vrijdag 11 oktober 2019

Opluchting

Als het er op aankomt, heb ik het liever met Belgen te maken dan met Hollanders, schreef columnist Jos Kessels ‘n poos geleden, ‘hoewel de Belgen krijgen tegenwoordig ook praatjes’. Dezer dagen kregen we daarvan bijna de bevestiging.

Want ik moest hier aan denken, toen er een bericht in de krant stond over een automobilist die bij een Valkenswaardse rotonde over de voet van een verkeersregelaar reed, omdat-ie z’n weg niet mocht vervolgen. De auto had namelijk een Belgisch kenteken.
Nu blijkt uit een vervolgbericht dat het gaat om een 47-jarige Nederlander die in België woont. Wat een opluchting.

Grappig overigens dat het fotootje waarnaar in het bericht wordt verwezen niet dat van verkeersregelaar Jan van Kooten is, maar van de oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de Hollander Pieter van Vollenhoven. Kán gebeuren. Die opent, staat eronder, binnenkort het vernieuwde en uitgebreide DAF Museum.

donderdag 10 oktober 2019

Trouwen

Er wordt niet zoveel meer getrouwd. Jongeren zien het deficit bij hun ouders. Een op de drie huwelijken loopt spaak, al dan niet ontaardend in een vechtscheiding. Er zijn andere mogelijkheden, het samenlevingscontract bij voorbeeld. En een bruiloft kan flink in de papieren lopen.

Wie uiteindelijk wel besluit te trouwen, vaak als er al een of meer kinderen zijn en het kostje van de tweeverdieners gekocht is, wil dan ook dat iedereen het weet en groots uitpakken.
Hoe ver men daarbij kan gaan, bleek onlangs tijdens zo’n trouwerij in Rotterdam, waar de stoet – met bruiloftsgasten op autodaken – al hevig toeterend het verkeer lam legde en waar en passant een politieman het ziekenhuis in werd geslagen. ‘Ik doe wat ik wil.’ Dat getoeter is overigens afgekeken van de praktijk in Frankrijk; het is daar een zorgvuldig gekoesterde traditie.

Op films zie je het nog wel eens: een ambtenaar of pastoor die na het wederzijds ja zegt: ‘U mag nu de bruid kussen.’
Haha, mag dat? Laatst was ik bij een (burgerlijke) huwelijksvoltrekking (onjuist, want die werd altijd pas een feit op het moment dat  het paar actief het bed had gedeeld – wat door familie empirisch werd vastgesteld) waar de ambtenaar wijselijk zijn uitnodiging tot zoenen achterwege liet. De kersverse echtelieden hadden immers al zo ongeveer de blaren op hun lippen.
Dan heb ik er nog een van twee generaties verder, die het boeren in Nederland voor gezien heeft gehouden en nu dagelijks 500 koeien melkt in Nieuw Zeeland. Die lag onlangs met zijn Oekraïnse vriendin in een hotelbed. Kwam de aanmaning 'vertrekken', waarop hij riep: 'we zijn nog aan het gymnen'.

woensdag 9 oktober 2019

P.C. de Brouwer en zijn ‘Edele Brabant’

In het tijdschrift in brabant. alweer tiende jaargang, 2019-3, een fraai themanummer met veel nooit of zelden geziene archieffoto’s over oorlog en bevrijding, staat een artikel van de cultuurhistoricus Olivier Rieter over de Brabantia Nostra-beweging: ‘verdachte nostalgie?’

Rieter baseert zich op een publicatie van de historicus Jan van Oudheusden, als hij vaststelt, dat Brabantia Nostra – gelijknamig tijdschrift en verder gespecialiseerd in de bouw van mariakapelletjes in het Brabantse land – in de jaren dertig-veertig weliswaar een oerconservatieve organisatie was, zich verbonden achtte met de Duitstolerante Nederlandse Unie van de toenmalige hoogleraar De Quay c.s., maar niet fascistisch.

Een studentenbeweging, tamelijk onschuldig, vooral bewogen door de thematiek zoals door de Vlaamse componist-schrijver Emiel Hullebroeck, vastgelegd in zijn lied Edele Brabant Were Di. Een uitzondering vormde kennelijk ‘kopstuk’ Ferdinand Smulders, alias de dichter-publicist Paul Vlemminx, die al voor de oorlog  lid was van de Dietsche Nationaal Socialisten; hun doel was een nieuw Groot Nederland, samen met Vlaanderen.

Voor mij is dit allemaal ‘nuttige informatie’, aangezien ik destijds te jong was om er iets van mee te krijgen. Mijn referentie is Hilvarenbeek, waar ik Hullebroeck zag als eregast op de (naoorlogse) Groot Kempische Cultuurdagen en waar de moderator van Brabantia Nostra tot zijn dood op 87-jarige leeftijd in een deftig huis aan De Vrijthof (niet ‘het’, dat is Maastricht) woonde: de priester-classicus Dr. P.C. de Brouwer.

Olivier Rieter  vermeldt een vernietigende typering van De Brouwer door het naoorlogse ‘geweten’ van de katholieke ‘intelligentsia’, de historicus L.J. Rogier: ‘een bekompen dorpspastoor’. In de opvattingen van de door mij zeer bewonderde Rogier valt overigens wel enige fluctuatie waar te nemen, want in zijn standaardwerk Katholieke Herleving (1956) noemt hij de stichter van het Tilburgse Odulphuslyceum nog ‘naar hoofd en hart rijk begaafd’. Maar ja, toen had De Brouwer nog niet vermanend ten afscheid geschreven: 'Zeul niet ondoordacht mee met de vernieuwingsdrift'.

Mijn rechtstreekse confrontatie met P.C. de Brouwer was kort na zijn dood in 1961, toen de veiling van zijn inboedel in Beek werd voorafgegaan door ‘kijkdagen’. Het bleek, constateer ik achteraf, een illustratie van de laatste kwalificatie door Rogier: dorpspastoor. Inclusief een soort kakstoel voor personen van zeer hoge leeftijd. Bas Aarts verleent trouwens De Brouwer op de website Brabants Erfgoed de titel ‘emancipator van Brabant’. Dat is even andere koek.

vrijdag 4 oktober 2019

Betrekkelijke vrijheid

Er gaat geen dag voorbij, of artikel 7 van de grondwet komt weer eens bovendrijven: de vrijheid van meningsuiting. Het wordt te pas en te onpas aangehaald. Ik doe het ook maar weer eens, maar wel compleet:
Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
Deze formulering is van 1848. De wereld is intussen zo veranderd dat de wetgever er (overigens alweer meer dan 35 jaar geleden) een nuancering aan heeft toegevoegd: je hoeft er geen drukpers voor te hebben.
Waarom wordt er zo vaak met dat grondwetsartikel gewapperd? Niet in de laatste plaats omdat nog net niet iedereen zijn meningen en meninkjes via het internet de wereld in slingert. Veelal zonder nadenken, het denkvermogen van toetsenisten en toeteraars in het midden gelaten. Hoe dan ook, de vrijheid van meningsuiting blijft overeind.
Maar is dat echt zo?  De wet maakt wel degelijk een restrictie: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Je kunt dit opvatten als: weet waar je mee bezig bent. De jou toegestane vrijheid is betrekkelijk. Overbekend is het gegeven dat aantasting van iemands eer en goede naam strafbaar kan zijn.
Wat mag nog meer niet? Ik stel vast dat mede door de praktijk op social media de moraal voortdurend verschuift. Het is ‘n soort sport geworden, te laten zien wat men durft aan het scherm of het papier toe te vertrouwen, respectievelijk op het podium te roepen. Recent onderzoek vanuit de universiteit van Cambridge heeft uitgewezen, dat politici – ook in Nederland – het internet gebruiken om regelrechte leugens te verkondigen.
In het dorp waar ik woon zijn twee toneelclubs, die volijverig bezig zijn, ‘met hun tijd mee te gaan’.  Dat houdt onder meer in, niet langer genoegen nemen met toneelstukken die door gespecialiseerde uitgeverijen worden aangeboden, maar zelf op dit terrein creatief zijn en experimenteren. Op zichzelf heel goed natuurlijk, zeker als men de plaatselijke geschiedenis als inspiratiebron gebruikt (200 jaar gemeente Best!).
Toch is het dan uitkijken geblazen, zo ondervond een van deze toneelverenigingen. Zij voerde in haar voorstelling verschillende ‘plaatselijke historische figuren’ letterlijk ten tonele. Helaas pakte dat in één geval verkeerd uit. Nazaten van een uitgebeelde persoon zaten in de zaal en konden in die figuur hun familielid qua karakter absoluut niet herkennen, sterker, zagen zijn nagedachtenis besmeurd met wat zij beschouwen als ‘onderbroekenlol’.
Zelfcensuur is uit den boze, maar goed nadenken en een en ander tegen elkaar afwegen, daar is niks mis mee. Zeker als het allemaal zo dichtbij is.

Ik verwijs ook graag naar deze column van Akyol in de AD/r Nieuwsmedia van 5 oktober 2014

maandag 30 september 2019

De rottweiler heeft het gedaan, of zijn baas?

Uit een column van mij dd 6 juli 2016: ‘Dan was er nog een grote zwarte hond, waarvan de baas op dreigende toon zei dat als je daar ruzie mee kreeg, de dokter niet meer nodig zou zijn. Flinke jongen, die baas. Moet het met een hond doen bij gebrek aan een kalashnikov.’ Waarom dit citaat? Een door Wikipedia omschreven hondenras, de rottweiler, is de laatste weken onaangenaam in het nieuws.

Eerst maar eens de berichten hierover.
1. ED, 18  september: ‘In Helmond is afgelopen zondag een hondje doodgebeten door een rottweiler. De loslopende hond toonde eerder al agressief gedrag richting mensen en andere honden. De eigenaar lijkt vrijuit te gaan.'
2. Dezelfde krant, 28 september: ‘Een man uit Tilburg is woensdag aangevallen door een rottweiler. De 29-jarige Tilburger fietste rond 8.00 uur door Best, toen de hond hem eerst in zijn linkerknie beet en daarna in zijn bil. (…) De dierenpolitie onderzoekt de zaak.’ Je zou in het laatste geval ook kunnen zeggen, ‘de dader ligt op het kerkhof.’

Zelf niet behept (ja dat moet met een p) zijnde met enig kynologisch inzicht, was ik blij met dat artikel op Wikipedia.  ‘De rottweiler is van oudsher een waak- en beschermhond.’  En: ‘Een rottweiler wil altijd iets te doen hebben. Naast consequente bejegening zijn beweging en intellectuele uitdaging voor het dier van groot belang. Als het dier onvoldoende uitdaging krijgt zal hij die zelf zoeken, vaak in een vorm waarbij zich gedrags- en/of agressieproblemen ontwikkelen.’

De respectieve bazen dienen dus onverwijld te worden opgespoord/aamgesproken op het wangedrag van hun honden, want zij zijn de werkelijke schuldigen. Geen flauwe smoesjes.

dinsdag 17 september 2019

Barbarossa present

et sprookje was weer compleet, inclusief de man die tijdens het balkonscène het vertrek van de familie nog even wist te rekken met de uitroep: ‘majesteit, blijf nog even’. En de baard, waarover tot op de laatste minuut was gespeculeerd. Een barba rossa die gelukkig z’n pluizigheid van vlak na de vakantie was kwijt geraakt. Lijkt Willem Alexander tenminste op zijn negentiende eeuwse voorgangers.

Wat die kinbedekking betreft volgt de koning trouwens de trend van alle Nederlandse mannen, wier baardharen nog decent weinig grijs laten doorschemeren. Zoals zijn dochters met hun lange haren eruit zien als bijna alle meiden in dit land. O ja, die andere speculatie, namelijk de aanwezigheid van kroonprinses Amalia kwam niet uit.

Allemaal dingen die de de hoofdzaak vormden en zullen vormen, nu het lekken uit de miljoenennota traditie is, deze keer opgewarmd zonder Frits Wester die naar verluidt wegens zijn inname-beleid door RTL4 op het strafbankje was gezet. Gecorrigeerd, zoals ook Wiebes die al te royaal goede sier heeft trachten te maken door cruciale mededelingen in de krant over het toekomstig beleid. Die correctie door een aanvankelijk de schouders ophalende Rutte moet ongeveer zo zijn verlopen: ‘Eric, de collega’s zijn not amused door het feit dat je voor je beurt hebt gesproken.’

Nog iets opvallends? De lawaaihoed bevond zich deze keer niet naast de troon, maar was in uiteenlopende versies elders in de Ridderzaal te zien.

vrijdag 13 september 2019

Files, een journalistieke uitdaging

Wat zouden die files eigenlijk kosten? De laatste becijfering dateert van 2017, door het AD: 3,7 miljard per jaar; dat moet nu toch wel ver boven de 4 miljard zijn. Volgende vraag: wie betaalt dat uiteindelijk? Jij en ik denk ik. Bedrijfsschade keert onherroepelijk terug in de prijzen.

Terwijl ontelbaren nog denken dat de oplossing van dit probleem ligt in vergroting van de wegcapaciiteit (kortweg meer asfalt) mikken anderen op de zelfrijdende auto. Iets voor vroemm-liefhebbers om de neus voor op te halen. Ik heb het dan uitgerekend over het soort lieden dat door zijn rijgedrag kan worden aangewezen als veroorzakers van misschien wel 80 procent van de files.

Ik zet dagelijks De Ochtendspits van BNR Nieuwsradio (‘Goeiemorgen Bas’) op en hoor dan een man met een robotstem de ellende opsommen, waarbij inderdaad acht van de tien keer een botsing of een ongeluk als reden tot afsluiting van minstens een rijstrook wordt vermeld. Variant: kapotte vrachtauto. Volgt - god betere ‘t - een mededeling van de zogeheten Flitsmeister die de stakkers in het woon-werk-verkeer vertelt waar ze beter even gas kunnen terugnemen. Tegen de vorig jaar uitgevonden methode van de politie om telefoonandussen op heterdaad te betrappen is nog niets bedacht.

Soms, als het heel erg is geweest – een verkeersinfarct rond Eindhoven bij voorbeeld – vind je daarover de volgende dag nog wel eens een piepklein berichtje in de krant. Wat me telkens weer opvalt, je leest  zelden iets over de toedracht van al die ongelukken. De veroorzakers. De politie onderzoekt, ja, al was het alleen maar voor de aansprakelijkheidsverzekering.

Natuurlijk kun je als journalist niet overal achteraan en dient zich de volgende dag weer ander, wellicht belangrijker nieuws aan. Toch ligt hier een uitdaging. Namelijk om de oorzaak van een ‘miljardenprobleem’ nader te onderzoeken.. Waarom niet een, laten we zeggen wekelijks rubriekje, waarin achteraf een aantal significante gevallen onder de loep wordt genomen?

Het is maar een idee.