woensdag 19 maart 2025

Godfried Bomans heeft na meer dan een halve eeuw eindelijk zijn biografie

 Hoeveel kwaliteitsboeken moet je schrijven om erkenning te krijgen? Die vraag kun je stellen als het gaat over Godfried Bomans (1913-1971). Afgezien van gebundelde Sprookjes, columns en beschouwingen in de Volkskrant en Elseviers Weekblad (tegenwoordig EW) zijn van hem eigenlijk slechts twee nog altijd zeer genietbare boeken algemeen bekend: Pieter Bas en Erik of het Klein insectenboek. Bas is de weerspiegeling van Bomans’ bijzondere belangstelling voor (de schrijvers van) de negentiende eeuw, Charles Dickens voorop en verder onder anderen Hildebrand en de geestige versjesmaker Piet Paaltjens (pseudoniem van François HaverSchmidt) .

De vraag over de erkenning is hier nog steeds niet beantwoord. Maar me dunkt: één meesterwerk is voldoende. En Bomans publiceerde meer aan kwaliteitswerk dan het misprijzen van jongere schrijvers tijdens zijn relatief korte leven (hij was 58 toen hij aan angina pectoris overleed) rechtvaardigt. Hij kreeg ook nooit een literaire prijs. Te midden van auteurs werd hij te boek gesteld als ‘grappenmaker’. Ik lees dit in de biografie, geschreven door de Neerlandicus en literatuurrecensent Gé Vaartjes, die onlangs 54 jaar na Bomans’ dood is verschenen.

Je moet wel ongeveer tegen de pensioengerechtigde leeftijd zijn, om Godfried Bomans nog te kennen van zijn vrijwel altijd komische optredens voor de televisie, die de mensen op het spoor zetten van zijn boeken, niet in de laatste plaats Erik, dat trouwens in het hier besproken boek gedetailleerd wordt geanalyseerd. Maar in de ogen van menigeen was Bomans dus vooral grappenmaker, op z’n zachtst gezegd niet vrij van enig alcoholisme. In zo’n toestand liet hij zich, ook op tv, hilarisch uit over de wereldberoemde zangeres Marlene Dietrich: ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been’. `

Maar laat ik hier over Erik een persoonlijke noot toevoegen. Natuurlijk heb ik dat boekje (mogelijk vanwege zijn geringe dikte populair voor de leeslijst op school) gelezen. En onlangs opnieuw, voor zover de tijd me dat toeliet. Ik heb het cadeau gedaan aan een kleindochter, van wie de vader me zei dat ze concentratieproblemen heeft. Er staan in het boek woorden en uitdrukkingen die min of meer in onbruik zijn geraakt, dus ried ik het duo aan, er samen aan te beginnen. Tot mijn verrassing kreeg ik enkele dagen later een mail met de mededeling dat ze er geweldig door waren geboeid. Wie weet wat er nog uit dat meisje groeit. Zoals aangegeven, dit even terzijde.

Godfried Bomans kwam uit een streng rooms-katholiek gezin, had een autoritaire vader die Kamerlid en later lid van Gedeputeerde Staten was, en een wat afstandelijke moeder. Het heeft, heb ik begrepen, lang geduurd voordat hij dat allemaal heeft verwerkt. Zijn huwelijk (sinds 1944) met Gertruda Verscheure (Pietsie genoemd) verliep moeizaam, maar ze bleven bij elkaar. Dit ondanks de talloze relaties die Godfried met andere vrouwen had. Zijn seksuele geaardheid was overigens niet wat men, zeker vandaag de dag, als ‘normaal’ beschouwt. Een voorstel van Harry Mulisch tot het houden van een ‘naaiwedstrijd’ (neuken) leidde tot een tijdelijke breuk. Dochter Eva Bomans, die zoals dat officieel in de Burgerlijke Stand heet in 1960 ‘uit Gertruda’ werd geboren, was niet van hem, maar – in goed overleg – van de destijds beroemde beeldhouwer Mari Andriessen, zo bevestigt biograaf Vaartjes. Ging zij door afwezig te zijn bii de uitvaart op 24 december 1971, de door roddels gevoede aandacht uit de weg? Godfried en Eva waren in de praktijk trouwens ‘echt vader en dochter’, gingen liefdevol met elkaar om.

Bomans was een gecompliceerd mens. Lag regelmatig met zichzelf in de knoop. Hij kon zonder enige toelichting plotseling een gezelschap verlaten. Zijn verstrooidheid was legendarisch. Beter is wellicht te concluderen dat hij in de eerste plaats een denker was, die zich voortdurend bezig hield met de ontwikkelingen in de wereld. Met zijn originele gedachten daarover, neergelegd in zijn krantenverhalen, kwam hij regelmatig in conflict met wie je samengevat ‘conservatieven’ zou kunnen noemen. Dat geldt onder meer voor zijn verwerking van de ingrijpende veranderingen in de katholieke kerk in de jaren zestig. Het is de vraag of de gemiddelde Nederlander vandaag de dag al overweg kan met ironie. Toen zeker niet.

Vaartjes’ boek, meer dan 700 pagina’s, exclusief registers voetnoten etc. en verlucht met veel foto’s, is een meesterlijk werkstuk dat eindelijk recht doet aan een briljant denker en schrijver uit de vorige eeuw. Het draagt de titel Vleugelman. ontleend aan een aldus genaamd Sprookje van Bomans over een man die naar de hemel wil


dinsdag 11 maart 2025

Grotelijks belèèzerd

Supermarkten en levensmiddelenproducenten hebben geweigerd vorige week naar de Tweede Kamer te komen om te praten over de hoge prijzen. De dames en heren politici willen wel eens weten waarom de prijzen van voedsel en andere producten vaak hoger liggen dan in buurlanden. 'Wie wordt hier gierend rijk over de rug van de consument,' vraagt met name de oppositie zich af. Tja, wie vraagt zich niet af, of we belazerd worden?

Belazerd. Dat is een woord dat we in onze jeugd niet mochten gebruiken. Onbeschaafd. Pas in de jaren zestig of daaromtrent werd het een begrip in het old boys network: 'grotelijks belèèzerd'. Tegenwoordig mag qua woordgebruik alles.

Als men zich nog mocht afvragen, waar het gevoel van belazering vandaan komt, al vóór de corona-pandemie smokkelden supermarkten met de inhoud van de door hen aangeboden producten. Bij voorbeeld acht voorgebakken pannenkoeken voor dezelfde prijs als voorheen tien stuks. Intussen is dit soort dingen, let maar op, een gewoonte geworden. Los van de prijsverhogingen in het algemeen. De stiekemerds die te laf zijn zich daarvoor te verantwoorden.

Kardinale vraag: wat doet de minister Beljaarts van Economische Zaken met de Prijzenwet die volgens Overheid.nl op 28 mei 2022 (op grond van vooraf opgestelde regels) is gaan gelden en nog steeds behoort te werken. Die wet stelt hem bij toenemende inflatie in staat, in samenspraak met de ministerraad, dat wel, tot allerlei maatregelen.

Interessant: in de jaren zestig van de vorige eeuw was men, begrijp ik, iets doortastender. Niet alleen de lonen beginnen in die periode te stijgen. Ook de prijzen starten een opmars en samen zorgen ze voor een opwindende spiraalbeweging. De inflatie kruipt naar 5%. En in '69 gaan de prijzen met ruim 7% omhoog.
De politiek werd nerveus. Prijsbeheersing stond toen hoog op de politieke agenda, De website wendingen.info citeert het volgende uit het Limburgs Dagblad van 9 april 1969: “De regering heeft een algemene prijsstop afgekondigd. De prijzen van alle roerende goederen en diensten zijn bevroren op het peil van 14 maart. De regering zegt deze maatregel te hebben moeten nemen om te voorkomen dat een verstoring van het algemeen sociaaleconomisch evenwicht zou ontstaan. Om de conjunctuur wat af te koelen en de inflatiespiraal te onderbreken heeft de regering voorts besloten tot onmiddellijke schorsing van de investeringsaftrek.”

Beljaarts en kabinet aan de bak aub.