vrijdag 15 juli 2011

De plek van Wimme

Vandaag komt de Tour op de Aubisque langs de ‘plek van Wimme’. Een gedenkplaat herinnert daar aan de val van Wim van Est in het ravijn, waaruit hij met behulp van fietsbanden werd opgehesen. ‘Zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac liep door.’ Dat gebeurde in 1951. De gedenkplaat kwam er in 2003, vlak voor het overlijden van IJzeren Willem. Er bestaat een foto van de man in tranen bij de onthulling.
De Sint-Willebrorder, die in zijn woonplaats (geboren werd hij in Fijnaart, in 1923) ook een standbeeld heeft, roept bij mij nogal wat jeugdsentiment op. Het was het in 1952, toen Wimme de klassieker van 600 km in één dag Bordeaux-Parijs won, dat ik in zijn chevy mocht meerijden achter de reclamekaravaan.
Die gunst kwam rechtstreeks uit het edele hart van de wielrenner. Ik had deelgenomen aan een werkkamp ten behoeve van de jeugd uit de krottenwijken van Bordeaux, dat was opgezet door de Nederlandse Franciscaan Lucas de Bruijn. De heenreis hadden we hotsebotsend in het VW-busje (zonder stoelen!) van de pater gemaakt; terug werden we geacht te liften.
Daags voor de start van de monsterrit, trof ik Wim aan de maaltijd in zijn Bordelees hotel. Het was zó voor mekaar. ‘Arme kinderen? Ge kunt met mijne maat meerijden naar Parijs.’
beguinHet werd een gedenkwaardige tocht, achter een reclamebus van Huiles Renault, waarop onophoudelijk een olieblikje ronddraaide. We zagen natuurlijk helemaal niks van de wedstrijd.

Mon parain Léon Beguin midden op het Brouckèreplein in Brussel. Moet je nu eens proberen.
Aangekomen in de Parijse agglomeratie, stuitten we op de assistent van Jacques Goddet (ook deze wedstrijd wordt georganiseerd door l’Equipe), ene Jean Garnault, een man met een van de stress rood aangelopen zultkop en kort geknipt haar, die ons verbood de door ons gewenste route te volgen.
‘Mais la police a dit….’
‘La police? La police? Moi c’est la police’
Hoe het ons gelukt is, mag Joost weten, maar ‘n paar uur later stond ik echt midden in de arena van  het Parc des Princes om daar de winnaar, vermoedelijk dus Wimme, over de eindstreep te zien schieten.
Ik kreeg een slaapplaats in het Institut Neerlandais en de volgende dag bereikte ik al liftend Brussel, waar ik door de weduwnaar van mijn peettante, Léon Beguin, die ik op aanraden van mijn moeder parain (peter) noemde, in zijn appartement aan de Bd Adolphe Maxe hartelijk werd verwelkomd.

woensdag 13 juli 2011

Vakantie-ethiek?

Bijna weer wat gemist. Lloret de Mar heeft het Griekse Chersonissos verdrongen van de top 5 van vakantiebestemmingen voor jongeren. Om zoiets aan de weet te komen  moet je de Metro of Sp!ts lezen, of een betaalde krant die ‘s anderendaags de wegwerplectuur citeert. Want dat gebeurt ook.

Op zich zou ik het niet hoeven weten, ware het niet dat aan  de verminderde populariteit van Chersonissos een  zekere mate van laat ik zeggen ethisch redeneren ten grondslag ligt. De jeugd van tegenwoordig en ethiek? Geloof me,er is echt meer onder de zon dan de EO Jongerendagen.

De verminderde animo voor het Griekse vakantieoord zou te maken hebben met een televisieserie Oh Oh Cherso, een aaneenrijging van drukte, nee chaos en vechtpartijen. Jongeren ‘willen wel een feestvakantie, maar dan goed georganiseerd en zonder problemen,’ zegt een reisorganisator. En reaguurder  McMandy op de website van Sp!ts: ‘Ik vind het echt wel leuk om met andere jongeren rond te hangen, maar dat massale kan ik echt niet tegen. Ik word dan echt gek, nergens ruimte. Ga je stappen ben je een uur bezig om wat te  zuipen te krijgen.’

Dan maar Lloret de Mar aan de Costa Brava? Daar schiet ik dan wel weer van in een lach, omdat de wilde verhalen daarover, inclusief compleet gesloopte hotelkamers, nauwelijks onderdoen voor die van Cherso.

Toevallig zijn wij ‘n keer, op doorreis in het voorseizoen, op een geraffineerde manier bestolen op een camping in Lloret. Voor de oplossing van de problemen waren we volledig aangewezen op het thuisfront; de politie ter plaatse kent haar talen niet en de campingbaas werkte eerder tegen dan mee, waardoor ik nog steeds geloof dat-ie in ‘t complot zat.

zondag 10 juli 2011

Burgemeesters

In een opiniestuk in het ED steekt Frans Adriaanse, voorzitter van de Stichting Behoud Erfgoed Oirschot, de loftrompet over E.A.M.A. Steger (zich nóóit  tegenover het gemene volk Ed noemend), burgemeester van 1938 tot maar liefst 1967.

De verdienste van Steger zou zijn, dat hij het monumentale dorp tegen aantasting van wat dan ook heeft weten te behoeden. Zit zeker veel waarheid in, al vraag ik me nu af, onder wiens bewind indertijd die rare donjon van een of andere meubelfirma aan de Koestraat is verrezen.

Tegenwoordig spreekt men niet gauw meer over een burgemeestersbewind, aangezien de dominante positie van deze functionaris intussen tot laat ik zeggen wat democratischer proporties is teruggebracht. Maar tot in de jaren zestig van de vorige eeuw had een burgemeester, zeker van een dorpsgemeente, veel meer invloed op de ontwikkelingen,  kon hij er zijn stempel op drukken. Een burgemeester als J. van Woensel, bij voorbeeld, opgeklommen tot het ambt vanaf volontairtje (zoals dat toen nog heette) op een gemeentesecretarie. Hij industrialiseerde de gemeente Hoogeloon in de Kempen, door met een koffertje vol documentatie de bedrijventerreinen van Eindhoven af te speuren op ondernemingen die duidelijk wat krap in hun jasje zaten.

Iemand die ook erop uit was, zijn agrarische gemeente op te stuwen in de vaart der volkeren, was P. Ballings, een ex-rijksambtenaar, geparachuteerd in Bladel. Hij begon ermee, licht, lucht en ruimte te scheppen, door alle majestueuze bomen op de Bladelse Markt te rooien. ‘Moet je ook doen,’ zei hij tegen collega J. Stevens van het nabije Eersel, een dorp dat qua monumentaliteit met Oirschot kan wedijveren. ‘Nee’, zij Stevens, ‘ik plant zelfs lindebomen bij, voor als de oude sterven.’

Over ‘macht’ gesproken, mr. G.F.J. Notermans (voor intimi Guido) verbood een heropvoering van een operette De Rozen van Sjanghai, vanwege de daarin vervatte kritiek op de gemeente Best. Schreef de legendarische streekjournalist Piet de Bont: ‘Geen rozen zonder doornen.’ Notermans kwaad.

Maar Steger in Oirschot was iemand die in 1963 de viering van zijn zilveren ambtsjubileum zelf tot in de puntjes regelde. Verder verstond hij de kunst, regelmatig de landelijke pers te halen, door laten we zeggen, enigszins afwijkend gedrag. Zo zette hij de dorpsbakker eens aan het opruimen van een illegale vuilnisbelt in het buitengebied, omdat hij tussen de rommel pakpapier van die bakker had zien liggen. Daar zijn toen Kamervragen over gesteld: ‘Middeleeuwse hand- en spandiensten in Oirschot?’ Ernstiger was Stegers verzuim, onderscheidingen die aan Oud-Indiëstrijders waren toegekend, uit te reiken. Hij liet ze in zijn bureaula liggen totdat het dagblad Oost Brabant daar achter kwam en het een lintjesaffaire werd.

Geen wonder dat de herinnering aan  de hoogleraarszoon, die het redactielokaal van het gerenommeerde katholieke dagblad De Tijd binnenstapte om de redacteuren met de inhoud van de krant te complimenteren (‘Goh, dank u wel.’) omringd is met anekdotes. Zo schijnt Steger in het Essogebouw aan het Malieveld in Den Haag te zijn gaan pleiten voor het vervangen van het rood-wit-blauw van de benzinepomp in Oirschot door groen! Hij kreeg daar ten antwoord: ‘Meneer Steger, onze benzinestations over de hele wereld tot in Tanzania zijn rood-wit-blauw en dat zal zo blijven. Dus ook in Oirschot.’

(Gesproken column voor omroep Best, 13.07.11, 18:10 uur.)

woensdag 6 juli 2011

Boeven van weleer

Er is ‘n hoop te doen over Jan Pieterszoon Coen, van wie een trots standbeeld het plein De Rode Steen in zijn geboorteplaats Hoorn domineert: in de gouden eeuw gouverneur-generaal van Nederlands Oost-Indië, maar ook zeer bedreven in het bloedig uitschakelen van wie toen inlanders werden genoemd. De weerzin tegen deze tot dusver verdoezelde karaktertrek drijft het Hoornse stadsbestuur er toe, bij wijze van compromis, de tekst op de sokkel van dat standbeeld enigszins te kuisen. Niks trots op de VOC, laat staan dat dat een instantie is die ons heden ten dage zou moeten inspireren zoals de gesjeesde MP Balkenende ons tot niet geringe consternatie aanbeval.

LumeyZo weet ik er nog wel ‘n paar. Het oordeel over een latere gouverneur-generaal (1904-1909), zijne weledelgestrenge Joannes Benedictus van Heutsz, is bij voorbeeld in de loop van de vorige eeuw drastisch gewijzigd. ‘Vanwege het feit dat 70.000 inwoners van Atjeh vermoord werden tijdens zijn bewind, werd hij later het symbool van koloniaal bestuur’, aldus Wikipedia.

Ook bepaald geen lieverdje was de aanvoerder van de Watergeuzen in de Tachtigjarige Oorlog, de Limburger Willem II van der Marck, heer van Lumey  bijgenaamd Het Everzwijn. Zie afbeelding. Hij is vooral bekend als de veroveraar van Den Briel (toen Alva op 1 april 1572 z’n bril verloor), maar is ook verantwoordelijk voor onder meer de moord op 19 monniken uit Gorinchem. Men leze het Geuzenboek van Louis-Paul Boon voor interessante details hierover, die tot dusver niet in de geschiedenisboekjes voorkwamen.

Want de geschiedenis is voor de een niet die van de ander. Die voor de protestanten waartoe Lumey zich ‘bekeerde’ verschilt aanmerkelijk met die van  de katholieken, oftewel de bril van de Spaanse terrorist Alva, heeft een ietwat andere focus dan die van Willem van Oranje. Vader des Vaderlands, jawel maar ik heb onlangs (In Brabant, jaargang 2 nr. 1, ISSN 1879-4599) een wetenschappelijke verhandeling gelezen, waarin getracht wordt aan te tonen dat Oranje mede verantwoordelijk moet worden gehouden voor moordpartijen en plunderingen in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch.

Werk aan de winkel. Wil men consequent zijn, dan moeten er heel wat standbeelden en straatnamen worden aangepast, c.q. vervangen. Ook in Best, waar zowel J.P. Coen als Lumey kritiekloos zijn vernoemd, de laatste zelfs nogal provocatief in een straat, waaraan een protestants-christelijke basisschool is gevestigd.

maandag 4 juli 2011

Vijfjaarlijkse bijscholing? Dan zeker de truckers

Verkeersofficier van Justitie Koos Spee pleitte zondagavond in het KRO-actualiteitenprogramma Brandpunt voor een vijfjaarlijkse ‘bijscholing’ van automobilisten. Moedige kerel, als je weet dat er nauwelijks officials zijn die meer worden bedreigd dan Spee. Wat dat betreft lijken de bedreigingen van de burgemeester van Helmond, waarover politie en justitie al een half jaar alleen maar geheimzinnig doen, terwijl de media er maar geen vinger achter krijgen, een lachertje.

En periodieke bijscholing? Dan toch zeker de vrachtautochauffeurs. Er gaat geen dag voorbij of ze doen van zich spreken, in verband met onverantwoord verkeersgedrag, voornamelijk te hard rijden. Zo heb ik het afgeleerd, bij ritten naar de Ardennen, de rondweg van Luik (trouwens een omweg van wel 20 kilometer) te volgen. Onvoorstelbaar wat voor wild-west-taferelen zich daar onder aanvoering van het internationale transport afspelen.

Op de Koning Boudewijn-autoweg (le roi triste) nabij Herentals werd vanmorgen een 23-jarige vrouw tussen twee vrachtauto’s geplet (gedood) doordat een trucker een file te laat opmerkte.

Misschien vinden niet alleen Nederland, maar ook België en wellicht Europa het voorstel van Koos Spee een goed idee.

Het hoofd ontbloten

mladicDe van oorlogsmisdaden verdachte Mladic, maakte een weigering om  zijn baseballpet af te zetten tot onderdeel van zijn luidruchtig provocerend gedrag tegenover het Internationaal Gerechtshof. Al gaf hij wel als reden op dat hij het koud had.

Het is voor het eerst sinds jaren, dat ik weer eens verneem over het afnemen van hoed of pet als uiting van respect. Het hoofd ontbloten. Tot lang na het ontstaan van de Grondwet in 1848, die iedereen gelijk maakte, placht men hoed of pet af te nemen voor O.L.  Heer, pastoor en dominee, burgemeester, dokter en werkgever.

Niet altijd was het een  kwestie van onderdanigheid; het behoorde ook tot de egards. Mijn vader, die hoeden droeg à la de schrijver Nescio <- (1882-1961)placht, als hij een hem nesciobekende dame tegen kwam, ten behoeve van haar vrije doorgang het trottoir te verlaten en met een zwierig gebaar zijn hoed af te nemen: ‘Mevrouw!’

Tot in het midden van de vorige eeuw, droeg de gemiddelde burger een hoed, de boer en de arbeider een pet, vaak zelfs tot in huis. De zeldzame keer dat een boer zijn pet afzette, onthulde hij als top van zijn donkerbruin getaande hoofd een roomblanke schedel.

BuysseIn België waren petten (klakken) meer in zwang dan hoeden, ook bij welgestelden als de schrijver Cyriel Buysse <- (1859-1932). En die pet oogde best wel chique.

Een markante rol speelt de pet-afzet-symboliek in het ‘sociale’ drama In de Jonge Jan van Herman Heijermans. Een rechter commissaris hoort daarin de verver Bik als getuige van een vermoedelijk aangestoken brand. Bik beantwoordt de vragen van de rechter telkens met een afgemeten Jawel. De magistraat, geërgerd: ‘Zet die pet af en kan jij niet met twee woorden spreken?’ Bik: ‘Dat kan ik, als hier niet gejijd en gejoud wordt.’

zaterdag 2 juli 2011

Knokken voor regionale orkesten niet nieuw

Het Brabants Orkest moet zien, structureel (dat wil zeggen jaarlijks) drie miljoen bijeen te scharrelen, wil het in zijn huidige vorm kunnen voortbestaan. Dat ziet er somber uit. Somberder nog dan pakweg 60 jaar geleden, toen de regionale orkesten, aangevoerd door de onvolprezen musicoloog Wouter Paap, een emancipatorisch proces doormaakten. In die tijd kon er, door randstadbril bekeken, uit ‘de provincie’ niets fatsoenlijks voortkomen.

Ik ben oud genoeg om daar het een en ander van te hebben meegemaakt. De worsteling om het voortbestaan van het Frysk Orkest met name. Je kunt er zonder overdrijving van zeggen dat dat toen met dubbeltjes van de Friese bevolking overeind is gehouden.

Toen ik begin 1956 als aankomend journalist in Leeuwarden kwam te werken, verschenen daar maar liefst vijf dagbladen, inclusief een Friese editie van het Het Vrije Volk. Die kranten waren net een gezamenlijke actie begonnen, onder de merkwaardige naam Open Doekje voor het Frysk Orkest. Het benul over de praktijk van een symfonieorkest, waaraan nimmer een toneeldoek te pas komt, was blijkbaar nihil.  Misschien moet ik voor de jongelui even uitleggen, dat met een open doekje, applaus bij open doek wordt bedoeld. In het hedendaagse theater speelt het lijsttoneel met halen en zakken van een ‘gordijn’ nauwelijks meer een rol.

De actie bestond eruit, dat de kranten – over hun onderlinge wedijver heen stappend – dagelijks een thermometer publiceerden, die de stand van de collecte weergaf. Daartoe kwamen redacteuren van die dagbladen elke middag om 12 uur in het betreurde Leeuwarder hotel Amicitia, onder voorzitterschap van Keimpe Sikkema, chef-redacteur van de Leeuwarder Courant, bijeen. Ik werd als Brabander door Sikkema voor het eerst geconfronteerd met het Frysk, door hem ook nog eens uitgesproken met pijp geklemd tussen de tanden. Het eerste woord dat ik zodoende leerde was goune (spreek uit goene), oftewel gulden!  Welnu binnen een half jaar speelde Friesland het op deze manier klaar, het toen formidabele bedrag van 120.000 goune bijeen te brengen. Het kwam neer op de redding van het Frysk Orkest.

De kranten hadden de smaak te pakken gekregen en organiseerden vervolgens een soortgelijke actie voor de stichting van een kinderboerderij in Leeuwarden.

maandag 27 juni 2011

Meer dan een dorpsrel

jefvdheijdenBij de dood op 85-jarige leeftijd van de cineast en componist  Jef van der Heijden (op de foto rechts), tekent Brabants Dagblad aan: ‘Zijn bekendste film is Ongewijde Aarde, waarin fragmenten voorkomen van de begrafenis van pastoor Karel de Beer van Hilvarenbeek. Die beelden nam Van der Heijden zonder toestemming op. De film werd verboden: een grote zeldzaamheid in de geschiedenis van de Nederlandse film.’

Wikipedia vermeldt onder meer: ‘Door een kort geding werd de film uit de roulatie genomen. Regisseur Van der Heijden moest circa 70.000 gulden aan schadevergoeding betalen om aan alle aanmaningen te voldoen. Vervolgens trok hij zich voorgoed terug uit het Nederlandse filmwereldje.’

Dit gebeurde dus allemaal in 1967, ver voor de invoering van de privacywetgeving. Hoewel het veel meer dan een dorpsrel was, herinner ik me heel goed, hoe ik destijds als streekredacteur op onderzoek uitging in Hilvarenbeek. Een voor de  hand liggende figuur om een commentaar aan te ontlokken, was de onderwijzer, schrijjver en theatermaker Jan Naaijkens (inmiddels > 90). Ik ging naar de  lagere school, zag hem door de ruitjes van de klasdeur aan zijn lessenaar zitten en tikte aan.

Jan: ‘Ginne tijd, ginne tijd….Eh…waar gaget over?’

Van het daarop volgende gesprek herinner ik me niets meer. Ook niet of Naaijkens zich heeft aangesloten bij kunstenaars als Wim Verstappen en Pim de la Parra, die tegen het verbod op vertoning van de film protesteerden. Geldt dat verbod trouwens nog steeds?

zondag 26 juni 2011

Symbolen

In kringen van oud-strijders zijn stemmen  opgegaan, de anjer te verheffen tot symbool. Marc Rutte heeft ‘m zelfs al onmiddellijk opgestoken.

Van mij mag het, al zou je de bloem ook kunnen beschouwen als kenteken van de gemiddelde gigolo.

vlag_als_wasgoed_480x640We stikken trouwens al in de symbolen, te beginnen met de nationale vlag. Als iemand die erkende dan was het wel de Schavuit van Oranje, van wie ik me herinner dat hij wel eens bezwaren aantekende tegen het dag en nacht buiten laten hangen van de driekleur door cafe’s en aanverwante etablissementen.

Sindsdien is het – als je het een kwaad kunt noemen – van kwaad tot erger geworden, als gevolg van de onnozelheid omtrent moraal en tradities waartoe onderwijs en opvoeding van pakweg de laatste halve eeuw hebben geleid.

Weten wij veel. Niks eerbied zoals bepleit door Bernhard zaliger en gepraktiseerd door militairen en padvinders voordat de laatsten scouts gingen heten: ‘De nationale vlag dient bij zonsondergang te worden gestreken en worden opgevouwen zonder dat zij daarbij de grond raakt’ enz.

Dat protocol bestaat nog steeds maar, nogmaals, weten wij veel. Wij laten de vlag met boekentas of rugzak als wasgoed wekenlang tot in de dakgoot hangen. Als symbool van de hedendaagse moraal.

Maar doe d’r maar nog een symbooltje bij hoor. Wordt door iedereen  op prijs gesteld, zeker te weten.

zondag 19 juni 2011

Beveiliging Oranjes soms ontwrichtend

De strenge beveiliging van de Oranjes, zodra die een stap buiten de deur zetten (sinds ‘Apeldoorn’) leidt soms tot toestanden die, zonder overdrijving, een ontwrichtende invloed op de samenleving hebben.

Zo is een zeildag van een scoutinggroep op De Kaag op zondag 29 mei in het water gevallen, doordat tegelijkertijd in de omgeving de verjaardag van prinses Máxima werd gevierd.

Een 12-jarig meisje maakt daarvan melding in een brief aan VPRO’s Achterwerk. Ze schrijft onder meer: ‘Er waren ‘n heleboel politieboten en toen zijn alle boten van onze groep heel erg in de gaten gehouden. (…) We zijn heel vaak weggestuurd of aangesproken dat we weg moesten. We hebben amper kunnen zeilen en we mochten niet eens aanleggen.’

Aan het slot van haar brief vraagt de girlscout zich af, wat Máxima hier zelf van zou vinden. En inderdaad, de prijs die de samenleving moet betalen voor het in het openbare leven verschijnen van de koninklijke familie is bij deze mate van ‘beveiliging’ wel erg hoog.

woensdag 15 juni 2011

Wuustwezel

Melanie Henriëtte Schultz van Haegen-Maas Geesteranus is Minister van Infrastructuur en Milieu, zeg maar van het geconstrueerde landschap. Zij vindt België mooier dan Nederland, zou ze volgens de Volkskrant hebben gezegd en dat zou dan te maken hebben met de overdaad aan regeltjes ten onzent, in tegenstelling tot bij onze zuiderburen.

Op deze redenering valt het een en ander af te dingen. Volkskrantredacteur Bart Dirks, die een zekere deskundigheid waar het België aangaat, niet kan worden ontzegd (ik heb lang gedacht dat hij een Vlaming was, maar volgens Wikipedia is hij in Heerlen geboren) meent dat vandaag aan te tonen in een minicolumn, rubriek Stekel. Hij schrijft: ‘Eeuwig zonde als ook hier de verrommeling tot norm wordt verheven. Merk je het niet meer als je bij Wuustwezel de grens passeert.’

HoogstratenIk begrijp goed wat Dirks bedoelt: de lintbebouwing in België, die in Nederland tot dusver, ondanks Melanie, is tegengehouden. Maar Wuustwezel, mag dan wel de  meest door ‘Hollanders’ en Fransen, op zoek naar drugs, gefrequenteerde grensovergang zijn, ze ligt sinds 1972 aan de E19 en aan autosnelwegen tref je  doorgaans geen lintbebouwing aan. Wel, in dit geval, de ranke, Brabants-gotische toren, bijgenaamd het kindeke van het gravin, van Hoogstraten (foto).

Het verhaal gaat eerder op voor de eenbaansweg Tilburg-Turnhout of, nog sterker, Eindhoven-Hasselt, waar je aan deze kant langs bossen en akkers rijdt en aan gene zijde door de zogenaamde verrommeling, waarbij moet worden vermeld dat de afwisseling van villaatjes en verdachte cafeetjes met namen als Het Herboren Aapje, ook z’n charme heeft. Voor bossen ga je dan maar naar de Ardennen.

Ben me ervan bewust dat deze reactie op de Stekel van Bart Dirks heel wat langer is dan die minicolumn, maar hij heeft het ook over ‘minister Schultz’ en ik over ‘Melanie Henriëtte Schultz van Haegen-Maas Geesteranus’.

Meer over de openbare ruimte in Vlaanderen

Thomas van der Dunk op Volkskrant.nl over de verschillen tussen Nederland en België

Een vergeefse zoektocht naar wijsheid

Het CDA in de Eindhovense gemeenteraad lijkt eindelijk een meerderheid te hebben gevonden voor een second opinion over de veelbesproken miljoenendeal met het bijna in staat van surséance verkerende PSV. Er is, zo meldt het ED vanmorgen met chocoladeletters, een onafhankelijke commissie van ‘drie wijzen’ benoemd die over ‘n week of twee zou moeten zeggen of het hulpplan deugt, of dat de 16.000 handtekeningen  van de supporters die de raad zijn aangeboden, boter aan de galg zijn.

Onafhankelijk en wijs. Ik ben vreselijk benieuwd, welke drie personen aan deze bijzondere eigenschappen voldoen; des te nieuwsgieriger, nu de fractievoorzitter van het CDA, Maarten Houben, tegen de krant heeft gezegd dat hij hun identiteit ‘onder geen beding’ openbaar wil maken. Vreemd. Zullen we dan nooit te weten komen, of die drie wijzen uit het oosten dan wel uit het westen komen? Laat de echte onderzoeksjournalist opstaan. Buiten alle gekheid, eigen aan de soap of klucht waarin het gedoe rond de Eindhovense voetbalfirma is gebed, onafhankelijkheid in deze is toch volstrekt onmogelijk?

De Vlaamse sportcolumnist Hugo Camps schreef deze week in het dagblad De Morgen: ‘Cristiano Ronaldo kan een jaarsalaris van 23,4 miljoen tegemoet zien als hij tekent voor Man City. Transferprijs: 180 miljoen. Is dit immoreel? Nee, dit is waanzin, en valt dus buiten alle criteria van een oordeelsvermogen.’ Einde citaat. Dit is dus alvast een deskundige die, niets te maken hebbende met Eindhoven of PSV, absoluut niet in aanmerking zou komen voor een oordeel over hulp aan een club, wier exploitatie-methodes op z’n minst verwantschap vertoont met die van Man City.

Wie mij nu beschuldigt van tendentieus geklets, wachte daar nog even mee. Ik wil er namelijk mee aantonen dat onafhankelijkheid in deze niet bestaat. De wijsheid laten we sowieso in het midden, want dat is tegenwoordig zo’n politieke gemeenplaats, dat er niets aan valt te ontlenen. Maar er zijn als het over beroepsvoetbal gaat vier categoriëen te onderscheiden, die er iets toe doen. De onvoorwaardelijke voetbalminnaars, onder anderen de bobo’s in hun skaiboxen en de16.000 die het PSV-supportersmanifest ondertekenden, de liefhebbers als Hugo Camps die het hoog tijd vinden voor een ethisch reveil en zij die het bij voorbaat in hun broek doen, als ze denken aan de gevolgen, wanneer ze als politici of bestuurders het reddingsplan naar de prullenbak zouden verwijzen. Uit één van deze categoriëen zou dan een onafhankelijk advies moeten komen? Men zal zeggen, je vergeet nog één categorie. Inderdaad, de uitgesproken voetbalhaters, maar die komen natuurlijk al helemáál niet in aanmerking. Dat zou immers vragen naar de bekende weg zijn. Maar is het raadplegen van wie dan ook dan niet hetzelfde?

De panische reactie waarmee Maarten Houben de vraag naar de samenstelling van de commissie ontweek spreekt boekdelen. Hij weet zelf niet eens, uit wat voor hout dit clubje is gesneden.

(Gesproken column Omroep Best, 15.06.11, 18:10 uur.)

dinsdag 14 juni 2011

IJzertijd

Zes keer de Alpe d’Huez op fietsen is niet niks, maar wat te zeggen van 60 kilometer door Brabant stiefelen op blote voeten? Als in de IJzertijd, pretenderen de vrijwilligers van de IJzertijdboerderij in Dongen, die deze onderneming in het pinksterweekeinde aandurfden en het traject van Veldhoven tot de thuisbasis aflegden.

Niet allemaal op blote voeten trouwens. Sommigen maakten hun eigen ‘historisch’ schoeisel van leer en schapenwol. De kleren waren navenant. Als ik de foto in de krant goed interpreteer, liepen er ook ‘n paar in dierenvellen.

Zonder EHBO-voorzieningen, blarenprikposten of dat soort dingen, want dat kan natuurlijk niet ‘des ijzertijds’ zijn. Wat dat betreft, zal de eigengemaakte jam die tot voedsel diende wel dichterbij zijn gekomen. Resultaat: moe maar voldaan. ‘En niet iets om binnenkort te herhalen’, zo luidt het veelbetekenend bescheid in BN-DeStem.

Merkwaardig, die fascinatie door het verre (800 v.chr.) verleden en de wens om het tot in de puntjes te reconstrueren. Dat zulks hier en daar met de natte vinger gebeurt en dat het ook wat teveel gevraagd is de bril van Hans Anders af te zetten, valt te begrijpen. Hoe zat het trouwens met de polshorloges en de mobieltjes, waren die niet stiekem in de dierenvellen verborgen?

Jammer dat de ijzeren wandelaars er geen sponsorproject à la Alpe d’Huzes van hebben gemaakt, want dan had ik, hen tegen komend in Het Groene Woud, best mijn steentje hebben willen bijdragen. 

vrijdag 10 juni 2011

Laat ze toch lullen

Wat doe je met mensen die onzin uitkramen? Lull’n lat’n. Daar haal je je schouders bij op om vervolgens over te gaan  tot de orde van de dag. Negeren is de beste remedie tegen populisme en andere flauwekul.

Helaas zijn we deze tactiek – want dat kan het natuurlijk ook zijn, bij voorbeeld in de politiek – verleerd. Dat heeft met de hijgerige wedijver van de media te maken, die alles, desnoods ongecontroleerd, de wereld in slingeren, al is het alleen maar uit angst dat ‘de ander’ er mee gaat lopen.

Neem nou de troika Wilders-Bosma-Brinkman. Gespecialiseerd in het dagelijks afsteken van publicitaire rotjes in de vorm van zogenaamd doordachte politieke interventies, die echter inhoudelijk nergens op slaan. Hollen met die camera’s.

Hero Brinkman geeft daar vandaag weer eens een fraai staaltje van weg. Lees ik onder een vette kop in de Wegener kranten: ‘Burgemeester weg bij verzet gemeente’. Uiteraard wordt er weer eens van  dik hout planken gezaagd, met diepzinnigheden als ‘de burgemeesters blokkeren als ondemocratisch benoemde bestuurders besluiten die door de Tweede Kamer zijn genomen’. Om die reden zouden ze dus moeten worden ontslagen.

Waar slaat dit op? Een van de weinige (echt waar) bevoegdheden van de burgemeester is dat hij, zoals dat in de wet staat, ‘de gemeente in rechte vertegenwoordigt’. Dat doet hij dus bij voorbeeld ook als hij een vergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bezoekt. En als daar, in die vergadering, een besluit moet worden genomen over het al dan niet instemmen met het bestuursakkoord over het overhevelen van taken, respectievelijk bezuinigen op de sociale werkplaatsen, dan kan de burgemeester (of een hem vervangende wethouder!) stemmen overeenkomstig de opvattingen van zijn gemeenteraad. Niet meer en niet minder.

Als Brinkman tegen de benoemde burgemeester is, dan moet hij zeker niet nalaten dat te bestemder plaatse (de Kamer) te verkondigen. Echt democratische partijen zijn hem daarin trouwens al jaren geleden voorgegaan. Maar de burgemeester een rol toeschrijven die deze helemaal niet heeft, raakt kant noch wal.

Kijk, en dit soort onzin, moet een serieus nieuwsmedium onmiddellijk onderkennen en in de prullenbak gooien. Geen lezer, kijker of luisteraar die daar iets mee mist, laat staan er van wakker ligt.

donderdag 9 juni 2011

Begin maar direct

Aart Jan de Geus, oud-minister van sociale zaken en – als dat nog werkt – behorend tot de prot.-christelijke bloedgroep van het CDA, begint in september te werken aan een strategisch plan dat zijn partij uit het slop moet halen.

Ik zou zeggen, begin maar onverwijld, zonder inachtneming van zomer of vakanties met het zoeken naar de bekende weg en begin liefst bij EZ-minister Maxime Verhagen, want die heeft zich ontwikkeld tot kampioen in het vervreemden van het CDA van zijn zuidelijke, al dan niet ex-roomse achterban.

En dan heb ik het niet in in de eerste plaats meer over de manier waarop Verhagen onder tenenkrommend gejubel van mede-Limburger Eurlings zijn ministersbaantje vorig jaar voor de klippen van de hel wist weg te slepen door tegen de stroom in aan te pappen met de VVD en de PVV. Nee, laten we het vooral actueel houden, want als er iets is waar de politiek op speculeert, dan is dat het feit dat de kiezer  nogal gauw iets vergeet.

Welnu, deze week heeft Verhagen, een verzoek van onder anderen de provincie Noord-Brabant, om eerst nog eens de mogelijke gevolgen voor natuur, milieu en welzijn te onderzoeken, alvorens toestemming te geven tot proefboren naar schaliegas in de buurt van Boxtel in het Nationaal Park Het Groene Woud, aan zijn laars gelapt. De CDA-minister denkt dit ongestraft te kunnen doen, maar vergeet daarbij dat de lankmoedigheid waarmee de Brabander in het verleden van alles, wat door Den Haag werd bedisseld, over zich heen liet komen, lang voorbij is.

Hij neme er goede nota van dat – om een idee te krijgen uit wat voor vaatjes wij hier tegenwoordig tappen – de eerste hoornist van het op financieel uitkleden staande Brabants Orkest al in het ED  heeft opgeroepen tot een blokkade van de Moerdijkbrug.

En neme (andermaal) een voorbeeld aan oud-kamerlid Hannie van Leeuwen, die, als zij niet de barricaden op mag tegen het eveneens financieel knechten van zieken en zwakken, uit het partijbestuur wil stappen.

Dus, Aart-Jan, d’r op af, voordat het te laat is.

Om misverstanden te voorkomen: persoonlijk ben ik niet in het wel en wee van  het CDA geïnteresseerd. Ze bekijken het maar.

Column van Karin Spaink over schaliegas

woensdag 8 juni 2011

Vlaanderen Vakantieland

‘n Ogenblikske, want ik ben patatten aan ‘t bakken, zegt de oude man als we rond het middaguur de bel aan de achterdeur van zijn woning hebben geluid. De 80-jarige weduwnaar zet op z’n eentje de camping voort, die hij in 1965 aan een zandweg in Vorselaar (bij Herentals) was begonnen. Een campingbaas met thuiszorg. camping_hygiene_1280x960_640x480
Ja, hij had nog wel ‘n plaats voor ‘n getrokken caravan,


<- Hygiëne op de camping.
had hij voor de telefoon gezegd. Maar die plek zint Levensmaatje niet: hoog opgeschoten onkruid en één keer de ziekte van Lyme door tekenbeten is meer dan zat. ‘Heb ik vorig jaar ook twee op m’n buik gehad bevestigt hij begripvol.‘

Hij heeft nog wel een stukje verdroogd gras, dat hij normaliter apart houdt voor trekkers met tenten. Inschrijven komt later wel, want hij moet nu eerst naar het communiefeest van een van zijn vijftien kleinkinderen.

De volgende morgen wordt het onderhandelen. Hij wil 24 euro per nacht vragen, ‘want dat doen ze hier in de omgeving allemaal’. Ik zeg dat ik in de buurt van Diest 13 heb betaald, wat volgens hem niet kan. We worden het eens over 20 euro. Ik betaal vier nachten vooruit. Zomin als in Diest kom er een kwijting aan te pas. Wel een inschrijvingsformuliertje, maar volgens mij kent dat een slechts zeer tijdelijk bestaan.

Ik lees open en bloot in De Morgen (goeie krant zeg, kunnen ze in Nederland een puntje aan zuigen) dat het gros van de Belgische HoReCa over de kop dreigt te gaan, als de mogelijkheid tot zwart werken wordt beteugeld. ‘Waarvan denkt ge dat ze anders die dikke auto’s kunnen betalen,’ bevestigt een buurman met seizoensplaats uit Mortsel. Allemaal witte was. En dan gaat het over de partikulieren. Die krijgen, in tegenstelling tot de ondernemers, nooit vragen van de Belastingdienst.

De campingbaas wil toch een soort legitimatie voor het feit dat hij op zijn leeftijd het verzorgingstehuis mijdt en onverdroten het bedrijf voortzet. ‘Ze zoeken het straks allemaal maar uit.’

Ik draai er niet om heen. Het is wel erg vol met soms lang niet gebruikte en daardoor wat schoeperig ogende stacaravans. En de meeste vrije terreintjes liggen braak, waardoor ze onbruikbaar zijn. Was-ie mee bezig geweest, maar door de droogte had het allemaal niks uitgehaald. Maar is het hier niet heerlijk rustig? Dat moet gezegd. Het gebiedje tussen Vorselaar en Herentals ligt tegen een waterwinning aan en is formeel afgesloten voor niet-plaatselijk verkeer. (Niet iets om je als eigenaar van een dikke auto veel van aan te trekken.) Maar het oude, Kempische kamertjeslandschap is hier bewaard, met veel bos en een rijke vogelpopulatie. Ze hebben zelfs nog een bovengronds laagspanningsnet, een techniek die in Nederland al in het midden van de vorige eeuw is afgeschaft.

Het sanitair is best in orde en het ‘recreatiepark’ blijkt te beschikken over een feestzaal voor 250 personen met een dansorgel van de  fa. Decap te Herentals. ‘Zet ik op zondagmiddag wel eens aan, als het terras open is.’

Op vrijdagavond hoor ik het orgel spelen als ik de zaal passeer. Ik kijk door de ruit van de terrasdeur. Alleen het orgel, met twee ‘automatische accordeons’ is verlicht. De stoelen staan omgekeerd op de tafels. Er is verder geen mens. Hij zwaait in het halfduister uitnodigend dat ik om moet lopen.

‘Hier zit ik zo ook dikwijls in de winter,’ zegt hij. Orgelconcert voor een weduwnaar. Alleen met zijn  herinneringen. Vlaanderen Vakantieland, toch iets aparts.

dinsdag 7 juni 2011

Granaat in de maag


In het Eindhovens Dagblad staat vandaag een heel raar verhaal. Een 76-jarige vrouw in Bladel zit ‘met een granaat in de maag’, zo luidt althans het bijschrift bij de foto, waarop je haar dat wapentuig uit WO2 met gestrekte arm ziet vasthouden.

De vrouw zegt als oorlogskind heel goed het verschil tussen een granaat en een bom te weten, maar hoe het kan dat dit oorlogskind met ware doodsverachting dat ding beetpakt, blijft in raadselen gehuld. Terwijl de gemeente op haar – ironisch bedoelde – idee, om de granaat bij wekenlange ontstentenis van de Explosieve Opruimingsdienst (EOD) bij de burgemeester af te leveren panisch reageerde, ‘want dan zou het gemeentehuis moeten worden ontruimd’.

Ik neem aan dat binnenkort in Bladel een al dan niet gereguleerde ontploffing te horen zal zijn, òf dat het ED ons nader zal vertellen, hoe de EOD en verantwoordelijke autoriteiten over het ‘showen’ van bommen en granaten door partikulieren denken.

Vooralsnog: ik zou dezer dagen maar uit de buurt van Bladel blijven.

dinsdag 31 mei 2011

Slim, zo niet dom

Het schijnt dat Eindhoven een kans maakt, te worden uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Ik kan er met mijn pet niet bij, gezien de deal die de stad op het punt slaat te maken met PSV. De een noemt dat slim, de ander oliedom. Ik neig niet naar een prijswinnend perspectief, al was het alleen maar omdat het contract zal worden gesloten met een firma, die er  blijk van heeft gegeven, absoluut niet met geld om te kunnen gaan. Een gat in de portemonnee zogezegd. Hoe gaat die straks, de twee miljoen huur voor het stadion betalen? Blijft er dan nog iets over van de vijftig miljoen die de verkoop van de grond aan de gemeente opbrengt en die in feite bestemd is voor het dichten van financiële kuilen en gaten?

Ik heb hier in Best al iemand horen roepen: ‘Als de agglomeratie maar niet mee hoeft bij te dragen, want dan weiger ik de gemeente voortaan mijn OZB.’ Ik heb ‘m gerust gesteld. Als de gemeente geeft, geeft ze aan Best Vooruit. De club met de meeste impact. En sowieso draaien ook in Best de ambtelijke molens langzaam, áls ze al wieken hebben.

Eindhoven is niet de enige, die voor de vraag staat of het wel aangaat aan de ene kant schaamteloos de zorg voor zieken en ouderen tot op het skelet uit te kleden en aan de andere kant een spelletje met goud te behangen. Ik hoor vanmorgen op Radio 1, dat er wel acht voetbalclubs zijn met enigszins vergelijkbare problemen. 

Het is maar de vraag of het over slim of dom gaat. Het gaat, lijkt mij, vooral om het principe: Laat de praktiserende en toekijkende voetballiefhebbers toch lekker zelf voor de kosten van hun hobby opdraaien en zeker ook voor de rommel op straat achteraf, inclusief politieversterking. Hou anders je feestje binnen de wallen van je dure stadion. Het is allemaal meer dan genoeg geweest.

vrijdag 27 mei 2011

Diest heeft meer

Diest heeft meer dan je denkt. Of liever: Diest heeft er meer. Beelden van begijnen, in brons en in steen, in het al in 1926 (!) door deze religieuzen verlaten begijnhof. Ik vind dat rijkelijk vroeg, als je in aanmerking neemt dat het laatste begijntje, zuster Frijters, in dat  van Breda rond 1960 overleed. En pakweg 15 km ten zuiden daarvan gelegen Hoogstraten fotografeerde ik de laatste begijn in 1954. beeld_biddende_begijn_480x640
Al die begijnhoven voeden de nostalgie met sculpturen. In Breda zijn het twee kwebbelende zustertjes. Ik heb iets met die plek, al was het alleen maar vanwege het Zondagmorgenversje dat mijn vader rond 1920 schreef. Hij ging er (geboren in 1877) trouwens naar de kakschool. 

Wat zonnig-stille stemming weer,
In Begga’s prop’ren Hof!
De deurtjes, ruitjes, blinken teer
En kennen rag noch stof
In vromen eenvoud krult het zand
’n Rand langs ’t klinkerpad;
Deed dat niet een der zustren hand,
Terwijl ze dacht en bad?
Elk heeft haar tuintje voor de deur,
Door maagdenpalm omdeeld.
Er leeft ’n zoete bloemengeur
En ’t kerkenorgel speelt
Het ‘Benedictus’ Hem ten lof,
Die wou den wereldvrêe
En heel de zoete zusterhof
Leeft in den lofzang mee.

Hoogstraten heeft een schitterend gestyleerd bronzen, plaatselijk blinkend gepoetst standbeeldje, Diest richtte een naturalistisch gedenkteken op voor de laatste twee begijnen. Verder een stenen beeld van een biddende non (foto) en – overdreven en tamelijk grof – nog eens ‘het halve convent’ in brons(kleur). Gelukkig is er ‘n paar stappen verder een brasserie, om van de schrik te bekomen.

De Catharinakerk van dit begijnhof is overigens het betreden meer dan waard, onder meer vanwege de speelse barokke elementen. Momenteel staat ook het oude torenuurwerk opgesteld, in verband met een restauratie.

Meer foto’s van Diest

De Stille Kempen, nou ja…stil?

vlaamse_zwangerschap_640x480Het eerste wat opvalt zijn de condensstrepen en het gerucht van transatlantische vluchten.  Zaventem! We zitten in Vlaams Brabant, in de buurt van het
Oranjestadje Diest (de oudste zoon van de Zwijger is er in de kerk begraven) op een camping die De Stille Kempen heet. Stil, dat moet  heel erg lang geleden zijn. De tijd van de volksschrijver Ernest Claes, wiens geboortehuis in het nabije Zichem te vinden is, misschien. Over de betonplaten van de eenbaansweg Diest-Geel dokkert het verkeer. Belgen gaan met de auto naar de plee. Bij de in- en uitritten van de al dan niet commerciële lintbebouwing langs de buitenwegen is het een voortdurend komen en gaan. Toerijden, aarzelen en dan toch maar op het laatste nippertje oprijden, 100 meter voortsukkelen en dan weer afslaan. En druk…druk!

Op de maandag na onze aankomst begint men met het uitdunnen van een mastbos, waarvan de bomen tot in de hemel rijken: een bos dat je gerust kenmerkend voor de Belgische Kempen kunt noemen. Alles went, zelfs lawaai – ook in Nederland ken ik maar één enkel plekje waar het stil is. Ik zeg niet waar, want dat leidt maar tot herrie.

‘De Stille Kempen’ heeft alles wat een Belgische camping moet hebben, wil ze kunnen voortbestaan. Dat wil zeggen een cafetaria, waar Hoegaardens witbier van ‘t vat wordt getapt, maar vooral veel seizoensplaatsen met chaletjes en stacaravans plus aanhangels en bijbouwsels van uiteenlopende welstand, tuinkabouters en ontelbare lampjes, die, met zonne-energie gevoed, elke avond voor een feestelijke aanblik zorgen. Daar zitten voornamelijk gepensioneerden die zich ‘s avonds om ‘n uur of zeven verzamelen op de jeu de boules-baan. Stuk voor stuk voorkomende mensen, nimmer verlegen om ‘n praatje.
Het sanitair is voorbeeldig, al moet je apart ‘n halve euro betalen voor een scheut scheerwater.

Je staat op de zoom van een groot gazon en je denkt: het is goed zo.

Onze tien jaar oude Eriba-caravan krijgt een splinternieuw zusje naast zich: een Nederlandse oud-binnenvaarrtschipper, die ooit de wateren bevoer van Hannover tot Marseille. Reken maar dat die veel kan vertellen. Maar de informatie over de hedendaagse toestand in Vlaanderen verkrijgen we uiteraard van een van de vaste bewoners. Met de eeuwigdurende kabinetsformatie is die gauw klaar: ‘Ze moesten die politiekers gewoon hun salaris inhouden,’ luidt zijn oordeel. En de rol van de ‘kutmarokkanen’ in Nederland is blijkbaar in België toegevallen aan Turken. diestanbul_594x328Ik zeg niet wat ik denk, ik schrijf op wat ik hoor en wat  ik
zie. –> Zoals op de Vlaamse tv: ‘Turken ga terug naar Marokko.’ Op een parking in  het stedeke Diest vindt onze Vlaamse buurman een kartonnetje onder de ruitenwisser van zijn zes jaar oude Citoën Picasso:

Dear mister,
U hebt ons in gevaar gebracht.
Loop ‘n keer rond uw auto.
Wij zullen u een lesje geven.

Waar dat lesje uit bestaat, laat zich raden. Een diepe kras over nagenoeg de volle lengte van de linkerflank. De gedupeerde is slechts WA verzekerd, maar gelukkig heeft-ie een zoon die van autospuiten een hobby heeft gemaakt. Aangifte? Jazeker, maar ook in België zegt de politie na de ouderdom van de auto te hebben vernomen: ‘Wij kunnen niets voor u doen.’ En die Turken, zegt het slachtoffer, rijden allemaal in een nieuwe Mercedès.

Zo, dit was De Stille Kempen. Goeden dag.

zondag 15 mei 2011

Kerkgebouw universeler dan gewenst

De première van het muziekstuk Monument to a Universal Marriage in april, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van wat in de wandeling ‘het homohuwelijk’ heet, in de Bestse Lidwinakerk, was zo blijkt nu bij zorgvuldige lezing van een verhaal in het Eindhovens Dagblad, toch ‘n beetje tegen heug en meug van de eigenaren te zijn geweest.

Het artikel gaat over de verkoop, tot opluchting van het Bisdom ‘s-Hertogenbosch, van de r.-k kerk aan de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Vertelt kerkenraadslid (? ‘kerklid’, volgens het ED) Andjo Bruijn dat het beleid voor cultureel gebruik van de akoestisch uitstekende ronde kerk nog in de maak is. Maar daarin zou het concert zeker niet hebben gepast, laat hij weten. De Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt is net zo min voorstander van het ‘homohuwelijk’ als de r.-k Kerk. ‘Dat de première van het jubileumstuk toch hier heeft plaatsgevonden, komt omdat wij er niet onderuit konden. De gemeente gaf aan dat het bisdom eerder medewerking had beloofd, maar later hoorden we weer dat het bisdom tegen de eigen gelovigen had gezegd dat het ons besluit was.’

De herdenking van het initiatief tot het universele huwelijk, dat in Best werd genomen, heeft van meet af aan niet onder een gelukkig gesternte gestaan. De gemeente durfde, uit angst voor vandalisme geen straatmonument aan en gaf daarom opdracht tot het componeren van een muziekstuk.

vrijdag 13 mei 2011

Sprookje compleet houden

Ben te slecht ingevoerd in Haagsche Kringen om me – eerder dan vanmorgen, nu de kranten er bol van staan – te realiseren dat het toekomstig koningin zijn van Máxima wel eens onderwerp zou kunnen worden van discussie.

juliana_bernhard
Juliana en Bernhard in 1937
Natuurlijk moet ze dat worden. Ten eerste was de belofte impliciet bij het jawoord van de toekomstige koning (niks grondwet), ten tweede hoort het bij de traditie van de monarchie der Nederlanden en ten derde ‘anders begrijpt’, volgens D66-er Pechtold, ‘mijn dochter het niet meer’. De koning heeft een koningin. Klaar. Bij alle tegenwerpingen, inclusief die van seksisme (de gemalen van de

koninginnen die in de vorige eeuw geregeerd hebben bleven of werden prins) blijft overeind staan dat het maatschappelijk draagvlak voor de monarchie goeddeels wordt bepaald door de ban van het sprookje. Die begeestering gaat zo ver, dat koningin Juliana ooit een briefje kreeg van een kind met de vraag: ‘Waarom heb je geen kroon op je hoofd?’ Kinderen kunnen scherp analyseren, zo weten we al sinds de nieuwe kleren van de keizer. Door de afwezigheid van een kroon, wijkt het Nederlandse koningschap af van dat in andere landen. Laat het met zijn titulatuur dan ook maar afwijken.

Persoonlijk ben ik geen liefhebber van koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen in het staatsbestel. Maar als er dan toch een sprookje in stand moet worden gehouden, laat het dan een compleet sprookje zijn.

donderdag 12 mei 2011

Wegen niet onveilig maar verkeer

Een anp-bericht:

De ANWB gaat de verkeersveiligheid van provinciale wegen vastleggen. Naar Duits en Zweeds voorbeeld gaat de bond foto's maken van gevaarlijke wegen. De veiligheid wordt daarna uitgedrukt in sterren. Vier sterren is heel veilig, één zeer onveilig. Op provinciale wegen vallen veel verkeersslachtoffers. De bond wil dat aantal met 50 procent laten dalen.

Op de radio hoorde ik dat bij voorbeeld bochten en dicht op de rijbaan staande bomen criteria zijn bij het bepalen van de mate van onveiligheid van een weg. Met andere woorden, wil je meer sterren dan zul je moeten kappen en rechttrekken. Wil de ANWB op deze manier het aantal verkeersongelukken halveren? Wat een dwaasheid. Niet de wegen zijn onveilig, maar het verkeersgedrag op die wegen.

Voor sommigen jammer, maar voor anderen niet helaas. Provinciale/stedelijke wegen behoren tot ons cultuurgoed. Sorry, maar landschappelijk schoon is nu eenmaal niet verenigbaar met hardrijdend verkeer. Sommige wegbeheerders hebben dat heel goed begrepen. Een sterk voorbeeld vind ik de kronkelige, door bomen omzoomde weg tussen Best en Sint-Oedenrode. Men wil dit graag zo laten, dus dient de veiligheid van die weg bepaald te worden door eenvoudige verkeersmaatregelen: een adviessnelheid van 60 km. Geloof me, het werkt. Andere overheden ‘beveiligen’ een smalle, kronkelige weg met een dubbele ononderbroken streep. Ook dat werkt.

We zullen er ons dus bij moeten neerleggen, dat niet alle wegen snelwegen kunnen zijn. Ik ben zeer benieuwd, hoe de ANWB wegen die duidelijk een compromis zijn van verantwoord landschapsbeheer en verkeersveiligheid gaat klasseren. Krijgen de voorbeelden ‘voor straf’ één ster? En wat wil men daarmee dan bereiken? Alles is goed, als de bomen en de bochten maar blijven.

maandag 9 mei 2011

Die brutale burgers toch

Minister Donner laat met graagte de oren hangen naar de klachten van de lagere overheden dat zij zo slecht uit de voeten kunnen met de Wet Openbaarheid van Bestuur, kortweg WOB. Als het aan de eeuwige bewindsman ligt, wordt die wet in de vriezer gelegd. Journalistiek Nederland on- en offline staat er intussen van op z’n kop. Maar of Donner de Kamers (de Tweede én die  vermaledijde Eerste) achter zich krijgt blijft nog even de vraag.

Afgezien van de WOB, hoe staat het eigenlijk met de openbaarheid en met de communicatie bij de gemeente Best? Mwah... De Kamer van Koophandel stelde onlangs een onderzoek in naar de klantgerichtheid en klantvriendelijkheid van de gemeenten in deze regio en daarbij scoorde Best een 5,5.  Om maar een facetje te noemen: we kunnen hier rekenen op beantwoording van 2 van de 5 emails.

In Groeiend Best stond de reactie van ‘een woordvoerder’ op het KvK-rapport. ‘Het zijn goede leerpunten die ons helpen een kwaliteitsslag te maken bij de verbetering van de dienstverlening’, zo zou deze persoon hebben verklaard. Er is zelfs sprake van een project, genaamd ‘Dienstverlening, Organisatieontwikkeling, E-overheid en het Nieuwe werken’, gelukkig afgekort tot het woord DOEN, met uitroepteken. Hoe noem je zoiets? Piepschuim, oftewel Iets om het beste van te hopen, zal ik maar zeggen.

Persoonlijk zit ik momenteel met twee onbeantwoorde emails. Eén ervan gaat over de, ik vrees alleen door mij gelezen, zogenaamde Besluitenlijst van Burgemeester en Wethouders in het weekblad. Het gros van deze berichtjes munt uit door ambtelijke warrigheid en onvolledigheid. Als je dan denkt, opheldering te vinden op de website van de gemeente, kom je van een kouwe kermis thuis. De laatste daar gepubliceerde besluitenlijst bleek trouwens van 31 augustus 2010! Zijn er voor de websites van de gemeenten ook punten uitgedeeld door de KvK? Best krijgt van mij alvast een vier.

De andere onbeantwoorde mail gaat hierover: Is het juist, vroeg ik, dat de receptie van het gemeentehuis, c.q. de ambtenaren de instructie hebben, het ophangen van posters over evenementen buiten Best niet toe te staan?  Ik vernam dit van de organisator van een topevenement in Oirschot, namelijk de uitvoering van een Stabat Mater door niets of niemand minder dan de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven. Als het antwoord ‘ja’ is, is de verantwoordelijke wethouder van culturele zaken, resp. het college van B en W dan niet van mening dat dit op z’n zachtst gezegd een kortzichtig beleid is. En dat zeker buurgemeente Oirschot, zo goed als de inwoners van Best die die gemeente op allerlei manieren frequenteren, hiermee te kort wordt gedaan? Ten overvloede: de betrokken wethouder heeft de D van Democratie in de partijnaam staan.

Misschien vinden ze me op het gemeentehuis wel te brutaal met dit soort vragen. Maar laat ze dat dan gewoon zeggen.

(Gesproken column voor Omroep Best, 11 juni, 18:10 uur.)

zaterdag 7 mei 2011

‘Wist ik allang’

Niets is rampzaliger voor een journalist dan om, bij groot nieuws, te verkondigen: ‘Wist ik allang’. Het is ‘gelegenheidsverslaggever’ Rob de Wijk overkomen.

De Wijk is in eerste instantie ‘geschiedkundige en gespecialiseerd in internationale betrekkingen en veiligheidszaken’ (Wikipedia.) Ik zie hem vaker dan me lief is als deskundige voorbij komen op tv, altoos een hoge mate van zekerheid uitstralend, ook in situaties waar twijfel de boventoon zou moeten voeren.

Misschien noemt De Wijk zich intussen ook journalist, want als ik het goed begrijp is hij onlangs nog in samenspraak met het actualiteitenprogramma Een Vandaag ‘embedded’ in Aghanistan. In zijn kwaliteit van columnist beschrijft hij nu in dagblad Trouw, de onmogelijke positie waarin een journalist, al dan niet 
–pseudo, zich manoeuvreert door embedding te accepteren: ‘Over het belangrijkste kon ik niets zeggen.’
‘Media februari bezocht ik de Special Operations Forces in Afghanistan om de effectiviteit van hun optreden tegen de taliban te onderzoeken,’ aldus De Wijk. (…) ‘Aan het einde van een reguliere ochtendbriefing (…) kwam plotseling het huis van Osama Bin Laden ter sprake.’

Onze journalistieke wetenschapper wist dus in februari van het bestaan van dat huis, ‘ten noorden van Islamabad’, maar had er – jammer maar helaas voor Een Vandaag - klaarblijkelijk voor getekend, daar niets over naar buiten te brengen.

Een journalist heeft als primaire taak, de waarheid te vinden en die vervolgens te lanceren. Belemmeringen, op welke manier dan ook, om zijn bevindingen te publiceren, zijn dodelijk voor zijn functioneren. Vandaar dat ik onvoorwaardelijk aanhanger ben van iemand als Arnold Karskens, die embedded journalism consequent afwijst. En desondanks, of wellicht dankzij die instelling informatie weet te vergaren die er echt toe doet.

Met ‘wist ik allang’ solliciteer je naar louter hoongelach, om van ongeloofwaardigheid nog maar te zwijgen. Ook al ben je nog zo ‘deskundig’ en vaardig met de pen.

woensdag 4 mei 2011

Chaperonne

In een stukje over de oorlog (een stukje van een babyboomer op 4 mei) vermeldt Jos Kessels dat zijn ouders in die tijd verkering hadden. En dat ze elkaar tegemoet fietsten, zij vanuit Lieshout, hij vanuit Nederweert. ‘Allebei trouwens in het gezelschap van een broer en zus, omdat er in beide families nog meer harten sneller klopten’ (Cursivering van mij.)

In zekere zin is dit geschiedvervalsing. Want denk maar niet dat Jos’ toekomstige ouders deze begeleiding op prijs stelden. Het was namelijk, wat in deftige kringen chaperonne werd genoemd. Controle, bewaking tegen voortijdige intimiteiten of zeg maar gewoon bevruchting.

Eerder, omstreeks 1910, de verkeringstijd van mijn ouders, was het uitgesloten dat een fatsoenlijk meisje van de huwbare leeftijd alleen over straat ging. Mijn grootvader van moeders kant zag trouwens absoluut geen heil in de omgang van zijn dochter met wie genoemd werd het jongmensch uit den trein. Dit vergde uiteraard van mijn vader de nodige inventiviteit om mijn moeder te ontmoeten. Als reiziger in suikerwaren, sloot hij op ‘n keer met z’n collega’s een weddenschap af: ‘Ik word straks op het perron in Breda afgehaald door twee bloedmooie meiden’, of woorden van gelijke strekking.

Hoe hij dat voor elkaar kreeg? Hij had ‘s morgens een telegram gestuurd: ‘Arriveer te 16:30 uur = tante Marie.’ Waarna mijn moeder gechaperonneerd door haar hartsvriendin met de paardentram naar het station werd gestuurd, om ´tante Marie´ op te halen. En daar stonden ze dus, gearmd, in de stoomwolken. Als op een schilderij van Breitner.

donderdag 28 april 2011

Monopoly

In Oirschot is volgens het ED ‘op een vriendelijke manier’ afgerekend met een gemeentelijke toekomstvisie, reikend tot het jaar 2030. Fraai staaltje van zelfkritiek, zo blijkt uit het artikel, want de gemeenteraad zou aan dit beleidsstuk zelf al heel wat uurtjes hebben besteed. Ook aan de inspraak van de burgerij was veel gedaan en aan de begeleiding door een extern adviesbureau het nodige gemeenschapsgeld besteed. Nog steeds bij af dus, in Oirschot.

Aan het slot van het artikel krijgt de gemeente Son en Breugel van het ED het (gratis) advies, bij het opstellen van ook een toekomstvisie, het oor in Oirschot te luisteren te leggen over hoe het niet moet. Grappig.

Hoe zit het eigenlijk met de toekomst van Best? Was daar ook niet reeds een plan voor? Jazeker, dat werd al in juli 2004 met de burgerij besproken, maar het is door de omstandigheden volledig achterhaald. Dat komt niet in de laatste plaats door een totaal nieuwe kijk op de reconstructie van het centrum. Ook Best moest dus terug naar af. Het lijkt wel Monopoly. Sindsdien durft men daar het woord toekomstvisie niet meer in de mond te nemen. En al helemaal niet zo ver te kijken als 2030. Stel je voor dat er nóg een economische crisis tussen komt.

Moppen

Ronald Giphart citeert vandaag in de Volkskrant Van Kooten en De Bie, die beweerden dat de animo voor poep- en piesgrappen zou zijn verdwenen sinds de invoering van de wegwerpluier, omstreeks 1965.

Zou best kunnen. Maar wat er maatschappelijk aan de hand is, is eigenlijk veel ernstiger: het verdwijnen van de mop in het algemeen. De grap die het dagelijks leven kon veraangenamen, de ernst ervan relativeren. Wellicht valt die verdwijning samen met het heengaan van beroepmoppenstapper Max Tailleur in 1990. Max (eigenlijk Mozes) maakte grappen ‘van nature’ en dat betekende automatisch: joodse humor. Laatst hoorde ik hem op de radio weer eens bezig:

‘Een dame schreef een brief aan de directeur van een wasserij met het verzoek, meer zeep te gebruiken.

De directeur schreef terug: En u meer papier.’

Kort maar krachtig, zoals een mop hoort te zijn.

Het was de kunst, moppen te onthouden. Die kunst ging meestal gepaard met de vaardigheid, ze door te geven. Niets is dodelijker dan een verkeerd vertelde mop, die dan ook leidt tot een ijzig stilzwijgen.

Enfin, van die cultuur is blijkbaar niets meer over. Vanmorgen zat ik met mijn kleindochter Sophie (15) aan het ontbijt. Ze vertelde dat er vandaag op school een debat zou plaatsvinden tussen twee klasgenoten. Ik vertelde haar daarop een bekende anecdote over Winston Churchill. Bij het horen van die naam, veerde ze op, want Churchill zou in het debat aan de orde komen. Misschien heb ik de anecdote niet goed overgebracht, want Sophie reageerde nauwelijks en het is toch echt een slimme meid.

Ik hoop dat bij het stimuleren van de debatcultuur op school de humor niet wordt vergeten.

maandag 25 april 2011

Achterlijk

Moet je een nieuwsjunk zijn, om het achterlijk te vinden dat papieren kranten twee dagen niet verschijnen? Ik denk het niet.

De zogenaamde zondagsrust van Nederlandse ´dag´bladen is een verworvenheid van de Grafische Bond, ooit de machtigste van het land. Die realiseerde in een ver verleden, dat de loodpotten van de zetmachines pas op zondagmiddag weer mochten worden opgestookt, teneinde het zetten van de maandagkrant in de loop van de avond mogelijk te maken. Die situatie is nog ongewijzigd, zij het zonder dat lood. De uitgevers vinden het kennelijk wel best zo en de abonnee slikt het voor zo lang als het duurt.

Het moet ergens in het begin van de jaren zeventig zijn geweest dat de omstandigheden er zelfs toe leidden dat er vier dagen achtereen (meer dan een halve week) geen krant verscheen. Ik herinner me dat ik mijn toenmalige, uit het juiste journalistieke hout gesneden hoofdredacteur op straat tegen kwam en dat de wederzijdse antennes werkten. Hij groette me en zei: ‘Doorverschijnen hè?’

Eigenlijk zouden de kranten met hun multimediale pretenties (vooral pretenties) het nieuws in het papierloze lange weekeinde op een fatsoenlijke manier op hun websites moeten bijhouden. Desnoods exclusief voor abonnees. Vergeet het maar. Het gebeurt mondjesmaat, enkele uitzonderingen daargelaten. In elk geval niet in die mate als bij voorbeeld in België.

Vanmorgen twitterde de hoofdredacteur van BN-De Stem enthousiast over de restauratie van het Bredase Grand Theatre, een voormalige bioscoop uit de jaren twintig van de vorige eeuw, met een art deco-interieur à la Tuschinsky. Kennelijk had hij zondag tot de selecte groep behoord die door de initiatiefnemer, een rijke Bredase industrieel met culturele ambities, was uitgenodigd voor het openingsgala. De website van De Stem heeft er een aardig verhaal over, maar dat wordt geïllustreerd met een filmpje van meer dan een half jaar geleden. Ik heb de hoofdredacteur daar – dat is het aardige van Twitter – in een reply ‘fijntjes’ op gewezen.

donderdag 21 april 2011

Pasen als infotainment

Als verslaggever bij een zich katholiek noemend dagblad (motto: Omdat ik het geloof bezit, heb ik gesproken) heb ik het eens aan de stok gehad met de censor, een pastoor ter plaatse. Ik had vanuit  mijn jeugdherinneringen een stukje geschreven over het in onbruik raken van één van de zogenaamde sacramentaliën. Dat waren, om het maar eenvoudig te zeggen, in de roomse kerk hulpmiddelen bij het bidden. Nog hier en daar in zwang: het askruisje.

In concreto ging het over het Hubertusbrood: een door de bakker speciaal gevormd en door de priester gezegend blokvormig ‘cadetje’. Het werd op de feestdag van de jagerspatroon in november niet alleen gevoerd aan de jachthonden tegen hondsdolheid, maar ook aan de ontbijttafel van mijn moeder met smaak geconsumeerd. ‘Wie ter communie gaat, krijgt Hubkesbrood!’

De pastoor vond, zo liet hij, natuurlijk via de hoofdredacteur, weten, mijn stukje zo niet onjuist, dan toch te zeer geïnfecteerd door ironie. Denk ik. Maar veel meer dan wat onschuldig nostalgisch gebabbel zal het wel niet zijn geweest. Wat dat betreft wil ik wel de hand in eigen boezem steken.


Lievens_Pilatus_wast_zijn_handen_in_onschuld (1)
De Romeinse landvoogd Pilatus, hier trouwens door de zeventiende-eeuwer Jan Lievens afgebeeld als een Oosterse vorst, wast zijn handen in onschuld.

Bijbelstudie was niet de sterkste kant van de katholieke leek. Het lezen van de bijbel werd niet eens gestimuleerd. Je hoefde niets te weten, als je maar onvoorwaardelijk geloofde.

Wat op de katholieke jongensschool wel wekelijks, als prelude van de (verplicht te volgen) zondagsmis aan de orde kwam, was het Evangelie: het Woord van Christus dat ons dan werd uitgelegd, aan de hand van ingelijste posters in art-deco-stijl: ‘Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien.’  (Mattheus 13:1-23) De prenten werden op vrijdag van klas naar klas doorgegeven. En zo’n katholieke onderwijzer wist het echt wel zo te brengen, dat je er iets aan had. Legitimatie van het bijzonder onderwijs, op een manier die geen enkele docent nog in zijn mars heeft.

Natuurlijk kwam zo in de Goede Week ook het lijdensverhaal aan bod. Waardoor wij bij voorbeeld weet kregen van de laffe rol die de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus speelde bij de uitlevering van Jezus de Nazarener aan de joodse hogepriesters die om het hardst riepen dat hij moest worden gekruisigd. Pilatus probeerde het eerst met een opdracht, Jezus te geselen, denkend dat hij diens vijanden daar wel mee tevreden zou stellen: ‘Ecce homo – Ziet de mens.’ Daarna (‘Ik vind geen schuld in deze mens’) gaf hij zich gewonnen, maar waste als teken dat hij er afstand van wilde nemen nog even symbolisch zijn handen. ‘In onschuld.’

Van deze kennis – de eeuwige hypocrisie van de ‘boven ons gestelden’ - is dus in het ontkerkelijkte Brabant met zijn nog slechts in naam katholieke scholen, niets meer over. Zodat het – gelukkig ongecensureerde – regionale dagblad het tot zijn taak rekent, zijn lezers ‘bij te praten’: Pasen: hoe zat het ook alweer? Daarvoor frist een oudere redacteur op zijn beurt z’n geheugen op.

De manier waarop media vandaag de dag hun infotainment praktiseren (er zijn gelukkig uitzonderingen) maakt dat ik nog net niet verbijsterd ben. Het resultaat bevestigt dat de  ‘geheimen des geloofs’, zoals die in de Goede Week, trouwens beginnend met de triomfale intocht van Christus in Jeruzalem (Palmzondag), niet zijn weer te geven in een layout-technisch, volgens de geldende maatstaven bepaalde notendop.

Arme redacteur. Dat leidt onherroepelijk tot ‘smakelijke paashazen’ (gaan die ook al in de pan?) ‘en –eieren, die het einde van de vasten markeren’. En tot een reproductie van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci, in combinatie met de volle parking van IKEA op Tweede Paasdag. En tot een wel heel oppervlakkige duiding van waar het nu eigenlijk over gaat.

Wat mij volledig ontgaat is, wat - afgezien van onderhoudende bladvulling - de zin is van zo’n verhaal. Want zelfs vanuit cultuur-historisch oogpunt bezien, valt er nauwelijks iets uit op te steken.

woensdag 20 april 2011

Kamelenneus

Je kunt niet anders zeggen dan dat Best met z’n tijd meegaat. Om te beginnen is daar wethouder Paul Gondrie die tot maart 2010 vier jaar noodgedwongen in de bestuurlijke luwte heeft doorgebracht, maar in die periode kennelijk zijn hersens wel heeft gebruikt. Zodoende lijkt hij erin te slagen, binnen het jaar dat wij weer in functie is, enkele hoofdpijndossiers tot, laat ik het voorzichtig zeggen, begin van een oplossing te brengen, al gaat dat in de gemeenteraad met veel steunen en zuchten, zo niet met geknars der tanden, gepaard.

molen_met_kapIk doel hiermee op twee projecten. Een door de gemeente uitgenodigde particuliere initiatiefnemer, tevens eigenaar van Aquabest, Roland van Pelt, denkt een deel van het recreatiegebied De Vleut zodanig te hergroeperen dat het de titel Groene Poort van het Groene Woud waardig is. Het is bij deze herschikking en ontsluiting van een aantal recreatieve activiteiten (Best Zoo, Toon Vertier’s Tuk Tuk) alles groen wat de klok slaat. Want er komen ook een natuurdoolhof en een educatieve boerderij en als klap op de vuurpijl een  door schaamgroen omringd parkeerterrein met de welklinkende naam natuurtransferium.

Ook in taalgebruik, is Best groeiende. Zo had oppositieleider Leo Bisschops het over een camel’s nose (kamelenneus) niet in verband met Best Zoo, maar met de ‘minst nadelige’ oplossing van wat het molenvraagstuk is gaan heten. Een gerestaureerde molen die (nog wiekenloos) niet mag draaien, omdat de eigenaresse van het aan de voet daarvan gelegen café de daarvoor benodigde erfdienstbaarheid weigert. Zit er niet anders op dan dat voormalige muldershuis voor dik ‘n half miljoen aan te kopen. Het niet op korte termijn laten draaien van de molen, zou de gemeente op terugbetaling van de restauratiesubsidie aan het rijk komen te staan. Zo zou de kameel z’n neus stoten.

Dat half miljoen is inclusief het afkopen van het contract met Bavaria. Ik heb in de discussie de vraag gemist of brouwer Peter Swinkels, niet bereid zou zijn in dit geval een ‘cultureel gebaar’ te maken? Hij zal toch wel in meer geïnteresseerd zijn dan in het voortbestaan van PSV? Trouwens, de gemeente weet nog niet wat ze met het (ook monumentale) café gaat doen. Misschien is er straks toch weer bier nodig.

maandag 18 april 2011

Omtrekkende bewegingen

Hoe moet je de reacties van de Eindhovense politiek op het miljoenentekort van PSV omschrijven? Het eerste wat je invalt, is meestal het beste: Omtrekkende bewegingen. Want dan krijg je alvast verklaringen als: ‘PSV is van grote waarde voor de stad en dat moet je meewegen.’ Klinkt me heel bekend in de oren. Je hoort het ook als het over Eindhoven Airport gaat: van groot belang voor de Brabantse economie. Met andere woorden het milieu moet maar even wachten.

Ik heb medelijden, niet zozeer met PSV. Ze bekijken het maar. Directeur Tiny Sanders – wat een arrogante kop zeg, daar op die foto, genomen van de tribune bij Heraclesheeft  - via vaste spreekbuis Eindhovens Dagblad al geopperd, dat er structureel (dat betekent gedurende een significant aantal jaren) 5 miljoen méér uit sponsoring moet worden gemolken. Niet dringen aub, u bent zó aan de beurt. Nee, mijn medelijden geldt de politiek, die het zelf heeft over een ‘duivels dilemma’.

Omtrekkende bewegingen. Ja, je zult maar als politieke partij in je program hebben staan dat je er als gemeente niet bent om professionele sport te financieren. Het is niet meer of niet minder dan een verkiezingsbelofte, die de fans en supporters natuurlijk volledig is ontgaan. Trouwens, we zullen wel es zien. ‘Betalen of je kop gaat eraf.’ Zoiets.

Ook ‘n goeie: ‘Ik wil eerst weten, hoe het zo is gekomen.’ D66-er Marco van Dorst. Moeten we dat vanuit onze skaiboxen nog gaan uitleggen?

Het ‘dilemma’ heeft, zoals menige déconfiture in deze alsmaar voortdurende crisis, één voordeel: Het leert de bobo’s en de heren voetballers, mitsgaders hun veeleisende partners, een toontje lager zingen. Niet dat ze dat direct – zie de bankiers – zullen snappen, maar laat ik het zo zeggen: het werkt helend en sanerend. Hoop ik.

vrijdag 15 april 2011

Verkeerde bazen

Het lijkt er steeds meer op dat in dit land de verkeerde mensen op de verkeerde plekken zitten. Zo’n NMa-baas, nota bene een voormalige rechter, die verdacht wordt van meineed, in relatie tot de affaire Chipshol. Dat die man Kalbfleisch heet, kan-ie ook niet helpen, maar het feit dat hij beschuldigd is door een ex-geliefde (rechtbankgriffier) maakt het er niet smakelijker op.

Ik ken trouwens nauwelijks ‘n misselijker makende affaire dan die van Chipshol en de manier waarop de grondeigenaren aldaar door (semi-)overheden en particuliere tegenstrevers Pootje zijn gelicht. Dat duurt dan al 17 jaar.

Vervolgens is er ene mevrouw Marion Gout, directeur van ProRail. die bij haar werk niet in de eerste plaats aan de reiziger denkt, maar aan wie zij háár klanten noemt: NS en de goederenvervoerders. Daar sta je dan als eindgebruiker.

Ik weet uit ondervinding dat ProRail voor de NS een uitstekende ‘partner’ is om zich achter te verschuilen. Een goed voorbeeld lijkt mij het gebruik van het ondergrondse Bestse station. Dat beschikt over een middenperron en twee zijperrons. Het geheel is zodanig ontworpen, dat de doorgaande treinen over de twee sporen langs het middenperron kunnen razen, zonder dat de wachtende reizigers op de zijperrons (elk één spoor) daar hinder van hebben. Die zijperrons zijn namelijk voorzien van glazen schermen, waarachter geschuild kan worden voor lawaai en luchtdruk. En dat zijn in dat station geen inconveniënten om de schouders over op te halen.

De beschikbare geriefelijkheden worden echter de reizigers sinds jaar en dag onthouden, omdat alle voor hen bestemde treinen stoppen langs het middenperron. Uiteraard heb ik NS Stations hierover benaderd. Maar ik kreeg ten antwoord: ‘Hier kunnen wij niks aan doen. De treinenloop is een zaak van ProRail.’

donderdag 14 april 2011

Professoren

Nu pas verneem ik via nrc.next dat 2068 hoogleraren een petitie – eigenlijk deftiger: een manifest – hebben ondertekend tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. O, ja, nu herinner ik me een foto van die mannen (niet alle tweeduizendenachtenzestig hoor) in soepjurken langs de Lange Vijverberg.

Is al eerder zo duidelijk aangetoond dat er drastisch op het aantal professoren kan worden bezuinigd. Want voor lesgeven (deftiger: colleges) bij het hoger onderwijs heb je vaak genoeg aan minder zwaar betaalde docenten.

woensdag 13 april 2011

Grote oren

'Hoeveel jaren heb je', vraagt de Chinese professor aan de man die in zijn kruidenwinkel te Woensel tegenover de toonbank op de accupuncturistische behandeling van zijn echtgenote in een van de kamertjes verderop zit te wachten.

'Bijna 77.'

'Je wordt heel oud, want je hebt grote oren.'

De man glundert, want hij heeft veel vertrouwen in de prof., die daar in zijn winkel met grote zelfverzekerdheid zijn intake-gesprekken voert. Privacy is geheel afwezig. De behandelkamertjes zijn van boven open (waarover later wellicht meer).

Komt er een jongeman binnen, wijst op z'n bovenarm en verklaart dat-ie daar pijn heeft.

'Ook keelpijn?'

'Ja! Hoe weet jij dat?'

Op de winkelruit en op een bord op de stoep staan beloften tot succesvolle behandeling van wat Wim Sonneveld 'de meest afsichtelijke siekten' noemde. En ook van On (spatie) vruchtbaarheid en zelfs van voortijdige zaadlozingen, mankementen die elkaar trouwens niet in de weg lijken te zitten.

De toonbank-prof, in witte jas en met een grote bril met bruin montuur, staat daar voor een wand met wel – de man had tijd genoeg om ze te tellen – tweehonderd glazen potten vol Chinese kruiden. Af en toe legt zijn collega-prof een papier op de toonbank en dan gaat brillemans aan het afwegen en doseren, vanuit die flessen. Hij zet zeven schaaltjes op de toonbank, weegt het ene kruid na het andere af en verdeelt dat dan met de hand over die schaaltjes. De inhoud gaat in zeven plastic zakjes, genoeg voor een week 'bitter in de mond maakt het hart gezond'. Uit betrouwbare bron valt te melden dat de hieruit te vervaardigen brouwsel heel erg vies smaakt. Er zijn er die de handel na één keer in de vuilnisbak kieperen, waarmee uiteraard de relatieve garantie vervalt.

Als de toonbank-prof even niets te doen heeft, gaat hij – bril af – de Metro zitten spellen. Na verloop van tijd ontstaat er een zekere band tussen hem en de wachtende man, zodat die hem het boekenweekgeschenk van Kader Abdollah, immers ook een buitenlander die zich de Nederlandse taal heeft eigen gemaakt, te leen geeft. De wachtende man tracht zelfs te bemiddelen, als er tussen de toonbank-prof. en een andere Aziaat, vermoedelijk een Indiër, in het Nederlands-tussen-aanhalingstekens een discussie ontstaat over de prijs van een behandeling. Ik druk het maar even simpel uit, want het probleem is tamelijk ingewikkeld. Maar de prof. toont zich ruimhartig en de wachtende man zegt tegen de Indiër:

'Hij is een eerlijk mens.'

'Ben ik dan oneerlijk?' reageert de Indiër. Hij geeft het maar op, met het vooruitzicht op een papiertje waarmee hij naar het ziekenfonds kan.

Intussen hoort de wachtende man uit een van de kamertjes gekreun. Z'n vrouw!

Vraagt daar de behandelende Chinees: Lekker?

Een merkwaardige dialoog, denkt de wachtende man, maar het zal wel goed zitten.

Een van de twee eierwekkers op de toonbank – de minikip – gaat af. De behandeling is voltooid.

(Gesproken column, 13.04.11 Omroep Best)

dinsdag 12 april 2011

Cyprus, gespleten en vergeten

Bij alle herrie in het Midden Oosten gedurende een halve eeuw, is het eiland Cyprus natuurlijk totaal vergeten. Totdat je – zoals in mijn geval – als toerist geconfronteerd wordt met de tweedeling in een (niet internationaal erkend) Turks gedeelte en het Griekse zuiden. famagusta_kathedr.moskeeIn 1974 ontstond na de ‘nodige’ schermutselingen een grillige ‘groene lijn’, die ook dwars door de hoofdstad Nikosia loopt. Tien jaar eerder al hadden VN-troepen het beheer over Noord-Cyprus overgenomen en die blauwhelmen zijn er nog steeds! Mogen ook passen op een spookstad aan de kust à la Benidorm, waarover de reisgidsen discreet zwijgen: een stad met hotels, een ziekenhuis en een nagenoeg complete infrastructuur, berekend op 125.000 ‘inwoners’, die het relatief arme Turkse deel natuurlijk niet kon leveren. Je mag er vanaf het strand een blik op werpen, maar fotograferen is streng verboden. Over een donkergroen nylon scherm (schaamlap) kan je een Sheratonhotel, voorzien van het bekende S-embleem, zien waarvan de liftschacht van boven tot onder is ingestort. De halfopen lift ligt scheef op de grond. Diverse onderhandelingspogingen  met de Grieken hebben tot dusver niets opgeleverd. Sloop is, uiteraard vanwege de enorme kosten, ook geen optie.

Het zuiden is naar Europese maatstaven ontwikkeld, de prijzen zijn er dan ook navenant. Het trekt jaarlijks 3 miljoen toeristen, tegenover de Turkse sectie slechts 300.000, van wie maar 100.000 Europeanen. Het gemiddeld inkomen in het Griekse deel is 27.000 euro, dat in Noord-Cyprus 7000. Allemaal vernomen van de gidsen. Turkse Cyprioten sparen voor een casco-huis. Tegen dat er dat staat, zijn de centen op en wacht het huis járen op afbouw. Dit gebeurt zelfs met delen van appartementsgebouwen, wat een raar gezicht is. Maar de auto gaat kennelijk voor. Onderontwikkeling is voor de toerist natuurlijk betrekkelijk en maakt het verblijf zeker niet onaangenaam. Al kent het Griekse deel van Nikosia voetgangersgebieden en krioelt in het Turkse kwartier alles door elkaar heen. De gangbare munteenheid is de Turkse lira, ongeveer 2 euro. Verder moet je als reiziger meemaken, dat je vlucht vanuit Amsterdam in Antalya wordt omgezet in een ‘binnenlandse vlucht’. Rechtstreeks vliegen op Noord-Cyprus mag niet.

De rijke geschiedenis van Cyprus, ooit het centrale verkeersplein van de klassieke beschaving en daarom door opeenvolgende machten, waaronder natuurlijk de Grieken en Romeinen en de Ottomanen, maar ook door de stadsstaat Genua en tenslotte door de Britten veroverd, heeft haar sporen nagelaten in een indrukwekkende hoeveelheid monumenten. Ze weerspiegelen het Byzantijnse en het Roomse christendom en uiteraard ook de Islam, die aan gotische kathedralen, zoals die van het middeleeuwse Famagusta, minaretten (foto) toevoegde. Het noorden komt wat dat betreft niets tekort. Onze verblijfplaats Kyrena heeft bij voorbeeld de mooiste antieke binnenhaven ter wereld, plus een indrukwekkend op een bergtop gelegen kruisvaarderskasteel.

Als  tot 1989 Berlijn, heeft Nikosia zijn ‘checkpoint’. De  grenswachters zijn aan beide zijden gehuisvest in  semi-permanente cabines (foto) en keten, alsof  de deling volgende week kan worden opgeheven.nicosia_checkboxes Het eerste wat je, komend vanuit het noorden opvalt, is een man in een wit pak met een enorm bord waarop de tekst ‘De Kerk van de Mormonen wil mij doden.’ Ik vraag aan een Griekse douanier: ‘Weet u wat hij wil?’  Want het lijkt erop dat hij hier, als de stadsprediker van Eindhoven, elke dag staat.
‘Nee, vraag het hem zelf.’
Dan loopt de grenswacht naar hem toe en nodigt hem uit, mij zijn boodschap te geven: een tweezijdig handgeschreven briefje (kopie), waarin de witte man zich ontpopt als een ontslagen politieman die van de bijstand leeft en die de schuld van zijn mislukte leven geeft aan de Mormonen, de Joden en de Vrijmetselaars. Ook op Grieks grondgebied heerst volledige vrijheid van meningsuiting.

Meer foto’s van Cyprus

zondag 3 april 2011

Best hoeft niets te weten van topevenement Oirschot

stabat_materEr zit helemaal niks achter, want het is een voortvloeisel van pure bureaucratie, maar Best hoeft volgens het gemeentebestuur niets te weten van een cultureel topevenement in Oirschot.

De organisator van de jaarlijkse uitvoering van een Stabat Mater in de Oirschotse Sint Pieter ving althans afgelopen week bot, toen hij verzocht in het gemeentehuis een poster van de drie concerten door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven, te mogen ophangen. ´Dat doen wij niet bij evenementen buiten Best´, kreeg hij te horen. En de afstand tussen de bebouwde kommen van Best en Oirschot is 4 kilometer, dus…

Gelukkig is men in de Bestse Bibliotheek minder bekrompen: Oirschot wordt daar, zoals het hoort, beschouwd als  ‘onze regio’.

Als je 12 1/2 jaar als een jubileum beschouwt, dan kun je de 13e uitvoering van twee van de ‘ontelbare’ muzikale interpretaties in de Sint-Petruskerk van Oirschot ook als zodanig aanmerken. De belangstelling is – bij een reputatie als deze – uiteraard groot, daar gaat het niet om. Het is Best dat zich hier diskwalificeert.

Dit jaar is gekozen voor het thema ‘Zuid-Europese verklankingen uit de 17e en 18e eeuw. Meer concreet twee versies van het Stabat Mater. Eén gecomponeerd door de Portugees Joao Rodrigues Esteves, de andere door de Italiaan Agnostino Steffani. Daarnaast zal een zogenaamde parafrase klinken op de Stabat Mater-tekst (Lamentatio Virginis in dispositione Filii de cruce) van Alessandro Della Claia.

Volgens traditie gaat een uitvoering van het SB in het gregoriaans aan de concerten vooraf.

De uitvoeringen zijn op vrijdag- en zaterdagavond, 8 en 9 april om 20:30 uur en zondagmiddag om 14:30 uur. De meeste kans om nog kaartjes te bemachtigen biedt de vrijdagavond. Reserveren via VVV Oirschot, 0499 550599 of Stichting Stabat Mater 0411 643084.

stabatmater.nl

vrijdag 1 april 2011

Justitie spreekt…niet

In mijn leven als journalist bij regionale dagbladen is het natuurlijk nogal eens voorgekomen dat iets, wat ik had geschreven, niet in de krant kwam.

Een lul van een hoofdredacteur, die een medisch vriendje op de universiteit beloofde, het verhaal tegen te houden, teneinde diens uitvinding ‘prominenter’ gelanceerd te zien in een landelijke krant. Raar maar waar.

Een integere hoofdredacteur, die, overeenkomstig de toen geldende journalistieke ethiek, vond dat een interview met een wildstroper in de Kempen niet kon.

Soms vond ik zelf, dat een artikel of de gemaakte aantekeningen, maar beter de prullenmand in konden omdat ik een en ander zelf niet snapte, laat staan dat de lezer dat zou kunnen.

En dan bestaat er nog zoiets als een nieuwsbericht ‘kapot checken’. Maar dat is eerder een vakterm van deze tijd, geloof ik.

Nieuws moet rond gemaakt worden, zo heette dat in mijn tijd, en hopelijk nu nog.

Sommige nieuwsonderwerpen kunnen voor een redactie een waar hoofdpijndossier vormen omdat er, kort gezegd, niet door de waarheid valt heen te breken. Omdat het niet rond te krijgen is. Terwijl het boven water brengen  van die waarheid van essentieel maatschappelijk belang is. Bovendien de bodem onder het bestaansrecht van de krant. Zo ziet het de journalist en zo ziet het gelukkig ook de democratische samenleving.

Zo ‘n dossier is dat van de Helmondse burgemeester, die nu al drie maanden lang met nogal wat openbaar vertoon ‘wegens bedreigingen’ wordt beveiligd. Over de directe aanleiding tot deze beveiliging zwijgt justitie in alle talen. Laat staan dat zij enige informatie kan of wil prijsgeven over al is het maar een omschrijving van de identiteit van de crimineel of criminelen, mogelijk lidmaten van een of ander drugskartel, die achter deze dreigementen zitten. Zodat het voor de hand ligt dat justitie niet eens weet, met wie ze te doen heeft.

Vragen bij de vleet dus, ook over de aard van de bedreigingen aan het adres van burgemeester Fons Jacobs en de daarbij gebruikte technieken. Om er nog maar een te  noemen: hoe kan zoiets zó lang duren, zonder dat de dader op wat voor manier dan ook is te traceren?

De hoofdofficier van justitie in Den Bosch heeft uiteindelijk zuchtend tegen de verslaggever van het Eindhovens Dagblad gezegd: ‘Kom dan maar langs, maar maak je geen illusies. Ik kan niets meedelen.’

En zo kan het gebeuren dat op de voorpagina van die krant een bericht – een zogenaamde ankeiler – verschijnt onder het kopje:

Officier wil bedreiger
Jacobs gaan ‘grijpen’

Onnieuws?

Ja.

De officier, Bart Nieuwenhuizen, een charmant ogende meneer met sterk grijzend, krullerig kapsel,  wil dat namelijk al drie maanden en het is ook al die tijd algemeen bekend dat hij dat wil.

Nochtans ziet de verslaggever kans een complete binnenpagina (van tabloidformaat, maar toch) te vullen met inhoudsloze kreten van deze meneer die het hooguit doen als aandacht trekkende koppen:

‘Dit gedonder moet stoppen.’

(Vinden we allemaal.)

‘Hier gaan heel veel mensen uit dat wereldje nog last van krijgen.’

‘We laten niet met ons spelen. Wie hier misbruik van denkt te maken, komt van een koude kermis thuis.’

Vindt de lezer ook iets intrigerends? Misschien dit:

‘Als ik er  achter kom wie dit heeft geïnitieerd, grijp ik hem in zijn magere kippennek en is hij niet jarig.’

Hoe kun je, vóórdat je er achter bent wie de veroorzaker is van deze wantoestand in Helmond (Nieuwenhuizen geeft impliciet toe dat dat niet het geval is – dat hij wellicht ten onrechte spreekt van een ‘hij’), hoe kun je zo’n onbekende dan een ‘magere kippennek’ toedenken? De officier geeft er trouwens blijk van, in al zijn goedwillendheid, over een tamelijk beperkt inbeeldingsvermogen te beschikken. Ik althans, denk bij het soort criminelen waarop hij jaagt, eerder aan zwaar getatoeëerde diknekken met vette kale koppen.

Maar ja, de officier weet kennelijk meer dan wij, alleen wil hij er niet over praten.

Toch schrijft de verslaggever er die pagina over vol. Jammer, het zal hem geen journalistieke prijs opleveren. Want ik zal zeker niet de enige zijn die het een typisch geval voor de prullenbak vindt.