donderdag 13 maart 2014

Slavernijverleden

Het heeft lang geduurd, voordat – pas in deze eeuw dus – in Nederland gepraat kon worden  over ons slavernijverleden. Wellicht dat de discussie over de achtergrond van de negentiende-eeuwse Zwarte Piet, die elk jaar weer in november wordt hervat, de zaak in een stroomversnelling heeft gebracht.

Deze week was ik in Het Scheepvaartmuseum, dat mooie, monumentale handelsgebouw van de VOC aan Het IJ, waar ook de vanuit de trein zichtbare replica van het schip De Amsterdam is afgemeerd en van boven tot onder mag worden bekeken. (Het wrak van dat VOC-schip ligt nog steeds op de rotsen van Hastings.)

De Amsterdam was geen slavenschip. Dat was wel De Leusden, waarvan ook een fragment is te zien. Het Scheepvaartmuseum kan ook niet meer om de slavernijschande heen. Zo is er momenteel een tentoonstelling aan dat onderwerp gewijd, onder de aansprekende naam De Zwarte Bladzijde. Niet zo maar een expositie, maar een dynamische presentatie in het donker, die je een klank- en lichtspel zou kunnen noemen, ware het niet dat de somberte en de schaamte over wat er tot in de negentiende eeuw door onze handelslui en overheden is uitgevreten de boventoon voeren. Ouders wordt aangeraden, kinderen beneden de 8 jaar niet mee naar binnen te nemen.

Aan het slot van de rondgang worden de bezoekers geconfronteerd met een zevental vragen rond slavernij en racisme, waarin uiteraard de link wordt gelegd naar het heden. Het is eigenlijk ‘n soort enquête. Aan het slot van elke vraag wordt het publiek uitgenodigd, op een groen dan wel een rood oplichtend knopje te drukken: ja of nee? Moeten wij ons nog schuldig voelen? Hebben de nazaten van de slaven recht op een vergoeding? Moet Zwart Piet weg, of mag-ie blijven?

In de loop van deze sessie kwam een Nederlands gezelschap de presentatieruimte binnen. Die mensen keken even, smoesden wat met elkaar en liepen door. Wij, met z’n tweeën, bleven het verhaal volgen en drukten zeven keer op een knopje. Telkens werd het tot dusver bereikte resultaat getoond en wat viel hier uit af te leiden? Niets zinnigs! Wij behoorden met onze opvattingen tot de minderheid. Volgens de meerderheid zouden wij ons schuldig moeten voelen en zou Zwarte Piet aan de dijk moeten worden gezet. En ‘natuurlijk’ moeten de nakomelingen van de slaven een geldelijke genoegdoening  krijgen.

Conclusie: Dit is geen echt. ‘wetenschappelijk verantwoord’ onderzoek. Sterker nog, de uitkomst is waardeloos. En ik zeg dit niet omdat wij ons in het ongelijk gesteld voelen of zo. Maar omdat niet bekend is, welke categorieën aan dit spelletje meedoen. Blanke Nederlanders zullen op de vragen anders reageren dan bij voorbeeld Surinamers en Antillianen. Ik verdenk dus die ‘Hollanders’ dat ze doen wat dat gezelschap deed: even kijken en doorlopen.

zondag 9 maart 2014

Vitriool over Radio 1 sinds 1 januari

De zendercoördinator van Radio 1, of wie er dan ook verantwoordelijk is voor Radio 1 nieuwe stijl sinds 1 januari 2014, mag er wat mij betreft gerust van wakker liggen. De fervente beluisteraar van dit station gaat ervan over z’n nek en haakt af.

Met name de leden van de VPRO, gehecht aan bijzondere door-de-weekse rubrieken als Het Gebouw en de onderzoeksjournalistiek, zoals gepleegd door Argos, storten in tot dusver acht brieven op het forum van de vpro gids vitriool uit over de oppervlakkige, lawaaierige aanpak op cruciale momenten als tijdens de lunchuren.

Een citaat: ‘Vanaf zes uur in de ochtend lekkere progamma’s met wat nieuwtjes tussen het geblèr van de presentatoren en muziekjes, vooral veel muziekjes. En presentatoren die presenteren op een niveau alsof ze voor een klas vol met pubers staan.’ Beter zou ik het niet kunnen samenvatten. Een andere briefschrijver weet zo niet  direct een alternatief, maar die kan ik hem wel een aan de hand doen: BNR Nieuwsradio, met onder anderen nota bene de onovertroffen ex-VPRO-dame Harmke Pijpers en haar rubriek ‘Gezond’. Zelfs al ben je niet zo businessgericht, komt er op BNR heel wat genietbaars voorbij.

De ontboezemingen van de luisteraars zijn natuurlijk niet los te zien van de ledenwerfacties waaraan de publieke omroepen zich momenteel met hart en ziel overgeven, zoals Pro VPRO (‘doe d’r wat aan’). Hoewel het wat buiten het bestek van dit stukje valt, kan ik het niet laten nog een briefschrijfster te citeren, pro VPRO sinds 1956. Een  aandoenlijk verhaaltje over de aanschaf van het bakelieten radiootje met ronde, rode zenderschaal – een zogenaamd universeeltje van  Philips, waarmee ook ik in die tijd ben begonnen – bij de aankoop waarvan pa vrij nam. ‘Na afloop dronken we een kop koffie om het geluk te bezegelen en toen sprak vader de legendarische woorden: En nu wordt je gelijk lid van de VPRO.’

donderdag 6 maart 2014

Gemotiveerde niet-stemmers?

Zijn er ook gemotiveerde niet-stemmers? Kiesgerechtigden voor wie het thuisblijven op 19 maart (weet het katholieke deel van het CDA nog wiens feestdag het dan is?) een statement is? Ik heb daar een zwaar hoofd in. Ofwel, ik geloof er niks van.

Wegblijven uit het stemlokaal – in Eindhoven was dat bij voorbeeld vier jaar geleden meer dan 55% – lijkt mij een kwestie van desinteresse, onbekendheid met het plaatselijk bestuur en zijn vertegenwoordigers, politieke vermoeidheid of doodgewone luiheid. Laat staan dat er sprake is van enige affiniteit met wat de plaatselijke politiek doet en laat.

Onlangs was ik bij de opnamen van de lijsttrekkersdebatten door Omroep Best TV in het Heerbeeck college (uitzendingen vanavond en volgende week donderdag). De kleur van de presentatoren en van het publiek was overwegend, nee, niet rood, groen of blauw, maar grijs. Jongere mensen bevonden zich in de supermarkt, in de sportschool, zaten ergens te eten of keken naar Wie is de Mol. Politiek ongemotiveerd.

Wie gemotiveerd niet stemt, gaat toch en maakt zijn of haar stembiljet ongeldig met een drieletterwoord of zoiets. Zou dat ondemocratisch zijn? Integendeel, want dit zou de politiek in d’r zak kunnen steken: jullie moeten veranderen, het anders gaan doen. Minder machtspelletjes, beter luisteren naar de burger. Meer doen van wat je belooft, minder als katten rond de hete brei draaien, zoals nu in Best als het bij voorbeeld over die Culturele Hotspot gaat.

Het Eindhovens Dagblad heeft zijn lezers uitgenodigd, via het internet te laten weten, waarom zij eventueel niet gaan stemmen. Het zal mij benieuwen, hoeveel er van hun motivatie blijk zullen geven. En hoe die motieven er dan uit zullen zien.

Ik wil het in dit verband tot slot nog even over Omroep Best hebben. Zijn ze daar op de goede weg? Mooi hoor, die tv-debatten. Daar is veel werk in gestoken, alles door vrijwilligers, met een grijpstuiver aan gemeentelijke subsidie. Maar hoe zit het met de promotie? Mijn digitale tv meldt vanmorgen: ‘Geen gegevens beschikbaar’. Je belandt uiteindelijk bij de niet navigeerbare tekst-tv, vol standaard-info. Een volstrekt achterhaald medium. Op internet werkt de streaming audio niet en de tv is alleen met ouwe koek aanwezig op YouTube. Ik vind dat het ook dáárover in de raadszaal eens flink moet knetteren.

vrijdag 28 februari 2014

Vliegende bommen

De V1 (Vergeltungswaffe 1) die deze week in Kruisland is opgegraven, was eigenlijk het eerste onbemande vliegtuig. Geen raket, maar ze had wel een ‘vlammende pijp’, meestal aan de zijkant, In 1944-‘45, na de bevrijding van het zuiden, kregen wij ze over ons heen, als ze vanuit Den Haag richting haven van Antwerpen werden gestuurd. We noemden ze vliegende bommen.

Lang niet alle V1’s haalden Antwerpen (aanvoerhaven geallieerden), want ze waren zeker niet perfect. Aan de ene kant waren ze angstwekkend, maar dan vooral omdat ze voortijdig naar beneden konden komen en dat ook deden (zie Kruisland), aan de andere kant wekten ze de lachlust op met hun raar knorrende motoren, die soms stopten (adem inhouden) en dan weer tot algemene opluchting verder ratelden. ‘Er vliegen weer van die verrekes door de lucht,’ zeiden ze in Breda.

Lachwekkend ook omdat de V1 duidelijk werd gezien als een laatste stuiptrekking van Hitler-Duitsland. Als zo’n ding in een weiland was neergekomen en niet een halve meter onder het maaiveld ‘verdween’ zoals in Kruisland, waarboven gedurende 70 jaar regelmatig is geploegd, dan gingen we op onderzoek uit, helemaal niet denkend aan wat voor springstof dan ook. Wat we wel zagen, was het ‘ongeregeld goed’ dat als ballast in die machines was gestopt: tot matrassen met springveren aan toe. Nog eens: lachen.

Nee, dan de V2, de eerste raket die – eveneens vanuit Den Haag – met enig succes op Londen en Parijs werd afgestuurd. Als Hitler daar eerder over had beschikt, had hij de oorlog wel eens kunnen winnen.

zondag 23 februari 2014

Osschot

Osschot. Dit is geen verbastering van de plaatsnaam Oirschot maar dialectische weergave van het Belgisch-Kempische Aarschot, een stadje, niet ver van Mechelen. Wij logeerden daar dit weekeinde in  ‘s Hertogenmolens, een complex watermolens uit de zestiende eeuw op een kunstmatig eiland in de Demer, dat op liefdevolle wijze tot hotel is gerestaureerd. Zorgvuldig, dat wil zeggen met consequent gebruik van hout en zichtbaar gehouden historische bouwmaterialen. In de badkamer kijk je naar een decoratief fragment van ‘n vier eeuwen oude balk. De Demer kolkt er momenteel (bij een overvloed aan hemelwater) woest onderdoor.

De Belgen, of moet ik zeggen de Vlamingen, kunnen dat. Zowel in Mechelen als in Diest zag ik gestutte historische gevels, waarachter nieuwe winkelpanden worden gebouwd. Veel eerder gebeurde dat in Brugge, waar bij voorbeeld C&A kunstig achter een middeleeuwse gevel is ‘weggewerkt’.

aarschot_d'ellef-ure-misBij Aarschot moet ik denken aan het toneelspel van mijn vader dat mij het meest lief  is: De Vuurwolf, een massa-spektakel,dat speelt in de tijd van het hertogdom Brabant, waarin op een gegeven moment wordt geroepen: ‘En nu een kruik Aarschotse voor allen. dat bier
smaakt, ge zoudt er uw tong bij inslikken.’  

Het bier bestaat nog steeds.

Aarschot heeft zo nog het een en ander, waaronder een gerestaureerd begijnhof, zij het dat de beslotenheid daarvan verloren is gegaan. Nieuwbouw in de omgeving is qua vormgeving ‘in stijl’, zonder dat het op namaak lijkt. Asfalt kom je in het stadje nauwelijks tegen, des te meer kasseien. (De spotnaam luidt: Kasseistampers). De reusachtige Duracell-batterijen op een rotonde mogen van mij direct weg. En de majestueuze O.L. Vrouwekerk maakt helaas een gesloten, om niet te zeggen doodse indruk. Zelfs op zondagmorgen zwijgen de klokken. Het ernaast gelegen klassieke café heet d’ Ellef Ure Mis en dat lijkt dan ook slechts historie.

Wat ik me wel afvraag: gingen de mannen daar uitsluitend ná de hoogmis op café of ook tijdens?

O ja, welkom in Aarschot. Ik parkeerde daar op een onbestrate strook modder en kuilen langs de rivier, niet in de gaten hebbend dat het wel eens een ‘blauwe zone’ zou kunnen zijn. Vlamingen zijn er tuk op, ‘die verwaande Hollanders’ te pakken, waarbij NL één pot nat is. Ik ben geen Hollander, men roots liggen zelfs in Vlaanderen, maar ik heb toch maar de geëiste 25 euro overgemaakt. Over zoiets valt niet te discussiëren.

maandag 17 februari 2014

Voor de kiezen (2)

In een eerste politieke column hield ik de luisteraar/kijker voor, wat hij allemaal voor de kiezen had, met uiteraard als belangrijkste de komende raadsverkiezing. Maar er lijkt meer aan te komen. En deze keer noem ik wèl namen.

U weet waarschijnlijk, dat het de landelijke politieke partijen, sorry voor de plastische beeldspraak, dun door de broek loopt. Want ze zijn als gevolg van de barbaarse maatregelen van het zittende kabinet uit de gratie. En ze weten dat in 'de provincie' de plaatselijke partijen en partijtjes daar garen bij zullen spinnen.

Niet alleen de coalitiepartners in Den Haag hebben het benauwd, ook aan de kant van de oppositie is men op zijn hoede. De burger vindt het daar immers één pot nat. Dus is het voor de landelijke politiek ook hoogtij wat betreft de de verkiezingsretoriek. Mooier is het natuurlijk als je – zoals Arie Slob van de Christen Unie met zijn gevecht voor het behoud van kleine basisscholen – daadwerkelijk een politiek succes in de wacht kunt slepen. Slob verwaardigde zich overigens naar Best af te dalen om de nieuwbakken kandidaat van zijn partij in deze gemeente een hart onder de riem te steken.

Maar dan Sybrand Buma van het CDA. Die toverde in een Volkskrantinterview de gekozen burgemeester als een duveltje uit een doosje. Overduidelijk verkiezingspraat. Eigenlijk is de gekozen burgemeester een kroonjuweel van D66, waar het CDA altijd mordicus tegen was. Maar nu de zich nauwelijks meer terecht christelijk noemende volkspartij uit het centrum van de macht is geraakt en daarin mogelijk nooit meer zal terugkeren, is dat ineens 'opportuun'. Als het vriendjes benoemen er niet meer in zit, dan maar op een andere manier. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt.

Buma liet in het midden, wie de burgemeester zou moeten gaan kiezen: de burger of de gemeenteraad. Dit is meer dan een detail, namelijk een krikkel punt. De burgemeester die in een gemeente wordt gedropt, zelfs al gaat dat via een zogenaamde vertrouwenscommissie uit de raad, is natuurlijk in deze tijd, democratisch gezien, geen fraaie figuur. Toch had deze methode uit de negentiende eeuw één voordeel: de aldus benoemde burgemeester stond boven de partijen. Het is daarom dat ik geneigd ben om te zeggen: doe geen half werk met een getrapte verkiezing (door de raad dus), maar laat het aan de burger over. Dat een kandidaat burgemeester zich met pilsjes in de kroeg op het pluche gaat lullen.

(Gesproken column Omroep Best radio 12.03.14 en Best TV, 13.03.14)

Grootstedelijk

Het Eindhovens Dagblad heeft deze week gebombardeerd tot Week van de Binnenstad. Het is niet meer en niet minder dan een journalistiek thema, waarbinnen een serie artikelen met veel grafisch geweld wordt gewijd aan de winkelstad en haar actuele problematiek. Die wordt gekenmerkt door leegstand en (dreigende) verloedering, waaraan uiteraard het veranderde koopgedrag (internet) debet is. Eindhoven staat daar niet alleen in. Maar uit recente cijfers blijkt, dat de leegstand in het centrum als ‘boven gemiddeld’ moet worden beschouwd.

Veel recente onderzoeksgegevens over Eindhoven als winkelstad zijn niet beschikbaar. Zo moet de krant een vier jaar oud rapport citeren, waarin staat dat de stad een weinig grootstedelijke uitstraling heeft. Wie of wat dat – in opdracht van de gemeente – heeft onderzocht, staat er niet bij. Dat is jammer, want ‘de onderzoekers’ zouden aan ‘landelijke opinieleiders’ hebben ontleend dat Eindhoven ‘saai, kil, provinciaal en braaf zou zijn’. Een tamelijk louche bron.

Eindhoven is voor mij niet de mooiste, leukste en gezelligste stad van het zuiden, maar in het beeld dat hier wordt geschetst valt vrijwel niets te herkennen. In de eerste plaats is ‘grootstedelijk’ natuurlijk een subjectieve kwalificatie. Met andere woorden, het is maar hoe je het bekijkt, welke maatstaven je aanlegt en in het bijzonder, met welke Nederlandse grootstad je Eindhoven vergelijkt. Amsterdam zeker? Dat knipperlichtje gaat bij mij branden als ‘landelijke opinieleiders’ worden aangehaald. Wie zijn dat? Elkaar nabouwende grachtengordeldieren die zich, behept met jaloezie, neerbuigend uiten in tot op de draad versleten termen over alles wat beneden de grote rivieren ligt?

Wil je het van me weten? Ik loop tien keer liever over de Kleine Berg in Eindhoven dan door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam.

Het ED enquêteert intussen zijn lezers over hun beleving van de binnenstad. Het zou me verbazen als daar een uitgesproken negatief beeld als dat van die opinieleiders uit te voorschijn zou komen.

woensdag 12 februari 2014

Voor de kiezen

Dat hebben we toch maar weer voor de kiezen. Nee, niet voor de kiezeR, maar voor de tanden, wat zoiets betekent als: er wordt iets van ons verwacht. Een daad, een karwei. We moeten naar de stembus.

De leden van de gemeenteraad zijn de politici die het dichtst bij de burger staan. Ze bepalen bijna letterlijk wat er bij ons in de straat gebeurt. Of niet, want de plaatselijke politiek neigt er steeds meer toe, taken die van oudsher bij de overheid lagen, over te dragen aan het particulier initiatief. Overeenkomstig de landelijke trend van 'hier schuift men af en over.' Privatisering, ofwel zoek het voortaan zelf maar uit. Daar staat geen verlaging van gemeentelijke belastingen en heffingen tegenover, dus men zou ook gewoon kunnen zeggen: betaal het zelf.

Vertel me maar eens, hoe het nu verder moet met de buurthuizen. En met de zomerse kindervoorstellingen in het Joe Mann Theater – een vakantietraditie van bijna 60 jaar – nu dat theater aan een horeca-ondernemer is overgedragen. En krijgt Best Vooruit nu ook een kunstgrasveld, of moet daarmee, net als bij dat voor de Wilhelmina Boys, de basis voor de nieuwe coalitie worden gekocht bij de partij van oudere jongeren? Zeg het dan nu maar vast, voordat we weer zo'n beschamende hete formatie-zomer krijgen, waarbij van alles over de vakantie heen wordt getild. Wie durft er voor te zorgen dat de mist die nu over de toekomst van onze mooie buurtschappen Aarle en De Vleut hangt wordt weggeblazen?

Dit zijn zo wat dingetjes, die kunnen gaan spelen. Dan heb ik het nog niet eens over de opwaardering van het centrum gehad. In Groeiend Best las ik een zogenaamde 'brief uit de raad' van een plaatselijke groepering, waarin alleen maar stond wat er niet zal gaan gebeuren. En, o ja, in het heetst van de strijd drukken wethouders hun snor, laten ze ambtenaren ten overstaan van burgers de kastanjes uit het vuur halen. Wat die, bij gebrek aan bevoegdheden, niet kunnen. Dat zag ik vorig jaar in een vergadering over de voorlopige regeling van het gebruik van de buurthuizen – een warrige, ontluisterende bijeenkomst. En dat zagen we onlangs ook weer in de soap rond het beleid dat moet voortvloeien uit de monumentale status van Batadorp.

Beste medeburgers, kies de beste. Nee, ik noem geen namen. Kies de partij die er oog voor heeft, wat er in Best toe doet. Die ook het onderscheid weet tussen ons aller belang en dat van handige jongens met het motto 'samen voor ons eigen'.

(Gesproken column Omroep Best, radio, 12.02.14 en Omroep Best TV, 06.03.14)

zaterdag 8 februari 2014

t, d en dt

Geen taaldeskundige zijnde, maar wel taalfreak, mede dankzij uitstekend lager onderwijs, zal ik jullie eens ‘n kunstje leren om voor eens en altijd af te komen van die ellende met de t, de d of dt aan het einde van een werkwoord.

Ooit heb ik voor huis-, tuin- en keukengebruik ‘n computerprogrammaatje gemaakt, een vraag- en antwoordspelletje met hetzelfde doel. 

Dat deed ik in Basic, een programmeertaal voor beginners, geënt op het aloude DOS, voluit Disk Operating System, zeg maar de voorganger van Windows. Dat DOS zit tussen haakjes nog steeds in Windows gebakken. Tik in het startmenu (linksonder) maar eens ‘Cmd’. Dan krijg je een zwart schermpje waarin je opdrachten kunt geven als ‘chkdsk’. Daarmee wordt het bestandssysteem op je computer gecontroleerd. Ik heb het net nog even in Windows 7 gedaan en kreeg de geruststellende mededeling: ‘Geen problemen gevonden.’

Dat oude programmaatje ben ik kwijt, maar het taalkunstje kan best in een stukje als dit worden voorgeschoteld.
Wij leerden dus dat we bij de spelling moesten uitgaan van de stam van een werkwoord. Je kijkt naar deze tekst. Het woord is kijken. De stam is kijk. Alleen bij jij (je), hij, zij (ze) en het moet er een t achter de stam. Dus ‘ik kijk’, maar ‘jij, hij, zij kijkt’. Je zult zeggen, da’s toch simpel. Het ‘probleem’ doet zich dan ook niet voor bij woorden waarvan de stam niet op een d eindigt. Je kunt het immers hóren. Daarom staat er ook t, d en dt boven dit stukje. Dus neem ik ‘worden’ als tweede voorbeeld. De stam is word. En als jij, hij, zij of het in het geding zijn dan moet er ook hier een t achter: jij wordt etc. (Zonder dat je het hoort.)

Zit je te schrijven en worstel je met het de vraag t of niet, vervang het woord waarvan de stam op een d eindigt dan in je hoofd tijdelijk door een woord dat niet op een d eindigt en je weet of de t er aan te pas moet komen of niet.

Dit ezelsbruggetje werkt ook als het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij etc.) achter het werkwoord staat: ‘kijk je’, dus ‘word je’ -  ‘kijkt hij’, dus ‘wordt hij’. Helemaal consequent is dit niet, want waarom wel ‘je kijkt’ en niet ‘kijkt je’? Wat ‘n geluk dat vrijwel niemand, behalve sommige Rotterdammers, zoiets zegt als ‘Ik kijkt mij de ogen uit’, wat trouwens nog niet zo erg is als wat ik onlangs een radio-presentator hoorde verklaren: ‘We zagen onze ogen uit.’

woensdag 5 februari 2014

De man die zelf een hype werd

De man die zelf een hype werd. Dat zou je wel kunnen zeggen van de journalist Rob Wijnberg, die op 20 februari in mediastad Hilversum de onderscheiding Journalist van het Jaar 2013 in ontvangst mag nemen. Wijnberg pionierde eerst als hoogst eigenzinnig hoofdredacteur van nrc.next, zo eigenzinnig dat hem na verloop van tijd niets anders te doen stond dan ander werk te zoeken. Dat heeft Wijnberg dus gedaan, door opnieuw te gaan pionieren, nu op het terrein van de internetjournalistiek.

Zijn concept is DeCorrespondent, ‘een dagelijks, advertentievrij medium met als  belangrijkste doelstelling om de wereld van meer context te voorzien.’ Geen puntgaaf Nederlands, maar het staat nu eenmaal in een soort preambule van Wijnberg. Meer dan 26.000 lezers betalen 60 euro per jaar om de bijdragen op dit weblog tot zich te nemen.

Iemand vroeg mij onlangs wat ik van DeCorrespondent vond. Ik kon er niet veel over zeggen, omdat ik daarvoor te beperkt kennis had genomen van de doorwrochte artikelen op dit medium. Wel had ik tot dat moment de indruk dat de medewerkers aldaar voornamelijk opiniërend bezig zijn en daar zit ik, als het over journalistiek gaat, nu niet direct op te wachten. Ik vind toch al dat ook de meeste dagbladen de laatste jaren te veel nadruk leggen op meningen en meninkjes, waardoor de grondslag van hun bestaan, het brengen van nieuws, dreigt onder te sneeuwen. Aan duiding kun je ook ten onder gaan.

Hiermee is toegelicht, waarom ik de kop ‘Nieuw medium voor nieuwe journalistiek’ die boven een twee pagina’s groot interview met Wijnberg in de Wegener kranten staat, minstens voor de helft met een korrel zout neem.

Misschien ben ik te dom, om in staat te zijn, Rob Wijnberg te volgen. Ik mag dan wel van mening zijn dat schrijven – dus ook journalistiek bedrijven – voor meer dan tachtig procent nadenken is, ik heb niet, als Wijnberg filosofie gestudeerd. Mogelijk is dat een handicap. Hij  zegt: ‘Bij de krant leerde ik op één manier naar duizend dingen te kijken. Bij filosofie leer je op duizend manieren naar één ding te kijken. Ik dacht dat moet een krant ook gaan doen.’

Sakkerloot, dan ben ik het meer dan veertig jaar helemaal fout bezig geweest. Ik heb namelijk steeds gewoon naar de dingen gekeken en daarvan verslag gedaan. Beschouwde journalistiek als een nederig vak, bij de uitoefening waarvan je een kameleon-achtige houding moest aannemen om niet de aandacht op jezelf te vestigen. Zo simpel, zo weinig filosofisch is dat. En zo onveranderlijk, wil je, met inachtneming van enkele codes, het vertrouwen van de nieuwsconsument winnen en behouden.

Op hoeveel manieren is de afgelopen 24 uur ‘gekeken’ naar de ‘aardbeving’ die dinsdagavond het noorden, van Ameland tot Drente en van de Dollard tot Friesland ‘trof’? Bij mijn weten op twee manieren en achteraf is dat ruim voldoende gebleken. Was het de zoveelste schok, als gevolg van de gaswinning, die deze keer een compleet landsdeel overeind deed schieten, of…een luchtknal ergens boven waddeneilanden, veroorzaakt door wie of wat dan ook?

Vanmiddag kwam de oplossing. Geen komeet of zoiets, maar een doodgewone F16 die door de geluidsbarrière ging. Mogelijk moet er nog een derde keer worden gekeken maar, hoe het zij, hier is gewoon huis, tuin en keukenonderzoek bedreven volgens gedegen journalistieke waarden die dan ook geen vernieuwing behoeven.

Terug naar de kern van het vak, weg van de hypes.

vrijdag 31 januari 2014

Ei ij

In het radioprogramma Nachtzuster hoorde ik een taalkundige uitleggen, waarom je Zeeuw schrijft en niet Zeew. Idem leeuw – leew. Het was een kwestie van taalontwikkeling doorheen de eeuwen (eewen) legde hij uit. De v komt uit de u voort. En de ij (de lange) uit de Griekse ypsilon. Gooi het maar in m’n pet. Zo ongeveer dacht presentator Astrid de Jong, die nimmer iets voor zoete koek slikt, er duidelijk ook over.

Interessanter vond ik het eveneens besproken onderscheid tussen de (korte) ei en de (lange) ij. De taalkundige deed de schokkende mededeling, dat iemand van Van Dale tijdens een discussie had geroepen dat ze dat ze ‘die eruit zouden gooien’. Wat er precies van kant zou worden gemaakt, de lange of de korte ij/ei bleef in het midden.

Die meneer van de geldmachine  Van Dale kan me nog meer vertellen. Ik heb al jaren het gevoel dat ze daar wel heel snel zijn met het verheffen van allerlei verbasteringen en grove fouten tot gangbaar dus aanvaard Nederlands. In de praktijk komt dat neer op taalverarming.

Dus, een meid blijft gewoon een jonge vrouw en een mijt een piepklein diertje met acht poten, terwijl ook het onderschijt, sorry onderscheid tussen een hooimijt en een meid in een hooiberg in stand dient te blijven.

vrijdag 24 januari 2014

Gekaapt? Niet dus

gekaaptMijn website hhBest.nl is gekaapt.

Dit <- krijg je als je inlogt. Hetzelfde gebeurt, als je probeert in te loggen op de website van de hostprovider Vevida.com.

Er wordt natuurlijk aan gewerkt.

De provider twitterde later: ‘Door een foutieve configuratie werd u naar de verkeerde server gestuurd. Van kaping was hier geen sprake. Excuses voor de overlast.’

Ja, configuratie. Ik verwijt mijn provider niets. Maar wat er gebeurde was wel heel erg vreemd en ik heb dit in mijn langjarige computer- en internetpraktijk nog nooit meegemaakt. Stel, je tikt in het adresvenster van je browser (internetbladeraar als Microsofts Internetexplorer of Google’s Chrome) een willekeurig adres in en je krijgt iets heel anders dan verwacht. Dat kán toch niet, zou je zeggen. Maar het gebeurt.

Dan controleert de hostprovider tijdens een telefoontje de boel en zegt: ‘Bij mij is er niets aan de hand. Het ligt waarschijnlijk aan jouw computer.’ En op Twitter reageert de provider natuurlijk navenant, want ‘iedereen’ kan het daar volgen en da’s niet leuk voor de bekwame en terecht trotse dienstverlener met 35.000 klanten in binnen- en buitenland. Het toverwoord is dan ‘configuratie’.

Toch heeft de provider gelijk, dat bleek toen ik de site opriep op een andere computer.

Ik heb vele jaren geleden eens ‘n aandoening aan een knie gehad. Daarvan zei de orthopeed na verloop van tijd: ‘Er blijft iets onbegrepens over.’ Die opmerking is ook hier volledig van toepassing. Die orthopeed heeft mij afdoende geholpen. Hier is het vanzelf goed gekomen. 

Ik zou zeggen, doet je computer gek, probeer dan eerst eens of een herstart helpt.

PS: Nog later kreeg ik wel degelijk een klacht uit Knegsel. Zo blijven we aan ‘t configureren.

donderdag 23 januari 2014

Is online winkelen wel zo leuk? Niet altijd

De originele winkel op de hoek gaat op de fles, weg gezelligheid. Allemaal vanwege het gemak en het – vooral vermeende – voordeel. We komen nog eens van een kouwe kermis thuis.

avgEn is online winkelen wel zo leuk? Mwah. Om maar eens ‘n aspect te noemen, deugt het naar jouw oordeel niet wat je koopt, dan kun je in de winkel stampij maken en je geld terugeisen. Online gaat dat zo maar niet – je mag blij zijn, als je antwoord krijgt op je gemailde klacht en uiteindelijk, als je de ultieme eis stelt, blijft dat antwoord uit. En de uitgiftebalie dan, vaak gevestigd op een of andere bedrijventerrein? Die jongens en meisjes daar zijn dozenschuivers zonder enige bevoegdheid. ‘Jammer maar helaas,’ meneer.

En dan die agressieve, knipperende reclame op je scherm, vaak vergezeld van ‘waarschuwingen’ dat als je niet doet wat ze zeggen, je morgen je computer of smartphone in de vuilnisbak kunt gooien.

Ik heb een wrange ervaring met nota bene een alom gerespecteerd anti-virusbedrijf. Nee, niet met Norton, dat ik trouwens ook een behoorlijk irritante firma vind, waarvan de vaak voorgeïnstalleerde software speciale gereedschappen (tools) nodig heeft wil het zich laten verwijderen. Sommige pc-fabrikanten hebben er sowieso ‘n handje van, het meegeleverde besturingssysteem (ik heb alleen ervaring met Windows en Android) uit te breiden met allerlei rommel, waarom je niet hebt gevraagd. Vroeger kreeg je het ‘kale’ besturingssysteem er op cd’s bij, voor het geval er iets mis is. Tegenwoordig moet je de computer na aankoop zelf de nodige herstelmedia laten maken, wat betekent dat je bij een calamiteit de fabrieksinstallatie plus rotzooi terugkrijgt. Er zit niets anders op, dan je computer naar eigen wensen en inzichten softwarematig te verbouwen. Tweaken heet dat. (Zoiets heeft natuurlijk niet iedereen in de vingers.) Daarna maak je met een apart aan te schaffen programma een systeembackup,  die er voor zorgt dat je alleen in het uiterste geval, zoals de vervanging van de harde schijf, hoeft terug te vallen op bovengenoemde herstelschijven van de fabrikant. Daarna kun je, als het goed is, daar de meest recente ‘eigen’ backup overheen zetten, waarna alles weer werkt zoals het behoort.

Recentelijk heb ik die truc moeten toepassen, nadat ik door mijn achtenswaardige virusscanner AVG in de maling was genomen. Van AVG gebruikte ik al jaren de gratis versie, maar vanwege de toenemende onveiligheid op het web, stapte ik vorig jaar over op een betaald exemplaar. Circa 40 euro voor één jaar. Nu heeft die betaalde versie enkele leuke extraatjes, zoals een schoonmaakprogramma waarmee je een trager wordende computer bij de kladden kunt pakken.

Alles gaat goed (wat van AVG verwacht kan worden) totdat de softwaremaker mij verleidde, een probeerversie-voor- één-dag van ‘n  ‘interessante’ uitbreiding van dat schoonmaaktooltje te downloaden. Hoogst interessant, inderdaad, maar m.i. niet nog eens 30 euro voor een jaar waard. Dus Nu kopen? Toch maar niet.

Je raadt het al: de klok viel niet terug te draaien. Dus besloot ik tot de update van AVG 2013 naar 2014, met gebruikmaking van mijn gekochte licentiecode. Geen probleem, behalve dat het leuke schoonmaakprogramma van de oude versie in 2014 niet meer blijkt te bestaan, tenzij je betaalt.

Daar heb ik dus op de hierboven geschetste manier korte metten mee gemaakt. Aan een klantenservice ben ik, door schade en schande wijs, maar niet meer begonnen.

dinsdag 21 januari 2014

Le jour de gloire

Was dat nu een jour de gloire voor François Hollande? Ik denk het niet, hij had zo te zien en te horen wel wat anders aan z’n hoofd. Ik ben verrast door de foto van Freek van den Bergh van Hollandse Hoogte die vandaag in de Wegener kranten staat.

Hollande bij de koning en de koningin van Nederland in de ontvangstsalon van Paleis Noordeinde. Wat een stijve bedoening in dat achttiende-eeuwse interieur. Niet dat iets anders viel te verwachten. Wellicht draagt de vloek van die drie strakke, glazen design-bijzettafeltjes daar nog aan bij.

De enige die, als steeds, flink wat gloire uitstraalt is Máxima. Al klinkt het paradoxaal, ze valt uit de toon want Willem Alexander, in het midden, zit  daar gewoon Willem Alexander te wezen. En rechts de Président de la Republique Française met opgetrokken broekspijpen, strak voor zich uitkijkend, de handpalmen gestrekt op de dijen. 

Nee, geen jour de gloire. Een fotomoment. Een bourgeois met zijn ups en downs.

De plaat lijkt geflitst, dat zie je aan de reflectie in de daardoor onherkenbare schilderstukken en aan het volledig platgeslagen louis-quinze-interieur. Nee, die enorme vleugeldeuren zullen nooit open gaan onder de aankondiging: ‘Le Roi!’

Gauw weer naar huis, al is het daar waarschijnlijk ook saai en leeg.

woensdag 15 januari 2014

Over dominees, pastoors en kanunniken

A.L. Snijders schrijft in zijn column in de vpro gids: ‘De levende, delicate verhouding van katholieken en protestanten mag niet verdwijnen, het is de kern van onze volksaard.’

Mooi gezegd, maar bezijden de realiteit, want achterhaald door de ontwikkelingen in christelijk Nederland. Ja, de tijd is voorbij dat kinderen, toen nog geen kids genoemd riepen: ‘Protestante bokken schijten in hun rokken’. En dat zo’n kind, dat loten probeerde te verkopen. de deur voor zijn neus werd dichtgeslagen met de woorden: ‘Is dat katholiek? Nee!’

De opmerking deed me ook denken aan het begin van de oecumene en in het bijzonder de toenadering tussen beide groepen christenen zoals die zich manifesteerde in mijn geboortedorp Ginneken.

We hadden daar de Nederlands Hervormde gemeente, sinds
‘s mensenheugenis gebruik makende van de middeleeuwse, dus ooit roomse Sint-Laurentiuskerk. Predikant was daar dominee Van den Bosch, die in de jaren zestig landelijk bekend werd als dagsluiter ‘dominee Van den Bosch uit Ginneken’ op de zwart-wit-tv. Een vooruitstrevende man, die in zijn jonge jaren goed lag bij de vrouwen (wat niet per se wil zeggen dat hij ook veel bij de vrouwen lag) en die de liturgische kleuren bij de roomsen afkeek. Blijkbaar vond hij het tot dan in zijn kerk maar een kale boel en gelijk had-ie.

Pastoor van de Ginnekense Laurentiusparochie was toen de legendarische Eduard Doens, een robuuste Zeeuws-Vlaamse boerenzoon, die met zijn excentrieke preken het kerkvolk nogal eens in beroering wist te brengen. Die pastoor ging dus eens bij zijn protestantse broeder-in-de-Heer op bezoek en werd door Van den Bosch in de oude, toen pas van oorlogsschade herstelde kerk rondgeleid.

‘En dan te weten,’ aldus de dominee enigszins provocerend, ‘dat ik hier elke zondag op het graf van een kanunnik sta te preken.’

‘Zozo,’ reageerde pastoor Doens, met de voor hem karakteristiek, zuinigjes getuite lippen, ‘en wat vindt de kanunnik daar wel van?’

Ook in Best zijn katholieken en protestanten gaan samenwerken. Zo startten de hervormden in de jaren zestig een oud-papier-ophaaldienst ten bate van de bouw van een pastorie bij hun kerkje aan de Julianaweg: Aktie Bouw Pastorie, kortweg ABP. Toen Hans Bolscher bouwpastoor werd van de Avondmaalkerk, werd het ABP+A, wat natuurlijk een ruimhartige geste van de protestanten was. ABP+A, zo heet de actie nog steeds, maar Bolscher is vertrokken en de Avondmaalkerk bestaat ook al jaren niet meer. Klopt het dat daar nu ‘t Tejaterke in zit? Waar de opbrengst van het papier nu naar toe gaat, blijft in het vage. Ik zag trouwens dat het initiatief tegenwoordig AWBP+A heet, maar waar die W voor staat is mij niet bekend.

Dominee Van den Bosch uit Ginneken wisselde op tv zijn stichtelijke praatje af met dat van bisschop Bekkers, afhankelijk van de zendgemachtigde die aan de beurt was, ncrv of kro. Al zouden ze het willen, over zoiets valt tegenwoordig niet meer te bakkeleien, want de dagsluiting is uit de tijd en de twee omroepen zijn verenigd tot één.

Jammer voor A.L.Snijders, maar de romantiek is er af.

(Gesproken column Omroep Best, 15.01.14)

dinsdag 14 januari 2014

Rechtsgevoel

Goed dat het ED een onderwerp niet te gauw loslaat. De krant heeft nu de rechtbank geïnterpelleerd over de uitleg die moet worden gegeven aan de uitspraak van de bestuursrechter over de maximum snelheid op de A270, die door de provincie daarna ten onrechte op 130 km/u zou worden gehandhaafd. En wat blijkt? De provincie hoeft geen haast te maken met het terugdraaien van de snelheidsverhoging. Ze ‘voldoet aan de regels’.

Ik bespaar mijn lezers de buitengewoon ingewikkelde details. Glashelder is, wat deze informatie doet met het rechtsgevoel van de burger, zoals verwoord door de onafhankelijke jurist die eerder over deze zaak door de krant was geraadpleegd: ‘Gelijk hebben is kennelijk wat anders dan gelijk krijgen,’ zei hij tegen het ED.. En: ‘Kernzaak is dat toen de provincie zich neerlegde bij het vonnis, ze dezelfde middag nog een nieuw verkeersbesluit had kunnen nemen.’

Een omwonende/bezwaarmaker plaatst naar aanleiding van de interpretatie door ‘een woordvoerder’ van de rechtbank vraagtekens bij het functioneren van de rechtspraak in dit land.

Het provinciaal bestuur van Noord-Brabant staat hier ongetwijfeld grijnzend bij te kijken, maar of het daarmee de harten wint van de gemiddelde burger valt te betwijfelen.

zaterdag 11 januari 2014

Provincie op glad ijs

De winter mag dan nog even op zich laten wachten, toch rijdt de Provincie Noord-Brabant een scheve schaats. In november honoreerde de bestuursrechter in Den Bosch de bezwaren van de gemeente Nuenen en omwonenden tegen de verhoging van de maximum snelheid op de A270 (Eindhoven-Helmond) tot 130 km/u. De provincie moest teruggaan naar een vorig besluit over de maximum snelheid: 100 km. En wat doen de dames en heren in het Bossche Broek? Ze lappen die gerechtelijke uitspraak aan hun laars.

Hoewel het gezonde boerenverstand zegt, dat de Brabantse bestuurders hiermee elk rechtsgevoel tarten, heeft het Eindhovens Dagblad ‘een jurist’ in de arm genomen, van wie we overigens niet meer te weten komen dan dat hij P. Dorn heet. Nou, en deze meneer bevestigt dat de provincie zich onverwijld aan de uitspraak van de rechter moet houden en de snelheidsborden langs de Helmondweg moet vervangen.

Tekenend voor deze tijd is, dat in dit soort gevallen altijd ‘een woordvoerder’ van de provincie, waarmee dan een ‘communicatieadviseur’ wordt bedoeld, de heikele taak heeft de hersenkronkels van het bestuur uit de doeken te doen. Mensen als de o zo gedreven wegengedeputeerde Ruud  van Heugten blijven daarbij achter de schermen. Maar zij zijn en blijven wel verantwoordelijk.

Aldus trekkend aan de touwtjes, moet Van Heugten een geweldige brainwave hebben beleefd. Hij liet de ‘woordvoerder’ beweren dat de provincie helemaal niet verantwoordelijk is voor de snelheid op de A270. (Tussenvraag: heeft hij of een woordvoerder dat ook voor de rechter gezegd?). Het besluit tot invoering van 130 km op de autosnelwegen is immers door verkeersminister Schultz van Haegen genomen, zo luidt de toelichting. Nou, zo zit het dus niet. Mevrouw Schultz heeft alles te zeggen over de rijkswegen, maar niets over de provinciale snelwegen.

De provincie Noord-Brabant bevindt zich inderdaad op glad ijs.

vrijdag 10 januari 2014

Plagiaat in soorten en maten

Mede dankzij Sante Brun  weten we al wat zelfplagiaat is, maar over de vraag, wanneer er sprake is van plagiaat ontstaat altijd veel discussie. Neem het geval Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Een betweter verkondigde onlangs dat de ooit zo gevierde schrijver/entertainer Alice in Wonderland had geplagieerd, maar Theodor Holman riep terecht dat je plagiaat niet moet verwarren met epigonisme (min of meer nadoen). Om deze passage af te maken: een andere Twitteraar liet weten 'Erik' beter te vinden dan 'Alice'.

De Amsterdamse professor poneerde in publikaties stellingen, die hij eerder in wetenschappelijke publikaties had geformuleerd, maar gaf dat niet aan en dat mag blijkbaar niet. Ze zoeken het maar uit.

Ik heb wel eens een verhaal van  mijn vader  overgeschreven, maar dat was geen plagiaat. Dat zit zo: Onlangs vond ik een pagina uit De Kermisgids, officieel orgaan van de Bond van Kermisbedrijfhouders BOVAK. Aan de advertenties op de achterkant was te zien dat  het ging om een nummer van dat tijdschrift uit 1950. Nu was mijn vader in die periode ziek en opgenomen. Toch moest er brood op de plank komen, dus haalde mijn moeder de leggers van De Nieuwe Eeuw voor de dag, waarin haar man in de eerste helft van de vorige eeuw meer dan duizend verhalen had geschreven. Ook over de kermis. Daar zat wel iets bij waarmee wij  'De Kermisgids' zouden kunnen gerieven en zoiets leverde dan wel   25 piek op, of zo.

Op verzoek van mijn moeder, nam ik, zestien jaar, plaats aan de schrijftafel van mijn vader om het verhaal De Varkensvanger op zijn Erica kofferschrijfmachine over te typen. Zodoende heb ik althans het handwerk met twee vingers geleerd. Aan het tienvingersysteem ben ik nooit toegekomen, maar dankzij de praktijk op onder meer een telex van de PTT typ ik wel bijna blindelings. Ik geef toe, met plagiaat heeft dit allemaal niks te maken. Wel met exploitatie.

dinsdag 31 december 2013

Oud

Om tien over half negen, vanmorgen, was in onze wijk de eerste klap te horen. Het is begonnen. Veel plezier. Aan terugblikken op het voorbije jaar begin ik niet. Er is teveel gebeurd, waaraan ik niet herinnerd wil worden. Trouwens, hoe ouder je wordt, hoe meer je geneigd bent met je waterige oogjes verder terug te kijken.

Het verhaal van mijn ouders, die tijdens hun eerste oudejaarsavond van de warme wijn met een halve citroen en kruidnagel in slaap vielen en pas ver na middernacht wakker werden. Hadden ze wel een klok en, zo ja, sloeg die ook? Van radio was in elk geval geen sprake. Het was 1911. Nog in de jaren dertig was je rijk als je er een had. En vuurwerkgeknal deed pas in de vijftigers zijn intrede. Rotjes en gillende keukenmeiden als bijverdienste voor de fietsenmaker.

Het enige nieuwsmedium dat je aan de naderende jaarwisseling herinnerde was de krant, die steevast een prent bevatte met het oude jaar voorgesteld als een stokoude man met een lange baard, een zandloper in de hand en een baby als de nieuwkomer. Maar da’s wel héél lang geleden. Hoewel ik vond op het internet nog zo’n ‘filmpje’ met ongeveer hetzelfde. Oubolligheid is onuitroeibaar, zeker als het over de decemberfeesten gaat.

En dan waren er natuurlijk de veel-heil-en-zegen-wensers, van wie nu alleen de krantenbezorgers zijn overgebleven. Toen ik in de jaren vijftig in Leeuwarden woonde, had je daar in de binnenstad in plaats van riolering nog het tonnenstelsel. En wee je gebeente, als je de nieuwjaarswensen van de tonnenophalers niet beantwoordde met een geldelijk gebaar. Die lieten dan de ton met stront ‘per ongeluk’ van de trap vallen. Veel stank en zegen.

Als aankomend voortrekker (verkenner of padvinder van boven de achttien) moest ik een hike (een tocht door het buitengebied) maken en daarbij, van r.-k.signatuur zijnde, ‘een klooster bezoeken’. Ik koos op een oudejaarsdag voor de kapucijnen in Meersel Dreef, vlak over de Belgische grens. Mijn tocht ging dus door het Markdal, dat toen nog niet door de A58 werd doorsneden. In de ijle winterlucht hoorde je de kinderen aan de boerderijen zingen:

Nieuwejoarken ouwe,
de katjes zijn verkouwe,
ze zitten in 'n schutje
en bloazen op 'n flutje.
Ze roepen: pa, ma,
Ik wens u zoalig nieuwejoar.

Het is tien uur en het geknal in onze wijk, barst nu echt los. Zijn alle huisdieren binnen?

zondag 29 december 2013

Onnozele Kinderen

Boris van der Ham, oud-politicus (D66) en voorzitter van het Humanistisch Verbond, heeft naar verluidt in een artikel in de NRC gepleit voor ‘omvorming’ van het kerstfeest tot een midwinterfeest, zoals de oude germanen dat vierden en waarvan nog restanten bestaan als het blazen op een midwinterhoorn. Wat een saaie man, die Van der Ham, wiens gekoketteer met zijn atheïsme uitmondt in een voorstel tot het uitgummen van christelijke tradities – blijkbaar vindt hij dat ook Sinterklaas moet worden afgeschaft. En wat doen we met Pasen en Pinksteren?

Trouwens, is Kerstmis in de praktijk al niet lang de Kerst, een kitscherige smoes om je ongans te vreten? Wil Boris dat gelegaliseerd hebben of zo? Wat ‘n flauwekul.

Vandaag, 28 september is het Onnozele Kinderen, de  dag waarop de katholieken vroeger de moord herdachten op ‘alle’ jongetjes in Betlehem, zulks in opdracht van koning Herodes, die bang was dat hem een concurrent was geboren. Hierover kun je alles lezen op de Wereld Feesten Almanak.kindermoord_brueghel Pieter Bruegel de Oude maakte over dit drama een woest en winters tafereel in het Brabantse land. Zo is het bijbelse verhaal in onze cultuur geïntegreerd.

Onnozel moet hier worden gelezen in de betekenis van onschuldig. De cultuurfilosofie van Boris van der Ham, die is pas onnozel.

zaterdag 28 december 2013

Vernoemd

Ik juich. Op de valreep van 2014 keert het woord vernoemen in zijn juiste betekenis (voor even?) terug in onze taal.

Het ED van heden meldt: Eindhoven eert de onlangs overleden Nelson Mandela met een vernoeming. ‘Een park wordt naar Mandela genoemd.’

De grote Zuidafrikaan wordt dus hier en elders vernoemd. Ik had me, zoals sommigen zich wellicht herinneren, al neergelegd bij het te onpas gebruiken van het woord, in de zin van ‘de straat wordt vernoemd naar Pietje Puk’, waar ‘genoemd naar’ wordt bedoeld.  Iemand of iets wordt vernoemd. Zo en niet anders kon het woord tot voor enkele jaren worden gebruikt.

De taal verandert. Daar moet je je bij neerleggen, ook al houdt dat tevens een verarming in. En denk niet dat semi-analfabeten zich met dat vernoemen vergalopperen; vooraanstaande schrijvers doen  er aan mee. Vandaar dat het wellicht ook aan de aandacht van onze Grote Dicteerder, Kees van Kooten, is ontsnapt.

Ik juich dus zeker te vroeg. Maar toch, ED, hulde!

maandag 23 december 2013

Horkerij

In het bospaviljoen, waar wij regelmatig lunchen met een onovertroffen broodje carpaccio en een elzasser, zat een dame, die haar teckel – ze zijn daar heel gemakkelijk voor honden – met de voorpoten op tafel zette. Kan dat? Nee dat kan niet, Dat valt onder het hoofdstuk horkerij.

Noodgewongen droeg het mens het hondje even later over aan manlief tegenover haar, want ze kreeg een cerise flambée met een hoop slagroom ter grootte van de Ballon d’ Alsace voor haar neus. Opgelost, zal ik maar zeggen.

Een andere vorm van horkerij nam ik waar in een tram in Den Haag, eveneens inclusief oplossing. Het was daar een heel gedrang in het middenpad en een oude man porde per ongeluk zijn buurman, ‘n veertiger schat ik, met z’n elleboog in diens zij.

‘Wel godverdomme, hou toch eens op met dat geduw.’
‘Sorry meneer, per ongeluk, het is hier ook zo druk.’
’Dan kan je nog wel uitkijken.’ Enzovoorts.

Zaten daar ‘n paar meiden (misschien hadden die moeten opstaan, maar dat laat ik even in het midden). Die meiden begonnen de veertiger de mantel uit te vegen: ‘Nou, nou, doe es normaal. Wat kan die meneer daar nou aan doen.’ Gegniffel van reizigers die alles goed hadden kunnen volgen. En wat deed die man, die veertiger? Die kroop bij wijze van spreken met een rooie kop in de grond.

Zo. Er komt kennelijk een generatie aan waarvan iets positiefs valt te verwachten. Nou alleen nog even je plaats afstaan aan een oudere mens.

zaterdag 21 december 2013

AH in Best onwillig vanwege parkeerprobleem

Eindekijk komen we, mede dankzij het ED, iets meer te weten over ‘de onwilligheid’ van Albert Heijn in Best om te vertrekken uit het hart van het winkelcentrum De Boterhoek. Nieuwbouw aan het Raadhuisplein (trouwens niet eens de periferie van het centrum) is voor AH geen optie, omdat ze dan parkeerproblemen verwacht.

Het is waar dat het aanvankelijke plan, in het Bestse centrum een parkeergarage te bouwen, is geschrapt, maar als ik het allemaal goed begrepen heb, voorziet de reconstructie van dat centrum nieuwe stijl wel degelijk in parkeervoorzieningen. Zelfs stuurt men het aan op een ‘parkeerroute’ die de automobilist zou moeten ‘wegsturen’ van een gedeelte van de Hoofdstraat. Blijkbaar acht AH een en ander niet toereikend.

Tja, AH kan die mening wel zijn toegedaan, maar ik zou het voor haar onoverkomelijke parkeerprobleem wel eens nader gespecificeerd willen zien.

De economie trekt aan, dus als de bezwaren van het supermarktconcern redelijk blijken te zijn dan zou het wellicht verstandig zijn een parkeergarage opnieuw te overwegen. Er staan grote belangen op het spel.

Echter, aan de eisen van Albert Heijn dienen wel beperkingen te worden gesteld, zonder dat het haar ontslaat van de morele verplichting, mee te werken aan het aan de eisen tijds aanpassen van het centrum.

Laatst ontmoette ik een kleine ondernemer uit het Groningse Zuidhorn. Uit zijn verhaal viel af te leiden dat de plaatselijke overheid daar wel heel ver is gegaan met haar tegemoetkoming jegens Albert Heijn. In Zuidhorn is wèl een parkeergarage aangelegd. Drie keer raden, waar de uitgang van die garage zich bevindt. Precies, in de AH! ‘En denk maar niet dat het publiek na zijn boodschappen nog even bij ons binnenwipt,’ aldus een zwaar teleurgestelde winkelier.

Dit moeten wij dus niet hebben in Best.

donderdag 19 december 2013

De eerste zin was al fout

De eerste zin van het Groot Dictee  door Kees van Kooten bevatte al ‘n koei van een fout, maar niemand, werkelijk niemand, ook niet bij het nakeuvelen in de media (voor zover ik kan nagaan) is daarover gevallen.

Er staat: Na koffie gedronken te hebben, begon het Groot Dictee.

‘Groot Dictee’ is het onderwerp, dus uit deze zin moet worden afgeleid dat het dictee eerst koffie dronk, alvorens te beginnen.

Het was een geweldig dictee, maar ik ben toch blij dat ik niet heb meegedaan. Ik zou heel wat stippeltjes hebben moeten zetten bij woorden die mij niet bekend zijn. Laat staan hun betekenis.

woensdag 18 december 2013

Transparant bestuur

Laatst hoorde ik iemand zeggen: een columnist die geen weerstand oproept, is geen goede columnist. Ik probeer dus maar weer eens even.

De fraude met grond in de gemeente Nuenen, ten bedrage van een kleine vijf miljoen euro of meer toont weer eens aan dat het schromelijk ontbreekt aan transparantie in het bestuur. Vergis ik me als ik denk dat de gemeenteraad in kwestie van toeten noch blazen weet?

‘n Tijdje geleden vroeg ik de portefeuillehouder in Best om informatie over de achtergronden van de grondpolitiek aldaar. No way, zeggen ze tegenwoordig. Voordat ik een beroep kon doen op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zat de wethouder er al zelf mee te wapperen. In die wet staat namelijk ook iets over uitzonderingen. Met andere woorden, openbaarheid zou in dit geval indruisen tegen het algemeen belang. Hier is dus een gang naar de bestuursrechter nodig.

Er wordt in Best de laatste maanden weer enorm geleuterd over het opkrikken van het centrum, sinds duidelijk is dat de bomen wat dat betreft ook al niet meer tot in de hemel groeien. Ja, sorry hoor: tijdens het bijpraten van inwoners over de nieuwe tactiek werden stokoude prentbriefkaarten van de dorpskom getoond onder het motto, dat we eigenlijk zouden moeten teruggrijpen naar de sfeer van, hou je vast, 1832. En zo bruisen we maar door.

Maar ik had het over ‘transparantie van bestuur’. De zaak zit op dit moment muurvast, doordat de gemeente er niet in slaagt met Albert Heijn tot overeenstemming te komen over verplaatsing van deze super naar het gat in het Raadhuisplein. Dit is nodig, wil men in het winkelcentrum De Boterhoek ruimte krijgen, om enkele leuke nieuwe winkels en horeca te kunnen vestigen. Welke ondernemers daarvoor opteren is mij, bij gebrek aan transparantie niet bekend. En ik vraag me ook af, welk spel AH op dit moment speelt. Eén ding staat voor mij vast: die landelijke winkelketens zijn tot dusver door de overheid zodanig in de watten gelegd, dat zij er mede toe hebben kunnen bijdragen dat het met de kleine ondernemer steeds verder bergafwaarts is gegaan. Kijk in de winkelcentra om je heen en je ziet wat ik bedoel. Dat is echt niet alleen het gevolg van het internet. In memoriam Broos van Erp en zijn verloren strijd tegen de detailhandelspraktijken van de MAKRO.

De solidariteit bij die landelijke winkelketens met de zelfstandige ondernemer is, ook in Best, ver te zoeken. Neem dat ijsbaantje van vorig jaar naast de Koetshuistuin. Denk maar niet dat er één eurocent van die lui aan sponsoring van dat evenement is besteed. Terwijl het, lees ik in een krant, inmiddels vast staat dat geen enkel winkelcentrum het in de nabije toekomst zal redden als er niet enkele, min of meer spectaculaire attracties aan worden toegevoegd. Boven dat verhaal stond zelfs de kop: ‘Winkelcentrum straks compleet Disneypark’. Daar ga je met je gezellige terrasjes.

Zo, ik hoop dat ik hiermee enige transparantie heb betracht. Iemand moet dat toch doen.

(Gesproken column Omroep Best, 18.12.2013.)

maandag 16 december 2013

Bij nacht en ontij

Jos Kessels begint vandaag zijn column in het ED als volgt: ‘Als een halve hobbit fietste ik zonder licht en toekomst door de avondmist, op weg naar midden-aarde, althans dat leken de donkere, kale bomen te willen vertellen.’

Een goede columnist moet weerstand oproepen. Daarop kom ik woensdagavond in mijn maandelijkse column voor de plaatselijke omroep op terug. Maar Kessels – dat wisten we al - voldoet dus aan die norm.

Over het fietsen zonder deugdelijke verlichting heb ik recentelijk een mailwisseling gehad met de wijkagent. Het is  namelijk in de wijk waar ik woon bar en boos. Er kunnen in Best wel van die spandoeken hangen met de aansporing Licht aan, het effect daarvan is ver te zoeken.

Elke morgen maak ik, om fitheidsredenen, recht uit mijn bed een wandeling. Tegen dat ik het donkere buitengebied nader haal ik een knijpkat met drie ledjes uit mijn jaszak, want je moet de kat niet op het spek binden. Of het helpt? Nou, niet altijd. Je moet zorgen vóór half acht bepaalde trajecten te zijn gepasseerd, anders wordt je van de sokken gereden door leerlingen van het Heerbeeck College of die van – in omgekeerde richting - De Kempenhorst in Oirschot. Dat rijdt dus met vieren naast elkaar in groepen van tien al dan niet verlicht door het buitengebied en je hebt daar als voetganger niets te vertellen. Er was vorige week aanleiding tot een krachtige vloek, die ik hier maar niet zal reproduceren. Wat een geluk dat je door het bassen of gekwetter van die pubers tijdig wordt gealarmeerd.

En wat zei de  wijkagent? ‘Tja, wij leggen onze prioriteit bij het controleren bij situaties, waar snelverkeer en langzaam verkeer elkaar kruisen.’ Zoiets. ‘Maar wellicht ga ik zelf ‘n keer kijken,’ voegde  hij er aan toe. Een ietwat schrale troost.

Dus ook Jos Kessels, die tijdelijk weer bij nacht en ontij naar zijn werk in Best fietst, is gewaarschuwd.

zaterdag 14 december 2013

Slappe thee

‘Slappe thee’ noemde de PVV-er Harry van den Berg gisteren in Provinciale Staten de motie van CDA, VVD en SP, die Gedeputeerde Staten aanspoort om met minister Schultz van Haegen te gaan praten, teneinde de voltooiing van de Eindhovense wegenruit alsnog zo gauw mogelijk door te zetten. En stemde er vervolgens voor.

De beeldspraak zou best kunnen kloppen, maar het betoog van Van den Berg was verder doorspekt met zinnebeeldige flauwekul, oftewel koffie met geschifte melk, Zoals ‘eerst banen, dan bomen’ en ‘eerst asfalteren en dan pas tuinieren’. Waarmee ik Van den Berg, in navolging van de verslaggever van het ED, eigenlijk veel te veel aandacht geef. Maar dat is nu eenmaal het succes van de PVV: aandacht trekken.

Belangrijker is natuurlijk de erkenning van gedeputeerde Ruud van Heugten, de zwarte piet van het geheel, dat – ik citeer de krant – ‘nut en noodzaak van de weg beter onderbouwd moeten worden’. Echter dit is niet meer en niet minder dan een gotspe, want waar is de statenmotie tegen gericht? Tegen een motie van de Tweede Kamer, waarin wordt gevraagd om uitstel van de Ruit, in afwachting van…een betere onderbouwing.

De Kamer geeft de voorkeur aan het opkrikken van de A67 en de A58. Wat Brabant van de minister wil is, als ik Van Heugten goed begrijp, het onmogelijke: voltooiing van de Ruit én verbetering van genoemde twee autowegen.

Als ik Schultz was zou ik het wel weten.

vrijdag 13 december 2013

Vooruitgang

De Lijnbaan in Rotterdam bestaat 60 jaar. Nog steeds een populair winkelgebied, zeker bij jongeren, al noemen die het steevast ‘de koopgoot’. De totstandkoming in 1953 was een triomf voor de stad van de harde werkers, waarvan het centrum in mei 1940 totaal was ausradiert. Bijzonder van architectuur, ook nog. Vond men toen. In elk geval lijkt De Lijnbaan aan de malaise van het gemiddelde Nederlandse winkelcentrum te ontsnappen.

Rotterdam wil vooruit. Nog steeds. In een tv-journaal zag ik een meneer van VNO-NCW bozig een wegwerpgebaar maken, toen het erover ging Rotterdam The Hague Airport onderhand ook eens op te stuwen in de vaart der volken. Dat gebaar gold dan ook de suggestie dat de ondernemers voor hun vliegreizen toch de beschikking hebben over Schiphol. ‘Veel te ver weg,’ zei hij. Blijkbaar ligt er nog steeds niet genoeg asfalt tussen Rotterdam en Amsterdam.

Vooralsnog is er een lange weg te gaan, maar reken maar dat Rotterdam zijn zin krijgt. Ook al zei een wethouder voor de vorm dat een wens van VNO ‘natuurlijk niet voldoende’ is, om de noodzaak van de opwaardering van de Rotterdamse luchthaven te onderschrijven. Daarvoor zal er eerst nog heel wat water door de Rotte en de Schie moeten stromen, inclusief Milieu Effect Rapportage.

Reken maar dat De Economie zal winnen. Ik heb de neiging tegen de voorstanders te zeggen, ga eens in Eindhoven praten, maar dat is natuurlijk flauwekul, want daar zullen ze wel met argusogen loeren naar wat de concurrentie in de Randstad allemaal van plan is. Het is ze in Brabant toch al ‘n doorn in het oog dat de grote steden in het spraak- dus beleidsgebruik bij de vier boven de rivieren ophouden.

Tip: bel jobhopper Hans Alders. Die nodigde voor- en tegenstanders van uitbreiding van Eindhoven Airport aan tafel en toonde zich een meester in het zodanig sturen van het overleg dat Airport won. Tegen ‘de economische belangen’ is het vechten als tegen de bierkaai. Er is nu weer een handtekeningen-actie gaande tegen het vliegen na 11 uur ‘s avonds. Veel succes!

woensdag 4 december 2013

Burgemeester vergat zijn glazen huis

Onno Hoes, oud-gedeputeerde in Noord-Brabant en burgemeester van Maastricht, is in de lobby van een hotel gesignaleerd, zoenend met een jongeman. Hoes, die getrouwd is met de tv-maker Albert Verlinde, zegt dat-ie ‘n borreltje teveel op had. Dom dom dom.

De politiek in Maastricht is daar niet blij mee, maar de heer Hoes behoeft er geen politieke consequenties aan te verbinden. ‘Privéaangelegenheid’.

Nou, de politiek toont hier wel een Janusgezicht, oftewel een vorm van dubbelhartigheid. Als iedere burgemeester, minister, bestuurder, dient Hoes zich te realiseren dat hij zich in en glazen huis bevindt en dat er geen moment is in zijn ambtsperiode dat hij geen burgemeester is. De in de loop der jaren versoepelde opvattingen over wat heet ‘moraal en goede zeden’ hebben daar niets aan veranderd.

De burgemeester van Maastricht heeft zich in een positie gemanoeuvreerd, die hem in de toekomst zal bemoeilijken in welke zin dan ook corrigerend op te treden. Want de reactie zal dan altijd zijn: ‘Wie zegt dat? O, den dieje!’

Weer een verandering om te wantrouwen

dienstregelingWe leven in een tijd van veranderingen. Eigenlijk niks nieuws, als je terugkijkt, behalve dan dat de veranderingen elkaar veel sneller opvolgen dan vroeger. Intussen geeft hetgeen in het recente verleden is veranderd reden tot gepast wantrouwen over wat ons nu weer te wachten staat. Zoals het voornemen van de NS, de bekende gele posters op de stations met informatie over vanaf welk spoor op welk (gepland) tijdstip vertrekkende treinen (zo goed als) af te schaffen.

Ik lees dit in het Online Geschiedenis Magazine Historiek in een rubriek met de intrigerende naam Geschiedenisnieuws. Er staat onder meer: ‘Volgens de NS zijn de borden niet meer van deze tijd en worden ze nog maar weinig gebruikt.’ En: ‘De gele borden worden minder gebruikt omdat de NS reisinformatie tegenwoordig via elektrische borden verstrekt. Deze borden geven ook informatie over eventuele vertragingen, omleidingen of uitval van treinen. Ook is reisinformatie tegenwoordig via internet en de mobiele telefoon te verkrijgen.’

Ja ja.

Hoewel ik over internet en een koelkast-mobiel beschik, zijn de posters voor mij tot op heden een welkom baken in het woud van al dan niet auditieve (non-)informatie op de stations. Al is het maar ‘voor alle zekerheid’. Een baken, niet voor mij alleen. Bij het overstappen is het immers vaak een gedrang van jewelste voor die borden. Dat ze ‘nog maar weinig worden gebruikt’ is dus een regelrechte leugen. Verwondert me niet. De NS is wat betrouwbaarheid betreft aan herscholing toe.

Zie ook Computerworld: NS gelooft in digitaal – zijn ze daar gek geworden?

vrijdag 29 november 2013

Flauwekulbericht van de dag

oortjeHet flauwekulbericht van de dag is dat van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), zelfs overgenomen door Vlaamse kranten: ‘Ruim vier op de vijf muziekspelers - zoals mp3-spelers en telefoons - kunnen te luid spelen en daardoor blijvende gehoorschade veroorzaken.’ De NVWA voegt eraan toe dat het vooral om goedkopere apparaten zou gaan. Merken worden niet genoemd. Lastig, want met name goedkope MP3-spelers zijn er overal te kust en te keur.

Maar waarom flauwekul? Omdat al die apparaatjes, hoe klein ook, een potentiometer hebben, waarmee je de geluidssterkte kunt regelen, en  de gebruiksaanwijzing doorgaans duidelijk waarschuwt voor te hard geluid. Maar zoals bekend luistert ‘de ware muziekliefhebber’ (en dat is zoals bekend de liefhebber van hard, harder hardst) niet naar dit soort raad. De disco die z’n muziek op zacht zet, kan de tent maar beter meteen sluiten.

De NVWA begint aan de verkeerde kant, maar toegegeven, het zijn daar geen pedagogen.

donderdag 28 november 2013

Persfiguren

Er is langzamerhand behoefte aan  een lijstje met woordverklaringen onder sommige krantenverslagen.

Wat is bij voorbeeld het verschil tussen een Officier van Justitie en een persofficier? En hoe moeten we een persadvocaat-generaal plaatsen? Wat valt er te persen?

Het lijkt me voor de duidelijkheid nuttig, een stukje uit het verslag van het hoger beroep van het Openbaar Ministerie (OM) in de Vestdijkzaak, in het Eindhovens Dagblad te citeren:

‘De rechtbank had vrijwel alle strafeisen gehalveerd en daar ook nog eens twee maanden van af gehaald omdat ze twijfelde of het OM wel zorgvuldig had gewogen of de beelden op de buis pasten (sic!) maar ook omdat ze een fout had gemaakt in de procedure: alleen de hoofd- of persofficier mag zo’n besluit nemen. Volgens de persadvocaat-generaal klopt dat niet.’

Die niet op de buis passende beelden laat ik maar even zitten, maar van een persofficier – om me maar tot deze figuur te beperken – had ik tot dusver het beeld voor ogen van een aan het rechtbankwezen verbonden jurist, wiens taak het zou zijn, de media te informeren. ‘n Voorlichter dus, een communicatieadviseur, of zoiets. Hier wordt hij min of meer gelijk gesteld aan de hoofdofficier.

Leg het me even uit. En anders, gooi het maar in m’n pet.

woensdag 27 november 2013

Sportverslaggeving en echt nieuws

Jammer dat Jan Blokker er niet meer is. Ik mis ‘m nog dagelijks. Reken maar dat-ie  zich zou hebben bezig gehouden met de inertie van de gemiddelde sportverslaggever, zoals die weer aan de dag trad bij de val van die supporter in de ‘gracht’ van het stadion tijdens Ajax-Barcelona.

Of was het normaal dat Studio Sport dat afschuwelijke incident op het moment zelf even liet liggen en zich bleef concentreren op de wedstrijd? Ik vind van niet. Zelfs niet onder het motief dat ‘er te weinig van te zien was en het nog te onduidelijk was wat er precies aan de hand was’. Nu.nl, dat ook live rapporteerde, zou (ik heb dit van horen zeggen) het beter hebben gedaan. En natuurlijk was er Twitter, waarop in het mediaforum van de NCRV vanmiddag weer eens meesmuilend werd gezegd dat het uiteraard niet professioneel is en dus onbetrouwbaar.

Een non-discussie, temeer omdat het incrowdwereldje geen enkele behoefte toonde, zich - zelfs niet vragenderwijs - nog bezig te houden met de toestand van het zwaar gewonde slachtoffer in het ziekenhuis, bijna een etmaal na het gebeurde.

De Nederlandse journalistiek zou eens wat minder met zichzelf in de weer moeten zijn, in plaats van met het nieuws.

zaterdag 23 november 2013

Bewoners hoeven niet alles te slikken

Omwonenden hoeven niet alles te slikken, wat de regionale overheid allemaal plant en uitdenkt. Dat is de interessante les die te trekken valt uit een beslissing van de bestuursrechter in Den Bosch over het geëxperimenteer met de maximum snelheid op de provinciale snelweg tussen Eindhoven en Helmond (A270).

De weg is een proefvak van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) en de provincie had de belangen van deze club zonder voldoende onderbouwing boven die van de omwonenden gesteld. Zodoende werd de maximum snelheid van 80 km/u verhoogd tot 130, met uitzondering van de nacht (23-7 uur). Dan geldt 100 als maximum.

Buurtbewoners klaagden over verkeerslawaai en stapten dus naar de rechter, die vindt dat de provincie haar huiswerk moet overdoen.

Wie nu denkt dat het pleit definitief gewonnen is, juicht te vroeg, want de overheid kan natuurlijk met een nieuw besluit komen dat de rechter wèl aanvaardbaar acht. Maar verkeersgedeputeerde Ruud van Heugten, die aanhoudend onder vuur ligt vanwege zijn drammerige pogingen de voltooiing van de Eindhovense wegenruit er door te jassen, kan zijn borst nat maken. Zijn tegenstanders zullen zeker moed putten uit deze gerechtelijke uitspraak.

Burgers zijn een belangrijke partij. Mooi dat de provincie is voorgehouden dat alles niet zomaar gaat.

woensdag 20 november 2013

Het begin en het ‘einde’ van het kloosterleven

abdij_montecassinoHet begin en het ‘einde’ van het kloosterleven. Ik heb einde tussen aanhalingstekens gezet, want je weet maar nooit. Misschien komt er vroeg of laat wel weer een heropleving. Je zou er naar gaan verlangen als je een bezoek brengt aan de Benedictijner abdij Montecassino, een reusachtig complex hoog in de bergen tussen Rome en Napels, bewoond door nog slechts elf monniken. Bezig museum te worden vrees ik.

Het klooster moet, veel kleiner van formaat, in de plaats van een Romeinse Apollotempel zijn gesticht door Benedictus-zelve, dus ergens tussen 480 en 547 (je vindt nergens het bouwjaar), wel de tijdstippen van herhaalde verwoestingen, de laatste in 1944, bij een ‘vergissingsbombardement’ van de geallieerden. Dat was, weet ik nog, wereldnieuws, zoals de verwoesting van Dresden. Weer opgebouwd voor rekening van de staat!

PAX staat met enorme kapitalen boven de hoofdingang. Wat zou dat betekenen, vroeg een Nederlandse toeriste aan Levensmaatje, waarop deze: Vrede!

´O, ja? Ik zal het nog even aan de reisleider vragen.’

Met ‘n beetje onderwijs en wat roomse achtergrond, weet je dat het eigenlijk een verkorting is van Pax intrantibus, Vrede voor wie hier binnengaat. Boven de ingang van Café de la Paix in Parijs staat natuurlijk iets anders.

Tijdens de mis geven de monniken hier elkaar een accolade, wat het midden houdt tussen een buiging en een omhelzing. met de woorden pax tecum (vrede zij met je) of vobis (met u). Mooi toch? Zoals ook de Gregoriaans gezongen mis, waarin de Benedictijnen zeer goed zijn en die hier nog elke zondag om 10:30 wordt gecelebreerd. 

Die toeriste van daarnet had er een handje van om af en toe, zonder aanwijsbare of begrijpelijke redenen hysterisch te lachen. Allemaal best, als ze dat maar niet voor het (nog) gesloten hek van de abdij had gedaan, waarboven het verzoek: ‘Stilte aub’. Maar ja, er stond Silencio en je kunt niet alles aan de reisleider vragen.

Montecassino ziet er nog steeds tamelijk ‘nieuw’ uit. En in de kathedrale basiliek is alles goud wat er blinkt, zodat je je afvraagt, of die destijds aan de bommen is ontsnapt. Heel on-Benedictijns trouwens, die pracht en praal daar.

dinsdag 19 november 2013

Stillekes laten liggen

De Nationale Raad voor Liturgie. Nooit van gehoord, terwijl ik qua verbondenheid met het katholieke geloof (wat iets anders is dan praktisering) toch al ‘n aantal jaren meega. Dat laatste houdt per definitie in, dat ik behept ben met een natuurlijke weerzin tegen bemoeizucht met wat ons van kindsbeen af is ingegeven; het zingen van traditionele kerstliederen, die vaak ook nog met een zekere romantiek zijn omgeven.

Zo’n Oostenrijkse schoolmeester als Franz Gruber, die in 1818 het Stille Nacht uitvond en dat toen in zijn ingesneeuwd dorpskerkje uitvoerde. Dat is toch alleen daarom al mooi? Vooruit, kerstmooi. Daar ga je geen ‘liturgische regels’ mee verbinden? Daar blijf je gewoon van af. Ik zou bijna zeggen, net als van Zwarte Piet.

De Herdertjes lagen bij Nachte, ochgottegot en ze hadden hun schaapjes nog geteld ook. ‘Laat ze maar stillekes liggen’ werd er bij ons thuis geroepen, als kinderen dat aan de deur kwamen zingen. Van het slot werd ik ‘n beetje weemoedig, want ‘t ‘liep tegen het nieuwe jaar’ en dat betekende dat het feest alweer bijna voorbij was. En dan die straal uit hoogte, die viel op het kribje ‘beneên’. Dat leek me niet ongevaarlijk.

Het heeft allemaal nooit iets met liturgie te maken gehad, dus valt er niks over te mauwen. En Stille Nacht, dat lied is zo internationaal, dat het alle mensen van goede wil in de wereld verbindt. De Duitsers zongen het ook in de oorlogswinters en ja, dat dééd je toch wel iets. Zo van, het zijn óók maar mensen. Trouwens honderd jaar geleden zwegen aan het IJzerfront de kanonnen voor dit ultieme lied van de vrede.

‘Ouw spullen’ worden nieuw

Tijdens een reis door Indonesië, ook alweer bijna twintig jaar geleden, hoorde ik een vrouw uit Zeeuws Vlaanderen zeggen: ‘Ik hou niet zo van die ouw spullen’. Dezelfde dame had tassen vol snuisterijen, zeg maar spiegeltjes en kraaltjes, bij zich en haar voornaamste genoegen bestond daarin, zich al uitdelend te laten omringen door die jonge Javaantjes in hun rood-witte schooluniformen. Vorige week was ik in Zuid-Italië en ook daar trof ik weer iemand, die de variant uitsprak: ‘Ik houd niet zo van geschiedenis.’

mariet2Ouw spullen. Denk je daaraan bij een bezoek aan de Romeinse stad Pompeï, in het jaar 79 bedolven onder de as van de Vesuvius en inmiddels voor tweederde (44 van de 66 hectare) uitgegraven? Dat hangt ervan af. Tegen het einde van een groepsreis naar onder meer Rome, Napels en omgeving werd mij gevraagd, wat me het meest had aangesproken. Pompeï dus. Dat was voornamelijk te danken aan de gids, de Nederlandse Mariet, die al 35 jaar in Italië woont en die de kunst verstaat ‘ouw spullen’ nieuw te maken. Ik schat haar toch wel op zeventig, maar wellicht kan zij het best worden omschreven als (nog steeds) elegant en geestig.

De organisatie waarmee wij reisden gebruikt wat zij noemt ‘het oorsysteem’, ontvangertjes met oortjes dus, waardoor de uitleg van de gidsen tot op tientallen meters afstand is te volgen. De ramp van het vroeg of laat afhaken - van het ‘geef mijn portie maar aan fikkie’, bleef daardoor uit. En als er dan ook nog sprake is van een gids die de antieke wereld weet te vertalen naar het heden, dan zit je als toerist gebakken.

Mariet – vaste reisleider Marianne beloofde het al – is ‘de beste’. Dat enthousiasme. Ik had eigenlijk enkele uitspraken van haar moeten opschrijven. ‘Rechts een tempel, links een bordeel, ja, van alles wat.’ Halverwege komen de zwerfhonden die daar van de toeristen leven, haar verwachtingsvol tegemoet. Altijd heeft ze stukjes worst bij zich, ‘Het zijn kleine zelfstandigen’, zegt ze en accepteert dankbaar de tip dat die tegenwoordig in Nederland zzp-ers worden genoemd. ‘Kijk, Amsterdammertjes zijn ook al niks nieuws. Hier plaatsten de Romeinen stenen paaltjes om te voorkomen dat ze met karren het forum op zouden rijden.’
pompei_hondDe meeste dieren waren, in tegenstelling tot de 20.000 inwoners van het oude Pompeï, pleite toen de asregen kwam. Een jongen, die het op afstand zag gebeuren, heeft het later allemaal opgeschreven, zodat we de timeline van de ramp hebben. Een collega van de zwerfhonden had de pech dat hij aan de ketting lag en zichzelf al rondtollend  wurgde.

Mariet heeft ons ook nog een stuk van Napels laten zien, waaronder een van de oudste straten met ontelbare kerstgroepen waaraan, naar  Napolitaanse traditie Berlusconi was toegevoegd.

Eerst Napels zien en dan sterven? Welnee, de uitdrukking die soms aan Goethe wordt toegeschreven, is in Italië onbekend en dan ook afkomstig van de zeevarende volken, die wisten dat je na het passeren van de Golf van Napels met de moorse zeepiraten te maken kon krijgen. Het misverstand ontstond door de betekenis van het Italiaanse woord voor sterven: morire.

maandag 11 november 2013

Van een andere wereld

Van een andere wereld, ofwel niet bij de tijd. Dat zou je van de Belgische Minister van Staat, Herman de Croo (76) kunnen zeggen.

Als, voor zover bekend, de enige in het land steunt De Croo de bedelarij van ex-, maar qua titel nog steeds koning Albert II om een hogere uitkering van de staat, al is het maar om zijn woonst Belvedère te kunnen verwarmen en met zijn koninklijk jacht te kunnen varen.

De inkomens van Albert en zijn opvolger Filip zijn ten opzichte van elkaar omgedraaid en dat schijnt bij hen die beter gewend is hard aan te komen. De Croo daarover, volgens de Vlaamse krant De Morgen:  ’Het was een heel goede koning, hij heeft twintig jaar voor het land gewerkt, was overal aanwezig, en nu - bom - zouden we hem als een vuilniszak op de stoep zetten?’

Alsof er in België verder niemand hard werkt en deze ‘ellende’ – zeker in deze tijd – alleen de koning-papa zou overkomen. Dat de ex-minister, met een respectabele politieke carrière op zijn conto, dat wel, niet helemaal meer bij de tijd is, blijkt uit zijn verwijzing naar de twee miljard aan Belgische franken die de staat per week aan de spoorwegen kwijt zou zijn. Hoeveel dat in euro’s is, weet waarschijnlijk alleen De Croo.

zaterdag 9 november 2013

Naar de periferie

De situatie bij de Wegener dagbladen ‘n beetje overziende, denk ik dat de redactie van het Eindhovens Dagblad in d’r handen mag knijpen met de verhuizing – volgend jaar – naar het voormalige Glasgebouw van Philips op Strijp S. Het had erger gekund.

Definitief weg uit het stadscentrum, waar de krant meer dan een eeuw ‘n prominente plek had. Nog maar enkele jaren geleden, verliet de krant het destijds door het uitgeversbedrijf van Teulings in de jaren zestig opgerichte ‘krantenpaleis’, vanwaaruit de drukfabriek al eerder naar een Bests bedrijventerrein was verplaatst. Maar het ED bleef tot nu toe, aan de voet van de Catharinakerk duidelijk in het centrum aanwezig.

Het stemt droevig, ook al weet men dat er geen keus is. Of er zouden opnieuw ontslagen moeten vallen. En er zijn al zoveel gekwalificeerde mensen ‘afgevloeid’.

Toch is het begrip ´periferie´ in dit geval betrekkelijk, als je ziet hoe de zusterkrant Brabants Dagblad in Den Bosch sinds kort is gehuisvest: in de voormalige fabriek van De Gruyter aan de Veemarktkade, achter de Brabant Hallen. Niks kwaads van dit bedrijfsverzamelgebouw, maar het is niet meer dan het woord zegt. Het BD is er een van de velen en van buitenaf nauwelijks herkenbaar.

Laatst moest ik er zijn en had ik gegronde redenen, met het openbaar vervoer te gaan. De aanwijzingen van 9292.nl waren zodanig dat er niets anders op zat dan vanaf het Bossche station NS dik twintig minuten te lopen.

De redactie van het Brabants Dagblad heeft nu een geweldig uitzicht over water en groen, dat wel.

donderdag 7 november 2013

Witte-boorden-criminelen?

Het ongenoegen over het opereren van de Rabobank is wat ons betreft niet van vandaag of gisteren. Daarvoor hadden we geen informatie nodig over het gesjoemel met rentepercentages, zoals dat eind vorige maand aan het licht kwam. Gelukkig zijn de klanten mondiger geworden en is er geen enkele reden hen er van te weerhouden, hun gal te spuwen over wat zij snerend ‘hun bank’ noemen en over het bankwezen in het algemeen. Graag zelfs, want we weten allen dat het, ondanks de lessen die uit het recente verleden kunnen worden getrokken, nog steeds niet goed zit in die branche.

Dat nu vooral de Rabobank de gebeten hond is, ligt in de lijn der dingen. En dat de media in alle informatie die het miskleunen van die bank onderstrepen nieuws zien past in deze tijd van elkaar op de hielen zittende hypes. Maar om nu maar alles, zonder controle of wederwoord af te drukken, wat de boze burger te berde wenst te brengen, gaat mij een tikkeltje te ver.

Zo staat er vandaag een (te) groot verhaal van een Rabocliënt in het Eindhovens Dagblad, dat ik geneigd ben, een schandvlek op de opiniepagina te noemen. Dat stuk bevat, om te beginnen, zo weinig nieuwe informatie dat het hooguit samengevat in de brievenrubriek geplaatst had kunnen worden. Maar, wat erger is, de schrijver denkt het zich te kunnen permitteren, de Rabotop zonder meer weg te zetten als witteboordencriminelen, al probeert hij dat te legitimeren met tussen haakjes de toevoeging ‘sorry bestuurders’.

De hoofdredactie is verantwoordelijk voor de inhoud van de krant. Welnu, dit stuk had zij niet zomaar mogen laten passeren. De bankiers zullen inmiddels wel een olifantshuid hebben ontwikkeld voor het vitriool dat dagelijks over hen wordt uitgestort, maar als zij de schrijver, respectievelijk de krant hierop zouden aanspreken, zouden zij volkomen in hun recht staan.

Zo makkelijk is het maken van een krant nu ook weer niet.

woensdag 6 november 2013

Volwassen groen en gebakken straatstenen

De typering is niet van mij, maar van oud-wethouder Jan van Beerendonk: ‘We staan weer met beide benen op de grond.’ Het slaat op de plannen met het centrum van Best. Niet langer is sprake van een Centrumplan, het gaat nu over ‘herinrichting van het centrum’ en dat is heel wat anders. Dat komt dichter bij de tijdsomstandigheden en bij de financiële mogelijkheden, niet in de laatste plaats die van het particulier initiatief. Want je kunt wel van alles willen, zoals alweer zes  jaar geleden, een dorpsplein naast de Odulphuskerk en meer ‘grootse visies’ van een gerenommeerd Antwerps architectenbureau, maar waar niets is, verliest de keizer zijn recht. Dat architectenbureau deed trouwens destijds de  ‘meubilering’ van het toen fonkelnieuwe spoortunneldek af met de kwalificatie truttig.

De stationsomgeving, altijd beschouwd als een deel van het centrum is nu even ‘vergeten’, zoals ook de steenmassa van een voormalige kousenfabriek, waarin sinds jaar en dag Tapijtcentrum Nederland is gevestigd.

De reconstructieplannen beperken zich tot een ‘kerngebied’ omsloten door de Hoofdstraat met Koetshuistuin, Nazarethstraat, Raadhuisstraat, d’Ekker en een stukje Nieuwstraat. Hier en daar valt nog wel een witte vlek waar te nemen, zoals achter het gemeentehuis. En over de moeizame onderhandelingen met Albert Heijn, die een stuk van het winkelcentrum Boterhoek zou moeten ontruimen teneinde een opwaardering aldaar mogelijk te maken, wordt in het openbaar angstvallig gezwegen.

Ik was op 5 november in Prinsenhof, waar Harold van de Ven van best architecten ten overstaan van een bomvolle zaal tekst en uitleg gaf bij de schetsen die hij en zijn compagnon hadden gemaakt voor een ‘gezelliger’ en meer leefbaar centrum. Het woord ‘bruisend’ kom je alleen nog maar tegen in Groeiend Best en in het vocabulaire van het gemeentebestuur. Sleutelbegrippen van de herinrichting zijn: volwassen groen, activiteiten-stroken en gebakken straatstenen. Die laatsten zullen eerst in een proefvak worden gelegd, teneinde rampen als het Eindhovense Catharinaplein te voorkomen.

‘Gezelligheid die de mensen vasthoudt,’ daar zal het centrum het van moeten hebben. Versmalling van een deel van de Hoofdstraat zal de nodige ruimte opleveren, voor de voetganger, door ondernemers te ontwikkelen activiteiten en terrasjes. Het dorpsplein, de Hoofdstraat en de Koetshuistuin zullen vrijwel naadloos in elkaar overgaan.Dit stuk Hoofdstraat zal niet voor autoverkeer worden gesloten, maar het verkeer zal er door aanpassing van de rijbaan-profielen omheen worden  geleid, met als wenkend perspectief de drastisch uit te breiden parkeervoorzieningen in blauwe zones.

In hoeverre de automobilist op deze ‘zachte aandrang’ zal ingaan, blijft afwachten. De praktijk, bij voorbeeld in het centrum van Oirschot, wijst uit dat waar gereden kán worden, wordt gereden.

De Hoofdstraat gaat in juli 2014, direct na afloop van de kermis op de schop. Wie gaat de horeca doen, die op het nieuwe Dorpsplein (bij het gemeentehuis) is voorzien? Goeie vraag. Harold van de Ven: ‘We hebben een vermoeden dat we weten wie dat gaat doen.’

dinsdag 5 november 2013

Dat maken we niet meer mee

Het moet ergens in de jaren zeventig zijn geweest, dat ik met mijn schoonmoeder, inmiddels zaliger, over het stuk noordelijke randweg bij Ekkerswijer reed en afdaalde naar de toenmalige N2 richting Best. Knooppunt Batadorp was toen volop in aanleg. ‘O, dat maak ik niet meer mee’, zei de schat. Dat overkomt menige oudere mens regelmatig, zo’n gedachte. Mij ook.

Einde Israëlisch-Palestijns conflict, laat staan andere vormen van vrede in het Midden Oosten? Maken we niet meer mee. Einde gehakketak over de bestuurlijke organisatie in de regio Zuid-Oost Brabant? Maken we niet meer mee. Hoe lang duurt dat laatste al, met onderbrekingen? Meer dan een halve eeuw, meneer. Ik kan het weten, want toen ik in 1961 terugkeerde in Brabant, was dat al aan de gang. Laatste bericht hierover: provinciaal bestuurder Pauli ‘aanmatigend’ als het gaat over de verdeling van de macht tussen de provincie Noord-Brabant en Eindhoven/Helmond.  Wederzijdse beschuldigingen van het  aantrekken van te grote broeken. Zo gaan die dingen.

Intussen denkt de VVD in Eindhoven het Ei van Columbus te hebben gevonden: de stad moet groter, wil ze meetellen in het land. Alsof het iets uit zou maken, als Brainport de vierde stad des lands zou worden. Deze week nog werd in een bericht van het NOS Journaal de scheidslijn weer nadrukkelijk bij de grote rivieren gelegd. Bij het beleid maken draait het om Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Aan Eindhoven wordt niet eens gedacht, ongeacht zijn omvang. Dat dit verandert, maken wij niet meer mee, zeker niet nu in het CDA een  tendens waarneembaar is van concentratie richting Randstad. Daar is in het zuiden genoeg woede over, dat wel.

En de VVD? Want daar hadden we het over. Die is tot op het bot verdeeld. Want denk maar niet dat de neo-liberalen in de randgemeenten het verlossen van het annexatiespook door de Eindhovense partijgenoten in dank hebben afgenomen. Trouwens, als argument voor schaalvergroting voeren zij aan, hou je vast, ‘meer efficiency’. Je moet maar durven als bestuurders van een stad, waar op tal van punten hoognodig orde op zaken moet worden gesteld. De janboel rond de onroerend-goed-portefeuille, om maar iets te noemen. En maar meesmuilend doen over Leeuwarden als ‘ontwikkelingsgebied’, nu dat de Culturele  Hoofdstad voor Brabantse neus heeft weggekaapt. Intussen staat vast dat ze daar beter een stadsplein kunnen aanleggen dan in Eindhoven.

Zelfs een behoorlijk functionerend Eindhovens gemeentebestuur, dat maken we niet meer mee.

maandag 4 november 2013

Digitalisering, vooruit met de geit

ed_digitaalRond elf uur zondagavond werd het beeld op het hd-tvscherm van de publieke omroepen (1, 2 en 3) horizontaal in tweeën gedeeld, alsof een filmstrook halverwege de lens bleef steken. Op hetzelfde moment vielen ook de Hilversumse radiozenders uit. Oorzaak: het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de stroomvoorziening in het Mediapark testte de noodstroomvoorziening en daarbij ´ging iets mis´, zo vernamen we vanmorgen via de radio-nieuwszenders.

Digitalisering, vooruit met de geit! Analoge tv-ontvangers zouden trouwens geheel op zwart zijn gegaan, zodat de p.o. van een nieuwe ontevredenheidsactie kon worden verdacht.  Een unieke gebeurtenis, in zoverre dat je in het volledig analoge tijdperk tenminste nog het woord Storing en/of het verzoek ‘Even geduld aub’ te zien kreeg.

Vanmorgen werd het Eindhovens Dagblad bij ons voor het eerst sinds ‘s mensenheugenis kan ik wel zeggen, niet bezorgd. Alsof de duvel er mee speelt, want juist vorige week hebben de Wegener kranten het feit dat nabezorging niet meer aan de orde is gecompenseerd met een gratis elektronische versie van de krant voor ‘alle abonnees’. Niet afdoende volgens een briefschrijver, die tot de tot dusver 70 procent behoort, aan wie de computer voorbij is gegaan. Als de wens van de hoofdredacteur/manager in vervulling gaat, zal toch nog de helft van het aantal abonnees overblijven, voor wie het doekje het bloeden niet stelpt. Cynisch geïnterperteerd: die mensen bloeden vanzelf dood.

In dit huis zijn vier apparaten, waarmee de krant elektronisch kan worden geconsumeerd. Laat ik nu toch maar op de positieve toer gaan: hoewel ik het met de smartphone nog niet heb getest, het werkt perfect. Het is zelfs mogelijk, dagelijks de verse krant bij het starten van je browser automatisch te laden. (Eenmaal aangemeld, blijf je aangemeld, dus verder geen wachtwoorden-gedoe.) Het navigeren verloopt, zonder (te)veel toeters en bellen, gladjes. Artikelen en berichten zijn in twee goed leesbare vormen op te roepen: als pure tekst of als vergroot origineel. Wijlen mijn moeder zou zelfs haar vergrootglas niet nodig hebben gehad; dat is als het ware ingebouwd.

Blijft alleen nog dit over: de digitalisering van de krant verschaft de uitgever niet de legitimatie om de papieren versie niet te bezorgen. Nog niet.

vrijdag 1 november 2013

De Kempen in en buiten Noord-Brabant

‘Campina is latijn en verwijst naar Kempen’, weet het ED vandaag. Sterker nog: Campina is de oorspronkelijke naam van de streek die De Kempen heet. De Romeinse heerscharen hebben ons meer nagelaten dan je zou denken. Campina betekent ‘te velde’.

Hoe die Romeinse officieren destijds naar huis schreven, weet ik zo niet, maar ze moeten ‘Campina’ boven hun brieven hebben gezet. We hebben hier, ‘n stukje noordelijker dan de huidige Kempen ook een Kampinase Heide. En het zou me niet verwonderen als ook de Duitse stad Kempen haar naam aan de Romeinen dankt. Ik kan zo nog wel ‘n tijdje doorleuteren, want via camp, camping, en camper is het ‘latijnse’ begrip zelfs tot over de oceaan geraakt,

Dat onze zuidgrens altijd kunstmatig is geweest, blijkt uit het feit dat De Kempen bestaan uit een Nederlands en een Belgisch deel. Tussen deze streken is door de eeuwen heen, ondanks oorlogen en politiek geharrewar, heel wat interactie geweest. Families die vanuit het huidige België naar Noord-Brabant verhuisden en omgekeerd.  Moet ik nog uitleggen dat de grens tussen Holland en Vlaanderen eigenlijk bij de grote rivieren ligt?

Als schoolkind vond ik het gek dat een provincie die in het zuiden van het land lag Noord-Brabant werd genoemd. Later leerde ik over het Hertogdom Brabant, dat zich in de vijftiende eeuw uitstrekte van Brussel tot Den Bosch, dat een enorme economische en culturele potentie had (sinds 1430 in Leuven de eerste universiteit in de lage landen) terwijl Amsterdam nog nauwelijks meer was dan een vissersdorp.

Van dat oude machtige Brabant zijn in naam twee stukken overgebleven, de Belgische provincie Brabant en ons Noord-Brabant.  De provincie Brabant ligt in het hart van België. Ze bestaat uit een Vlaams en een Waals deel, met als een enclave het Brussels gewest. Tussen dat Brabant en Noord-Brabant liggen onder meer de provincies Antwerpen en  (Belgisch) Limburg.

D66 in Provinciale Staten van Noord-Brabant haalde vanmorgen (de opening van) het Radio 1 Journaal met een pleidooi voor het schrappen van de toevoeging ‘Noord’. Brabant sec zou beter beantwoorden aan wat D66 ‘de Brabantse identiteit’ noemt. Klets. Zou die politieke club niks beter te doen hebben, dan het ondergraven van het historisch besef in deze provincie? Zeg gerust ‘Brabant’, maar laat de provincienaam met rust.