dinsdag 14 augustus 2018

Bomen en bossen

Ze zeggen, maar ze zeggen zoveel, dat we hier het klimaat krijgen van Bordeaux. Kan ik me toch iets bij voorstellen, uitkijkend op rijen platanen, die er ondanks de droogte florissant bij staan; de plataan is dan ook een subtropische boom. Het is half augustus en de zon is alweer aan het zakken. Verdwijnt tegen het eind van de middag achter zo’n boom, zodat  geen zonwering meer nodig is. Een weerman heeft zich, naar verluidt op tv laten ontvallen dat één boom evenveel waard is als ettelijke airco’s. Ja, met weemoed denk ik terug aan de vakantiereizen met de kinderen door Zuid-Frankrijk. De weldaad van schaduwrijke bomenrijen langs de route nationale.

Over de hitte en de droogte zijn we voorlopig nog niet uitgepraat, al liggen de pepernoten al in de winkel en is er zowaar iemand weer begonnen over de voor en tegens van Zwarte Piet. En bomen zijn een hot item sinds minister Cora van Nieuwenhuizen (infrastructuur, VVD en ex-provinciaal bestuurder in Brabant) dit voorjaar een populistisch balletje opgooide over het kappen van die lastposten langs de N-wegen. Ach, Cora, het probleem lost zich vanzelf op, want eiken zijn, naast de berken, de eersten die aan droogte ten offer vallen. Welke politieke partij laat daarover trouwens, bij het naderen van de provinciale verkiezingen, komend voorjaar het achterste van z’n tong zien?

De hei gaat niet bloeien, vertelt de krant vanmorgen op gezag van een boswachter. Tussen haakjes, vindt u nou ook, dat er onderhand meer boswachters zijn dan bossen? Het is dan ook, net als dat van schaapherder, een uiterst aaibaar beroep, al klinkt steeds vaker de roep om boswachters uit te rusten met bullenpezen teneinde zich tegen bosmisbruikers te verweren.

Ik had dat verhaal over de verdroogde hei nauwelijks uit of iemand twitterde een foto van hei in bloei. Nu heb je hei in soorten, bolheide en dopheide; ik moet bekennen dat ik het verschil niet weet, laat staan iets van hun droogtebestendigheid.

Ja mensen, onwetendheid is het probleem. Of toch eerder onwil? Dat laatste denk ik dan weer als ik lees dat de doorsnee Nederlander gewoon doorgaat met het wekelijks wassen van zijn auto. Misschien moeten we het gebrek aan hemelwater eerst voelen in onze portemonnee. Komt er aan hoor: de waterschappen hebben alvast een lastenverhoging aangekondigd.

maandag 6 augustus 2018

Grenzen

Aan sommige gebeurtenissen die in de krant – terecht - breed worden uitgemeten, weet ik niets toe te voegen. Gelukkig maar, hoor ik de lezer van dit soort stukjes denken. Teveel meningen en meninkjes. Zelfs een lunchrubriek op radio 1 als De Nieuws BV, kon beter Meningen BV heten; voor zover de muziek niet al te aanwezig is. Als ik 'maar eerst…’ hoor, weet ik het al. Het is een vorm van hobbyisme. Er zijn grenzen.

Grenzen. Is dat zo? Het betekent hier dat er normen zijn, sociaal gedrag, dingen die je doet; andere die je wel uit je lijf laat. Als het goed is, heb je dat van je ouders geleerd, of/en van school. Sommigen verwijzen in dit geval ook wel naar het het inmiddels uitgegumde geloof – in wat dan ook – dat verboden en geboden duidelijk op een rijtje zette. Versta me goed, ik pleit hier niet voor restauratie. Wel voor een vervangende vorm van houvast over wat kan en niet kan. Het liefst voordat het straffen begint.

Twee voorvallen in het afgelopen weekeinde zetten mij aan tot deze gedachten: Op de A58 gebeurde een zwaar ongeluk, waarbij mensen bekneld kwamen te zitten en pogingen werden gedaan tot reanimatie. Tot verbijstering van de hulpverleners begonnen automobilisten te filmen; sommigen zetten daarvoor zelfs hun voertuig stil, met bijna meer ongelukken als gevolg. Vermanende politiewoorden werden beantwoord met arrogante blikken van ‘ik doe waar ik zin in heb’. Verder commentaar overbodig, inderdaad.

In Scheveningen werd een bruidegom op zijn trouwdag, na sussende woorden bij een ruzie, het ziekenhuis in geslagen. Huwelijksreis geannuleerd. Drugs maken de lontjes wel heel erg kort. Of er in dit geval ook gefilmd is, weet ik niet; zou best kunnen.

Een psycholoog zag het verband tussen dat niet te stuiten gefilm en gefotografeer: de obsessie voor dat telefoontje. De nieuwe volksziekte. Mocht-ie dat wel zeggen? Want bemoei je met je eige.

vrijdag 20 juli 2018

Het diepdenken van de vpro

Nynke de Jong, ooit begonnen als columnist van de Noordelijke Dagblad Combinatie en tegenwoordig present op de AD/R Nieuwsmedia, waaronder de Brabantse dagbladen, voelt zich inmiddels BN-er genoeg om te solliciteren naar vpro’s Zomergasten. Ze doet dat met een opsomming van haar favoriete tv-programma’s sinds haar kindertijd; het tonen van door de gast gekozen fragmenten en complete films is immers inherent aan deze format.

Kom er maart eens op, ‘n beetje pruilerig doen over het uitblijven van de uitnodiging. Anders dan De Jong ben ik geen uitgesproken fan van het programma van de intellectuele stadskabouters van de vpro (dixit een of andere hoogleraar, wiens naam ik vergeten ben) . Te vaak afgehaakt wegens oeverloos gelul. Dan hoor ik er maar niet bij. Afhankelijk van het type presentator, respectievelijk de gast, wil ik nog wel es om ‘n hoekje kijken en de aanbevolen film opnemen (dat laatste omdat het kan uitlopen tot in de zomernacht).

De kwalificatie van de vpro (intellectuele stadskabouters) heb ik likkebaardend tot me genomen. Begrijp me goed, we zijn hier al tientallen jaren lid, in het algemeen best ingenomen met de geleverde content en niet in het minst met de kwaliteit van de vpro gids. Maar het diepdenken van de programmamakers leidt wel eens tot niet te pruimen hersenkronkels. Neem het op zich uitstekende nachtelijke praatprogramma dat is genoemd naar een romantitel van W.F. Hermans, Nooit meer slapen. Hoe haal je het in je hoofd, gezien het feit dat wel een miljoen mensen ernstig lijden onder slapeloosheid.

Ik heb gepoogd in de brievenrubriek van de vpro gids mijn ongenoegen over deze stupide zogenaamd intellectualistische ‘vondst’ kenbaar te maken, maar wat deed de redactiie: mijn opmerking doorsturen naar de betrokken programmamakers. Wakker worden, jongens en meisjes.

maandag 2 juli 2018

Moeder de Vrouw, ja ja

Columniste Nynke de Jong is terug van weggeweest, om precies te zijn van zwangerschapsverlof. In de kranten van De Persgroep NL doet ze kond van haar geluk met haar zoontje Abe. Ze zat de afgelopen maanden ‘in een verrukkelijke babybubbel’, schrijft ze en ‘het leven met een baby geeft een bijzondere kijk op alles (…)  Ik zou al die opiniemakers en politici die denken dat de ondergang van ons land aanstaande is, eens ‘n wandelwagen in de hand willen drukken’.

Moeder de Vrouw, ja ja. Het typisch Nederlandse rumoer dat is ontstaan rond dit thema van Boekenweek 2019 afdoende de kop ingedrukt, dunkt mij. Als dat laatste eigenlijk al niet  lang en breed ook door de schrijver van het op dit thema te baseren essay, Murat Isik, is bewerkstelligd.

?

Isik won, zoals bekend, de Libris Literatuurprijs met zijn roman  Wees onzichtbaar. Ik heb dat vuistdikke boek bijna uit en kan verklaren dat ik zelden een verhaal heb gelezen, waaruit een moeder de vrouw zo monumentaal oprijst. De moeder van de ik-figuur Metin, die opgroeit in de Bijlmer tegen de verdrukking van zijn vader in. Laatstgenoemde is een dominante, je kunt wel zeggen  gestoorde macho die vrouwen naar de oosterse traditie neerbuigend bejegent, zijn echtgenote corrigerend pleegt aan te spreken met ‘vrouw’ en haar constant ‘een vogelbrein’ toeschrijft.

Maar de moeder weerstaat hem en gaat, ook als het om de opvoeding van haar twee kinderen gaat, haar eigen weg. Met succes. Als Metin, die als zoon van een Turkse immigrant heel wat problemen te overwinnen heeft, slaagt in het leven dan zal hij dat niet in de laatste plaats aan zijn moeder te danken hebben.

donderdag 28 juni 2018

Het grapje van Tommy

Tommy Wieringa maakte een grapje. Dat doet hij wel eens vaker. Sterker: hij wordt er nogal eens voor ingehuurd.

Op het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zei hij ad rem op een vraag van Twan Huys over de aanslag op het gebouw van De Telegraaf: ‘Het werd tijd.’ De zaal bulderde.

En nou valt iedereen over hem heen, nadat media het fragment smikkelend lieten zien. Want met de bedreiging van Het Vrije Woord, daar mag je niet mee spotten. Trouwcolumnist Sylvain Ephimenco verwijst zelfs naar Charlie Hebdo.

Wat ‘n flauwekul. De Telegraaf is als sinds WO2 (toen ze na een verschijningsverbod wegens collaboratie weer mocht verschijnen) een populistische, rechtse krant, volgens haar-zelf de enige met gezond verstand. Iedereen, oud of nieuw links, die denkt zelf over een gezond verstand te beschikken, is natuurlijk tegen haar. In de hoogtijdagen, de jaren zeventig van de vorige eeuw, moest je niet met de Tellie onder je arm worden gezien, maar met haar tegenpool de Volkskrant, of nog beter Vrij Nederland.

Je suis Telegraaf? Mensen, zeur me niet opnieuw aan m’n kop over de vrijheden van meningsuiting en drukpers. Laat me niet..eh..wel lachen.

woensdag 27 juni 2018

Zondag

Zonder waardering voor de 7/7-economie – niet om geloofsredenen, maar vanwege de verloren zegen van één dag onderbreking van het gejaag en gejakker – liet ik me op zondag meetronen naar de stad, omdat Levensmaatje wilde zoeken naar een nieuw kleedje, in verband met een naderend familiefeest.
Met de trein. Veertig procent korting, samen retour voor € 6,40. Daar kun je niet eens voor parkeren.

In De Bijenkorf  liet ik me voldaan in een kuipstoeltje zakken, naast een meneer die het te druk had met zijn laptop om op mijn groet te reageren.
Bladeren in een stukgelezen Quote, dat deels met de natte vinger (Doutzen Kroes 13 miljoen?) jonge Nederlandse miljonairs de revue liet passeren. Me vermaakt met het turbotaaltje van dat blad in de trant van ‘twee ton per neus’. Een en ander tastte de tevredenheid met mijn pensioen niet aan.

Nougatine-ijstaartje gegeten in een etablissement, dat daar al 27 jaar zit en al die tijd nougatine-ijstaart heeft geserveerd. De joviale eigenaar toonde zich terecht trots op zijn specialiteit; bleek toeleverancier van heel wat restaurants en maakte zich dan ook niet druk over verwachte stedebouwkundige veranderingen, die hem waarschijnlijk zullen nopen, de tent te sluiten en zich terug te trekken op zijn ‘bakkerij’.

Even verderop zit een piepklein winkeltje van een Turkse Nederlander, gespecialiseerd in hoofddoeken en sjaals. L. wilde daar ook even kijken, vanwege de enorme keus en de uiterst billijke prijzen. Het was er afgeladen vol met moslimdames, van wie er één continu het schermpje van haar goudomrande mobieltje bij wijze van zoethouder in het zicht hield van haar peuter in z’n wagentje.

Opeens realiseerde ik me dat ik, afgezien van de verkoper, de enige man was in het gezelschap.  Iets om je ongemakkelijk bij te voelen? Nee hoor. Ik voelde me gezellig multicultureel. En dat gevoel werd nog versterkt op de terugweg in de trein, waar wij de enige witten in het volle compartiment waren.

vrijdag 22 juni 2018

Medische zorg in Frankrijk

Bij alle ellende en fricties die de (medische) zorg in ons land met zich meebrengt, wil men in discussies nogal eens beweren dat die in kwaliteit ver uitsteekt boven de zorg in ons omringende landen. Ik stond daar tot nu toe tamelijk sceptisch tegenover, al is het alleen maar door (niet persoonlijke) ervaringen met medische hulp in België. Ik heb begrepen dat er nogal wat Nederlanders zijn, die daar hun toevlucht nemen, in het midden gelaten of de verzekering dat accepteert.

Inmiddels heeft mij informatie bereikt over de situatie in Frankrijk, die schreeuwt om nader onderzoek en niet alleen daar: hier ligt een terrein braak voor buitenlandse correspondenten.

Die info komt van mijn dochter Mariken, woonachtig in Vernusse, departement Allier, Midden-Frankrijk, die op mijn verzoek haar ervaringen met dokter en ziekenhuis heeft opgeschreven:

‘Ik ben gevallen met de fiets en na een paar dagen gaat de bloedblaar open en direct ontsteken. De volgende dag bel ik de dokter maar er is geen plek, ook niet de volgende dag en ook niet daarna: ga maar naar de eerste hulp in Montluçon.

Ik ga daarheen en wacht ongeveer twee uur, Wanneer ik aan de beurt ben krijg ik een stagiaire die vraagt of ze een foto mag nemen van mijn been. Ik dacht even een röntgenfoto maar nee ze bedoelde met haar telefoon. Dan hoefde de dokter niet helemaal naar mij te komen. Ze gaat weg om de foto aan de dokter te laten zien en laat mij ongeveer een half uur wachten. Ze komt terug drukt me haastig het recept in de handen en wil me wegsturen. Ik vraag of het misschien nog even opnieuw verbonden kan worden. Ja er zou een verpleegster komen.

Ik ben vandaag klaar met de antibioticakuur en gisteren belde ik de dokter omdat het er nog niet mooi uitziet. Misschien moet ik nog een kuurtje. Ik mag een afspraak maken voor begin juli… Eerder kan niet. Op zaterdagochtend is er een inloopspreekuur vanaf half negen kom dan maar…

Onze dokter is met pensioen en op het platteland in Frankrijk is een grote schaarste aan huisartsen en specialisten. Ik weet van twee Nederlandse kno-artsen die via headhunters naar Moulins sur Allier zijn gelokt en daar in het ziekenhuis werken.

Van mijn hulp Anja, die veel Franse kranten leest, heb ik gehoord dat er mensen in het ziekenhuis aankomen en op de gang sterven omdat er geen personeel beschikbaar is. Iedereen spreekt er schande van maar ondertussen verandert er niks.’

Mariken heeft een blog