Er gaat geen dag voorbij, of artikel 7 van de grondwet komt weer eens bovendrijven: de vrijheid van meningsuiting. Het wordt te pas en te onpas aangehaald. Ik doe het ook maar weer eens, maar wel compleet:
Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
Deze formulering is van 1848. De wereld is intussen zo veranderd dat de wetgever er (overigens alweer meer dan 35 jaar geleden) een nuancering aan heeft toegevoegd: je hoeft er geen drukpers voor te hebben.
Waarom wordt er zo vaak met dat grondwetsartikel gewapperd? Niet in de laatste plaats omdat nog net niet iedereen zijn meningen en meninkjes via het internet de wereld in slingert. Veelal zonder nadenken, het denkvermogen van toetsenisten en toeteraars in het midden gelaten. Hoe dan ook, de vrijheid van meningsuiting blijft overeind.
Maar is dat echt zo? De wet maakt wel degelijk een restrictie: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Je kunt dit opvatten als: weet waar je mee bezig bent. De jou toegestane vrijheid is betrekkelijk. Overbekend is het gegeven dat aantasting van iemands eer en goede naam strafbaar kan zijn.
Wat mag nog meer niet? Ik stel vast dat mede door de praktijk op
social media de moraal voortdurend verschuift. Het is ‘n soort sport geworden, te laten zien wat men durft aan het scherm of het papier toe te vertrouwen, respectievelijk op het podium te roepen. Recent onderzoek vanuit de universiteit van Cambridge heeft uitgewezen, dat politici – ook in Nederland – het internet gebruiken om regelrechte leugens te verkondigen.
In het dorp waar ik woon zijn twee toneelclubs, die volijverig bezig zijn, ‘met hun tijd mee te gaan’. Dat houdt onder meer in, niet langer genoegen nemen met toneelstukken die door gespecialiseerde uitgeverijen worden aangeboden, maar zelf op dit terrein creatief zijn en experimenteren. Op zichzelf heel goed natuurlijk, zeker als men de plaatselijke geschiedenis als inspiratiebron gebruikt (200 jaar gemeente Best!).
Toch is het dan uitkijken geblazen, zo ondervond een van deze toneelverenigingen. Zij voerde in haar voorstelling verschillende ‘plaatselijke historische figuren’ letterlijk ten tonele. Helaas pakte dat in één geval verkeerd uit. Nazaten van een uitgebeelde persoon zaten in de zaal en konden in die figuur hun familielid qua karakter absoluut niet herkennen, sterker, zagen zijn nagedachtenis besmeurd met wat zij beschouwen als ‘onderbroekenlol’.
Zelfcensuur is uit den boze, maar goed nadenken en een en ander tegen elkaar afwegen, daar is niks mis mee. Zeker als het allemaal zo dichtbij is.
Ik verwijs ook graag naar deze
column van Akyol in de AD/r Nieuwsmedia van 5 oktober 2014