Wat coco is, weten alleen financiële bollebozen.
Daarom citeer ik gemakshalve maar even de nrc. Die
krant reconstrueerde onlangs ‘hoe banken, aangevoerd door ING, meeschreven aan
de wet die ze een fiscale aftrek van 350 miljoen euro per jaar geeft op
coco-obligaties’. Volgens minister Dijsselbloem is daar niks mis mee. Niettemin
beloofde hij de Kamer meer helderheid over dit soort zaken. Ik zou zeggen, zit
er maar niet mee. Er zijn de laatste weken wel andere dingen om ons druk over te
maken en waarschijnlijk is ‘coco’ daardoor alweer bijna vergeten. Stellig tot
genoegen van Dijsselbloem. Laat ik het over Koko hebben, da’s veel
gezelliger.
Koko is een Friese Stabij, een wit met zwarte jachthond, verblijvend
achter het hek van de overbuurman van onze Stadse Boerin. Tenminste als alles
goed is, maar daarover later.
De Stadse Boerin heeft ook een hond: Luna, een schat van een
boxer, die op gezette tijden woef zegt en het daarbij laat.
Luna en Koko zijn maatjes. Dat is overduidelijk.
Anderhalf jaar geleden kreeg Luna acht puppies, na een gezellig samen zijn
met, nee niet met Koko, maar met een stoere rasgenoot, genaamd Cesar.
Zie deze
filmpjes. Ze gingen als zoete broodjes over de toonbank, als je me deze
beeldspraak toestaat. Het smaakte naar meer, dus was Luna een maand of wat
geleden op de bestemde tijd weer bij Cesar. Niks, nada. De staart tussen de
benen. Dan maar niet. De Stadse Boerin zei: ‘Cesar had twintig minuten vast
moeten zitten’. Uh? Dit soort informatie over hondenseks – wat zeg ik nou
weer – gaat mij boven de pet.
En toen kwam de aap uit de mouw. Ondanks strenge maatregelen, was het Luna
gelukt, ‘n dagje met Koko te gaan stappen. De rest laat zich makkelijk raden.
Liefde met de buurjongen. Afgemat kwam ze weer opdagen.
Het werden zes pikzwarte hondjes met de witte staartpuntjes van Luna. Zwart
is dominant, dat is bij koeien ook zo, zegt de Man van de Stadse Boerin. Je kunt
er nog niet alles van zeggen, maar er is een zeer aanvallig nieuw ras ontstaan,
dat is duidelijk.
‘Ik krijg dekgeld,’ roept Koko’s baasje.
PS Dit is trouwens ook een leuke van Peter van den Besselaar op zijn TilburgDailyPhoto Daar is Coco een papegaai.
maandag 23 november 2015
dinsdag 17 november 2015
Niets is zeker, maar wees niet bang
Nadenkend over dit maandelijkse stukje voor uw omroep,
dacht ik: het was een bewogen week. Voor Best, jazeker. Maar niets is zeker want
vrijdagavond laat klonken over de radio de alarmkreten uit Parijs. We waren net
naar bed gegaan en ik ving het een en ander op via een oortje; besloot mijn
Levensmaatje er niet meer mee te belasten
.
Vorige week, bij sporthal Naestenbest, sprak ik even met twee jonge migranten, die daar met 195 anderen, zo goed en zo kwaad als dat ging, gehuisvest waren. Ze leken me niet goed te begrijpen, maar dat kan ook aan mijn Engels hebben gelegen. Ze gedroegen zich hoffelijk en beleefd, maar onzeker en verlegen. Vind je het gek? Hoe zouden ze zich nu voelen, na Parijs? Het duivelse geweld is hen immers achterna gereisd en hier in Nederland is sinds 13 november het meest gehoord: ‘het komt nu wel erg dichtbij.’
Voordat ik overschakel naar ons eigen Best, wil ik hierover nog twee dingen kwijt. In Frankrijk is deze oorlog al járen aan de gang. Het heeft met zijn Afrikaans-koloniale verleden te maken, met tien miljoen islamitische inwoners – let wel, goeien en kwaaien – en met hun abominabele situatie in de voorsteden van vooral Parijs. Ja, IS claimt de aanslagen, maar ze kwamen niet uit het Midden Oosten, ze kwamen van binnenuit, als we België daar bij mogen rekenen – over dichtbij gesproken. Tweedens: angst is de slechtst denkbare raadgever. Angst is precies wat die monsters ons toewensen. Dus Levensmaatje zegt: ‘Ik ga niet onder de tafel leven.’
Dat laatste wil bij voorbeeld zeggen, dat onze verantwoordelijkheid voor de vluchtelingen ongewijzigd is. Wat dat betreft heeft Best zich vorige week van zijn beste zijde laten zien. Het gemeentebestuur dat – ondanks de vele onzekerheden – de organisatie van de opvang uitstekend in de hand hield, de inwoners dankzij de mogelijkheden van het internet, tot in de details op de hoogte hield en vele Bestenaren en plaatselijke ondernemers wist te inspireren tot aanvullende hulp, van het wassen van de kleren van de gasten en het aanbieden van skeelers tot en met de actie van Bestse kinderen om het kroost van de vluchtelingen op snoep te trakteren.
Natuurlijk is een tijdelijke huisvesting van 200 mensen gedurende enkele dagen niet te vergelijken met een permanent AZC voor 500 asielzoekers, maar toch. Niets is zeker. Burgemeester Van Aert kon desgevraagd niet anders zeggen dan dat een nieuw beroep van het COA voor crisisopvang vroeg of laat verre van ondenkbaar is.
Intussen kunnen we wel weer eens aan onszelf denken. Ik liep over het vernieuwde Raadhuisplein en las daar het gedicht van Merel Morre, waarvan de letters als een rooster in de metalen afdekking van een afvoergoot zijn aangebracht. Grappig zoals de dichteres de letters b e s t hier en daar in haar tekst heeft verwerkt, zoals in ‘je BESTeelt me een beetje van het gevoel alleen te zijn’ Het is een warm gedicht. Precies wat we nodig hebben in deze onzekere tijd.
(Gesproken column Omroep Best, onder meer 18.11.15, 18:10 uur.)
.
Vorige week, bij sporthal Naestenbest, sprak ik even met twee jonge migranten, die daar met 195 anderen, zo goed en zo kwaad als dat ging, gehuisvest waren. Ze leken me niet goed te begrijpen, maar dat kan ook aan mijn Engels hebben gelegen. Ze gedroegen zich hoffelijk en beleefd, maar onzeker en verlegen. Vind je het gek? Hoe zouden ze zich nu voelen, na Parijs? Het duivelse geweld is hen immers achterna gereisd en hier in Nederland is sinds 13 november het meest gehoord: ‘het komt nu wel erg dichtbij.’
Voordat ik overschakel naar ons eigen Best, wil ik hierover nog twee dingen kwijt. In Frankrijk is deze oorlog al járen aan de gang. Het heeft met zijn Afrikaans-koloniale verleden te maken, met tien miljoen islamitische inwoners – let wel, goeien en kwaaien – en met hun abominabele situatie in de voorsteden van vooral Parijs. Ja, IS claimt de aanslagen, maar ze kwamen niet uit het Midden Oosten, ze kwamen van binnenuit, als we België daar bij mogen rekenen – over dichtbij gesproken. Tweedens: angst is de slechtst denkbare raadgever. Angst is precies wat die monsters ons toewensen. Dus Levensmaatje zegt: ‘Ik ga niet onder de tafel leven.’
Dat laatste wil bij voorbeeld zeggen, dat onze verantwoordelijkheid voor de vluchtelingen ongewijzigd is. Wat dat betreft heeft Best zich vorige week van zijn beste zijde laten zien. Het gemeentebestuur dat – ondanks de vele onzekerheden – de organisatie van de opvang uitstekend in de hand hield, de inwoners dankzij de mogelijkheden van het internet, tot in de details op de hoogte hield en vele Bestenaren en plaatselijke ondernemers wist te inspireren tot aanvullende hulp, van het wassen van de kleren van de gasten en het aanbieden van skeelers tot en met de actie van Bestse kinderen om het kroost van de vluchtelingen op snoep te trakteren.
Natuurlijk is een tijdelijke huisvesting van 200 mensen gedurende enkele dagen niet te vergelijken met een permanent AZC voor 500 asielzoekers, maar toch. Niets is zeker. Burgemeester Van Aert kon desgevraagd niet anders zeggen dan dat een nieuw beroep van het COA voor crisisopvang vroeg of laat verre van ondenkbaar is.
Intussen kunnen we wel weer eens aan onszelf denken. Ik liep over het vernieuwde Raadhuisplein en las daar het gedicht van Merel Morre, waarvan de letters als een rooster in de metalen afdekking van een afvoergoot zijn aangebracht. Grappig zoals de dichteres de letters b e s t hier en daar in haar tekst heeft verwerkt, zoals in ‘je BESTeelt me een beetje van het gevoel alleen te zijn’ Het is een warm gedicht. Precies wat we nodig hebben in deze onzekere tijd.
(Gesproken column Omroep Best, onder meer 18.11.15, 18:10 uur.)
woensdag 11 november 2015
De taal is een ganzenvolk
'De taal is gans het volk', zei een negentiende-eeuwse dichter. Nou, om wat preciezer te zijn: ‘De tael is gantsch het Volk’. Je komt ook tegen: 'De taal is gans een volk' en een staatssecretaris van cultuur, oud-literatuurcriticus, maakte er zelfs 'van gans een volk' van. Mijn vader, in zijn vrije tijd geneigd tot absurdismen, spotte 'een ganzenvolk'.
De spreuk zou opgang hebben gemaakt in de periode dat België nog deel uit maakte van het Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I, een vorst die veel meer voor het zuidelijke landsdeel heeft betekend, dan de afscheidingsbeweging rond 1830 wilde doen geloven. 'De taal is gans het volk' werd toen ingezet ter emancipatie van de Nederlandse taal in Vlaanderen. Over de uitvinder ervan zijn de geleerden het niet eens; iemand die vaak wordt genoemd is de priester-dichter Guido Gezelle. Overigens denk ik, dat de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience met zijn nationalistische De Leeuw van Vlaanderen ('Hij leerde zijn volk lezen') heel wat meer invloed op het taalgebruik in het zuiden heeft gehad.
Meer dan ooit ben ik voor 'van het volk'; er zijn er teveel die zich – al dan niet goed bedoeld - de totale zeggenschap over onze taal aanmeten. In een recent verschenen boekje met zogenaamde vergeetwoorden (ik zou voor zoiets van mijn hoofdredacteur op m'n donder hebben gekregen, in de tijd dat taalpuristen nog volop oorlog voerden tegen germanismen) onderstreept Van Dale Uitgevers – ik zei het al eerder: een geldmachine – haar hegemonie met de volgende mededeling: 'In deze uitgave zijn enkele kenmerken aangebracht die het ongeoorloofd kopiëren van (een deel van) deze uitgave kunnen aantonen.' Kom op zeg.
Dat boekje (160 blz.) '1000 vergeetwoorden om te koesteren', kwam tot stand dankzij de radiorubriek De Taalstaat van Frits Spits, waarin Nederlanders en Vlamingen 'vergeten' woorden konden (en nog kunnen) aandragen, om vervolgens door Nelleke Noordervliet tot 'adoptieouder' van dat woord te worden benoemd. Wij zeggen wel eens tegen elkaar: 'Teveel Nelleke', vanwege de mate waarin de beroemde schrijfster als bijzitter (vergeten woord) in allerlei radio- en t.v.-programma's wordt gesignaleerd. Zij is dan meestal aangeschoven, een presentatoren-cliché dat zo gauw mogelijk vergeten moet worden.
Dat Nelleke, respectievelijk Van Dale, niet het laatste woord hebben als het over taal gaat, blijkt uit sommige eigenaardigheden als de veelvuldig terugkerende vermelding: Belgisch-Nederlands, terwijl er qua taal geen Belgen zijn, hooguit Vlamingen en Walen. Standaard Nederlands en Zuid-Nederlands zou meer voor de hand hebben gelegen. (Mijn Eindhovense schoonvader zaliger dronk altijd een tasse koffie en geen kop.) Het woord binst (terwijl) wordt opeens 'gewestelijk' gemerkt, terwijl het puur Vlaams is. En dan de doodzonde: Het woord schaften, waarvan ook de eerste betekenis is vergeten, de pauze-boterham van de arbeider, voordat die medewerker ging heten. De Friezen hebben het bij het rechte eind met hun tegeltjeswijsheid De tiid hâldt gjin skoft (De tijd staat niet stil).
Ach, muggenzifterij. Ik voel me nu net een voetbalsupporter die de nationale coach de les leest. Maar de taal is 'van ons', dus ook van mij hè? En het is natuurlijk een leuk boekske, vol ´vergeetwoorden´ waarvan ik er nog heel wat met veel plezier gebruik… Wie ze niet meer snapt, gaat maar Kuifje lezen of what's appen.
De spreuk zou opgang hebben gemaakt in de periode dat België nog deel uit maakte van het Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I, een vorst die veel meer voor het zuidelijke landsdeel heeft betekend, dan de afscheidingsbeweging rond 1830 wilde doen geloven. 'De taal is gans het volk' werd toen ingezet ter emancipatie van de Nederlandse taal in Vlaanderen. Over de uitvinder ervan zijn de geleerden het niet eens; iemand die vaak wordt genoemd is de priester-dichter Guido Gezelle. Overigens denk ik, dat de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience met zijn nationalistische De Leeuw van Vlaanderen ('Hij leerde zijn volk lezen') heel wat meer invloed op het taalgebruik in het zuiden heeft gehad.
Meer dan ooit ben ik voor 'van het volk'; er zijn er teveel die zich – al dan niet goed bedoeld - de totale zeggenschap over onze taal aanmeten. In een recent verschenen boekje met zogenaamde vergeetwoorden (ik zou voor zoiets van mijn hoofdredacteur op m'n donder hebben gekregen, in de tijd dat taalpuristen nog volop oorlog voerden tegen germanismen) onderstreept Van Dale Uitgevers – ik zei het al eerder: een geldmachine – haar hegemonie met de volgende mededeling: 'In deze uitgave zijn enkele kenmerken aangebracht die het ongeoorloofd kopiëren van (een deel van) deze uitgave kunnen aantonen.' Kom op zeg.
Dat boekje (160 blz.) '1000 vergeetwoorden om te koesteren', kwam tot stand dankzij de radiorubriek De Taalstaat van Frits Spits, waarin Nederlanders en Vlamingen 'vergeten' woorden konden (en nog kunnen) aandragen, om vervolgens door Nelleke Noordervliet tot 'adoptieouder' van dat woord te worden benoemd. Wij zeggen wel eens tegen elkaar: 'Teveel Nelleke', vanwege de mate waarin de beroemde schrijfster als bijzitter (vergeten woord) in allerlei radio- en t.v.-programma's wordt gesignaleerd. Zij is dan meestal aangeschoven, een presentatoren-cliché dat zo gauw mogelijk vergeten moet worden.
Dat Nelleke, respectievelijk Van Dale, niet het laatste woord hebben als het over taal gaat, blijkt uit sommige eigenaardigheden als de veelvuldig terugkerende vermelding: Belgisch-Nederlands, terwijl er qua taal geen Belgen zijn, hooguit Vlamingen en Walen. Standaard Nederlands en Zuid-Nederlands zou meer voor de hand hebben gelegen. (Mijn Eindhovense schoonvader zaliger dronk altijd een tasse koffie en geen kop.) Het woord binst (terwijl) wordt opeens 'gewestelijk' gemerkt, terwijl het puur Vlaams is. En dan de doodzonde: Het woord schaften, waarvan ook de eerste betekenis is vergeten, de pauze-boterham van de arbeider, voordat die medewerker ging heten. De Friezen hebben het bij het rechte eind met hun tegeltjeswijsheid De tiid hâldt gjin skoft (De tijd staat niet stil).
Ach, muggenzifterij. Ik voel me nu net een voetbalsupporter die de nationale coach de les leest. Maar de taal is 'van ons', dus ook van mij hè? En het is natuurlijk een leuk boekske, vol ´vergeetwoorden´ waarvan ik er nog heel wat met veel plezier gebruik… Wie ze niet meer snapt, gaat maar Kuifje lezen of what's appen.
maandag 2 november 2015
De Automens
De automens is een belangrijk wezen. Voelt zich althans zo. Soms kom ik, min of meer bij toeval – zelf ben ik geen automens, ik word uitgelachen als ik het nalaat, af en toe ‘een linker bocht af te snijden’ – terecht bij de Nationale Autoshow op BNR. Het programma, waarin kenners over elkaar heen buitelen met hun macho-geleuter over alles wat met het vierwielig fenomeen te maken heeft. Het is vaste prik op vrijdagmiddag en wordt tijdens het weekeinde, dag en nacht herhaald.
Dit weekeinde was er Groot Nieuws. Dealer Kroymans in Hilversum mocht de James Bond Aston Martin DB10 zaterdag gedurende 6 uren in zijn showroom aan de liefhebbers laten zien; men verwachtte duizenden. Of dat in de praktijk zo ook is uitgepakt is mij niet bekend. Vind ik eerlijk gezegd ook niet zo interessant. Wel de in de autoshow ietwat besmuikt geventileerde raadgeving, in verband met die verwachting, met het openbaar vervoer (OV) naar Hilversum te komen!
De zelfbenoemde belangrijke automens was nog anderszins dit weekeinde in het nieuws. Dat kwam door een persbericht van ANWB autoverzekering over de manier waarop echtelieden c.q. levenspartners op elkaar reageren als een hunner in het belangrijkste bezit (afgezien van het huis) beschadigt. Dat schijnt zo erg te zijn, dat sommige kranten daaraan de pakkende kop ontleenden: Autoschade levert vaak ook deuk in relatie op.
Pakkend maar nagenoeg bezijden de waarheid want wat is er dan helemaal aan de hand? Van de vrouwen is 9 procent ‘boos of geïrriteerd’ als manlief brokken maakt; Bij de mannen is dat 6 procent. En dan komt er, althans in de krant, ‘n soort nuancering waarvan ik in dit verband geen chocola kan maken: Mannen zijn vaker teleurgesteld in hun wederhelft (12%) dan vrouwen (8%). Vanwege dat deukje? Of is het een soort druppel die een emmer doet overlopen?
Boeiend wezen, de mens, al dan niet in bezit van auto.
Dit weekeinde was er Groot Nieuws. Dealer Kroymans in Hilversum mocht de James Bond Aston Martin DB10 zaterdag gedurende 6 uren in zijn showroom aan de liefhebbers laten zien; men verwachtte duizenden. Of dat in de praktijk zo ook is uitgepakt is mij niet bekend. Vind ik eerlijk gezegd ook niet zo interessant. Wel de in de autoshow ietwat besmuikt geventileerde raadgeving, in verband met die verwachting, met het openbaar vervoer (OV) naar Hilversum te komen!
De zelfbenoemde belangrijke automens was nog anderszins dit weekeinde in het nieuws. Dat kwam door een persbericht van ANWB autoverzekering over de manier waarop echtelieden c.q. levenspartners op elkaar reageren als een hunner in het belangrijkste bezit (afgezien van het huis) beschadigt. Dat schijnt zo erg te zijn, dat sommige kranten daaraan de pakkende kop ontleenden: Autoschade levert vaak ook deuk in relatie op.
Pakkend maar nagenoeg bezijden de waarheid want wat is er dan helemaal aan de hand? Van de vrouwen is 9 procent ‘boos of geïrriteerd’ als manlief brokken maakt; Bij de mannen is dat 6 procent. En dan komt er, althans in de krant, ‘n soort nuancering waarvan ik in dit verband geen chocola kan maken: Mannen zijn vaker teleurgesteld in hun wederhelft (12%) dan vrouwen (8%). Vanwege dat deukje? Of is het een soort druppel die een emmer doet overlopen?
Boeiend wezen, de mens, al dan niet in bezit van auto.
dinsdag 20 oktober 2015
Anonimiteit op internet ziekmakend
Er was ‘weer eens’ een incident tussen asielzoekers en,
laat ik zeggen, hoog en droog gevestigde Nederlanders. Heel kort, maar volledig
als ik een bericht op de website van Omroep Brabant goed interpreteer:
Buurtbusje rijdt van Rijen naar het azc in Gilze. Vader, moeder en kind willen
instappen. De bus zit vol en de vader mag niet meer mee. Boos slaat hij met zijn
hand tegen de bus; een andere man schopt tegen de wielen. Aanvankelijk baseerde
OB haar bericht blijkbaar op mededelingen van de gezond-verstand-krant:
‘dronken asielzoekers belagen vrouwelijke buschauffeur’. Daar moest de
omroep op terug komen, zeker ook nadat de politie had verklaard dat ‘de kwestie
enorm was opgeblazen.’ Kun je wel zeggen.
Maar het kwaad was al geschied. Een stroom reacties in de geest van ‘Het is niet voor niets oorlog daar, het zijn achterlijke idioten’ (Het lijkt wel de stem uit een graf in Italië.) Allemaal anoniem natuurlijk. Gelukkig bestaat er ook zoiets als een zelf corrigerend vermogen onder de Nederlanders. Opa Bokma was de eerste die iedereen weer met de voeten op de grond zette. Anderen veegden de omroep de mantel uit, omdat die in eerste instantie doodleuk De Telegraaf had overgeschreven.
Ik vind het de moeite waard om het betoog van Bokma over te nemen: Ik lees net de gewijzigde versie van het gebeuren. Volgens dit artikel is iemand boos dat hij niet mee kan in de bus ( waar zijn vrouw en kind al in zitten ) omdat de bus vol is. Uit boosheid geeft hij een klap tegen de bus. Ik zie geen afwijkende reactie. Gebeurt in uitgaanscentra wekelijks.
Wat ik wel zie is een grote opgefokte reactiemachine van mensen die reageren op een onvolledig en daardoor foutief artikel dat OB (alweer) overgenomen heeft van de grootste roddelkrant van Nederland.
Ik laat iedereen in zijn waarde wat betreft zijn of haar gedachtes en uitspraken, maar laten we elkaar niet gek maken en meegaan in deze beperkte vorm van massahysterie.
Een hysterische wolkbreuk als deze zou overigens voorkomen kunnen worden, als media op internet het voorbeeld van de kranten zouden volgen en de mogelijkheid tot het anoniem (onder schuilnaam) reageren zouden afschaffen. Dat zou het ‘eerst denken en dan pas doen’ bevorderen. Hoe zit het trouwens met de moderatie van de inzendingen bij OB? De omroep blijft verantwoordelijk.
Maar het kwaad was al geschied. Een stroom reacties in de geest van ‘Het is niet voor niets oorlog daar, het zijn achterlijke idioten’ (Het lijkt wel de stem uit een graf in Italië.) Allemaal anoniem natuurlijk. Gelukkig bestaat er ook zoiets als een zelf corrigerend vermogen onder de Nederlanders. Opa Bokma was de eerste die iedereen weer met de voeten op de grond zette. Anderen veegden de omroep de mantel uit, omdat die in eerste instantie doodleuk De Telegraaf had overgeschreven.
Ik vind het de moeite waard om het betoog van Bokma over te nemen: Ik lees net de gewijzigde versie van het gebeuren. Volgens dit artikel is iemand boos dat hij niet mee kan in de bus ( waar zijn vrouw en kind al in zitten ) omdat de bus vol is. Uit boosheid geeft hij een klap tegen de bus. Ik zie geen afwijkende reactie. Gebeurt in uitgaanscentra wekelijks.
Wat ik wel zie is een grote opgefokte reactiemachine van mensen die reageren op een onvolledig en daardoor foutief artikel dat OB (alweer) overgenomen heeft van de grootste roddelkrant van Nederland.
Ik laat iedereen in zijn waarde wat betreft zijn of haar gedachtes en uitspraken, maar laten we elkaar niet gek maken en meegaan in deze beperkte vorm van massahysterie.
Een hysterische wolkbreuk als deze zou overigens voorkomen kunnen worden, als media op internet het voorbeeld van de kranten zouden volgen en de mogelijkheid tot het anoniem (onder schuilnaam) reageren zouden afschaffen. Dat zou het ‘eerst denken en dan pas doen’ bevorderen. Hoe zit het trouwens met de moderatie van de inzendingen bij OB? De omroep blijft verantwoordelijk.
dinsdag 13 oktober 2015
De mening van een ouwe zeur
Een van de aardigste programma's van NPO Radio 1 vind ik De Taalstaat van Frits Spits, in lunchtijd op zaterdag. Het wordt in de gids aangekondigd als een 'vrolijk en informatief programma over onze taal'. Laat dat maar aan Frits over; hij is van 1948, dus weet waar hij het over heeft. Onderdeel van het programma is de uitnodiging aan de luisteraar, een ten onrechte vergeten woord aan te dragen. Afgelopen zaterdag was dat een psycholoog die verklaarde het woord pruilen met veel succes in zijn praktijk toe te passen. (Man met kort lontje draait helemaal bij, als de psycholoog hem voorhoudt dat hij 'dus pruilt'.) Mijn suggestie voor het vervolg: pruillip.
Vanwaar mijn waardering voor de oudere mens die van wanten weet? Laat ik maar eens opscheppen: ik pretendeer er zelf een te zijn. En hoe voelt dat? Nou, tamelijk bizar. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel een mening mag hebben. Begin nu niet over de vrijheid van meningsuiting want dat begrip is de laatste weken weer te vaak misbruikt en niet alleen door Geert Wilders, als hij weer eens iets walgelijk vindt.
Afgezien van de taal (het Groene Boekje is een Groen Boek geworden) verandert er in wereld en maatschappij in korte tijd zoveel, dat je niet eens erg oud hoeft te zijn om het niet allemaal meer bij te benen. En toch, nieuwsfreak en bemoeial die ik ben, probeer ik het. Alleen realiseer ik me voortdurend mijn gevorderde leeftijd, waarbij ik mezelf – en mijn Levensmaatje doet dat ook – afvraag: ben ik 'een ouwe zeur' aan het worden? Let wel, dit soort kwalificaties kan de beste overkomen. Zo werd de kampioen van de columnisten in de vorige eeuw, Jan Blokker, in de laatste fase van zijn leven voor 'ouwe brombeer' uitgemaakt en na 35 jaar door de Volkskrant bij het grof vuil gezet.
En? Hoewel mij onlangs werd toegevoegd dat ik de lat hoger moet leggen, ben ik een fervent gebruiker van het sociaal medium Twitter. Vooral om 'n hoop interessante mensen (meestal geen BN-ers) en instanties, waaronder vooral buitenlandse kranten, te volgen. Maar af en toe moet ik natuurlijk ook m'n ei kwijt. Zo maakte ik eens 'n kritische opmerking over een columniste die haar ontboezemingen vergezeld laat gaan van een mijns inziens laf portret met over de ogen getrokken pet. Wat er dan mis was aan die foto. Ik zei: ga zo maar eens brandstof tanken, dan merk je het wel. De conclusie van mijn opponente was dat mijn opvatting een leeftijdsdingetje was. Kijk, dat bedoel ik nou.
(Gesproken column, Omroep Best o.m. 14.10.15, 18:10 uur)
Vanwaar mijn waardering voor de oudere mens die van wanten weet? Laat ik maar eens opscheppen: ik pretendeer er zelf een te zijn. En hoe voelt dat? Nou, tamelijk bizar. Ik vraag me wel eens af of ik nog wel een mening mag hebben. Begin nu niet over de vrijheid van meningsuiting want dat begrip is de laatste weken weer te vaak misbruikt en niet alleen door Geert Wilders, als hij weer eens iets walgelijk vindt.
Afgezien van de taal (het Groene Boekje is een Groen Boek geworden) verandert er in wereld en maatschappij in korte tijd zoveel, dat je niet eens erg oud hoeft te zijn om het niet allemaal meer bij te benen. En toch, nieuwsfreak en bemoeial die ik ben, probeer ik het. Alleen realiseer ik me voortdurend mijn gevorderde leeftijd, waarbij ik mezelf – en mijn Levensmaatje doet dat ook – afvraag: ben ik 'een ouwe zeur' aan het worden? Let wel, dit soort kwalificaties kan de beste overkomen. Zo werd de kampioen van de columnisten in de vorige eeuw, Jan Blokker, in de laatste fase van zijn leven voor 'ouwe brombeer' uitgemaakt en na 35 jaar door de Volkskrant bij het grof vuil gezet.
En? Hoewel mij onlangs werd toegevoegd dat ik de lat hoger moet leggen, ben ik een fervent gebruiker van het sociaal medium Twitter. Vooral om 'n hoop interessante mensen (meestal geen BN-ers) en instanties, waaronder vooral buitenlandse kranten, te volgen. Maar af en toe moet ik natuurlijk ook m'n ei kwijt. Zo maakte ik eens 'n kritische opmerking over een columniste die haar ontboezemingen vergezeld laat gaan van een mijns inziens laf portret met over de ogen getrokken pet. Wat er dan mis was aan die foto. Ik zei: ga zo maar eens brandstof tanken, dan merk je het wel. De conclusie van mijn opponente was dat mijn opvatting een leeftijdsdingetje was. Kijk, dat bedoel ik nou.
(Gesproken column, Omroep Best o.m. 14.10.15, 18:10 uur)
dinsdag 29 september 2015
Nooit, echt nooit, moet boom wijken voor verkeer
Nooit, maar dan ook echt nooit moet een boom wijken voor
het verkeer. Ook niet als iemand tegen zo’n boom is gebotst en dat niet heeft
overleefd. Het is namelijk nooit de schuld van welke boom dan ook.
Om de haverklap duiken er berichten op over plannen tot het rooien van bomen ‘omdat ze een vlotte afwerking van het verkeer in de weg staan’ – of argumenten van gelijke strekking. Vaak gaat het om secundaire (provinciale of gemeentelijke wegen) waar een maximum snelheid geldt, eenvoudig omdat de omstandigheden geen hoge snelheden toestaan.
Het zijn niet zelden wegen die een bestanddeel vormen van een fraai natuurhistorisch landschap. Een bekend voorbeeld in mijn buurt is de kronkelende weg Best-Sint-Oedenrode door het populierenlandschap van de Meijerij. Die is onlangs door Best fiks onderhanden genomen en momenteel is het Rooise deel aan de beurt. Bomen zijn en worden daar zoveel mogelijk ontzien; zonodig vindt herplanting plaats. Terecht is het ook de bedoeling, daar straks een maximum snelheid van 60 km/u in te voeren. Bevalt dat de automobilist niet? Dan maar de omweg over de A-wegen; die zijn er genoeg.
In het Brabants Dagblad lees ik nu weer een bericht over een bomengevecht in Goirle. Daar staat een eik op de oprit van een particulier en daar is een jongeman uit het Belgische Poppel tegen aangebotst met voor hem fatale gevolgen. ‘Op advies van de politie’ zou die boom moeten wijken. Leiden…eh.. Goirle in last. Er is een handtekeningactie tot behoud van de eik opgezet en de kwestie is intussen tot op het niveau van de Raad van State geraakt.
Weg met die kettingzaag dus. Of ter plaatse een maximum snelheid geldt, is mij niet bekend, maar mijn advies richting politie luidt hoe dan ook: handhaven. Bomen kappen is nooit een oplossing. Nooit nie, zeggen ze in Brabant.
Om de haverklap duiken er berichten op over plannen tot het rooien van bomen ‘omdat ze een vlotte afwerking van het verkeer in de weg staan’ – of argumenten van gelijke strekking. Vaak gaat het om secundaire (provinciale of gemeentelijke wegen) waar een maximum snelheid geldt, eenvoudig omdat de omstandigheden geen hoge snelheden toestaan.
Het zijn niet zelden wegen die een bestanddeel vormen van een fraai natuurhistorisch landschap. Een bekend voorbeeld in mijn buurt is de kronkelende weg Best-Sint-Oedenrode door het populierenlandschap van de Meijerij. Die is onlangs door Best fiks onderhanden genomen en momenteel is het Rooise deel aan de beurt. Bomen zijn en worden daar zoveel mogelijk ontzien; zonodig vindt herplanting plaats. Terecht is het ook de bedoeling, daar straks een maximum snelheid van 60 km/u in te voeren. Bevalt dat de automobilist niet? Dan maar de omweg over de A-wegen; die zijn er genoeg.
In het Brabants Dagblad lees ik nu weer een bericht over een bomengevecht in Goirle. Daar staat een eik op de oprit van een particulier en daar is een jongeman uit het Belgische Poppel tegen aangebotst met voor hem fatale gevolgen. ‘Op advies van de politie’ zou die boom moeten wijken. Leiden…eh.. Goirle in last. Er is een handtekeningactie tot behoud van de eik opgezet en de kwestie is intussen tot op het niveau van de Raad van State geraakt.
Weg met die kettingzaag dus. Of ter plaatse een maximum snelheid geldt, is mij niet bekend, maar mijn advies richting politie luidt hoe dan ook: handhaven. Bomen kappen is nooit een oplossing. Nooit nie, zeggen ze in Brabant.
dinsdag 15 september 2015
Glazenwasser
'n
Paar weken geleden, overleed op gezegende leeftijd, Leo de
Bever, vooraanstaand architect te Eindhoven. De bouwkundige sporen
die De Bever heeft nagelaten zijn niet mis. Het Evoluon, icoon
van de stad, bij voorbeeld. En in Best de Lidwinakerk,
aanvankelijk om haar originele ronde vorm vaak aangeduid als 'de
circuskerk'. Eerder ontwierp hij op uitnodiging van burgemeester Guido Notermans het nieuwe gemeentehuis. Dat raadhuis stond met het
front naar d'Ekker. Het had daar een balkon. Dat was in die tijd
wettelijk verplicht, voor het afkondigen van belangrijke
mededelingen. De burgemeester ging daar op staan bij gelegenheden als
de kinderaubade op koninginnedag en bij de ontvangst van Sinterklaas.
Er
was ook een lage, langwerpige vleugel aan de Hoofdstraat, waarin Cees
van Helvoort met zijn Gemeentewerken en Bedrijven was
gevestigd. Intussen is het gemeentehuis (wederom onder architectuur
van De Bever) niet alleen drastisch verbouwd en uitgebreid, maar als
het ware ook omgedraaid. Het balkonnetje is er nog steeds, 'n beetje
verstopt tussen de bouwblokken en dient nu als rookplaats voor
raadsleden tijdens schorsing van vergaderingen.
Het
overlijden van architect De Bever maken bij mij weer flink wat Bestse
herinneringen los. Zo was daar het mysterie van de bouwmaquette van
de Lidwinakerk, waarvan onverhoeds een foto in het Eindhovens
Dagblad verscheen, tot
ontsteltenis van onder anderen de redactie van het dagblad
Oost-Brabant, dat met
het ED in een felle concurrentiestrijd was verwikkeld. De foto was
onscherp, maar toch… Het mysterie is, na de fusie van beide
kranten, in geuren en kleuren uit de doeken gedaan door de
legendarische ED-verslaggever Piet de Bont.
In
die prehistorische tijd werkten de regionale kranten nog met
plaatselijke fotografen, tevens fotohandelaren. Ik hoor nog een
collega 'n foto van een duivenmelker bestellen met de woorden: 'Zet
'm maar 'n duif op z'n kop.' De streekredactie van het ED (Piet de
Bont dus) had een melkboer in Nuenen ontdekt, die handig was
met de camera: Toon van de Wildenberg. Die had trouwens een
charmante, van origine Russische echtgenote als assistente:
Anouschka, die met haar Zizi Jeanmaire-kapsel overal gemakkelijk
toegang had. Dit even terzijde.
De
Bont was er achter gekomen dat de maquette van de te bouwen
Lidwinakerk voor een slaapkamerraam van de eerder gerealiseerde
pastorie stond. Hij kwam met Toon van de Wildenberg overeen dat die
als glazenwasser een ladder
naar dat raam zou beklimmen. Zo gezegd zo gedaan, alleen...het
regende dat het goot. Niet direct het geijkte moment om ruiten te
poetsen. Dat dachten enkele mensen van de rijkspolitie, die toevallig
in hun surveillance-auto passeerden, ook. Dialoogje:
'Is
het niet te nat voor dat werk?'
'Sterker
nog, 't is gekkenwerk dus ik schei er maar mee uit,' repliceerde
Toon.
Maar
de foto was al gemaakt en de politie reed door.
(Gesproken
Column Omroep Best, 16.09.15)
woensdag 9 september 2015
Bedrijfsleider
‘Bedrijfsleider van het kabinet’, zo betitelde Felix
Rottenberg PvdA-leider Diederik Samsom. Is dat nou een compliment of een
diskwalificatie? Bedoeld is natuurlijk het laatste, maar de zichtbaar
zenuwachtige fractievoorzitter in de Tweede Kamer had zijn opponent in de
partijtop makkelijk kunnen piepelen door er een eigen draai aan te geven.
Immers, een bedrijfsleider, tegenwoordig ook wel vestigingsmanager of filiaalhouder/-beheerder genoemd, is de man van het totale overzicht, de onmisbare alleskunner die ervoor zorgt dat de boven hem gestelde directeuren en bestuurders, achteroverleunend hun bonussen tegemoet kunnen zien. De ziel van het bedrijf.
Is er iets mis aan die m/v? Niet per definitie en in de vergelijking met de aanvoerder van een regeringsfractie valt de bedrijfsleider ook niets te verwijten, tenzij Rotopberg wil dat de bedrijfsleider oprot. Dat laatste is natuurlijk zijn bedoeling. Samsom krijgt de schuld van alles, op gezag van Rottenberg, die vervolgens erkent dat hij een stomme vent is. Behoort hij trouwens wel tot de partijtop? Wat is zijn functie meer dan die van mede-uitvlooier van de nieuwe kandidatenlijst voor de vroeg of laat te houden kamerverkiezingen?
Wat bepaalt Rottenbergs gezag, behalve dat hij op gezette tijden zittende PvdA-politici ‘een kunstje flikt’? Als hij de partij-ideoloog wil uithangen, moet-ie toch meer in huis hebben, respectievelijk van stal kunnen halen Ik zie hem toch eerder als kletsmajoor dan als redder van de Nederlandse sociaal-democratische waarden, ooit ideologische veren genoemd.
Immers, een bedrijfsleider, tegenwoordig ook wel vestigingsmanager of filiaalhouder/-beheerder genoemd, is de man van het totale overzicht, de onmisbare alleskunner die ervoor zorgt dat de boven hem gestelde directeuren en bestuurders, achteroverleunend hun bonussen tegemoet kunnen zien. De ziel van het bedrijf.
Is er iets mis aan die m/v? Niet per definitie en in de vergelijking met de aanvoerder van een regeringsfractie valt de bedrijfsleider ook niets te verwijten, tenzij Rotopberg wil dat de bedrijfsleider oprot. Dat laatste is natuurlijk zijn bedoeling. Samsom krijgt de schuld van alles, op gezag van Rottenberg, die vervolgens erkent dat hij een stomme vent is. Behoort hij trouwens wel tot de partijtop? Wat is zijn functie meer dan die van mede-uitvlooier van de nieuwe kandidatenlijst voor de vroeg of laat te houden kamerverkiezingen?
Wat bepaalt Rottenbergs gezag, behalve dat hij op gezette tijden zittende PvdA-politici ‘een kunstje flikt’? Als hij de partij-ideoloog wil uithangen, moet-ie toch meer in huis hebben, respectievelijk van stal kunnen halen Ik zie hem toch eerder als kletsmajoor dan als redder van de Nederlandse sociaal-democratische waarden, ooit ideologische veren genoemd.
donderdag 3 september 2015
Spuit Elluf
Het PvdA-kamerlid Mei Li Vos vindt dat de Goede
Doelen volledige openheid van hun boekhouding moeten geven, zodat de
donateurs (u en ik) weten, hoe hun geld wordt besteed. Daar hadden we vroeger een uitdrukking voor: spuit elf geeft ook nog modder.
Ik schreef ‘u en ik’ maar eigenlijk klopt dat niet. Ik doneer al jaren niet meer vanwege het ontbreken van die openheid, de strijkstok, de exorbitante salarissen en – dat gegeven komt er nu weer bij – de tonnen die door een aantal instanties als het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Aidsfonds en Plan Nederland worden uitgegeven aan de huur van riante grachtenpanden in Amsterdam. Sommigen motiveren dat met drogredeneri als ‘zitten we lekker dicht bij elkaar; goed voor de onderlinge contacten’. Alsof afstand in dit digitale tijdperk nog enige rol speelt.
Ik neem het kamerlid Vos niet kwalijk dat ze deze understatement plaatste. Ze werd tenslotte door de krant om haar mening gevraagd.
De Kamer debatteert deze week, op instigatie van Arie Slob (Christen Unie) naar aanleiding van de uitlatingen van MP Mark Rutte over Dikke Ikke. Over de uitkomsten van dit debat, dat volgens mij een zinnige discussie over dringender vraagstukken als dat van de vluchtelingenstroom in de weg zit, maak ik mij geen enkele illusie. Verdubbel als regering tzt maar weer lekker het opgehaalde bedrag bij een of andere selfkick tv-actie voor een nader te bepalen goed doel, zonder te weten waar het geld blijft.
Ik schreef ‘u en ik’ maar eigenlijk klopt dat niet. Ik doneer al jaren niet meer vanwege het ontbreken van die openheid, de strijkstok, de exorbitante salarissen en – dat gegeven komt er nu weer bij – de tonnen die door een aantal instanties als het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Aidsfonds en Plan Nederland worden uitgegeven aan de huur van riante grachtenpanden in Amsterdam. Sommigen motiveren dat met drogredeneri als ‘zitten we lekker dicht bij elkaar; goed voor de onderlinge contacten’. Alsof afstand in dit digitale tijdperk nog enige rol speelt.
Ik neem het kamerlid Vos niet kwalijk dat ze deze understatement plaatste. Ze werd tenslotte door de krant om haar mening gevraagd.
De Kamer debatteert deze week, op instigatie van Arie Slob (Christen Unie) naar aanleiding van de uitlatingen van MP Mark Rutte over Dikke Ikke. Over de uitkomsten van dit debat, dat volgens mij een zinnige discussie over dringender vraagstukken als dat van de vluchtelingenstroom in de weg zit, maak ik mij geen enkele illusie. Verdubbel als regering tzt maar weer lekker het opgehaalde bedrag bij een of andere selfkick tv-actie voor een nader te bepalen goed doel, zonder te weten waar het geld blijft.
woensdag 2 september 2015
Kinderen en klimaatverandering
In het onderzoek naar ‘de staat van het onderwijs’ dat
momenteel door 14 regionale kranten wordt uitgevoerd, mis ik vragen over de
actuele milieuproblematiek, in het bijzonder de CO2-uitstoot en de
klimaatverandering, waarvan wij deze zomer vrijwel dagelijks de nare gevolgen
ondervinden.
Heeft het schoolgaande kind daar niets mee te maken? Is het daar niet in geïnteresseerd?
In de brievenrubriek Achterwerk van de vpro gids, die ik altijd even doorkijk, om me ervan te vergewissen of er voor de jongeren nog meer is dan eerste liefdes, seksualiteit, coma zuipen en pesterij op school, is momenteel een discussie gaande over de manier waarop wij met onze planeet aarde omgaan. De toon is behoorlijk cynisch, kan ik wel zeggen. Zo lees ik: ‘Als het buiten regent, zullen veel kinderen (…) vragen of hun ouders ze met de auto naar school wil brengen. Dat soort dingen kun je niet veranderen met een brief in de vpro gids.’
Toevallig regende het even flink, toen ouders vanmorgen met hun kinderen naar school fietsten. Hoorde ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: ‘Gossie wat ‘n regen. Als dat straks ook zo is, zal ik je dan met de auto ophalen?’ Met als klap op de vuurpijl: ‘Vind je dat goed?’
De reactie van het meisje heb ik niet meer opgevangen. Jammer want ik had graag gehoord: ‘Ach nee, laat maar, die paar druppeltjes.’
Kinderen zijn soms slimmer dan hun ouders. Een kleinzoon van me spreekt zijn vader (employé) af en toe aan op de ‘wandaden’ van Shell.
Heeft het schoolgaande kind daar niets mee te maken? Is het daar niet in geïnteresseerd?
In de brievenrubriek Achterwerk van de vpro gids, die ik altijd even doorkijk, om me ervan te vergewissen of er voor de jongeren nog meer is dan eerste liefdes, seksualiteit, coma zuipen en pesterij op school, is momenteel een discussie gaande over de manier waarop wij met onze planeet aarde omgaan. De toon is behoorlijk cynisch, kan ik wel zeggen. Zo lees ik: ‘Als het buiten regent, zullen veel kinderen (…) vragen of hun ouders ze met de auto naar school wil brengen. Dat soort dingen kun je niet veranderen met een brief in de vpro gids.’
Toevallig regende het even flink, toen ouders vanmorgen met hun kinderen naar school fietsten. Hoorde ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen: ‘Gossie wat ‘n regen. Als dat straks ook zo is, zal ik je dan met de auto ophalen?’ Met als klap op de vuurpijl: ‘Vind je dat goed?’
De reactie van het meisje heb ik niet meer opgevangen. Jammer want ik had graag gehoord: ‘Ach nee, laat maar, die paar druppeltjes.’
Kinderen zijn soms slimmer dan hun ouders. Een kleinzoon van me spreekt zijn vader (employé) af en toe aan op de ‘wandaden’ van Shell.
dinsdag 1 september 2015
Rotonde
Eigenlijk houd ik wel van rotondes. Officieel, voor de
wet, heten ze verkeersplein, maar niemand zegt dat, zoals ook niemand, behalve
de ambtenarij, zegt dat een rotonde gereed is. De nieuwe rotonde in de
halve Bestse Ringweg bij MAKRO en Philips Healthcare is klaar.
Het eerste verkeersplein in Nederland was halverwege de vorige eeuw een rotonde in Venlo. Om de situatie te illustreren: Utrecht-Den Bosch (nu A2) had toen nog talloze gelijkvloerse kruisingen zonder verkeerslichten. De Venlose rotonde was een tegemoetkoming aan de winkelende Duitsers die al met het verschijnsel vertrouwd waren (voorrang!). Duitsland liep voorop.
De rotonde is de ideale beveiliging van gevaarlijke wegkruisingen en verdient dan ook veruit de voorkeur boven verkeerslichten. Bij handig gebruik (het ‘nieuwe rijden’ waaraan het rempedaal nauwelijks te pas komt) heeft ze een ‘mild temperende’ werking op het autoverkeer. Belangrijk voor de doorstroming is wel het gebruik van de clignoteur: alleen bij het verlaten van de rotonde.
Een rotonde vergt veel ruimte, waardoor ze niet altijd toepasbaar is. Hoewel, in Engeland hebben ze virtuele rotondes: niet meer dan een flinke stip midden op de kruising en dat werkt zo goed dat het verbazingwekkend is dat men daar op het continent nog steeds niet aan wil.
Over de noodzaak van de nieuwe rotonde in Best heb ik trouwens mijn twijfels, tenzij men vindt dat op de Ringweg zoveel mogelijk kruisingen hiermee moeten worden beveiligd. De kruising bij MAKRO/Philips (nieuwe uitrit) was best overzichtelijk en er gebeurde bij mijn weten nooit wat.
Het eerste verkeersplein in Nederland was halverwege de vorige eeuw een rotonde in Venlo. Om de situatie te illustreren: Utrecht-Den Bosch (nu A2) had toen nog talloze gelijkvloerse kruisingen zonder verkeerslichten. De Venlose rotonde was een tegemoetkoming aan de winkelende Duitsers die al met het verschijnsel vertrouwd waren (voorrang!). Duitsland liep voorop.
De rotonde is de ideale beveiliging van gevaarlijke wegkruisingen en verdient dan ook veruit de voorkeur boven verkeerslichten. Bij handig gebruik (het ‘nieuwe rijden’ waaraan het rempedaal nauwelijks te pas komt) heeft ze een ‘mild temperende’ werking op het autoverkeer. Belangrijk voor de doorstroming is wel het gebruik van de clignoteur: alleen bij het verlaten van de rotonde.
Een rotonde vergt veel ruimte, waardoor ze niet altijd toepasbaar is. Hoewel, in Engeland hebben ze virtuele rotondes: niet meer dan een flinke stip midden op de kruising en dat werkt zo goed dat het verbazingwekkend is dat men daar op het continent nog steeds niet aan wil.
Over de noodzaak van de nieuwe rotonde in Best heb ik trouwens mijn twijfels, tenzij men vindt dat op de Ringweg zoveel mogelijk kruisingen hiermee moeten worden beveiligd. De kruising bij MAKRO/Philips (nieuwe uitrit) was best overzichtelijk en er gebeurde bij mijn weten nooit wat.
maandag 31 augustus 2015
Frans van der Mespel
Stilletjes is hij weggegaan, 79 jaar oud. Frans van der
Mespel, bij actief leven sportredacteur van de toenmalige Brabant Pers (onder
meer ED) en bij de lezer vooral bekend van zijn verslagen van de Tour de
France, jaren achtereen. Ik kwam hem nog wel eens tegen, bij onze
wandelingen door de Bestse wijk Heuveleind of in de Bibliotheek, waarvan hij trouwens 'n tijdje bestuurslid was. ‘n Vluchtig
praatje, eigenlijk wel passend bij de tamelijk oppervlakkige relatie die we
beroepsmatig hadden. En mijn Levensmaatje kende hem van de Bridgeclub.
Frans was een rustige man, bij het laconieke af. Soms kon hij je op het werk in de kantoortuin aan de Erica in Best (waar toen de vitale delen van de redacties zetelden) iets toeroepen want dan had hij weer een leuke mop. Het mooiste was dan, als hij teruggreep naar zijn ‘moedertaal’, het Rotterdams. Overigens was Frans volledig in Brabant geïntegreerd; in zijn overlijdensadvertentie wordt hij ons pap genoemd.
Meermalen heb ik overwogen, hem voor te stellen samen nog eens naar de live-verslagen van de Tour te kijken. Ik wilde wel eens weten hoe hij daar nu tegenaan keek. Het is er niet van gekomen. Ik had de indruk dat hij daar niet meer voor in was.
Stilletjes. Op de redactionele pagina’s van het ED mis ik een bericht over zijn overlijden. Verbazingwekkend is dat niet. Journalistiek is naar mijn mening een nederig vak. Je bent iemand, zolang je het uitoefent, daarna niet meer. Of je moet gespecialiseerd zijn in aandachttrekkerij. Zo iemand was Frans nu juist niet.
Frans was een rustige man, bij het laconieke af. Soms kon hij je op het werk in de kantoortuin aan de Erica in Best (waar toen de vitale delen van de redacties zetelden) iets toeroepen want dan had hij weer een leuke mop. Het mooiste was dan, als hij teruggreep naar zijn ‘moedertaal’, het Rotterdams. Overigens was Frans volledig in Brabant geïntegreerd; in zijn overlijdensadvertentie wordt hij ons pap genoemd.
Meermalen heb ik overwogen, hem voor te stellen samen nog eens naar de live-verslagen van de Tour te kijken. Ik wilde wel eens weten hoe hij daar nu tegenaan keek. Het is er niet van gekomen. Ik had de indruk dat hij daar niet meer voor in was.
Stilletjes. Op de redactionele pagina’s van het ED mis ik een bericht over zijn overlijden. Verbazingwekkend is dat niet. Journalistiek is naar mijn mening een nederig vak. Je bent iemand, zolang je het uitoefent, daarna niet meer. Of je moet gespecialiseerd zijn in aandachttrekkerij. Zo iemand was Frans nu juist niet.
woensdag 12 augustus 2015
Word liever geen proefkonijjn
De
Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) is volgens een radiobericht van
plan, autobezitters niet langer per post te waarschuwen dat ze naar
de APK-keuring moeten. Ook dit zal worden gedigitaliseerd, met andere
woorden – begrijp ik – dat je op de website van die dienst een
account moet aanmaken, zodat je die waarschuwing elektronisch kunt
ontvangen. De Belastingdienst ging haar voor, met dit verschil dat je
van de fiscus nog steeds papier in huis krijgt gestuurd, als je dat
wil.
Allemaal goed en wel, negentig procent van de Nederlanders heeft wel een computer, in welke vorm dan ook, maar waar blijft de vrijheid dat ding te gebruiken voor zover men dat wil? En er blijft nog een flink aantal ingezetenen over dat geen computer, tablet of smartphone heeft en er ook nooit aan zal toekomen. Daar hoef je niet verstandelijk beperkt voor te zijn. Dus, RDW, bezint eer ge begint.
Zelf behoor ik, in weerwil van mijn vergevorderde leeftijd, niet tot de digibeten. Al in de jaren zeventig werd op de krant waar ik werkte het zogenaamd Geïntegreerd Informatieverwerkend Systeem ingevoerd. We werden allemaal aan een terminal gezet, een beeldscherm met toetsenbord, dat verbonden was met een gigantische computer; zichtbaar draaiende schijven in een stofvrije ruimte. Als een groen lampje aan het plafond brandde, dan was alles in orde; werd dat lampje rood dan moest je de tekst waarmee je bezig was als de wiedeweerga opslaan, anders was je wellicht uren werk kwijt. Dat rode lampje wilde nogal eens in de middagpauze aangaan en dan klonk door de redactiezaal: quick fit!
Die vroege introductie van de computer op de werkvloer heeft mij in zoverre geen windeieren gelegd, dat ik meer dan 25 jaar geleden helemaal in the mood was voor een eigen thuiscomputer. Al gauw maakte ik ook kennis met het internet, nog voordat er kant-en- klaar-vensters bestonden waarop je maar hoefde te klikken om te komen waar je in de wereld ook maar wezen moest. Laat staan dat er al sprake was van plaatjes of filmpjes op de computer. In een zwart venster moest je iets intikken, wat dan in witte of groene lettertjes zichtbaar werd. Nou ja, de stoomtrein in plaats van de hoge-snelheidstrein. Al doende leert men en zo heb ik me met hulp van vrienden en computerbladen door alle Windowsversies heen een redelijke vaardigheid op computergebied eigen gemaakt.
Er is nu aanleiding, iets van die vaardigheid en ervaring aan u mee te delen, namelijk de met veel bombarie door softwaregigant Microsoft aangekondigde mogelijkheid om je computer met Windows 7 of Windows 8.1 gratis op te waarderen naar de nieuwste versie, Windows 10. Begerig naar alles wat nieuw én gratis is, ben ik daar vrijwel direct op in gegaan. Eerste reden: ik vond mijn Windows 7 namelijk wat aan de trage kant en aangezien wij thuis een netwerkje met twee computers en nog wat andere draadloze apparaten hebben, leek het me verstandig, ook de tweede laptop, draaiend op Windows 8.1, te upgraden zoals dat heet. In dat laatste geval verliep alles, voor zover ik nu kan overzien, vlekkeloos. Maar de voormalige Windows 7-computer zit nu met van alles in de knoop.
Laat ik u niet met allerlei details vervelen. De voornaamste klacht is dat software waaraan ik sterk gehecht ben, zoals Adobe Photoshop Elements, niet meer functioneert, terwijl de laatste versie van dat programma zich in Mijn Windows 10 verslikt. Voor zover ik kan nagaan is Virusscanner Kapsersky de enige die tijdig op het nieuwe besturingssysteem van Microsoft is ingehaakt en nòg heeft Kaspersky 2015 problemen met het dagelijks updaten van de database met de virusdefinities. Tussen haakjes: Elke kloojo die een nieuwe aanval op computers bedenkt, wordt door Kaspersky zo gauw mogelijk in de nek gesprongen. Vandaar die dagelijkse update.
Kort en goed, Windows 10 is nog niet voldragen en de meeste software-ontwikkelaars zijn er nog niet genoeg op ingespeeld. Dus hebt u een goed draaiend toestel, laat dat dan voorlopig zo. Wordt liever geen proefkonijn. Gratis overstappen kan nog tot 29 juli 2016. Tegen die tijd zijn heel wat kinderziektes overwonnen.
(Radiocolumn Omroep Best, 12 augustus 2015)
Allemaal goed en wel, negentig procent van de Nederlanders heeft wel een computer, in welke vorm dan ook, maar waar blijft de vrijheid dat ding te gebruiken voor zover men dat wil? En er blijft nog een flink aantal ingezetenen over dat geen computer, tablet of smartphone heeft en er ook nooit aan zal toekomen. Daar hoef je niet verstandelijk beperkt voor te zijn. Dus, RDW, bezint eer ge begint.
Zelf behoor ik, in weerwil van mijn vergevorderde leeftijd, niet tot de digibeten. Al in de jaren zeventig werd op de krant waar ik werkte het zogenaamd Geïntegreerd Informatieverwerkend Systeem ingevoerd. We werden allemaal aan een terminal gezet, een beeldscherm met toetsenbord, dat verbonden was met een gigantische computer; zichtbaar draaiende schijven in een stofvrije ruimte. Als een groen lampje aan het plafond brandde, dan was alles in orde; werd dat lampje rood dan moest je de tekst waarmee je bezig was als de wiedeweerga opslaan, anders was je wellicht uren werk kwijt. Dat rode lampje wilde nogal eens in de middagpauze aangaan en dan klonk door de redactiezaal: quick fit!
Die vroege introductie van de computer op de werkvloer heeft mij in zoverre geen windeieren gelegd, dat ik meer dan 25 jaar geleden helemaal in the mood was voor een eigen thuiscomputer. Al gauw maakte ik ook kennis met het internet, nog voordat er kant-en- klaar-vensters bestonden waarop je maar hoefde te klikken om te komen waar je in de wereld ook maar wezen moest. Laat staan dat er al sprake was van plaatjes of filmpjes op de computer. In een zwart venster moest je iets intikken, wat dan in witte of groene lettertjes zichtbaar werd. Nou ja, de stoomtrein in plaats van de hoge-snelheidstrein. Al doende leert men en zo heb ik me met hulp van vrienden en computerbladen door alle Windowsversies heen een redelijke vaardigheid op computergebied eigen gemaakt.
Er is nu aanleiding, iets van die vaardigheid en ervaring aan u mee te delen, namelijk de met veel bombarie door softwaregigant Microsoft aangekondigde mogelijkheid om je computer met Windows 7 of Windows 8.1 gratis op te waarderen naar de nieuwste versie, Windows 10. Begerig naar alles wat nieuw én gratis is, ben ik daar vrijwel direct op in gegaan. Eerste reden: ik vond mijn Windows 7 namelijk wat aan de trage kant en aangezien wij thuis een netwerkje met twee computers en nog wat andere draadloze apparaten hebben, leek het me verstandig, ook de tweede laptop, draaiend op Windows 8.1, te upgraden zoals dat heet. In dat laatste geval verliep alles, voor zover ik nu kan overzien, vlekkeloos. Maar de voormalige Windows 7-computer zit nu met van alles in de knoop.
Laat ik u niet met allerlei details vervelen. De voornaamste klacht is dat software waaraan ik sterk gehecht ben, zoals Adobe Photoshop Elements, niet meer functioneert, terwijl de laatste versie van dat programma zich in Mijn Windows 10 verslikt. Voor zover ik kan nagaan is Virusscanner Kapsersky de enige die tijdig op het nieuwe besturingssysteem van Microsoft is ingehaakt en nòg heeft Kaspersky 2015 problemen met het dagelijks updaten van de database met de virusdefinities. Tussen haakjes: Elke kloojo die een nieuwe aanval op computers bedenkt, wordt door Kaspersky zo gauw mogelijk in de nek gesprongen. Vandaar die dagelijkse update.
Kort en goed, Windows 10 is nog niet voldragen en de meeste software-ontwikkelaars zijn er nog niet genoeg op ingespeeld. Dus hebt u een goed draaiend toestel, laat dat dan voorlopig zo. Wordt liever geen proefkonijn. Gratis overstappen kan nog tot 29 juli 2016. Tegen die tijd zijn heel wat kinderziektes overwonnen.
(Radiocolumn Omroep Best, 12 augustus 2015)
dinsdag 28 juli 2015
Lisa, blijf ons volgen, het smullen gaat verder
Als je de tv opbelt of mailt dat je regelmatig grote
onderbroeken wast en die dan buiten te drogen hangt, komt de tv om dat te
filmen. Bijkomend voordeel: de heer des huizes deelt in, wat heet, sappig
Peellands, gaandeweg mee dat hij nóóit de was doet. Ja ophangen doet-ie nog
wel. Geen kunst aan, met die knijpertjes. Einde item.
Soms gaat er ‘n hoop sociale-media-geweld aan vooraf, zoals in het geval Lisa, het meisje van dertien met het uiterlijk van een 20-jarige, dat heimelijk de ‘ouderlijke’ camping verliet en dagen later in min of meer verholen gezelschap van een 41-jarige (!) man in een streekbus werd aangetroffen. ‘Ben jij Lisa?’ - ‘Nee.’ - ‘Ga toch maar mee.’
Eind goed al goed? Dat zou ik toch maar eens even afwachten.
De reguliere media krijgen het via de asociale media voornoemd, in het bijzonder Facebook, allemaal op een presenteerblaadje aangeboden. Daar gooit iedereen zijn – elders zo fel geclaimde en verdedigde – privacy voor de wolven.
Zo kan het gebeuren dat je in de journaals – op één avond naar het lijkt eindeloos herhaald – de ouders van Lisa gezellig op de bank ziet zitten, vrolijk het land in blikkend met de woorden: ‘Een pak van ons hart. Ze is terecht. Iedereen hartelijk bedankt.’
Ik denk dus dat die vrolijkheid niet terecht is, althans op z’n minst voorbarig. Want het belangrijkste weten de ouders noch wij: wat is er de afgelopen dagen met Lisa gebeurd? De politie probeert daar achter te komen en ik vind het ronduit verbazingwekkend dat de ouders daar kennelijk niet over in spanning zitten.
De media nemen alvast een voorproefje op wat volgt, door nogal hypocriet het geijkte verhaal te brengen over ‘ouders die hun kinderen met media moeten leren omgaan’. Zo van: ‘morgen meer. Blijf ons volgen, het smullen gaat verder’.
Soms gaat er ‘n hoop sociale-media-geweld aan vooraf, zoals in het geval Lisa, het meisje van dertien met het uiterlijk van een 20-jarige, dat heimelijk de ‘ouderlijke’ camping verliet en dagen later in min of meer verholen gezelschap van een 41-jarige (!) man in een streekbus werd aangetroffen. ‘Ben jij Lisa?’ - ‘Nee.’ - ‘Ga toch maar mee.’
Eind goed al goed? Dat zou ik toch maar eens even afwachten.
De reguliere media krijgen het via de asociale media voornoemd, in het bijzonder Facebook, allemaal op een presenteerblaadje aangeboden. Daar gooit iedereen zijn – elders zo fel geclaimde en verdedigde – privacy voor de wolven.
Zo kan het gebeuren dat je in de journaals – op één avond naar het lijkt eindeloos herhaald – de ouders van Lisa gezellig op de bank ziet zitten, vrolijk het land in blikkend met de woorden: ‘Een pak van ons hart. Ze is terecht. Iedereen hartelijk bedankt.’
Ik denk dus dat die vrolijkheid niet terecht is, althans op z’n minst voorbarig. Want het belangrijkste weten de ouders noch wij: wat is er de afgelopen dagen met Lisa gebeurd? De politie probeert daar achter te komen en ik vind het ronduit verbazingwekkend dat de ouders daar kennelijk niet over in spanning zitten.
De media nemen alvast een voorproefje op wat volgt, door nogal hypocriet het geijkte verhaal te brengen over ‘ouders die hun kinderen met media moeten leren omgaan’. Zo van: ‘morgen meer. Blijf ons volgen, het smullen gaat verder’.
dinsdag 21 juli 2015
Muggen, het moes nie magge
Vele jaren geleden was ik tijdens een vakantie aan de
Neusiedlersee, in Neder Oostenrijk. Drie kenmerken (wie er meer over
wil weten, raadplege bij voorbeeld neusiedlersee.nl): het meer is een geliefd weekenduitje voor
de inwoners van Wenen, die zich bijzonder hoffelijk gedragen ten opzichte van
anderen. Toen ik onder de stranddouche ging staan, was een hunner zo
vriendelijk, die spontaan met de daarvoor bestemde trekker in werking te stellen
en te houden. Ze maken er verrukkelijke wijn, die helaas niet geschikt is voor
export (kan niet tegen vervoer) en, ten derde, het stikt er van de muggen.
Wat dus het meest in mijn herinnering is blijven hangen, is de avond met Wein, Weib und Gesang, gevolgd door een nachtelijke jacht op het muggengespuis. Men kan zich voorstellen dat het een tamelijk ingewikkelde combinatie is.
Muggen, het moes nie magge. Maar ze gedijen het best bij de combinatie van zomerwarmte en stilstaand water. In het Peeldorp Griendtsveen weten ze daar alles van sinds men in die omgeving bezig is met zogenaamd natuurherstel, inclusief het verhogen van de grondwaterstand. Men wil het oorspronkelijke hoogveen terug, meldt het Eindhovens Dagblad, dat bijkans een halve voorpagina wijdt aan het muggenprobleem dat hiervan het gevolg zou zijn. De dorpsraad is zodoende in het geweer gekomen, acht de overheid aansprakelijk voor de muggenplaag en sluit zelfs ‘een gang naar de rechter’ niet uit. Maar of het zal lukken, de magistraat te overtuigen van oorzaak en gevolg, daar twijfelt de dorpsraad zelf ook wel ‘n beetje aan, evenals de boswachter ter plaatse: ‘Het is nu eenmaal een goed jaar voor de muggen.’
Ik denk dat de rechter zal zeggen: koop maar een goeie vliegenmepper. Pats!
Wat dus het meest in mijn herinnering is blijven hangen, is de avond met Wein, Weib und Gesang, gevolgd door een nachtelijke jacht op het muggengespuis. Men kan zich voorstellen dat het een tamelijk ingewikkelde combinatie is.
Muggen, het moes nie magge. Maar ze gedijen het best bij de combinatie van zomerwarmte en stilstaand water. In het Peeldorp Griendtsveen weten ze daar alles van sinds men in die omgeving bezig is met zogenaamd natuurherstel, inclusief het verhogen van de grondwaterstand. Men wil het oorspronkelijke hoogveen terug, meldt het Eindhovens Dagblad, dat bijkans een halve voorpagina wijdt aan het muggenprobleem dat hiervan het gevolg zou zijn. De dorpsraad is zodoende in het geweer gekomen, acht de overheid aansprakelijk voor de muggenplaag en sluit zelfs ‘een gang naar de rechter’ niet uit. Maar of het zal lukken, de magistraat te overtuigen van oorzaak en gevolg, daar twijfelt de dorpsraad zelf ook wel ‘n beetje aan, evenals de boswachter ter plaatse: ‘Het is nu eenmaal een goed jaar voor de muggen.’
Ik denk dat de rechter zal zeggen: koop maar een goeie vliegenmepper. Pats!
dinsdag 14 juli 2015
De truc is: blijven lachen
Ik geef toe, het kan soms moeilijk zijn, maar probeer bij
het nieuws dat over je heen wordt gestort te blijven lachen. Anders is het niet vol te houden, toch?
Neem nou zo’n geval als dat van de rekenfout van 12 miljoen bij de exploitatie van de Internationale School in Eindhoven. Aan negatieve bedragen werd een rente-opbrengst toegekend. ‘Hoe verder in de min hoe hoger het rentebedrag dat geplust werd,’ schrijft het ED vandaag op de voorpagina. De lach die aan de kop valt te ontlenen, mag gerust sardonisch genoemd worden. Ik citeer: Financieel adviesbureau rekent niet goed; accountant ziet fout niet.
Hou op, ik houd het niet meer.
Het volgende is niet om te lachen, dus ik meld het vrijblijvend. Via via verneem ik namelijk dat de oudste inwoonster van Best (99) noodgedwongen in het ziekenhuis ligt, omdat er geen plaats voor haar is in de zorgsector. Wee het gebeente van de bestuurder die straks, al dan niet behangen met een ambtsketting, met een taart met honderd kaarsjes op haar verjaardag verschijnt.
Blijf lachen. Ook bij de leegstand van een fraai, nog geen tien jaar oud schoolgebouw in de wijk Heivelden, waarop als een schone belofte het reclamebord van een particuliere kinderopvang is aangebracht. Hoeveel rekenfouten zijn, respectievelijk worden hier gemaakt en door wie? Niet door de ouders in Heuveleind en Heivelden in elk geval, want die zijn wat de vrouwelijke helft betreft zo langzamerhand in de menopauze (schreef ik daat bijna memopauze) beland.
Laat ik het hier maar bij laten, het is tenslotte komkommertijd, al kun je dat aan de gezichten van de Grieken niet zien. De enige in dit circus die nog reden heeft tot lachen is Jeroen Dijsselbloem over zijn verlengde baantje.
Neem nou zo’n geval als dat van de rekenfout van 12 miljoen bij de exploitatie van de Internationale School in Eindhoven. Aan negatieve bedragen werd een rente-opbrengst toegekend. ‘Hoe verder in de min hoe hoger het rentebedrag dat geplust werd,’ schrijft het ED vandaag op de voorpagina. De lach die aan de kop valt te ontlenen, mag gerust sardonisch genoemd worden. Ik citeer: Financieel adviesbureau rekent niet goed; accountant ziet fout niet.
Hou op, ik houd het niet meer.
Het volgende is niet om te lachen, dus ik meld het vrijblijvend. Via via verneem ik namelijk dat de oudste inwoonster van Best (99) noodgedwongen in het ziekenhuis ligt, omdat er geen plaats voor haar is in de zorgsector. Wee het gebeente van de bestuurder die straks, al dan niet behangen met een ambtsketting, met een taart met honderd kaarsjes op haar verjaardag verschijnt.
Blijf lachen. Ook bij de leegstand van een fraai, nog geen tien jaar oud schoolgebouw in de wijk Heivelden, waarop als een schone belofte het reclamebord van een particuliere kinderopvang is aangebracht. Hoeveel rekenfouten zijn, respectievelijk worden hier gemaakt en door wie? Niet door de ouders in Heuveleind en Heivelden in elk geval, want die zijn wat de vrouwelijke helft betreft zo langzamerhand in de menopauze (schreef ik daat bijna memopauze) beland.
Laat ik het hier maar bij laten, het is tenslotte komkommertijd, al kun je dat aan de gezichten van de Grieken niet zien. De enige in dit circus die nog reden heeft tot lachen is Jeroen Dijsselbloem over zijn verlengde baantje.
zaterdag 27 juni 2015
Tunesië: dit kon niet goed gaan
Jaren geleden, ik zat nog in het arbeidsproces, maakte ik
een veertiendaagse groepsreis naar Tunesië. De eerste en de laatste keer dat ik
een Noord-Afrikaans land bezocht. Ver voor de daar begonnen Arabische Lente en
de, naar men zegt, redelijk geslaagde democratisering.
Tunesië is een klein, mooi, afwisselend land, ooit een Franse kolonie, wat je vooral in de hoofdstad Tunis nog goed aan de gebouwen kunt zien. De reis was onderverdeeld in een week sightseeing en een week luieren, desgewenst aan het strand. Qua cultuur is er heel wat te beleven. Om te beginnen, voor ons was dat letterlijk zo, de resten van het door de Romeinen veroverde Carthago, vlakbij Tunis.
Ook de ruïnes van een door de Romeinen zelf gestichte stad zijn de moeite van een bezoek meer dan waard. Zó goed geconserveerd dat je denkt: dit is dus het beeld dat is overgebleven van de klassieke oudheid. Ik hoef nu niet meer de halve wereld af te reizen om daar kennis van te nemen. En ja, zelfs bij een bezoek aan het Forum Romanum in Rome en aan Pompeï kreeg ik een gevoel van herkenning, waarmee ik niet wil zeggen dat je de kans moet laten glippen om daar te gaan kijken.
Het toerisme is de levensader van Tunesië. De IS richt daarop zijn kalashnikovs, eerst in het nationaal museum, nu op het strand. Toch is er sprake van een geweldige paradox. Het toerisme is namelijk geen toereikende bron van werkgelegenheid bij de enorme aanwas van de bevolking. Een bezoek aan het land geeft je – net als het me later overkwam in Indonesië – een dubbel gevoel. Het verschil tussen arm en rijk is er zo zichtbaar. Al die jonge mannen in hun pijen die de ganse dag op de stoepen en trappen in steden en dorpen zitten te kijken; die – tot ergernis van de toeristen – op muurtjes langs het strand loeren naar de zo goed als blote zonaanbidders.
Dit kon niet lang meer goed gaan en dit ging ook mis. Tunesië is, met die tot op het bod gefrustreerden, dé leverancier van IS-strijders geworden en het stelsel wordt dus ook van binnenuit aangevallen. Betekent dit het einde van het toerisme, waardoor het probleem alleen maar wordt vergroot? In de westerse landen heerst hierover heel wat twijfel: België geeft een negatief reisadvies voor Tunesië, onze minister van BuZa, Koenders, kwam nog niet verder dan: ‘kijk uit als je daar bent.’ Honderden vakantiegangers nemen terecht het zekere voor het onzekere, ze gaan voortijdig naar huis.
Tunesië is een klein, mooi, afwisselend land, ooit een Franse kolonie, wat je vooral in de hoofdstad Tunis nog goed aan de gebouwen kunt zien. De reis was onderverdeeld in een week sightseeing en een week luieren, desgewenst aan het strand. Qua cultuur is er heel wat te beleven. Om te beginnen, voor ons was dat letterlijk zo, de resten van het door de Romeinen veroverde Carthago, vlakbij Tunis.
Ook de ruïnes van een door de Romeinen zelf gestichte stad zijn de moeite van een bezoek meer dan waard. Zó goed geconserveerd dat je denkt: dit is dus het beeld dat is overgebleven van de klassieke oudheid. Ik hoef nu niet meer de halve wereld af te reizen om daar kennis van te nemen. En ja, zelfs bij een bezoek aan het Forum Romanum in Rome en aan Pompeï kreeg ik een gevoel van herkenning, waarmee ik niet wil zeggen dat je de kans moet laten glippen om daar te gaan kijken.
Het toerisme is de levensader van Tunesië. De IS richt daarop zijn kalashnikovs, eerst in het nationaal museum, nu op het strand. Toch is er sprake van een geweldige paradox. Het toerisme is namelijk geen toereikende bron van werkgelegenheid bij de enorme aanwas van de bevolking. Een bezoek aan het land geeft je – net als het me later overkwam in Indonesië – een dubbel gevoel. Het verschil tussen arm en rijk is er zo zichtbaar. Al die jonge mannen in hun pijen die de ganse dag op de stoepen en trappen in steden en dorpen zitten te kijken; die – tot ergernis van de toeristen – op muurtjes langs het strand loeren naar de zo goed als blote zonaanbidders.
Dit kon niet lang meer goed gaan en dit ging ook mis. Tunesië is, met die tot op het bod gefrustreerden, dé leverancier van IS-strijders geworden en het stelsel wordt dus ook van binnenuit aangevallen. Betekent dit het einde van het toerisme, waardoor het probleem alleen maar wordt vergroot? In de westerse landen heerst hierover heel wat twijfel: België geeft een negatief reisadvies voor Tunesië, onze minister van BuZa, Koenders, kwam nog niet verder dan: ‘kijk uit als je daar bent.’ Honderden vakantiegangers nemen terecht het zekere voor het onzekere, ze gaan voortijdig naar huis.
vrijdag 19 juni 2015
Jongmensch
In een, althans op Blendle, niet ondertekende column in
BN-DeStem van heden, staat een anecdode over Drs. P. De columnist vermeldt een
ontmoeting met de taalvirtuoos en dat gaat ongeveer zo: ‘Ik vertelde dat ik
eveneens het Nederlandstalige lied trachtte te propageren door af en toe op het
biljart van mijn stamcafé in Breda een smartlap te zingen. Polzer draaide zijn
markante hoofd zijwaarts, keek me secondenlang met priemende ogen aan, zei: ‘Dat
is een loflijk streven, jongmens’.
Het woord is al zo lang in onbruik dat ik het jongmensch zou hebben gespeld. Het herinnert mij aan het vaak vertelde verhaal van de eerste ontmoeting van de mensen die mijn ouders zouden worden. Mijn vader was een poosje, niet bepaald tot zijn voldoening, ‘reiziger in suikerwaren’. Het was tegen het einde van de negentiende eeuw. In de trein kwam hij tegenover een meisje te zitten dat onderweg was naar een pensionaat in Zaventhem en het klikte. Nadien werd hij ten huize van mijn toekomstige moeder aangeduid als ‘het jongmensch uit de trein’.
Dat jongmensch kon overigens niet de goedkeuring wegdragen van de pa van het meisje, als haar eventuele huwelijkspartner. Dus moest hij van alles verzinnen, om haar ‘in het geheim’ te ontmoeten. Daarbij moet men in aanmerking nemen dat ‘nette burgermeisjes’ in die tijd niet met goed fatsoen onbegeleid over straat konden. Op zekere dag heeft mijn vader daar het volgende op gevonden.
Weer eens op terugreis naar zijn woonplaats Breda, zei hij tegen zijn collega’s handelsreizigers: ‘Straks wordt ik op het station afgehaald door twee knappe meiden.’ Het werd, geloof ik, zelfs een weddenschap. Bij een tussenstop, verstuurde hij snel een telegram naar het huisadres van zijn geliefde met de mededeling: ‘Arriveer om 3 uur op station. Tante Marie.’ Zodoende werd zijn meisje, vergezeld door een vriendin, met de paardentram naar het Bredase station gestuurd en daar zagen zij, uiteraard tot hun verrassing, niet tante Marie, maar het jongmensch uit de trein stappen.
Het woord is al zo lang in onbruik dat ik het jongmensch zou hebben gespeld. Het herinnert mij aan het vaak vertelde verhaal van de eerste ontmoeting van de mensen die mijn ouders zouden worden. Mijn vader was een poosje, niet bepaald tot zijn voldoening, ‘reiziger in suikerwaren’. Het was tegen het einde van de negentiende eeuw. In de trein kwam hij tegenover een meisje te zitten dat onderweg was naar een pensionaat in Zaventhem en het klikte. Nadien werd hij ten huize van mijn toekomstige moeder aangeduid als ‘het jongmensch uit de trein’.
Dat jongmensch kon overigens niet de goedkeuring wegdragen van de pa van het meisje, als haar eventuele huwelijkspartner. Dus moest hij van alles verzinnen, om haar ‘in het geheim’ te ontmoeten. Daarbij moet men in aanmerking nemen dat ‘nette burgermeisjes’ in die tijd niet met goed fatsoen onbegeleid over straat konden. Op zekere dag heeft mijn vader daar het volgende op gevonden.
Weer eens op terugreis naar zijn woonplaats Breda, zei hij tegen zijn collega’s handelsreizigers: ‘Straks wordt ik op het station afgehaald door twee knappe meiden.’ Het werd, geloof ik, zelfs een weddenschap. Bij een tussenstop, verstuurde hij snel een telegram naar het huisadres van zijn geliefde met de mededeling: ‘Arriveer om 3 uur op station. Tante Marie.’ Zodoende werd zijn meisje, vergezeld door een vriendin, met de paardentram naar het Bredase station gestuurd en daar zagen zij, uiteraard tot hun verrassing, niet tante Marie, maar het jongmensch uit de trein stappen.
woensdag 17 juni 2015
Een gezegend putdeksel
Het vernieuwde centrum van Best is voorzien van ‘unieke’
putdeksels in het wegdek, waarop volgens het plaatselijke h.a.h.-blad
Groeiend Best de heilige Odulphus is afgebeeld. Terwijl ik dacht, wat
is dat nu weer voor gekkigheid, plaatste het blad de toevoeging dat het er net
zo uit zag als de afbeelding op de stoep van het gemeentehuis.
Het gaat dus heel simpel om het nauwelijks meer voor publiciteitsdoeleinden gebruikte gemeentewapen uit de negentiende eeuw, waarin inderdaad de plaatselijke heilige is afgebeeld. Tot zover niks aan de hand.
De putdeksels in Best dragen overal elders de letters tbs, wat bij mij stelselmatig de gedachte oproept aan ‘afvalputje van de maatschappij’, maar dat terzijde. En het verhaal zou hiermee over en uit zijn, ware het niet dat het ‘eerste’ nieuwe putdeksel in de Hoofdstraat afgelopen zondag is gezegend door de pastoor in vol ceremonieel gewaad (cappa), in aanwezigheid van de burgemeester en een wethouder, met zo te zien als enige getuigen drie diakenen of acolieten in superplie. En de fotograaf, natuurlijk.
De pastoor profaniseerde het gezegende symbool door het een ‘teken van verbondenheid in ons dorp’ enz. te noemen en burgemeester Anton van Aert voegde eraan toe ‘dat het Best toch anders maakt dan veel andere gemeenten’.
Tja. Hiermee is het religieuze karakter van deze intieme bijeenkomst in de openlucht wel enigszins gerelativeerd, maar het zal duidelijk zijn dat de annexatie van het beeldmerk-initiatief door het r.-k. volksdeel mij toch niet echt lekker zit. Zware woorden als ‘scheiding van kerk en staat’, wil ik niet gebruiken, maar als men het over onderlinge verbondenheid heeft, dient men zich toch te realiseren dat we ook in Best te maken hebben met een multiculturele samenleving, die noopt tot voorzichtigheid met het oppeppen van autochtone religieuze tradities.
Het gaat dus heel simpel om het nauwelijks meer voor publiciteitsdoeleinden gebruikte gemeentewapen uit de negentiende eeuw, waarin inderdaad de plaatselijke heilige is afgebeeld. Tot zover niks aan de hand.
De putdeksels in Best dragen overal elders de letters tbs, wat bij mij stelselmatig de gedachte oproept aan ‘afvalputje van de maatschappij’, maar dat terzijde. En het verhaal zou hiermee over en uit zijn, ware het niet dat het ‘eerste’ nieuwe putdeksel in de Hoofdstraat afgelopen zondag is gezegend door de pastoor in vol ceremonieel gewaad (cappa), in aanwezigheid van de burgemeester en een wethouder, met zo te zien als enige getuigen drie diakenen of acolieten in superplie. En de fotograaf, natuurlijk.
De pastoor profaniseerde het gezegende symbool door het een ‘teken van verbondenheid in ons dorp’ enz. te noemen en burgemeester Anton van Aert voegde eraan toe ‘dat het Best toch anders maakt dan veel andere gemeenten’.
Tja. Hiermee is het religieuze karakter van deze intieme bijeenkomst in de openlucht wel enigszins gerelativeerd, maar het zal duidelijk zijn dat de annexatie van het beeldmerk-initiatief door het r.-k. volksdeel mij toch niet echt lekker zit. Zware woorden als ‘scheiding van kerk en staat’, wil ik niet gebruiken, maar als men het over onderlinge verbondenheid heeft, dient men zich toch te realiseren dat we ook in Best te maken hebben met een multiculturele samenleving, die noopt tot voorzichtigheid met het oppeppen van autochtone religieuze tradities.
Abonneren op:
Posts (Atom)
