uitroepen: ‘Zijn er dan geleerdere mensen in de Kempen dan de burgemeesters?’ De commissaris des konings, ook zoiets. Destijds hoor. In Limburg noemen ze hem trouwens nog steeds gouverneur.

Ik heb niet het gevoel dat wij heden ten dage nog de nieuwe democratie uit Amerika moeten halen. Burgemeesters als ‘n veredeld soort sheriff. Eén Rob van Gijzel lijkt wel genoeg, als ik Jos Kessels mag geloven.

dinsdag 15 april 2014

Uiteindelijk gaat het wel om de macht

Het handje schudden voorafgaand aan de raadsvergaderingen in Best is een ware cultuur. Wie wel en wie niet? Volgende keer moet ik toch beter opletten.

Take it, or leave it. Dat is de kern van het advies van informateur Ruud Vermeulen aan de raad voor de coalitievorming. Die daardoor ‘terug bij af’ is. Het debat over dit advies laat nog wel ‘n week, nee, anderhalve week, nee ongeveer twee weken (het laatste woord van voorzitter Van Aert) op zich wachten. En daarna zou de eigenlijke formatie pas kunnen beginnen.

Onconventioneel dat was de werkwijze van Vermeulen zeker. Inderdaad, meer die van een generaal dan van een politicus.  Maar om nou te zeggen dat het noemen van twee namen van potentiële wethouders dorpsschokkend was? Sommigen presenteren zich immers al vóór de verkiezingen als kandidaat voor de bestuursfunctie en eigenlijk is dat wel zo duidelijk. Dat voor Best Open de naam van Marc van Schuppen (niet gekozen raadskandidaat) werd genoemd, heeft wel degelijk te maken met de door de informateur  zo belangrijk geachte chemie tussen partijen en personen. Immers oud-wethouder en voormalig oppositieleider Leo Bisschops ligt bij sommigen in de demissionaire coalitie minder goed. Te fel? Ha, dan wil Vermeulen het CDA een koekje van eigen deeg geven, door van hem, het CDA dus, een ‘sterke oppositiepartij’ te maken. 

Een combinatie van VVD, D66, Best Open en PvdA, zoals voorgesteld, is getalsmatig best mogelijk (12 van de 21 zetels), maar niet echt logisch, gezien de verkiezingsuitslag. Immers de kiezer maakte Gemeentebelangen even sterk (2 zetels) als de sociaal democraten. Het gesputter van GB-er Wout Gloudemans (demissionair wethouder) is daarom best te begrijpen.

Gaat het om de chemie tussen raad, college en ambtenaren? Dat zal wel, maar ik mis in dit rijtje de burger. Daarover zou ik van de wethouderskandidaten die straks komen boven drijven wel eens ‘n intentieverklaring willen horen. Er is in het recente verleden teveel mis gegaan tussen de gemeente en de burgerij. Als er in januari klachten zijn over het in het pikkedonker onverlicht op rotondes fietsen van Heerbeeck-leerlingen, gebeurt er niets. Maar als een basisschool-leerling een brief schrijft aan de burgemeester, gaat een wethouder daar mee aan de haal en laat zich met dat kind op de foto zetten. Leuk! Tussen neus en lippen door hoorden we maandagavond: de burger staat met rug tegen de muur.

Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om dat modieuze begrip ‘chemie’, maar om de macht. Dat is het verschil tussen personeelsbeleid bij defensie en politiek.

(Gesproken column voor Omroep Best, 16.04.14, 18:10 uur.)

donderdag 10 april 2014

Voor goed zwijgen?

In de krant lees ik een mededeling dat het OM iemand ‘voor goed het zwijgen wil opleggen’.

Wat is de betekenis van deze uitdrukking? Niet beter te weten, dan dat het OM iemand dood zou willen zien. ‘Voor goed’  is immers ‘voor eeuwig’. Ik weet zeker dat dit een term is die in het verleden in deze context werd gebruikt.

Wat doe je in dit geval? ‘n Beetje googlen en de Dikke Van Dale er op naslaan. Geen resultaat. Hoewel Van Dale een opvallend uitvoerig lemma wijdt aan alles wat met (ver)zwijgen te maken heeft.

Een laatste proef op de som: de vraag aan Levensmaatje (geboren in 1945), ‘waar denk je aan bij iemand voor goed het zwijgen opleggen?’ Ze zegt: ‘Aan moord!’

Spreken is zilver, zwijgen is goud. ‘Ik heb liever zilver,’ reageerde een  naar mijn gevoel al te spraakzame dochter eens. Ik heb nooit de neiging gehad, haar voor goed te laten zwijgen.

dinsdag 8 april 2014

Ronselen

Ronselen. Laat ik er – dat kan niet veranderd zijn – er mijn ouwe Van Dale, de Dikke, er maar weer eens voor opslaan:  ‘1. werven, m.n. met de gedachte dat dit met list of geweld, of voor de vijand geschiedt.’

Kwalijk dus. Evenals over mistellingen bij de raadsverkiezingen in den lande, wemelt het van de berichten over ronselpraktijken door raadskandidaten. Zo wordt een wethouder in de Brabantse gemeente Laarbeek drievoudig beticht van het jagen op stemmachtigingen onder bejaarden. Sommigen van zijn doelwitten zitten daar niet mee, aangezien zij de ronselaar als politicus/bestuurder zeggen te vertrouwen. Maar het is natuurlijk wel tegen de wet.

Is het eigenlijk wel zo nieuw? Vroeger – toen alles beter was en bij voorbeeld mistellingen niet of nauwelijks voorkwamen – hadden we wel te maken met wat ik rustig een verkapte manier van stemmen ronselen noem.

Zo was het vaste gewoonte van KVP, later CDA in Brabant bejaarden en nonnetjes aan te bieden, hen met de auto uit en thuis naar het stembureau te brengen, waarbij het natuurlijk als vanzelfsprekend werd beschouwd, dat de stem naar de ‘vervoersmaatschappij’ ging. Toegegeven, niet ‘met list en geweld en ook niet voor de vijand’, integendeel.

Ik herinner  me dat ik eens zo’n nonneke bij het betreden van het stembureau tegenkwam en tegen haar zei: ‘En, heddem goed rood gemokt?’  (Dat was, toen wij tot ergernis van mijn schoonvader en de huisdokter, een  verkiezingsplakkaat met een meer dan levensgrote foto van Joop den Uyl voor het raam hadden hangen,) Waarop het nonneke, met twinkelende oogjes: ‘Zeker, maar wel op de goeie plek!’

Dit stinkt echt

Best mag zich gelukkig prijzen dat het een informateur heeft in een generaal b.d. die niet wordt gehinderd door enig partijlidmaatschap. Eindhoven heeft een doorgewinterde PvdA-politicus, ex-senator Han Noten, tegenwoordig burgemeester van Dalfsen. En daar heb je de poppen al aan het dansen.

Het Ouderen Appèl, met een sprong van 3 naar 5 zetels winnaar van de verkiezingen dreigt buiten de (linkse) coalitie te worden gehouden. Noten beroept zich daarbij op ‘de vrees van meerdere partijen’, voor ‘discontinuïteit in het bestuur’.

Hoe moet je dit interpreteren? Laat ik een poging doen: Je kunt nu wel een vertegenwoordiger van die oudjes tot wethouder benoemen, maar wat te doen als die halverwege de rit met wat voor ouderdomsklacht dan ook per ambulance wordt afgevoerd. Respectievelijk, hoe moet het dan over vier jaar als iedereen nòg ouder is geworden?

Persoonlijk heb ik het niet  zo begrepen op categorale partijen; in de praktijk zijn ze inderdaad niet altijd even consistent gebleken. Ik zal er dus nooit op stemmen, ook niet op een ouderenpartij, ofschoon ik overduidelijk tot de ‘doelgroep’ behoor. Maar in Eindhoven berust het afwijzen van het Ouderen Appèl overduidelijk op een drogreden, die buitengewoon kwalijk riekt naar leeftijdsdiscriminatie.

maandag 7 april 2014

CultuurSpoor Best: gewoon beginnen

Hoewel nog omringd door onzekerheden, met name wat betreft de huisvesting in het centrum, is de samenwerking van drie culturele instellingen in Best – de Bibliotheek, het educatief centrum De Wig en het intergemeentelijke muziek- en dansinstituut Pulz – onder de trefzekere, eigentijdse naam CultuurSpoor ‘gewoon begonnen’. En zo hoort dat. Je kunt over zoiets eindeloos delibereren, maar dat zet doorgaans geen zoden aan de dijk.

Burgemeester Anton van Aert onthulde zondag, in het kader van de feestelijkheden rond het 50-jarig bestaan, de naam boven de ingang van het zo vertrouwde pand van de bieb aan de Raadhuisplein en wist de juiste woorden te vinden om de deelnemende partijen en de burgerij een hart onder de riem te steken. Met de voorzichtigheid, een burgemeester eigen. Zonder garanties, maar met een hoopgevende context. In dit geval was het modieuze woord passie nu eens gepast. Je kunt dat vertalen met  het woord van Baden Powell: ‘Waar een wil is, is een weg.’

CultuurSpoor Best is een uitdaging van de burgerij en het particulier initiatief aan de in staat van reorganisatie verkerende plaatselijke politiek: zorg dat wij niet in de kou komen te staan.

Ik heb me wel eens verzet tegen het te pas en te onpas gebruiken van het woord ‘bruisend’ voor de perspectieven van het ‘op te waarderen’ centrum van Best, maar ik moet toegeven, in dit geval borrelt er toch wel iets.

vrijdag 28 maart 2014

Missie

Ruud Vermeulen uit Best, brigadegeneraal van de Koninklijke Landmacht, mag dan al ‘n jaar of negen buiten dienst (bd)  zijn, toch heeft hij weer een missie. Hij is namelijk door de gemeenteraad benoemd tot informateur bij de vorming van een nieuw college van B en W.

Een heel wat meer belovende start dan bij een vorige gelegenheid, toen als vanzelfsprekend werd aangenomen dat de voorzitter van de plaatselijke afdeling van de grootste politieke partij ter plaatse die klus wel tot een goed einde zou brengen. Wat in de praktijk enigszins tegenviel, want de (her)formatie werd een slepende affaire die zelfs over de zomervakantie werd heen getild.

De generaal, nog steeds voorzitter van de Nederlandse Officiers Vereniging, heeft een florissante conduitestaat en staat naar verluidt ‘boven de partijen’. Komt heel goed uit, want de missie is niet mis. De meerderheid van de Bestse raad bestaat uit oud-gedienden, die allen weer hun oud zeer hebben meegebracht. En er zijn nogal wat liefhebbers voor het pluche, al dan niet met recente en minder recente praktijkervaring.

Vermeulen lijkt typisch een man die scherp het onderscheid tussen persoonlijke belangen en het algemeen belang in de gaten zal houden. Misschien krijgt Best dan toch weer eens een college, dat het vertrouwen verdient van de burgers.

woensdag 26 maart 2014

Het vlees in de kuip

Als je iemand op een verantwoordelijke post benoemt, staat tegenwoordig de vraag voorop: wat voor vlees heb ik in de kuip. Althans dat hoort zo te zijn, vindt ook de Commissaris van de Koning in Noord-Brabant. Hij heeft de burgemeesters in deze provincie een missive doen toekomen met de aanbeveling, de kandidaten wethouders in hun gemeente te screenen op hun integriteit.

Veel wethouders komen vanouds voort uit de gekozen raadsleden. Anderen worden  ‘van buiten aangetrokken’. Gekozen raadsleden worden geacht te zijn gewogen door de partijen of groeperingen die hen op hun kandidatenlijst hebben gezet, maar dat biedt geen enkele garantie. Zie de gang van zaken in Roermond, waar een van corruptie verdachte ex-wethouder met een eigen lijst is gekomen en een flink aantal zetels in de wacht heeft gesleept. Ook in de Brabantse gemeente Gemert-Bakel is iets loos. Daar zou het CDA wel eens ‘n wegens valsheid in geschrifte veroordeelde kandidaat kunnen voordragen – een daad gepleegd in de functie van wethouder.

Als besloten zou worden tot een integriteitsonderzoek van de adspirant wethouders, dan lijkt het niet voor de hand te liggen dat ‘intern’ te doen. Daarvoor zitten betrokkenen, onderzoekers en onderzochten, in de meeste gemeenten te dicht op elkaar. Dan kunnen politieke animositeit en ‘oud zeer’ in het persoonlijke vlak een rol gaan spelen. Zelfs is het mogelijk, dat wat eens met de mantel der liefde is bedekt, ook dan niet meer als ‘relevant’ wordt aangemerkt.

Extern dus, bij voorbeeld – wat ligt meer voor de hand? – de Onderzoeksraad Integriteit van de landelijke en lagere overheden. En niet een of ander bureautje, dat munt probeert te slaan uit de behoefte aan toetsing en zich ongevraagd (spam!) via emails aanbiedt bij de burgemeesters. Die van Bergeijk heeft daar terecht van gezegd dat-ie er ‘zich dood aan ergert’.

Overigens is in deze kwestie ook geopperd dat men zou moeten nagaan of kandidaten niet teveel schulden hebben. Alsof ze daardoor chantabel zouden zijn of zoiets. Dit lijkt me wel erg vergaand en in elk geval een forse aantasting van hun privacy.

zondag 23 maart 2014

Weer eens een goed-doel-fonds

verbeet_ouderenfondsZe kunnen het niet laten, weer eens een fonds oprichten voor een goed doel. Met alle respect, moet er niet naar nieuwe wegen worden gezocht, nu het vertrouwen in dit soort stichtingen en niet of nauwelijks controleerbare collecteer-instanties tot zo ongeveer het nulpunt is gedaald en er voor de opvolging van het restant vooral oudere collectanten nauwelijks animo meer is? Wat ‘n wonder, voor die collectanten wordt steeds minder de voordeur opengemaakt en nog vaker dichtgeslagen.

Maar ja, een website, zoals nu weer voor het Nationaal Ouderenfonds, is zo gemaakt (? nou, zoiets kan ook gauw 50.000 euro kosten, hoor) en dan gooi je er nog even ‘n paar radiospotjes tegenaan met inzet van een BN-er als, tuk op aandacht, oud-kamervoorzitter Gerdi Verbeet.

Ik wil vooralsnog niemands integriteit ter discussie stellen, maar als je in het zoekvenster van zo’n zogenaamd ideële website ‘Financiële verantwoording’ intikt, krijg je natuurlijk geen enkel resultaat.

Ik behoor al jaren tot de weigeraars vanwege het gebrek aan inzicht over de besteding van de gelden en ik ben niet van plan wat dat betreft ‘mijn leven te beteren’.

Bij dat Ouderenfonds kun je, gezien de activiteiten, ook nog wat kanttekeningen maken. Daar waar de omgeving van de ouderen en de overheid het laten afweten, zou zo’n fonds het moeten overnemen? Paard achter de wagen. Het moet totaal anders in dit land.

donderdag 20 maart 2014

En nu de poppetjes

De burgemeester van Best heeft gisteren op een basisschool een van de leerlingen zijn ambtsketen omgehangen. ‘Leuk.’ Maar toen het er over ging, wie de baas in de gemeente is, heeft hij de kinderen wel degelijk duidelijk gemaakt dat dat de gemeenteraad is.

meisje_met_ambtsketenIn theorie, voeg ik er dan maar aan toe, want als het er op aan komt dan ligt de macht bij het college van Burgemeester en


Burgemeester Anton van Aert plaatste deze foto op Twitter.
Wethouders, dat wil zeggen ‘n beetje bij de burgemeester en ‘n beetje veel bij de wethouders, afhankelijk van de taken (portefeuilles) die hun worden toebedeeld. Daarbij zijn zij toch wel afhankelijk van de medewerking van de ambtenaren, dat is een gegeven waar je niet omheen kunt.

Iets meer dan de helft van de kiesgerechtigden in Best verwaardigde zich toch nog, naar het stemlokaal te gaan. Waarvan acte.

En nu dus de poppetjes, zoals het in het informeel spraakgebruik heet. Wie krijgt de macht?

De krachtsverhoudingen in de Bestse raad zijn, vergeleken met die in 2010, niet echt veranderd. Al verloor het CDA twee van zijn zes zetels. De landelijke successen van D66 zijn hier niet geëvenaard (4 blijft 4) Van de lokale partijen kreeg alleen Gemeentebelangen garen op de klos: van 1 naar 2 zetels. Er werd in Best wel echt plaatselijk gestemd, anders zou de VVD zich niet op 3 zetels hebben kunnen handhaven.  Hetzelfde geldt voor de PvdA (2). Best Open behield haar 3 stoelen. De Jongerenpartij (JO) handhaaft zich eveneens op 2 zetels. Christen Unie debuteert met 1 restzetel.

De spelers zijn dus, net als in 2010: CDA (4), D66 (4), VVD (3) en Best Open (3). Er zijn 11 zetels nodig voor de vorming van een coalitie. D66, van wie in de vorige zittingsperiode een wethouder sneuvelde, zal zich niet aan haar verantwoordelijkheid onttrekken, dus is een reconstructie mogelijk van een college met CDA, D66 plus VVD  òf Best Open. Een herhaling van de ‘noodconstructie’ na het aftreden van de D66-wethouder, waarbij de eenling van Gemeentebelangen als wethouder aantrad, met gedoogsteun van de Jongerenpartij (de beruchte deal over een kunstgrasveld) doet zich hopelijk niet voor.

Dit wordt een boeiende formatie, vooral omdat het CDA niet meer in de positie verkeert om de eerste viool te spelen.

zaterdag 15 maart 2014

Lokalo’s

De lokale partijen fungeren als een electorale vluchtheuvel, bij de afkeer van de landelijke politiek, zegt politicoloog André Krouwel van de VU vandaag in het verkiezingsbijlage van het Eindhovens Dagblad. (Wie zei daar dat de regionale kranten het plaatselijke nieuws niet meer kunnen bijbenen? Uit deze special blijkt in elk geval weer de valkuil van de generalisatie.) Ik heb het niet zo op politicologen begrepen, maar op dit punt zou Krouwel wel eens gelijk kunnen hebben, zij het dat iedereen het zou kunnen bedenken. Minder onder indruk ben ik van zijn bewering dat de gemiddelde stemmer op een lokale partij ouder en minder hoog opgeleid zou zijn. ‘En vaak rechtser’. Blijkt uit onderzoek. O, onderzoek. Nee, daarvoor is het verschijnsel lokale partij te divers.

In zijn oorsprong is het ´gemiddelde´ lokale initiatief volgens mij lang geleden ontsproten aan onvrede met de monocultuur die de plaatselijke politiek beheerste. In Brabant was dat tot in de jaren zestig van de vorige eeuw de KVP. Een burgemeester (onveranderlijk ook van die kleur) en twee voortdurend ja knikkende wethouders. Die situatie is toen doorbroken door vestiging van nieuwkomers, vaak van boven de rivieren. Die verbaasden zich over de gevestigde mores van het gesloten circuit en besloten er met hulp van soortgenoten de bezem door te halen. Wat soms best aardig is gelukt. Vertel mij  wat, ik heb het allemaal meegemaakt.

Een lokale partij als Best Open (niet het eerste initiatief ter plaatse trouwens, die eer komt toe aan de latere wethouder wijlen Ad van Geffen met zijn Gemeentebelangen) is, de naam zegt het al, op dit stramien geënt en wil dat, gezien haar nieuwste slogan, Puinruimen en opnieuw beginnen, graag nog eens even benadrukken.

Voordat men gaat denken, dat ik hiermee iets van mijn plaatselijke politieke gezindheid prijsgeef, ik vind dat Best Open het als coalitiepartner in de periode 2006-2010 én als oppositiepartij daarna niet beter of slechter heeft gedaan dan de rest. Allen zijn met één sop overgoten, namelijk met dat van electoraal opportunisme, machteloosheid en een bereidheid tot luisteren naar de burger van 0,0. Met andere woorden, ik ben er, drie dagen voor de verkiezing net zo min uit als de gemiddelde Bestse stemgerechtigde.

Van mij zul je dus niet zoiets horen als Bende bezopen, stem Best Open, De VeeVeeDee, daar kun je wat mee of Wie CDA zegt moet ook B zeggen.

Tot woensdagavond.

donderdag 13 maart 2014

Slavernijverleden

Het heeft lang geduurd, voordat – pas in deze eeuw dus – in Nederland gepraat kon worden  over ons slavernijverleden. Wellicht dat de discussie over de achtergrond van de negentiende-eeuwse Zwarte Piet, die elk jaar weer in november wordt hervat, de zaak in een stroomversnelling heeft gebracht.

Deze week was ik in Het Scheepvaartmuseum, dat mooie, monumentale handelsgebouw van de VOC aan Het IJ, waar ook de vanuit de trein zichtbare replica van het schip De Amsterdam is afgemeerd en van boven tot onder mag worden bekeken. (Het wrak van dat VOC-schip ligt nog steeds op de rotsen van Hastings.)

De Amsterdam was geen slavenschip. Dat was wel De Leusden, waarvan ook een fragment is te zien. Het Scheepvaartmuseum kan ook niet meer om de slavernijschande heen. Zo is er momenteel een tentoonstelling aan dat onderwerp gewijd, onder de aansprekende naam De Zwarte Bladzijde. Niet zo maar een expositie, maar een dynamische presentatie in het donker, die je een klank- en lichtspel zou kunnen noemen, ware het niet dat de somberte en de schaamte over wat er tot in de negentiende eeuw door onze handelslui en overheden is uitgevreten de boventoon voeren. Ouders wordt aangeraden, kinderen beneden de 8 jaar niet mee naar binnen te nemen.

Aan het slot van de rondgang worden de bezoekers geconfronteerd met een zevental vragen rond slavernij en racisme, waarin uiteraard de link wordt gelegd naar het heden. Het is eigenlijk ‘n soort enquête. Aan het slot van elke vraag wordt het publiek uitgenodigd, op een groen dan wel een rood oplichtend knopje te drukken: ja of nee? Moeten wij ons nog schuldig voelen? Hebben de nazaten van de slaven recht op een vergoeding? Moet Zwart Piet weg, of mag-ie blijven?

In de loop van deze sessie kwam een Nederlands gezelschap de presentatieruimte binnen. Die mensen keken even, smoesden wat met elkaar en liepen door. Wij, met z’n tweeën, bleven het verhaal volgen en drukten zeven keer op een knopje. Telkens werd het tot dusver bereikte resultaat getoond en wat viel hier uit af te leiden? Niets zinnigs! Wij behoorden met onze opvattingen tot de minderheid. Volgens de meerderheid zouden wij ons schuldig moeten voelen en zou Zwarte Piet aan de dijk moeten worden gezet. En ‘natuurlijk’ moeten de nakomelingen van de slaven een geldelijke genoegdoening  krijgen.

Conclusie: Dit is geen echt. ‘wetenschappelijk verantwoord’ onderzoek. Sterker nog, de uitkomst is waardeloos. En ik zeg dit niet omdat wij ons in het ongelijk gesteld voelen of zo. Maar omdat niet bekend is, welke categorieën aan dit spelletje meedoen. Blanke Nederlanders zullen op de vragen anders reageren dan bij voorbeeld Surinamers en Antillianen. Ik verdenk dus die ‘Hollanders’ dat ze doen wat dat gezelschap deed: even kijken en doorlopen.

zondag 9 maart 2014

Vitriool over Radio 1 sinds 1 januari

De zendercoördinator van Radio 1, of wie er dan ook verantwoordelijk is voor Radio 1 nieuwe stijl sinds 1 januari 2014, mag er wat mij betreft gerust van wakker liggen. De fervente beluisteraar van dit station gaat ervan over z’n nek en haakt af.

Met name de leden van de VPRO, gehecht aan bijzondere door-de-weekse rubrieken als Het Gebouw en de onderzoeksjournalistiek, zoals gepleegd door Argos, storten in tot dusver acht brieven op het forum van de vpro gids vitriool uit over de oppervlakkige, lawaaierige aanpak op cruciale momenten als tijdens de lunchuren.

Een citaat: ‘Vanaf zes uur in de ochtend lekkere progamma’s met wat nieuwtjes tussen het geblèr van de presentatoren en muziekjes, vooral veel muziekjes. En presentatoren die presenteren op een niveau alsof ze voor een klas vol met pubers staan.’ Beter zou ik het niet kunnen samenvatten. Een andere briefschrijver weet zo niet  direct een alternatief, maar die kan ik hem wel een aan de hand doen: BNR Nieuwsradio, met onder anderen nota bene de onovertroffen ex-VPRO-dame Harmke Pijpers en haar rubriek ‘Gezond’. Zelfs al ben je niet zo businessgericht, komt er op BNR heel wat genietbaars voorbij.

De ontboezemingen van de luisteraars zijn natuurlijk niet los te zien van de ledenwerfacties waaraan de publieke omroepen zich momenteel met hart en ziel overgeven, zoals Pro VPRO (‘doe d’r wat aan’). Hoewel het wat buiten het bestek van dit stukje valt, kan ik het niet laten nog een briefschrijfster te citeren, pro VPRO sinds 1956. Een  aandoenlijk verhaaltje over de aanschaf van het bakelieten radiootje met ronde, rode zenderschaal – een zogenaamd universeeltje van  Philips, waarmee ook ik in die tijd ben begonnen – bij de aankoop waarvan pa vrij nam. ‘Na afloop dronken we een kop koffie om het geluk te bezegelen en toen sprak vader de legendarische woorden: En nu wordt je gelijk lid van de VPRO.’

donderdag 6 maart 2014

Gemotiveerde niet-stemmers?

Zijn er ook gemotiveerde niet-stemmers? Kiesgerechtigden voor wie het thuisblijven op 19 maart (weet het katholieke deel van het CDA nog wiens feestdag het dan is?) een statement is? Ik heb daar een zwaar hoofd in. Ofwel, ik geloof er niks van.

Wegblijven uit het stemlokaal – in Eindhoven was dat bij voorbeeld vier jaar geleden meer dan 55% – lijkt mij een kwestie van desinteresse, onbekendheid met het plaatselijk bestuur en zijn vertegenwoordigers, politieke vermoeidheid of doodgewone luiheid. Laat staan dat er sprake is van enige affiniteit met wat de plaatselijke politiek doet en laat.

Onlangs was ik bij de opnamen van de lijsttrekkersdebatten door Omroep Best TV in het Heerbeeck college (uitzendingen vanavond en volgende week donderdag). De kleur van de presentatoren en van het publiek was overwegend, nee, niet rood, groen of blauw, maar grijs. Jongere mensen bevonden zich in de supermarkt, in de sportschool, zaten ergens te eten of keken naar Wie is de Mol. Politiek ongemotiveerd.

Wie gemotiveerd niet stemt, gaat toch en maakt zijn of haar stembiljet ongeldig met een drieletterwoord of zoiets. Zou dat ondemocratisch zijn? Integendeel, want dit zou de politiek in d’r zak kunnen steken: jullie moeten veranderen, het anders gaan doen. Minder machtspelletjes, beter luisteren naar de burger. Meer doen van wat je belooft, minder als katten rond de hete brei draaien, zoals nu in Best als het bij voorbeeld over die Culturele Hotspot gaat.

Het Eindhovens Dagblad heeft zijn lezers uitgenodigd, via het internet te laten weten, waarom zij eventueel niet gaan stemmen. Het zal mij benieuwen, hoeveel er van hun motivatie blijk zullen geven. En hoe die motieven er dan uit zullen zien.

Ik wil het in dit verband tot slot nog even over Omroep Best hebben. Zijn ze daar op de goede weg? Mooi hoor, die tv-debatten. Daar is veel werk in gestoken, alles door vrijwilligers, met een grijpstuiver aan gemeentelijke subsidie. Maar hoe zit het met de promotie? Mijn digitale tv meldt vanmorgen: ‘Geen gegevens beschikbaar’. Je belandt uiteindelijk bij de niet navigeerbare tekst-tv, vol standaard-info. Een volstrekt achterhaald medium. Op internet werkt de streaming audio niet en de tv is alleen met ouwe koek aanwezig op YouTube. Ik vind dat het ook dáárover in de raadszaal eens flink moet knetteren.

vrijdag 28 februari 2014

Vliegende bommen

De V1 (Vergeltungswaffe 1) die deze week in Kruisland is opgegraven, was eigenlijk het eerste onbemande vliegtuig. Geen raket, maar ze had wel een ‘vlammende pijp’, meestal aan de zijkant, In 1944-‘45, na de bevrijding van het zuiden, kregen wij ze over ons heen, als ze vanuit Den Haag richting haven van Antwerpen werden gestuurd. We noemden ze vliegende bommen.

Lang niet alle V1’s haalden Antwerpen (aanvoerhaven geallieerden), want ze waren zeker niet perfect. Aan de ene kant waren ze angstwekkend, maar dan vooral omdat ze voortijdig naar beneden konden komen en dat ook deden (zie Kruisland), aan de andere kant wekten ze de lachlust op met hun raar knorrende motoren, die soms stopten (adem inhouden) en dan weer tot algemene opluchting verder ratelden. ‘Er vliegen weer van die verrekes door de lucht,’ zeiden ze in Breda.

Lachwekkend ook omdat de V1 duidelijk werd gezien als een laatste stuiptrekking van Hitler-Duitsland. Als zo’n ding in een weiland was neergekomen en niet een halve meter onder het maaiveld ‘verdween’ zoals in Kruisland, waarboven gedurende 70 jaar regelmatig is geploegd, dan gingen we op onderzoek uit, helemaal niet denkend aan wat voor springstof dan ook. Wat we wel zagen, was het ‘ongeregeld goed’ dat als ballast in die machines was gestopt: tot matrassen met springveren aan toe. Nog eens: lachen.

Nee, dan de V2, de eerste raket die – eveneens vanuit Den Haag – met enig succes op Londen en Parijs werd afgestuurd. Als Hitler daar eerder over had beschikt, had hij de oorlog wel eens kunnen winnen.

zondag 23 februari 2014

Osschot

Osschot. Dit is geen verbastering van de plaatsnaam Oirschot maar dialectische weergave van het Belgisch-Kempische Aarschot, een stadje, niet ver van Mechelen. Wij logeerden daar dit weekeinde in  ‘s Hertogenmolens, een complex watermolens uit de zestiende eeuw op een kunstmatig eiland in de Demer, dat op liefdevolle wijze tot hotel is gerestaureerd. Zorgvuldig, dat wil zeggen met consequent gebruik van hout en zichtbaar gehouden historische bouwmaterialen. In de badkamer kijk je naar een decoratief fragment van ‘n vier eeuwen oude balk. De Demer kolkt er momenteel (bij een overvloed aan hemelwater) woest onderdoor.

De Belgen, of moet ik zeggen de Vlamingen, kunnen dat. Zowel in Mechelen als in Diest zag ik gestutte historische gevels, waarachter nieuwe winkelpanden worden gebouwd. Veel eerder gebeurde dat in Brugge, waar bij voorbeeld C&A kunstig achter een middeleeuwse gevel is ‘weggewerkt’.

aarschot_d'ellef-ure-misBij Aarschot moet ik denken aan het toneelspel van mijn vader dat mij het meest lief  is: De Vuurwolf, een massa-spektakel,dat speelt in de tijd van het hertogdom Brabant, waarin op een gegeven moment wordt geroepen: ‘En nu een kruik Aarschotse voor allen. dat bier
smaakt, ge zoudt er uw tong bij inslikken.’  

Het bier bestaat nog steeds.

Aarschot heeft zo nog het een en ander, waaronder een gerestaureerd begijnhof, zij het dat de beslotenheid daarvan verloren is gegaan. Nieuwbouw in de omgeving is qua vormgeving ‘in stijl’, zonder dat het op namaak lijkt. Asfalt kom je in het stadje nauwelijks tegen, des te meer kasseien. (De spotnaam luidt: Kasseistampers). De reusachtige Duracell-batterijen op een rotonde mogen van mij direct weg. En de majestueuze O.L. Vrouwekerk maakt helaas een gesloten, om niet te zeggen doodse indruk. Zelfs op zondagmorgen zwijgen de klokken. Het ernaast gelegen klassieke café heet d’ Ellef Ure Mis en dat lijkt dan ook slechts historie.

Wat ik me wel afvraag: gingen de mannen daar uitsluitend ná de hoogmis op café of ook tijdens?

O ja, welkom in Aarschot. Ik parkeerde daar op een onbestrate strook modder en kuilen langs de rivier, niet in de gaten hebbend dat het wel eens een ‘blauwe zone’ zou kunnen zijn. Vlamingen zijn er tuk op, ‘die verwaande Hollanders’ te pakken, waarbij NL één pot nat is. Ik ben geen Hollander, men roots liggen zelfs in Vlaanderen, maar ik heb toch maar de geëiste 25 euro overgemaakt. Over zoiets valt niet te discussiëren.

maandag 17 februari 2014

Voor de kiezen (2)

In een eerste politieke column hield ik de luisteraar/kijker voor, wat hij allemaal voor de kiezen had, met uiteraard als belangrijkste de komende raadsverkiezing. Maar er lijkt meer aan te komen. En deze keer noem ik wèl namen.

U weet waarschijnlijk, dat het de landelijke politieke partijen, sorry voor de plastische beeldspraak, dun door de broek loopt. Want ze zijn als gevolg van de barbaarse maatregelen van het zittende kabinet uit de gratie. En ze weten dat in 'de provincie' de plaatselijke partijen en partijtjes daar garen bij zullen spinnen.

Niet alleen de coalitiepartners in Den Haag hebben het benauwd, ook aan de kant van de oppositie is men op zijn hoede. De burger vindt het daar immers één pot nat. Dus is het voor de landelijke politiek ook hoogtij wat betreft de de verkiezingsretoriek. Mooier is het natuurlijk als je – zoals Arie Slob van de Christen Unie met zijn gevecht voor het behoud van kleine basisscholen – daadwerkelijk een politiek succes in de wacht kunt slepen. Slob verwaardigde zich overigens naar Best af te dalen om de nieuwbakken kandidaat van zijn partij in deze gemeente een hart onder de riem te steken.

Maar dan Sybrand Buma van het CDA. Die toverde in een Volkskrantinterview de gekozen burgemeester als een duveltje uit een doosje. Overduidelijk verkiezingspraat. Eigenlijk is de gekozen burgemeester een kroonjuweel van D66, waar het CDA altijd mordicus tegen was. Maar nu de zich nauwelijks meer terecht christelijk noemende volkspartij uit het centrum van de macht is geraakt en daarin mogelijk nooit meer zal terugkeren, is dat ineens 'opportuun'. Als het vriendjes benoemen er niet meer in zit, dan maar op een andere manier. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt.

Buma liet in het midden, wie de burgemeester zou moeten gaan kiezen: de burger of de gemeenteraad. Dit is meer dan een detail, namelijk een krikkel punt. De burgemeester die in een gemeente wordt gedropt, zelfs al gaat dat via een zogenaamde vertrouwenscommissie uit de raad, is natuurlijk in deze tijd, democratisch gezien, geen fraaie figuur. Toch had deze methode uit de negentiende eeuw één voordeel: de aldus benoemde burgemeester stond boven de partijen. Het is daarom dat ik geneigd ben om te zeggen: doe geen half werk met een getrapte verkiezing (door de raad dus), maar laat het aan de burger over. Dat een kandidaat burgemeester zich met pilsjes in de kroeg op het pluche gaat lullen.

(Gesproken column Omroep Best radio 12.03.14 en Best TV, 13.03.14)

Grootstedelijk

Het Eindhovens Dagblad heeft deze week gebombardeerd tot Week van de Binnenstad. Het is niet meer en niet minder dan een journalistiek thema, waarbinnen een serie artikelen met veel grafisch geweld wordt gewijd aan de winkelstad en haar actuele problematiek. Die wordt gekenmerkt door leegstand en (dreigende) verloedering, waaraan uiteraard het veranderde koopgedrag (internet) debet is. Eindhoven staat daar niet alleen in. Maar uit recente cijfers blijkt, dat de leegstand in het centrum als ‘boven gemiddeld’ moet worden beschouwd.

Veel recente onderzoeksgegevens over Eindhoven als winkelstad zijn niet beschikbaar. Zo moet de krant een vier jaar oud rapport citeren, waarin staat dat de stad een weinig grootstedelijke uitstraling heeft. Wie of wat dat – in opdracht van de gemeente – heeft onderzocht, staat er niet bij. Dat is jammer, want ‘de onderzoekers’ zouden aan ‘landelijke opinieleiders’ hebben ontleend dat Eindhoven ‘saai, kil, provinciaal en braaf zou zijn’. Een tamelijk louche bron.

Eindhoven is voor mij niet de mooiste, leukste en gezelligste stad van het zuiden, maar in het beeld dat hier wordt geschetst valt vrijwel niets te herkennen. In de eerste plaats is ‘grootstedelijk’ natuurlijk een subjectieve kwalificatie. Met andere woorden, het is maar hoe je het bekijkt, welke maatstaven je aanlegt en in het bijzonder, met welke Nederlandse grootstad je Eindhoven vergelijkt. Amsterdam zeker? Dat knipperlichtje gaat bij mij branden als ‘landelijke opinieleiders’ worden aangehaald. Wie zijn dat? Elkaar nabouwende grachtengordeldieren die zich, behept met jaloezie, neerbuigend uiten in tot op de draad versleten termen over alles wat beneden de grote rivieren ligt?

Wil je het van me weten? Ik loop tien keer liever over de Kleine Berg in Eindhoven dan door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam.

Het ED enquêteert intussen zijn lezers over hun beleving van de binnenstad. Het zou me verbazen als daar een uitgesproken negatief beeld als dat van die opinieleiders uit te voorschijn zou komen.

woensdag 12 februari 2014

Voor de kiezen

Dat hebben we toch maar weer voor de kiezen. Nee, niet voor de kiezeR, maar voor de tanden, wat zoiets betekent als: er wordt iets van ons verwacht. Een daad, een karwei. We moeten naar de stembus.

De leden van de gemeenteraad zijn de politici die het dichtst bij de burger staan. Ze bepalen bijna letterlijk wat er bij ons in de straat gebeurt. Of niet, want de plaatselijke politiek neigt er steeds meer toe, taken die van oudsher bij de overheid lagen, over te dragen aan het particulier initiatief. Overeenkomstig de landelijke trend van 'hier schuift men af en over.' Privatisering, ofwel zoek het voortaan zelf maar uit. Daar staat geen verlaging van gemeentelijke belastingen en heffingen tegenover, dus men zou ook gewoon kunnen zeggen: betaal het zelf.

Vertel me maar eens, hoe het nu verder moet met de buurthuizen. En met de zomerse kindervoorstellingen in het Joe Mann Theater – een vakantietraditie van bijna 60 jaar – nu dat theater aan een horeca-ondernemer is overgedragen. En krijgt Best Vooruit nu ook een kunstgrasveld, of moet daarmee, net als bij dat voor de Wilhelmina Boys, de basis voor de nieuwe coalitie worden gekocht bij de partij van oudere jongeren? Zeg het dan nu maar vast, voordat we weer zo'n beschamende hete formatie-zomer krijgen, waarbij van alles over de vakantie heen wordt getild. Wie durft er voor te zorgen dat de mist die nu over de toekomst van onze mooie buurtschappen Aarle en De Vleut hangt wordt weggeblazen?

Dit zijn zo wat dingetjes, die kunnen gaan spelen. Dan heb ik het nog niet eens over de opwaardering van het centrum gehad. In Groeiend Best las ik een zogenaamde 'brief uit de raad' van een plaatselijke groepering, waarin alleen maar stond wat er niet zal gaan gebeuren. En, o ja, in het heetst van de strijd drukken wethouders hun snor, laten ze ambtenaren ten overstaan van burgers de kastanjes uit het vuur halen. Wat die, bij gebrek aan bevoegdheden, niet kunnen. Dat zag ik vorig jaar in een vergadering over de voorlopige regeling van het gebruik van de buurthuizen – een warrige, ontluisterende bijeenkomst. En dat zagen we onlangs ook weer in de soap rond het beleid dat moet voortvloeien uit de monumentale status van Batadorp.

Beste medeburgers, kies de beste. Nee, ik noem geen namen. Kies de partij die er oog voor heeft, wat er in Best toe doet. Die ook het onderscheid weet tussen ons aller belang en dat van handige jongens met het motto 'samen voor ons eigen'.

(Gesproken column Omroep Best, radio, 12.02.14 en Omroep Best TV, 06.03.14)

zaterdag 8 februari 2014

t, d en dt

Geen taaldeskundige zijnde, maar wel taalfreak, mede dankzij uitstekend lager onderwijs, zal ik jullie eens ‘n kunstje leren om voor eens en altijd af te komen van die ellende met de t, de d of dt aan het einde van een werkwoord.

Ooit heb ik voor huis-, tuin- en keukengebruik ‘n computerprogrammaatje gemaakt, een vraag- en antwoordspelletje met hetzelfde doel. 

Dat deed ik in Basic, een programmeertaal voor beginners, geënt op het aloude DOS, voluit Disk Operating System, zeg maar de voorganger van Windows. Dat DOS zit tussen haakjes nog steeds in Windows gebakken. Tik in het startmenu (linksonder) maar eens ‘Cmd’. Dan krijg je een zwart schermpje waarin je opdrachten kunt geven als ‘chkdsk’. Daarmee wordt het bestandssysteem op je computer gecontroleerd. Ik heb het net nog even in Windows 7 gedaan en kreeg de geruststellende mededeling: ‘Geen problemen gevonden.’

Dat oude programmaatje ben ik kwijt, maar het taalkunstje kan best in een stukje als dit worden voorgeschoteld.
Wij leerden dus dat we bij de spelling moesten uitgaan van de stam van een werkwoord. Je kijkt naar deze tekst. Het woord is kijken. De stam is kijk. Alleen bij jij (je), hij, zij (ze) en het moet er een t achter de stam. Dus ‘ik kijk’, maar ‘jij, hij, zij kijkt’. Je zult zeggen, da’s toch simpel. Het ‘probleem’ doet zich dan ook niet voor bij woorden waarvan de stam niet op een d eindigt. Je kunt het immers hóren. Daarom staat er ook t, d en dt boven dit stukje. Dus neem ik ‘worden’ als tweede voorbeeld. De stam is word. En als jij, hij, zij of het in het geding zijn dan moet er ook hier een t achter: jij wordt etc. (Zonder dat je het hoort.)

Zit je te schrijven en worstel je met het de vraag t of niet, vervang het woord waarvan de stam op een d eindigt dan in je hoofd tijdelijk door een woord dat niet op een d eindigt en je weet of de t er aan te pas moet komen of niet.

Dit ezelsbruggetje werkt ook als het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij etc.) achter het werkwoord staat: ‘kijk je’, dus ‘word je’ -  ‘kijkt hij’, dus ‘wordt hij’. Helemaal consequent is dit niet, want waarom wel ‘je kijkt’ en niet ‘kijkt je’? Wat ‘n geluk dat vrijwel niemand, behalve sommige Rotterdammers, zoiets zegt als ‘Ik kijkt mij de ogen uit’, wat trouwens nog niet zo erg is als wat ik onlangs een radio-presentator hoorde verklaren: ‘We zagen onze ogen uit.’

woensdag 5 februari 2014

De man die zelf een hype werd

De man die zelf een hype werd. Dat zou je wel kunnen zeggen van de journalist Rob Wijnberg, die op 20 februari in mediastad Hilversum de onderscheiding Journalist van het Jaar 2013 in ontvangst mag nemen. Wijnberg pionierde eerst als hoogst eigenzinnig hoofdredacteur van nrc.next, zo eigenzinnig dat hem na verloop van tijd niets anders te doen stond dan ander werk te zoeken. Dat heeft Wijnberg dus gedaan, door opnieuw te gaan pionieren, nu op het terrein van de internetjournalistiek.

Zijn concept is DeCorrespondent, ‘een dagelijks, advertentievrij medium met als  belangrijkste doelstelling om de wereld van meer context te voorzien.’ Geen puntgaaf Nederlands, maar het staat nu eenmaal in een soort preambule van Wijnberg. Meer dan 26.000 lezers betalen 60 euro per jaar om de bijdragen op dit weblog tot zich te nemen.

Iemand vroeg mij onlangs wat ik van DeCorrespondent vond. Ik kon er niet veel over zeggen, omdat ik daarvoor te beperkt kennis had genomen van de doorwrochte artikelen op dit medium. Wel had ik tot dat moment de indruk dat de medewerkers aldaar voornamelijk opiniërend bezig zijn en daar zit ik, als het over journalistiek gaat, nu niet direct op te wachten. Ik vind toch al dat ook de meeste dagbladen de laatste jaren te veel nadruk leggen op meningen en meninkjes, waardoor de grondslag van hun bestaan, het brengen van nieuws, dreigt onder te sneeuwen. Aan duiding kun je ook ten onder gaan.

Hiermee is toegelicht, waarom ik de kop ‘Nieuw medium voor nieuwe journalistiek’ die boven een twee pagina’s groot interview met Wijnberg in de Wegener kranten staat, minstens voor de helft met een korrel zout neem.

Misschien ben ik te dom, om in staat te zijn, Rob Wijnberg te volgen. Ik mag dan wel van mening zijn dat schrijven – dus ook journalistiek bedrijven – voor meer dan tachtig procent nadenken is, ik heb niet, als Wijnberg filosofie gestudeerd. Mogelijk is dat een handicap. Hij  zegt: ‘Bij de krant leerde ik op één manier naar duizend dingen te kijken. Bij filosofie leer je op duizend manieren naar één ding te kijken. Ik dacht dat moet een krant ook gaan doen.’

Sakkerloot, dan ben ik het meer dan veertig jaar helemaal fout bezig geweest. Ik heb namelijk steeds gewoon naar de dingen gekeken en daarvan verslag gedaan. Beschouwde journalistiek als een nederig vak, bij de uitoefening waarvan je een kameleon-achtige houding moest aannemen om niet de aandacht op jezelf te vestigen. Zo simpel, zo weinig filosofisch is dat. En zo onveranderlijk, wil je, met inachtneming van enkele codes, het vertrouwen van de nieuwsconsument winnen en behouden.

Op hoeveel manieren is de afgelopen 24 uur ‘gekeken’ naar de ‘aardbeving’ die dinsdagavond het noorden, van Ameland tot Drente en van de Dollard tot Friesland ‘trof’? Bij mijn weten op twee manieren en achteraf is dat ruim voldoende gebleken. Was het de zoveelste schok, als gevolg van de gaswinning, die deze keer een compleet landsdeel overeind deed schieten, of…een luchtknal ergens boven waddeneilanden, veroorzaakt door wie of wat dan ook?

Vanmiddag kwam de oplossing. Geen komeet of zoiets, maar een doodgewone F16 die door de geluidsbarrière ging. Mogelijk moet er nog een derde keer worden gekeken maar, hoe het zij, hier is gewoon huis, tuin en keukenonderzoek bedreven volgens gedegen journalistieke waarden die dan ook geen vernieuwing behoeven.

Terug naar de kern van het vak, weg van de hypes.

vrijdag 31 januari 2014

Ei ij

In het radioprogramma Nachtzuster hoorde ik een taalkundige uitleggen, waarom je Zeeuw schrijft en niet Zeew. Idem leeuw – leew. Het was een kwestie van taalontwikkeling doorheen de eeuwen (eewen) legde hij uit. De v komt uit de u voort. En de ij (de lange) uit de Griekse ypsilon. Gooi het maar in m’n pet. Zo ongeveer dacht presentator Astrid de Jong, die nimmer iets voor zoete koek slikt, er duidelijk ook over.

Interessanter vond ik het eveneens besproken onderscheid tussen de (korte) ei en de (lange) ij. De taalkundige deed de schokkende mededeling, dat iemand van Van Dale tijdens een discussie had geroepen dat ze dat ze ‘die eruit zouden gooien’. Wat er precies van kant zou worden gemaakt, de lange of de korte ij/ei bleef in het midden.

Die meneer van de geldmachine  Van Dale kan me nog meer vertellen. Ik heb al jaren het gevoel dat ze daar wel heel snel zijn met het verheffen van allerlei verbasteringen en grove fouten tot gangbaar dus aanvaard Nederlands. In de praktijk komt dat neer op taalverarming.

Dus, een meid blijft gewoon een jonge vrouw en een mijt een piepklein diertje met acht poten, terwijl ook het onderschijt, sorry onderscheid tussen een hooimijt en een meid in een hooiberg in stand dient te blijven.

vrijdag 24 januari 2014

Gekaapt? Niet dus

gekaaptMijn website hhBest.nl is gekaapt.

Dit <- krijg je als je inlogt. Hetzelfde gebeurt, als je probeert in te loggen op de website van de hostprovider Vevida.com.

Er wordt natuurlijk aan gewerkt.

De provider twitterde later: ‘Door een foutieve configuratie werd u naar de verkeerde server gestuurd. Van kaping was hier geen sprake. Excuses voor de overlast.’

Ja, configuratie. Ik verwijt mijn provider niets. Maar wat er gebeurde was wel heel erg vreemd en ik heb dit in mijn langjarige computer- en internetpraktijk nog nooit meegemaakt. Stel, je tikt in het adresvenster van je browser (internetbladeraar als Microsofts Internetexplorer of Google’s Chrome) een willekeurig adres in en je krijgt iets heel anders dan verwacht. Dat kán toch niet, zou je zeggen. Maar het gebeurt.

Dan controleert de hostprovider tijdens een telefoontje de boel en zegt: ‘Bij mij is er niets aan de hand. Het ligt waarschijnlijk aan jouw computer.’ En op Twitter reageert de provider natuurlijk navenant, want ‘iedereen’ kan het daar volgen en da’s niet leuk voor de bekwame en terecht trotse dienstverlener met 35.000 klanten in binnen- en buitenland. Het toverwoord is dan ‘configuratie’.

Toch heeft de provider gelijk, dat bleek toen ik de site opriep op een andere computer.

Ik heb vele jaren geleden eens ‘n aandoening aan een knie gehad. Daarvan zei de orthopeed na verloop van tijd: ‘Er blijft iets onbegrepens over.’ Die opmerking is ook hier volledig van toepassing. Die orthopeed heeft mij afdoende geholpen. Hier is het vanzelf goed gekomen. 

Ik zou zeggen, doet je computer gek, probeer dan eerst eens of een herstart helpt.

PS: Nog later kreeg ik wel degelijk een klacht uit Knegsel. Zo blijven we aan ‘t configureren.