vrijdag 28 maart 2014

Missie

Ruud Vermeulen uit Best, brigadegeneraal van de Koninklijke Landmacht, mag dan al ‘n jaar of negen buiten dienst (bd)  zijn, toch heeft hij weer een missie. Hij is namelijk door de gemeenteraad benoemd tot informateur bij de vorming van een nieuw college van B en W.

Een heel wat meer belovende start dan bij een vorige gelegenheid, toen als vanzelfsprekend werd aangenomen dat de voorzitter van de plaatselijke afdeling van de grootste politieke partij ter plaatse die klus wel tot een goed einde zou brengen. Wat in de praktijk enigszins tegenviel, want de (her)formatie werd een slepende affaire die zelfs over de zomervakantie werd heen getild.

De generaal, nog steeds voorzitter van de Nederlandse Officiers Vereniging, heeft een florissante conduitestaat en staat naar verluidt ‘boven de partijen’. Komt heel goed uit, want de missie is niet mis. De meerderheid van de Bestse raad bestaat uit oud-gedienden, die allen weer hun oud zeer hebben meegebracht. En er zijn nogal wat liefhebbers voor het pluche, al dan niet met recente en minder recente praktijkervaring.

Vermeulen lijkt typisch een man die scherp het onderscheid tussen persoonlijke belangen en het algemeen belang in de gaten zal houden. Misschien krijgt Best dan toch weer eens een college, dat het vertrouwen verdient van de burgers.

woensdag 26 maart 2014

Het vlees in de kuip

Als je iemand op een verantwoordelijke post benoemt, staat tegenwoordig de vraag voorop: wat voor vlees heb ik in de kuip. Althans dat hoort zo te zijn, vindt ook de Commissaris van de Koning in Noord-Brabant. Hij heeft de burgemeesters in deze provincie een missive doen toekomen met de aanbeveling, de kandidaten wethouders in hun gemeente te screenen op hun integriteit.

Veel wethouders komen vanouds voort uit de gekozen raadsleden. Anderen worden  ‘van buiten aangetrokken’. Gekozen raadsleden worden geacht te zijn gewogen door de partijen of groeperingen die hen op hun kandidatenlijst hebben gezet, maar dat biedt geen enkele garantie. Zie de gang van zaken in Roermond, waar een van corruptie verdachte ex-wethouder met een eigen lijst is gekomen en een flink aantal zetels in de wacht heeft gesleept. Ook in de Brabantse gemeente Gemert-Bakel is iets loos. Daar zou het CDA wel eens ‘n wegens valsheid in geschrifte veroordeelde kandidaat kunnen voordragen – een daad gepleegd in de functie van wethouder.

Als besloten zou worden tot een integriteitsonderzoek van de adspirant wethouders, dan lijkt het niet voor de hand te liggen dat ‘intern’ te doen. Daarvoor zitten betrokkenen, onderzoekers en onderzochten, in de meeste gemeenten te dicht op elkaar. Dan kunnen politieke animositeit en ‘oud zeer’ in het persoonlijke vlak een rol gaan spelen. Zelfs is het mogelijk, dat wat eens met de mantel der liefde is bedekt, ook dan niet meer als ‘relevant’ wordt aangemerkt.

Extern dus, bij voorbeeld – wat ligt meer voor de hand? – de Onderzoeksraad Integriteit van de landelijke en lagere overheden. En niet een of ander bureautje, dat munt probeert te slaan uit de behoefte aan toetsing en zich ongevraagd (spam!) via emails aanbiedt bij de burgemeesters. Die van Bergeijk heeft daar terecht van gezegd dat-ie er ‘zich dood aan ergert’.

Overigens is in deze kwestie ook geopperd dat men zou moeten nagaan of kandidaten niet teveel schulden hebben. Alsof ze daardoor chantabel zouden zijn of zoiets. Dit lijkt me wel erg vergaand en in elk geval een forse aantasting van hun privacy.

zondag 23 maart 2014

Weer eens een goed-doel-fonds

verbeet_ouderenfondsZe kunnen het niet laten, weer eens een fonds oprichten voor een goed doel. Met alle respect, moet er niet naar nieuwe wegen worden gezocht, nu het vertrouwen in dit soort stichtingen en niet of nauwelijks controleerbare collecteer-instanties tot zo ongeveer het nulpunt is gedaald en er voor de opvolging van het restant vooral oudere collectanten nauwelijks animo meer is? Wat ‘n wonder, voor die collectanten wordt steeds minder de voordeur opengemaakt en nog vaker dichtgeslagen.

Maar ja, een website, zoals nu weer voor het Nationaal Ouderenfonds, is zo gemaakt (? nou, zoiets kan ook gauw 50.000 euro kosten, hoor) en dan gooi je er nog even ‘n paar radiospotjes tegenaan met inzet van een BN-er als, tuk op aandacht, oud-kamervoorzitter Gerdi Verbeet.

Ik wil vooralsnog niemands integriteit ter discussie stellen, maar als je in het zoekvenster van zo’n zogenaamd ideële website ‘Financiële verantwoording’ intikt, krijg je natuurlijk geen enkel resultaat.

Ik behoor al jaren tot de weigeraars vanwege het gebrek aan inzicht over de besteding van de gelden en ik ben niet van plan wat dat betreft ‘mijn leven te beteren’.

Bij dat Ouderenfonds kun je, gezien de activiteiten, ook nog wat kanttekeningen maken. Daar waar de omgeving van de ouderen en de overheid het laten afweten, zou zo’n fonds het moeten overnemen? Paard achter de wagen. Het moet totaal anders in dit land.

donderdag 20 maart 2014

En nu de poppetjes

De burgemeester van Best heeft gisteren op een basisschool een van de leerlingen zijn ambtsketen omgehangen. ‘Leuk.’ Maar toen het er over ging, wie de baas in de gemeente is, heeft hij de kinderen wel degelijk duidelijk gemaakt dat dat de gemeenteraad is.

meisje_met_ambtsketenIn theorie, voeg ik er dan maar aan toe, want als het er op aan komt dan ligt de macht bij het college van Burgemeester en


Burgemeester Anton van Aert plaatste deze foto op Twitter.
Wethouders, dat wil zeggen ‘n beetje bij de burgemeester en ‘n beetje veel bij de wethouders, afhankelijk van de taken (portefeuilles) die hun worden toebedeeld. Daarbij zijn zij toch wel afhankelijk van de medewerking van de ambtenaren, dat is een gegeven waar je niet omheen kunt.

Iets meer dan de helft van de kiesgerechtigden in Best verwaardigde zich toch nog, naar het stemlokaal te gaan. Waarvan acte.

En nu dus de poppetjes, zoals het in het informeel spraakgebruik heet. Wie krijgt de macht?

De krachtsverhoudingen in de Bestse raad zijn, vergeleken met die in 2010, niet echt veranderd. Al verloor het CDA twee van zijn zes zetels. De landelijke successen van D66 zijn hier niet geëvenaard (4 blijft 4) Van de lokale partijen kreeg alleen Gemeentebelangen garen op de klos: van 1 naar 2 zetels. Er werd in Best wel echt plaatselijk gestemd, anders zou de VVD zich niet op 3 zetels hebben kunnen handhaven.  Hetzelfde geldt voor de PvdA (2). Best Open behield haar 3 stoelen. De Jongerenpartij (JO) handhaaft zich eveneens op 2 zetels. Christen Unie debuteert met 1 restzetel.

De spelers zijn dus, net als in 2010: CDA (4), D66 (4), VVD (3) en Best Open (3). Er zijn 11 zetels nodig voor de vorming van een coalitie. D66, van wie in de vorige zittingsperiode een wethouder sneuvelde, zal zich niet aan haar verantwoordelijkheid onttrekken, dus is een reconstructie mogelijk van een college met CDA, D66 plus VVD  òf Best Open. Een herhaling van de ‘noodconstructie’ na het aftreden van de D66-wethouder, waarbij de eenling van Gemeentebelangen als wethouder aantrad, met gedoogsteun van de Jongerenpartij (de beruchte deal over een kunstgrasveld) doet zich hopelijk niet voor.

Dit wordt een boeiende formatie, vooral omdat het CDA niet meer in de positie verkeert om de eerste viool te spelen.

zaterdag 15 maart 2014

Lokalo’s

De lokale partijen fungeren als een electorale vluchtheuvel, bij de afkeer van de landelijke politiek, zegt politicoloog André Krouwel van de VU vandaag in het verkiezingsbijlage van het Eindhovens Dagblad. (Wie zei daar dat de regionale kranten het plaatselijke nieuws niet meer kunnen bijbenen? Uit deze special blijkt in elk geval weer de valkuil van de generalisatie.) Ik heb het niet zo op politicologen begrepen, maar op dit punt zou Krouwel wel eens gelijk kunnen hebben, zij het dat iedereen het zou kunnen bedenken. Minder onder indruk ben ik van zijn bewering dat de gemiddelde stemmer op een lokale partij ouder en minder hoog opgeleid zou zijn. ‘En vaak rechtser’. Blijkt uit onderzoek. O, onderzoek. Nee, daarvoor is het verschijnsel lokale partij te divers.

In zijn oorsprong is het ´gemiddelde´ lokale initiatief volgens mij lang geleden ontsproten aan onvrede met de monocultuur die de plaatselijke politiek beheerste. In Brabant was dat tot in de jaren zestig van de vorige eeuw de KVP. Een burgemeester (onveranderlijk ook van die kleur) en twee voortdurend ja knikkende wethouders. Die situatie is toen doorbroken door vestiging van nieuwkomers, vaak van boven de rivieren. Die verbaasden zich over de gevestigde mores van het gesloten circuit en besloten er met hulp van soortgenoten de bezem door te halen. Wat soms best aardig is gelukt. Vertel mij  wat, ik heb het allemaal meegemaakt.

Een lokale partij als Best Open (niet het eerste initiatief ter plaatse trouwens, die eer komt toe aan de latere wethouder wijlen Ad van Geffen met zijn Gemeentebelangen) is, de naam zegt het al, op dit stramien geënt en wil dat, gezien haar nieuwste slogan, Puinruimen en opnieuw beginnen, graag nog eens even benadrukken.

Voordat men gaat denken, dat ik hiermee iets van mijn plaatselijke politieke gezindheid prijsgeef, ik vind dat Best Open het als coalitiepartner in de periode 2006-2010 én als oppositiepartij daarna niet beter of slechter heeft gedaan dan de rest. Allen zijn met één sop overgoten, namelijk met dat van electoraal opportunisme, machteloosheid en een bereidheid tot luisteren naar de burger van 0,0. Met andere woorden, ik ben er, drie dagen voor de verkiezing net zo min uit als de gemiddelde Bestse stemgerechtigde.

Van mij zul je dus niet zoiets horen als Bende bezopen, stem Best Open, De VeeVeeDee, daar kun je wat mee of Wie CDA zegt moet ook B zeggen.

Tot woensdagavond.

donderdag 13 maart 2014

Slavernijverleden

Het heeft lang geduurd, voordat – pas in deze eeuw dus – in Nederland gepraat kon worden  over ons slavernijverleden. Wellicht dat de discussie over de achtergrond van de negentiende-eeuwse Zwarte Piet, die elk jaar weer in november wordt hervat, de zaak in een stroomversnelling heeft gebracht.

Deze week was ik in Het Scheepvaartmuseum, dat mooie, monumentale handelsgebouw van de VOC aan Het IJ, waar ook de vanuit de trein zichtbare replica van het schip De Amsterdam is afgemeerd en van boven tot onder mag worden bekeken. (Het wrak van dat VOC-schip ligt nog steeds op de rotsen van Hastings.)

De Amsterdam was geen slavenschip. Dat was wel De Leusden, waarvan ook een fragment is te zien. Het Scheepvaartmuseum kan ook niet meer om de slavernijschande heen. Zo is er momenteel een tentoonstelling aan dat onderwerp gewijd, onder de aansprekende naam De Zwarte Bladzijde. Niet zo maar een expositie, maar een dynamische presentatie in het donker, die je een klank- en lichtspel zou kunnen noemen, ware het niet dat de somberte en de schaamte over wat er tot in de negentiende eeuw door onze handelslui en overheden is uitgevreten de boventoon voeren. Ouders wordt aangeraden, kinderen beneden de 8 jaar niet mee naar binnen te nemen.

Aan het slot van de rondgang worden de bezoekers geconfronteerd met een zevental vragen rond slavernij en racisme, waarin uiteraard de link wordt gelegd naar het heden. Het is eigenlijk ‘n soort enquête. Aan het slot van elke vraag wordt het publiek uitgenodigd, op een groen dan wel een rood oplichtend knopje te drukken: ja of nee? Moeten wij ons nog schuldig voelen? Hebben de nazaten van de slaven recht op een vergoeding? Moet Zwart Piet weg, of mag-ie blijven?

In de loop van deze sessie kwam een Nederlands gezelschap de presentatieruimte binnen. Die mensen keken even, smoesden wat met elkaar en liepen door. Wij, met z’n tweeën, bleven het verhaal volgen en drukten zeven keer op een knopje. Telkens werd het tot dusver bereikte resultaat getoond en wat viel hier uit af te leiden? Niets zinnigs! Wij behoorden met onze opvattingen tot de minderheid. Volgens de meerderheid zouden wij ons schuldig moeten voelen en zou Zwarte Piet aan de dijk moeten worden gezet. En ‘natuurlijk’ moeten de nakomelingen van de slaven een geldelijke genoegdoening  krijgen.

Conclusie: Dit is geen echt. ‘wetenschappelijk verantwoord’ onderzoek. Sterker nog, de uitkomst is waardeloos. En ik zeg dit niet omdat wij ons in het ongelijk gesteld voelen of zo. Maar omdat niet bekend is, welke categorieën aan dit spelletje meedoen. Blanke Nederlanders zullen op de vragen anders reageren dan bij voorbeeld Surinamers en Antillianen. Ik verdenk dus die ‘Hollanders’ dat ze doen wat dat gezelschap deed: even kijken en doorlopen.

zondag 9 maart 2014

Vitriool over Radio 1 sinds 1 januari

De zendercoördinator van Radio 1, of wie er dan ook verantwoordelijk is voor Radio 1 nieuwe stijl sinds 1 januari 2014, mag er wat mij betreft gerust van wakker liggen. De fervente beluisteraar van dit station gaat ervan over z’n nek en haakt af.

Met name de leden van de VPRO, gehecht aan bijzondere door-de-weekse rubrieken als Het Gebouw en de onderzoeksjournalistiek, zoals gepleegd door Argos, storten in tot dusver acht brieven op het forum van de vpro gids vitriool uit over de oppervlakkige, lawaaierige aanpak op cruciale momenten als tijdens de lunchuren.

Een citaat: ‘Vanaf zes uur in de ochtend lekkere progamma’s met wat nieuwtjes tussen het geblèr van de presentatoren en muziekjes, vooral veel muziekjes. En presentatoren die presenteren op een niveau alsof ze voor een klas vol met pubers staan.’ Beter zou ik het niet kunnen samenvatten. Een andere briefschrijver weet zo niet  direct een alternatief, maar die kan ik hem wel een aan de hand doen: BNR Nieuwsradio, met onder anderen nota bene de onovertroffen ex-VPRO-dame Harmke Pijpers en haar rubriek ‘Gezond’. Zelfs al ben je niet zo businessgericht, komt er op BNR heel wat genietbaars voorbij.

De ontboezemingen van de luisteraars zijn natuurlijk niet los te zien van de ledenwerfacties waaraan de publieke omroepen zich momenteel met hart en ziel overgeven, zoals Pro VPRO (‘doe d’r wat aan’). Hoewel het wat buiten het bestek van dit stukje valt, kan ik het niet laten nog een briefschrijfster te citeren, pro VPRO sinds 1956. Een  aandoenlijk verhaaltje over de aanschaf van het bakelieten radiootje met ronde, rode zenderschaal – een zogenaamd universeeltje van  Philips, waarmee ook ik in die tijd ben begonnen – bij de aankoop waarvan pa vrij nam. ‘Na afloop dronken we een kop koffie om het geluk te bezegelen en toen sprak vader de legendarische woorden: En nu wordt je gelijk lid van de VPRO.’

donderdag 6 maart 2014

Gemotiveerde niet-stemmers?

Zijn er ook gemotiveerde niet-stemmers? Kiesgerechtigden voor wie het thuisblijven op 19 maart (weet het katholieke deel van het CDA nog wiens feestdag het dan is?) een statement is? Ik heb daar een zwaar hoofd in. Ofwel, ik geloof er niks van.

Wegblijven uit het stemlokaal – in Eindhoven was dat bij voorbeeld vier jaar geleden meer dan 55% – lijkt mij een kwestie van desinteresse, onbekendheid met het plaatselijk bestuur en zijn vertegenwoordigers, politieke vermoeidheid of doodgewone luiheid. Laat staan dat er sprake is van enige affiniteit met wat de plaatselijke politiek doet en laat.

Onlangs was ik bij de opnamen van de lijsttrekkersdebatten door Omroep Best TV in het Heerbeeck college (uitzendingen vanavond en volgende week donderdag). De kleur van de presentatoren en van het publiek was overwegend, nee, niet rood, groen of blauw, maar grijs. Jongere mensen bevonden zich in de supermarkt, in de sportschool, zaten ergens te eten of keken naar Wie is de Mol. Politiek ongemotiveerd.

Wie gemotiveerd niet stemt, gaat toch en maakt zijn of haar stembiljet ongeldig met een drieletterwoord of zoiets. Zou dat ondemocratisch zijn? Integendeel, want dit zou de politiek in d’r zak kunnen steken: jullie moeten veranderen, het anders gaan doen. Minder machtspelletjes, beter luisteren naar de burger. Meer doen van wat je belooft, minder als katten rond de hete brei draaien, zoals nu in Best als het bij voorbeeld over die Culturele Hotspot gaat.

Het Eindhovens Dagblad heeft zijn lezers uitgenodigd, via het internet te laten weten, waarom zij eventueel niet gaan stemmen. Het zal mij benieuwen, hoeveel er van hun motivatie blijk zullen geven. En hoe die motieven er dan uit zullen zien.

Ik wil het in dit verband tot slot nog even over Omroep Best hebben. Zijn ze daar op de goede weg? Mooi hoor, die tv-debatten. Daar is veel werk in gestoken, alles door vrijwilligers, met een grijpstuiver aan gemeentelijke subsidie. Maar hoe zit het met de promotie? Mijn digitale tv meldt vanmorgen: ‘Geen gegevens beschikbaar’. Je belandt uiteindelijk bij de niet navigeerbare tekst-tv, vol standaard-info. Een volstrekt achterhaald medium. Op internet werkt de streaming audio niet en de tv is alleen met ouwe koek aanwezig op YouTube. Ik vind dat het ook dáárover in de raadszaal eens flink moet knetteren.

vrijdag 28 februari 2014

Vliegende bommen

De V1 (Vergeltungswaffe 1) die deze week in Kruisland is opgegraven, was eigenlijk het eerste onbemande vliegtuig. Geen raket, maar ze had wel een ‘vlammende pijp’, meestal aan de zijkant, In 1944-‘45, na de bevrijding van het zuiden, kregen wij ze over ons heen, als ze vanuit Den Haag richting haven van Antwerpen werden gestuurd. We noemden ze vliegende bommen.

Lang niet alle V1’s haalden Antwerpen (aanvoerhaven geallieerden), want ze waren zeker niet perfect. Aan de ene kant waren ze angstwekkend, maar dan vooral omdat ze voortijdig naar beneden konden komen en dat ook deden (zie Kruisland), aan de andere kant wekten ze de lachlust op met hun raar knorrende motoren, die soms stopten (adem inhouden) en dan weer tot algemene opluchting verder ratelden. ‘Er vliegen weer van die verrekes door de lucht,’ zeiden ze in Breda.

Lachwekkend ook omdat de V1 duidelijk werd gezien als een laatste stuiptrekking van Hitler-Duitsland. Als zo’n ding in een weiland was neergekomen en niet een halve meter onder het maaiveld ‘verdween’ zoals in Kruisland, waarboven gedurende 70 jaar regelmatig is geploegd, dan gingen we op onderzoek uit, helemaal niet denkend aan wat voor springstof dan ook. Wat we wel zagen, was het ‘ongeregeld goed’ dat als ballast in die machines was gestopt: tot matrassen met springveren aan toe. Nog eens: lachen.

Nee, dan de V2, de eerste raket die – eveneens vanuit Den Haag – met enig succes op Londen en Parijs werd afgestuurd. Als Hitler daar eerder over had beschikt, had hij de oorlog wel eens kunnen winnen.

zondag 23 februari 2014

Osschot

Osschot. Dit is geen verbastering van de plaatsnaam Oirschot maar dialectische weergave van het Belgisch-Kempische Aarschot, een stadje, niet ver van Mechelen. Wij logeerden daar dit weekeinde in  ‘s Hertogenmolens, een complex watermolens uit de zestiende eeuw op een kunstmatig eiland in de Demer, dat op liefdevolle wijze tot hotel is gerestaureerd. Zorgvuldig, dat wil zeggen met consequent gebruik van hout en zichtbaar gehouden historische bouwmaterialen. In de badkamer kijk je naar een decoratief fragment van ‘n vier eeuwen oude balk. De Demer kolkt er momenteel (bij een overvloed aan hemelwater) woest onderdoor.

De Belgen, of moet ik zeggen de Vlamingen, kunnen dat. Zowel in Mechelen als in Diest zag ik gestutte historische gevels, waarachter nieuwe winkelpanden worden gebouwd. Veel eerder gebeurde dat in Brugge, waar bij voorbeeld C&A kunstig achter een middeleeuwse gevel is ‘weggewerkt’.

aarschot_d'ellef-ure-misBij Aarschot moet ik denken aan het toneelspel van mijn vader dat mij het meest lief  is: De Vuurwolf, een massa-spektakel,dat speelt in de tijd van het hertogdom Brabant, waarin op een gegeven moment wordt geroepen: ‘En nu een kruik Aarschotse voor allen. dat bier
smaakt, ge zoudt er uw tong bij inslikken.’  

Het bier bestaat nog steeds.

Aarschot heeft zo nog het een en ander, waaronder een gerestaureerd begijnhof, zij het dat de beslotenheid daarvan verloren is gegaan. Nieuwbouw in de omgeving is qua vormgeving ‘in stijl’, zonder dat het op namaak lijkt. Asfalt kom je in het stadje nauwelijks tegen, des te meer kasseien. (De spotnaam luidt: Kasseistampers). De reusachtige Duracell-batterijen op een rotonde mogen van mij direct weg. En de majestueuze O.L. Vrouwekerk maakt helaas een gesloten, om niet te zeggen doodse indruk. Zelfs op zondagmorgen zwijgen de klokken. Het ernaast gelegen klassieke café heet d’ Ellef Ure Mis en dat lijkt dan ook slechts historie.

Wat ik me wel afvraag: gingen de mannen daar uitsluitend ná de hoogmis op café of ook tijdens?

O ja, welkom in Aarschot. Ik parkeerde daar op een onbestrate strook modder en kuilen langs de rivier, niet in de gaten hebbend dat het wel eens een ‘blauwe zone’ zou kunnen zijn. Vlamingen zijn er tuk op, ‘die verwaande Hollanders’ te pakken, waarbij NL één pot nat is. Ik ben geen Hollander, men roots liggen zelfs in Vlaanderen, maar ik heb toch maar de geëiste 25 euro overgemaakt. Over zoiets valt niet te discussiëren.

maandag 17 februari 2014

Voor de kiezen (2)

In een eerste politieke column hield ik de luisteraar/kijker voor, wat hij allemaal voor de kiezen had, met uiteraard als belangrijkste de komende raadsverkiezing. Maar er lijkt meer aan te komen. En deze keer noem ik wèl namen.

U weet waarschijnlijk, dat het de landelijke politieke partijen, sorry voor de plastische beeldspraak, dun door de broek loopt. Want ze zijn als gevolg van de barbaarse maatregelen van het zittende kabinet uit de gratie. En ze weten dat in 'de provincie' de plaatselijke partijen en partijtjes daar garen bij zullen spinnen.

Niet alleen de coalitiepartners in Den Haag hebben het benauwd, ook aan de kant van de oppositie is men op zijn hoede. De burger vindt het daar immers één pot nat. Dus is het voor de landelijke politiek ook hoogtij wat betreft de de verkiezingsretoriek. Mooier is het natuurlijk als je – zoals Arie Slob van de Christen Unie met zijn gevecht voor het behoud van kleine basisscholen – daadwerkelijk een politiek succes in de wacht kunt slepen. Slob verwaardigde zich overigens naar Best af te dalen om de nieuwbakken kandidaat van zijn partij in deze gemeente een hart onder de riem te steken.

Maar dan Sybrand Buma van het CDA. Die toverde in een Volkskrantinterview de gekozen burgemeester als een duveltje uit een doosje. Overduidelijk verkiezingspraat. Eigenlijk is de gekozen burgemeester een kroonjuweel van D66, waar het CDA altijd mordicus tegen was. Maar nu de zich nauwelijks meer terecht christelijk noemende volkspartij uit het centrum van de macht is geraakt en daarin mogelijk nooit meer zal terugkeren, is dat ineens 'opportuun'. Als het vriendjes benoemen er niet meer in zit, dan maar op een andere manier. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt.

Buma liet in het midden, wie de burgemeester zou moeten gaan kiezen: de burger of de gemeenteraad. Dit is meer dan een detail, namelijk een krikkel punt. De burgemeester die in een gemeente wordt gedropt, zelfs al gaat dat via een zogenaamde vertrouwenscommissie uit de raad, is natuurlijk in deze tijd, democratisch gezien, geen fraaie figuur. Toch had deze methode uit de negentiende eeuw één voordeel: de aldus benoemde burgemeester stond boven de partijen. Het is daarom dat ik geneigd ben om te zeggen: doe geen half werk met een getrapte verkiezing (door de raad dus), maar laat het aan de burger over. Dat een kandidaat burgemeester zich met pilsjes in de kroeg op het pluche gaat lullen.

(Gesproken column Omroep Best radio 12.03.14 en Best TV, 13.03.14)

Grootstedelijk

Het Eindhovens Dagblad heeft deze week gebombardeerd tot Week van de Binnenstad. Het is niet meer en niet minder dan een journalistiek thema, waarbinnen een serie artikelen met veel grafisch geweld wordt gewijd aan de winkelstad en haar actuele problematiek. Die wordt gekenmerkt door leegstand en (dreigende) verloedering, waaraan uiteraard het veranderde koopgedrag (internet) debet is. Eindhoven staat daar niet alleen in. Maar uit recente cijfers blijkt, dat de leegstand in het centrum als ‘boven gemiddeld’ moet worden beschouwd.

Veel recente onderzoeksgegevens over Eindhoven als winkelstad zijn niet beschikbaar. Zo moet de krant een vier jaar oud rapport citeren, waarin staat dat de stad een weinig grootstedelijke uitstraling heeft. Wie of wat dat – in opdracht van de gemeente – heeft onderzocht, staat er niet bij. Dat is jammer, want ‘de onderzoekers’ zouden aan ‘landelijke opinieleiders’ hebben ontleend dat Eindhoven ‘saai, kil, provinciaal en braaf zou zijn’. Een tamelijk louche bron.

Eindhoven is voor mij niet de mooiste, leukste en gezelligste stad van het zuiden, maar in het beeld dat hier wordt geschetst valt vrijwel niets te herkennen. In de eerste plaats is ‘grootstedelijk’ natuurlijk een subjectieve kwalificatie. Met andere woorden, het is maar hoe je het bekijkt, welke maatstaven je aanlegt en in het bijzonder, met welke Nederlandse grootstad je Eindhoven vergelijkt. Amsterdam zeker? Dat knipperlichtje gaat bij mij branden als ‘landelijke opinieleiders’ worden aangehaald. Wie zijn dat? Elkaar nabouwende grachtengordeldieren die zich, behept met jaloezie, neerbuigend uiten in tot op de draad versleten termen over alles wat beneden de grote rivieren ligt?

Wil je het van me weten? Ik loop tien keer liever over de Kleine Berg in Eindhoven dan door de P.C. Hooftstraat in Amsterdam.

Het ED enquêteert intussen zijn lezers over hun beleving van de binnenstad. Het zou me verbazen als daar een uitgesproken negatief beeld als dat van die opinieleiders uit te voorschijn zou komen.

woensdag 12 februari 2014

Voor de kiezen

Dat hebben we toch maar weer voor de kiezen. Nee, niet voor de kiezeR, maar voor de tanden, wat zoiets betekent als: er wordt iets van ons verwacht. Een daad, een karwei. We moeten naar de stembus.

De leden van de gemeenteraad zijn de politici die het dichtst bij de burger staan. Ze bepalen bijna letterlijk wat er bij ons in de straat gebeurt. Of niet, want de plaatselijke politiek neigt er steeds meer toe, taken die van oudsher bij de overheid lagen, over te dragen aan het particulier initiatief. Overeenkomstig de landelijke trend van 'hier schuift men af en over.' Privatisering, ofwel zoek het voortaan zelf maar uit. Daar staat geen verlaging van gemeentelijke belastingen en heffingen tegenover, dus men zou ook gewoon kunnen zeggen: betaal het zelf.

Vertel me maar eens, hoe het nu verder moet met de buurthuizen. En met de zomerse kindervoorstellingen in het Joe Mann Theater – een vakantietraditie van bijna 60 jaar – nu dat theater aan een horeca-ondernemer is overgedragen. En krijgt Best Vooruit nu ook een kunstgrasveld, of moet daarmee, net als bij dat voor de Wilhelmina Boys, de basis voor de nieuwe coalitie worden gekocht bij de partij van oudere jongeren? Zeg het dan nu maar vast, voordat we weer zo'n beschamende hete formatie-zomer krijgen, waarbij van alles over de vakantie heen wordt getild. Wie durft er voor te zorgen dat de mist die nu over de toekomst van onze mooie buurtschappen Aarle en De Vleut hangt wordt weggeblazen?

Dit zijn zo wat dingetjes, die kunnen gaan spelen. Dan heb ik het nog niet eens over de opwaardering van het centrum gehad. In Groeiend Best las ik een zogenaamde 'brief uit de raad' van een plaatselijke groepering, waarin alleen maar stond wat er niet zal gaan gebeuren. En, o ja, in het heetst van de strijd drukken wethouders hun snor, laten ze ambtenaren ten overstaan van burgers de kastanjes uit het vuur halen. Wat die, bij gebrek aan bevoegdheden, niet kunnen. Dat zag ik vorig jaar in een vergadering over de voorlopige regeling van het gebruik van de buurthuizen – een warrige, ontluisterende bijeenkomst. En dat zagen we onlangs ook weer in de soap rond het beleid dat moet voortvloeien uit de monumentale status van Batadorp.

Beste medeburgers, kies de beste. Nee, ik noem geen namen. Kies de partij die er oog voor heeft, wat er in Best toe doet. Die ook het onderscheid weet tussen ons aller belang en dat van handige jongens met het motto 'samen voor ons eigen'.

(Gesproken column Omroep Best, radio, 12.02.14 en Omroep Best TV, 06.03.14)

zaterdag 8 februari 2014

t, d en dt

Geen taaldeskundige zijnde, maar wel taalfreak, mede dankzij uitstekend lager onderwijs, zal ik jullie eens ‘n kunstje leren om voor eens en altijd af te komen van die ellende met de t, de d of dt aan het einde van een werkwoord.

Ooit heb ik voor huis-, tuin- en keukengebruik ‘n computerprogrammaatje gemaakt, een vraag- en antwoordspelletje met hetzelfde doel. 

Dat deed ik in Basic, een programmeertaal voor beginners, geënt op het aloude DOS, voluit Disk Operating System, zeg maar de voorganger van Windows. Dat DOS zit tussen haakjes nog steeds in Windows gebakken. Tik in het startmenu (linksonder) maar eens ‘Cmd’. Dan krijg je een zwart schermpje waarin je opdrachten kunt geven als ‘chkdsk’. Daarmee wordt het bestandssysteem op je computer gecontroleerd. Ik heb het net nog even in Windows 7 gedaan en kreeg de geruststellende mededeling: ‘Geen problemen gevonden.’

Dat oude programmaatje ben ik kwijt, maar het taalkunstje kan best in een stukje als dit worden voorgeschoteld.
Wij leerden dus dat we bij de spelling moesten uitgaan van de stam van een werkwoord. Je kijkt naar deze tekst. Het woord is kijken. De stam is kijk. Alleen bij jij (je), hij, zij (ze) en het moet er een t achter de stam. Dus ‘ik kijk’, maar ‘jij, hij, zij kijkt’. Je zult zeggen, da’s toch simpel. Het ‘probleem’ doet zich dan ook niet voor bij woorden waarvan de stam niet op een d eindigt. Je kunt het immers hóren. Daarom staat er ook t, d en dt boven dit stukje. Dus neem ik ‘worden’ als tweede voorbeeld. De stam is word. En als jij, hij, zij of het in het geding zijn dan moet er ook hier een t achter: jij wordt etc. (Zonder dat je het hoort.)

Zit je te schrijven en worstel je met het de vraag t of niet, vervang het woord waarvan de stam op een d eindigt dan in je hoofd tijdelijk door een woord dat niet op een d eindigt en je weet of de t er aan te pas moet komen of niet.

Dit ezelsbruggetje werkt ook als het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij etc.) achter het werkwoord staat: ‘kijk je’, dus ‘word je’ -  ‘kijkt hij’, dus ‘wordt hij’. Helemaal consequent is dit niet, want waarom wel ‘je kijkt’ en niet ‘kijkt je’? Wat ‘n geluk dat vrijwel niemand, behalve sommige Rotterdammers, zoiets zegt als ‘Ik kijkt mij de ogen uit’, wat trouwens nog niet zo erg is als wat ik onlangs een radio-presentator hoorde verklaren: ‘We zagen onze ogen uit.’

woensdag 5 februari 2014

De man die zelf een hype werd

De man die zelf een hype werd. Dat zou je wel kunnen zeggen van de journalist Rob Wijnberg, die op 20 februari in mediastad Hilversum de onderscheiding Journalist van het Jaar 2013 in ontvangst mag nemen. Wijnberg pionierde eerst als hoogst eigenzinnig hoofdredacteur van nrc.next, zo eigenzinnig dat hem na verloop van tijd niets anders te doen stond dan ander werk te zoeken. Dat heeft Wijnberg dus gedaan, door opnieuw te gaan pionieren, nu op het terrein van de internetjournalistiek.

Zijn concept is DeCorrespondent, ‘een dagelijks, advertentievrij medium met als  belangrijkste doelstelling om de wereld van meer context te voorzien.’ Geen puntgaaf Nederlands, maar het staat nu eenmaal in een soort preambule van Wijnberg. Meer dan 26.000 lezers betalen 60 euro per jaar om de bijdragen op dit weblog tot zich te nemen.

Iemand vroeg mij onlangs wat ik van DeCorrespondent vond. Ik kon er niet veel over zeggen, omdat ik daarvoor te beperkt kennis had genomen van de doorwrochte artikelen op dit medium. Wel had ik tot dat moment de indruk dat de medewerkers aldaar voornamelijk opiniërend bezig zijn en daar zit ik, als het over journalistiek gaat, nu niet direct op te wachten. Ik vind toch al dat ook de meeste dagbladen de laatste jaren te veel nadruk leggen op meningen en meninkjes, waardoor de grondslag van hun bestaan, het brengen van nieuws, dreigt onder te sneeuwen. Aan duiding kun je ook ten onder gaan.

Hiermee is toegelicht, waarom ik de kop ‘Nieuw medium voor nieuwe journalistiek’ die boven een twee pagina’s groot interview met Wijnberg in de Wegener kranten staat, minstens voor de helft met een korrel zout neem.

Misschien ben ik te dom, om in staat te zijn, Rob Wijnberg te volgen. Ik mag dan wel van mening zijn dat schrijven – dus ook journalistiek bedrijven – voor meer dan tachtig procent nadenken is, ik heb niet, als Wijnberg filosofie gestudeerd. Mogelijk is dat een handicap. Hij  zegt: ‘Bij de krant leerde ik op één manier naar duizend dingen te kijken. Bij filosofie leer je op duizend manieren naar één ding te kijken. Ik dacht dat moet een krant ook gaan doen.’

Sakkerloot, dan ben ik het meer dan veertig jaar helemaal fout bezig geweest. Ik heb namelijk steeds gewoon naar de dingen gekeken en daarvan verslag gedaan. Beschouwde journalistiek als een nederig vak, bij de uitoefening waarvan je een kameleon-achtige houding moest aannemen om niet de aandacht op jezelf te vestigen. Zo simpel, zo weinig filosofisch is dat. En zo onveranderlijk, wil je, met inachtneming van enkele codes, het vertrouwen van de nieuwsconsument winnen en behouden.

Op hoeveel manieren is de afgelopen 24 uur ‘gekeken’ naar de ‘aardbeving’ die dinsdagavond het noorden, van Ameland tot Drente en van de Dollard tot Friesland ‘trof’? Bij mijn weten op twee manieren en achteraf is dat ruim voldoende gebleken. Was het de zoveelste schok, als gevolg van de gaswinning, die deze keer een compleet landsdeel overeind deed schieten, of…een luchtknal ergens boven waddeneilanden, veroorzaakt door wie of wat dan ook?

Vanmiddag kwam de oplossing. Geen komeet of zoiets, maar een doodgewone F16 die door de geluidsbarrière ging. Mogelijk moet er nog een derde keer worden gekeken maar, hoe het zij, hier is gewoon huis, tuin en keukenonderzoek bedreven volgens gedegen journalistieke waarden die dan ook geen vernieuwing behoeven.

Terug naar de kern van het vak, weg van de hypes.

vrijdag 31 januari 2014

Ei ij

In het radioprogramma Nachtzuster hoorde ik een taalkundige uitleggen, waarom je Zeeuw schrijft en niet Zeew. Idem leeuw – leew. Het was een kwestie van taalontwikkeling doorheen de eeuwen (eewen) legde hij uit. De v komt uit de u voort. En de ij (de lange) uit de Griekse ypsilon. Gooi het maar in m’n pet. Zo ongeveer dacht presentator Astrid de Jong, die nimmer iets voor zoete koek slikt, er duidelijk ook over.

Interessanter vond ik het eveneens besproken onderscheid tussen de (korte) ei en de (lange) ij. De taalkundige deed de schokkende mededeling, dat iemand van Van Dale tijdens een discussie had geroepen dat ze dat ze ‘die eruit zouden gooien’. Wat er precies van kant zou worden gemaakt, de lange of de korte ij/ei bleef in het midden.

Die meneer van de geldmachine  Van Dale kan me nog meer vertellen. Ik heb al jaren het gevoel dat ze daar wel heel snel zijn met het verheffen van allerlei verbasteringen en grove fouten tot gangbaar dus aanvaard Nederlands. In de praktijk komt dat neer op taalverarming.

Dus, een meid blijft gewoon een jonge vrouw en een mijt een piepklein diertje met acht poten, terwijl ook het onderschijt, sorry onderscheid tussen een hooimijt en een meid in een hooiberg in stand dient te blijven.

vrijdag 24 januari 2014

Gekaapt? Niet dus

gekaaptMijn website hhBest.nl is gekaapt.

Dit <- krijg je als je inlogt. Hetzelfde gebeurt, als je probeert in te loggen op de website van de hostprovider Vevida.com.

Er wordt natuurlijk aan gewerkt.

De provider twitterde later: ‘Door een foutieve configuratie werd u naar de verkeerde server gestuurd. Van kaping was hier geen sprake. Excuses voor de overlast.’

Ja, configuratie. Ik verwijt mijn provider niets. Maar wat er gebeurde was wel heel erg vreemd en ik heb dit in mijn langjarige computer- en internetpraktijk nog nooit meegemaakt. Stel, je tikt in het adresvenster van je browser (internetbladeraar als Microsofts Internetexplorer of Google’s Chrome) een willekeurig adres in en je krijgt iets heel anders dan verwacht. Dat kán toch niet, zou je zeggen. Maar het gebeurt.

Dan controleert de hostprovider tijdens een telefoontje de boel en zegt: ‘Bij mij is er niets aan de hand. Het ligt waarschijnlijk aan jouw computer.’ En op Twitter reageert de provider natuurlijk navenant, want ‘iedereen’ kan het daar volgen en da’s niet leuk voor de bekwame en terecht trotse dienstverlener met 35.000 klanten in binnen- en buitenland. Het toverwoord is dan ‘configuratie’.

Toch heeft de provider gelijk, dat bleek toen ik de site opriep op een andere computer.

Ik heb vele jaren geleden eens ‘n aandoening aan een knie gehad. Daarvan zei de orthopeed na verloop van tijd: ‘Er blijft iets onbegrepens over.’ Die opmerking is ook hier volledig van toepassing. Die orthopeed heeft mij afdoende geholpen. Hier is het vanzelf goed gekomen. 

Ik zou zeggen, doet je computer gek, probeer dan eerst eens of een herstart helpt.

PS: Nog later kreeg ik wel degelijk een klacht uit Knegsel. Zo blijven we aan ‘t configureren.

donderdag 23 januari 2014

Is online winkelen wel zo leuk? Niet altijd

De originele winkel op de hoek gaat op de fles, weg gezelligheid. Allemaal vanwege het gemak en het – vooral vermeende – voordeel. We komen nog eens van een kouwe kermis thuis.

avgEn is online winkelen wel zo leuk? Mwah. Om maar eens ‘n aspect te noemen, deugt het naar jouw oordeel niet wat je koopt, dan kun je in de winkel stampij maken en je geld terugeisen. Online gaat dat zo maar niet – je mag blij zijn, als je antwoord krijgt op je gemailde klacht en uiteindelijk, als je de ultieme eis stelt, blijft dat antwoord uit. En de uitgiftebalie dan, vaak gevestigd op een of andere bedrijventerrein? Die jongens en meisjes daar zijn dozenschuivers zonder enige bevoegdheid. ‘Jammer maar helaas,’ meneer.

En dan die agressieve, knipperende reclame op je scherm, vaak vergezeld van ‘waarschuwingen’ dat als je niet doet wat ze zeggen, je morgen je computer of smartphone in de vuilnisbak kunt gooien.

Ik heb een wrange ervaring met nota bene een alom gerespecteerd anti-virusbedrijf. Nee, niet met Norton, dat ik trouwens ook een behoorlijk irritante firma vind, waarvan de vaak voorgeïnstalleerde software speciale gereedschappen (tools) nodig heeft wil het zich laten verwijderen. Sommige pc-fabrikanten hebben er sowieso ‘n handje van, het meegeleverde besturingssysteem (ik heb alleen ervaring met Windows en Android) uit te breiden met allerlei rommel, waarom je niet hebt gevraagd. Vroeger kreeg je het ‘kale’ besturingssysteem er op cd’s bij, voor het geval er iets mis is. Tegenwoordig moet je de computer na aankoop zelf de nodige herstelmedia laten maken, wat betekent dat je bij een calamiteit de fabrieksinstallatie plus rotzooi terugkrijgt. Er zit niets anders op, dan je computer naar eigen wensen en inzichten softwarematig te verbouwen. Tweaken heet dat. (Zoiets heeft natuurlijk niet iedereen in de vingers.) Daarna maak je met een apart aan te schaffen programma een systeembackup,  die er voor zorgt dat je alleen in het uiterste geval, zoals de vervanging van de harde schijf, hoeft terug te vallen op bovengenoemde herstelschijven van de fabrikant. Daarna kun je, als het goed is, daar de meest recente ‘eigen’ backup overheen zetten, waarna alles weer werkt zoals het behoort.

Recentelijk heb ik die truc moeten toepassen, nadat ik door mijn achtenswaardige virusscanner AVG in de maling was genomen. Van AVG gebruikte ik al jaren de gratis versie, maar vanwege de toenemende onveiligheid op het web, stapte ik vorig jaar over op een betaald exemplaar. Circa 40 euro voor één jaar. Nu heeft die betaalde versie enkele leuke extraatjes, zoals een schoonmaakprogramma waarmee je een trager wordende computer bij de kladden kunt pakken.

Alles gaat goed (wat van AVG verwacht kan worden) totdat de softwaremaker mij verleidde, een probeerversie-voor- één-dag van ‘n  ‘interessante’ uitbreiding van dat schoonmaaktooltje te downloaden. Hoogst interessant, inderdaad, maar m.i. niet nog eens 30 euro voor een jaar waard. Dus Nu kopen? Toch maar niet.

Je raadt het al: de klok viel niet terug te draaien. Dus besloot ik tot de update van AVG 2013 naar 2014, met gebruikmaking van mijn gekochte licentiecode. Geen probleem, behalve dat het leuke schoonmaakprogramma van de oude versie in 2014 niet meer blijkt te bestaan, tenzij je betaalt.

Daar heb ik dus op de hierboven geschetste manier korte metten mee gemaakt. Aan een klantenservice ben ik, door schade en schande wijs, maar niet meer begonnen.

dinsdag 21 januari 2014

Le jour de gloire

Was dat nu een jour de gloire voor François Hollande? Ik denk het niet, hij had zo te zien en te horen wel wat anders aan z’n hoofd. Ik ben verrast door de foto van Freek van den Bergh van Hollandse Hoogte die vandaag in de Wegener kranten staat.

Hollande bij de koning en de koningin van Nederland in de ontvangstsalon van Paleis Noordeinde. Wat een stijve bedoening in dat achttiende-eeuwse interieur. Niet dat iets anders viel te verwachten. Wellicht draagt de vloek van die drie strakke, glazen design-bijzettafeltjes daar nog aan bij.

De enige die, als steeds, flink wat gloire uitstraalt is Máxima. Al klinkt het paradoxaal, ze valt uit de toon want Willem Alexander, in het midden, zit  daar gewoon Willem Alexander te wezen. En rechts de Président de la Republique Française met opgetrokken broekspijpen, strak voor zich uitkijkend, de handpalmen gestrekt op de dijen. 

Nee, geen jour de gloire. Een fotomoment. Een bourgeois met zijn ups en downs.

De plaat lijkt geflitst, dat zie je aan de reflectie in de daardoor onherkenbare schilderstukken en aan het volledig platgeslagen louis-quinze-interieur. Nee, die enorme vleugeldeuren zullen nooit open gaan onder de aankondiging: ‘Le Roi!’

Gauw weer naar huis, al is het daar waarschijnlijk ook saai en leeg.

woensdag 15 januari 2014

Over dominees, pastoors en kanunniken

A.L. Snijders schrijft in zijn column in de vpro gids: ‘De levende, delicate verhouding van katholieken en protestanten mag niet verdwijnen, het is de kern van onze volksaard.’

Mooi gezegd, maar bezijden de realiteit, want achterhaald door de ontwikkelingen in christelijk Nederland. Ja, de tijd is voorbij dat kinderen, toen nog geen kids genoemd riepen: ‘Protestante bokken schijten in hun rokken’. En dat zo’n kind, dat loten probeerde te verkopen. de deur voor zijn neus werd dichtgeslagen met de woorden: ‘Is dat katholiek? Nee!’

De opmerking deed me ook denken aan het begin van de oecumene en in het bijzonder de toenadering tussen beide groepen christenen zoals die zich manifesteerde in mijn geboortedorp Ginneken.

We hadden daar de Nederlands Hervormde gemeente, sinds
‘s mensenheugenis gebruik makende van de middeleeuwse, dus ooit roomse Sint-Laurentiuskerk. Predikant was daar dominee Van den Bosch, die in de jaren zestig landelijk bekend werd als dagsluiter ‘dominee Van den Bosch uit Ginneken’ op de zwart-wit-tv. Een vooruitstrevende man, die in zijn jonge jaren goed lag bij de vrouwen (wat niet per se wil zeggen dat hij ook veel bij de vrouwen lag) en die de liturgische kleuren bij de roomsen afkeek. Blijkbaar vond hij het tot dan in zijn kerk maar een kale boel en gelijk had-ie.

Pastoor van de Ginnekense Laurentiusparochie was toen de legendarische Eduard Doens, een robuuste Zeeuws-Vlaamse boerenzoon, die met zijn excentrieke preken het kerkvolk nogal eens in beroering wist te brengen. Die pastoor ging dus eens bij zijn protestantse broeder-in-de-Heer op bezoek en werd door Van den Bosch in de oude, toen pas van oorlogsschade herstelde kerk rondgeleid.

‘En dan te weten,’ aldus de dominee enigszins provocerend, ‘dat ik hier elke zondag op het graf van een kanunnik sta te preken.’

‘Zozo,’ reageerde pastoor Doens, met de voor hem karakteristiek, zuinigjes getuite lippen, ‘en wat vindt de kanunnik daar wel van?’

Ook in Best zijn katholieken en protestanten gaan samenwerken. Zo startten de hervormden in de jaren zestig een oud-papier-ophaaldienst ten bate van de bouw van een pastorie bij hun kerkje aan de Julianaweg: Aktie Bouw Pastorie, kortweg ABP. Toen Hans Bolscher bouwpastoor werd van de Avondmaalkerk, werd het ABP+A, wat natuurlijk een ruimhartige geste van de protestanten was. ABP+A, zo heet de actie nog steeds, maar Bolscher is vertrokken en de Avondmaalkerk bestaat ook al jaren niet meer. Klopt het dat daar nu ‘t Tejaterke in zit? Waar de opbrengst van het papier nu naar toe gaat, blijft in het vage. Ik zag trouwens dat het initiatief tegenwoordig AWBP+A heet, maar waar die W voor staat is mij niet bekend.

Dominee Van den Bosch uit Ginneken wisselde op tv zijn stichtelijke praatje af met dat van bisschop Bekkers, afhankelijk van de zendgemachtigde die aan de beurt was, ncrv of kro. Al zouden ze het willen, over zoiets valt tegenwoordig niet meer te bakkeleien, want de dagsluiting is uit de tijd en de twee omroepen zijn verenigd tot één.

Jammer voor A.L.Snijders, maar de romantiek is er af.

(Gesproken column Omroep Best, 15.01.14)