Bij de groothandel die een verkapte Outlet is, was het twee broeken voor de prijs van één, dus dat betekende
aanschuiven bij de pashokjes.
Een fors ontwikkelde vrouw kwam met neergetrokken mondhoeken naar buiten en
zei: ‘Te strak in het kruis.’ Haar man keek, lijdzaam hangend over de stang van
het winkelwagentje, schalks over zijn leesbril en zei ‘O.’
Het is trouwens wat met die retail. Ja, ik weet het, dat betekent
‘wederverkoop’ of zoiets, maar mede onder invloed van BNR Nieuwsradio gaat het
steeds verder bergafwaarts met ons Nederlands. Het heet dat een fusie van PostNL
en het Belgische B-Post is afgeblazen omdat die Hollanders te vaak BiePost
zeiden.
Overigens een kwestie van tijd hoor, kijk maar naar De Persgroep. Die
Vlamingen kwamen na een mislukte overname van Nederlandse dagbladen ook ‘gewoon’
terug. En kijk nou eens, of liever sla de handen maar voor de ogen. Het is een
voortdurende worsteling om de regionale identiteit. Dan krijg je uitglijders als
Steven Kruijswijk (wat zeg ik nou weer) die onverhoeds, omdat-ie uit Nuenen
komt, tot aardappeleter wordt gebombardeerd. Dat noem ik nog eens
strakke regie. Terwijl het Van Gogh-jaar allang door Bosch-jaar is vervangen.
Aardappeleter. Geen vondst van columnist Jos Kessels, want die weet uit
betrouwbare bron dat Steven, de morele winnaar van de Giro, binnen zijn
wereldje De Kleerhanger is gedoopt. Alles beter dan
klerelijer.
Het is een mooie maandag, met het noodweer dat ons voor zondag was
aangekondigd. En met het opwekkende bericht, dat het duurste onderdeel van de
elektrische fiets, de accu, het binnen de kortste keren begeeft, wat een fraaie
retailvondst inhoudt, want vervanging kost gauw 500 euro.
Lang leve de duurzaamheid.
maandag 30 mei 2016
vrijdag 27 mei 2016
Eindhoven Airport, daar gaat-ie weer
In juni ligt Eindhoven Airport twee weken stil in verband met
de vernieuwing van een startbaan. Dat was een unieke kans om eens na te gaan hoe
het staat met het fijnstof in de lucht als er niet gevlogen wordt: zogenaamde
nulmeting. Maar de plannen daarvoor zijn afgevoerd, want…kosten 100.000 euro.
Dit meldt het ED vandaag tussen neus en lippen – in een berichtje op
pagina 2 van het regiokatern. Daar gaat-ie weer.
Wie de kosten had moeten betalen, weet ik niet. Airport-zelf? Zou heel normaal zijn geweest. Secundair belanghebbende de stad Eindhoven? Ook nogal voor de hand liggend. Tertiair: de provincie Noord-Brabant, immers toch zo begaan met de leefomgeving? Het bedrijfsleven, dat zo veel belang zegt te hebben bij de luchthaven. Brainport!
Ze zeggen dat je dit soort vergelijkingen niet mag maken, maar ik doe het toch: dezelfde krant, het Eindhovens Dagblad dus, opent heden met een snorkend verhaal over de ambilties van de de gemeente, waar het gaat om topsportevenementen. ‘Stad wil meer EK’s en WK’s.’ Daarbij denkt men aan onder meer een jaarlijkse World Cup zwemmen – niet voor niets is Robert van den Hoogenband, juist, de broer van…- aangetrokken als acquisiteur. Daarnaast is het azen op de Europese Hockey League-finale en zo nog wat meer.
Het budget van Van den Hoogenband is vier miljoen euro, op te brengen door Eindhoven (viermaal 350.000), de provincie (idem) en ‘het bedrijfsleven.’ Vier miljoen dus, voor iets waarvan je het resultaat nog maar moet afwachten.
Het is maar waar je de meeste waarde aan hecht, aan je sportimago of aan het welzijn van je inwoners en andere burgers voor wie je geacht wordt, je als ‘hoofdstad’ van een regio verantwoordelijk te voelen.
Wie de kosten had moeten betalen, weet ik niet. Airport-zelf? Zou heel normaal zijn geweest. Secundair belanghebbende de stad Eindhoven? Ook nogal voor de hand liggend. Tertiair: de provincie Noord-Brabant, immers toch zo begaan met de leefomgeving? Het bedrijfsleven, dat zo veel belang zegt te hebben bij de luchthaven. Brainport!
Ze zeggen dat je dit soort vergelijkingen niet mag maken, maar ik doe het toch: dezelfde krant, het Eindhovens Dagblad dus, opent heden met een snorkend verhaal over de ambilties van de de gemeente, waar het gaat om topsportevenementen. ‘Stad wil meer EK’s en WK’s.’ Daarbij denkt men aan onder meer een jaarlijkse World Cup zwemmen – niet voor niets is Robert van den Hoogenband, juist, de broer van…- aangetrokken als acquisiteur. Daarnaast is het azen op de Europese Hockey League-finale en zo nog wat meer.
Het budget van Van den Hoogenband is vier miljoen euro, op te brengen door Eindhoven (viermaal 350.000), de provincie (idem) en ‘het bedrijfsleven.’ Vier miljoen dus, voor iets waarvan je het resultaat nog maar moet afwachten.
Het is maar waar je de meeste waarde aan hecht, aan je sportimago of aan het welzijn van je inwoners en andere burgers voor wie je geacht wordt, je als ‘hoofdstad’ van een regio verantwoordelijk te voelen.
woensdag 18 mei 2016
Uitpakken
In een alleraardigst boekje, dat ik op m’n verjaardag kreeg –
Grutvaojers skrifje, Brabantprofessor Jos Swanenberg staat er achter en
dan zit het wel snor – las ik: De èrmste minse koope de gròòtste paosèier.
De toelichting luidt: ‘Mensen met een kleine beurs willen nog wel eens
overdrijven in uiterlijk vertoon.’
Dat ‘grutvaojer’ klinkt (ook) mij wat vreemd in de oren, maar ja ‘het dialect verschilt per straat,’ zei iemand die het weten kan.
Het gaat hier evenwel om die grootste paaseieren en het uiterlijk vertoon. Hier wordt een volkswijsheid ten toon gespreid die, als zo vaak, de spijker op z’n kop slaat.
Armoede is op dit moment een gevoelig onderwerp, want als die ooit is weggeweest, dan is ze nu in elk geval weer een groot probleem en men gelieve er dan ook niet mee te spotten.
Laat ik het over de klassieke smalle beurs hebben: die van de gemiddelde arbeider in de eerste helft van de vorige eeuw, toen het socialisme nog een rijke voedingsbodem had en er voor de vakbonden volop werk aan de winkel was.
Een reden, krap bij kas of niet, om eens flink uit te pakken, c.q. de buurman en de straat de ogen uit te steken, was de Eerste Heilige Communie, de gang naar de Tafel des Heren door 7-jarigen, die men toedacht dat ze ‘tot de jaren des verstands’ waren gekomen. Qua eten, drinken en cadeaus om het maar even samenvattend te zeggen.
Ik herinner mij de preek van een pastoor in de jaren vijftig in de zin van ‘of het niet een onsje minder kon’. Maar als ik goed naar mijn vader geluisterd heb, dan was het zo rond de voorlaatste eeuwwisseling (1900 dus) heel gewoon dat vanuit een achterbuurt – toen nog zo geheten – voor de gang naar de kerk, ten behoeve van de communicant en zijn of haar ouders een rijtuig werd gehuurd, niet alleen met koetsier maar zelfs met een palfrenier achterop.
De overeenkomst met een grootse bruiloft dringt zich op; die ging tot halverwege de vorige eeuw gepaard met een stoet rijtuigen. En nu? Er zijn trouwerijen, waarop de spreuk met de grootste paaseieren nog volledig van toepassing is.
Dat ‘grutvaojer’ klinkt (ook) mij wat vreemd in de oren, maar ja ‘het dialect verschilt per straat,’ zei iemand die het weten kan.
Het gaat hier evenwel om die grootste paaseieren en het uiterlijk vertoon. Hier wordt een volkswijsheid ten toon gespreid die, als zo vaak, de spijker op z’n kop slaat.
Armoede is op dit moment een gevoelig onderwerp, want als die ooit is weggeweest, dan is ze nu in elk geval weer een groot probleem en men gelieve er dan ook niet mee te spotten.
Laat ik het over de klassieke smalle beurs hebben: die van de gemiddelde arbeider in de eerste helft van de vorige eeuw, toen het socialisme nog een rijke voedingsbodem had en er voor de vakbonden volop werk aan de winkel was.
Een reden, krap bij kas of niet, om eens flink uit te pakken, c.q. de buurman en de straat de ogen uit te steken, was de Eerste Heilige Communie, de gang naar de Tafel des Heren door 7-jarigen, die men toedacht dat ze ‘tot de jaren des verstands’ waren gekomen. Qua eten, drinken en cadeaus om het maar even samenvattend te zeggen.
Ik herinner mij de preek van een pastoor in de jaren vijftig in de zin van ‘of het niet een onsje minder kon’. Maar als ik goed naar mijn vader geluisterd heb, dan was het zo rond de voorlaatste eeuwwisseling (1900 dus) heel gewoon dat vanuit een achterbuurt – toen nog zo geheten – voor de gang naar de kerk, ten behoeve van de communicant en zijn of haar ouders een rijtuig werd gehuurd, niet alleen met koetsier maar zelfs met een palfrenier achterop.
De overeenkomst met een grootse bruiloft dringt zich op; die ging tot halverwege de vorige eeuw gepaard met een stoet rijtuigen. En nu? Er zijn trouwerijen, waarop de spreuk met de grootste paaseieren nog volledig van toepassing is.
zaterdag 14 mei 2016
Dan maar minder gewiekst
Na
afloop van Aboutalebs speech tijdens de 4-mei-herdenking op de Dam, twitterde
iemand: ‘Kan er voor gezorgd worden dat landelijk op deze man gestemd kan
worden?’
Journalisten hebben dit opgepakt, zoals journalisten wel vaker iets van Twitter oppakken, meer dan van het van trivialiteiten vergeven Facebook, denk ik. Dus de burgemeester van Rotterdam for MP.
Had je gedacht, want loopt het de PvdA – excusez le mot – al dun door de broek bij alleen al de gedachte aan verkiezingen, enige zelfreflectie is het met rechts collaborerende, landelijke politieke kader volslagen vreemd. Wir schaffen das.
Twee kwalificaties betreffende Ahmed Aboutaleb doen inmiddels de ronde. In het Radio 1 Journaal heette het vanmorgen dat de PvdA-top hem niet gewiekst genoeg vindt. (Men vreest, zo begrijp ik, een herhaling van het drama theedrinker Job Cohen.) Allereerst: wat zijn de synoniemen voor ‘gewiekst’? Dat zijn er nogal wat, volgens het puzzelwoordenboek: 1) Adrem 2) Berekenend 3) Bijdehand 4) Doortrapt 5) Geslepen 6) Gevat 7) Geslepen (listig) 8) Gehaaid 9) Glad 10) Goochem 11) Handig 12) Leep 13) Link 14) Niet dom 15) Pienter 16) Snedig 17) Sluw 18) Slim 19) Slagvaardig 20) Schrander 21) Slinks 22) Uitgerekend 23) Uitgekookt 24) Uitgeslapen.
Hierbij heb ik de neiging, uit te roepen: dan maar minder gewiekst. Immers, het wemelt in de politiek al van gewiekste, op eigenbelang gerichte lieden en me dunkt dat de kiezer daar de buik van vol heeft. Trouwens je vindt tussen die synoniemen bijna even veel positieve als negatieve verklaringen.
Dan is er (2) het ‘bezwaar’ dat door het AD – lees De Persgroep – aan de bobo’s in Amsterdam wordt toegeschreven: Aboutalebs recente tv-optredens zouden ‘te pompeus’ zijn geweest. Lammenielache. Het is het zoveelste blijk van nietszeggendheid en zwakte. Nooit heb ik meer vertrouwen ontleend aan het optreden van een publieke persoonlijkheid dan bij dat van Aboutaleb tijdens Zomergasten 2015 en de toespraak op 4 mei.
Natuurlijk weet de Marokkaanse Nederlander zichzelf uitstekend te verkopen. Mag dat? Zijn internationale bekendheid wordt hem trouwens in de schoot geworpen. Na de verkiezing van de moslimburgemeester van Londen, haastte The Independent zich, erop te wijzen dat die niet de Europese primeur had.
Volgens De Persgroep-bladen heeft Aboutaleb zich op het jongste PvdA-congres letterlijk op de voorgrond gezet door, tijdens diens speech, op de prominente stoel van ‘kroonprins’ Lodewijk Asscher plaats te nemen. Tja, is dat het hele verhaal? Had-ie dan ergens achter een pilaar moeten gaan zitten? Of in de nek moeten blazen van de niet weg te branden partijleider Samsom?
Intussen houdt iedereen zich wat betreft het toekomstig lijsttrekkerschap op de vlakte. Da’s prima. Laat maar lekker voortsudderen. We krijgen een heet najaar.
Journalisten hebben dit opgepakt, zoals journalisten wel vaker iets van Twitter oppakken, meer dan van het van trivialiteiten vergeven Facebook, denk ik. Dus de burgemeester van Rotterdam for MP.
Had je gedacht, want loopt het de PvdA – excusez le mot – al dun door de broek bij alleen al de gedachte aan verkiezingen, enige zelfreflectie is het met rechts collaborerende, landelijke politieke kader volslagen vreemd. Wir schaffen das.
Twee kwalificaties betreffende Ahmed Aboutaleb doen inmiddels de ronde. In het Radio 1 Journaal heette het vanmorgen dat de PvdA-top hem niet gewiekst genoeg vindt. (Men vreest, zo begrijp ik, een herhaling van het drama theedrinker Job Cohen.) Allereerst: wat zijn de synoniemen voor ‘gewiekst’? Dat zijn er nogal wat, volgens het puzzelwoordenboek: 1) Adrem 2) Berekenend 3) Bijdehand 4) Doortrapt 5) Geslepen 6) Gevat 7) Geslepen (listig) 8) Gehaaid 9) Glad 10) Goochem 11) Handig 12) Leep 13) Link 14) Niet dom 15) Pienter 16) Snedig 17) Sluw 18) Slim 19) Slagvaardig 20) Schrander 21) Slinks 22) Uitgerekend 23) Uitgekookt 24) Uitgeslapen.
Hierbij heb ik de neiging, uit te roepen: dan maar minder gewiekst. Immers, het wemelt in de politiek al van gewiekste, op eigenbelang gerichte lieden en me dunkt dat de kiezer daar de buik van vol heeft. Trouwens je vindt tussen die synoniemen bijna even veel positieve als negatieve verklaringen.
Dan is er (2) het ‘bezwaar’ dat door het AD – lees De Persgroep – aan de bobo’s in Amsterdam wordt toegeschreven: Aboutalebs recente tv-optredens zouden ‘te pompeus’ zijn geweest. Lammenielache. Het is het zoveelste blijk van nietszeggendheid en zwakte. Nooit heb ik meer vertrouwen ontleend aan het optreden van een publieke persoonlijkheid dan bij dat van Aboutaleb tijdens Zomergasten 2015 en de toespraak op 4 mei.
Natuurlijk weet de Marokkaanse Nederlander zichzelf uitstekend te verkopen. Mag dat? Zijn internationale bekendheid wordt hem trouwens in de schoot geworpen. Na de verkiezing van de moslimburgemeester van Londen, haastte The Independent zich, erop te wijzen dat die niet de Europese primeur had.
Volgens De Persgroep-bladen heeft Aboutaleb zich op het jongste PvdA-congres letterlijk op de voorgrond gezet door, tijdens diens speech, op de prominente stoel van ‘kroonprins’ Lodewijk Asscher plaats te nemen. Tja, is dat het hele verhaal? Had-ie dan ergens achter een pilaar moeten gaan zitten? Of in de nek moeten blazen van de niet weg te branden partijleider Samsom?
Intussen houdt iedereen zich wat betreft het toekomstig lijsttrekkerschap op de vlakte. Da’s prima. Laat maar lekker voortsudderen. We krijgen een heet najaar.
maandag 9 mei 2016
De Venus van Botticelli
| Als je,
puber zijnde, vindt dat je je niet aan de regels van de school hoeft te houden
en de disciplinaire maatregelen van de concierge wil dwarsbomen, dan stap je
toch naar de Rijdende Rechter? Pech als die niet alleen juridisch
onderlegd is, maar ook over een goed verstand beschikt aangaande laat ik zeggen
opvoeding tot een sociaal lid van de maatschappij. Misschien is die rechter ook
vader. Dan feliciteer ik zijn kinderen. Bij dit soort opmerkingen wil ik nog wel eens bij mezelf te rade gaan, immers hoog bejaard en nog dagelijks vol fouten. Ik moet dan ter zelftroost ook vaak denken aan de columnist der columnisten in de vorige eeuw, Jan Blokker, die in zijn nadagen, niet anders schrijvend dan daarvoor, de kwalificatie ouwe brombeer voor de voeten geworpen kreeg. Dus ga ik ook maar gewoon door. En prijs me gelukkig dat onderstaande ervaringen met puberaal gedrag mij zijn toegekomen van een stel veertigers. Nooit te oud om je te ergeren. Vriendje mag bij vriendje blijven eten, maar deelt moeder van vriendje openhartig mee: ‘Ik lust alleen maar friet.’ En als er groente op tafel komt: ‘Dat lust ik dus niet.’ De ouders in kwestie zijn pas verhuisd naar een met een hek omheinde stek met zwembad en zoonlief heeft al bij voorbaat zijn status opgekrikt door op school mee te delen dat daar dus uitgebreid gefeest gaat worden. Er is wel tijdig een rem op gezet, met respectievelijk de mededelingen 1. niet als wij niet thuis zijn en 2. duiken verboden, want levensgevaarlijk. Maar als de zomer eindelijk toeslaat geh’ts los. En de meiden komen ook. Het openen van de van binnenuit bediende poort niet afwachtend, klimmen ze maar vast over het hek en veroveren ze de lusttuin zonder zich voor te stellen, of zelfs het naar de zeden des tijds geroepen hoi. Provocerende stoerdoenerij kent geen grenzen. Een van de knullen schrikt er niet voor terug, een kolossale penis – in het gangbare discours lul geheten – op een ruit te tekenen. Er is, zonder rijdende rechter, korte metten mee gemaakt. Met de meiden en de knul. ‘Jullie kunnen gaan en hoeven hier niet meer terug te komen.’ Maar denk niet dat daar in en rond dat huis onverdragelijke mores heersen. Het zijn moderne ouders, zij het – zoals al aangegeven – met duidelijke grenzen rond wat kan en niet kan. Zij die er zich aan hielden, mochten urenlang in de jacuzzi badderen. Vraag aan de ouders: Zijn ze intussen ook naar de wc geweest? Eh…nee, ik geloof het niet. O. En verder? Dat weet niemand. Wat ik wel weet is dat de moeder haar puberzoon nog een aardig lesje heeft gegeven, toen hij op een middag na school weer eens met een staart maten achter zich aan het domein wilde betreden. Ma zat naakt in die jacuzzi en rees bij het verschijnen van zoon uit het bad als de Venus van Botticelli uit haar schelp: Hallooooo! Weg was-ie. (Gesproken column, Omroep Best, 18.05.16.) |
donderdag 5 mei 2016
Boergondisch
Als Den Bosch de bourgondische hoofdstad van Brabant is en Eindhoven de
technische, dan kan Breda dé zakenhoofdstad van Brabant worden.
Dit zei de Bredase ondernemer Aad Ouborg (huishoudelijke apparaten, als Princess en ook bekend als redder van monumentale gebouwen – hij houdt kantoor in het 18e eeuwse raadhuis van Ginneken) onlangs in een interview met het West-Brabantse dagblad BN-DeStem.
Ouborg vindt dat Breda het niet moet laten bij het stimuleren van zijn gerenommeerde gezelligheid, wil de stad aantrekkingskracht uitoefenen op het internationale bedrijfsleven. Zo ongeveer.
Wat mij intrigeert zijn de typeringen die hij geeft aan andere Brabantse steden, waarbij het bepaald niet ingeslapen Tilburg buiten beschouwing blijft. Eindhoven, stad van techniek (en zoals het Eindhovens Dagblad dezer dagen constateerde, voorlopig blijvend ‘de lichtstad’) daar kan ik me in vinden. Persoonlijk spreekt het me zelfs meer aan dan het nogal drammerig-pretentieus klinkende Brainport. Maar Den Bosch komt er maar bekaaid af met dat bourgondisch.
Wat zegt dat nou helemaal, bourgondisch. Het is een kwalificatie, afgeleid van het ongehoord luxe hof van de hertogen van Bourgondië (vijftiende eeuw!) en wordt te pas en de onpas, vooral in toeristische folders, gebruikt om het savoir vivre aan te duiden van al het volk beneden de grote rivieren, inclusief België. Schransende, zuipende en dansende lieden, leuk, gezellig, zorgeloos, laat maar waaien enzovoorts. Een levend schilderij van Brueghel.
Er klopt geen hout van, want het veronderstelt een volksaard, die hier in geen velden of wegen valt te bekennen, tenzij je zoiets als het door een minderheid in stand gehouden carnaval als maatstaf hanteert.
Beschouw deze typering van meneer Ouborg maar als een bour, pardon boer, pardon loze oprisping.
Dit zei de Bredase ondernemer Aad Ouborg (huishoudelijke apparaten, als Princess en ook bekend als redder van monumentale gebouwen – hij houdt kantoor in het 18e eeuwse raadhuis van Ginneken) onlangs in een interview met het West-Brabantse dagblad BN-DeStem.
Ouborg vindt dat Breda het niet moet laten bij het stimuleren van zijn gerenommeerde gezelligheid, wil de stad aantrekkingskracht uitoefenen op het internationale bedrijfsleven. Zo ongeveer.
Wat mij intrigeert zijn de typeringen die hij geeft aan andere Brabantse steden, waarbij het bepaald niet ingeslapen Tilburg buiten beschouwing blijft. Eindhoven, stad van techniek (en zoals het Eindhovens Dagblad dezer dagen constateerde, voorlopig blijvend ‘de lichtstad’) daar kan ik me in vinden. Persoonlijk spreekt het me zelfs meer aan dan het nogal drammerig-pretentieus klinkende Brainport. Maar Den Bosch komt er maar bekaaid af met dat bourgondisch.
Wat zegt dat nou helemaal, bourgondisch. Het is een kwalificatie, afgeleid van het ongehoord luxe hof van de hertogen van Bourgondië (vijftiende eeuw!) en wordt te pas en de onpas, vooral in toeristische folders, gebruikt om het savoir vivre aan te duiden van al het volk beneden de grote rivieren, inclusief België. Schransende, zuipende en dansende lieden, leuk, gezellig, zorgeloos, laat maar waaien enzovoorts. Een levend schilderij van Brueghel.
Er klopt geen hout van, want het veronderstelt een volksaard, die hier in geen velden of wegen valt te bekennen, tenzij je zoiets als het door een minderheid in stand gehouden carnaval als maatstaf hanteert.
Beschouw deze typering van meneer Ouborg maar als een bour, pardon boer, pardon loze oprisping.
zaterdag 30 april 2016
'Journalistiek met een crimineel luchtje'
Fred Teeven heeft mogen uithuilen bij de ‘regionale’ kranten van De
Persgroep, dwz het Rotterdamse AD en wat doorgaans heet deze krant.
Nou ja, de vorig jaar weggestuurde staatsseceretaris van justitie houdt
natuurlijk de rug recht; hij behoort immers tot de zeldzame soort die na een
periode bewind voeren weer in de Kamer gaat zitten.
De sportieve Teeven, hij jogt met mate gezien zijn actuele lichaamsbouw en poseert in de bijpassende kledij voor de fotograaf, weet precies wie hem de das om heeft gedaan, wat betreft de deal met Cees H., die veel hoger bleek te zijn uitgevallen dan hij en zijn ‘baas’, Ivo van Opstelten, aanvankelijk tegenover de volksvertegenwoordiging suggereerden.
‘Dit is aangereikt vanuit de misdaad,’ verklaart hij tegenover de verslaggever, daarbij min of meer suggererend dat er een luchtje zou zitten aan de activiteiten van de aanbrenger van het onheil, de tv-actualiteitenrubriek Nieuwsuur. ‘De media heb het gedaan,’ weet je wel?
Kan het ook zijn dat een journalist bijzonder goed werk heeft verricht, vraagt de AD-verslaggever. ‘Ja maar hij heeft het wel aangereikt gekregen vanuit de misdaad,’ enzovoorts. Alsof goede journalistiek per definitie uitgaat van één bron. Niemand verbiedt de onderzoeker een tip te accepteren, ongeacht de achtergrond van de tipgever, mits hij/zij het niet stante pede voor zoete koek slikt. Justitie doet dat ook. Toch, meneer Teeven? ‘Het ging eerst naar een halve journalist en daarna naar een echte.’ Alweer zo’n diskwalificerende opmerking.
En verder? Ach het had niks om het lijf, vindt-ie achteraf. ‘Er worden zoveel deals gesloten.’ Niettemin: ‘We hebben het niet goed gedaan. Daarom zijn we ook samen (Teeven en Opstelten, tSs.) ten onder gegaan.’
Het heeft iets van Luctor et Emergo – ik worstel en kom boven.
De sportieve Teeven, hij jogt met mate gezien zijn actuele lichaamsbouw en poseert in de bijpassende kledij voor de fotograaf, weet precies wie hem de das om heeft gedaan, wat betreft de deal met Cees H., die veel hoger bleek te zijn uitgevallen dan hij en zijn ‘baas’, Ivo van Opstelten, aanvankelijk tegenover de volksvertegenwoordiging suggereerden.
‘Dit is aangereikt vanuit de misdaad,’ verklaart hij tegenover de verslaggever, daarbij min of meer suggererend dat er een luchtje zou zitten aan de activiteiten van de aanbrenger van het onheil, de tv-actualiteitenrubriek Nieuwsuur. ‘De media heb het gedaan,’ weet je wel?
Kan het ook zijn dat een journalist bijzonder goed werk heeft verricht, vraagt de AD-verslaggever. ‘Ja maar hij heeft het wel aangereikt gekregen vanuit de misdaad,’ enzovoorts. Alsof goede journalistiek per definitie uitgaat van één bron. Niemand verbiedt de onderzoeker een tip te accepteren, ongeacht de achtergrond van de tipgever, mits hij/zij het niet stante pede voor zoete koek slikt. Justitie doet dat ook. Toch, meneer Teeven? ‘Het ging eerst naar een halve journalist en daarna naar een echte.’ Alweer zo’n diskwalificerende opmerking.
En verder? Ach het had niks om het lijf, vindt-ie achteraf. ‘Er worden zoveel deals gesloten.’ Niettemin: ‘We hebben het niet goed gedaan. Daarom zijn we ook samen (Teeven en Opstelten, tSs.) ten onder gegaan.’
Het heeft iets van Luctor et Emergo – ik worstel en kom boven.
zaterdag 9 april 2016
Even de controle passeren
Veel
ophef al, voordat het op tv is: journalist Albert Stegeman wandelt ongehinderd
de Legerplaats Oirschot op, simpel gehuld in een camouflagepak. (zondag SBS6
Undercover Nederland). Dat was in de suffe jaren vijftig wel anders,
hoewel, toen had je toch de Koude Oorlog?
Dus was het heel wat dat (ook) een journalist de controle van de Luchtmacht Bewakings Korps op de vliegbasis Leeuwarden wist te verschalken. Het gebeurde nota bene tijdens een grote NAVO-oefening.
Dader was de stadsredacteur van de Friese editie van Het Vrije Volk, Fenno Schoustra , een practical joker pur sang (mooi hè, Engels en Frans gecombineerd? Het zijn dan ook sterk verwante talen).
Fenno benaderde de vliegbasis niet als een onopvallend geüniformeerde ondergeschikte, maar als hoge piet uitgedost in een operettekostuum. Op de foto in HVV zag je hem in een auto met chauffeur, streng de neus in de wind steken.
Het leukst vond ik nog de kinnesinne van de Leeuwarder Courant, die in die tijd onder de titel nog een banderol met de tekst ‘Hoofdblad van Friesland’ had. Wat Schoustra had gedaan ‘kón natuurlijk niet’. Zelfs zonder terreurdreiging.
Maar in datzelfde Friesland leeft Fenno (in 2012 op 88-jarige leeftijd overleden) wel als onovertroffen legendarische figuur voort en dat kan niet van iedere verscheiden Friese journalist worden gezegd.
Dus was het heel wat dat (ook) een journalist de controle van de Luchtmacht Bewakings Korps op de vliegbasis Leeuwarden wist te verschalken. Het gebeurde nota bene tijdens een grote NAVO-oefening.
Dader was de stadsredacteur van de Friese editie van Het Vrije Volk, Fenno Schoustra , een practical joker pur sang (mooi hè, Engels en Frans gecombineerd? Het zijn dan ook sterk verwante talen).
Fenno benaderde de vliegbasis niet als een onopvallend geüniformeerde ondergeschikte, maar als hoge piet uitgedost in een operettekostuum. Op de foto in HVV zag je hem in een auto met chauffeur, streng de neus in de wind steken.
Het leukst vond ik nog de kinnesinne van de Leeuwarder Courant, die in die tijd onder de titel nog een banderol met de tekst ‘Hoofdblad van Friesland’ had. Wat Schoustra had gedaan ‘kón natuurlijk niet’. Zelfs zonder terreurdreiging.
Maar in datzelfde Friesland leeft Fenno (in 2012 op 88-jarige leeftijd overleden) wel als onovertroffen legendarische figuur voort en dat kan niet van iedere verscheiden Friese journalist worden gezegd.
woensdag 6 april 2016
Tweede Kamer, wat is dat voor volk?
Wat is dat voor volk, politici, leden van de Tweede Kamer nota bene, die een
ongeldige stem uit brengen als het gaat om de benoeming van een nieuwe
kinderombudsvrouw? Van volksvertegenwoordigers mag toch worden verwacht dat zij
hun taak uitoefenen en kiezen? Als de burger (m/v) – bij voorbeeld bij het
referendum over Oekraïne – besluit thuis te blijven, of het stembiljet ongeldig
maakt om wat voor reden dan ook, dan is dat zijn goed recht. Maar de politicus
(m/v), beroeps of niet, dient gewoon zijn mandaat in praktijk te brengen.
Er zit sowieso een luchtje aan de gang van zaken bij de vervanging van meneer Dullaert, die als mentale hulpverlener van de kinderen in problemen niet terug mocht komen. Nu is het motief van de ‘stembiljetscheurders’, nota bene ruim een derde van de TK, vooral behorend tot de VVD en de PVV (pas étonné de se trouver ensemble, als je dit niet snapt, zoek het dan even uit) al even verdacht: de gekozene, Margrite Kalverboer, nota bene een erkend en onomstreden pedagogisch wetenschapper, zou te links zijn. Je moet wel extreem rechts zijn wil je het in je hoofd halen, iemand op grond van zo’n vrijwel ondefinieerbare kwalificatie af te wijzen. Je schept daarmee tevens een onmogelijk precedent. Stel nu, dat hetzelfde criterium van lik m’n vestje toegepast gaat worden bij het benoemen van mensen in andere belangrijke functies?
Laat ik het nog eens op een andere manier uitleggen. De voorloper van de VVD, bij voorbeeld, de liberalen van de negentiende eeuw, die van Thorbecke (‘openbaarheid is licht, geheimhouding is duisternis’) waren, relatief bekeken, links. Vandaar trouwens, dat ik al sinds mijn jaren van verstand vind dat de VVD wel heel ver van het liberalisme is afgedwaald.
Wie het nog niet wist: ik voel me links. Om de doodeenvoudige reden dat je niet kritisch kunt zijn zonder dat. En het ombudswezen is per definitie kritisch, anders kan het maar beter weg blijven en/of achterover leunen, precies het tegendeel van wat kinderombudsman Dullaert, terecht ook ter linker zijde gepositioneerd of in elk geval door zijn tegenstanders daar geplaatst - deed. Daarom moest hij dus weg.
Wat is dat voor volk, daar in die Tweede Kamer? Dom volk.
Er zit sowieso een luchtje aan de gang van zaken bij de vervanging van meneer Dullaert, die als mentale hulpverlener van de kinderen in problemen niet terug mocht komen. Nu is het motief van de ‘stembiljetscheurders’, nota bene ruim een derde van de TK, vooral behorend tot de VVD en de PVV (pas étonné de se trouver ensemble, als je dit niet snapt, zoek het dan even uit) al even verdacht: de gekozene, Margrite Kalverboer, nota bene een erkend en onomstreden pedagogisch wetenschapper, zou te links zijn. Je moet wel extreem rechts zijn wil je het in je hoofd halen, iemand op grond van zo’n vrijwel ondefinieerbare kwalificatie af te wijzen. Je schept daarmee tevens een onmogelijk precedent. Stel nu, dat hetzelfde criterium van lik m’n vestje toegepast gaat worden bij het benoemen van mensen in andere belangrijke functies?
Laat ik het nog eens op een andere manier uitleggen. De voorloper van de VVD, bij voorbeeld, de liberalen van de negentiende eeuw, die van Thorbecke (‘openbaarheid is licht, geheimhouding is duisternis’) waren, relatief bekeken, links. Vandaar trouwens, dat ik al sinds mijn jaren van verstand vind dat de VVD wel heel ver van het liberalisme is afgedwaald.
Wie het nog niet wist: ik voel me links. Om de doodeenvoudige reden dat je niet kritisch kunt zijn zonder dat. En het ombudswezen is per definitie kritisch, anders kan het maar beter weg blijven en/of achterover leunen, precies het tegendeel van wat kinderombudsman Dullaert, terecht ook ter linker zijde gepositioneerd of in elk geval door zijn tegenstanders daar geplaatst - deed. Daarom moest hij dus weg.
Wat is dat voor volk, daar in die Tweede Kamer? Dom volk.
Een kwestie van ballen hebben
Eigenlijk had ik me voorgenomen, geen woord meer vuil te maken aan
De Mol. U weet wel. het reusachtige beeld uit 2009 dat vanaf het
tunneldek bij de Willem de Zwijgerweg in Best richting Eindhoven kijkt. Nog eens
overlezende, wat ik over dat monster schreef op 24 september 2014, vind ik dat ik dat voornemen gestand zou
moeten doen. Maar ja de ontwikkelingen – door de krant getypeerd als een
soap – rond het verval van het kunstwerk, de daaraan verbonden kosten
en de houding van de maker, de internationaal vermaarde kunstenaar Tom Claassen,
in deze schreeuwen toch opnieuw om aandacht.
Boven genoemd stukje staat: Heeft de gemeente Best nog tanden? Nader bezien, kan ik alleen maar een iets meer eigentijdse variant bedenken: Een kwestie van ballen hebben. Immers, Claassen mag dan, al is het dan maar in eigen ogen, een beroemdheid zijn, hij is in de eerste plaats ondernemer en in dit geval een leverancier van de gemeente Best. En als zodanig is hij ernstig in gebreke. In het kwadraat kun je wel zeggen. Want eerst was er de terechte claim van de gemeente dat het afbrokkelende beeld op kosten van de kunstenaar zou worden gerepareerd. En toen was er het onbewezen verhaal dat het Claassen – een ondernemer met een zaakwaarnemer - aan de daarvoor benodigde middelen zou ontbreken. Vervolgens nam Best genoegen met de deal dat hij de reparatiekosten, recentelijk begroot op 60.000 euro, ‘in natura’ zou vergoeden. Dat wil zeggen in nog enkele van zijn beelden.
Maar wat is nu de magere mededeling van verantwoordelijk wethouder Peet van de Loo? De door de kunstenaar aangeboden beelden zijn niet (meer) zijn eigendom. Als dat waar is, hoe noem je dan zo iets? Verduistering, toch? Niettemin heet het nu, dat de gemeente opnieuw met Claassen in onderhandeling is voor een oplossing. Ik noem dat ongehoord. Het lijkt wel klassenbejegening.
Het gemis aan ballen bij de gemeente Best is op zich niet nieuw. Kijk maar naar de permanente zondagsopening van de zogenaamde groothandel Makro op het bedrijventerrein Heide. Ten nadele van de kleine winkelier. Dat bedrijf is ooit door de gemeente een dwangsom in het vooruitzicht gesteld, maar uiteindelijk zijn de bestuurlijke bezwaren geruisloos uit het dossier verdwenen.
Nogmaals, ballen gevraagd.
(Gesproken column Omroep Best, 13.04.16)
Boven genoemd stukje staat: Heeft de gemeente Best nog tanden? Nader bezien, kan ik alleen maar een iets meer eigentijdse variant bedenken: Een kwestie van ballen hebben. Immers, Claassen mag dan, al is het dan maar in eigen ogen, een beroemdheid zijn, hij is in de eerste plaats ondernemer en in dit geval een leverancier van de gemeente Best. En als zodanig is hij ernstig in gebreke. In het kwadraat kun je wel zeggen. Want eerst was er de terechte claim van de gemeente dat het afbrokkelende beeld op kosten van de kunstenaar zou worden gerepareerd. En toen was er het onbewezen verhaal dat het Claassen – een ondernemer met een zaakwaarnemer - aan de daarvoor benodigde middelen zou ontbreken. Vervolgens nam Best genoegen met de deal dat hij de reparatiekosten, recentelijk begroot op 60.000 euro, ‘in natura’ zou vergoeden. Dat wil zeggen in nog enkele van zijn beelden.
Maar wat is nu de magere mededeling van verantwoordelijk wethouder Peet van de Loo? De door de kunstenaar aangeboden beelden zijn niet (meer) zijn eigendom. Als dat waar is, hoe noem je dan zo iets? Verduistering, toch? Niettemin heet het nu, dat de gemeente opnieuw met Claassen in onderhandeling is voor een oplossing. Ik noem dat ongehoord. Het lijkt wel klassenbejegening.
Het gemis aan ballen bij de gemeente Best is op zich niet nieuw. Kijk maar naar de permanente zondagsopening van de zogenaamde groothandel Makro op het bedrijventerrein Heide. Ten nadele van de kleine winkelier. Dat bedrijf is ooit door de gemeente een dwangsom in het vooruitzicht gesteld, maar uiteindelijk zijn de bestuurlijke bezwaren geruisloos uit het dossier verdwenen.
Nogmaals, ballen gevraagd.
(Gesproken column Omroep Best, 13.04.16)
donderdag 31 maart 2016
Het blijft sappelen bij de regionale krant
Het
blijft sappelen bij de regionale kranten van met name De Persgroep. De
NVJ (vakbond journalisten) slaat via Twitter alarm over een verdere verlaging
van de honoraria voor freelancers. In de praktijk bij die kranten zijn dat de
plaatselijke correspondenten. Volgens algemeen secretaris Thomas Bruning gaat
het tarief naar 13 cent, per krantenregel, neem ik aan. De NVJ heeft het over
een korting van (soms) 67%.
Het plaatselijk correspondentschap bij de regionale pers is allang niet meer in de handen van de dorpsonderwijzer of de hobbyende gemeenteambtenaar; hun niveau is langzamerhand gaan aanleunen tegen de professionaliteit. Het heeft natuurlijk te maken met de algemene stijging van het ontwikkelingspeil, dat ook af te lezen is uit de gemiddelde lezersbrief op de opiniepagina´s van de kranten.
Al meer dan een jaar geleden, gaf een plaatselijke correspondent van het ED aan dat hij voor een tot in de kleine uurtjes durende raadsvergadering 25 euro incasseerde. ´Ik zie het maar als hobby,´ voegde hij eraan toe.
Dat de NVJ, met de blik op de nieuwe ontwikkelingen, zich ernstig zorgen maakt over de kwaliteit van de regionale journalistiek is meer dan begrijpelijk. Hobbyisme is geen houdbare basis.
De dagbladen hebben het moeilijk; het abonneebestand daalt voortdurend en voor de advertentieomzet geldt hetzelfde. Dagelijks sporen de Persgroep-uitgaven met stoppers op de voor advertenties bedoelde pagina’s de lezers aan, hun krant digitaal te lezen. Begin van het einde van het aan de deur bezorgde papier?
Het plaatselijk correspondentschap bij de regionale pers is allang niet meer in de handen van de dorpsonderwijzer of de hobbyende gemeenteambtenaar; hun niveau is langzamerhand gaan aanleunen tegen de professionaliteit. Het heeft natuurlijk te maken met de algemene stijging van het ontwikkelingspeil, dat ook af te lezen is uit de gemiddelde lezersbrief op de opiniepagina´s van de kranten.
Al meer dan een jaar geleden, gaf een plaatselijke correspondent van het ED aan dat hij voor een tot in de kleine uurtjes durende raadsvergadering 25 euro incasseerde. ´Ik zie het maar als hobby,´ voegde hij eraan toe.
Dat de NVJ, met de blik op de nieuwe ontwikkelingen, zich ernstig zorgen maakt over de kwaliteit van de regionale journalistiek is meer dan begrijpelijk. Hobbyisme is geen houdbare basis.
De dagbladen hebben het moeilijk; het abonneebestand daalt voortdurend en voor de advertentieomzet geldt hetzelfde. Dagelijks sporen de Persgroep-uitgaven met stoppers op de voor advertenties bedoelde pagina’s de lezers aan, hun krant digitaal te lezen. Begin van het einde van het aan de deur bezorgde papier?
vrijdag 25 maart 2016
Superplie, vergeten r.-k. begrip
Als je iets schrijft over wat te maken heeft met het r.-k. geloof,
laat dat dan even lezen door iemand die geacht wordt er (nog) iets van te weten,
want met de secularisatie (85% van de Nederlanders komt niet meer in de kerk)
verdwijnt ook de historische kennis. Het plaatsen van foto’s uit oude collecties
is een populaire activiteit bij dag- en weekbladen. Maar daar hoort natuurlijk
een toelichting bij en daar zit ‘m nogal eens de kneep.
Zo zag ik laatst in een huis-aan-huis-blad een foto van de eerste-steen-legging voor de Bernadettekerk in Spoordonk (1935), waarop een processie van priesters en misdienaars te zien was. Die mensen hadden, volgens de tekstschrijver ‘witte gewaden’ aan. De scribent kent de juiste termen niet. Ze waren namelijk in toog en superplie. De toog (advocaten en rechters dragen nog steeds een toga) was in dit geval waarschijnlijk zwart; het was natuurlijk geen kleurenfoto. De toog kan vergeleken worden met de soutane waarin de priesters in overwegend katholieke streken dagelijks rondliepen. Alleen als ze op reis gingen, droegen ze een zwart pak – broek en colbert. Ze waren dan nog herkenbaar als r.-k. priester door het nog steeds in gebruik zijnde witte boordje plus eventueel een kruisje op de revers.
Misdienaars en acolieten (in het verleden uitsluitend van het mannelijk geslacht) hadden in de regel een zwarte toog met ontelbare kleine knoopjes aan en daaroverheen dus de superplie. Op hoogfeestdagen als Kerstmis en Pasen mocht er worden gevarieerd met rode en witte togen, nooit met blauw want dat was – hoewel de kleur van Maria – niet liturgisch.
Die superplies werden door de nonnekes gewassen, heel kunstig harmonikagewijs gestreken en vervolgens als tot een stok ‘samengebonden’. Als misdienaar moest je die ‘uitpellen’ en dan kreeg je dus een prachtig hagelwit, geplooid ‘hemd’. De priesters droegen bij het opdragen van de mis, onder het kazuifel, een wit gewaad, inderdaad, dat tot de schoenen reikte en albe werd genoemd.
Nu ik het toch over Spoordonk (gemeente Oirschot) had, ze voelen zich daar duidelijk ook steeds minder katholiek. De kerk (die van de eerste steen) krijgt een profane bestemming en de Sint-Jozefschool heet er tegenwoordig De Fonkeling, met als enig door de bedenker opgegeven motief, dat ‘we de kinderen willen laten fonkelen.’
Zo zag ik laatst in een huis-aan-huis-blad een foto van de eerste-steen-legging voor de Bernadettekerk in Spoordonk (1935), waarop een processie van priesters en misdienaars te zien was. Die mensen hadden, volgens de tekstschrijver ‘witte gewaden’ aan. De scribent kent de juiste termen niet. Ze waren namelijk in toog en superplie. De toog (advocaten en rechters dragen nog steeds een toga) was in dit geval waarschijnlijk zwart; het was natuurlijk geen kleurenfoto. De toog kan vergeleken worden met de soutane waarin de priesters in overwegend katholieke streken dagelijks rondliepen. Alleen als ze op reis gingen, droegen ze een zwart pak – broek en colbert. Ze waren dan nog herkenbaar als r.-k. priester door het nog steeds in gebruik zijnde witte boordje plus eventueel een kruisje op de revers.
Misdienaars en acolieten (in het verleden uitsluitend van het mannelijk geslacht) hadden in de regel een zwarte toog met ontelbare kleine knoopjes aan en daaroverheen dus de superplie. Op hoogfeestdagen als Kerstmis en Pasen mocht er worden gevarieerd met rode en witte togen, nooit met blauw want dat was – hoewel de kleur van Maria – niet liturgisch.
Die superplies werden door de nonnekes gewassen, heel kunstig harmonikagewijs gestreken en vervolgens als tot een stok ‘samengebonden’. Als misdienaar moest je die ‘uitpellen’ en dan kreeg je dus een prachtig hagelwit, geplooid ‘hemd’. De priesters droegen bij het opdragen van de mis, onder het kazuifel, een wit gewaad, inderdaad, dat tot de schoenen reikte en albe werd genoemd.
Nu ik het toch over Spoordonk (gemeente Oirschot) had, ze voelen zich daar duidelijk ook steeds minder katholiek. De kerk (die van de eerste steen) krijgt een profane bestemming en de Sint-Jozefschool heet er tegenwoordig De Fonkeling, met als enig door de bedenker opgegeven motief, dat ‘we de kinderen willen laten fonkelen.’
zaterdag 19 maart 2016
Natuur mag geen permanente hype worden
Nederland mag binnenkort stemmen op ‘het mooiste natuurgebied’. De winnaars tot
in derde instantie zullen extra worden gepromoot in binnen- en buitenland:
nationale iconen. ‘n Soort alternatief voor de tulpen, de molens en de
klompen. Ik houd m’n hart vast. Onze schaarse natuur mag geen permanente hype
worden.
Na Jac. P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten, was Bert Garthoff (1913-1997) in de tweede helft van de vorige eeuw de eerste radiomaker, die met zijn mateloos populaire Vara-programma Weer of geen weer op zondagmorgen de Nederlander dichter bij de natuur bracht. Ik heb heimwee naar dat programma. met bijdragen van mensen als dr. Fop I Brouwer over ‘alles wat groeit en bloeit en ons telkens weer boeit’ en ‘het weer, verstrekt door Gerrit.’
Het radioprogramma zou in 1978, bij de pensionering van Garthoff, worden opgevolgd door Vroege Vogels, aanvankelijk ook zeer interessant, want kritisch, tegenwoordig naar mijn smaak nogal zelfgenoegzaam en mede daardoor vrij saai en oubollig. Met een lachwekkende rubriek als de fenolijn, waarop mensen waarnemingen in hun achtertuin kunnen doorbellen: ‘Donderdagmiddag zag ik op een struik in mijn tuin de eerste dagpauwoog. Héél bijzonder.’
Even terug naar Weer of geen weer. Als Garthoff over een of ander gebied iets opmerkelijks te melden had, dan rukte de verkeerspolitie alvast uit. Want het gevolg was dat ‘iedereen’ zijn gezin in de auto laadde en er op af ging. Dit was vaste prik, zodat men ging spreken van het Garthoffeffect.
Zoiets verwacht ik van een al te nadrukkelijke promotie van onze nationale natuuriconen. Niet eventjes, maar onophoudelijk. Je moet er minstens een keer geweest zijn, zoals je ook wijs wordt gemaakt dat je niet hebt geleefd als je de Jeroen Bosch-tentoonstelling hebt gemist.
Rond 1970 had ik een interview met de toenmalige coördinator van de Brabantse Milieufederatie (tegenwoordig heet zo iemand weer directeur). Toen het over de locatie voor de te maken foto ging, wees de geïnterviewde een mij volstrekt onbekend natuurgebiedje tegen de Belgische grens aan, met het nadrukkelijke verzoek die plek niet te noemen. Hij vreesde terecht dat het dan gedaan zou zijn met de weldadige rust aldaar. Ik bedoel maar.
Na Jac. P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten, was Bert Garthoff (1913-1997) in de tweede helft van de vorige eeuw de eerste radiomaker, die met zijn mateloos populaire Vara-programma Weer of geen weer op zondagmorgen de Nederlander dichter bij de natuur bracht. Ik heb heimwee naar dat programma. met bijdragen van mensen als dr. Fop I Brouwer over ‘alles wat groeit en bloeit en ons telkens weer boeit’ en ‘het weer, verstrekt door Gerrit.’
Het radioprogramma zou in 1978, bij de pensionering van Garthoff, worden opgevolgd door Vroege Vogels, aanvankelijk ook zeer interessant, want kritisch, tegenwoordig naar mijn smaak nogal zelfgenoegzaam en mede daardoor vrij saai en oubollig. Met een lachwekkende rubriek als de fenolijn, waarop mensen waarnemingen in hun achtertuin kunnen doorbellen: ‘Donderdagmiddag zag ik op een struik in mijn tuin de eerste dagpauwoog. Héél bijzonder.’
Even terug naar Weer of geen weer. Als Garthoff over een of ander gebied iets opmerkelijks te melden had, dan rukte de verkeerspolitie alvast uit. Want het gevolg was dat ‘iedereen’ zijn gezin in de auto laadde en er op af ging. Dit was vaste prik, zodat men ging spreken van het Garthoffeffect.
Zoiets verwacht ik van een al te nadrukkelijke promotie van onze nationale natuuriconen. Niet eventjes, maar onophoudelijk. Je moet er minstens een keer geweest zijn, zoals je ook wijs wordt gemaakt dat je niet hebt geleefd als je de Jeroen Bosch-tentoonstelling hebt gemist.
Rond 1970 had ik een interview met de toenmalige coördinator van de Brabantse Milieufederatie (tegenwoordig heet zo iemand weer directeur). Toen het over de locatie voor de te maken foto ging, wees de geïnterviewde een mij volstrekt onbekend natuurgebiedje tegen de Belgische grens aan, met het nadrukkelijke verzoek die plek niet te noemen. Hij vreesde terecht dat het dan gedaan zou zijn met de weldadige rust aldaar. Ik bedoel maar.
donderdag 17 maart 2016
Clubblad PSV
Het Eindhovens Dagblad manifesteert zich maar al te graag als het
clubblad van PSV. In goede of slechte tijden. Daar kun je een categorie jongeren
mee aanspreken, toch? Liefst neemt berichtgeving over de voetbalclub driekwart
of de hele voorpagina in beslag. Wat voor ander nieuws er ook wezen mag. Maar er
zijn uitzonderingen…Gisteren stond half Europa op z’n kop door
misdragingen van het schoremdeel uit de supportersbend van PSV jegens de armen
van Madrid.
Dit schandaal is volgens de redactie van het ED geen plaats op pagina 1 waard. Ze houdt het op een zogenaamde tweekolommer, met alleen de portretjes van twee PSV-bobo’s op pagina 2. Weggedrukt. Lafhartig en een regelrechte miskleun.
De bespotting van wat men noemt ‘bedelaars’ op een zonnig plein in de Spaanse hoofdstad, waar dinsdagavond een wedstrijd tegen Atlético werd gespeeld, bleek ‘n soort kermisvermaak voor ‘meer correcte’ supporters op de terrassen, die het uiteraard niet nalieten, filmpjes en foto’s van de ‘voorstelling’ te schieten. Die verder passief toekijkende supporters zijn niet minder schuldig dan de daders.
Een jaar geleden schokten aanhangers van Feyenoord Italië en de wereld met het vernielen van de pas gerestaureerde Barçaccia-fontein op de Piazza di Spagna in Rome. Sindsdien heeft Nederland al het mogelijke gedaan, inclusief inzameling van gelden voor het weer opknappen van de fontein, om de hierbij opgelopen imagoschade te herstellen.
Hier is waarschijnlijk geen sprake van materiële schade, maar het beeld van de in ons land heersende immoraliteit onder het voetbalvolk staat weer helemaal overeind.
Dit schandaal is volgens de redactie van het ED geen plaats op pagina 1 waard. Ze houdt het op een zogenaamde tweekolommer, met alleen de portretjes van twee PSV-bobo’s op pagina 2. Weggedrukt. Lafhartig en een regelrechte miskleun.
De bespotting van wat men noemt ‘bedelaars’ op een zonnig plein in de Spaanse hoofdstad, waar dinsdagavond een wedstrijd tegen Atlético werd gespeeld, bleek ‘n soort kermisvermaak voor ‘meer correcte’ supporters op de terrassen, die het uiteraard niet nalieten, filmpjes en foto’s van de ‘voorstelling’ te schieten. Die verder passief toekijkende supporters zijn niet minder schuldig dan de daders.
Een jaar geleden schokten aanhangers van Feyenoord Italië en de wereld met het vernielen van de pas gerestaureerde Barçaccia-fontein op de Piazza di Spagna in Rome. Sindsdien heeft Nederland al het mogelijke gedaan, inclusief inzameling van gelden voor het weer opknappen van de fontein, om de hierbij opgelopen imagoschade te herstellen.
Hier is waarschijnlijk geen sprake van materiële schade, maar het beeld van de in ons land heersende immoraliteit onder het voetbalvolk staat weer helemaal overeind.
woensdag 16 maart 2016
Hoe moeilijk makkelijk kan zijn
Leuker kunnen we het niet maken, wel
makkelijker. Ja ja. Niet leuk is dat één man in Europa, de president van de
centrale bank, kan beslissen dat de rente op 0,0 wordt gezet, waardoor het
moment naderbij komt dat je de bank voor het bewaren van je spaargeld moet gaan
betalen. Nog minder leuk is het dat deze regering je blijft aanslaan voor dat
spaargeld, alsof je er 4% mee hebt gemaakt. Diefstal. Onrechtvaardig. Net zo
onrechtvaardig als de kans dat de chauffeur van de monstertruc in Haaksbergen
achttien maanden de cel in moet, terwijl de gemeente, die toestemming gaf voor
de stunterij op een veel te klein plein vrijuit dreigt te gaan. Maak het
allemaal vooral eens wat rechtvaardiger.
Dit even gezegd hebbende, wil ik het graag hebben over de mate waarin de Belastingdienst het ons bij het invullen gemakkelijker maakt. Tja, waar is de tijd gebleven dat ik voor dat karwei een vrije dag moest nemen? Daar zat ik dan, aan mijn bureautje, omringd door paperassen op de grond. Een variant op de spreekwoordelijke puinhoop. De inkomstenbelasting drukte het zwaarst op me, toen ik nog niet zoveel verdiende en in de kleine kinderen zat. Lieten ze je naar de Karel de Grotelaan in Eindhoven komen om je bonnetjes te laten zien, ocherm..
Al jaren konden we het in te vullen formulier naar onze computer downloaden om het karwei rustig, op een redelijk comfortabele manier te klaren. Wanneer dat precies begonnen is, weet ik niet meer, maar op een gegeven moment vulde de Belastingdienst alvast wat essentiële gegevens in. Je moest dat allemaal niet als zoete koek slikken, maar die posten goed aan de hand van je jaaropgaven controleren. Dat geldt nog steeds. Kan me overigens niet herinneren fouten te hebben gevonden en ook dit jaar klopt het. Je krijgt die gegevens nu op een apart briefje, evenals je partner. Het verder invullen is makkelijk in één dagdeel te doen. Alleen het verdelen van een aantal posten tussen mij en Levensmaatje (bepalend voor het te betalen of terug te ontvangen totaal bedrag) laat ik aan de welwillendheid van mijn financieel veel handiger zwager over.
Het grootste verschil met voorgaande jaren is, dat je het formulier nu niet meer kunt downloaden maar dat je alles online moet doen. Dat betekent, telkens weer met je DigiD inloggen. Ik vind dat geen verbetering. Er zijn miljoenen belastingplichtigen, maar er kunnen slechts 40.000 mensen tegelijkertijd bij de Belastingdienst ingelogd zijn. De eerste week na de startdatum 1 maart zag je dan ook regelmatig de boodschap: het is te druk, kom later nog eens terug. Vandaar dat ze ook zeggen: doe dat niet op een regenachtige zondagmiddag. Mag ik dat alsjeblief zelf bepalen?
‘Iedere idioot kan achter de computer iets intikken,’ hoorde ik vanmorgen een radiopresentator zeggen. Maar er zijn nog heel wat mensen, die het invullen van hun belastingformulier nog nooit op de computer hebben gedaan. Daarom vind ik het niet slim van de fiscus dat ze de stap van het naar je pc halen van dat formulier nu al heeft overgeslagen en dus direct op de online-modus is overgeschakeld. Het is vragen om moeilijkheden.
Je kunt trouwens toch nog allerlei hindernissen tegen komen. Zo had ik van vorig jaar een machtigingscode voor het invullen namens Levensmaatje. Een week lang kreeg ik bij mijn pogingen om die code te activeren de boodschap: 'er is iets mis gegaan'. Wist ik veel dat je een nieuwe machtigingscode moest aanvragen? De mevrouw van de Belastingtelefoon die ik na een woud van keuzemenu's – ‘n soort drietrapsraket - aan de lijn kreeg wist dat ook niet. Die heb ik daarover moeten voorlichten, in plaats van andersom.
Wat zeg je na zoiets? Nee, niet: kan ik effe vangen? Dat is helaas hun specialiteit.
(Gesproken column Omroep Best, 16.03.16)
Dit even gezegd hebbende, wil ik het graag hebben over de mate waarin de Belastingdienst het ons bij het invullen gemakkelijker maakt. Tja, waar is de tijd gebleven dat ik voor dat karwei een vrije dag moest nemen? Daar zat ik dan, aan mijn bureautje, omringd door paperassen op de grond. Een variant op de spreekwoordelijke puinhoop. De inkomstenbelasting drukte het zwaarst op me, toen ik nog niet zoveel verdiende en in de kleine kinderen zat. Lieten ze je naar de Karel de Grotelaan in Eindhoven komen om je bonnetjes te laten zien, ocherm..
Al jaren konden we het in te vullen formulier naar onze computer downloaden om het karwei rustig, op een redelijk comfortabele manier te klaren. Wanneer dat precies begonnen is, weet ik niet meer, maar op een gegeven moment vulde de Belastingdienst alvast wat essentiële gegevens in. Je moest dat allemaal niet als zoete koek slikken, maar die posten goed aan de hand van je jaaropgaven controleren. Dat geldt nog steeds. Kan me overigens niet herinneren fouten te hebben gevonden en ook dit jaar klopt het. Je krijgt die gegevens nu op een apart briefje, evenals je partner. Het verder invullen is makkelijk in één dagdeel te doen. Alleen het verdelen van een aantal posten tussen mij en Levensmaatje (bepalend voor het te betalen of terug te ontvangen totaal bedrag) laat ik aan de welwillendheid van mijn financieel veel handiger zwager over.
Het grootste verschil met voorgaande jaren is, dat je het formulier nu niet meer kunt downloaden maar dat je alles online moet doen. Dat betekent, telkens weer met je DigiD inloggen. Ik vind dat geen verbetering. Er zijn miljoenen belastingplichtigen, maar er kunnen slechts 40.000 mensen tegelijkertijd bij de Belastingdienst ingelogd zijn. De eerste week na de startdatum 1 maart zag je dan ook regelmatig de boodschap: het is te druk, kom later nog eens terug. Vandaar dat ze ook zeggen: doe dat niet op een regenachtige zondagmiddag. Mag ik dat alsjeblief zelf bepalen?
‘Iedere idioot kan achter de computer iets intikken,’ hoorde ik vanmorgen een radiopresentator zeggen. Maar er zijn nog heel wat mensen, die het invullen van hun belastingformulier nog nooit op de computer hebben gedaan. Daarom vind ik het niet slim van de fiscus dat ze de stap van het naar je pc halen van dat formulier nu al heeft overgeslagen en dus direct op de online-modus is overgeschakeld. Het is vragen om moeilijkheden.
Je kunt trouwens toch nog allerlei hindernissen tegen komen. Zo had ik van vorig jaar een machtigingscode voor het invullen namens Levensmaatje. Een week lang kreeg ik bij mijn pogingen om die code te activeren de boodschap: 'er is iets mis gegaan'. Wist ik veel dat je een nieuwe machtigingscode moest aanvragen? De mevrouw van de Belastingtelefoon die ik na een woud van keuzemenu's – ‘n soort drietrapsraket - aan de lijn kreeg wist dat ook niet. Die heb ik daarover moeten voorlichten, in plaats van andersom.
Wat zeg je na zoiets? Nee, niet: kan ik effe vangen? Dat is helaas hun specialiteit.
(Gesproken column Omroep Best, 16.03.16)
dinsdag 8 maart 2016
Kamer bemoeit zich eindelijk met die 130 km
Beter laat dan nooit, zul je denken, nu de Tweede Kamer het RIVM
laat uitzoeken, wat de gevolgen zijn van de verhoging van de maximum
snelheid op sommige autowegen naar 130 km. Maar de realiteit is, dat een
minister van verkeer, in dit geval de VVD-er Schultz, er zomaar een
dergelijke maatregel, overduidelijk bij wijze van voorschot op de
verkiezingsstrijd, kon doordrukken.
Ik bedoel maar dat zo’n, ook nogal wat euri kostende maatregel eigenlijk niet dient plaats te vinden, zonder voorafgaand overleg met de volksvertegenwoordiging.
Een verhaal over deze affaire, plus de berekening dat de normen voor luchtvervuiling bij vasthouden aan 130 wellicht met 81% zullen worden overschreden, staat in het AD, dus ook in de regionale dagbladen van De Persgroep (‘deze krant’). Prompt citeert dan o.a. het Radio 1 Journaal het AD, wat natuurlijk voor die andere kranten een beetje sneu is – maar dit terzijde.
Mogelijk en hopelijk, moet het recht van de sterkste het deze keer afleggen tegen de keiharde milieu-waarheid. Want dat zie je dan ook weer: naar kleinere gemeenten als Best en Oirschot (A2, A58) en Oosterhout (A27) werd tot dusver niet geluisterd. Sterker nog, de gemeente Breda ontkent doodleuk zonder onderbouwing het vervuilingsprobleem. Niet bepaald een demonstratie van regionale solidariteit in de Baronie.
Ik bedoel maar dat zo’n, ook nogal wat euri kostende maatregel eigenlijk niet dient plaats te vinden, zonder voorafgaand overleg met de volksvertegenwoordiging.
Een verhaal over deze affaire, plus de berekening dat de normen voor luchtvervuiling bij vasthouden aan 130 wellicht met 81% zullen worden overschreden, staat in het AD, dus ook in de regionale dagbladen van De Persgroep (‘deze krant’). Prompt citeert dan o.a. het Radio 1 Journaal het AD, wat natuurlijk voor die andere kranten een beetje sneu is – maar dit terzijde.
Mogelijk en hopelijk, moet het recht van de sterkste het deze keer afleggen tegen de keiharde milieu-waarheid. Want dat zie je dan ook weer: naar kleinere gemeenten als Best en Oirschot (A2, A58) en Oosterhout (A27) werd tot dusver niet geluisterd. Sterker nog, de gemeente Breda ontkent doodleuk zonder onderbouwing het vervuilingsprobleem. Niet bepaald een demonstratie van regionale solidariteit in de Baronie.
zaterdag 5 maart 2016
Geheel ontgift
Ik
voel me geheel ontgift. Let wel, ik zal best wel nog het een en ander aan gif in
m’n lijf hebben, maar Levensmaatje en ondergetekende zijn helemaal klaar met de
dagelijkse berichtgeving over telkens weer een andere bedreiging c.q. de
risico’s die mensen lopen bij het verrichten van hun werkzaamheden.
Van het schilderen van tanks bij defensie tot en met het vervaardigden van Teflon door werknemers van een chemische fabriek in Dordrecht, tussen 1967 en 2013. Dan krijg je alarmerende krantenkoppen als Gif in bloed van arbeiders. Steeds vaker worden we voor de vraag gesteld: lezen of overslaan. ‘t Is immers elke dag wel wat, terwijl zogenaamde wetenschappers elkaar ook nog wel eens willen tegen spreken.
Dezer dagen ging het ook over blik en plastic verpakkingen. Bij blik betreft het een coating van de binnenwand, die geleidelijk aan iets onfris aan de inhoud van bij voorbeeld de soep toevoegt. Ook zou het dus zeer onverstandig zijn, voedsel te lang in plastic folie te laten zitten. Ochgottegot. Gewoon verder eten en leven, hebben we besloten.
Als ik het goed heb, begon het in de laatste kwart van de vorige eeuw met dat vermaledijde asbest. De angst daarvoor kan nu soms tot bijkans hysterische taferelen leiden. Maar, toegegeven, het was natuurlijk een hoogst ernstige zaak: arbeiders die minuscule vezeltjes in hun longen kregen en daar jaren later aan dood gingen.
Asbest was nog wel sinds de jaren dertig een hoogst populaire bouwstof. Echt niet alleen in de vorm van golfplaten voor de daken van stallen en schuren. Toen mijn vader in die tijd ons huis liet ‘renoveren’, kwam er een badkamer waarvan de wanden geheel waren samengesteld uit eternit. Dat interieur heeft nog in ‘n soort woontijdschrift gestaan. Toen het huis in de jaren zestig onnodig (want voor een straatverbreding die niet door ging) werd gesloopt, liepen er heus geen mannen in witte pakken rond.
Eternit, een asbestproduct uit uit het Overijsselse Goor, verkeert nu al jaren in de ban. Zo niet rond 1960. De fabriek had toen in het centrum van Leeuwarden een showroom, met een voor die tijd tamelijk bijzondere, ‘geanimeerde’ lichtreclame. De lettergrepen E – ter – nit gingen een voor een aan. Het toeval wil dat een echtpaar uit Waalwijk aan de overkant een cafetaria, genaamd Brabantia, opende (waar ik trouwens een abonnement had op een warne maaltijd à 2,50 gulden). Die vonden de negatieve aansporing eet er niet natuurlijk minder leuk. Maar voorspellend was het wel, tot op zekere hoogte.
Van het schilderen van tanks bij defensie tot en met het vervaardigden van Teflon door werknemers van een chemische fabriek in Dordrecht, tussen 1967 en 2013. Dan krijg je alarmerende krantenkoppen als Gif in bloed van arbeiders. Steeds vaker worden we voor de vraag gesteld: lezen of overslaan. ‘t Is immers elke dag wel wat, terwijl zogenaamde wetenschappers elkaar ook nog wel eens willen tegen spreken.
Dezer dagen ging het ook over blik en plastic verpakkingen. Bij blik betreft het een coating van de binnenwand, die geleidelijk aan iets onfris aan de inhoud van bij voorbeeld de soep toevoegt. Ook zou het dus zeer onverstandig zijn, voedsel te lang in plastic folie te laten zitten. Ochgottegot. Gewoon verder eten en leven, hebben we besloten.
Als ik het goed heb, begon het in de laatste kwart van de vorige eeuw met dat vermaledijde asbest. De angst daarvoor kan nu soms tot bijkans hysterische taferelen leiden. Maar, toegegeven, het was natuurlijk een hoogst ernstige zaak: arbeiders die minuscule vezeltjes in hun longen kregen en daar jaren later aan dood gingen.
Asbest was nog wel sinds de jaren dertig een hoogst populaire bouwstof. Echt niet alleen in de vorm van golfplaten voor de daken van stallen en schuren. Toen mijn vader in die tijd ons huis liet ‘renoveren’, kwam er een badkamer waarvan de wanden geheel waren samengesteld uit eternit. Dat interieur heeft nog in ‘n soort woontijdschrift gestaan. Toen het huis in de jaren zestig onnodig (want voor een straatverbreding die niet door ging) werd gesloopt, liepen er heus geen mannen in witte pakken rond.
Eternit, een asbestproduct uit uit het Overijsselse Goor, verkeert nu al jaren in de ban. Zo niet rond 1960. De fabriek had toen in het centrum van Leeuwarden een showroom, met een voor die tijd tamelijk bijzondere, ‘geanimeerde’ lichtreclame. De lettergrepen E – ter – nit gingen een voor een aan. Het toeval wil dat een echtpaar uit Waalwijk aan de overkant een cafetaria, genaamd Brabantia, opende (waar ik trouwens een abonnement had op een warne maaltijd à 2,50 gulden). Die vonden de negatieve aansporing eet er niet natuurlijk minder leuk. Maar voorspellend was het wel, tot op zekere hoogte.
donderdag 25 februari 2016
Gepast wantrouwen
Sommige zogenaamde dagaanbiedingen van
een internetsite in de –nog steeds- papieren krant leiden tot verbijstering of
op z’n minst gepast wantrouwen. Op zich niks nieuws onder de zon: in de
blootblaadjes van het verleden, zoals tot het midden van de vorige eeuw De
Lach – nou ja bloot? EXTRA BADNUMMER – zag je wel eens
advertenties voor ‘doorkijk brillen’. Met plaatje. Een griezel met een bril, van
waaruit bliksemschichten. ‘Kijk dwars door kleren heen.’
Nou ja, handel bestaat bij de gratie van het kweken van behoeften; zie het MAKRO-aanbod. Niks mis mee, als je je verstand maar gebruikt, zeg ik tegen degenen die daarvoor open staan. Of het echt helpt, wijst de toekomst uit; de hier genoemde aanbieder is voornemens zijn assortiment zo ongeveer te halveren, in een poging de boel overeind te houden.
Echt ‘n goeie vind ik de dagaanbieding van heden: Ecolamp Air Desinfector, afkomstig van – eerste aanleiding tot verbazing – Philips Healthcare. Blijkbaar staat die het dumpen van haar product toe met een zogenaamde korting van maar eventjes 68%! Van € 249,95 voor € 170,— Laten we de vinkjes even nalopen. 1. Ontwikkeld in samenwerking met Philips Medical (hetzelfde als Healthcare). 2. Weg met bacteriën, virussen en schimmels. 3. Allergieën als hooikoorts of een dierenallergie worden sterk verlicht. 4. Ideaal voor mensen die snel ziek worden.
Ad 1: Onvindbaar in de Philips Webshop, niet op Ecolamp en niet op Air Desinfector Ad 2: Weg met etc. Toemaar. Dat helpt men u wensen. Ad 3: Dat is eveneens een risicoloze belofte. Ad 4: Ben je snel ziek? Wat is snel? Ook nuttig voor langzaam ziek wordende mensen?
Verkooppsychologie van de kouwe grond. Laat je verlichten.
Nou ja, handel bestaat bij de gratie van het kweken van behoeften; zie het MAKRO-aanbod. Niks mis mee, als je je verstand maar gebruikt, zeg ik tegen degenen die daarvoor open staan. Of het echt helpt, wijst de toekomst uit; de hier genoemde aanbieder is voornemens zijn assortiment zo ongeveer te halveren, in een poging de boel overeind te houden.
Echt ‘n goeie vind ik de dagaanbieding van heden: Ecolamp Air Desinfector, afkomstig van – eerste aanleiding tot verbazing – Philips Healthcare. Blijkbaar staat die het dumpen van haar product toe met een zogenaamde korting van maar eventjes 68%! Van € 249,95 voor € 170,— Laten we de vinkjes even nalopen. 1. Ontwikkeld in samenwerking met Philips Medical (hetzelfde als Healthcare). 2. Weg met bacteriën, virussen en schimmels. 3. Allergieën als hooikoorts of een dierenallergie worden sterk verlicht. 4. Ideaal voor mensen die snel ziek worden.
Ad 1: Onvindbaar in de Philips Webshop, niet op Ecolamp en niet op Air Desinfector Ad 2: Weg met etc. Toemaar. Dat helpt men u wensen. Ad 3: Dat is eveneens een risicoloze belofte. Ad 4: Ben je snel ziek? Wat is snel? Ook nuttig voor langzaam ziek wordende mensen?
Verkooppsychologie van de kouwe grond. Laat je verlichten.
vrijdag 19 februari 2016
Bûter, brea en griene tsiis
De Friezen zijn blij. Hun taal is nu ook opgenomen in Google Translate (GT).
Er is een club gevormd, die daarvoor een ontelbaar aantal woorden heeft
ingetikt. Natuurlijk verloopt het allemaal niet perfect, maar dat is bekend van
GT. In dit geval sluipt er bij voorbeeld bij omzetting van Nederlands naar Fries nogal eens ‘n Engels woord in, merkte de Leeuwarder Courant. Niet zó
verwonderlijk overigens, want tussen Friese en Engelse woorden zitten sowieso
veel overeenkomsten: zoals sleutel = kaai = key. U en gij is in het fries jo
(you!) en jij=do grijpt weer terug naar het Duitse (Saksische) du.
Het eerste zinnetje dat ik in mijn Friese tijd (ca. 1960) leerde, luidde ‘Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries’, Dat betekent: ‘Boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen, is geen echte Fries.’ Google maakt daar van: ‘Boter, brood en kaas, degenen die niet te zeggen, is niet gegrond Fries.’ Ja ja, er valt nog heel wat te verbeteren. En dat geldt even goed voor de omgang met andere talen in GT.
Waar dat vandaan komt, dat zinnetje met boter en kaas? Het was in de middeleeuwen een krijgsmiddel. Zoals men in WO2 Duitsers kon ontmaskeren door hen Scheveningen te laten uitspreken, zo liet men destijds in de strijd tegen de Hollanders de niet-Friezen met bûter etc. door de mand zakken. De truc zou bedacht zijn door de Friese verzetsheld Grutte Pier. Het doet ook denken aan de Gulden Sporenslag, zoals door Hendrik Conscience beschreven in De Leeuw van Vlaanderen: ‘Alles wat Wals is is vals, sla dood!’
Het eerste zinnetje dat ik in mijn Friese tijd (ca. 1960) leerde, luidde ‘Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries’, Dat betekent: ‘Boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen, is geen echte Fries.’ Google maakt daar van: ‘Boter, brood en kaas, degenen die niet te zeggen, is niet gegrond Fries.’ Ja ja, er valt nog heel wat te verbeteren. En dat geldt even goed voor de omgang met andere talen in GT.
Waar dat vandaan komt, dat zinnetje met boter en kaas? Het was in de middeleeuwen een krijgsmiddel. Zoals men in WO2 Duitsers kon ontmaskeren door hen Scheveningen te laten uitspreken, zo liet men destijds in de strijd tegen de Hollanders de niet-Friezen met bûter etc. door de mand zakken. De truc zou bedacht zijn door de Friese verzetsheld Grutte Pier. Het doet ook denken aan de Gulden Sporenslag, zoals door Hendrik Conscience beschreven in De Leeuw van Vlaanderen: ‘Alles wat Wals is is vals, sla dood!’
woensdag 17 februari 2016
Leven met veranderingen (V&D en zo)
Gvd, die V&D. Een mens moet leren leven met veranderingen. Hoe ouder je wordt, hoe meer er verandert. Of lijkt het maar zo? Wat vaststaat is de snelheid waarmee het gebeurt. In pakweg twintig jaar tijd is er meer veranderd dan in de hele negentiende eeuw. Of lijkt ook dat maar zo?
Bij de brok in de keel, waarmee het personeel van de V&D (zegt men tegenwoordig) de deur definitief achter zich heeft dichtgetrokken, kan ik me heel wat voorstellen. Je zult er maar meer dan veertig jaar de etalages hebben gemaakt. Ik had een tante die lang geleden cheffin was van de baby-afdeling. Een dametje met cachet en dat hoorde ook zo. Zo kwam het dat V&D een icoon in het stedelijk winkelbestand werd genoemd.
Toen ik klein was, had je in Breda aan de kop van de Ridderstraat een – besef ik nu temeer – schitterende V&D in jugendstil. Bij mijn weten toen de enige winkel in de stad met een lift. Ging je naar de stad, dan kwam je natuurlijk in dat warenhuis. Op 'n keer nam mijn 12 jaar oudere zusje me mee en tracteerde me in de lunchroom op 'wijnsoep', 'n soort verwarmd vruchtensap met rozijnen, die ik natuurlijk als kleine zoetekauw erg lekker vond. Het bijzondere van die lunchroom was een enorm aquarium. De serveersters waren, als trouwens alle verkoopsters, in het zwart. Ze droegen witte schortjes met kant afgezet en wit-katoenen diademen. Niks zelfbediening; het begrip bestond niet eens. Nog geen twintig jaar geleden is die V&D onderdeel geworden van een luxe winkelcentrum, De Barones, dat momenteel alweer een grootscheepse verbouwing ondergaat. Aanleiding: vertrek Bijenkorf en meer leegstand van winkels. Daar komt het V&D-drama dus nu weer tussendoor.
De meubelafdeling van de oude Bredase V&D lag in een groot aangrenzend pand aan de Karrestraat. Vroom en Dreesmann stond er voluit op. Onze overbuurman, meneer Van der Pas, was daar de baas. Die had voor de oorlog al een auto, een DKW met een tweetaktmotor, waarmee hij 's morgens om half negen de straat uit pruttelde. Die auto heeft hij trouwens tussen 1940 en 1945 in zijn schuur verstopt. Het echtpaar Van der Pas bridgete wekelijks met mijn moeder. Ik was dus tamelijk verbaasd dat meneer Van der Pas mijn moeder in de meubelzaak van V&D begroette alsof ze de koningin was. Achteraf begreep ik dat dat zo hoorde.
Zo, nu weten jullie 'n beetje, hoeveel er is veranderd.
(Gesproken column Omroep Best, 17.02.2016)
Bij de brok in de keel, waarmee het personeel van de V&D (zegt men tegenwoordig) de deur definitief achter zich heeft dichtgetrokken, kan ik me heel wat voorstellen. Je zult er maar meer dan veertig jaar de etalages hebben gemaakt. Ik had een tante die lang geleden cheffin was van de baby-afdeling. Een dametje met cachet en dat hoorde ook zo. Zo kwam het dat V&D een icoon in het stedelijk winkelbestand werd genoemd.
Toen ik klein was, had je in Breda aan de kop van de Ridderstraat een – besef ik nu temeer – schitterende V&D in jugendstil. Bij mijn weten toen de enige winkel in de stad met een lift. Ging je naar de stad, dan kwam je natuurlijk in dat warenhuis. Op 'n keer nam mijn 12 jaar oudere zusje me mee en tracteerde me in de lunchroom op 'wijnsoep', 'n soort verwarmd vruchtensap met rozijnen, die ik natuurlijk als kleine zoetekauw erg lekker vond. Het bijzondere van die lunchroom was een enorm aquarium. De serveersters waren, als trouwens alle verkoopsters, in het zwart. Ze droegen witte schortjes met kant afgezet en wit-katoenen diademen. Niks zelfbediening; het begrip bestond niet eens. Nog geen twintig jaar geleden is die V&D onderdeel geworden van een luxe winkelcentrum, De Barones, dat momenteel alweer een grootscheepse verbouwing ondergaat. Aanleiding: vertrek Bijenkorf en meer leegstand van winkels. Daar komt het V&D-drama dus nu weer tussendoor.
De meubelafdeling van de oude Bredase V&D lag in een groot aangrenzend pand aan de Karrestraat. Vroom en Dreesmann stond er voluit op. Onze overbuurman, meneer Van der Pas, was daar de baas. Die had voor de oorlog al een auto, een DKW met een tweetaktmotor, waarmee hij 's morgens om half negen de straat uit pruttelde. Die auto heeft hij trouwens tussen 1940 en 1945 in zijn schuur verstopt. Het echtpaar Van der Pas bridgete wekelijks met mijn moeder. Ik was dus tamelijk verbaasd dat meneer Van der Pas mijn moeder in de meubelzaak van V&D begroette alsof ze de koningin was. Achteraf begreep ik dat dat zo hoorde.
Zo, nu weten jullie 'n beetje, hoeveel er is veranderd.
(Gesproken column Omroep Best, 17.02.2016)
Abonneren op:
Posts (Atom)
