zondag 15 april 2018

Moeke wie?

Topics is een digitale kiosk, waarin alle dagbladen van De Persgroep (NL en B) samen komen. Wie op één van die kranten geabonneerd is, kan overal bij. Mooi. Maar het automatisch genereren van die pagina’s  lijkt tot de gekste situaties. Als bij voorbeeld in een artikel over een Eindhovense aangelegenheid, al is het maar met een enkel woordje, naar België wordt verwezen, dan verschijnt België in wat heet de tagline.

Grappig? Niet echt, vind ik. Het leidt tot rare situaties. Zo heeft het  Twentse dagblad Tubantia een restaurant-rubriek, waarin het Enschedese grand café Moeke wordt besproken. Het logo van die tent vermeldt het jaartal 1893 (flauwekul, maar zoiets doet het altijd goed, denkt men). Dus duikt de schrijver in de historie. Aldus: Moeke is een café in Breda waar moeke Spijkstra aan het einde van de 19de eeuw achter de tap stond. Het biercafé bestaat nog steeds, maar het concept - 'Bij Moeke kom je thuis'- is door slimme marketeers culinair uitgewerkt en met succes uitgerold in Rhenen, Delft, Nijkerk en nu dus ook in Enschede - Brabantse gezelligheid in het glas en op het bord.

In de tags boven het stuk verschijnen ‘als gevolg’ Breda en Nijkerk, maar niet Enschede waar het om draait. Dus ga je denken: Moeke wie? Welaan, er is inderdaad zo’n café (ooit, in mijn tijd, hotel-pension) aan de Ginnekenmarkt in Breda, eigendom van de familie Brauers. Totdat het werd verpacht, werd het nog door een dochter des huizes geëxploiteerd, die – inderdaad – door het leven ging als moeke Brauers.

Ach, weten ze veel in Enschede. Het stikt immers van de moekes.

Moeke wie?

Topics is een digitale kiosk, waarin alle dagbladen van De Persgroep (NL en B) samen komen. Wie op één van die kranten geabonneerd is, kan overal bij. Mooi. Maar het automatisch genereren van die pagina’s  lijkt tot de gekste situaties. Als bij voorbeeld in een artikel over een Eindhovense aangelegenheid, al is het maar met een enkel woordje, naar België wordt verwezen, dan verschijnt België in wat heet de tagline.

Grappig? Niet echt, vind ik. Het leidt tot rare situaties. Zo heeft het  dagblad Tubantia een restaurant-rubriek, waarin het Enschedese grand café Moeke wordt besproken. Het logo van die tent vermeldt het jaartal 1893 (flauwekul, maar zoiets doet het altijd goed, denkt men). Dus duikt de schrijver in de historie. Aldus: Moeke is een café in Breda waar moeke Spijkstra aan het einde van de 19de eeuw achter de tap stond. Het biercafé bestaat nog steeds, maar het concept - 'Bij Moeke kom je thuis'- is door slimme marketeers culinair uitgewerkt en met succes uitgerold in Rhenen, Delft, Nijkerk en nu dus ook in Enschede - Brabantse gezelligheid in het glas en op het bord.

In de tags boven het stuk verschijnen ‘als gevolg’ Breda en Nijkerk, maar niet Enschede waar het om draait. Dus ga je denken: Moeke wie? Welaan, er is inderdaad zo’n café (ooit, in mijn tijd, hotel-pension) aan de Ginnekenmarkt in Breda, eigendom van de familie Brauers. Totdat het werd verpacht, werd het nog door een dochter des huizes geëxploiteerd, die – inderdaad – door het leven ging als moeke Brauers.

Ach, weten ze veel in Enschede. Het stikt immers van de moekes.

zaterdag 14 april 2018

Alles is vergif

Zouden we de media geloven, dan is alles wat we doorslikken vergif. Suiker voorop. Allemaal ontleend aan onderzoek en wetenschap. Zo vliegen we van de ene hype naar de anderen. Het is de kunst, het allemaal in je pet te gooien. Gifvrij eten lijkt niet te bestaan.

Nu is er weer een universiteitsmevrouw, die op het journaal met een sarcastisch lachje weet te melden, dat op grond uit onderzoek bij maar liefst 600.000 mensen blijkt dat één glas alcohol houdende drank het leven met een half uur bekort. De reacties bij – voor de variatie – terrasinterviews zijn uiterst voorspelbaar: ‘dan maar wat korter leven. proost!’.

We zijn dus al duizenden jaren verkeerd bezig, inclusief joodse en christelijke rites (aha, roepen de moslims). De bijbel is, ik blijf in stijl, van alcohol vergeven. Nochtans is aartsvader Methusalem 969 geworden. Kom daar tegenwoordig maar eens om. Al kun je natuurlijk ook ‘zie je wel’ roepen.

En dan de Bruiloft van Kana (Joh. 2,1-11), waar de moeder van Jezus Hem erop attendeerde dat de wijn op was. Waarop de Heer water in de best drinkbare wijn veranderde. Volgens het Johannesevangelie zou  Hij tevoren tegen Maria hebben gezegd: ‘mevrouw, wat heb ik met u.’

Zou je ook tegen die mevrouw van het onderzoek kunnen zeggen: wat heb ik met u?

maandag 9 april 2018

Opgebrand

Burnout, al weer zo’n uit Amerika overgewaaid begrip. Zeg maar gerust ‘opgebrand’. Bij driekwart van haar vriendinnen, meldt een kennis – niet eens studenten – zou de kaars uitgegaan zijn. De stakkers. Ik word er eerlijk gezegd ‘n beetje verward van. Alles goed en wel, als het in elkaar draaien van zo’n verhaal maar niet tot de onderzoeksjournalistiek wordt gerekend.

‘n Paar weken geleden kwamen hier twee monteurs een nieuwe koelkast inbouwen. Het had nog heel wat moeite gekost, een leverancier te vinden die dat erbij deed. Met open mond aanschouwde ik de precisie waarmee ze te werk gingen en dacht: die zijn pas hoger opgeleid. Geen spoor van te hoge werkdruk – alleen maar plezier in het leven.

Nu schijnt het de studenten, die last zeggen te hebben van overbelasting en  van een op z’n minst dreigende burnout, ook niet aan plezier te ontbreken, al noemen ze dat sociale bezigheden. Die houden namelijk heel wat meer in dan af en toe een terrasje pikken en uit eten gaan, vaker dan af en toe.

Het leven in de grote stad, bij voorkeur Amsterdam, vraagt veel van onze vrienden en vriendinnen in hogere opleiding. Je moet ze even weten te vinden, die etablissementen, waar op de toiletten druk wordt gesnoven en geslikt, maar dan heb je ook wat: op oorverdovend gestamp, met glazige, nietsziende ogen staan ze daar dan te armzwaaien.

Dat ik niet uit m’n nek klets, blijkt uit onderzoek, ja ja, van het Eindhovens Dagblad. Dat meldt over xtc: populair op festivals, bij jongeren (18-24 jaar) met hbo-opleiding of universiteit. En over amfetamine: gebruikers voornamelijk 25 tot 29 jaar, hoog opgeleid.

Zak…eh…brand maar lekker door, als je maar niet over burnout zeurt.

zaterdag 31 maart 2018

Stelt dat ANP nog wel iets voor?

John de Mol heeft het ANP (Algemeen Nederlands Persbureau) opgekocht en de journalistenbond vindt dat maar niks; vreest voor de onafhankelijkheid van de organisatie. Maar stelt dat ANP nog wel iets voor? We horen of zien als nieuwsgebruiker er nauwelijks meer iets van.
Het persbureau werd in de jaren dertig van de vorige eeuw opgericht door de gezamenlijke Nederlandse dagbladen, om hen te voorzien van binnen- en buitenlands nieuws. Het ANP was daarvoor zelf weer geabonneerd op buitenlandse bureaus als Reuters en AFP. Vooral de regionale bladen, die toen buiten hun verspreidingsgebied nog nauwelijks eigen verslaggevers hadden, voeren daar wel bij. Het nieuws bereikte de kranten via de telex, ook wel verreschrijver genoemd. Er was tot diep in de twintigste eeuw ook een Radionieuwsdienst, verzorgd door het ANP. Maar ja, dat was nog in de tijd dat de uitzendingen om 24 uur met het Wilhelmus werden afgesloten.
Kranten konden al dan niet bewerkte  berichten en artikelen van het ANP plaatsen zonder bronvermelding, alsof het uit eigen koker kwam. Er waren er ook die keurig tussen haakjes de bron vermeldden. Vijftig jaar geleden beleefde Nederland ‘de grootste spoorwegramp’ uit haar geschiedenis. Harmelen. Toen men bij mijn krant voorstelde, erop af te vliegen, besliste een minkukel van een hoofdredacteur: ‘Dat nemen we wel van het ANP.’
De dagbladen dreven bij verkiezingen volledig op het persbureau, dat de formats tijdig tevoren leverde, zodat die op verkiezingsavond snel konden worden aangepast. Dat werkte perfect. De kranten hadden de uitslagen de volgende morgen. Moet je nu niet meer om komen. Heeft niet eens zoveel met het tellen te maken.
De NOS werkt op verkiezingsavond met exit polls. Bij de raadsverkiezingen van 21 maart, bood de NOS haar app-gebruikers aan, de door hen gewenste uitslag(en) zo snel mogelijk per email door te geven. Daar kwam weinig van terecht. De uitslag van de gemeente Best verkreeg ik om 00.10 uur door wat te surfen op het internet. De beloofde mail van de NOS kwam om 05.00 uur, als mosterd na de maaltijd.
Ben die avond ook nog even op de website van het ANP geweest. Het leek daar, of er geen verkiezingen waren geweest.

donderdag 29 maart 2018

Nieuwe heren, nieuwe stupiditeiten

In de Bredase haven, vlakbij het Spanjaardsgat (waar het beroemde turfschip trouwens niet doorheen voer) ligt een binnenschip dat al bijna een halve eeuw dienst doet als café-bar: Spinola (genoemd naar een Spaanse veldheer uit de 80-jarige oorlog) Wie Breda ‘n beetje kent, al is het maar van het stappen, kent het. Dat horecaschip is door de 72-jarige eigenaar nu verkocht aan twee Helmondse ondernemers, Geert Blenckers en Jeroen van Schijndel. En wat doen die? Ze herdopen het schip in Bobby’s Boat.

Laat ik maar eens een vergeten uitdrukking van stal halen: nieuwe heren, nieuwe wetten en die parafraseren: nieuwe stupiditeiten. Moet je daarvoor uit Helmond komen? Je zou het haast gaan denken.

Er bestaat ook zoiets als geestelijk erfgoed. Dat dacht ik ook, toen een Oirschottenaar ‘n aantal jaren geleden het bekendste café van Best overnam: het Blauw Boerke, in de wandeling aangeduid met d’n blauwe. In Brabant betekent dat ‘de rooie’. En zo was het: een vorige eigenaar had rood haar. De nieuwe heer maakte er Ambacht van. Ik wen er nooit aan en mij ontbreekt zelfs de goesting er naar toe te gaan.

woensdag 28 maart 2018

‘n Telefoontje en alleen maar ‘n telefoontje

Mijn Nokia telefoontje, wel twintig jaar oud, heeft het begeven. Je kon er alleen maar mee bellen en sms-en, maar toch jammer. Gebruikte het voornamelijk voor internetbankieren. Vorig jaar circuleerde het bericht dat de Finnen een retro-versie van dat telefoontje zouden uitbrengen, maar eigenlijk niks meer van gehoord.

De oplossing: een oude Samsung GT-19001 van Levensmaatje, met Android besturingssysteem, dat zowaar nog werd opgewaardeerd. Dat ding heb ik zoveel mogelijk uitgekleed (van apps ontdaan en zo) en losgekoppeld van het internet. Weg ermee allemaal.

Deze week hoorde ik in het radioprogramma Dit is de nacht studenten filosoferen over hun telefoonverslaving en hoe ze daarmee hadden afgerekend. Uiteraard meteen ook met  Facebook en What’s App. Herken het een en ander; de avond tevoren op de bank naar een Netflix-serie kijkend, had ik al moeten vaststellen dat er een telefoontje in plaats van ondergetekende werd geknuffeld.

Ga dus met mijn ‘nieuwe’ telefoon als vanouds verder. Levensmaatje zit overigens wel met de brokken. Ze had, weliswaar nadat ze mijn simkaart erin had gestopt, een flink aantal specifieke telefoonnummers gewist, zich niet realiserende dat Google-synchronisatie nog aanstond. Zodat ze nu haar eigen smartphone moet bijwerken.

‘t Is toch wa.

Nasissen

De regering wil de procedure in gang zetten, die moet leiden naar een verbod van knalvuurwerk, rotjes en andere dingen die je het liefst zover mogelijk van je af gooit. Ik heb het vuurwerkmanifest getekend dat mikt op een algeheel verbod van particulier vuurwerk. Meer dan 65.000 Nederlanders zijn me daarin al voorgegaan, hoorde ik op het Radio 1 Journaal. Een meerderheid is sowieso voor algemene afschaffing, waar bij percentages de ronde doen van 55 tot meer dan 60 procent. Oogartsen vinden de voorgenomen eerste maatregel niet genoeg.

In mijn naaste omgeving zijn twee kinderen die de laatste nieuwaarsnacht door rondvliegend vuurwerk zijn getroffen. Ze zijn beiden zwaar getraumatiseerd en van één jongetje staat vast, dat hij er z’n hele leven last van zal hebben. Ik zal je de verdere details besparen.

Over tradities zal ik het ook maar niet hebben, daar worden in dit land al genoeg redeneringen aan opgehangen. Wel snap ik het nasissen van de vuurwerkverkopers, doorgaans ondernemers die in een, laten we zeggen ‘onschuldiger’. branche hun brood verdienen, maar in de laatste weken van december hun klapper maken. Zij ondervinden trouwens toch al zware concurrentie van levensgevaarlijke, illegaal geïmporteerde bommen. Die rommel zou bij een knalverbod beter bestreden kunnen worden. Immers, wie dan nog knalt is nat.

Er is dit geval volop reden, achter de toch al te vaak agressief benaderde politie en hulpverleners te gaan staan. Het is mooi geweest en het knalverbod is een eerste stap in de goede richting, zoals ook een kamermeerderheid lijkt te denken. Professionele vuurwerkshows, zoals bij onze zuiderburen, zouden in enkele jaren kunnen uitgroeien tot, ja, een gewaardeerde traditie.

maandag 26 maart 2018

Is de weg gevaarlijk of de gebruiker?

Het zit mij de laatste dagen niet mee. Vorige week verkeek ik mij op het proces verbaal van de gemeenteraadsverkiezing in Best en vanmorgen ging ik af op het krantenkop lezen van Levensmaatje, die mij aan het ontbijt meedeelde: ze vinden de Bestseweg een gevaarlijke weg, Ik schreef naar aanleiding daarvan een geharnast stukje, waarop bijna oud-raadslid Paul Gondrie direct reageerde met de opmerking: je hebt het over de verkeerde weg. Vandaar nu deze revisie, naar aanleiding van een bericht in het ED, dat de N270 (Helmond-Deurne) en de N620 (Best-Son) op de lijst van ‘gevaarlijke wegen’ staan. RTL Nieuws had dat uitgezocht.

Paul Gondrie: ‘Het is de N620, de weg die wij meestal de Sonseweg noemen maar na het Oud Meer overgaat in de Bestseweg. Ik snap jouw levensmaatje wel want de weg naar Oirschot noemen wij de Oirschotseweg maar na verloop van tijd heet die richting Oirschot ook Bestseweg.’

De Sonseweg, waarover het vanuit Best gezien dus gaat is ‘n eenbaansweg met net buiten de bebouwde kom over ongeveer een kilometer een zone, waar een maximum snelheid van 60 km geldt – aangegeven met een knipperinstallatie. De weg heeft verderop uitritten van het Joe Manntheater annex horecagelegenheid (wandelgebied) een café-restaurant, het museum Bevrijdende Vleugels, en die van een weg langs het Wilhelminakanaal die vanaf Best langs het destructiebedrijf Rendac loopt. Aan Sonse kant heb je dan nog een recreatiegebied Oud Meer, voordat de weg uitkomt bij de op- en afritten van de A50.

Maar hoe gevaarlijk is die weg? We zijn nu aangeland bij waar ik in mijn vorig stukje (dat ik zal verwijderen) gebleven was.

Over de N-weg Helmond-Deurne is de laatste weken veel te doen geweest, sinds daar in één klap vijf doden vielen. Dat wil zeggen, er is eindeloos gedelibereerd over ‘gevaarlijk’, totdat, aan de staart van zo’n verhaal, een verkeersdeskundige durfde op te merken: ‘De kern van het probleem is natuurlijk het rijgedrag.’

Ja, ik weet het, net als bij voetbal, denkt iedereen evenveel verstand te hebben van verkeer. Dus doe ik ook mijn zegje. Sommigen zoeken de oplossing van het fileprobleem bij meer asfalt. Ik houd het toch maar op het rijgedrag. Driekwart van de filemeldingen gaat gepaard met de mededeling  ‘na een ongeluk’.

Ik heb dezer dagen mijn casco-verzekering opgezegd. Wens niet langer op te draaien voor de schades van de onbenullen die stelselmatig, al telefonerend de maximum snelheden negeren en er – vooral in de spiits – een wild-west-vertoning van maken.